Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011PC0806

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot instelling van een definitief antidumpingrecht op trichloorisocyanuurzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad

/* COM/2011/0806 definitief - 2011/0381 (NLE) */

52011PC0806

/* COM/2011/0806 definitief - 2011/0381 (NLE) */ Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot instelling van een definitief antidumpingrecht op trichloorisocyanuurzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad


TOELICHTING

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL |

Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel betreft de toepassing van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[1] ("de basisverordening") in het kader van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen betreffende de invoer van trichloorisocyanuurzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("de VRC"). |

0 | Algemene context Dit voorstel wordt gedaan in het kader van de tenuitvoerlegging van de basisverordening en is het resultaat van een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig de materiële en procedurele eisen in de basisverordening. |

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 1631/2005[2] definitieve antidumpingmaatregelen ingesteld die bestaan in individuele rechten van 7,3% tot 40,5% en een residueel recht van 42,6%[3] op trichloorisocyanuurzuur van oorsprong in de Volksrepubliek China ("de VRC"). Bij Verordening (EG) nr. 855/2010[4] heeft de Raad het individuele recht voor één onderneming van 14,1% naar 3,2% verlaagd. |

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie Niet van toepassing. |

RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING |

Raadpleging van belanghebbende partijen |

Partijen die belang hebben bij de procedure werden overeenkomstig de bepalingen van de basisverordening in de loop van het onderzoek in de gelegenheid gesteld hun belangen te verdedigen. |

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |

Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. |

Effectbeoordeling Dit voorstel vloeit voort uit de tenuitvoerlegging van de basisverordening. De basisverordening voorziet niet in een algemene effectbeoordeling, maar bevat wel een volledige lijst van factoren die moeten worden beoordeeld. |

JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL |

Samenvatting van de voorgestelde maatregel Op 6 oktober 2010 heeft de Commissie met een bericht ("het bericht van opening") in het Publicatieblad van de Europese Unie[5] de opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van trichloorisocyanuurzuur van oorsprong uit de VRC aangekondigd. Het nieuwe onderzoek werd geopend naar aanleiding van een met bewijsmateriaal gestaafd verzoek dat was ingediend door de European Chemical Industry Council namens producenten in de Unie die goed zijn voor een groot deel, in dit geval meer dan 90%, van de productie van trichloorisocyanuurzuur in de Unie. Bij dit nieuwe onderzoek werd vastgesteld dat de dumping van het betrokken product voortging, waardoor bij intrekking van de antidumpingmaatregelen ook de schade voor de bedrijfstak van de Unie zou worden voortgezet. Voorts wordt vastgesteld dat de handhaving van de maatregelen niet tegen het belang van de Unie zou zijn. Daarom wordt voorgesteld dat de Raad zijn goedkeuring hecht aan het bijgevoegde voorstel voor een verordening tot verlenging van de bestaande maatregelen; deze verordening moet in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt. |

Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[6]. |

Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. |

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. |

De vorm van de maatregel wordt voorgeschreven in de basisverordening en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming. |

Beschrijving van de wijze waarop de financiële en administratieve lasten voor de Unie, de nationale, regionale en plaatselijke overheden, de bedrijven en de burgers zo veel mogelijk worden beperkt en hoe zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel: niet van toepassing. |

Keuze van instrumenten |

Voorgesteld instrument: verordening |

Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn: de basisverordening voorziet niet in andere mogelijkheden. |

GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING |

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie. |

2011/0381 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op trichloorisocyanuurzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[7] ("de basisverordening"), en met name artikel 11, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie ("de Commissie"), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

1. Geldende maatregelen

1. De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 1631/2005[8] definitieve antidumpingmaatregelen ingesteld die bestaan in individuele rechten van 7,3% tot 40,5% en een residueel recht van 42,6%[9] op trichloorisocyanuurzuur van oorsprong in de Volksrepubliek China ("de VRC").

2. Bij Verordening (EG) nr. 855/2010[10] heeft de Raad het individuele recht voor één onderneming van 14,1% naar 3,2% verlaagd.

2. Verzoek om een nieuw onderzoek

3. Na de bekendmaking van een bericht dat de definitieve antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen[11], heeft de Commissie op 6 juli 2010 een verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. Dit verzoek werd ingediend door de European Chemical Industry Council (CEFIC) namens producenten in de Unie die samen een groot deel, in dit geval meer dan 90%, van de totale productie van trichloorisocyanuurzuur in de Unie voor hun rekening nemen ("de indieners van het verzoek").

4. Het verzoek werd ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk leidt tot het voortduren of opnieuw optreden van dumping en schade voor de bedrijfstak van de Unie.

3. Inleiding van de procedure

5. Daar de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een procedure voor een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen in te leiden, heeft zij op 6 oktober 2010 door middel van bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie ("het bericht van opening")[12] de opening van een dergelijk onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening aangekondigd.

4. Onderzoek

4.1. Onderzoektijdvak

6. Het tijdvak van het nieuwe onderzoek (TNO) liep van 1 juli 2009 tot 30 juni 2010. De waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade werd onderzocht tijdens de periode van 1 januari 2007 tot het eind van het TNO (beoordelingsperiode).

4.2. Bij het onderzoek betrokken partijen

7. De Commissie heeft de indieners van het verzoek, de andere haar bekende producenten in de Unie, producenten-exporteurs, importeurs en gebruikers en de vertegenwoordigers van de VRC van de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen in kennis gesteld.

8. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening genoemde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden verzocht, werden gehoord.

9. Gezien het kennelijk grote aantal producenten-exporteurs in de VRC en niet-verbonden importeurs in de Unie, werd in het bericht van opening overwogen om overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening voor deze partijen gebruik te maken van steekproeven.

10. Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, werd bovengenoemde partijen op grond van artikel 17 van de basisverordening verzocht zich binnen 15 dagen na de publicatie van het bericht van opening kenbaar te maken en de in het bericht van opening gevraagde gegevens te verstrekken.

11. Geen van de producenten-exporteurs in de VRC heeft aan het onderzoek meegewerkt.

12. Een paar importeurs hebben zich aanvankelijk gemeld, maar zetten hun medewerking in een later stadium stop.

13. De Commissie heeft alle haar bekende betrokken partijen binnen de in het bericht van opening vermelde termijn een vragenlijst toegezonden. Drie bekende producenten in de Unie en twee gebruikers hebben de vragenlijst beantwoord teruggestuurd.

14. De Commissie verzamelde en controleerde alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of het waarschijnlijk was dat de dumping en daaruit resulterende schade zouden voortduren of opnieuw zouden optreden en om het belang van de Unie te bepalen. Bij de twee grootste producenten in de Unie werd ter plaatse een controle uitgevoerd:

- Fluidra (Inquide Sau), Passeig de Sanllehy, 25, 08213 Polinya (Barcelona), Spanje;

- Ercros (Aragonesas), Avenida Diagonal 595, Barcelona, Spanje.

B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

15. Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op trichloorisocyanuurzuur en bereidingen daarvan ("TCCA"), ook bekend onder de algemene internationale benaming (INN) "symcloseen", momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 2933 69 80 en ex 3808 94 20 (TARIC-codes 2933 69 80 70 en 3808 94 20 20), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

16. Het chemisch product TCCA is een organisch breedspectrumontsmettings- en bleekmiddel op basis van chloor, dat met name wordt gebruikt om het water in zwembaden te ontsmetten. Het wordt verkocht in de vorm van poeder, korrels, tabletten of chips. Alle vormen van TCCA en bereidingen daarvan hebben dezelfde basiseigenschappen (chemische samenstelling) en karakteristieken (ontsmettingsmiddel) en zijn voor vergelijkbaar gebruik bestemd; zij worden bijgevolg als één enkel product beschouwd.

17. Dit onderzoek heeft bevestigd dat het betrokken product dat door de producenten-exporteurs wordt vervaardigd en in de Unie wordt verkocht, wat de fysische en chemische eigenschappen en gebruik betreft, vergelijkbaar is met het product dat door de producenten in de Unie wordt vervaardigd en op de markt van de Unie wordt verkocht en dat door de producent in het referentieland wordt vervaardigd en zowel op zijn binnenlandse markt als op de uitvoermarkten wordt verkocht. Daarom worden al deze producten beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

C. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING

1. Voorafgaande opmerkingen

18. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd een nieuw onderzoek geopend om vast te stellen of het waarschijnlijk is dat de dumping zal worden voortgezet of zich opnieuw zal voordoen indien de bestaande maatregelen vervallen.

19. Zoals hierboven uiteengezet heeft geen van de 30 bekende producenten-exporteurs waarmee contact werd opgenomen zich tijdens de steekproefprocedure gemeld of zich tijdens het onderzoek kenbaar gemaakt.

20. Aangezien geen enkele producent-exporteur in de VRC medewerking heeft verleend, worden de bevindingen inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op beschikbare gegevens, namelijk Eurostatgegevens, het verzoek om een nieuw onderzoek en officiële Chinese uitvoerstatistieken.

21. Om de normale waarde vast te stellen, werd daarnaast ook gebruik gemaakt van gegevens die de medewerkende producent-exporteur in het referentieland (Japan) heeft verstrekt.

2. Invoer met dumping in het TNO

2.1 Referentieland

22. Omdat de Volksrepubliek China een land met een overgangseconomie is, moet de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening worden vastgesteld op basis van de prijs of de door berekening vastgestelde normale waarde in een geschikt derde land met een markteconomie ("het referentieland"), of op basis van de prijs bij uitvoer uit het referentieland naar andere landen, met inbegrip van de Europese Unie, of, indien zulks niet mogelijk is, op elke andere redelijke grondslag, met inbegrip van de in de EU werkelijk betaalde of te betalen prijs van het soortgelijke product, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge.

23. In het bericht van opening heeft de Commissie aangekondigd dat Japan in eerdere onderzoeken als geschikt land met een markteconomie werd gebruikt om de normale waarde voor de VRC vast te stellen en dat zij van plan was om Japan daarvoor opnieuw te gebruiken. Tijdens dit nieuwe onderzoek is ook contact opgenomen met producenten in andere landen met een markteconomie, zoals de VS en Taiwan, en is om hun medewerking verzocht. Slechts één van de producenten-exporteurs in Japan heeft echter medewerking verleend.

24. Bijgevolg werd geoordeeld dat Japan een geschikt referentieland is. Geen van de belanghebbenden heeft opmerkingen of bezwaren gemaakt omtrent de geschiktheid van dat land.

2.2 Normale waarde

25. Overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening werd de normale waarde vastgesteld aan de hand van de gegevens die de medewerkende producent-exporteur in het referentieland had verstrekt, dat wil zeggen aan de hand van de op de binnenlandse markt van Japan betaalde of te betalen prijzen voor soortgelijke producten die in het kader van normale handelstransacties bleken te zijn verkocht.

26. Eerst werd voor de medewerkende producent-exporteur in Japan nagegaan of zijn totale binnenlandse verkoop van het soortgelijke product aan onafhankelijke afnemers representatief was overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening, d.w.z. of deze minstens 5% bedroeg van de totale uitvoer van het betrokken product naar de Unie. De binnenlandse verkoop van de medewerkende producent-exporteur in Japan in het TNO werd representatief bevonden.

27. Vervolgens werd onderzocht of de binnenlandse verkoop overeenkomstig artikel 2, lid 4, van de basisverordening in het kader van normale handelstransacties heeft plaatsgevonden.

28. Aangezien werd geoordeeld dat de hele binnenlandse verkoop met winst heeft plaatsgevonden, was de normale waarde gebaseerd op de werkelijke gewogen gemiddelde binnenlandse prijs in het TNO.

2.3 Uitvoerprijs

29. Aangezien geen van de producenten-exporteurs in de VRC medewerking heeft verleend, is de uitvoerprijs vastgesteld op basis van Eurostatgegevens.

2.4 Vergelijking

30. De vergelijking tussen de gewogen gemiddelde normale waarde en de gewogen gemiddelde uitvoerprijs geschiedde op basis van de prijs af fabriek en in hetzelfde handelsstadium. Om te zorgen voor een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs werd in overeenstemming met artikel 2, lid 10, van de basisverordening rekening gehouden met verschillen in factoren die van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid daarvan. Daartoe werden correcties toegepast voor verschillen in vervoers- en verzekeringskosten.

2.5 Dumpingmarge

31. Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de gewogen gemiddelde normale waarde vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs. Volgens de bovenstaande methodologie bedraagt de vastgestelde dumpingmarge 75%.

3. Ontwikkeling van de invoer als de maatregelen worden ingetrokken

3.1 Opmerking vooraf

32. In aansluiting op de analyse waaruit bleek dat er in het TNO sprake was van dumping, werd ook nagegaan hoe waarschijnlijk het was dat de dumping zou worden voortgezet.

33. Hiervoor werden de volgende elementen onderzocht: de in de VRC beschikbare reservecapaciteit, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie voor de Chinese producenten-exporteurs en hun uitvoer naar derde landen.

3.2 Reservecapaciteit van de Chinese producenten-exporteurs

34. Bij gebrek aan andere informatie over de productiecapaciteit is de analyse overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening uitgevoerd op grond van de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek.

35. Volgens het verzoek om een nieuw onderzoek bleef de bezettingsgraad in de VRC tijdens de beoordelingsperiode laag, namelijk onder de 40%. Door de zeer grote productiecapaciteit en de lage binnenlandse vraag blijkt er in de VRC meer dan 180 000 ton reservecapaciteit te zijn die zou kunnen worden uitgevoerd. Daartegenover staat een verbruik in de Unie van ongeveer 44 000 ton in het TNO.

3.3. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

36. De aantrekkelijkheid van de markt van de Unie blijkt ook uit het feit dat de instelling van antidumpingmaatregelen geen halt heeft toegeroepen aan de expansie van de Chinese uitvoer naar de Unie. Hoewel tijdens de periode 2007-2009 minder grote hoeveelheden werden ingevoerd dan tijdens het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek dat tot de instelling van de maatregelen heeft geleid, werd in het TNO 22 696 ton ingevoerd, wat boven dat niveau is.

37. Ondanks de stijging van de gemiddeld invoerprijs tijdens de beoordelingsperiode zijn de prijzen constant onder die van de bedrijfstak van de Unie gebleven.

38. Uit het feit dat de Chinese invoer tijdens de beoordelingsperiode is toegenomen tot een niveau dat in het TNO hoger was dan in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek, blijkt dat China nog steeds geïnteresseerd is in de markt van de Unie.

3.4. Prijzen van de uitvoer naar derde landen

39. De Chinese uitvoerstatistieken zijn onderzocht op de hoeveelheden die naar andere derde landen worden uitgevoerd en op de prijzen waartegen die uitvoer plaatsvindt. Volgens deze statistieken was in 2010 24% van de uitvoer uit de VRC voor de markt van de Unie bestemd. De fob-prijzen bij uitvoer naar de EU waren lichtjes hoger dan de prijzen bij uitvoer naar de rest van de wereld. Bij gebrek aan medewerking en aan andere gegevens over de uitvoer naar andere derde landen in het verzoek om een nieuw onderzoek konden die cif-prijzen evenwel niet met de gemiddelde prijs van de bedrijfstak van de Unie worden vergeleken. Het feit dat de prijzen bij uitvoer naar derde landen gemiddeld lager zijn dan de prijzen bij uitvoer naar de Unie kan evenwel worden gezien als een aanwijzing dat de markt van de Unie voor Chinese exporteurs een aantrekkelijke markt is en dat de uitvoer waarschijnlijk verder zal stijgen indien er geen maatregelen worden genomen.

4. Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping

40. Gezien de hierboven beschreven bevindingen kan worden geconcludeerd dat de uitvoer uit de VRC nog steeds met dumping plaatsvindt en dat voortzetting van dumping op de markt van de Unie waarschijnlijk is als de huidige antidumpingmaatregelen worden opgeheven. Rekening houdend met de bestaande reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, op basis van een vergelijking tussen de prijzen bij uitvoer naar de EU en bij uitvoer naar derde landen, is het namelijk waarschijnlijk dat de omvang van de invoer met dumping uit China in de Unie aanzienlijk zal toenemen indien de maatregelen zouden vervallen.

D. SITUATIE OP DE MARKT VAN DE UNIE

1. Definitie van de bedrijfstak van de Unie

41. Het betrokken product wordt in de Unie vervaardigd door drie ondernemingen. Zij worden dus als de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van de basisverordening beschouwd (hierna als "de bedrijfstak van de Unie" aangeduid).

2. Opmerking vooraf

42. Gegevens werden verkregen uit de statistieken van Eurostat, verzoeken om een nieuw onderzoek, antwoorden op de vragenlijst en informatie die tijdens de controles ter plaatse is verzameld.

43. Economische indicatoren inzake productie, capaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel en werkgelegenheid zijn gebaseerd op gegevens die door de drie producenten in de Unie zijn verstrekt. Ingevolge de beperkte medewerking van één van de producenten in de Unie die niet tot de indieners van het verzoek om dit nieuwe onderzoek behoorde, zijn alle andere indicatoren gebaseerd op gegevens die de indieners van het verzoek hebben verstrekt. Aangezien de indieners van het verzoek ongeveer 90% van de productie in de EU in het TNO vertegenwoordigden, werden hun gegevens met het oog op dit onderzoek representatief geacht voor de bedrijfstak van de Unie. Alleen de door de indieners van het verzoek verstrekte gegevens zijn ter plaatse gecontroleerd.

44. Zowel de gegevens betreffende de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie als die betreffende het verbruik kunnen slechts in geïndexeerde vorm worden verstrekt om de vertrouwelijkheid overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening te bewaren. Dat komt doordat dergelijke economische indicatoren slechts op twee producenten betrekking hebben, of voor een aantal daarvan op drie producenten, waarvan er één slechts marginaal in de sector actief is.

45. In juni 2009 heeft een van de indieners van het verzoek één van zijn twee productie-eenheden gesloten. Hij zette de productie vanaf die datum stil en ontsloeg alle werknemers. De desbetreffende productie-eenheid bleef eerst voorlopig gesloten gedurende een paar maanden en ging in januari 2010 uiteindelijk definitief dicht. Dat had enige gevolgen voor bepaalde indicatoren zoals het verbruik, het productievolume en de productiviteit, zoals ook toegelicht in de overwegingen 47 en 62.

3. Verbruik in de Unie

46. Het verbruik in de Unie werd vastgesteld op grond van het verkoopvolume van de drie producenten in de Unie op de markt van de EU en van invoergegevens van Eurostat.

47. Tussen 2007 en 2009 is het verbruik van TCCA in de EU met 19% gedaald, waarna het in het TNO opnieuw steeg tot een niveau dat 6% hoger lag dan in 2007. Voor 2008 en 2009 kan deze trend worden verklaard door de gecombineerde effecten van de lagere vraag ingevolge de wereldwijde economische crisis en het beperkte aanbod ingevolge de sluiting van een productie-eenheid in 2009 (zie overweging 45). Het hogere verbruik in de EU in het TNO houdt hoofdzakelijk verband met het herstel na de economische crisis en de stijging van de invoer uit de VRC.

Tabel 1 |

Verbruik in de EU |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Verbruik in de EU (MT) Index (2007=100) | 100 | 93 | 81 | 106 |

4. Omvang en marktaandeel van de invoer met dumping uit de Volksrepubliek China

48. De ontwikkeling van de omvang en van het marktaandeel van de invoer met dumping uit de VRC is hieronder weergegeven. De onderstaande hoeveelheden en marktaandelen zijn gebaseerd op invoerstatistieken van Eurostat, aangezien geen enkele Chinese exporteur/producent aan dit nieuwe onderzoek heeft meegewerkt.

49. De uit de VRC ingevoerde hoeveelheden TCCA zijn in 2008 en 2009 licht gedaald. Deze daling van de invoer werd gevolgd door een aanzienlijke stijging (met meer dan 35% in vergelijking met 2009) in het TNO. Tegelijkertijd is het marktaandeel van de invoer uit China tijdens de beoordelingsperiode blijven stijgen.

Tabel 2 |

Omvang en marktaandeel van de invoer uit de VRC |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Omvang van de invoer (MT) | 17 957 | 17 298 | 16 645 | 22 696 |

Index (2007=100) | 100 | 96 | 93 | 126 |

Marktaandeel (Bereik) | 40%-50% | 40%-50% | 45%-55% | 50%-60% |

5. Ontwikkeling van de prijzen van de invoer met dumping uit de Volksrepubliek China en prijsonderbieding

5.1 Ontwikkeling van de prijzen

50. De prijzen van de invoer uit de VRC vertoonden een gestage stijging van 11,3%. Enerzijds is deze trend toe te schrijven aan de ontwikkeling van de prijzen van de belangrijkste grondstoffen, die in 2009 en in het TNO sterker zijn gaan stijgen. Anderzijds weerspiegelt deze trend in bepaalde mate mogelijk ook een variatie van het assortiment[13].

Tabel 3 |

Eenheidsprijs VRC |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Euro/MT | 1 048 | 1 052 | 1 163 | 1 167 |

Index (2007=100) | 100 | 100,4 | 111 | 111,3 |

5.2 Prijsonderbieding

51. Algemeen genomen lagen de prijzen van de invoer uit China tijdens de hele periode onder de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. Voor de vaststelling van de prijsonderbieding heeft de Commissie haar berekening gebaseerd op de gemiddelde cif-prijzen bij uitvoer uit de VRC die zij van Eurostat heeft verkregen. De prijzen van het betrokken product werden vergeleken met de gewogen gemiddelde prijs van de bedrijfstak van de Unie, gecorrigeerd tot het niveau van de prijzen af fabriek. Uit de vergelijking is gebleken dat de invoer uit de VRC de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met meer dan 10% onderbood, het geldende antidumpingrecht buiten beschouwing gelaten.

6. Invoer uit andere landen

52. In onderstaande tabel worden de omvang en het marktaandeel van de invoer uit andere landen tijdens de beoordelingsperiode weergegeven. De respectieve gegevens zijn op Eurostat-gegevens gebaseerd.

Tabel 4 |

Invoer uit andere landen (omvang en marktaandeel) |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Omvang van de invoer uit andere derde landen (MT) | 501 | 239 | 296 | 378 |

Marktaandeel van de invoer uit andere derde landen (Bereik) | Minder dan 2% | Minder dan 2% | Minder dan 2% | Minder dan 2% |

53. De omvang en het marktaandeel van de invoer uit andere derde landen was tijdens de beoordelingsperiode verwaarloosbaar. De invoer uit de VS, een ander land waarvoor een antidumpingmaatregel gold, viel tijdens de beoordelingsperiode helemaal stil.

7. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

54. Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening onderzocht de Commissie alle relevante economische factoren en indicatoren die op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren.

7.1. Productie

55. De productie vertoonde vanaf 2009 een sterke daling, met name na de wereldwijde economische crisis en de sluiting van een productie-eenheid in juni 2009, waarvan de productie met ingang van die datum volledig werd stopgezet (zie overweging 45).

Tabel 5 |

Productie in de EU |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Index van het productievolume in de EU (2007=100) | 100 | 95,2 | 66,5 | 70,7 |

7.2. Capaciteit en bezettingsgraad

56. Tijdens de beoordelingsperiode volgde de productiecapaciteit dezelfde trend als de productie. De bezettingsgraad werd in het TNO evenwel positief beïnvloed door een aantal verbeteringen van de processen.

57. Ingevolge de sluiting van één productie-eenheid in de Unie in 2009 (zie overweging 45) zijn voor het TNO alleen gegevens over de capaciteit van de resterende productie-eenheid verzameld.

Tabel 6 |

Productiecapaciteit en bezettingsgraad in de EU |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Index van de productiecapaciteit in de EU (2007=100) | 100 | 101,5 | 91,0 | 80,6 |

Bezettingsgraad Index (2007=100) | 100 | 93,4 | 72,8 | 86,9 |

7.3. Voorraden

58. Om de in overweging 54 uiteengezette redenen was deze indicator gebaseerd op de informatie die door de indieners van het verzoek werd verstrekt. Uit het onderzoek ter plaatse is gebleken dat het verbruik van TCCA seizoensgebonden is. Het product wordt namelijk vooral tijdens de zomer gebruikt. Daardoor schommelen de voorraden in de loop het jaar: de voorraden zijn het grootst in de winter en slinken aanzienlijk in de zomer. Voor de jaren 2007-2009 geven de cijfers de voorraden op 31 december van het desbetreffende jaar weer. Het cijfer voor het TNO betreft evenwel de voorraden op 30 juni 2010, met andere woorden de periode van het jaar waar de voorraden het meest worden aangesproken. Op basis van deze indicator kan bijgevolg geen deugdelijke vergelijking worden gemaakt tussen het TNO en de rest van de beoordelingsperiode. Deze indicator wordt dan ook niet relevant geacht voor de beoordeling van de schade.

7.4. Omvang van de verkoop

59. De economische crisis heeft de omvang van de verkoop van het betrokken product in de Unie negatief beïnvloed. De stijging in het TNO is hoofdzakelijk te danken aan de stijging van het verbruik in de Unie door het herstel van de recessie na de economische crisis.

Tabel 7 |

Verkoop |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Omvang Index (2007=100) | 100 | 92 | 73 | 91 |

7.5. Marktaandeel

60. De bedrijfstak van de Unie slaagde er niet in zijn marktaandeel tijdens de beoordelingsperiode terug te winnen; het daalde zelfs aanzienlijk tijdens die periode.

Tabel 8 |

EU-marktaandeel |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

EU-marktaandeel (Bereik) | 55%-65% | 50%-60% | 45%-55% | 45%-55% |

7.6. Werkgelegenheid en lonen

61. In de EU is de werkgelegenheid in de sector tijdens de beoordelingsperiode gedaald, met name na de sluiting van een van de productie-eenheden (zie overweging 45). Bijgevolg zijn ook de loonkosten van de bedrijfstak van de Unie gedaald. De gemiddelde loonkosten per werknemer bleven tijdens de gehele beoordelingsperiode vrij stabiel.

Tabel 9 |

Werkgelegenheid |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Werknemers Index (2007=100) | 100 | 98,7 | 84,1 | 74,2 |

Loon per werknemer Index (2007=100) | 100 | 104,6 | 105,7 | 106,0 |

7.7. Productiviteit

62. De productiviteit van de werknemers van de bedrijfstak van de Unie, uitgedrukt in productie per werknemer per jaar, heeft zich tijdens de beoordelingsperiode negatief ontwikkeld en nam in 2009 sterk af, namelijk met 20%. Dat was toe te schrijven aan de reorganisatie ingevolge de sluiting van een productie-eenheid: in 2009 werd de productie gedurende zes maanden tijdelijk stopgezet, alvorens de productie-eenheid in januari 2010 definitief werd gesloten (zie overweging 45). De productiviteit verbeterde vervolgens in het TNO, hoewel de negatieve trends van 2009 zich tijdens het eerste semester nog enigszins lieten voelen.

Tabel 10 |

Productiviteit |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Productiviteit Index (2007=100) | 100 | 96,5 | 79,2 | 95,3 |

7.8. Verkoopprijzen

63. De gemiddelde eenheidsprijzen van TCCA in de EU (zie de tabel hieronder) zijn tussen 2007 en eind 2009 licht gestegen en vielen in het TNO terug tot het niveau van 2007. De stijging tijdens de periode 2007-2009 houdt gedeeltelijk verband met het assortiment (zie voetnoot 13).

Tabel 11 |

Verkoopprijs in de Unie |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Gemiddelde eenheidsprijs — Index (2007=100) | 100 | 104,6 | 111,4 | 103,1 |

7.9 . Winstgevendheid

64. De winstgevendheid van de verkoop van TCCA in de EU heeft zich sinds 2007 negatief ontwikkeld en in 2009 werden zelfs grote verliezen opgetekend. Deze slechte prestaties moeten worden gezien tegen de achtergrond van de sluiting van een productie-eenheid door een producent in de Unie tijdens dat jaar. In het TNO werd de winstgevendheid licht positief, maar de winstgevendheid bleef ver beneden de normale winstgevendheid (namelijk 10%[14]) in deze activiteitssector. Hieruit blijkt dat de bedrijfstak van de Unie zich nog steeds in een zwakke financiële situatie bevindt.

Tabel 12 |

Winstgevendheid |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Winstgevendheid (bereik) | -10% tot 0% | -10% tot 0% | -20% tot -10% | 0% tot 10% |

7.10. Investeringen en rendement van investeringen

65. Tijdens de beoordelingsperiode waren er geen grote kapitaaluitgaven. De in de vorm van een index weergegeven cijfers in de tabel hieronder weerspiegelen de investeringen ter verbetering van productiviteit en productieproces. Voor het rendement van investeringen volgen de cijfers in de vorm van een index dezelfde trend als die voor de winstgevendheid.

Tabel 13 |

Investeringen |

2006 | 2007 | 2008 | TNO |

Netto investeringen Index (2007=100) | 100 | 158 | 32 | 23 |

Rendement van investeringen (bereik) | -10% tot 0% | -10% tot 0% | -20% tot -10% | 0% tot 10% |

7.11. Kasstroom

66. Tijdens de beoordelingsperiode bleef de kasstroom positief, met uitzondering van 2009, toen extra herstructureringskosten moesten worden gedekt ingevolge de sluiting van een van de productie-eenheden (zie overweging 45). De ontwikkeling van de kasstroom volgde de ontwikkeling van de winstgevendheid.

Tabel 14 |

Kasstroom |

2007 | 2008 | 2009 | TNO |

Kasstroom (bereik) | 0% tot 10% | 0% tot 10% | -10% tot 0% | 5% tot 15% |

7.12. Hoogte van de dumpingmarge

67. In het TNO werd de dumping uit de VRC voortgezet op een niveau dat aanzienlijk hoger lag dan het huidige niveau van de maatregelen. Voorts kan het effect van de werkelijke dumpingmarges op de bedrijfstak van de Unie gezien de reservecapaciteit en de prijzen van de invoer uit de VRC niet als verwaarloosbaar worden beschouwd.

7.13. Herstel van de gevolgen van eerdere dumping

68. In oktober 2005 zijn antidumpingmaatregelen ingesteld. Rekening houdend met de algemene situatie van de bedrijfstak van de Unie en met de invoer uit de VRC in de periode van 2007 tot het eind van het TNO werd geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie zich ondanks de geldende antidumpingmaatregelen niet ten volle van deze gevolgen heeft kunnen herstellen.

7.14. Conclusie inzake schade

69. Verschillende schade-indicatoren hebben zich tijdens de beoordelingsperiode negatief ontwikkeld. Rekening houdend met de algemene verslechtering van de situatie van de producenten in de Unie wordt geoordeeld dat de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode aanmerkelijke schade heeft geleden.

8. Gevolgen van de invoer met dumping en andere factoren

8.1 Gevolgen van de invoer met dumping uit de VRC

70. Zoals uiteengezet in overweging 49 is de invoer van TCCA uit de VRC tussen 2007 en het eind van het TNO zowel wat de hoeveelheden als wat het marktaandeel betreft, aanzienlijk gestegen. Er werd ook aanzienlijke prijsonderbieding vastgesteld (zie overweging 51). De continue massale invoer met dumping uit de VRC deed zich voor in een context van een algemeen stijgend verbruik in de Unie tijdens de beoordelingsperiode, dat in het TNO 6% meer bedroeg dan in 2007, ondanks de daling tussen 2007 en 2009. Zoals wordt aangetoond door de verslechterende situatie van de bedrijfstak van de Unie heeft vooral de invoer uit de VRC van de stijging van het verbruik geprofiteerd.

8.2. Gevolgen van andere factoren

71. De Commissie heeft onderzocht of nog andere bekende factoren dan de invoer met dumping uit de VRC gevolgen kunnen hebben gehad voor de voortgezette schade die de producenten in de Unie hebben geleden.

72. Het is waarschijnlijk dat naast de invoer met dumping uit de VRC ook de minder goede prestaties van de bedrijfstak van de Unie op markten van derde landen, waar het ook met concurrentie van de VRC werd geconfronteerd, met name op de markt van de VS, enig negatief effect hadden op de productie in de Unie. De producenten in de Unie produceren evenwel hoofdzakelijk voor de markt van de Unie, waardoor het eventuele effect van een gedaalde uitvoer vrij beperkt is.

73. De economische crisis had ook negatieve gevolgen voor de prestaties van de bedrijfstak van de Unie: de productie daalde en een van de producenten in de Unie herstructureerde. Het effect van de economische crisis was beperkt in de tijd (een deel van 2008 en 2009), maar de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie bleef gedurende de hele beoordelingsperiode verslechteren. Uit de ontwikkelingen in het TNO blijkt bovendien dat de bedrijfstak van de Unie zich gedeeltelijk begon te herstellen. Bijgevolg wordt geoordeeld dat het effect van de economische crisis in dit geval niet verwaarloosbaar was, maar dat dit effect het oorzakelijke verband tussen de invoer met dumping uit de VRC en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade niet verbreekt.

8.3 Conclusie

74. De voortgezette invoer met dumping uit de VRC en de economische crisis hebben het herstelproces bemoeilijkt en hebben de problemen van de bedrijfstak van de Unie verergerd. Hoewel ook andere factoren tot de verslechterde prestaties van de bedrijfstak van de Unie hebben bijgedragen, bleek geen daarvan te volstaan om het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping uit de VRC en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade te verbreken. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat de invoer met dumping uit de VRC de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft toegebracht.

E. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DE SCHADE

1. Voorafgaande opmerkingen

75. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening is de invoer uit het betrokken land onderzocht om na te gaan of het voortduren van schade waarschijnlijk is.

76. Wat de waarschijnlijke gevolgen van het vervallen van de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie betreft, werd in het verlengde van de hierboven samengevatte elementen in verband met de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping rekening gehouden met de volgende factoren.

2. Volume en prijzen van de invoer uit de VRC

77. De invoer van TCCA uit de VRC, die ongeveer 98% van alle invoer in de EU vertegenwoordigt, bleef tijdens de beoordelingsperiode aan marktaandeel winnen en bereikte in het TNO een marktaandeel van meer dan 50%. Uit het onderzoek is gebleken dat deze invoer tegen dumpingprijzen en met een aanzienlijke dumpingmarge plaatsvond. De prijzen van deze invoer uit de VRC bleven tijdens de hele periode ook constant onder de prijzen van de bedrijfstak van de Unie en onderboden deze met meer dan 10% (de geldende maatregelen buiten beschouwing gelaten).

3. Reservecapaciteit op de markt van de VRC

78. Zoals vermeld in de overwegingen 34 en 35 heeft het onderzoek van de beschikbare capaciteiten in de VRC aangetoond dat de bezettingsgraad tijdens de beoordelingsperiode laag bleef. Vastgesteld werd dat de geschatte onbenutte productiecapaciteit drie keer groter is dan de markt van de Unie. Volgens de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek bestaat er voor het betrokken product in de VRC bovendien slechts een beperkte markt.

4. Aantrekkelijkheid van de EU-markt

79. Gezien de stijgende invoertrends en de beschikbare reservecapaciteit in de VRC is het waarschijnlijk dat de EU in de toekomst nieuwe invoer uit de VRC zal aantrekken. Dat de EU-markt aantrekkelijk is voor de Chinese exporteurs wordt aangetoond door de ontwikkelingen in 2009, toen de ontoereikende productie in de EU ingevolge de herstructurering van de sector gedeeltelijk werd aangevuld door extra invoer uit de VRC.

80. Deze situatie kan verder verslechteren doordat de bestaande antidumpingmaatregelen van de VS ten aanzien van TCCA uit de VRC onlangs zijn verlengd. Bijgevolg kan worden verwacht dat het vervallen van de antidumpingmaatregel in de EU de markt van de Unie relatief aantrekkelijker zou maken.

5. Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting van schade

81. De bedrijfstak van de Unie leed al jaren onder de gevolgen van invoer met dumping uit de VRC, waardoor hij zich nog steeds in een zorgwekkende economische situatie bevindt.

82. Zoals hierboven is vastgesteld, is uit het onderzoek gebleken dat de bedrijfstak van de Unie ook tijdens de beoordelingsperiode schade heeft geleden. Het voortduren van de schade is volgens artikel 11, lid 2, van de basisverordening op zich een sterke indicator dat de schade ook in de toekomst waarschijnlijk zal voortduren, wat erop lijkt te wijzen dat de maatregelen moeten worden gehandhaafd.

83. Gezien de beschikbare reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, is het waarschijnlijk dat de stijgende trend van grote hoeveelheden die uit de VRC worden ingevoerd tegen dumpingprijzen die de prijzen van de producenten in de Unie aanzienlijk onderbieden, zich voortzet indien de maatregelen worden opgeheven.

84. Indien de geldende maatregelen niet worden verlengd, zou de situatie van de bedrijfstak van de Unie verslechteren en zou de bedrijfstak in zijn bestaan worden bedreigd. Bijgevolg wordt geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat de schade voor de bedrijfstak van de Unie zal voortduren indien de bestaande maatregelen worden opgeheven.

F. BELANG VAN DE UNIE

1. Inleiding

85. Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening moest worden onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het belang van de hele Unie. Het belang van de Unie werd bepaald aan de hand van een afweging van de belangen van de betrokkenen, namelijk die van de producenten in de Unie, de importeurs en de gebruikers.

86. Bij de voorgaande onderzoeken werden antidumpingmaatregelen niet in strijd met het belang van de Unie geacht. Bovendien kan nu, omdat het om een nieuw onderzoek gaat waarbij een situatie wordt onderzocht waarin al antidumpingmaatregelen van toepassing zijn, worden nagegaan of die maatregelen nadelige gevolgen voor de betrokken partijen hebben.

87. Op basis hiervan werd onderzocht of er, ondanks de vastgestelde waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping en schade, duidelijk kan worden geconcludeerd dat handhaving van de maatregelen in dit bijzondere geval niet in het belang van de Unie is.

2. Belang van de bedrijfstak van de Unie

88. Gezien de conclusies betreffende de situatie van de bedrijfstak van de Unie zoals uiteengezet in overweging 66, en ingevolge de argumenten tot staving van de waarschijnlijkheid van voortzetting van schade zoals uiteengezet in de overwegingen 78 tot en met 81, kan worden geoordeeld dat het vervallen van de geldende maatregelen zal leiden tot een verdere verslechtering van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie die TCCA produceert, die de schadelijke effecten van de invoer met dumping uit de VRC heeft ondergaan en zijn situatie zag verslechteren door de wereldwijde economische crisis.

89. Er wordt geoordeeld dat de handhaving van de maatregelen ten goede zou komen aan de bedrijfstak van de Unie, die zich in dat geval zou kunnen herstellen van de schadelijke effecten van eerdere dumping die door de economische crisis werden verergerd. De opheffing van de maatregelen daarentegen zou een eind maken aan het herstel van de bedrijfstak van de Unie, zijn levensvatbaarheid ernstig bedreigen, en zijn bestaan aldus op het spel zetten, met als gevolg minder aanbod en minder concurrentie op de markt.

3. Belang van de importeurs en de gebruikers

90. Er is contact opgenomen met alle bekende gebruikers, importeurs, verwerkende bedrijven en downstreamsectoren.

91. Slechts twee gebruikers hebben zich gemeld. Beide steunden de handhaving van de geldende maatregelen. Beide argumenteerden dat de handhaving van de maatregelen geen negatieve gevolgen zou hebben voor de concurrentie op de EU-markt, maar dat de gebruiker daardoor daarentegen zou beschikken over meer leveranciers die tegen marktprijzen concurreren. Aangezien geen andere partijen zich in dit verband hebben gemeld, wijst niets erop dat de handhaving van de antidumpingmaatregelen in dit geval ernstige gevolgen zou hebben voor de importeurs en de gebruikers in de Unie.

4. Conclusie inzake het belang van de Unie

92. Er kan worden verwacht dat de handhaving van de maatregelen de bedrijfstak van de Unie ten goede zal komen en bijgevolg een gunstige uitwerking zal hebben op de concurrentievoorwaarden op de markt van de Unie en de consolidatie van de sector na de economische crisis en de herstructurering. Voorts kan worden verwacht dat de handhaving van de maatregelen de gebruikers en de importeurs ten goede zal komen doordat een ruim aanbod aan leveranciers op de EU-markt in stand wordt gehouden.

93. Rekening houdend met alle bovengenoemde factoren wordt geconcludeerd dat er geen dwingende redenen zijn om de desbetreffende maatregelen niet te handhaven.

G. ANTIDUMPINGMAATREGELEN

94. Alle partijen zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie wil aanbevelen de bestaande maatregelen te handhaven. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Wanneer deze opmerkingen gegrond waren, werd daarmee rekening gehouden.

95. Uit het bovenstaande volgt dat de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op TCCA van oorsprong uit de VRC overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening moeten worden gehandhaafd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

96. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op trichloorisocyanuurzuur en bereidingen daarvan, ook bekend onder de algemene internationale benaming (INN) "symcloseen", momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 2933 69 80 en ex 3808 94 20 (TARIC-codes 2933 69 80 70 en 3808 94 20 20), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

97. Het definitieve antidumpingrecht dat vóór inklaring van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, van de door onderstaande ondernemingen vervaardigde producten bedraagt:

Onderneming | Antidumping-recht | Aanvullende TARIC-code |

Hebei Jiheng Chemical Co. Limited | 8,1% | A604 |

Puyang Cleanway Chemicals Limited | 7,3% | A628 |

Heze Huayi Chemical Co. Limited | 3,2% | A629 |

Zhucheng Taisheng Chemical Co. Limited | 40,5% | A627 |

Alle andere ondernemingen | 42,6% | A999 |

98. De individuele rechten voor de in lid 2 genoemde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur, opgesteld conform de voorwaarden in de bijlage, wordt overgelegd. Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het antidumpingrecht dat voor alle andere ondernemingen geldt, toegepast.

99. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE

De in artikel 1, lid 3, bedoelde geldige handelsfactuur moet een verklaring, ondertekend door een daartoe bevoegde werknemer van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft, bevatten met de volgende gegevens:

100. de naam en functie van de bevoegde werknemer van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft;

101. de volgende verklaring: "Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid) trichloorisocyanuurzuur die naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende TARIC-code) in (betrokken land). Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is."

Datum en handtekening.

[1] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

[2] PB L 261 van 7.10.2005, blz. 1.

[3] De rechten variëren van 7,3% (Puyang) tot 8,1% (Hebei), 14,1% (Heze), 40,5% (Zhucheng) en 42,6% (andere producenten-exporteurs).

[4] PB L 254 van 29.9.2010, blz. 1.

[5] PB C 270 van 6.10.2010, blz. 7.

[6] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

[7] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

[8] PB L 261 van 7.10.2005, blz. 1.

[9] De rechten variëren van 7,3% (Puyang) tot 8,1% (Hebei), 14,1% (Heze), 40,5% (Zhucheng) en 42,6% (andere producenten-exporteurs).

[10] PB L 254 van 29.9.2010, blz. 1.

[11] PB C 104 van 23.4.2010, blz. 15.

[12] PB C 270 van 6.10.2010, blz. 7.

[13] Het betrokken product wordt in verschillende vormen vervaardigd, die in twee grote categorieën kunnen worden opgedeeld: korrels en poeders enerzijds en tabletten anderzijds. Tabletten zijn duurder dan korrels en/of poeder. Dat betekent dat de prijzen van het betrokken product kunnen variëren naar gelang van de samenstelling van een bepaald assortiment. Het assortiment dat een groter aandeel tabletten bevat zal met andere woorden duurder zijn dan het assortiment dat relatief meer korrels en poeder bevat.

[14] Zie de winstmarge voor belastingen die is vastgesteld in overweging 181 van Verordening (EG) nr. 538/2005 van de Commissie (PB L 89 van 8.4.2005, blz. 4).

Top