This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012DC0320
Recommendation for a COUNCIL RECOMMENDATION on Latvia’s 2012 national reform programme and delivering a Council opinion on Latvia’s convergence programme for 2012-2015
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2012 van Letland en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van Letland voor de periode 2012-2015
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2012 van Letland en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van Letland voor de periode 2012-2015
/* COM/2012/0320 final - 2012/ () */
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2012 van Letland en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van Letland voor de periode 2012-2015 /* COM/2012/0320 final - 2012/ () */
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2012
van Letland
en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van Letland voor
de periode 2012-2015 DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4, Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van
de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op
begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch
beleid[1],
en met name artikel 5, lid 2, Gezien de aanbeveling van de Europese
Commissie[2], Gezien de resoluties van het Europese
Parlement[3], Gezien de conclusies van de Europese Raad, Gezien het advies van het Comité voor de
werkgelegenheid, Na raadpleging van het Economisch en
Financieel Comité, Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 26 maart 2010 hechtte de
Europese Raad zijn goedkeuring aan het voorstel van de Europese Commissie voor
een nieuwe groei- en werkgelegenheidstrategie. Deze Europa 2020-strategie moet
voor betere coördinatie van het economisch beleid zorgen en zich toespitsen op
de sleutelgebieden waarop Europa’s potentieel voor duurzame groei en
concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft. (2) De Raad heeft op 13 juli 2010
een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van
de lidstaten en de Unie (2010–2014) en op 21 oktober 2010 een besluit
betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten[4] aangenomen, die samen de
"geïntegreerde richtsnoeren" vormen. De lidstaten werden verzocht in
hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde
richtsnoeren rekening te houden. (3) Op 12 juli 2011 heeft de Raad
een aanbeveling over het nationale hervormingsprogramma voor 2011 van Letland
aangenomen en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma van
Letland voor de periode 2011-2014 uitgebracht. (4) Op 23 november 2011
hechtte de Commissie haar goedkeuring aan de tweede jaarlijkse groeianalyse en
gaf daarmee de aanzet tot het tweede Europees Semester van voorafgaande en
geïntegreerde beleidscoördinatie, dat op de Europa 2020-strategie berust. Op 14
februari 2012 heeft de Commissie op grond van Verordening (EU)
nr. 1176/2011 het Waarschuwingsmechanismeverslag[5] aangenomen. Daarin werd Letland
niet genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden
worden onderworpen. (5) Letland heeft in 2011 voldaan
aan de meeste voorwaarden die in het programma voor financiële bijstand zijn
vastgesteld. De Commissie heeft op 21 december 2011 de vijfde en laatste
beoordeling uitgevoerd in het kader van Letlands betalingsbalansprogramma; de
evaluatie van de voortgang die de regering heeft geboekt met budgettaire,
financiële en structurele hervormingen was in het algemeen positief. Het
programma liep tot januari 2012. Na afloop van het programma is Letland onder
post-programmatoezicht blijven staan. Dit toezicht is een integraal onderdeel
van de bestaande procedures en toezichtmechanismen en is gericht op het
nauwlettend meten van risico's die de macro-economische stabiliteit in gevaar
zouden kunnen brengen en daardoor een negatieve invloed zouden kunnen hebben op
het vermogen om schulden af te lossen. Het post-programmatoezicht blijft van
kracht totdat er een groot deel (ongeveer 70%) van de leningen is afbetaald. (6) Op 2 maart 2012 heeft de
Europese Raad de prioriteiten inzake financiële stabiliteit,
begrotingsconsolidatie en groeibevorderende maatregelen goedgekeurd. Hij
benadrukte dat er moet worden gewerkt aan gedifferentieerde, groeivriendelijke
begrotingsconsolidatie, normalisering van de kredietverschaffing aan de
economie, bevordering van groei en concurrentievermogen, aanpakken van de
werkloosheid en van de sociale gevolgen van de crisis, en modernisering van de
overheidsdiensten. (7) Op 2 maart 2012 verzocht de
Europese Raad voorts de lidstaten die aan het Euro Plus-pact deelnemen hun
toezeggingen tijdig te presenteren om te kunnen worden opgenomen in hun
stabiliteits- of convergentieprogramma's en hun nationale
hervormingsprogramma's. (8) Op 30 april 2012 heeft
Letland zijn convergentieprogramma 2012 voor de periode 2012-2015 en zijn
nationale hervormingsprogramma 2012 ingediend. Om met de onderlinge verbanden
rekening te houden, zijn beide programma's terzelfder tijd geëvalueerd. (9) Op basis van de
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad verrichte evaluatie van
het convergentieprogramma 2012 komt de Raad tot de conclusie dat het aan de
begrotingsprognoses van het stabiliteitsprogramma ten grondslag liggende
macro-economische scenario wat 2012 betreft rekening houdt met de meest actuele
gegevens en voorzichtig is, en aannemelijk is wat betreft 2013. De
macro-economische prognoses voor 2012 in het programmascenario liggen zeer dicht
bij de voorjaarsprognose 2012 van de Commissie (met een verwachte groei van het
bbp van 2,0% respectievelijk 2,2%). Recente economische gegevens geven echter
aan dat de cijfers hoger kunnen liggen. Met de
begrotingsstrategie die in het programma is uitgestippeld, wordt beoogd om het
buitensporige tekort in 2012 te corrigeren en om de
middellangetermijndoelstelling voor de begroting tegen het einde van de
programmaperiode bijna te bereiken. In het convergentieprogramma 2012 is de middellangetermijndoelstelling gewijzigd van -1,0%
in -0,5% van het bbp; de nieuwe middellangetermijndoelstelling weerspiegelt op
adequate wijze de vereisten uit het groei- en stabiliteitspact. Het geplande
nominale tekort in 2012 stemt overeen met de termijn voor de correctie van het
buitensporige tekort die is vastgelegd in de Beschikking van de Raad van 7 juli
2009. Voor 2013 streeft het programma naar een nominaal tekort van 1,4% van het
bbp, hoewel de geplande bezuinigingen nog niet volledig worden ondersteund door
maatregelen. Uitgaand van het (herberekende) structurele begrotingssaldo[6] zal Letland aan het einde van
de programmaperiode in 2015 de middellangetermijndoelstelling bijna hebben
bereikt. De herberekende informatie geeft aan dat de vooruitgang in de richting
van de middellangetermijndoelstelling in structurele termen in de laatste
programmajaren minder dan 0,5% van het bbp bedraagt, maar de geplande
bezuinigingen zouden ervoor zorgen dat het groeipercentage van de
overheidsuitgaven, rekening houdend met discretionaire maatregelen aan de
ontvangstenzijde, in overeenstemming zijn met de uitgavenbenchmark uit het
groei- en stabiliteitspact. Tegelijkertijd houden eventuele fiscale
hervormingen vanaf de tweede helft van 2012, die nog niet zijn weergegeven in
het programmascenario maar wel worden vermeld in de begeleidende brief bij de
indiening van het convergentieprogramma 2012, een risico in voor het halen van
de doelstellingen in 2013 en daarna. De schuldquote van de overheid is minder
dan 60% van het bbp; dit cijfer loopt op van 42,6% van het bbp in 2011 tot
46,7% van het bbp in 2014 (in verband met de voorfinanciering van omvangrijke
terugbetalingen van in het kader van het internationale programma voor
financiële bijstand ontvangen bedragen, die in 2014-2015 verschuldigd zijn), en
daalt tot 38,9% in 2015 nadat deze terugbetalingen zijn verricht. (10) Letland dient ernaar te
streven het zwaartepunt van de belastingdruk te verleggen van de belasting op
arbeid naar de belasting op verbruik, eigendom en gebruik van natuurlijke en
andere hulpbronnen; tevens dient het structurele saldo te worden verbeterd. De
relatief hoge belastingdruk op lage inkomens en het hoge percentage
zwartwerkers wijzen erop dat er behoefte is aan een adequaat
arbeidsmarktbeleid, dat het belasting- en uitkeringsstelsel doorgelicht dient
te worden en dat er intensievere inspanningen nodig zijn om het zwarte circuit
aan te pakken. De milieubelastingen zijn nog niet goed ontwikkeld en worden
gedomineerd door de belasting op motorbrandstoffen, terwijl de belasting op
andere energiebronnen, vervuiling en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
onder het gemiddelde van de EU ligt. Door de belastinggrondslag uit te breiden
naar andere vormen van milieubelasting, met name belasting op vervuiling, en
door een bredere belasting op energiebronnen te heffen, kunnen
milieudoelstellingen sneller worden gehaald en ontstaat er tegelijkertijd
ruimte om de belastingdruk op arbeid te verlichten en het zwaartepunt elders te
leggen. (11) In het kader van de lopende
hervorming van de budgettaire governance wordt Letland verzocht om ervoor te
zorgen dat de wet op de begrotingsdiscipline door het parlement wordt
aangenomen, en om een budgettaire kaderwet voor de middellange termijn te
ontwikkelen om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn te
steunen. Het aannemen van de wet op de begrotingsdiscipline is in
overeenstemming met de toezeggingen die de regering van Letland in het kader
van het betalingsbalansprogramma heeft gedaan; met het wetsontwerp dat door de
regering is aangenomen, wordt ook beoogd om het veranderende EU-acquis op het
gebied van budgettaire governance in de wetgeving van Letland op te nemen.
Zodra de nieuwe wet is aangenomen en wordt uitgevoerd, zou deze het
begrotingskader in Letland aanzienlijk versterken; momenteel bevat dit kader
geen doeltreffend mechanisme om uitgavengroei in economische gunstige tijden te
beperken. (12) Om ervoor te zorgen dat de
pensioenhervorming doorgaat, dient Letland in 2013 de verplichte bijdragen aan
het op kapitaaldekking berustende particuliere pensioenstelsel van het huidige
verlaagde niveau van 2% van het brutoloon weer op te trekken naar 6%. (13) Letland dient de
bijstandsregeling te versterken en hervormen en het werkloosheidspercentage aan
te pakken, dat een van de hoogste in de EU is. Met name tijdens de crisis bleek
dat de jeugdwerkloosheid hoog is en dat er een groot tekort aan bepaalde
vaardigheden is. Er is een actief arbeidsmarktbeleid opgezet en uitgevoerd dat
specifiek op jongeren is gericht; het beleid omvat beroepsopleidingen,
vrijwilligerswerk en loonsubsidies voor jongeren. Gezien de omvang van het
probleem hebben deze beperkte activiteiten echter relatief weinig invloed. (14) In 2011 werd 40% van de
bevolking in Letland bedreigd door armoede, met alle gevolgen van dien voor de
inzetbaarheid van de beroepsbevolking en toekomstige groeiverwachtingen.
Letland heeft een strategie vastgesteld die een sociaal vangnet voor
noodgevallen omvat. Het beleid van de overheid voor het terugdringen van armoede
is vooral gericht op het verminderen van de inkomensongelijkheid, een lagere
belastingdruk voor werkende gezinnen en betere toegang tot de arbeidsmarkt.
Niettemin besteedt Letland relatief weinig aan sociale bescherming; de sociale
overdrachten hebben slechts weinig invloed op het terugdringen van de armoede,
aangezien een groot deel ervan weer bij mensen met een middelhoog of hoog
inkomen terechtkomt. De uitgaven voor inkomensafhankelijke uitkeringen zijn
laag; tevens wordt de rol van het sociale vangnet gedeeltelijk vervuld door
tijdelijke overheidsbanen met een laag salaris. Het stelsel van
socialebijstandsuitkeringen bevat verder armoede- en werkloosheidsvallen, en er
wordt misbruik van gemaakt. Er heerst een grote mate van ongelijkheid wat
betreft de toegang tot sociale bijstand die de lokale overheden verlenen; door
het gebrek aan transparantie is goed onderbouwde besluitvorming moeilijk. Met
name tijdens de crisis bleek dat de langdurige en jeugdwerkloosheid hoog zijn.
De meeste jonge werklozen beschikken niet over beroepskwalificaties. Het aantal
jongeren dat geen onderwijs geniet, niet aan het werk is en geen opleiding
krijgt (NEET's), is betrekkelijk groot. Er dienen maatregelen te worden genomen
die overeenstemmen met de conclusies van het gezamenlijke actieteam van Letland
en de Commissie, dat zich over het onderwerp jeugdwerkloosheid heeft gebogen. (15) Letland dient de
energie-efficiëntie verder te verbeteren, de concurrentie in de belangrijkste
energienetwerken te bevorderen en de koppeling met de energienetwerken van de
EU te verbeteren. Het belastingstelsel biedt niet genoeg aanmoediging voor het
terugdringen van energiekosten en het verleggen van verbruik en investeringen
naar zuinige producten (vervoermiddelen, isolatie van gebouwen, verwarmingssystemen).
De energiemarkten in Letland worden nog steeds gedomineerd door monopolies. Om
historische redenen zijn de gas- en stroommarkt grotendeels gescheiden van de
andere lidstaten van de EU. (16) Inefficiënte praktijken in de
civiele rechtspleging hebben negatieve gevolgen voor het zakelijke en
economische klimaat, aangezien de risico's en kosten bij het zakendoen
toenemen. De rechtbanken van eerste en tweede aanleg hebben een grote
achterstand bij de behandeling van civielrechtelijke en handelszaken, vooral
wat betreft contractuele verplichtingen en faillissementen. De
beroepsprestaties van de rechters dienen te worden geëvalueerd. Het verdient
aanbeveling om het insolventierecht verder te verbeteren. (17) Hoewel het onderwijsniveau
relatief hoog ligt, beschikt een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking niet
over beroepskwalificaties en heeft het slechts in beperkte mate toegang tot
hoger onderwijs. De universiteiten scoren slecht op wereldwijde ranglijsten en
worden gekenmerkt door een laag concurrentievermogen op internationaal niveau
en zwak bestuur. Er is weinig samenwerking tussen universiteiten,
onderzoeksinstellingen en ondernemingen, waardoor er wat betreft innovatie
slecht wordt gepresteerd. Er is geen systematische en doeltreffende strategie
voor onderzoek en innovatie. Nergens anders in de EU geeft het bedrijfsleven zo
weinig uit voor onderzoek en ontwikkeling als in Letland. (18) Letland heeft een aantal
toezeggingen gedaan in het kader van het Euro Plus-pact. Deze toezeggingen, en
de nakoming van de in 2011 gedane toezeggingen, hebben betrekking op het
verbeteren van de werkgelegenheid, het verbeteren van het concurrentievermogen,
het bevorderen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en het versterken
van de financiële stabiliteit. De Commissie heeft onderzocht in hoeverre de
toezeggingen zijn nagekomen die in het kader van het Euro Plus-pact zijn
gedaan. In de aanbevelingen is met de resultaten van dit onderzoek rekening
gehouden. (19) In de context van het Europees
Semester heeft de Commissie een alomvattende analyse van het economische beleid
van Letland verricht. Zij heeft het convergentieprogramma en het nationale
hervormingsprogramma geanalyseerd. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar
de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in
Letland, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en ‑richtsnoeren in acht zijn
genomen, gezien de noodzaak de algemene economische governance van de Europese
Unie te versterken door middel van een EU-inbreng in toekomstige nationale
besluiten. Haar aanbevelingen in het kader van het Europees Semester worden in
de onderstaande aanbevelingen (1) tot en met (7) weergegeven. (20) In het licht van deze
beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma van Letland onderzocht.
Zijn advies daarover[7]
is met name in de onderstaande aanbeveling (1) weergegeven. BEVEELT AAN dat Letland in de periode
2012-2013 actie onderneemt om: 1. De voortgang in de richting
van de tijdige correctie van het buitensporige tekort te waarborgen. Met dat
doel voor ogen de begroting voor het jaar 2012 zoals gepland uit te voeren en
de begrotingsinspanning te verrichten die is beschreven in de aanbeveling van
de Raad in het kader van de buitensporigtekortprocedure. Vervolgens voor het
jaar 2013 en de periode daarna een begrotingsstrategie uit te voeren,
ondersteund door nauwkeurig omschreven structurele maatregelen; voldoende
voortgang te boeken bij het streven naar de middellangetermijndoelstelling voor
de begroting en de uitgavenbenchmark aan te houden. Conjunctuurgerelateerde
meevallers aan de ontvangstenzijde aan te wenden om de overheidsschuld terug te
dringen. 2. Maatregelen te nemen om over
te stappen van het belasten van arbeid naar het belasten van verbruik, eigendom
en het gebruik van natuurlijk en andere hulpbronnen, en tevens het structurele
saldo te verbeteren; ervoor te zorgen dat de wet op de begrotingsdiscipline
wordt aangenomen en een budgettaire kaderwet voor de middellange termijn te
ontwikkelen om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn te
steunen; de bijdragen aan het verplichte op kapitaaldekking berustende
particuliere pensioenstelsel vanaf 2013 wederom te verhogen tot 6% van het
brutoloon. 3. Maatregelen
te nemen om de langdurige en jeugdwerkloosheid terug te dringen door op te
treden tegen schooluitval; de doeltreffendheid van het leerlingstelsel
en het stelsel voor beroepsonderwijs en -opleiding te
verhogen; de kwaliteit, reikwijdte en doeltreffendheid van het actieve
arbeidsmarktbeleid en de opleidingscomponent daarvan
te verbeteren; een effectieve loonsubsidieregeling in te voeren. 4. De hoge cijfers voor armoede en sociale uitsluiting aan te
pakken door de bijstandsregeling te hervormen, teneinde deze efficiënter te
maken en de armen beter te beschermen. De doelgerichtheid van het beleid te
verbeteren en het werken sterker aan te moedigen. 5. De energie-efficiëntie verder
aan te moedigen door middel van stimulansen voor het terugdringen van
energiekosten en het verleggen van verbruik naar zuinige producten, met
inbegrip van vervoermiddelen, gebouwen en verwarmingssystemen. De concurrentie
in de belangrijkste energienetwerken (stroom, aardgas, verwarming) te
bevorderen en de koppeling met de energienetwerken van de EU te verbeteren. 6. Maatregelen te nemen om het
management en de efficiëntie binnen de rechterlijke macht te verbeteren, met
name om de achterstand terug te dringen en de procedures in te korten. Stappen te ondernemen om
het insolventierecht en de wetgeving inzake
bemiddeling te verbeteren. 7. Door
te gaan met hervormingen in het hoger onderwijs, o.a. door een nieuw financieringsmodel toe te passen waarbinnen
kwaliteit wordt beloond, er meer rekening wordt gehouden met de behoeften van
de markt en onderzoeksinstellingen, en fragmentatie van de begrotingsmiddelen
wordt vermeden. Een doeltreffend onderzoeks- en innovatiebeleid uit te
stippelen en uit te voeren om bedrijven aan te zetten tot innovatie, onder meer
via belastingvoordelen, het verbeteren van infrastructuur en het rationaliseren
van onderzoeksinstellingen. Gedaan te Brussel, 30.5.2012 Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. [2] COM(2012) 320 final. [3] P7_TA(2012)0048 en P7_TA(2012)0047. [4] Besluit 2012/238/EU van de Raad van 26 april 2012. [5] COM(2012) 68 final. [6] Conjunctuurgezuiverd saldo, ongerekend eenmalige en
tijdelijke maatregelen, dat door de diensten van de Commissie op basis van de
in het programma voorkomende informatie is herberekend volgens de gezamenlijk
overeengekomen methode. [7] Uit hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG)
nr. 1466/97 van de Raad.