This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011PC0844
Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL establishing a financing instrument for the promotion of democracy and human rights worldwide
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld
/* COM/2011/0844 definitief - 2011/0412 (COD) */
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld /* COM/2011/0844 definitief - 2011/0412 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL De waarden waarop de Europese Unie berust,
zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid,
de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten (artikel 2 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie). Voorts wordt in het Verdrag bepaald dat het
internationaal optreden van de Unie "berust en is gericht op de
wereldwijde verspreiding van de beginselen die aan de oprichting, de
ontwikkeling en de uitbreiding van de Unie ten grondslag liggen: de democratie,
de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en
de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de
beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van
het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht."
(artikel 21). Derhalve is de bevordering van democratie en
mensenrechten een essentieel onderdeel van het extern optreden van de EU. Voor
de bevordering van mensenrechten en democratie in de wereld doet de EU een
beroep op een brede waaier van maatregelen, die variëren van politieke dialoog
en diplomatieke demarches tot financiële en technische samenwerking en
bijstand. De verordening tot vaststelling van een
Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR)[1] vormt een hoeksteen van deze
politieke strategie en is een unieke en zichtbare weergave van de sterke inzet
van de EU voor democratie en mensenrechten. Er zijn talloze concrete resultaten
en successen geboekt met het instrument, waarbij steun is verleend aan het
maatschappelijk middenveld en mensenrechtenorganisaties in de hele wereld en waarmee
verkiezingswaarnemingsopdrachten zijn uitgevoerd. Doordat de inzet van het
instrument flexibel en niet afhankelijk van de toestemming van een regering is,
biedt het EIDHR een essentiële meerwaarde voor de waaier van
beleidsinstrumenten waarover de EU beschikt. De algemene doelstellingen en het
toepassingsgebied van het EIDRH, namelijk bijdragen tot de ontwikkeling en
consolidatie van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de democratie
en de rechtsstaat in de wereld, moeten in de nieuwe verordening behouden
blijven. De verordening is gebaseerd op de nauwe
samenhang tussen democratie en mensenrechten. In
de voorbije jaren heeft de EU-agenda voor ondersteuning van de democratie een
voortdurende ontwikkeling doorgemaakt en is er een alomvattende aanpak tot
stand gekomen. De op 18 november 2009 aangenomen conclusies van de
Raad[2] over ondersteuning van de
democratie vormen het eerste strategische, concrete richtsnoer voor een breder
en coherenter beleid inzake ondersteuning van de democratie in de externe
betrekkingen van de EU. In december 2010 heeft de Commissie een eerste rapport
gepubliceerd over de follow-up van de conclusies en zijn nieuwe conclusies[3] vastgesteld waarbij tien landen
zijn geselecteerd die als testcase zullen fungeren voor de uitvoering van de
actieagenda en waar onmiddellijke maatregelen worden getroffen. Het wordt daarom
noodzakelijk geacht dat het toepassingsgebied voor het toekomstige EIDHR breed
blijft en een ruime waaier aan activiteiten omvat, waaronder
belangenbehartiging, essentiële steunverlening en activiteiten ter plekke, met
inbegrip van verkiezingswaarneming, ondersteuning van alle fundamentele democratische
rechten in combinatie met alle andere mensenrechten en fundamentele vrijheden. Hiermee worden een rationele beleidsvoering, een
alomvattende aanpak, een coherente uitvoering en schaalvoordelen gewaarborgd. Het toepassingsgebied van het EIDHR heeft sinds
2007 betrekking op vijf doelstellingen: ·
meer respect voor mensenrechten en fundamentele
vrijheden in landen waar deze het meeste gevaar lopen; ·
grotere rol voor het maatschappelijk middenveld bij
de bevordering van mensenrechten en democratische hervormingen, bij de
ondersteuning van vrede en verzoening tussen verschillende belangengroepen, en
bij de consolidering van politieke participatie en vertegenwoordiging; ·
ondersteuning van acties op het vlak van
mensenrechten en democratie op werkterreinen die onder de EU-richtsnoeren
vallen, met inbegrip van mensenrechtendialogen, mensenrechtenactivisten,
doodstraf, foltering, kinderen en gewapende conflicten, kinderrechten, geweld
tegen vrouwen en kinderen en bestrijding van alle vormen van discriminatie tegen
vrouwen en kinderen, internationaal humanitair recht en mogelijke toekomstige
richtsnoeren; ·
steun voor en versterking van het internationale en
regionale raamwerk voor de bevordering en de bescherming van mensenrechten, de
rechtspraak en de rechtsstaat en de bevordering van de democratie; ·
opbouw en versterking van het vertrouwen in
democratische verkiezingen, in het bijzonder door middel van
verkiezingswaarneming. Bij de
responsstrategie[4]
in het kader van het EIDHR wordt hoofdzakelijk gewerkt met en via organisaties
uit het maatschappelijk middenveld. De strategie is gericht op het verdedigen
van de fundamentele vrijheden, die de basis van elk democratisch proces vormen,
en heeft tot doel het maatschappelijk middenveld te helpen een reële kracht
voor politieke hervormingen en verdediging van de mensenrechten te worden De specifieke kenmerken van de responsstrategie
blijven volledig behouden in de nieuwe verordening. Daarmee
vult het EIDHR de nieuwe generatie geografische programma's aan, waarin de
doelstellingen met betrekking tot democratie en mensenrechten in toenemende
mate zijn geïntegreerd, hoewel die programma's zich in eerste instantie
toespitsen op institutionele opbouw in de openbare sector. Voorts draagt de
nieuwe EIDHR-verordening bij tot de versterking van het beleidsinstrumentarium
van de EU voor de doeltreffende aanpak van situaties in moeilijke landen of
noodsituaties waarbij mensenrechten en fundamentele vrijheden het meest in het
gedrang komen. Uit recente ontwikkelingen in
de Europese nabuurschap, in het bijzonder de Arabische lente, is gebleken dat
er in deze landen een sterke roep is om meer vrijheden, mensenrechten en
democratische hervormingen, die door de EU ondersteund moet worden. In
dergelijke gevallen wordt het voor de Europese Unie mogelijk om ad hoc
rechtstreeks middelen ter beschikking te stellen door middel van rechtstreekse
subsidies of kleine subsidies. Dit zal het
geval zijn wanneer de procedurevoorschriften negatieve gevolgen zouden kunnen
hebben voor de doeltreffendheid van de acties of de begunstigden zouden kunnen
blootstellen aan ernstige vormen van intimidatie, vergelding of andere
risico's. Ad-hocacties worden in beginsel
opgenomen in de strategiedocumenten en jaarlijkse actieprogramma's. In uitzonderlijke omstandigheden zouden
ad-hocacties evenwel kunnen worden goedgekeurd in het kader van speciale
maatregelen buiten de programmeercyclus. Vanuit een breder perspectief valt de voorgestelde EIDHR-verordening
binnen het kader van alle voorgestelde financiële instrumenten voor het
meerjarig financieel kader 2014-2020 zoals beschreven in de mededeling
"Een begroting voor Europa 2020". In
combinatie met de instrumenten die vallen onder rubriek 4 ("Europa als
wereldspeler") en het Europees Ontwikkelingsfonds moet het extern optreden
van de EU met het nieuwe EIDHR coherenter en doeltreffender worden. Zoals in het Besluit van de Raad tot
vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern
optreden (EDEO)[5]
is bepaald, zorgt de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter voor de algemene
politieke coördinatie van het extern optreden van de Unie, onder meer door de
inzet van het EIDHR. De EDEO draagt met name bij aan de programmerings- en
beheerscyclus van het EIDHR, zoals bepaald in artikel 9, lid 3, van
het bovenvermelde besluit van de Raad. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN
BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING De Europese
Commissie heeft in de periode tussen 26 november 2010 en 31 januari 2011 een
openbare raadpleging gehouden over de toekomstige middelen voor het externe
optreden van de EU. Dit proces was gebaseerd op een online vragenlijst in
combinatie met een achtergrondnota "What funding for EU external action
after 2013?", die door de betrokken diensten van de Commissie en de EDEO
is opgesteld. In het kader van de openbare raadpleging werden 220 bijdragen
ontvangen die het brede en gevarieerde spectrum van structuren, visies en
tradities in de wereld van het externe optreden weerspiegelen. De meeste respondenten (ongeveer 70%)
bevestigden dat de steun van de EU een aanzienlijke toegevoegde waarde
vertegenwoordigt op de belangrijkste beleidsterreinen waarvoor de EU
financiering verstrekt in het kader van de instrumenten voor het externe
optreden[6].
Veel respondenten waren van mening dat de toegevoegde waarde van de EU het
belangrijkste criterium voor de toekomst zou moeten zijn. De EU is wereldwijd
aanwezig, beschikt over brede deskundigheid, heeft een supranationaal karakter,
faciliteert de coördinatie en kan schaalvoordelen bewerkstelligen; vele respondenten
waren van oordeel dat de EU deze comparatieve voordelen optimaal moet inzetten. Bijna alle
respondenten (92%) waren voorstander van een meer gedifferentieerde aanpak die
wordt aangepast aan de specifieke situatie van het begunstigde land en waarbij
zorgvuldige criteria en een efficiënte gegevensverzameling worden ingezet om de
impact van de financiële instrumenten van de EU te vergroten. Meer dan twee
derde van de respondenten zijn van mening dat bij het extern optreden van de EU
voldoende rekening wordt gehouden met de EU-belangen en dat dit optreden in
grotere mate moet gebaseerd zijn op waarden en beginselen van de EU en op de
ontwikkelingsdoelstellingen van de partnerlanden. Daarentegen is een minderheid
van mening dat het externe optreden van de EU meer rekening moet houden met de
EU-belangen in de mondiale economie, in het bijzonder ten aanzien van opkomende
economieën. De meningen zijn
verdeeld over een herziening en eventuele vermindering van de thematische
EU-programma's, om met een dergelijke vereenvoudiging het evenwicht tussen de
geografische en thematische instrumenten te bewaren. Vele respondenten vrezen
dat dit zou kunnen resulteren in een daling van het totale bedrag dat
beschikbaar is voor thematische actie en zijn eerder voorstander van een
vereenvoudiging van de regels voor toegang tot en besteding van middelen voor
thematische acties. Verscheidene thematische vraagstukken zoals de versterking
van het EIDHR, klimaatfinanciering of de huidige thematische DCI-programma's
worden als belangrijk vermeld. De meeste respondenten waren voorstander van meer
geografische flexibiliteit voor de EU-instrumenten om interregionale problemen
te kunnen oplossen. Een meerderheid
onder de respondenten stemt ermee in dat gezamenlijke programmering en cofinanciering
met lidstaten de impact en samenhang van het extern optreden van de EU kan
verhogen, de steunverlening kan vereenvoudigen en de totale transactiekosten
kan verminderen. Wat gelijke
zienswijze en conditionaliteit betreft, is er bij de respondenten brede
steun voor het verkennen van de mogelijkheden om aan het begunstigde land
voorwaarden te stellen met betrekking tot naleving van de mensenrechten,
eerbiediging van minderheden, goed bestuur en diversiteit van culturele
uitingen (78%), of de kwaliteit van het beleid en het vermogen en de bereidheid
om gedegen beleid te voeren (63%). Een meerderheid van de respondenten staat
kritisch ten opzichte van externe samenwerking die op het eigenbelang van de EU
is gebaseerd. Wat betreft het extern optreden van EU op het
vlak van mensenrechten en democratie hebben alle respondenten erop
gewezen dat deze doelstellingen op mondiaal vlak verder bevorderd en
ondersteund moeten worden door ze te integreren in alle beleidslijnen en acties
van de EU en door hiervoor een specifiek, afzonderlijk maar aanvullend
financieel instrument te behouden. Het EIDHR wordt zeer gewaardeerd en alle
belanghebbenden verzochten de EU de mogelijkheden van het instrument te
versterken, de meerwaarde ervan te behouden en de uitvoeringssnelheid te
verbeteren, met name voor de moeilijkste en meest urgente zaken. Effectbeoordeling De Commissie heeft een effectbeoordeling
uitgevoerd waarbij drie belangrijke beleidsalternatieven (met enkele
sub-opties) in overweging zijn genomen: 1) geen afzonderlijke EIDHR-verordening en
integratie van mensenrechten en democratie in andere instrumenten; 2) de bestaande verordening blijft ongewijzigd,
met slechts een verhoogde toewijzing van financiële middelen met het oog op de
extra activiteiten in het huidige kader; 3) ontwerp van een betere verordening, met
behoud van de essentiële kenmerken van de bestaande verordening. De eerste optie is niet gekozen, aangezien
duidelijk bleek dat de afschaffing van een zelfstandig instrument voor
mensenrechten en democratie een negatief politiek signaal zou zijn en zou
resulteren in de afschaffing van specifieke, waardevolle werkingsbeginselen
zoals steunverlening ongeacht de toestemming van het gastland of aandacht voor
actoren uit het maatschappelijk middenveld. Dit zou op zijn beurt leiden tot
een minder efficiënte uitvoering en een sterk verminderde zichtbaarheid en
reputatieschade voor de EU. De tweede optie werd ook afgewezen, aangezien het
in dat geval niet mogelijk zou zijn de kans te grijpen om nieuwe uitdagingen op
passende wijze aan te pakken, op basis van de opgedane ervaring bij te sturen
en in te spelen op nieuwe uitdagingen. Er werd gekozen voor de derde optie, omdat
hiermee de politieke en operationele voordelen van de instrumenten behouden blijven
en de verordening tegelijkertijd op een aantal punten aangepast kan worden. Het
ontwerp van de verordening zou moeten voorzien in meer handelingsbevoegdheid. Het nieuwe EIDHR zou een procesgestuurd instrument moeten
zijn dat zich toegespitst op vier punten: ·
thematische campagnes, een combinatie van
belangenbehartiging en acties ter plekke voor belangrijke zaken (bv. steun voor
de democratie) en het aan de orde stellen van ernstige mensenrechtenschendingen
(bv. foltering, doodstraf, discriminatie, enz.) alsook het verlenen van
essentiële steun aan belangrijke actoren en hieraan gerelateerde
burgereducatie; ·
gerichte steun aan de ontwikkeling van goed
functionerende maatschappelijke organisaties die zelfredzaam moeten worden in
hun streven naar en verdediging van democratie en mensenrechten en aan hun
specifieke rol als drijvende kracht voor positieve veranderingen; ·
versterkte capaciteit voor de EU om snel te kunnen
reageren op urgente mensenrechtenvraagstukken en oprichting van een
overkoepelend EU-mechanisme ter verdediging van de mensenrechten; ·
stevigere en beter geïntegreerde benadering van de
democratische cycli door middel van verkiezingswaarneming en andere vormen van
steunverlening aan democratische en electorale processen. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL Het voorstel voor het instrument is gebaseerd
op artikel 209 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat
de rechtsgrondslag verschaft voor ontwikkelingssamenwerking binnen het kader
van de beginselen en doelstellingen van het extern optreden van de Europese
Unie. Daarnaast wordt het belang voor de Europese Unie om democratie en
mensenrechten in het kader van het extern optreden te ondersteunen ook
geschraagd door de artikelen 2 en 21 van het Verdrag betreffende de Europese
Unie. Aangezien de doelstellingen van de
voorgestelde verordening onvoldoende door de lidstaten kunnen worden
verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang en reikwijdte van de maatregelen
beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie
optreden, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde
subsidiariteitsbeginsel. De EU verkeert in een unieke positie om namens en in
samenwerking met de lidstaten een deel van de externe hulp te verlenen,
waardoor de EU meer geloofwaardigheid krijgt in de landen waar zij actief is. Veel
lidstaten kunnen of willen geen instrumenten voor het extern beleid op mondiaal
niveau ontwikkelen. Bijgevolg is optreden op EU-niveau de enige mogelijkheid om
de waarden van de EU wereldwijd te bevorderen en te zorgen voor wereldwijde
EU-aanwezigheid. Met de voorgestelde verordening wordt ook de
coördinatiecapaciteit versterkt en de gezamenlijke programmering met de
lidstaten bevorderd, waardoor wordt gezorgd voor een efficiënte taakverdeling
en doeltreffende steunverlening. De steun van de Unie wordt gericht op
terreinen waar met de steun het meeste resultaat kan worden geboekt, waarbij de
nadruk ligt op de wereldwijde bevordering van de democratie, goed bestuur,
mensenrechten en de rechtsstaat, de gestage en betrouwbare inzet van de EU voor
ontwikkelingssteun en haar coördinerende rol ten opzichte van de lidstaten.
Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag
gaat de voorgestelde verordening niet verder dan wat nodig is om die
doelstellingen te verwezenlijken. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorgestelde instrument maakt deel uit van
de maatregelen die ten uitvoer moeten worden gelegd in het kader van rubriek 4
"Europa als wereldspeler" van het meerjarig financieel kader van de
Europese Unie. De financiële middelen voor de uitvoering van deze verordening
voor de periode 2014-2020 bedragen 1 578 000 000 euro (lopende
prijzen). Het gemiddelde jaarbedrag waarover het EIDHR beschikt, komt neer op
ongeveer 225 000 000 euro. 2011/0412 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD tot vaststelling van een
financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in
de wereld HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name de artikelen 209 en 212, Gezien het voorstel van de Commissie, Na toezending van het ontwerp van de
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[7], Gezien het advies van het Comité van de
Regio′s[8], Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1)
Deze verordening is een van de instrumenten voor de
rechtstreekse ondersteuning van het buitenlands beleid van de Europese Unie.
Zij komt in de plaats van Verordening (EG) nr. 1889/2006 van het
Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot instelling van een
financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in
de wereld[9]. (2)
Bij deze verordening wordt een
financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in
de wereld vastgesteld, waarmee het mogelijk wordt steun te verlenen ongeacht de
toestemming van regeringen van derde landen of andere politieke autoriteiten. (3)
Artikel 2 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie bepaalt dat eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid,
democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten,
waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de waarden zijn
waarop de Unie berust. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een
samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie,
verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en
mannen. (4)
In artikel 21 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie wordt bepaald dat het extern optreden van de Europese Unie berust
en gericht is op dezelfde beginselen die aan de oprichting van de Europese Unie
ten grondslag liggen: de democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de
ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de
eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en
solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde
Naties en het internationaal recht. (5)
Dit financieringsinstrument draagt bij tot de
verwezenlijking van de doelstellingen van het extern optreden van de Unie, met
inbegrip van die van het Europese ontwikkelingsbeleid. (6)
De bijdrage van de Unie tot de democratie en de
rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele
vrijheden is verankerd in de als universeel aanvaarde algemene beginselen van
het Internationaal Statuut van de Mensenrechten en alle daarmee samenhangende
instrumenten van de Verenigde Naties en de overeenkomstige regionale instrumenten
voor de verdediging van de rechten van de mens. (7)
Gelijkheid van man en vrouw en vrouwenrechten behoren
tot de fundamentele mensenrechten en sociale rechtvaardigheid en de bevordering
daarvan is een belangrijk onderdeel van deze verordening. (8)
Democratie en mensenrechten hangen nauw samen,
zoals is uiteengezet in de conclusies van de Raad van 18 november 2009 over de
ondersteuning van de democratie in de externe betrekkingen van de EU. De
fundamentele vrijheden van meningsuiting en vereniging zijn de noodzakelijke
voorwaarden voor politiek pluralisme en het democratisch proces. Daarnaast zijn
democratische controle en scheiding der machten essentieel voor de
instandhouding van een onafhankelijke rechterlijke macht en de rechtsstaat, die
op hun beurt noodzakelijk zijn voor een doeltreffende bescherming van de
mensenrechten. (9)
Het opbouwen en instandhouden van mensenrechten en
ervoor zorgen dat de democratie goed functioneert ten dienste van de burgers,
is vooral in opkomende democratieën een moeilijke, maar absoluut noodzakelijke
taak en vormt een voortdurende uitdaging voor in de eerste plaats de bevolking
van het betrokken land, wat niet betekent dat de internationale gemeenschap zich
niet hiervoor moet inzetten. Hiervoor moet ook een beroep kunnen worden gedaan
op allerlei instellingen, in het bijzonder nationale democratische parlementen,
die moeten zorgen voor participatie, vertegenwoordiging, reactiebereidheid en
verantwoordingsplicht. (10)
Om bovenstaande kwesties tijdig en op effectieve,
doorzichtige en flexibele wijze te kunnen aanpakken na het verstrijken van
Verordening (EG) nr. 1889/2006 zijn specifieke financiële middelen en een
specifiek, op zichzelf staand financieringsinstrument noodzakelijk. (11)
De EU-steun uit hoofde van deze verordening dient
ter aanvulling op de verschillende andere instrumenten voor de uitvoering van
het EU-beleid inzake democratie en mensenrechten, die variëren van politieke
dialoog en diplomatieke demarches tot diverse instrumenten voor financiële en technische
samenwerking, die zowel geografische als thematische programma’s omvatten. Ook
zal het instrument een aanvulling vormen op de meer crisisgerelateerde
interventies in het kader van het stabiliteitsinstrument. (12)
In het kader van deze verordening zal de Unie steun
verstrekken voor mondiale, regionale, nationale en plaatselijke mensenrechten-
en democratiseringsvraagstukken, in samenwerking met het maatschappelijk
middenveld, in de zin van alle vormen van sociale werkzaamheid van
afzonderlijke personen of groepen die los van de staat staan en zich voor de
verdediging van de rechten van de mens en de democratie inzetten. (13)
Doelstellingen met betrekking tot democratie en
mensenrechten moeten in toenemende mate geïntegreerd worden in alle
financieringsinstrumenten voor buitenlandse hulp, maar de EU-steun uit hoofde
van deze verordening zal een specifieke aanvullende en bijkomende rol spelen
vanwege het mondiale karakter en het feit dat de steun niet afhankelijk is van
de toestemming van de regering of andere overheidsorganen van derde landen. Dit
maakt samenwerking met het maatschappelijk middenveld mogelijk op het gebied
van gevoelige thema’s met betrekking tot mensenrechten en democratie en biedt
voldoende flexibiliteit om in te spelen op veranderende omstandigheden. Met het
instrument moet ook capaciteit op EU-niveau tot stand worden gebracht om
specifieke internationale doelstellingen en maatregelen te formuleren en te
ondersteunen die geen betrekking hebben op een bepaald geografisch gebied en
geen verband houden met een crisis en waarvoor een internationale aanpak
vereist is of waarbij sprake is van operaties zowel binnen de EU als in een
aantal derde landen. Voorts biedt het een noodzakelijk kader voor maatregelen
zoals steun voor onafhankelijke verkiezingswaarnemingsmissies van de EU
waarvoor samenhang van het beleid, een uniform beheerssysteem en gemeenschappelijke
uitvoeringsnormen vereist zijn. (14)
De Unie zal bijzondere aandacht besteden aan landen
en noodsituaties waar de mensenrechten en fundamentele vrijheden het meest
worden bedreigd en waar de schending van deze rechten en vrijheden het meest
flagrant en systematisch is. In dergelijke situaties zijn de politieke
prioriteiten het bevorderen van de naleving van de internationale wetgeving,
het verlenen van tastbare steun en actiemiddelen aan het lokale
maatschappelijke middenveld en het leveren van een bijdrage aan de
werkzaamheden van deze maatschappelijke organisaties, die in zeer moeilijke
omstandigheden moeten opereren. In conflictsituaties zal de Unie alle
strijdende partijen oproepen om hun wettelijke verplichtingen in het kader van het
internationaal humanitair recht na te leven, overeenkomstig de desbetreffende
richtsnoeren van de Unie. (15)
In deze moeilijkste landen of situaties en om te
kunnen reageren op de dringende behoeften aan bescherming van
mensenrechtenactivisten, moet de Unie door middel van ad-hocsubidies flexibel
en tijdig kunnen optreden. Dit zal met name
het geval zijn wanneer de keuze van de procedure rechtstreekse gevolgen zou
kunnen hebben voor de doeltreffendheid van de maatregelen of begunstigden zou
kunnen blootstellen aan ernstige vormen van intimidatie, vergelding of andere
soorten risico's. (16)
Verkiezingswaarnemingsmissies van de Europese Unie
dragen aanzienlijk en met succes bij tot democratische processen in derde
landen. Bevordering van democratie omvat echter veel meer dan alleen het
verkiezingsproces. De uitgaven voor verkiezingswaarnemingsmissies mogen
derhalve geen onevenredig deel van de in het kader van deze verordening beschikbare
middelen in beslag nemen. (17)
De uitvoeringsbevoegdheden inzake de programmering
en financiering van de uit hoofde van deze verordening ondersteunde acties
moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011
van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot
vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing
zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de
uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. Gezien de aard van deze
uitvoeringshandelingen, met name het beleidssturende karakter en de financiële
gevolgen, moet in beginsel de onderzoeksprocedure worden gevolgd voor de
goedkeuring ervan, met uitzondering van technische uitvoeringsmaatregelen van
beperkte financiële omvang. (18)
De gemeenschappelijke regels en procedures voor de
tenuitvoerlegging van de instrumenten voor het externe optreden van de EU zijn
vastgelegd in Verordening (EU) nr. .../... van het Europees Parlement en de
Raad van ...[10],
hierna "de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening" genoemd. (19)
De organisatie en werking van de Europese dienst
voor extern optreden wordt beschreven in Besluit 2010/427/EU van de Raad, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1
Onderwerp en doelstellingen Bij deze verordening wordt een Europees
instrument voor democratie en mensenrechten vastgesteld, op grond waarvan de
Unie steun zal verlenen aan de ontwikkeling en consolidering van de democratie
en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele
vrijheden. Dergelijke steun zal met name gericht zijn op: (a)
de versterking van de eerbiediging en naleving van
de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, zoals vastgelegd in de
Universele verklaring van de rechten van de mens en andere internationale en
regionale mensenrechteninstrumenten, alsook de versterking van de bescherming,
de bevordering en de bewaking van de mensenrechten, vooral door steun aan
organisaties van het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenactivisten en
slachtoffers van onderdrukking of mishandeling; (b)
de bevordering en consolidatie van democratische
hervormingen in derde landen door de versterking van de participerende en
vertegenwoordigende democratie, de algemene democratische cyclus en de betrouwbaarheid
van verkiezingsprocessen, met name door verkiezingswaarnemingsmissies. Artikel 2
Toepassingsgebied 1. De bijstand van de Unie zal
betrekking hebben op de volgende terreinen: (a)
bevordering en versterking van de participerende en
vertegenwoordigende democratie, met inbegrip van de parlementaire democratie en
democratiseringsprocessen, voornamelijk via de organisaties van het
maatschappelijk middenveld, o.a. bij: i) de bevordering van de vrijheid van vereniging
en vergadering, onbelemmerd verkeer van personen, vrijheid van mening en van
meningsuiting, met inbegrip van artistieke en culturele uitingen, persvrijheid
en onafhankelijke, pluralistische media, zowel traditioneel als digitaal, vrij
gebruik van het internet en maatregelen ter bestrijding van administratieve
belemmeringen voor het uitoefenen van deze vrijheden, onder meer ter
bestrijding van censuur; ii) de versterking van de rechtsstaat, de
bevordering van de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat, het
aanmoedigen en evalueren van justitiële en institutionele hervormingen, en bevordering
van toegang tot de rechter; iii) de bevordering en versterking van het
Internationale Strafhof, internationale gelegenheidstribunalen en de processen
van overgangsjustitie en waarheids- en verzoeningsmechanismen; iv) de ondersteuning van hervormingen om
effectieve en transparante democratische verantwoordingsplicht en effectief en
transparant democratisch toezicht te bewerkstelligen, waaronder toezicht op de
sectoren veiligheid en justitie, en het aanmoedigen van maatregelen tegen
corruptie; v) de bevordering van politiek pluralisme en
democratische politieke vertegenwoordiging, en stimulering van politieke
participatie van de burgers, met name van gemarginaliseerde groepen, in
democratische hervormingsprocessen op lokaal, regionaal en nationaal niveau; vi) het stimuleren van gelijke participatie van
mannen en vrouwen in de maatschappij, de economie en de politiek, en
ondersteuning van gelijke kansen, participatie en politieke vertegenwoordiging
van vrouwen; vii) steun voor maatregelen om vreedzame
verzoening van groepsbelangen te vergemakkelijken, waaronder steun voor
vertrouwenwekkende maatregelen met betrekking tot mensenrechten en
democratisering; (b)
bevordering en bescherming van mensenrechten en
fundamentele vrijheden zoals vastgelegd in de Universele verklaring van de rechten
van de mens en andere internationale en regionale instrumenten met betrekking
tot burgerrechten en politieke, economische, sociale en culturele rechten,
voornamelijk via organisaties van het maatschappelijk middenveld, o.a. op de
volgende terreinen: i) de afschaffing van de doodstraf, het voorkomen
van marteling, mishandeling en andere wrede, onmenselijke en vernederende
behandeling of bestraffing, en de rehabilitatie van de slachtoffers van
marteling; ii) de ondersteuning en bescherming van en
hulpverlening aan mensenrechtenactivisten, in de zin van artikel 1 van de
VN-Verklaring inzake het recht en de verantwoordelijkheid van individuele
personen, groepen en organen van de samenleving om algemeen erkende
mensenrechten en fundamentele vrijheden te bevorderen en te beschermen; iii) de strijd tegen racisme, vreemdelingenhaat en
discriminatie op welke grond dan ook, zoals geslacht, ras, kleur, etnische of
sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke
of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen,
geboorte, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid; iv) de bevordering van de vrijheid van gedachte,
geweten en godsdienst of overtuiging, inclusief maatregelen ter bestrijding van
alle vormen van haat, onverdraagzaamheid en discriminatie op basis van
godsdienst of overtuiging en het aanmoedigen van tolerantie en respect voor
religieuze en culturele diversiteit; v) de rechten van inheemse volkeren en de rechten
van personen die tot minderheden en etnische groepen behoren; vi) vrouwenrechten zoals neergelegd in het Verdrag
inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen en de
facultatieve protocollen daarbij, waaronder maatregelen ter bestrijding van
genitale verminking, gedwongen huwelijken, eerwraak, vrouwenhandel en alle
andere vormen van geweld tegen vrouwen; vii) de rechten van het kind, zoals neergelegd in
het Verdrag inzake de rechten van het kind en de facultatieve protocollen
daarbij, waaronder de strijd tegen kinderarbeid, kinderhandel en
kinderprostitutie, en tegen de rekrutering en inzet van kindsoldaten; viii) de rechten van personen met een handicap; ix) economische, sociale en culturele rechten en
de bevordering van fundamentele arbeidsnormen en van de maatschappelijke
verantwoordelijkheid van ondernemingen; x) onderwijs, opleiding en toezicht op het gebied
van mensenrechten en democratie, en met betrekking tot punt vii); xi) ondersteuning voor lokale, regionale,
nationale of internationale maatschappelijk organisaties die zich inzetten voor
de bescherming, versterking en verdediging van de mensenrechten en voor
maatregelen met betrekking tot vii); (c)
versterking van het internationaal kader voor de
bescherming van de mensenrechten, justitie, de rechtsstaat en de democratie en
voor de bevordering van het internationaal humanitair recht, met name door
middel van: i) steun voor internationale en regionale
instrumenten op het gebied van mensenrechten, justitie, de rechtsstaat en
democratie; ii) bevordering van de samenwerking van het
maatschappelijk middenveld met internationale en regionale intergouvernementele
organisaties en steun voor de werkzaamheden van het maatschappelijk middenveld
voor het bevorderen en controleren van de tenuitvoerlegging van internationale
en regionale instrumenten op het gebied van mensenrechten, justitie, de
rechtsstaat en democratie; iii) opleiding over en verspreiding van
internationaal humanitair recht en ondersteuning voor de handhaving; (d)
opbouw van vertrouwen in en versterking van de
betrouwbaarheid en de transparantie van democratische verkiezingsprocessen,
waarbij wordt bijgedragen tot het efficiënte en samenhangende verloop van de
volledige verkiezingscyclus, met name door i) de inzet van verkiezingswaarnemingsmissies van
de Europese Unie; ii) andere maatregelen met betrekking tot monitoring
van verkiezingsprocessen; iii) bij te dragen aan de ontwikkeling van
verkiezingswaarnemingscapaciteit van organisaties uit het maatschappelijk
middenveld op regionaal en lokaal niveau en ondersteuning van hun initiatieven
om de participatie in en de follow-up van het verkiezingsproces te vergroten; iv) maatregelen te ondersteunen voor de
consequente inpassing van verkiezingsprocessen in de democratische cyclus en de
tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissies van
de Europese Unie. 2. Bij alle in deze verordening
genoemde steunmaatregelen wordt, wanneer dat zinvol is, gestreefd naar
bevordering en bescherming van gelijke kansen voor mannen en vrouwen, de rechten
van kinderen, personen met een handicap en inheemse bevolkingsgroepen, en naar de
naleving van beginselen als emancipatie, participatie, non-discriminatie van
kwetsbare groepen en verantwoordingsplicht. 3. De steunmaatregelen worden
uitgevoerd op het grondgebied van derde landen of moeten rechtstreeks verband
houden met situaties in derde landen of met mondiale of regionale acties. 4. Bij de steunmaatregelen wordt
rekening gehouden met de specifieke kenmerken van de crisis- of noodsituatie en
van landen of situaties waarin de fundamentele vrijheden ernstig in het gedrang
komen, de veiligheid van de mensen het meest gevaar loopt of
mensenrechtenorganisaties en mensenrechtenactivisten in de moeilijkste
omstandigheden moeten werken. Artikel 3
Algemeen kader voor de programmering en de tenuitvoerlegging De bijstand van de Unie uit hoofde van deze
verordening wordt ten uitvoer gelegd door middel van de volgende maatregelen en
overeenkomstig de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening: (a)
strategiedocumenten en herzieningen daarvan wanneer
nodig; (b)
jaarlijkse actieprogramma's, individuele
maatregelen en ondersteunende maatregelen; (c)
bijzondere maatregelen. Artikel 4
Strategiedocumenten 1. In strategiedocumenten wordt
de strategie voor de steun van de Europese Unie uit hoofde van deze verordening
beschreven, die wordt gebaseerd op de prioriteiten van de Unie, de
internationale situatie en de activiteiten van de belangrijkste partners. De
strategiedocumenten moeten aansluiten bij de algemene doelstellingen, werkingssfeer
en beginselen van de onderhavige verordening. 2. In de strategiedocumenten
worden de gebieden vermeld die tijdens de geldigheidsduur van deze verordening
prioritair in aanmerking komen voor financiering door de Unie, de specifieke
doelstellingen, de verwachte resultaten en de prestatie-indicatoren. Ook wordt
een indicatieve financiële toewijzing vermeld, zowel in totaal als per
prioriteitsgebied; indien nodig kan hierbij een marge worden vermeld. 3. Strategiedocumenten worden
goedgekeurd overeenkomstig de procedure van artikel 15, lid 3, van de
gemeenschappelijke uitvoeringsverordening. Wanneer significante wijzigingen in
de omstandigheden of het beleid dit vereisen, worden de strategiedocumenten
overeenkomstig dezelfde procedure bijgewerkt. Artikel 5
Comité De Commissie wordt bijgestaan door een Comité
voor democratie en mensenrechten, hierna "het comité" genoemd. Dat
comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. Artikel 6
Financieel referentiebedrag Het financieel referentiebedrag voor de
uitvoering van deze verordening tijdens de periode 2014-2020 bedraagt 1 578 000 000
miljoen euro (lopende prijzen). De jaarlijkse kredieten worden door de
begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van het financieel kader 2014-2020. Artikel 7
Europese dienst voor extern optreden Deze verordening wordt toegepast in
overeenstemming met Besluit 2010/427/EU van de Raad tot vaststelling van de
organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden. Artikel 8
Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de derde
dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari
2014. Deze
verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk
in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De
voorzitter De voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR
VOORSTELLEN 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief 1.2. Betrokken
beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 1.3. Aard
van het voorstel/initiatief 1.4. Doelstelling(en) 1.5. Motivering
van het voorstel/initiatief 1.6. Duur
en financiële gevolgen 1.7. Voorgenomen
beheersvorm(en) 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels
inzake de monitoring en de verslaglegging 2.2. Beheer-
en controlesysteem 2.3. Maatregelen
ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en)
van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderd(e)el(en) voor
uitgaven 3.2. Geraamde
gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de
uitgaven 3.2.2. Geraamde
gevolgen voor de beleidskredieten 3.2.3. Geraamde
gevolgen voor de administratieve kredieten 3.2.4. Verenigbaarheid
met het huidige meerjarig financieel kader 3.2.5. Bijdrage
van derden aan de financiering 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten FINANCIEEL
MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN 1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en
de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de bevordering
van democratie en mensenrechten in de wereld 1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[11] Titel
19: Externe betrekkingen Activiteit
19 04: Europees Initiatief voor democratie en mensenrechten (EIDHR) De
titel van dit begrotingshoofdstuk stemt overeen met de huidige structuur van de
financiële instrumenten 2007-2013. Er wordt voorgesteld dezelfde activiteit en
titel 19 04 te behouden. 1.3. Aard van het voorstel/initiatief ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie. ¨ Het voorstel/initiatief
betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[12]. x Het voorstel/initiatief
betreft de verlenging van een bestaande actie. ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe
actie. 1.4. Doelstellingen 1.4.1. De met het voorstel/initiatief beoogde strategische
meerjarendoelstelling(en) van de Commissie Dit
financieringsinstrument heeft tot doel de volgende strategische doelstellingen
te ondersteunen, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie "Een
begroting voor Europa 2020 – Deel II" van 29 juni 2011 (COM/2011/500 –
Begroting voor Europa 2020 – deel II; Beleidsfiche "Externe actie"
blz. 43): Deze
verordening heeft twee doelstellingen: 1.
totstandbrenging van meer respect voor en betere naleving van de mensenrechten
en de fundamentele vrijheden, zoals vastgelegd in de Universele verklaring van
de rechten van de mens en andere internationale en regionale
mensenrechteninstrumenten, alsook de versterking van de bescherming, de
bevordering en de bewaking van de mensenrechten, vooral door steun aan de
organisaties van het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenactivisten en
slachtoffers van onderdrukking of mishandeling; 2.
bevordering en consolidatie van democratische hervormingen in derde landen door
de versterking van de participerende en vertegenwoordigende democratie en de
versterking van de algemene democratische cyclus en de betrouwbaarheid van
verkiezingsprocessen, met name door verkiezingswaarnemingsmissies. 1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en
betrokken ABM/ABB-activiteit(en) Beide bovenvermelde doelstellingen zullen in de praktijk door middel
van verscheidene specifieke doelstellingen worden uitgevoerd. Specifieke doelstelling nr. 1 Thematische campagnes voeren, waarbij gezorgd
wordt voor een combinatie van belangenbehartiging en acties ter plekke voor
belangrijke zaken (bv. de internationale rechtsorde) en het aan de orde stellen
van ernstige mensenrechtenschendingen (bv. foltering, doodstraf, discriminatie,
enz.) alsook het verlenen van essentiële steun aan belangrijke actoren en
hieraan gerelateerde burgereducatie. Specifieke doelstelling nr. 2 Gerichte
steun verlenen aan de ontwikkeling van goed functionerende maatschappelijke
organisaties die zelfredzaam moeten worden in hun streven naar en
verdediging van democratie en mensenrechten en aan hun specifieke rol als
drijvende kracht voor positieve veranderingen. Specifieke doelstelling nr. 3 De
capaciteit van de EU vergroten om in de moeilijkste omstandigheden te kunnen
optreden en snel te kunnen reageren op urgente mensenrechtenvraagstukken
en steun te kunnen verlenen aan mensenrechtenactivisten die bescherming
behoeven. Specifieke doelstelling nr. 4 Zorgen
voor een stevigere en beter geïntegreerde benadering van de democratische
cycli door middel van waarnemingsopdrachten bij verkiezingen en andere
vormen van steunverlening aan democratische en electorale processen. 1.4.3. Verwachte resulta(a)t(en) en
gevolg(en) Vermeld de gevolgen
die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen. Steun
voor concrete resultaten bij de bevordering en ondersteuning van de democratie
en mensenrechten in de wereld. Tijdige
opstart van projecten, met inbegrip van het snellereactiemechanisme voor
urgente gevallen van mensenrechtenschendingen en bedreigingen van
mensenrechtenactivisten. Tijdige follow-up,
addendum, betaling en afsluiting. 1.4.4. Resultaat- en
effectindicatoren Vermeld de indicatoren
aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is
uitgevoerd. De uitvoering van beide bovenvermelde doelstellingen en de vier
specifieke doelstellingen zal onder andere worden beoordeeld op basis van de
volgende resultaat- en impactindicatoren: - aantal
gevoerde campagnes, met inbegrip van het aantal gevallen van
belangenbehartiging, en in het bijzonder het aantal positieve wijzigingen dat tot
stand is gebracht in de wet- en regelgeving van derde landen met betrekking tot
mensenrechtenclausules; - aantal
ratificaties van internationale overeenkomsten, en in het bijzonder hoeveel
overeenkomsten in hoeveel landen in werking konden treden als gevolg van de EU-steun; - aantal
specifieke acties ter plekke, en in het bijzonder het aantal verzwakte
maatschappelijke organisaties en/of achtergestelde groepen die steun hebben
ontvangen en er anders alleen hadden voorgestaan; - aantal
burgers, deskundigen en studenten die voorlichting en opleiding inzake
mensenrechten en democratie hebben gekregen; - aantal
belangrijke actoren dat wordt gesteund, in het bijzonder acties, rapporten,
jurisprudentie en/of verklaringen van internationale organisaties die
rechtstreeks verband houden met de steun van de EU; - aantal
projecten van maatschappelijke organisaties dat op mondiaal en lokaal niveau
wordt uitgevoerd, en de effecten ervan op het vlak van bevordering, bescherming
en bewaking van mensenrechten; - aantal
zaken van voorvechters van mensenrechten, in het bijzonder het aantal personen
die met politieke, wettelijke en/of fysieke middelen worden beschermd en die
dankzij het EIDHR niet langer aan misbruik worden blootgesteld; - aantal
projecten in de moeilijkste landen en situaties, in het bijzonder het aantal
activiteiten en actoren dat in deze uiterst moeilijke omstandigheden kon worden
bereikt; - aantal
ondersteunde electorale processen en democratische cycli waarbij ondersteuning,
waarneming en opvolging heeft plaatsgevonden, in het bijzonder het aantal
aanbevelingen van verkiezingswaarnemingsmissies van de EU dat ter plaatse ten
uitvoer is gelegd. 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien In
afdeling 1 van de toelichting worden de beleidsvoorschriften beschreven die
binnen het kader van veranderende politieke beleidslijnen met het instrument
worden nagestreefd. Gezien de specifieke aard van de bevordering en
ondersteuning van democratie en mensenrechten in de wereld, het optreden in
urgente gevallen van mensenrechtenschendingen en de bescherming van
mensenrechtenactivisten zijn er behoeften op korte en lange termijn. 1.5.2. Toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de EU Op
basis van hetgeen de EU reeds heeft bereikt met betrekking tot het oplossen van
conflicten, het opbouwen van vrede en het scheppen van welvaart, zou de EU zich
in een uitstekende positie moeten bevinden om op het vlak van extern optreden
resultaten te boeken, namens en in samenwerking met de lidstaten, waarbij zij
in de landen waar zij actief is, doorgaans een groot vertrouwen geniet. De EU
heeft daarom goede troeven om op wereldvlak namens de burgers het voortouw te
nemen op terreinen als de ondersteuning en bevordering van democratie en
mensenrechten. Europese meerwaarde kan evenwel
niet worden gereduceerd tot een boekhoudkundige operatie. Uit de bijdrage aan de mondiale vredesopbouw, de
bijstand voor de armsten in de wereld en de steun voor democratisering en
eerbiediging van de mensenrechten blijkt onmiskenbaar hoe de EU door middel van
haar dagelijkse optreden zorgt voor meerwaarde. Dit
zijn de prioritaire werkterreinen van de toekomstige financiële instrumenten
voor het extern optreden van de EU. Met
27 lidstaten die handelen binnen het kader van gemeenschappelijke beleidslijnen
en strategieën beschikt de EU over voldoende gewicht om mondiale vraagstukken
aan te pakken, zoals het bevorderen van de universaliteit van de mensenrechten
voor de hele wereldbevolking. Door
haar grootschalige aanpak kan de EU steun verlenen in de meest afgelegen
gebieden, waar de meeste lidstaten een gering strategisch belang en slechts een
beperkte aanwezigheid en handelingscapaciteit hebben.
Dankzij het optreden van de EU in bijvoorbeeld Fiji, Vanuatu of
Oost-Timor, waar onlangs nieuwe middelen ter beschikking zijn gesteld voor
democratie en duurzame ontwikkeling, bereikt de steun de mensen die de steun
het meest nodig hebben, maar die er anders van verstoken zouden blijven. In
deze tijd van bezuinigingen worden verschillende lidstaten ertoe gedwongen zich
terug te trekken uit volledige samenwerkingssectoren en landen, maar kan de EU een
actieve rol spelen bij het bevorderen van vrede, democratie, solidariteit,
stabiliteit, welvaart en armoedebestrijding in de nabije buurlanden en
wereldwijd. Daarom is het nu vanuit een zuiver
economisch perspectief zinvoller dan ooit om financiële bijstand op EU-niveau
te verstrekken, waar echt effect kan worden gesorteerd.
Door de steunverlening via de EU te laten verlopen, kunnen de lidstaten
zelfs besparen op hun uitgaven. Volgens een recent onafhankelijk onderzoek The
Benefits of a European Approach van HTSPE kunnen bepaalde hervormingen
inzake doeltreffendheid van de steun, en in het bijzonder met betrekking tot de
taakverdeling, resulteren in besparingen die kunnen oplopen tot een bedrag
tussen drie en zes miljard euro per jaar. Op
EU-niveau kan ook goedkoper worden gewerkt. De
administratieve kosten – geraamd op 5,4% op basis van de gegevens van 2009 –
zijn lager zijn dan de gemiddelde administratieve kosten van de belangrijkste
bilaterale donors. De administratieve regels,
met strenge criteria die kunnen worden gecontroleerd, zijn bedoeld om ervoor te
zorgen dat het geld van de Europese belastingbetaler op de juiste wijze wordt
besteed. Daarnaast
is de Europese Commissie een van de meest transparante organen voor
steunverlening in de wereld. Deze transparantie
is op zichzelf een belangrijk instrument om ervoor te zorgen dat de
belastingbetalers daadwerkelijk waar voor hun geld krijgen. Dit is geconstateerd door de organisatie
"Publish what you Fund", die de Europese Commissie als vierde heeft
gerangschikt (in een groep van 30 donoren) in haar eerste evaluatie van de
transparantie van de steun, die in februari van dit jaar is gepubliceerd. Op dit punt blijft de Commissie verdere
verbeteringen tot stand brengen. Bij
een recente raadpleging in het kader van het groenboek om de standpunten te
achterhalen van belanghebbende partijen over het EU-ontwikkelingsbeleid, waren
alle respondenten het eens over de positieve rol die de EU heeft gespeeld bij
ondersteuning van behoorlijk bestuur (inclusief de deelname van het
maatschappelijk middenveld), veiligheid, mensenrechten en gendergelijkheid. 1.5.3. Belangrijkste lering uit
soortgelijke activiteiten Uit beoordelingen en evaluaties bleek dat het EIDHR verscheidene sterke
punten had Het
EIDHR kan onafhankelijk optreden – dus ongeacht de toestemming van
regeringen – hetgeen essentieel is, met name op de gevoelige terreinen
van democratie en mensenrechten. Met het
instrument wordt bijvoorbeeld steun verleend aan een opleiding over
democratische waarden op academisch niveau voor toekomstige jonge Belarussische
leiders in het buitenland of wordt geprobeerd om een matigende invloed uit te
oefenen bij de onrechtvaardige criminalisering van democratische activisten die
gevangen worden gezet omdat ze oppositie voeren. De
verdedigers van de slachtoffers, zoals advocaten, moeten op hun beurt worden
beschermd (met het stelsel voor mensenrechtenactivisten) aangezien zij dreigen
te worden opgesloten omdat zij opkomen voor de voorvechters van de democratie
of mensenrechtenactivisten. Anders
dan de langetermijnprogrammering van de geografische programma’s biedt het
EIDHR meer flexibiliteit en capaciteit om in te spelen op
veranderende omstandigheden. Er is
onmiddellijk bijstand verleend aan het hervormingscomité in Tunesië om een
stappenplan voor transitie op te stellen en het maatschappelijk middenveld in
staat te stellen mee te werken aan het transitieproces.
Het EIDHR zorgt ook voor scholing over democratie voor leden van
politieke partijen en verleent steun aan een vrije pers en onafhankelijke
pluralistische media, zowel traditioneel als digitaal, met inbegrip van een
ongecensureerde en vrije toegang tot elektronische communicatietechnologieën,
treedt ook op als een waakhond bij de transitie naar de democratie en
ondersteunt burgereducatie over democratie. Op
het EIDHR kan ook een beroep worden gedaan voor de versterking van de
productiecapaciteiten van de media en de opleiding van journalisten. Naar aanleiding van de komende verkiezingen in
Tunesië versterkt het instrument opleiding aan duizenden lokale waarnemers en
wordt de geplande EU-verkiezingswaarnemingsmissie door het EIDHR georganiseerd. Met
het EIDHR wordt ook opgetreden in zeer moeilijke omstandigheden,
waar de basisrechten en vrijheden het meest in het gedrang komen. Ter bescherming van de fysieke veiligheid van
activisten en anderen die ernstig gevaar kunnen lopen, kunnen over dergelijke
projecten geen gedetailleerde gegevens bekend gemaakt worden. De Europese Commissie brengt over de projecten
verslag uit aan bevoegde personen in de Raad, het Parlement en de EDEO op een
"need-to-know" basis en kan de moed van dergelijke toegewijde
activisten alleen maar prijzen. Deze
moeilijke zaken vertegenwoordigen ongeveer 20% van de activiteiten van het
EIDHR. Sinds 2007 heeft het EIDHR meer dan 100
dergelijke projecten ondersteund (voor een bedrag van 60 miljoen euro). Met de steun van zijn netwerk van
mensenrechtenactivisten heeft het EIDHR met name 19 projecten met betrekking
tot mensenrechtenactivisten in meer dan 45 landen ondersteund (voor een bedrag
van 13,5 miljoen euro). In
dit kader zorgt het EIDHR voor een frisse wind, waarbij de meeste
projecten zijn toegespitst op het voortbestaan van verzwakte of ontredderde
maatschappelijke organisaties en media, waarbij de weg wordt gebaand voor
dialoog en verandering. Hierbij wordt gezorgd
voor een door democratische beginselen geïnspireerde opleiding van studenten en
kwetsbare groepen, die vaak in het buitenland verblijven. Met het EIDHR wordt ook gezorgd voor de
belangenbehartiging van het maatschappelijk middenveld en de diasporagemeenschappen. Soms gaat het gewoonweg om bescherming te bieden en
indien nodig slachtoffers van antidemocratische repressie in veiligheid naar
het buitenland te brengen. Naar
aanleiding van de Jasmijnrevolutie kan nu worden onthuld dat het EIDHR
voorafgaand aan de transitie in 2010 steun verleende aan de activiteiten van de
Tunesische liga voor de rechten van de mens (LTDH), de Tunesische democratische
vrouwenvereniging (ATFD), de vakbonden (UGTT), de vereniging van rechters en de
orden van advocaten en andere verenigingen. Het
feit dat geen ruchtbaarheid aan deze steunverlening is gegeven, kon toen worden
beschouwd als een opgave of een ontoereikend reactievermogen, maar in
werkelijkheid was het EIDHR actief aanwezig in Tunesië. In toetsingen en evaluaties werd de aandacht ook gevestigd op drie vraagstukken Ten
eerste hebben ruim gedefinieerde doelstellingen en strategieën geleid tot een versnipperde
aanpak en onvoldoende duidelijkheid van het instrument, hetgeen risico
op overlap, moeilijkheden bij het meten van de impact van de activiteiten en
een geringere complementariteit met zich brengt. Ten
tweede wordt in zeer moeilijke omstandigheden de officiële projectomschrijving
vaak ingepast in meer traditionele ontwikkelingsactiviteiten om het project te
beschermen tegen vijandige reacties, waardoor voor de aanvullende EIDHR-middelen
waarvoor geen instemming van het gastland is vereist, ook het risico bestaat
dat zij worden benut voor activiteiten die in het toepassingsgebeid van het
instrument niet prioritair zijn. Daarom is kwalitatieve
ondersteuning ingesteld. Ten
derde is er de terugkerende noodzaak om de flexibiliteit van het
instrument te verhogen. Dit geldt in
het bijzonder voor het beperkte gedeelte van het instrument waarop een beroep
wordt gedaan bij de moeilijkste omstandigheden op het vlak van
mensenrechtenschendingen en urgentie en waarvoor een stelsel van open
uitnodigingen tot het indienen van voorstellen ontoereikend lijkt. 1.5.4. Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten Als
gevolg van deze uitdrukkelijke verdragsbepaling moet de bevordering en
ondersteuning van democratie en mensenrechten in alle onderdelen van het EU-beleid
worden opgenomen en gestroomlijnd. Het
EIDHR maakt deel uit van de structuur van verschillende financiële instrumenten
voor extern optreden, die gezamenlijk door de Europese Commissie en de hoge
vertegenwoordiger voor het GBVB wordt voorgesteld. Het EIDHR vormt een
aanvulling op langetermijninstrumenten, spitst zich toe op de activiteiten van
maatschappelijke organisaties op het vlak van democratie en mensenrechten,
wordt ingezet bij uiterst moeilijke omstandigheden en voor de financiering van
de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU (EU EOM) en ondersteunt lokale,
regionale en mondiale campagnes over mensenrechtenkwesties. Het instrument vormt
een essentieel onderdeel van het ruime scala van beleidsinstrumenten voor
extern optreden om de naleving van de mensenrechten te bevorderen en te
garanderen. Voorts is het EIDHR – samen met humanitaire hulp,
GBVB-operaties en het stabiliteitsinstrument – een aanvulling op het
beleidsinstrumentarium voor crisisbeheer en -preventie doordat het snel steun
kan verlenen bij urgente gevallen van mensenrechtenschendingen. Daarnaast vormt
het EIDHR de schakel tussen activiteiten op het vlak van noodhulp, herstel en
ontwikkeling door mogelijkheden te bieden voor materiële en sociale
rehabilitatie en re-integratie van slachtoffers van mishandeling of door
mensenrechtenactivisten bij te staan die dringend behoefte hebben aan
bescherming. Het
is essentieel om ter plaatse op pragmatische wijze te zorgen voor de
coördinatie en een goede taakverdeling tussen het EIDHR en andere instrumenten
die op ook het werkterrein van het EIDHR worden ingezet, met name bij de behoeftenevaluaties.
Met het EIDHR worden de activiteiten van ECHO aangevuld, aangezien
vluchtelingen en begunstigden van humanitaire hulp vaak slachtoffer zijn van
mensenrechtenschendingen die met bewijsstukken moeten worden gestaafd,
geregistreerd en behandeld. Er zijn sterke synergie-effecten en wederzijdse
versterking met het stabiliteitsinstrument (bv. bij noodsituaties), het
programma voor niet-overheidsactoren (bv. steun voor maatschappelijke
organisaties), het programma "Investeren in mensen" (bv.
gendergelijkheid en achtergestelde groepen) en de toekomstige nabuurschapsfaciliteit
voor het maatschappelijk middenveld. 1.6. Duur en financiële gevolgen x Voorstel/initiatief met een beperkte
geldigheidsduur –
x Voorstel/initiatief van kracht vanaf 1/1/2014 –
Financiële gevolgen van 1/1/2014 tot 31/12/2020 ¨ Voorstel/initiatief met een onbeperkte
geldigheidsduur –
Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en
met JJJJ, –
gevolgd door een volledige uitvoering. 1.7. Beoogde beheersvorm(en)[13] x Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie x Indirect gecentraliseerd beheer door delegatie van uitvoeringstaken aan: –
x uitvoerende agentschappen –
x door de Unie opgerichte organen[14]
–
x nationale publiekrechtelijke organen of organen met een
openbaredienstverleningstaak –
x personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van
titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die
worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het
Financieel Reglement x Gedeeld beheer met
de lidstaten x Gedecentraliseerd beheer met derde landen x Gezamenlijk beheer
met internationale organisaties (geef aan welke) Verstrek, indien meer
dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder
"Opmerkingen". Opmerkingen Het EIDHR moet
met name kunnen worden ingezet bij gevoelige en complexe gevallen waarbij
mensenrechten en democratie in het gedrang zijn, in het bijzonder in de
moeilijkste landen en omstandigheden, en als er een dringende behoefte aan
bescherming is. Derhalve moet een beroep kunnen worden gedaan om een brede
waaier van beheersvormen. 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake toezicht en
rapportering Vermeld frequentie en
voorwaarden. De systemen
van de Europese Commissie voor monitoring en evaluatie zijn steeds meer gericht
op resultaten. Zowel interne personeelsleden als externe deskundigen zijn erbij
betrokken. De
projectmanagers in de delegaties en bij de centrale diensten houden voortdurend
op verschillende manieren toezicht op de uitvoering van projecten en
programma's, waar mogelijk ook via bezoeken ter plaatse. De monitoring levert
waardevolle informatie op over de vooruitgang en helpt de projectmanagers reële
en potentiële knelpunten op te sporen en deze op te lossen. Onafhankelijke
externe deskundigen worden ingehuurd om de resultaten van het externe optreden
van de EU te beoordelen via drie verschillende systemen. Deze beoordelingen
dragen bij aan het afleggen van verantwoording en de verbetering van de lopende
steunmaatregelen. Ook kunnen hiermee de ervaringen uit het verleden worden
verwerkt in toekomstige beleidslijnen en acties. Alle drie de systemen maken
gebruik van de internationaal erkende evaluatiecriteria van de OESO/DAC,
waaronder criteria inzake de (potentiële) impact. Het eerste
systeem, resultaatgerichte monitoring (ROM), heeft betrekking op het
projectniveau en wordt beheerd vanuit de centrale diensten. Het biedt een
beknopt beeld in de vorm van een momentopname van de kwaliteit van een
steekproef van steunmaatregelen. Met een uiterst gestructureerde en
gestandaardiseerde methodologie geven onafhankelijke ROM-deskundigen
beoordelingen waarin de sterktes en zwaktes van het project tot uiting komen en
doen zij aanbevelingen over hoe de efficiëntie kan worden verhoogd. Evaluaties op
projectniveau worden beheerd door de EU-delegatie die verantwoordelijk is voor
het project. Ze bieden een uitgebreidere diepteanalyse en helpen
projectmanagers om de lopende steunmaatregelen te verbeteren en toekomstige
voor te bereiden. Onafhankelijke externe deskundigen die verstand hebben van
het thema en het land, worden ingehuurd om de analyse uit te voeren en feedback
en informatie te verzamelen van alle belanghebbenden, vooral de
eindbegunstigden. De Commissie
voert ook strategische evaluaties uit van haar beleid, van de programmering en
strategie tot de uitvoering van steunmaatregelen in een bepaalde sector (zoals
gezondheidszorg, onderwijs, enz.) in een bepaald land of een bepaalde regio, of
voor een bepaald instrument. Deze evaluaties leveren belangrijke input op voor
het ontwerp van beleid, instrumenten en projecten. Al deze evaluaties worden
gepubliceerd op de website van de Commissie. Een samenvatting van de conclusies
wordt opgenomen in het jaarverslag aan de Raad en het Europees Parlement. 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Mogelijke risico's De
operationele context van de activiteiten die in het kader van dit instrument
moeten worden uitgevoerd, wordt gekenmerkt door de volgende risico's dat de
doelstellingen van het instrument niet worden verwezenlijkt: –
De specifieke moeilijke omstandigheden waarbij in
zeer moeilijke landen/situaties een beroep op het instrument wordt gedaan,
kunnen zorgen voor materiële en politieke belemmeringen voor de uitvoering van
projecten. –
Versnippering en kleinschaligheid van de projecten
over de hele wereld kunnen leiden tot logistieke problemen bij de uitvoering en
het toezicht. –
De brede waaier van begunstigden met uiteenlopende
beheer- en controlestructuren en vaak een geringe capaciteit kunnen resulteren
in moeilijkheden en vertragingen bij de tenuitvoerlegging. –
De beperkte kwaliteit en kwantiteit van vaak
controversiële gegevens over de ontwikkeling van de democratie en mensenrechten
in verscheidene derde landen, kunnen een belemmering vormen voor de Commissie
om adequaat verslag uit te brengen en verantwoording af te leggen over de
resultaten. –
Een gebrek aan toereikende administratieve
kredieten kan leiden tot een tekort aan middelen voor het beheer van het
instrument. 2.2.2. Controlemiddel(en) Het doel van
de interne controles van de Commissie is om redelijke zekerheid te bieden
omtrent de verwezenlijking van de doelstellingen op het vlak van de
doeltreffendheid en de doelmatigheid van de uitvoering van het beleid, de
betrouwbaarheid van de financiële verslaglegging en de naleving van het
wettelijke, financiële en procedurele kader. De Commissie
maakt gebruik van het Commissiebrede strategische beleids- en planningsproces,
interne en externe audits en andere normen voor interne controle van de
Commissie. De Commissie zal haar huidige boekhoudsysteem (ABAC) blijven
benutten, alsmede specifieke instrumenten voor externe hulp, zoals het
gemeenschappelijk Relex-informatiesysteem (CRIS). De Commissie blijft de
strengste normen hanteren op het gebied van boekhouding en financiële
verslaglegging, met het oog op behoud van de verklaring zonder beperking van de
externe auditeurs (de Europese Rekenkamer). Voorts maakt
de Commissie met het oog op maximale doeltreffendheid en efficiëntie gebruik
van een specifieke benadering waarbij wordt voorzien in: –
gedecentraliseerd beheer van het grootste deel van
de hulp door de EU-delegaties ter plaatse; –
heldere circuits voor de financiële
verantwoordingsplicht via een subdelegatie van de ordonnateurs bij de centrale
diensten en de delegaties; –
periodieke verslagen, inclusief een jaarlijkse
betrouwbaarheidsverklaring van het hoofd van de delegatie; –
een uitgebreid opleidingsprogramma, zowel bij de
centrale diensten als in de delegaties; –
uitgebreide ondersteuning en advisering; –
periodieke controles; –
een methode voor projectcyclusbeheer en
kwaliteitsondersteuning voor alle onderdelen van de projectcyclus; –
programma- en projectbeheer, toezichts- en
verslagleggingsinstrumenten voor effectieve uitvoering, inclusief periodiek
extern toezicht ter plaatse. 2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden Gezien het
risicovolle klimaat waarin EuropeAid/FPI opereert, moet het systeem anticiperen
op een aanzienlijk aantal potentiële nalevingsfouten (onregelmatigheden) in de
transacties en veel controles inbouwen om deze zo vroeg mogelijk in het
betalingsproces te voorkomen, op te sporen en te corrigeren. Dit betekent in de
praktijk dat EuropeAid/FPI vooral waarde hecht aan uitgebreide controles vooraf
op meerjarenbasis door zowel externe auditors als medewerkers van de Commissie
ter plaatse voordat de eindbetaling van een project plaatsvindt (terwijl
sommige audits en controles achteraf nog moeten plaatsvinden), die veel verder
gaan dan de financiële waarborgen zijn verplicht zijn volgens het Financieel
Reglement. Het nalevingskader van EuropeAid bestaat omvat onder andere: Preventieve maatregelen –
verplichte basistraining over fraudekwesties voor
personeel dat hulp beheert en auditors; –
begeleiding (ook via internet), waaronder de
praktische leidraad voor contracten, het handboek van EuropeAid en de gids
financieel beheer (voor uitvoeringspartners); –
beoordeling vooraf om er zeker van te zijn dat
passende fraudebestrijdingsmaatregelen voor het voorkómen en opsporen van
fraude bij het beheer van EU-middelen aanwezig zijn binnen de autoriteiten die
de middelen beheren via gezamenlijk en gedecentraliseerd beheer; –
toetsing vooraf van de
fraudebestrijdingsmechanismen van het partnerland in het kader van de
beoordeling of het systeem voor het beheer van de overheidsfinanciën in
aanmerking komt voor begrotingssteun (dat wil zeggen actieve inzet om fraude en
corruptie te bestrijden, passende inspectiediensten, voldoende justitiële
capaciteit en efficiënte respons- en sanctiemechanismen); –
In 2008 heeft de Commissie in Accra het
Internationale initiatief inzake transparantie van ontwikkelingshulp (IATI)
ondertekend, waarin normen voor de transparantie van de hulp zijn
overeengekomen, door middel van meer tijdige, gedetailleerde en regelmatige
data over hulpstromen en documenten; –
De Commissie voert sinds 14 oktober 2011 de eerste
fase van de IATI-norm inzake de publicatie van informatie over hulp uit,
voorafgaand aan het volgende forum op hoog niveau over de doeltreffendheid van
de hulp, dat in november 2011 in Busan plaatsvindt. Daarnaast zal de Commissie
samen met de EU-lidstaten werken aan een gezamenlijke webapplicatie (TR-AID)
waarmee de hulpgegevens van de EU uit het IATI en andere bronnen worden
verwerkt tot gebruiksvriendelijke informatie. Maatregelen voor opsporing en correctie –
externe audits en verificaties van uitgaven (zowel
verplichte controles als op risicoanalyse gebaseerde controles), inclusief
controles door de Europese Rekenkamer; –
(op risicoanalyse gebaseerde) controles achteraf en
terugvorderingen; –
opschorting van EU-financiering bij ernstige
fraude, zoals grootschalige corruptie, totdat de autoriteiten passende
maatregelen hebben getroffen met het oog op het corrigeren van de fraude en het
voorkómen ervan in de toekomst. EuropeAid/FPI zal zijn fraudebestrijdingsstrategie verder aanpassen aan
de nieuwe fraudebestrijdingsstrategie (CAFS) die de Commissie op 24 juni 2011
heeft vastgesteld, om ervoor te zorgen dat: –
de interne controles van EuropeAID/FPI ter
bestrijding van fraude volledig in overeenstemming zijn met de CAFS; –
EuropeAid/FPI met zijn aanpak fraudegevoelige gebieden
kan identificeren en adequate reacties daarop kan vaststellen; –
de systemen die worden gebruikt voor de besteding
van de EU-middelen in derde landen bruikbare gegevens opleveren voor
frauderisicobeheer (bv. dubbele financiering); –
indien nodig worden netwerken en IT-instrumenten
opgezet voor het analyseren van fraudezaken in de sector externe hulp. 2.4 Raming van de
kosten en baten van de controles Voor de
EuropeAid-portefeuille in zijn geheel worden de kosten voor interne controle en
beheer geschat op gemiddeld 658 miljoen euro
vastlegggingskredieten per jaar in de begrotingsplanning voor 2014-2020. Dit
cijfer is inclusief het beheer van het EOF, dat in de beheersstructuur van
EuropeAid is geïntegreerd. Deze niet-operationele kosten vormen ongeveer 6,4%
van het geraamde jaarlijks gemiddelde van 10,2 miljard euro
dat wordt uitgetrokken voor de totaalbedrag aan vastleggingen (operationeel +
administratief) van EuropeAid in de uitgavenportefeuille die voor de periode 2014-2020
door de algemene begroting van de EU en het EOF wordt gefinancierd. Deze
beheerskosten omvatten alle medewerkers van EuropeAid bij de centrale diensten
en in de delegaties, infrastructuur, dienstreizen, opleiding, monitoring,
contracten voor evaluaties en audits (inclusief de contracten van de
begunstigde landen). EuropeAid is
van plan om de ratio van beheers- en operationele kosten op termijn aan te
passen aan de verbeterde en vereenvoudigde regelingen van de nieuwe
instrumenten en de wijzigingen die waarschijnlijk zullen worden aangebracht in
het nieuwe Financieel Reglement. De grootste voordelen van deze beheerskosten hebben
betrekking op het behalen van de beleidsdoelstellingen, doeltreffend en
doelmatig gebruik van de middelen en het toepassen van degelijke, rendabele
preventieve maatregelen en andere controles om ervoor te zorgen dat de middelen
op legale en rechtmatige wijze worden gebruikt. Er zal worden
gestreefd naar verder verbetering van de aard en het bereik van de
beheersactiviteiten en nalevingscontroles, maar dergelijke activiteiten zullen
een noodzakelijke kostenpost blijven om de doelstellingen van de instrumenten
op doeltreffende en doelmatige wijze te behalen, met een minimaal risico op
niet-naleving (resterend foutenpercentage van minder dan 2%). Geschat wordt dat
deze kosten aanzienlijk lager zijn dan het potentiële verlies dat zou optreden
door de interne controles in deze risicovolle sector af te schaffen of terug te
schroeven. 3. GERAAMDE
FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken
begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven · Bestaande begrotingsonderdelen voor uitgaven In volgorde van de
rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen. Rubriek van het meerjarig financieel kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgave || Bijdrage Nummer: || GK/NGK[15] || van EVA-landen[16] || van kandidaat-lidstaten[17] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement IV || 19 04: Europees instrument voor democratie en mensenrechten 19 04 01 Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR) 19 04 03 Verkiezingswaarneming 19 04 05 Afronding van eerdere samenwerkingsactiviteiten 19 04 06 Proefproject - Forum EU-Rusland voor het maatschappelijk middenveld 19 04 07 Proefproject - Financiering voor de slachtoffers van foltering || Niet van toepassing || Nee || Nee || Nee || Nee · Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel
kader en de begrotingsonderdelen. Rubriek van het meerjarig financieel kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgave || Bijdrage Nummer 19 04 || GK/NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement IV || 19 04: Europees instrument voor democratie en mensenrechten 19 04 01 Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR zonder EU EOM) 19 04 02 Verkiezingswaarnemingsmissies van de EU (EU EOM) 19 04 03 Afronding van eerdere samenwerkingsactiviteiten || Niet van toepassing || Nee || Nee || Nee || Nee 3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 4 || "Europa als wereldspeler" DG: DEVCO/FPI || || || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL Beleidskredieten || || || || || || || || 19 04 || Vastleggingen || (1) || 198,63 || 202,84 || 207,04 || 211,34 || 213,93 || 220,24 || 224,84 || 1.478,87 Betalingen || (2) || 178,43 || 182,24 || 186,04 || 189,94 || 192,03 || 197,94 || 202,14 || 1.328,77 Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[18] Nummer begrotingsonderdeel: 19.0104 03 || || || || || || || || || || || (3) || 13,57 || 13,66 || 13,76 || 13,86 || 15,77 || 14,06 || 14,16 || 98,83 TOTAAL kredieten voor DG DEVCO/FPI || Vastleggingen || =1+1a +3 || 212,20 || 216,50 || 220,80 || 225,20 || 229,70 || 234,30 || 239,00 || 1.577,70 || Betalingen || =2 +3 || 192,00 || 195,90 || 199,80 || 203,80 || 207,80 || 212,00 || 216,30 || 1.427,60 TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || 198,63 || 202,84 || 207,04 || 211,34 || 213,93 || 220,24 || 224,84 || 1.478,87 Betalingen || (5) || 178,43 || 182,24 || 186,04 || 189,94 || 192,03 || 197,94 || 202,14 || 1.328,77 TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || 13,57 || 13,66 || 13,76 || 13,86 || 15,77 || 14,06 || 14,16 || 98,83 TOTAAL kredieten voor RUBRIEK <4> van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || =4+ 6 || 212,20 || 216,50 || 220,80 || 225,20 || 229,70 || 234,30 || 239,00 || 1.577,70 Betalingen || =5+ 6 || 192,00 || 195,90 || 199,80 || 203,80 || 207,80 || 212,00 || 216,30 || 1.427,60 in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Rubriek van het meerjarig financieel kader: || 5 || "Administratieve uitgaven" in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || || || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL DG: DEVCO / FPI || Personeel || 7,168 || 7,096 || 7,024 || 6,953 || 6,953 || 6,953 || 6,953 || 49,100 Andere administratieve uitgaven || 0,595 || 0,547 || 0,541 || 0,540 || 0,541 || 0,541 || 0,541 || 3,846 TOTAAL DG DEVCO / FPI || Kredieten || 7,763 || 7,643 || 7,565 || 7,493 || 7,494 || 7,494 || 7,494 || 52,945 TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || Totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 7,763 || 7,643 || 7,565 || 7,493 || 7,494 || 7,494 || 7,494 || 52,945 in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || || || Jaar N 2014 || Jaar N+1 2015 || Jaar N+2 2016 || Jaar N+3 2017 || Jaar N+4 2018 || Jaar N+5 2019 || Jaar N+6 2020 || TOTAAL TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || 219,963 || 224,143 || 228,365 || 232,693 || 237,194 || 241,794 || 246,494 || 1.630,645 Betalingen || 199,763 || 203,543 || 207,365 || 211,293 || 215,294 || 219,494 || 223,794 || 1.480,545 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten –
¨ Voor het voorstel/initiatief
zijn geen beleidskredieten nodig. –
x Voor het voorstel/initiatief
zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: Vastleggingskredieten, in miljoenen EUR (tot op 3
decimalen) Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL OUTPUT Soort output[19] || Gem. kosten van de output || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Totaal aantal outputs || Totale kosten SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 1[20] Thematische campagnes (d.w.z. foltering, doodstraf, enz. …) || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || 78-88 || 43-53 || 78-88 || 43-53 || 78-88 || 43-53 || 78-88 || 43-53 || 78-88 || 43-53 || 78-88 || 43-53 || 78-88 || 43-53 || 546-616 || 20-25 % SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 2 Ontwikkeling van goed functionerende maatschappelijke organisaties || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2 || 340-390 || 76 || 340-390 || 76 || 340-390 || 76 || 340-390 || 76 || 340-390 || 76 || 340-390 || 76 || 340-390 || 76 || 2380- 2730 || 35-40 % SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 3 Mensenrechten en uiterst moeilijke omstandigheden || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 3 || 52-76 || 22,2-33,2 || 52-76 || 22,2-33,2 || 52-76 || 22,2-33,2 || 52-76 || 22,2-33,2 || 52-76 || 22,2-33,2 || 52-76 || 22,2-33,2 || 52-76 || 22,2-33,2 || 294-371 || 20-25 % SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 4 Steun voor democratische cycli || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 4 || 47-86 || 46,4-76,6 || 47-86 || 46,4-76,6 || 47-86 || 46,4-76,6 || 47-86 || 46,4-76,6 || 47-86 || 46,4-76,6 || 47-86 || 46,4-76,6 || 47-86 || 46,4-76,6 || 329-602 || 25-30 % waarvan verkiezingswaarnemingsmissies (EOM) || 11-14 || 44-55 || 11-14 || 44-55 || 11-14 || 44-55 || 11-14 || 44-55 || 11-14 || 44-55 || 11-14 || 44-55 || 11-14 || 44-55 || 77-98 || 20-25 % TOTALE KOSTEN || 506-640 || 198,63 || 506-640 || 202,84 || 506-640 || 207,04 || 506-640 || 211,34 || 506-640 || 213,93 || 506-640 || 220,24 || 506-640 || 224,84 || 3542-4480 || 1.478,87 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting –
¨ Voor het voorstel/initiatief
zijn geen administratieve kredieten nodig. –
x Voor het voorstel/initiatief
zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: in miljoenen EUR (tot op 3 decimalen) || Jaar N[21] 2014 || Jaar N+1 2015 || Jaar N+2 2016 || Jaar N+3 2107 || Jaar N+4 2018 || Jaar N+5 2019 || Jaar N+6 2020 || TOTAAL || RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || || Personeel || 7,17 || 7,10 || 7,02 || 6,95 || 6,95 || 6,95 || 6,95 || 49,10 || Andere administratieve uitgaven || 0,595 || 0,547 || 0,541 || 0,540 || 0,541 || 0,541 || 0,541 || 3,846 || Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || 7,763 || 7,643 || 7,565 || 7,493 || 7,494 || 7,494 || 7,494 || 52,945 || Buiten RUBRIEK 5[22] van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || || Personeel || 8,81 || 8,81 || 8,81 || 8,81 || 8,81 || 8,81 || 8,81 || 61,67 || Andere administratieve uitgaven || 4,76 || 4,85 || 4,95 || 5,05 || 6,96 || 5,25 || 5,35 || 37,16 || Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || 13,57 || 13,66 || 13,76 || 13,86 || 15,77 || 14,06 || 14,16 || 98,83 || TOTAAL || 21,333 || 21,306 || 21,324 || 21,349 || 23,264 || 21,551 || 21,654 || 151,780 3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig –
x Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals
hieronder nader wordt beschreven: Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1
decimaal) || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 Plaatsen volgens de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) XX 01 01 01 (Centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 35,1 || 34,8 || 34,4 || 34,1 || 34,1 || 34,1 || 34,1 XX 01 01 02 (Delegaties) || 9,8 || 9,7 || 9,6 || 9,5 || 9,5 || 9,5 || 9,5 XX 01 05 01 (Onderzoek onder contract) || || || || || || || 10 01 05 01 (Eigen onderzoek) || || || || || || || Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[23] XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") || 5,2 || 5,2 || 5,1 || 5,1 || 5,1 || 5,1 || 5,1 XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || || || || || || || XX 01 04 yy [24] || - centrale diensten[25] || 34,7 || 34,1 || 33,4 || 32,7 || 32,1 || 31,5 || 30,9 - delegaties || 73,4 || 73,4 || 73,4 || 73,4 || 73,4 || 73,4 || 73,4 XX 01 05 02 (AC, INT, END – indirect onderzoek) || || || || || || || XX 01 05 02 (AC, INT, END – eigen onderzoek) || || || || || || || Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) || || || || || || || TOTAAL || 158,3 || 157,1 || 155,9 || 154,8 || 154,1 || 153,5 || 152,9 Voor 2014 kan de
personeelsbezetting voor rubriek 5 als volgt worden opgesplitst tussen DEVCO en
FPI: -
Personeelsformatie: 5,5 VTE voor FPI en 39,4 VTE voor DEVCO (Totaal : 44,9 VTE) - Extern personeel:
3,2 VTE voor FPI en 2 VTE voor DEVCO (Totaal : 5,2 VTE) Wat betreft het
personeel onder rubriek 4 (BA-begrotingsplaats van het EIDHR-programma) kan het
personeel dat wordt gefinancierd met middelen van de BA-begrotingsplaats in 2014
worden opgesplitst in 102,1 AC voor Devco (28,7 bij de centrale diensten en 73,4
in de delegaties) en 6 AC voor FPI bij de centrale diensten. XX is het
beleidsterrein of de begrotingstitel De benodigde personele
middelen zullen worden gefinancierd met de middelen die reeds voor het beheer
van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel
aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure
met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen
worden toegewezen. Beschrijving van de
uit te voeren taken: Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || Financiële en operationele besluiten en tenuitvoerlegging Extern personeel || Technische uitvoering 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarige financiële kader –
x Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige
financiële kader. –
x Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken
rubriek van het meerjarig financieel kader. Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder
vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. –
¨ Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het
flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarig financieel kader[26]. Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de
betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering –
xHet voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden –
¨Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder
wordt geraamd: 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten –
¨ Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de
ontvangsten –
x Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële
gevolgen: –
x voor de eigen middelen –
¨ voor de diverse ontvangsten [1] Verordening (EG) nr. 1889/2006 van het Europees
Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot instelling van een
financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in
de wereld (PB L 386 van 1 december 2006, overweging nr. 8) [2] Conclusies van de Raad over de ondersteuning van de
democratie in de externe betrekkingen van de EU - Naar meer samenhang en
effectiviteit, 16081/09. [3] Conclusies van de Raad over ondersteuning van de
democratie in de externe betrekkingen van de EU - Voortgangsverslag 2010 en
lijst van landen die zijn voorgesteld om als testcase te fungeren, 3058ste
bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken, 13 december 2010. [4] Mededeling van de Commissie van 25 januari 2006. [5] Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010. [6] Het betreft vrede en veiligheid, armoedebestrijding,
humanitaire hulp, stabiliteit en groei in uitbreidings- en nabuurschapslanden,
aanpak van mondiale problemen, bevordering van Europese en internationale
normen en waarden, en ondersteuning van groei en concurrentievermogen buiten de
EU. [7] PB C […] van […], blz […]. [8] PB C […] van […], blz […]. [9] PB L 386 van 29.12.2006, blz. 1. [10] PB [...] van [...], blz. [...]. [11] ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based
Budgeting. [12] In de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het
Financieel Reglement. [13] Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar
het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html [14] In de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement. [15] GK = gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste
kredieten. [16] EVA: Europese Vrijhandelsassociatie. [17] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële
kandidaat-lidstaten uit de Westelijke Balkan. [18] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter
ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek. [19] Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv.
aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen,
enz.). [20] Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke
doelstelling(en)…". [21] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [22] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter
ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen
onderzoek. [23] AC = agent contractuel (arbeidscontractant); INT =
uitzendkracht; JED = jonge deskundige in delegaties; AL = agent local (lokale
medewerker); END = expert national détaché (gedetacheerd nationaal deskundige).
[24] Onder het maximum voor extern personeel uit
beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen). [25] Vooral voor structuurfondsen, Europees Landbouwfonds voor
Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Europees Visserijfonds (EVF). [26] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel
Akkoord.