Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011PC0738

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de eigen middelen op basis van de belasting op financiële transacties

/* COM/2011/0738 definitief - 2011/0334 (CNS) */

52011PC0738

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de eigen middelen op basis van de belasting op financiële transacties /* COM/2011/0738 definitief - 2011/0334 (CNS) */


TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Doel van dit voorstel is bepalingen te formuleren op grond waarvan, overeenkomstig artikel 322, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "VWEU" genoemd), de regels en procedures kunnen worden vastgesteld volgens welke de eigen middelen op basis van de belasting op financiële transacties (hierna "FTT" genoemd) als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit […/…] van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (hierna "EMB 2014" genoemd)[1] door de lidstaten ter beschikking van de Commissie worden gesteld.

Het betreft hier praktische bepalingen voor de uitvoering van het stelsel dat bij het EMB 2014 is ingesteld met betrekking tot de vaststelling van de FTT-middelen, de boekingsregels, het tijdschema voor de terbeschikkingstelling, de betaling van rente bij vertraagde overmaking, de bewaring van bewijsstukken en de administratieve samenwerking. Voorts vervolledigen deze bepalingen de uitvoeringsmaatregelen die op grond van artikel 311, vierde alinea, VWEU, zijn vastgesteld inzake controle en toezicht en aanvullende rapportagevereisten[2].

Het voorstel van de Commissie steunt op de opgedane ervaring inzake het beheer van de eigen middelen. Het is een combinatie van de meest geschikte aspecten van twee bestaande stelsels: dat van de traditionele eigen middelen en dat van de eigen middelen op basis van de btw in zijn huidige vorm. Om de juridische maatregelen die de lidstaten moeten nemen om de belasting op financiële transacties in te voeren niet nodeloos te verzwaren, wordt voorgesteld dat het recht op de eigen middelen pas zou ontstaan wanneer een lidstaat de ontvangsten daadwerkelijk heeft geïnd. Met het oog op een snellere en efficiëntere inning van de eigen middelen wordt anderzijds voorgesteld dat de ontvangsten ter beschikking worden gesteld via een systeem van maandelijkse overzichten waarin een precies tijdstip is vermeld voor de terbeschikkingstelling van de bedragen aan eigen middelen.

De inhoud van het voorstel wordt hierna samengevat. In het gehele volgende deel van de tekst wordt gerefereerd aan Verordening (EG, Euratom) 1150/2000 van de Raad[3]. De Commissie keurde een voorstel voor een herschikking van deze verordening goed op 29 juni 2011[4].

2. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

2.1 Inleiding

Dit voorstel maakt deel uit van een pakket, dat verder ook omvat: een voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de nieuwe eigen middelen op basis van de btw aan de EU-begroting[5] en een gewijzigde herschikking van de bestaande Verordening van de Raad betreffende de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen en de bni-middelen[6].

De Commissie zal bekijken of het mogelijk is de bepalingen voor de vaststelling en terbeschikkingstelling van alle eigen middelen van de Unie in één enkele verordening te consolideren nadat een algemeen akkoord is bereikt over het gehele eigenmiddelenpakket.

2.2 Hoofdstuk I 'Algemene bepalingen'

- Artikel 1 van het voorstel, 'Voorwerp van de verordening': in dit artikel wordt bepaald dat de voorgestelde regels en procedures van toepassing zijn op de nieuwe bron van eigen middelen als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit […/…].

- Artikel 2 van het voorstel, 'Vaststelling van de FTT-middelen': bepaalt het tijdstip waarop het recht van de Unie op de FTT-eigen middelen ontstaat.

2.3 Hoofdstuk II 'Terbeschikkingstelling van de FTT-middelen'

- Artikel 3 van het voorstel, 'Boekingsregels': voorgesteld wordt om voor de FTT-middelen dezelfde regels te hanteren als die welke bij artikel 9 van Verordening 1150/2000 zijn vastgesteld voor de bestaande bronnen van eigen middelen.

- Artikel 4 van het voorstel, 'Boeking, verslaglegging en tijdstip van terbeschikkingstelling': voorgesteld wordt om voor de FTT-middelen dezelfde regels te hanteren als die welke bij artikel 6 van Verordening 1150/2000 zijn vastgesteld, namelijk het vroegst mogelijke maandelijkse boekingstijdstip en maandoverzichten gebruiken. De Commissie zal nadere voorschriften voor de maandoverzichten vaststellen in uitvoeringshandelingen die volgens de raadplegingsprocedure worden aangenomen. Het voorstel is om de FTT-eigen middelen en de desbetreffende maandoverzichten ter beschikking te stellen tegen de eerste werkdag van de tweede maand na de maand waarin de rechten van de Unie door de lidstaten zijn vastgesteld. Omdat de ter beschikking gestelde bedragen van maand tot maand aanzienlijk kunnen schommelen, wordt tevens voorgesteld dat de lidstaten ramingen meedelen van de te boeken bedragen.

- Artikel 5 van het voorstel: 'Achterstandsrente': voorgesteld wordt om voor te late terbeschikkingstelling van de FTT-eigen middelen dezelfde regeling te hanteren als die welke momenteel op grond van artikel 11 van Verordening 1150/2000 wordt toegepast.

- Artikel 6 van het voorstel, 'Boekhoudkundige correcties' : voorgesteld wordt om voor de FTT-eigen middelen dezelfde termijn te hanteren als die welke momenteel op grond van artikel 7 van Verordening 1150/2000 wordt toegepast.

2.4 Hoofdstuk III 'Administratieve bepalingen'

- Artikelen 7 en 8 van het voorstel, 'Bewaring van bewijsstukken' en 'Administratieve samenwerking': voorgesteld wordt om voor de FTT-eigen middelen dezelfde vereisten op te leggen als die welke momenteel voor de lidstaten gelden op grond van respectievelijk de artikelen 3 en 4 van Verordening 1150/2000.

2.5 Hoofdstuk IV 'Slotbepalingen'

- Artikel 9 van het voorstel, 'Comitéprocedure': bepaalt dat de FTT-eigen middelen worden behandeld door het bij artikel 20 van Verordening 1150/2000 ingestelde Raadgevend Comité voor de eigen middelen (RCEM) dat overeenkomstig Verordening (EU) 182/2011 werkzaam is.

2011/0334 (CNS)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de eigen middelen op basis van de belasting op financiële transacties

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 322, lid 2, in samenhang met artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement[7],

Gezien het advies van de Europese Rekenkamer[8],

Overwegende hetgeen volgt:

1. De Unie moet onder optimale voorwaarden kunnen beschikken over de in artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit […/…] van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie[9] bedoelde eigen middelen op basis van de belasting op financiële transacties ("FTT") en met het oog daarop dienen regels te worden vastgesteld voor de terbeschikkingstelling van deze eigen middelen door de lidstaten aan de Commissie.

2. Met het oog op administratieve en boekhoudkundige eenvoud en zekerheid dient de vaststelling van de FTT-middelen te worden gekoppeld aan de FTT-betalingen die een lidstaat heeft ontvangen. Met deze werkwijze wordt ook een duidelijk en direct verband link gelegd tussen de FTT-ontvangsten en de eigen middelen van de Unie.

3. De FTT-middelen dienen ter beschikking te worden gesteld door boeking van de verschuldigde bedragen op een voor dit doel geopende rekening overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 94/728/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen[10]. Indien de lidstaten de FTT-middelen met vertraging boeken, zijn zij hierover rente verschuldigd. In overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer dient erop te worden toegezien dat de kosten van de inning van de verschuldigde rente niet hoger zijn dan deze verschuldigde rente zelf.

4. De lidstaten dienen de bescheiden en inlichtingen die nodig zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Commissie ten aanzien van de eigen middelen van de Unie ter beschikking van de Commissie te houden en eventueel aan haar te doen toekomen. In het bijzonder dienen de lidstaten maandoverzichten van de vastgestelde rechten aan de Commissie te bezorgen.

5. De met de inning van de eigen middelen belaste nationale overheidsdiensten dienen te allen tijde de bewijsstukken van de geïnde eigen middelen ter beschikking van de Commissie te houden.

6. Een nauwe samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie is nodig om een correcte toepassing van de financiële voorschriften betreffende de eigen middelen te bevorderen.

7. Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[11].

8. De uitvoeringshandelingen met de regels voor de maandoverzichten van de boekhouding van de FTT-middelen dienen volgens de raadgevingsprocedure te worden vastgesteld, gezien de technische aard van deze overzichten.

9. Deze verordening dient op dezelfde dag van toepassing te worden als Besluit […/…],

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 1

Voorwerp van de verordening

Deze verordening bevat regels voor de terbeschikkingstelling van de in artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit […/…] bedoelde eigen middelen van de Unie waaraan een deel van de belasting op financiële transacties ten grondslag ligt (hierna "de FTT-middelen" genoemd) aan de Commissie.

Artikel 2

Vaststelling van de FTT-middelen

1. Voor de toepassing van deze verordening geldt een recht van de Unie op de in artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit […/…] bedoelde FTT-middelen zodra een lidstaat die bevoegd is om FTT op bepaalde transacties te heffen, de betaling van de overeenkomstig Richtlijn […/…] van de Raad[12] verschuldigde belasting, ook als voorschot of vereffening, heeft ontvangen.

2. Wanneer een belastbare transactie in de zin van Richtlijn […/…] heeft plaatsgevonden, maar slechts een deel van de verschuldigde belasting is betaald, doet de betrokken lidstaat het nodige opdat het verschuldigde bedrag aan eigen middelen aan de Commissie ter beschikking wordt gesteld voordat de opbrengsten van de FTT aan de lidstaat toevallen.

HOOFDSTUK II

TERBESCHIKKINGSTELLING VAN DE FTT-MIDDELEN

ARTIKEL 3

Boekingsregels

1. Iedere lidstaat boekt de FTT-middelen op het credit van de rekening welke overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 op naam van de Commissie bij zijn schatkist of bij het orgaan dat de lidstaat aanwijst, is geopend.

2. De lidstaten of de door hen aangewezen organen verstrekken de Commissie, langs elektronische weg:

a) uiterlijk op de tweede werkdag na de creditering van de rekening van de Commissie, een rekeningafschrift waaruit blijkt dat de FTT-middelen zijn geboekt;

b) indien het onder a) bedoelde rekeningsafschrift niet beschikbaar is op de werkdag waarop de eigen middelen op de rekening van de Commissie zijn bijgeschreven, een creditbericht waaruit blijkt dat de eigen middelen zijn geboekt.

3. De gecrediteerde bedragen worden overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad in euro in de boekhouding opgenomen[13].

4. De schatkist van iedere lidstaat of het orgaan dat de lidstaat aanwijst, houdt een samenvattende rekening bij van de FTT-middelen.

5. Ten behoeve van de boekhouding van de FTT-middelen eindigt de boekmaand niet eerder dan om 13.00 uur op de laatste werkdag van de maand van de vaststelling van die eigen middelen.

Artikel 4

Boeking, verslaglegging en tijdstip van terbeschikkingstelling

1. De overeenkomstig artikel 2 vastgestelde bedragen worden op de in artikel 3, lid 1, bedoelde rekening geboekt op de eerste werkdag van de tweede maand na de maand waarin een bedrag is vastgesteld.

2. Minstens tien werkdagen vόόr het in lid 1 bepaalde tijdstip bezorgt iedere lidstaat de Commissie een maandoverzicht van de rekening van de FTT-middelen.

3. Ten laatste op de eerste werkdag van de tweede maand na de maand waarin een bedrag overeenkomstig artikel 2 is vastgesteld, wordt een boeking gedaan in de samenvattende rekening als bedoeld in artikel 3, lid 4.

4. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met nadere voorschriften voor de in lid 2 van dit artikel bedoelde maandoverzichten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Artikel 5

Achterstandsrente

1. Elke te late boeking op de in artikel 3, lid 1, bedoelde rekening verplicht de betrokken lidstaat tot het betalen van achterstandsrente.

Indien het rentebedrag lager is dan 500 EUR wordt echter niet tot inning overgegaan.

2. De rentetarieven en –voorwaarden zijn die welke zijn vastgesteld in artikel 11, leden 2 en 3, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000.

3. Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde betaling van achterstandsrente is artikel 3, leden 2 en 3, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

Boekhoudkundige correcties

Na 31 december van het derde jaar volgende op een bepaald begrotingsjaar wordt het totaalbedrag dat is opgenomen in de overeenkomstig artikel 4, lid 5, meegedeelde maandoverzichten met betrekking tot dit begrotingsjaar niet meer gecorrigeerd, behoudens op punten waarvan vóór het verstrijken van deze termijn door de Commissie of de betrokken lidstaat kennis werd gegeven.

HOOFDSTUK III

ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN

ARTIKEL 7

Bewaring van bewijsstukken

De lidstaten nemen alle dienstige maatregelen om te verzekeren dat de bewijsstukken betreffende de terbeschikkingstelling van de FTT-middelen gedurende ten minste drie kalenderjaren, te rekenen vanaf het einde van het jaar waarop zij betrekking hebben, worden bewaard.

Indien bij een overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) nr. […/…] verricht onderzoek van de in de eerste alinea bedoelde bewijsstukken een rectificatie noodzakelijk mocht blijken, worden deze bewijsstukken zolang na het verstrijken van de in de eerste alinea genoemde termijn bewaard als nodig is voor het aanbrengen van de rectificatie en voor de controle daarop.

Indien een geschil tussen een lidstaat en de Commissie over de verplichting om een bepaald bedrag aan FTT-middelen ter beschikking te stellen in onderling overleg of door een beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt beslecht, dient de lidstaat de bewijsstukken die nodig zijn voor de financiële follow-up binnen twee maanden nadat het geschil is beslecht, in bij de Commissie.

Artikel 8

Administratieve samenwerking

1. Elke lidstaat verstrekt de Commissie de volgende gegevens:

a) de naam van de diensten of instellingen die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling, de inning, de terbeschikkingstelling en de controle van de FTT-middelen, alsmede de belangrijkste bepalingen met betrekking tot de rol en het functioneren van deze diensten en instellingen;

b) de wettelijke, bestuursrechtelijke en boekhoudkundige bepalingen van algemene aard betreffende de inning van de FTT, de terbeschikkingstelling van de daarvan afkomstige eigen middelen aan de Commissie en de controle op die eigen middelen door de Commissie;

c) de exacte benaming van alle administratieve en boekhoudkundige staten waarin de FTT-middelen worden geregistreerd, met name de staten die worden gebruikt bij de boekingen als bedoeld in artikel 4.

Elke wijziging van deze gegevens wordt onverwijld aan de Commissie meegedeeld.

2. De commissie deelt op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde gegevens mee aan alle andere lidstaten.

HOOFDSTUK IV

SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL 9

Comitéprocedure

10. De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EU) nr. […/…] opgerichte Raadgevend Comité voor de eigen middelen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

11. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te

Voor de Raad

De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN

1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1. Benaming van het voorstel/initiatief

1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

1.3. Aard van het voorstel/initiatief

1.4. Doelstelling(en)

1.5. Motivering van het voorstel/initiatief

1.6. Duur en financiële gevolgen

1.7. Beheersvorm(en)

2. BEHEERSMAATREGELEN

2.1. Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2. Beheer- en controlesysteem

2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1. Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonder(e)l(en) voor uitgaven

3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

3.2.5. Bijdrage van derden in de financiering

3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN

1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1. Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de eigen middelen op basis van de belasting op financiële transacties (FTT).

1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[14]

EU-begrotingsontvangsten (Titel 1, Eigen middelen).

1.3. Aard van het voorstel/initiatief

( Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

( Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[15]

( Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

( Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

1.4. Doelstellingen

1.4.1. De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

Het voorstel vervolledigt en verdiept voorstellen die de Commissie op 29 juni 2011 heeft gedaan inzake het stelsel van eigen middelen van de EU [zie COM(2011) 510, 511 en 512].

1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

Specifieke doelstelling nr.

Betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

Titel 1 – eigen middelen

1.4.3. Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben voor de begunstigden/doelgroepen.

De belasting op financiële transacties (FTT) zou een nieuwe inkomstenstroom kunnen genereren, die zou kunnen leiden tot een vermindering van de huidige bijdragen van de lidstaten, de nationale regeringen extra manoeuvreerruimte zou kunnen geven en aan de algemene inspanningen tot begrotingsconsolidatie zou kunnen bijdragen. Alhoewel in een beperkt aantal lidstaten al enige vorm van belastingheffing op financiële transacties bestaat, maakte de analyse ook duidelijk dat maatregelen op EU-niveau zowel meer effectief als efficiënt zouden kunnen blijken te zijn dan ongecoördineerde actie door lidstaten, gelet op het niveau van grensoverschrijdende activiteit en de grote mobiliteit van de belastinggrondslagen. Daarnaast zou zij een rol kunnen spelen bij het terugdringen van de huidige verbrokkeling van de interne markt. Het initiatief van de EU zal een eerste stap zijn op de weg naar de toepassing van een FTT op mondiaal niveau.

1.4.4. Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

Het voorstel moet het kader tot stand brengen om de FTT-middelen tijdig en correct ter beschikking van de EU-begroting te stellen.

1.5. Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De regels voor de terbeschikkingstelling van de FTT-middelen aan de EU-begroting moeten tijdig worden goedgekeurd om de invoering van deze nieuwe bron van eigen middelen volgens plan mogelijk te maken.

1.5.2. Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Zie 1.4.3 hierboven.

1.5.3. Lessen getrokken uit soortgelijke ervaringen in het verleden

n.v.t.

1.5.4. Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

Dit voorstel maakt deel uit van een pakket dat verder bestaat uit een gewijzigd voorstel voor een besluit van de Raad inzake het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie, een gewijzigd voorstel voor een verordening van de Raad houdende uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een belasting op financiële transacties in de EU. Deze voorstellen leggen een verband tussen de FTT-richtlijn en het stelsel van eigen middelen.

1.6. Duur en financiële gevolgen

( Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

- ( Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [dd/mm]jjjj tot en met [dd/mm]jjjj

- ( Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

( Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

- Uitvoering met een opstartperiode vanaf 1/1/2013 tot en met 31/12/2013,

- gevolgd door een volledige uitvoering vanaf 1/1/2014.

1.7. Beheersvorm(en)[16]

( Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie

( Indirect gecentraliseerd beheer door uitvoeringstaken te delegeren aan:

- ( uitvoerende agentschappen

- ( door de Gemeenschappen opgerichte organen[17]

- ( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

- ( personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het desbetreffende basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement

( Gedeeld beheer met lidstaten

( Gedecentraliseerd beheer met derde landen

( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties ( geef aan welke )

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Opmerkingen

2. BEHEERSMAATREGELEN

2.1. Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

De hoofdstukken III en IV van de voorgestelde verordening van de Raad bevatten bepalingen betreffende het toezicht en de verslaglegging in verband met de terbeschikkingstelling van de FTT-middelen.

2.2. Beheer- en controlesysteem

2.2.1. Geconstateerd(e) risico('s)

Belangrijkste potentiële risico's: foutieve vaststelling van de FTT-middelen, foutieve boeking, terbeschikkingstelling met vertraging en rekenfouten.

2.2.2. Voorgenomen controlemiddel(en)

Deze risico's worden systematisch aangepakt in het voorstel, dat tevens specifieke bepalingen inzake administratieve samenwerking en een comitéprocedure bevat.

2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande of geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

Naast de in 2.2.2 vermelde bepalingen, zijn in het begeleidende gewijzigd voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie bepalingen inzake controle en toezicht opgenomen.

3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1. Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonder(e)l(en) voor uitgaven

Niet van toepassing.

3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

Rubriek van het meerjarige financiële kader | 5 | "Administratieve uitgaven" |

Constante prijzen van 2011, in miljoen EUR

2013 | 2014 | 2015 | 2016 | Vanaf 2017 |

( Menselijke middelen | 0.508 | 2.144 | 2.144 | 2.144 | 2.144 |

( Andere administratieve uitgaven | 0.072 | 0.197 | 0.197 | 0.287 | 0.212 |

TOTAAL DG BEGROTING | Kredieten | 0.580 | 2.341 | 2.341 | 2.431 | 2.356 |

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 | Totaal vastleggingen = totaal betalingen | 0.580 | 2.341 | 2.341 | 2.431 | 2.356 |

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarig financieel kader | Vastleggingen | 0.580 | 2.341 | 2.341 | 2.431 | 2.356 |

Betalingen | 0.580 | 2.341 | 2.341 | 2.431 | 2.356 |

3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

- ( Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig.

- ( Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig.

3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1. Samenvatting

- ( Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

- ( Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Constante prijzen van 2011, in miljoen EUR

2013 | 2014 | 2015 | 2016 | Vanaf 2017 |

RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader |

Menselijke middelen | 0.508 | 2.144 | 2.144 | 2.144 | 2.144 |

Andere administratieve uitgaven | 0.072 | 0.197 | 0.197 | 0.287 | 0.212 |

Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader | 0.580 | 2.341 | 2.341 | 2.431 | 2.356 |

Buiten RUBRIEK 5[18] van het meerjarig financieel kader |

Menselijke middelen |

Andere administratieve uitgaven |

Subtotalen buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader |

TOTAAL | 0.580 | 2.341 | 2.341 | 2.431 | 2.356 |

3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften

- ( Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

- ( Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1 decimaal)

2013 | 2014 | 2015 | 2016 | Vanaf 2017 |

( Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) |

27 01 01 01 (Brussel/Luxemburg en vertegenwoordigingen van de Commissie) | 4 | 13 | 13 | 13 | 13 |

XX 01 01 02 (delegaties) |

XX 01 05 01 (onderzoek door derden) |

10 01 05 01 (eigen onderzoek) |

( Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[19] |

27 01 02 01 (CA, INT, SNE van de totale financiële middelen) | 0 | 7 | 7 | 7 | 7 |

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) |

XX 01 04 jj[20] | - zetel[21] |

- delegaties |

XX 01 05 02 (AC, END, INT - onderzoek door derden) |

10 01 05 02 (CA, INT, SNE – eigen onderzoek) |

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) |

TOTAAL |

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken.

Ambtenaren, tijdelijke functionarissen en extern personeel | Een nieuwe eenheid "FTT-middelen" zou erop toezien dat de lidstaten de met het oog op de financiering van de EU-begroting door hen geïnde eigen middelen ("FTT-EM"), correct en tijdig vaststellen, boeken, invorderen en ter beschikking stellen. De belangrijkste taken van die eenheid zijn: 1) Inspecties Toezicht uitoefenen op het optreden van de lidstaten m.b.t. de FTT-EM, door middel van inspecties ter plaatse aan de hand van een risicogebaseerd jaarprogramma. De regel zou kunnen zijn dat de 5 grootste ontvangers tweemaal en de overige lidstaten eenmaal per jaar worden geïnspecteerd. Voor de kleinste lidstaten zou dat om het andere jaar kunnen gebeuren. Alle inspectieverslagen en de antwoorden daarop van de lidstaten zouden met de lidstaten worden besproken in het Raadgevend Comité voor de FTT-EM, dat tweemaal per jaar zou bijeenkomen. Aan elke inspectiebevinding zou de nodige financiële of juridisch-administratieve follow-up moeten worden gegeven, die slechts wordt afgesloten nadat de betrokken lidstaat de nodige actie heeft ondernomen. In het andere geval zou een inbreukprocedure moeten worden ingeleid. 2) Follow-up van controles door de Europese Rekenkamer Ook de Europese Rekenkamer zou in de lidstaten controles m.b.t. de FTT-EM uitvoeren (in het kader van de DAS of specifieke controles). De eenheid zou ten aanzien van de lidstaten niet alleen voor de follow-up van haar eigen bevindingen, maar ook van die van de Rekenkamer verantwoordelijk zijn. 3) Toezicht op de invordering en follow-up van individuele zaken De eenheid zou toezien op de invordering van de FTT-EM door de lidstaten in specifieke gevallen met een bijzondere financiële impact (betreffende bv. grootschalige OLAF-onderzoeken). Met het oog op het toezicht in het algemeen op de invordering in gevallen van fraude en onregelmatigheid zou het nodig kunnen zijn dat de eenheid bijzondere gegevensbanken exploiteert (nieuwe of op bestaande systemen zoals OWNRES gebaseerde) waarnaar de lidstaten verslagen zouden kunnen zenden voor alle zaken waarmee meer dan 10 000 EUR gemoeid is. Ook alle specifieke gevallen waarin een administratieve fout van een lidstaat tot derving van FTT-EM zou leiden, vereisen de nodige follow-up. 4) Beheer van nationale verslagen over oninbare bedragen Lidstaten zouden kunnen worden verplicht om over alle gevallen van oninbare FTT-EM boven een bepaald bedrag een verslag op te stellen waarin wordt toegelicht waarom zij oninbaar zijn en niet ter beschikking van de Commissie kunnen worden gesteld. De eenheid zou samen met de Juridische Dienst, DG Taxud en OLAF onderzoeken of de betrokken lidstaat al het nodige heeft gedaan en kan worden vrijgesteld van de verplichting een bedrag ter beschikking te stellen. Een follow-up van de eenheid zou vereist zijn in alle gevallen waarin een lidstaat aansprakelijk wordt geacht voor het verlies van FTT-EM. 5) Toezicht op de gereedheid van en verlening van assistentie aan kandidaat-lidstaten De eenheid zou nagaan in hoeverre de kandidaat-lidstaten gereed zijn wat de FTT-EM betreft, bv. door monitoringbezoeken af te leggen, hun antwoorden op vragenlijsten te analyseren en simulaties uit te voeren. Tevens zou een pretoetredingsprogramma van assistentie worden opgezet, bestaande uit seminars en workshops waarop hun toekomstige verplichtingen inzake FTT-EM uitvoerig worden toegelicht. |

3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

- ( Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarig financieel kader.

- ( Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarig financieel kader.

Het voorstel hangt nauw samen met de voorstellen voor het volgende meerjarig financieel kader die op 29 juni 2011 door de Commissie zijn goedgekeurd. Het heeft tot doel de financiering van de EU-begroting vanaf 1/1/2014, zijnde de begindatum van het volgende financieel kader, te waarborgen.

- ( Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader

3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

- ( Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

- ( Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd.

3.3. Geraamde gevolgen voor de inkomsten

- ( Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

- ( Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen

( voor de eigen middelen

( voor de diverse ontvangsten

(miljoen EUR - huidige prijzen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten | Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten | Gevolgen van het voorstel/initiatief[22] |

| | 2014 |2015 |2016 |2017 |2018 |2019 |2020 | |Nieuw (in titel 1) | | 43.692 |45.335 |46.801 |48.414 |50.175 |52.108 |54.226 | |Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

In de bijlage bij het Verslag over de werking van het stelsel van eigen middelen [SEC(2011)876, deel II, blz. 25-26] en de effectbeoordeling bij het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijk stelsel van belasting op financiële transacties en tot wijziging van Richtlijn 2008/7/EG worden becijferde ramingen en toelichtingen bij de gebruikte hypothesen verstrekt.

Gebruikte formule

De ramingen zijn gebaseerd op een formule die oorspronkelijk door het Franse ministerie van Financiën werd ontwikkeld in 2000 en meer recentelijk door Jetin en Denys (2005) en McCulloch en Pacillo (2011) zijn gebruikt. Daarbij wordt aangenomen dat de opbrengst van een belasting R als volgt kan worden becijferd:

[pic],

waarbij τ het belastingpercentage is, V het jaarlijkse transactievolume en E de fiscale vlucht en belastingontwijking. De variabele c staat voor de transactiekosten als percentage van het transactievolume en ε is de belastingelasticiteit, dat wil zeggen het effect dat een verhoging van de belasting op het transactievolume, zijnde de belastinggrondslag, heeft. De laatste term tussen haken geeft de reactie van de markten in volume weer op een verhoging van de transactiekosten alleen. E staat in deze formule dus voor de fiscale vlucht en belastingontwijking.

Gegevensbronnen

De gegevens over valutatransacties (omzet op de "spot-", swap- en termijnmarkten) zijn afkomstig van de Bank voor Internationale Betalingen (Bank for International Settlements – BIS).

De gegevens voor de berekeningen van de effectenhandel steunen op cijfers van de Vereniging van Europese Effectenbeurzen (Federation of European Securities Exchanges- FESE). De informatie heeft betrekking op de effectenhandel op gereguleerde beurzen. Er zijn geen gegevens over de omzet buiten de gereguleerde beurzen, zoals de handelssystemen van sommige grote banken (zoals Sigma X of Goldman Sachs) en de particuliere plaatsing van aandelen.

Voor de derivaten worden de door de BIS meegedeelde nominale omzet en de uitstaande nominale bedragen bij benadering gegeven om de marktactiviteit op de over-the-counter (OTC)-derivatenmarkten te meten.

Kwantitatieve ramingen

De gebruikte aannames beïnvloeden sterk de ramingen van de opbrengst en zijn verschillend voor de diverse marktsegmenten. De ramingen die daaruit voortkomen, worden daarom ter illustratie verstrekt en zijn gebaseerd op gegevens van 2010.

Het meegedeelde bedrag is een optelsom van de volgende drie categorieën:

i) een belasting op effectentransacties (STT) van 0,1%, te heffen op alle obligatie- en aandelentransacties die op gereguleerde markten worden uitgevoerd;

ii) een heffing van 0,01% op ter beurze verhandelde derivaten, met name termijncontracten op één aandeel, opties op aandelenindices, termijncontracten op aandelenindices, opties op obligaties en termijncontracten op obligaties;

iii) hetzelfde percentage op OTC-rentederivaten, zoals forward rate agreements, swaps en opties.

Specifieke aannames inzake transactiekosten, belastingontwijking en elasticiteit zijn te vinden in de effectbeoordeling bij het voorstel voor een richtlijn betreffende de belasting op financiële transacties [SEC(2011)1102 en 1103].

De aanname is dat tweederde van de opbrengst naar de EU-begroting gaat.

Voor de ramingen vanaf 2010 worden de bedragen verhoogd aan de hand van groeiramingen van het nominale bni.

[1] PB L […] van […], blz. […].

[2] Gewijzigd voorstel voor een Verordening van de Raad tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van eigen middelen van[pic]/Š?“”Ÿ ¦ § -",-pqËÏ"

%

Œ

{|…‰ŠŽš›ñóùýþ[pic]*78/0ÔÕרÛ[pic]òéÝéÝéÝéÝéÝéÝéÊé¼éÝéÝéÊé³éÝéÝé£éÝéÝ£éÝ•ƒé£é£éƒé•ƒ#h`i~hT2†5?B*[pic]mHnHphu[pic]h`i~hT2†5?mHnHu[pic]-jhT2†0JU[pic] de Europese Unie, COM(2011) 740 van 9.11.2011.

[3] PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1.

[4] COM(2011)512 van 29 juni 2011.

[5] Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de eigen middelen op basis van de belasting op de toegevoegde waarde, COM(2011) 737 van 9.11.2011.

[6] Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien, COM(2011) 742 van 9.11.2011.

[7] PB C […] van […], blz. […].

[8] PB C […] van […], blz.. […].

[9] PB L […] van […], blz. […].

[10] PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1.

[11] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[12] PB L […] van […], blz. […].

[13] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

[14] ABM: Activity-Based Management (activiteitsgestuurd beheer) – ABB: Activity-Based Budgeting (activiteitsgestuurde begroting).

[15] In de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement.

[16] Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[17] In de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement.

[18] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[19] CA= Contract Agent (arbeidscontractant); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties); LA = plaatselijk functionaris; SNE= Seconded National Expert (gedetacheerd nationaal deskundige).

[20] Submaximum voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).

[21] Vooral voor structuurfondsen, Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Europees Visserijfonds (EVF).

[22] Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25% aan inningskosten.

Top