This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011PC0600
Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL Implementing the bilateral safeguard clause and the stabilisation mechanism for bananas of the Trade Agreement between the European Union and Colombia and Peru
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule en het stabilisatiemechanisme voor bananen in de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia en Peru
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule en het stabilisatiemechanisme voor bananen in de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia en Peru
/* COM/2011/0600 definitief - 2011/0262 (COD) */
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule en het stabilisatiemechanisme voor bananen in de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia en Peru /* COM/2011/0600 definitief - 2011/0262 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel betreft de omzetting in het recht
van de Europese Unie van de vrijwaringsclausule en het stabilisatiemechanisme
in de handelsovereenkomst met Colombia en Peru. Algemene context Op 19 januari 2009 heeft de Raad de Commissie
gemachtigd om onderhandelingen te openen met de lidstaten van de
Andesgemeenschap, die hebben geleid tot een handelsovereenkomst met Colombia en
Peru. De overeenkomst is op 23 maart 2011 geparafeerd. De overeenkomst omvat een bilaterale
vrijwaringsclausule die voorziet in de mogelijkheid om het
meestbegunstigingsdouanerecht opnieuw in te voeren wanneer de invoer door de
liberalisering van de handel in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige
voorwaarden plaatsvindt dat de bedrijfstak van de Unie die een soortgelijk of
rechtstreeks concurrerend product vervaardigt ernstige schade ondervindt (of
dreigt te ondervinden). De overeenkomst omvat voorts ook een
stabilisatiemechanisme voor bananen dat toelaat dat het preferentiële
douanerecht tot 1 januari 2020 wordt geschorst wanneer een bepaald jaarlijks
invoervolume wordt bereikt. Om operationeel te zijn, moeten de
vrijwaringsclausule en het stabilisatiemechanisme in de wetgeving van de
Europese Unie worden omgezet en moeten de procedurele aspecten van hun
toepassing en de rechten van de belanghebbenden worden gespecificeerd. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING Dit voorstel voor een uitvoeringsverordening
is rechtstreeks afgeleid van de tekst van de met Colombia en Peru gesloten
overeenkomst. Bijgevolg is geen afzonderlijke raadpleging van de belanghebbende
partijen of een effectbeoordeling nodig. Het is grotendeels gebaseerd op
bestaande uitvoeringsverordeningen. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL Samenvatting van de voorgestelde
maatregel(en) Het bijgevoegde voorstel voor een verordening
van het Europees Parlement en de Raad is het rechtsinstrument voor de
uitvoering van de vrijwaringsclausule en het stabilisatiemechanisme van de handelsovereenkomst
tussen de EU en Colombia en Peru. Rechtsgrondslag Artikel 207, lid 2, van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie. 2011/0262 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD tot uitvoering van de bilaterale
vrijwaringsclausule en het stabilisatiemechanisme voor bananen in de
handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia en Peru HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207,
lid 2, Gezien het voorstel
van de Europese Commissie, Na toezending van het
ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Handelend volgens de
gewone wetgevingsprocedure[1], Overwegende hetgeen
volgt: (1)
Op 19 januari 2009 heeft de Raad de Commissie
gemachtigd om namens de Europese Unie te onderhandelen over een
meerpartijenhandelsovereenkomst met de lidstaten van de Andesgemeenschap die
eveneens een ambitieuze, volledige en evenwichtige handelsovereenkomst wilden
sluiten. (2)
Deze onderhandelingen zijn afgesloten en de
handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia en Peru (hierna
"de overeenkomst" genoemd) is op 23 maart 2011 geparafeerd; de
overeenkomst werd overeenkomstig Besluit nr. …/2011/EU van de Raad van …[2] op … namens de Europese Unie
ondertekend, onder voorbehoud van sluiting van de overeenkomst op een later
tijdstip. Het Europees Parlement heeft op (…) zijn goedkeuring gehecht aan de
overeenkomst. Vervolgens heeft de Raad Besluit nr. …/2011 van …[3] betreffende de sluiting van de
overeenkomst vastgesteld. (3)
Er moeten procedures worden vastgesteld voor de
toepassing van de bepalingen van de overeenkomst die de bilaterale
vrijwaringsclausule betreffen, alsook voor de toepassing van het
stabilisatiemechanisme voor bananen waarover met Colombia en Peru
overeenstemming is bereikt. (4)
De termen "ernstige schade",
"dreiging van ernstige schade" en "overgangsperiode" als
bedoeld in artikel 48 van de overeenkomst moeten worden gedefinieerd. (5)
Zoals in artikel 48 van de overeenkomst is
vastgelegd, mogen vrijwaringsmaatregelen alleen worden overwogen indien het
betrokken product in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in
verhouding tot de productie in de Unie, en onder zodanige voorwaarden in de
Unie wordt ingevoerd dat de producenten in de Unie die soortgelijke of
rechtstreeks concurrerende producten vervaardigen, ernstige schade ondervinden
of dreigen te ondervinden. (6)
De vrijwaringsmaatregelen moeten worden genomen in
de vorm van een van de in artikel 50 van de overeenkomst genoemde
mogelijkheden. (7)
De taken die erin bestaan onderzoek te doen en
indien nodig vrijwaringsmaatregelen in te stellen, moeten op zo transparant
mogelijke wijze worden uitgevoerd. (8)
Er moeten nadere bepalingen over de inleiding van
de procedure worden vastgesteld. De lidstaten moeten de Commissie informatie,
waaronder beschikbaar bewijsmateriaal, verstrekken wanneer de ontwikkeling van
de invoer toepassing van vrijwaringsmaatregelen kan vereisen. (9)
Indien er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is om
de inleiding van een procedure te rechtvaardigen, moet de Commissie een bericht
als bedoeld in artikel 51 van de overeenkomst in het Publicatieblad van de
Europese Unie bekendmaken. (10)
Ingevolge artikel 51 van de overeenkomst moeten
nadere bepalingen worden vastgesteld over de opening van onderzoeken, de
toegang van belanghebbenden tot de verzamelde informatie en hun inzage in deze
informatie, alsmede over het horen van de betrokkenen en de gelegenheid die zij
krijgen hun standpunt uiteen te zetten. (11)
Ingevolge artikel 49 van de overeenkomst moet de
Commissie Colombia en Peru schriftelijk in kennis stellen van de opening van
een onderzoek en moet zij met hen overleg plegen. (12)
Tevens moeten ingevolge artikel 51, lid 4, van de
overeenkomst termijnen worden vastgesteld voor de opening van een onderzoek en
voor de vaststelling van de wenselijkheid van maatregelen, teneinde een snelle
afhandeling van de procedures te waarborgen en daardoor de rechtszekerheid voor
de marktdeelnemers te vergroten. (13)
Vrijwaringsmaatregelen mogen alleen na een
onderzoek worden ingesteld, doch moet de Commissie de mogelijkheid hebben in de
in artikel 53 van de overeenkomst bedoelde kritieke omstandigheden voorlopige
maatregelen te nemen. (14)
Vrijwaringsmaatregelen mogen enkel worden toegepast
voor zover en zo lang zij noodzakelijk zijn om ernstige schade te voorkomen en
aanpassingen te vergemakkelijken. De maximumduur van de vrijwaringsmaatregelen
moet worden bepaald en er moeten specifieke bepalingen inzake verlenging en
herziening van de maatregelen worden vastgesteld, zoals bedoeld in artikel 52
van de overeenkomst. (15)
De uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule
van de overeenkomst vereist eenvormige voorwaarden voor de vaststelling van
voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen, voor de instelling van
voorafgaande toezichtsmaatregelen, voor de beëindiging van een onderzoek zonder
maatregelen en voor de tijdelijke opschorting van het preferentiële douanerecht
dat is vastgesteld in het kader van het stabilisatiemechanisme voor bananen
waarover met Colombia en Peru overeenstemming is bereikt. Deze maatregelen
moeten door de Commissie worden vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr.
182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari
2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van
toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de
uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[4]. (16)
Het is passend dat voor de vaststelling van toezichts-
en voorlopige maatregelen de raadplegingsprocedure wordt gevolgd, gelet op de
effecten van de genoemde maatregelen en de sequentiële logica ervan met
betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Als
vertraging bij de instelling van maatregelen schade zou veroorzaken die
moeilijk te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare
maatregelen kunnen nemen. (17)
Deze verordening mag alleen van toepassing zijn op
producten van oorsprong uit de Unie en uit Colombia en Peru, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Hoofdstuk I - Vrijwaringsbepaling Artikel
1
Definities Voor de toepassing
van deze verordening wordt verstaan onder: a) "producten": goederen van
oorsprong uit de Unie of uit Colombia of Peru. Een aan een onderzoek
onderworpen product kan een of meerdere tariefposten omvatten, of een
subsegment daarvan zijn afhankelijk van de specifieke marktomstandigheden, of
een productsegmentatie die de bedrijfstak van de Unie gewoonlijk toepast; b) "belanghebbenden": partijen die gevolgen ondervinden van de
invoer van het desbetreffende product; c) "bedrijfstak van de Unie": alle producenten in de Unie van
het soortgelijke product of van rechtstreeks concurrerende producten die op het
grondgebied van de Unie hun bedrijf uitoefenen, of de producenten in de Unie
van wie de gezamenlijke productie van het soortgelijke product of van
rechtstreeks concurrerende producten een groot deel van de totale productie in
de Unie van die producten uitmaakt. In gevallen waarin het soortgelijke of
rechtstreeks concurrerende product slechts een van diverse producten is die
worden vervaardigd door de producenten die de bedrijfstak van de Unie vormen,
worden onder deze bedrijfstak de specifieke werkzaamheden verstaan die voor de
productie van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product nodig
zijn; d) "ernstige schade": een aanmerkelijke algemene verslechtering
van de situatie van de producenten in de Unie; e) "dreiging van ernstige schade": een duidelijk risico van
ernstige schade in de nabije toekomst. De dreiging van ernstige schade wordt
vastgesteld op basis van controleerbare feiten en niet louter op die van
beweringen, gissingen of vage mogelijkheden. Bij de vaststelling of er sprake
is van een dreiging van ernstige schade moet onder meer rekening worden
gehouden met prognoses, ramingen en analysen op basis van de in artikel 4, lid
5, bedoelde factoren; f) "overgangsperiode" voor een product waarvoor de lijst inzake
tariefafschaffing voorziet in een tariefafschaffingsperiode van minder dan 10
jaar: 10 jaar na de datum van toepassing van de overeenkomst;
"overgangsperiode" voor een product waarvoor de lijst inzake
tariefafschaffing voorziet in een tariefafschaffingsperiode van 10 jaar of
meer: de in die regeling voor dat product vastgestelde
tariefafschaffingsperiode plus 3 jaar. Artikel
2
Beginselen 1.
In overeenstemming met deze verordening kan een
vrijwaringsmaatregel worden ingesteld wanneer een product van oorsprong uit
Colombia of Peru, als gevolg van tariefconcessies voor dat product in het kader
van de overeenkomst, in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in
verhouding tot de productie in de Unie, en onder zodanige voorwaarden wordt
ingevoerd dat de bedrijfstak van de Unie die een soortgelijk of rechtstreeks
concurrerend product vervaardigt, ernstige schade ondervindt of dreigt te
ondervinden. 2.
Vrijwaringsmaatregelen kunnen bestaan in: a) een opschorting van de verdere verlaging
van het douanerecht op het betrokken product zoals voorzien in de in bijlage I
bij de overeenkomst vastgestelde lijst inzake tariefafschaffing van de Europese
Unie; b) verhoging van het douanerecht op het
betrokken product tot een niveau dat niet hoger ligt dan het laagste van de
volgende rechten: –
het op het product toegepaste meestbegunstigingsrecht
dat geldt op het tijdstip waarop de maatregel wordt genomen; of –
het basisrecht als gespecificeerd in de in bijlage
I bij de overeenkomst vastgestelde lijst inzake tariefafschaffing van de
Europese Unie. Artikel
3
Inleiding van de procedure 1.
Op verzoek van een lidstaat, van een rechtspersoon
of van een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die optreedt namens de
bedrijfstak van de Unie, of op initiatief van de Commissie wordt een onderzoek
geopend indien het de Commissie duidelijk is dat er, zoals bepaald op basis van
de in artikel 4, lid 5, vermelde factoren, voldoende voorlopig bewijsmateriaal
is om een onderzoek te rechtvaardigen. 2.
Het verzoek tot opening van een onderzoek bevat
bewijzen dat aan de voorwaarden voor het instellen van een vrijwaringsmaatregel
van artikel 2, lid 1, is voldaan. Het
verzoek bevat gewoonlijk de volgende informatie: het tempo en de omvang van de
toename van de invoer van het betrokken product in absolute en relatieve
cijfers, het door de toegenomen invoer veroverde deel van de interne markt,
wijzigingen in de omvang van de verkoop, de productie, de productiviteit, de
bezettingsgraad, winst en verlies en de werkgelegenheid. 3.
Een onderzoek kan ook worden geopend als de toename
van de invoer geconcentreerd is in een of meer lidstaten, op voorwaarde dat er
voldoende voorlopig bewijsmateriaal, zoals bepaald op basis van de in artikel
4, lid 5, vermelde factoren, voorhanden is dat aan de voorwaarden voor de
opening van een onderzoek is voldaan. 4.
Indien de invoer uit Colombia of Peru zich dusdanig
ontwikkelt dat vrijwaringsmaatregelen noodzakelijk lijken, stellen de lidstaten
de Commissie daarvan in kennis. Deze kennisgeving bevat het beschikbare
bewijsmateriaal zoals bepaald op basis van de in artikel 4, lid 5, vermelde
factoren. De Commissie geeft deze informatie aan alle lidstaten door. 5.
Wanneer blijkt dat er voldoende voorlopig
bewijsmateriaal zoals bepaald op basis van de in artikel 4, lid 5, vermelde
factoren voorhanden is om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen,
maakt de Commissie dit bekend door een bericht in het Publicatieblad van de
Europese Unie. De procedure wordt ingeleid binnen een maand na ontvangst
van het verzoek of de informatie overeenkomstig lid 1. 6.
Het in lid 5 bedoelde bericht: a) bevat een samenvatting van de ontvangen
informatie en het verzoek de Commissie alle nuttige informatie toe te zenden; b) vermeldt de termijn waarbinnen
belanghebbenden hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken en informatie
kunnen verstrekken, zodat die standpunten en informatie bij het onderzoek in
aanmerking kunnen worden genomen; c) vermeldt de termijn waarbinnen
belanghebbenden kunnen vragen om overeenkomstig artikel 4, lid 9, door de
Commissie te worden gehoord. Artikel
4
Het onderzoek 1. Na de
inleiding van de procedure begint de Commissie met een onderzoek. De in lid 3
vermelde periode begint op de dag waarop het besluit om een onderzoek in te
stellen in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt. 2. De
Commissie kan de lidstaten verzoeken informatie te verstrekken en de lidstaten
nemen alle nodige maatregelen om aan dit verzoek te voldoen. Als deze
informatie van algemeen belang is en als zij niet vertrouwelijk is in de zin
van artikel 11, wordt zij toegevoegd aan het niet-vertrouwelijke dossier als bedoeld
in lid 8. 3. Het
onderzoek wordt zo mogelijk binnen zes maanden na de opening ervan afgesloten.
In uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld bij de betrokkenheid van een
ongewoon hoog aantal partijen of complexe marktsituaties, kan deze termijn met
drie maanden worden verlengd. De Commissie informeert alle betrokken partijen
over deze verlenging en legt uit waarom de termijn is verlengd. 4. De
Commissie wint alle informatie in die zij nodig acht om conclusies te trekken
ten aanzien van de in artikel 2, lid 1, genoemde voorwaarden, en tracht,
wanneer zij dat passend acht, deze informatie te controleren. 5. Bij
het onderzoek evalueert de Commissie alle ter zake dienende factoren van
objectieve en kwantificeerbare aard die van invloed zijn op de situatie van de
bedrijfstak van de Unie, met name het tempo en de omvang van de toename van de
invoer van het betrokken product in absolute en relatieve cijfers, het door de
toegenomen invoer veroverde deel van de interne markt, wijzigingen in de omvang
van de verkoop, de productie, de productiviteit, de bezettingsgraad, winst en
verlies en de werkgelegenheid. Deze lijst is niet uitputtend en de Commissie
kan bij haar vaststelling van ernstige schade of dreiging van ernstige schade
ook rekening houden met andere relevante factoren, zoals de voorraden, de
prijzen, het rendement van geïnvesteerd vermogen, de kasstroom en andere
factoren die ernstige schade aan de bedrijfstak van de Unie toebrengen, kunnen
hebben toegebracht of dreigen toe te brengen. 6. De
belanghebbenden die zich overeenkomstig artikel 3, lid 6, onder b), kenbaar
hebben gemaakt en de vertegenwoordigers van Colombia en Peru kunnen op
schriftelijk verzoek inzage krijgen in alle informatie die de Commissie in het
kader van het onderzoek heeft ontvangen, met uitzondering van door de
autoriteiten van de Unie of haar lidstaten opgestelde interne documenten, voor
zover deze informatie relevant is voor de presentatie van hun dossier, niet
vertrouwelijk is in de zin van artikel 11 en door de Commissie bij het onderzoek
wordt gebruikt. Belanghebbenden die zich kenbaar hebben gemaakt, kunnen de
Commissie hun standpunt over de informatie mededelen. Dit standpunt wordt in
aanmerking genomen voor zover het door voldoende voorlopig bewijsmateriaal is
gestaafd. 7. De Commissie
draagt er zorg voor dat alle gegevens en statistieken die voor het onderzoek
worden gebruikt, beschikbaar, begrijpelijk, transparant en verifieerbaar zijn. 8. Zodra
het nodige technische kader hiervoor is ingesteld, zorgt de Commissie voor met
een wachtwoord beveiligde onlinetoegang tot het niet-vertrouwelijke dossier
("onlineplatform") die zij beheert en via welk alle relevante,
niet-vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 11 wordt verspreid. De bij
het onderzoek betrokken partijen, alsmede de lidstaten en het Europees
Parlement wordt toegang tot dit onlineplatform verleend. 9. De
Commissie hoort de belanghebbenden, met name indien zij hierom binnen de in het
Publicatieblad van de Europese Unie genoemde termijn schriftelijk hebben
verzocht en daarbij hebben aangetoond dat het resultaat van het onderzoek
waarschijnlijk werkelijk gevolgen voor hen zal hebben en dat er bijzondere
redenen zijn om hen te horen. De Commissie hoort deze belanghebbenden bij
volgende gelegenheden, als er bijzondere redenen zijn om hen nogmaals te horen. 10. Wanneer
informatie niet binnen de door de Commissie gestelde termijn wordt verstrekt of
wanneer het onderzoek ernstig wordt belemmerd, kunnen op grond van de
beschikbare gegevens conclusies worden getrokken. Indien de Commissie
constateert dat een belanghebbende of een derde haar onjuiste of misleidende
inlichtingen heeft verstrekt, laat zij deze buiten beschouwing en kan zij de
beschikbare gegevens gebruiken. 11. De
Commissie stelt Columbia of Peru schriftelijk in kennis van de opening van een
onderzoek en van de instelling van voorlopige of definitieve maatregelen. Artikel
5 Voorafgaande
toezichtmaatregelen 1. Wanneer
de invoer van een product van oorsprong uit Colombia of Peru zich zodanig
ontwikkelt dat dit kan leiden tot een van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde
situaties, kan de invoer van dat product onder voorafgaand toezicht worden
geplaatst. 2. De
Commissie stelt voorafgaande toezichtmaatregelen vast volgens de
raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 12, lid 2. 3. Voorafgaande
toezichtmaatregelen gelden gedurende beperkte tijd. Behoudens andersluidende
bepalingen vervallen zij aan het einde van het tweede halfjaar volgende op het
eerste halfjaar nadat zij werden ingesteld. Artikel
6 Voorlopige
vrijwaringsmaatregelen 1. In
kritieke omstandigheden worden voorlopige vrijwaringsmaatregelen toegepast
wanneer vertraging moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, nadat op
basis van de in artikel 4, lid 5, vermelde factoren voorlopig is vastgesteld
dat er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is voor een toename van de invoer
van een product van oorsprong uit Columbia of Peru als gevolg van de verlaging
of afschaffing van een douanerecht overeenkomstig de in bijlage I bij de
overeenkomst vastgestelde lijst inzake tariefafschaffing van de Europese Unie,
en dat dergelijke invoer ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken
voor de bedrijfstak van de Unie. De Commissie stelt voorlopige maatregelen vast
volgens de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 12, lid 2. In geval van
dwingende redenen van urgentie, inclusief het geval bedoeld in lid 2, stelt de
Commissie volgens de in artikel 12, lid 4, bedoelde procedure onmiddellijk
toepasselijke voorlopige vrijwaringsmaatregelen vast. 2. Wanneer
een lidstaat om een onmiddellijk optreden van de Commissie verzoekt en aan de
voorwaarden van lid 1 is voldaan, neemt de Commissie binnen vijf werkdagen na
de ontvangst van het verzoek een besluit hierover. 3. Voorlopige
maatregelen zijn niet meer dan 200 dagen van toepassing. 4. Indien
de voorlopige vrijwaringsmaatregelen worden ingetrokken omdat uit het onderzoek
blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 2, lid 1, worden de
douanerechten die uit hoofde van de voorlopige maatregelen zijn geïnd, automatisch
terugbetaald. 5. De in
dit artikel bedoelde maatregelen zijn van toepassing op elk product dat na
inwerkingtreding van deze maatregelen in het vrije verkeer wordt gebracht. Deze
maatregelen vormen evenwel geen belemmering voor het vrije verkeer van producten
die reeds op weg zijn naar de Unie, op voorwaarde dat de bestemming van
dergelijke producten niet kan worden gewijzigd. Artikel
7
Beëindiging van het onderzoek en de procedure zonder maatregelen 1. Wanneer
uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat niet aan de in artikel 2, lid
1, bedoelde voorwaarden is voldaan, stelt de Commissie overeenkomstig de
onderzoeksprocedure bedoeld in artikel 12, lid 3, een besluit vast om het
onderzoek en de procedure te beëindigen. 2. De
Commissie publiceert een verslag met haar bevindingen en gemotiveerde
conclusies over alle relevante feitelijke en juridische kwesties, waarbij zij
naar behoren rekening houdt met de bescherming van vertrouwelijke informatie in
de zin van artikel 11. Artikel
8
Definitieve maatregelen 1. Wanneer
uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat aan de in artikel 2, lid 1,
bedoelde voorwaarden is voldaan, nodigt de Commissie de autoriteiten van
Colombia of Peru uit om overleg te plegen overeenkomstig artikel 49 van de
overeenkomst. Indien binnen 45 dagen geen bevredigende oplossing wordt
gevonden, kan de Commissie een besluit vaststellen tot instelling van
definitieve vrijwaringsmaatregelen overeenkomstig de onderzoeksprocedure
bedoeld in artikel 12, lid 3. 2. De
Commissie publiceert een verslag met een samenvatting van de voor het besluit
relevante concrete feiten en overwegingen, waarbij zij naar behoren rekening
houdt met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel
11. Artikel
9
Duur en eventuele verlenging van vrijwaringsmaatregelen 1. Een
vrijwaringsmaatregel blijft niet langer van kracht dan nodig is om ernstige
schade te voorkomen of te verhelpen en aanpassingen te vergemakkelijken. De
maatregel mag niet langer dan twee jaar van toepassing zijn, tenzij hij overeenkomstig
lid 3 wordt verlengd. 2. Een
vrijwaringsmaatregel blijft gedurende de verlengingstermijn van kracht totdat
het onderzoek in verband met een eventuele verlenging overeenkomstig lid 3 is
afgesloten. 3. De
aanvankelijke duur van een vrijwaringsmaatregel mag bij wijze van uitzondering
met maximaal twee jaar worden verlengd, mits wordt vastgesteld dat de maatregel
nodig blijft om ernstige schade te voorkomen of te verhelpen en om aanpassingen
te vergemakkelijken en er bewijzen zijn dat de bedrijfstak van de Unie zich
aanpast. 4. Een
verlenging overeenkomstig lid 3 wordt voorafgegaan door een onderzoek op
verzoek van een lidstaat, van een rechtspersoon of van een vereniging zonder
rechtspersoonlijkheid die optreedt namens de bedrijfstak van de Unie, of op
initiatief van de Commissie, indien er, zoals bepaald op basis van de in
artikel 4, lid 5, vermelde factoren, voldoende voorlopig bewijsmateriaal is. 5. De
opening van een onderzoek wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 3, leden 5
en 6. Het onderzoek naar en de
eventuele beslissing over een verlenging overeenkomstig lid 3 gebeuren
overeenkomstig de artikelen 4, 7 en 8. 6. De
totale duur van een vrijwaringsmaatregel, inclusief een eventuele voorlopige
maatregel, mag niet meer dan vier jaar bedragen. 7. Na
afloop van de overgangsperiode worden geen vrijwaringsmaatregelen toegepast. 8. De
invoer van een product dat al eerder aan een vrijwaringsmaatregel is
onderworpen, mag niet opnieuw aan een dergelijke maatregel worden onderworpen,
behalve één keer voor de helft van de tijd dat de maatregel eerder heeft
gegolden, mits de maatregel gedurende ten minste één jaar niet is toegepast. Artikel 10 Ultraperifere
gebieden van de Europese Unie Wanneer een product van oorsprong uit Columbia
of Peru in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige voorwaarden wordt
ingevoerd dat de economische situatie van één of verschillende ultraperifere
gebieden van de Unie als genoemd in artikel 349 van het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie ernstig verslechtert of dreigt te verslechteren,
kan overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk een vrijwaringsmaatregel
worden ingesteld. Artikel
11
Vertrouwelijkheid 1. De op
grond van deze verordening ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor
het doel waarvoor zij werd gevraagd. 2. Informatie
van vertrouwelijke aard of op vertrouwelijke basis verstrekte informatie die op
grond van deze verordening werd ontvangen, wordt niet bekendgemaakt zonder de
uitdrukkelijke toestemming van degene die de informatie heeft verstrekt. 3. Bij
elk verzoek om vertrouwelijke behandeling van informatie wordt aangegeven
waarom deze vertrouwelijk is. Wanneer
degene die de informatie heeft verstrekt, deze noch openbaar wil maken noch
toestemming wil geven tot bekendmaking ervan in algemene termen of in
samengevatte vorm en wanneer blijkt dat het verzoek om vertrouwelijke
behandeling niet gegrond is, kan deze informatie buiten beschouwing worden
gelaten. 4. Informatie
wordt in elk geval als vertrouwelijk beschouwd indien het waarschijnlijk is dat
uit de bekendmaking ervan aanzienlijk nadeel voortvloeit voor degene die de
informatie heeft verstrekt of van wie deze afkomstig is. 5. De
leden 1 tot en met 4 beletten de autoriteiten van de Unie niet algemene
informatie te vermelden en in het bijzonder te verwijzen naar de motivering van
de op grond van deze verordening genomen besluiten. Deze autoriteiten moeten echter rekening houden met het rechtmatige
belang dat de betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen erbij hebben dat
hun zakengeheimen niet worden bekendgemaakt. Artikel
12
Comitéprocedure 1. De
Commissie wordt bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 4, lid
1, van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009
betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling[5]. Dat comité is een comité in de zin van
Verordening (EU) nr. 182/2011. 2. Wanneer
naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van
toepassing. 3. Wanneer
naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van
toepassing. 4. Wanneer
naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in
samenhang met artikel 4 daarvan, van toepassing. Hoofdstuk II - Stabilisatiemechanisme voor bananen Artikel
13 Stabilisatiemechanisme
voor bananen 1. Voor
bananen van oorsprong uit Colombia of Peru, ingedeeld onder code 0803.00.19 van
de Gecombineerde Nomenclatuur (verse bananen met uitzondering van
"plantains") en opgenomen in afbouwcategorie BA in de in bijlage I
bij de overeenkomst vastgestelde lijst inzake tariefafschaffing van de Europese
Unie, geldt tot 1 januari 2020 een stabilisatiemechanisme. 2. Zoals
vermeld in de derde en vierde kolom van de tabel in de bijlage bij deze
verordening, wordt een afzonderlijke jaarlijkse drempel vastgesteld voor het
invoervolume van de in lid 1 vermelde producten. Zodra het drempelvolume voor Colombia of Peru tijdens het
desbetreffende kalenderjaar wordt bereikt, kan de Commissie, overeenkomstig de
in artikel 12, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure, het preferentiële
douanerecht dat wordt toegepast op producten van de desbetreffende oorsprong
tijdens datzelfde jaar tijdelijk schorsen voor een periode van niet meer van
drie maanden, die het eind van het kalenderjaar niet mag overschrijden. 3. Indien
de Commissie beslist om het geldende preferentiële douanerecht te schorsen,
past zij het basisdouanerecht toe, of het meestbegunstigingsrecht dat geldt op
het tijdstip waarop deze maatregel wordt genomen, indien dat lager is. 4. Indien
de Commissie de in de leden 2 en 3 vermelde maatregelen neemt, pleegt zij
onmiddellijk overleg met het betrokken land (Colombia of Peru of beide) om de
situatie op basis van beschikbare feiten te analyseren en te evalueren. 5. De in
de leden 2 en 3 vermelde maatregelen mogen slechts gelden tijdens de periode
die op 31 december 2019 afloopt. Hoofdstuk III - Slotbepalingen Artikel
14
Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag
na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing vanaf de datum van
toepassing van de overeenkomst overeenkomstig artikel 330 van die overeenkomst.
De datum van toepassing van de overeenkomst wordt in een bericht in het Publicatieblad
van de Europese Unie bekendgemaakt. Deze verordening
is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke
lidstaat. Gedaan te , Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter Bijlage Tabel inzake drempelvolumes voor de toepassing
van het stabilisatiemechanisme voor bananen waarin is voorzien in bijlage I,
aanhangsel I, afdeling B: voor Colombia onderafdeling 1A, punt 1, onder n), en
voor Peru onderafdeling 2A, punt 1, onder i). Jaar || Drempel invoervolume uit Colombia || Drempel invoervolume uit Peru Van 1 januari tot en met 31 december 2010 || 1 350 000 t || 67 500 t Van 1 januari tot en met 31 december 2011 || 1 417 500 t || 71 250 t Van 1 januari tot en met 31 december 2012 || 1 485 000 t || 75 000 t Van 1 januari tot en met 31 december 2013 || 1 552 500 t || 78 750 t Van 1 januari tot en met 31 december 2014 || 1 620 000 t || 82 500 t Van 1 januari tot en met 31 december 2015 || 1 687 500 t || 86 250 t Van 1 januari tot en met 31 december 2016 || 1 755 000 t || 90 000 t Van 1 januari tot en met 31 december 2017 || 1 822 500 t || 93 750 t Van 1 januari tot en met 31 december 2018 || 1 890 000 t || 97 500 t Van 1 januari tot en met 31 december 2019 || 1 957 500 t || 101 250 t Vanaf 1 januari 2020 || Niet van toepassing. || Niet van toepassing. [1] Standpunt van het Europees Parlement van 17 februari
2011 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt) en besluit van de Raad van
.... [2] [3] [4] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. [5] PB L 84 van
31.3.2009, blz. 1.