This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011PC0478
COMMUNICATION FROM THE COMMISSIONTO THE EUROPEAN PARLIAMENTpursuant to Article 294(6) of the Treaty on the Functioning of the European Unionconcerning the position of the Council on the adoption of a Directive of the European Parliament and of the Council on waste electrical and electronic equipment (WEEE)
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Uniemet betrekking totstandpunt van de Raad inzake de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Uniemet betrekking totstandpunt van de Raad inzake de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)
/* COM/2011/0478 definitief - 2008/0241 (COD) */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Uniemet betrekking totstandpunt van de Raad inzake de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) /* COM/2011/0478 definitief - 2008/0241 (COD) */
2008/0241 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot standpunt van de Raad inzake de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) ACHTERGROND Toezending van het voorstel aan het Europees Parlement en de Raad (document COM(2008) 810 definitief – 2008/0241 COD): | 16 december 2008 | Advies van het Economisch en Sociaal Comité: | 11 juni 2009 | Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: | 3 februari 2011 | Vaststelling van het standpunt van de Raad: | 19 juli 2011 | DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE De specifieke doelstellingen van het herschikte AEEA-voorstel (2008) zijn de efficiëntie van het gebruik van hulpbronnen te vergroten en een goede behandeling van elektronisch afval te waarborgen door nieuwe streefcijfers voor de inzameling vast te stellen die zijn aangepast aan de realiteit van elke lidstaat. Andere doelstellingen zijn onnodige administratieve lasten te verminderen door te verduidelijken dat de verantwoordelijkheid van de producenten op een Europese aanpak wordt gebaseerd, alsmede een betere tenuitvoerlegging te waarborgen, met name door omkering van de bewijslast bij de uitvoer van goederen waarvan wordt vermoed dat zij AEEA zijn. OPMERKINGEN OVER HET STANDPUNT VAN DE RAAD Algemene opmerkingen Het Europees Parlement heeft op 3 februari 2011 zijn advies in eerste lezing vastgesteld. De Commissie heeft 55 van de 86 door het Europees Parlement in eerste lezing aangenomen amendementen geheel, gedeeltelijk of in beginsel aanvaard. 30 van deze 55 amendementen zijn reeds geheel of gedeeltelijk verwerkt in het gemeenschappelijk standpunt. Het standpunt van de Commissie over de door het Europees Parlement in eerste lezing ingediende amendementen is uiteengezet in document SP(2011)2217. De Commissie heeft amendementen, geheel, gedeeltelijk of in beginsel, aanvaard die de context van het voorstel verduidelijken of het verder verbeteren overeenkomstig de vastgestelde doelstellingen. Het betreft met name het schrappen van de band met het toepassingsgebied van de richtlijn betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, het baseren van het inzamelingsstreefcijfer op de hoeveelheid AEEA die onder bepaalde voorwaarden ontstaat en het invoeren van de verplichting voor distributeurs om passende inzamelings- en voorlichtingsstelsels op te zetten voor zeer kleine AEEA. De Commissie heeft amendementen verworpen die de aard van het voorstel zouden wijzigen, zoals amendementen die het niveau van bescherming van milieu en volksgezondheid zouden verminderen of een onnodige toename van de administratieve lasten zouden veroorzaken. Zij heeft ook amendementen verworpen die buiten het bestek van de herschikkingsprocedure vallen, toegepast in overeenstemming met het "Interinstitutioneel akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten". Op 14 maart 2011 hebben de lidstaten met eenparigheid van stemmen een politiek akkoord bereikt hoewel de Commissie belangrijke bezwaren tegen de tekst had ingebracht. Specifieke opmerkingen Door de Commissie aanvaarde amendementen van het Parlement die volledig, gedeeltelijk of in beginsel in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt Amendementen 2, 10, 12, 13, 15, 16, 20, 21, 24, 28, 29, 32, 37, 44, 45, 57, 62, 64, 65, 66, 68, 78, 80, 81, 82, 83, 86, 88, 97 en 98 zijn door de Commissie aanvaard en zijn geheel, gedeeltelijk of in beginsel verwerkt in het standpunt van de Raad. Door de Commissie verworpen amendementen van het Parlement die volledig, gedeeltelijk of in beginsel in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt Amendementen 14, 18, 27, 99 en 102 werden door de Commissie verworpen maar zijn geheel, gedeeltelijk of in beginsel verwerkt in het standpunt van de Raad. De amendementen 14 en 18 hebben betrekking op het onderscheid tussen AEEA van huishoudens versus AEEA van gebruikers die geen particuliere huishoudens zijn. De Commissie is er niet van overtuigd dat de voorgestelde tekst de duidelijkheid vergroot. Bij amendement 99 wordt de nieuwe eis van vaststelling van Europese normen ingevoerd, wat strijdig kan zijn met delen van de tekst die niet aan de herschikkingsprocedure zijn onderworpen. Door de Commissie geheel, gedeeltelijk of in beginsel aanvaarde amendementen van het Parlement die evenwel niet in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt Amendementen 1, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 22, 23, 26, 31, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 52, 58, 59, 60, 69, 76, 92 en 100 waren geheel, gedeeltelijk of in beginsel door de Commissie aanvaard, maar werden niet verwerkt in het standpunt van de Raad. Zij hebben betrekking op belangrijke onderdelen van de tekst, zoals definities, inzamelingsstreefcijfers, maatregelen om de inzameling en het bewustzijn te vergroten en de vaststelling van comitéprocedures in verband met de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Amendementen van het Parlement die door de Commissie en de Raad werden verworpen en die niet in het gemeenschappelijk standpunt zijn verwerkt Amendementen 11, 25, 35, 36, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 54, 55, 56, 61, 67, 70, 71, 72, 73, 74, 75, 77, 94, 95, 96 en 101 werden verworpen, zowel door de Commissie als door de Raad. Deze amendementen vormen geen positieve bijdrage tot de duidelijkheid en samenhang van de tekst, of zij wijzigen onderdelen van de tekst die niet onderworpen zijn aan de herschikkingsprocedure. Dat laatste is meer in het bijzonder het geval voor de amendementen 47-51 en 75 met betrekking tot de financiële verplichtingen van producenten. Bij amendement 46 zouden nieuwe eisen met betrekking tot het bijhouden van gegevens worden ingevoerd die buiten het bestek van de herschikkingsprocedure vallen. Door de Raad in het voorstel aangebrachte wijzigingen De Raad heeft de volgende voornaamste wijzigingen van het Commissievoorstel voorgesteld: Open toepassingsgebied : De Raad stelt voor dat het toepassingsgebied in de toekomst, met ingang van zes jaar na de inwerkingtreding, alle "grote apparatuur" en "kleine apparatuur" zal omvatten. Deze aanpak wordt ook een "open toepassingsgebied" genoemd omdat het toepassingsgebied op die manier niet beperkt is tot een lijst van welomschreven categorieën zoals momenteel het geval is, maar "open" is voor alle nieuwe apparatuur die voldoet aan de definities van de richtlijn. De invoering van een "open toepassingsgebied" zou gepaard gaan met een aantal nieuwe uitsluitingen en daarmee verband houdende definities. De Commissie is van mening dat apparatuur die momenteel onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt, in de toekomst niet mag worden uitgesloten en dat een uitbreiding van het toepassingsgebied alleen kan worden overwogen als de baten groter zijn dan de kosten. In beginsel is een evaluatie overeenkomstig de richtsnoeren voor effectbeoordelingen vereist om te waarborgen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Omschrijving van de categorieën AEEA : De Raad vervangt de huidige tien categorieën in de bijlage van de richtlijn door een nieuwe reeks van vijf categorieën. Momenteel zijn deze categorieën belangrijk om het toepassingsgebied van de richtlijn vast te stellen en om een onderscheid te maken tussen de streefcijfers voor nuttige toepassing en recycling. In de toekomst zijn de categorieën overeenkomstig de Raad niet langer bepalend voor de omschrijving van het toepassingsgebied (zie hierboven "open toepassingsgebied"), maar blijven zij wel bepalend voor het onderscheid tussen de streefcijfers voor nuttige toepassing en recycling. De Commissie kan een wijziging van de definitie van deze categorieën van AEEA aanvaarden indien dat niet leidt tot een wijziging van de ambities voor recycling/nuttige toepassing en dat geen onnodige administratieve lasten veroorzaakt. Uitbreiding van het toepassingsgebied tot fotovoltaïsche panelen : De Raad stelt voor het toepassingsgebied van de richtlijn vanaf de datum van inwerkingtreding uit te breiden tot fotovoltaïsche panelen. De Commissie is het ermee eens dat de inzameling, de goede behandeling en de nuttige toepassing van fotovoltaïsche panelen moeten worden gewaarborgd. De Commissie heeft een studie doen uitvoeren om het effect te onderzoeken van opname van dergelijke panelen in het toepassingsgebied van de AEEA-richtlijn. Uit de studie blijkt dat er geen milieubaten zijn, noch kansen voor de nuttige toepassing van secundaire grondstoffen. Deze studie en de daarop volgende opmerkingen van de belanghebbenden kunnen worden gebruikt wanneer de potentiële opname van fotovoltaïsche panelen in de AEEA-richtlijn in de toekomst wordt overwogen. Nationale aanpak voor producentenverplichtingen : De Raad hanteert een definitie van producenten die voortbouwt op het begrip van nationale markten. Dit nationale begrip kan leiden tot een situatie van meervoudige registratie, meervoudige betaling voor hetzelfde product, meervoudige eisen voor informatie betreffende behandeling en voor de markering van producten, alsmede de eis voor producenten om juridisch vertegenwoordigd te zijn in meer dan één lidstaat. De Commissie heeft voorgesteld om te verduidelijken dat een op de communautaire markt gebaseerd begrip moet worden gebruikt om dergelijke lasten te vermijden en is nog steeds van mening dat overeenstemming moet worden bereikt over een Europese aanpak voor de verplichtingen van de producent. Dit geldt met name voor de verplichtingen van verkopers die over de grenzen heen op afstand verkopen. Inzamelingsstreefcijfer : De Raad eist van de lidstaten dat zij acht jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn een inzamelingsstreefcijfer behalen van 65% van de in de handel gebrachte elektrische en elektronische apparatuur. In vergelijking met het Commissievoorstel houdt dit een uitstel van ongeveer vier jaar in. Voor acht lidstaten wordt voorzien in twee jaar extra flexibiliteit. De Commissie is van mening dat overgangsregelingen om rekening te houden met specifieke nationale omstandigheden, zoals reeds opgenomen in het Commissievoorstel, verder in de tekst kunnen worden verwerkt. Gezien de noodzaak echter van een vastberaden optreden met het oog op een efficiënter gebruik van hulpbronnen en grotere toegang tot secundaire grondstoffen is het belangrijk een ambitieus streefcijfer voor de inzameling te handhaven, zowel wat het streefcijfer zelf als wat de inwerkingtreding betreft. De Commissie kan het uitstel met betrekking tot het jaar waarin het inzamelingsstreefcijfer moet worden gehaald, derhalve niet aanvaarden. De Commissie kan het eens zijn met de doelstelling van de Raad om kwikhoudende fluorescentielampen als prioritaire producten voor gescheiden inzameling te beschouwen, waarvoor in de toekomst een specifiek streefcijfer voor de inzameling kan worden vastgesteld. Uitwerking van normen : De Raad verzoekt de Commissie om minimumnormen uit te werken voor de behandeling van AEEA op basis van artikel 27 van Richtlijn 2008/98/EG. In beginsel vindt de Commissie het een goed idee om normen voor de behandeling van AEEA vast te stellen en zij ondersteunt momenteel een project om dergelijke normen uit te werken die vervolgens op basis van vrijwilligheid zouden worden gebruikt. De Commissie is echter van mening dat de nieuwe tekst inzake normen strijdig kan zijn met die delen van de tekst welke niet aan de herschikkingsprocedure zijn onderworpen. Aanpassingen aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en andere kwesties : De Raad voorziet in uitvoeringshandelingen voor de artikelen 7, 16 en 23 en voor bijlage VI. De Commissie is van mening dat dit gedelegeerde handelingen moeten zijn, zoals bepaald in het Commissievoorstel. De eis dat de Commissie de belanghebbenden raadpleegt alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, moet uitsluitend worden vermeld in de desbetreffende overweging en moet worden geschrapt uit het dispositief van de richtlijn. De Raad heeft de verwijzing naar een concordantietabel met betrekking tot de omzetting geschrapt. De Commissie beschouwt deze tabel als noodzakelijk om de omzetting van de richtlijn te monitoren in de geest van de 'slimme regelgeving' als bedoeld in Commissiemededeling COM(2010) 543. CONCLUSIE Niet alle door de Raad ingevoerde wijzigingen zijn consistent met de doelstelling van het Commissievoorstel, meer bepaald met de doelstellingen van een efficiënt gebruik van hulpbronnen, een meer uitgebreide nuttige toepassing van secundaire grondstoffen en een vermindering van de administratieve lasten. De Commissie kan het standpunt van de Raad derhalve niet in zijn geheel aanvaarden.