This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52010DC0069
Report from the Commission to the European Parliament and the Council on borrowing and lending activities of the European Union IN 2008
Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de leningactiviteit van de europese unie in 2008
Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de leningactiviteit van de europese unie in 2008
/* COM/2010/0069 def. */
Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de leningactiviteit van de europese unie in 2008 /* COM/2010/0069 def. */
2009/ECFIN/033 [pic] | EUROPESE COMMISSIE | Brussel, 4.3.2010 COM(2010)69 definitief VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD OVER DE LENINGACTIVITEITVAN DE EUROPESE UNIE IN 2008 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 4 2. Door de Europese Unie verstrekte leningen 5 2.1. Beschrijving 5 2.2. BB-mechanisme 7 2.3. MFB-faciliteit 8 2.4. Euratom-faciliteit 10 3. Door de Europese Unie opgenomen leningen 10 3.1. Beschrijving 10 3.2. BB-mechanisme 11 3.3. MFB-faciliteit 11 3.4. Euratom-faciliteit 11 4. Europese Investeringsbank — leningactiviteit in derde landen 12 4.1. Door de EIB verstrekte leningen 12 4.1.1. Beschrijving 12 4.1.2. Ondertekende leningen 13 4.1.3. Gevolgen van de EIB-leningactiviteit voor de EU-begroting 14 4.2. Door de EIB opgenomen leningen 14 INLEIDING Overeenkomstig de Raadsbesluiten tot instelling van de diverse leninginstrumenten van de Europese Unie moet de Commissie het Europees Parlement en de Raad jaarlijks op de hoogte brengen van het gebruik dat van deze instrumenten is gemaakt. Met dit verslag wordt voldaan aan de verplichting om de leningactiviteit per betrokken regio te beschrijven. Het verslag bevat meer in het bijzonder een beknopt overzicht van de leningactiviteit in het kader van de betalingsbalanssteun aan lidstaten buiten het eurogebied, van de macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap aan derde landen en van de garanties voor leningen van de Gemeenschap. Daarnaast bevat het verslag informatie over de leningactiviteit van Euratom. Volledigheidshalve moet de Commissie het Europees Parlement en de Raad ingevolge de respectieve Raadsbesluiten[1] inzake de leningactiviteit van de Europese Investeringsbank (EIB) buiten de Gemeenschap jaarlijks op de hoogte brengen van de stand van de financiële verrichtingen (leningen en garanties) van de EIB met EU-begrotingsgarantie in de pretoetredingslanden, het Middellandse Zeegebied, Oost-Europa, de zuidelijke Kaukasus en Rusland, Azië en Latijns-Amerika, en Zuid-Afrika. DOOR DE EUROPESE UNIE VERSTREKTE LENINGEN Beschrijving De financiële steun aan derde landen en aan lidstaten buiten het eurogebied wordt door de Commissie verleend op basis van rechtsgrondslagen die verschillen al naargelang de betrokken geografische gebieden en de nagestreefde doelstellingen. Bij de financiële operaties die de Commissie ingevolge de diverse Raadsbesluiten beheert, gaat het doorgaans om bilaterale leningen (macrofinanciële bijstand (MFB) aan derde landen of betalingsbalanssteun (BB-steun) aan lidstaten buiten het eurogebied), waarmee de Gemeenschap bijdraagt tot het herstel van het macro-economische evenwicht in het betrokken land. Het Euratom-leninginstrument dient voor financieringsoperaties in de lidstaten en bepaalde derde landen (Armenië, Rusland en Oekraïne). Tegenover elke uitbetaling van een MFB-, BB- of Euratom-lening staat een opgenomen lening. De verschuldigde bedragen (rente en/of hoofdsom), de valuta en de aflossingsdata van de verstrekte leningen stemmen met andere woorden overeen met die van de onderliggende opgenomen leningen. Tabel 1: Uitbetalingen van MFB- en Euratom-leningen aan derde landen en van BB-leningen aan lidstaten buiten het eurogebied Miljoen EUR 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | Totaal | Roemenië | 50 | 50 | Subtotaal "Uitbreidingslanden" (lidstaten met ingang van 1.1.2007) | 0 | 0 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 50 | Albanië(1) | 9 | 9 | Bosnië en Herzegovina(2 | 10 | 10 | 10 | 30 | VJRM(3) | 10 | 12 | 28 | 50 | Servië en Montenegro(4) | 225 | 40 | 15 | 280 | Tadzjikistan(6) | 60 | 60 | Libanon(7) | 0 | Subtotaal MFB | 305 | 12 | 168 | 10 | 15 | 10 | 0 | 0 | 479 | Euratom(8) | 40 | 40 | 25 | 65 | 215 | 51 | 39 | 16 | 491 | BB(9) | 2 000 | 2 000 | Algemeen totaal | 345 | 52 | 143 | 75 | 230 | 70 | 39 | 2 016 | 2 970 | (1) In 2005 is een gift van 3 miljoen EUR aan Albanië uitbetaald en in 2006 een nieuwe gift van 13 miljoen EUR. (2) De uitkering van de lening ging vergezeld van uitbetalingen van giften ten belope van 10 miljoen EUR in 2000. In 2001 en 2003 zijn nieuwe giften van respectievelijk 15 miljoen EUR en 25 miljoen EUR uitbetaald. In 2005 is voor een bedrag van 15 miljoen EUR aan giften uitbetaald. (3) Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. In 2001 is een gift van 10 miljoen EUR uitgekeerd, in 2002 een gift van 10 miljoen EUR en in 2003 een nieuwe gift van 18 miljoen EUR. (4) In 2002 is een gift van 115 miljoen EUR betaald aan Servië en Montenegro, in 2003 een gift van 35 miljoen EUR, in 2004 een gift van 10 miljoen EUR en in 2005 een nieuwe gift van 25 miljoen EUR. (5) In 2001 is 35 miljoen EUR uitbetaald aan Kosovo en 13 miljoen EUR aan Montenegro in de vorm van begrotingssteun. In hetzelfde jaar is nog een gift van 15 miljoen EUR aan Kosovo uitgekeerd, gevolgd door een nieuwe gift van 15 miljoen EUR in 2002. (6) Tadzjikistan: Deze lening ging vergezeld van de uitbetaling van giften ten belope van in totaal 14 miljoen EUR. In 2003 is een nieuwe gift van 7 miljoen EUR uitbetaald (waartoe reeds in 2002 was besloten). In 2005 en 2006 zijn giften van eenzelfde bedrag uitgekeerd. (7) Macrofinanciële bijstand aan Libanon in de vorm van 50 miljoen EUR aan leningen. In juni 2009 vond een uitbetaling van 25 miljoen EUR plaats. In december 2008 is een eerste uitbetaling van een gift ten belope van 15 miljoen EUR verricht. (8) Met inbegrip van Bulgarije en Roemenië (lidstaten met ingang van 1.1.2007). (9) Op 2 december 2008 werd het maximumbedrag voor leningen die in het kader van het BB-mechanisme aan lidstaten buiten het eurogebied kunnen worden toegekend, opgetrokken van 12 miljard EUR tot 25 miljard EUR. Op 18 mei 2009 is het maximumbedrag verhoogd tot 50 miljard EUR. Overige uitbetalingen van giften voor de periode 2001-2008: Buitengewone financiële bijstand. Uitkering van giften aan Armenië en Georgië ten belope van in totaal respectievelijk 8 miljoen EUR en 10 miljoen EUR in 1998 en 4 miljoen EUR en 9 miljoen EUR in 1999. In 2001 is een nieuwe gift van 6 miljoen EUR aan Georgië uitgekeerd. In 2002 is een gift van 11 miljoen EUR aan Armenië uitbetaald. In 2004 zijn aan Armenië en Georgië nieuwe giften van respectievelijk 5,5 miljoen EUR en 6,5 miljoen EUR uitbetaald. In 2005 is een gift van 1,5 miljoen EUR aan Armenië uitgekeerd. In 2006 heeft Georgië twee giften van telkens 11 miljoen EUR ontvangen. Moldavië: In 2008 is in twee tranches een gift van 25 miljoen EUR uitbetaald. | BB-mechanisme De activering van de betalingsbalanssteun (BB-steun) aan lidstaten buiten het eurogebied was de belangrijkste gebeurtenis die zich in 2008 in verband met de leningactiviteit van de Europese Gemeenschap heeft voorgedaan. Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste kenmerken van het BB-mechanisme, de voornaamste operaties in 2008 en de verwachte ontwikkeling in de komende jaren. BB-steun neemt de vorm aan van door de Commissie verstrekte leningen op middellange termijn en wordt doorgaans verleend in combinatie met financiering van het IMF en andere multilaterale kredietverleners (zoals de EIB, de EBWO en de Wereldbank) of bilaterale bijstand van de lidstaten. Het mechanisme heeft een uitzonderlijk karakter en wordt per geval aangesproken. Potentiële begunstigden zijn de lidstaten buiten het eurogebied[2] die met ernstige betalingsbalansproblemen af te rekenen hebben. De steun heeft een macro-economisch karakter (er zijn dus geen specifieke voorwaarden inzake de aanwending van de middelen aan verbonden zoals bij projectgebonden steun het geval is). De steun wordt uitbetaald mits aan economische beleidsvoorwaarden is voldaan en is bedoeld om de algemene externe financieringsproblemen van de begunstigde lidstaten te verlichten en de levensvatbaarheid van de betalingsbalans te herstellen. De desbetreffende beleidsvoorwaarden worden tussen de Commissie (na overleg met het Economisch en Sociaal Comité) en de betrokken lidstaat afgesproken en vastgelegd in een memorandum van overeenstemming dat vóór de tenuitvoerlegging van de leningovereenkomsten wordt ondertekend. De steun moet de betrokken lidstaat helpen bij de uitvoering van aanpassingsmaatregelen om de ondervonden moeilijkheden te overwinnen. Pas na verificatie van de maatregelen wordt een tranche van de lening uitgekeerd. Gedurende de twintig jaar na de instelling van het mechanisme in 1975[3] heeft de Gemeenschap diverse transacties (verstrekte leningen gefinancierd door opgenomen leningen) verricht ter ondersteuning van de betalingsbalans van lidstaten die met bijzondere financiële dreigingen of problemen te maken hadden. Het grotere aantal in aanmerking komende lidstaten na de uitbreiding en de intensiteit van de internationale financiële crisis hebben ertoe geleid dat het BB-mechanisme diende te worden geactiveerd en in december 2008[4] diende te worden uitgebreid van 12 miljard EUR tot 25 miljard EUR om op de potentiële behoeften te kunnen inspelen. In mei 2009[5] werd besloten het totale maximumbedrag van de leningfaciliteit verder te verhogen, namelijk tot 50 miljard EUR, om snel te kunnen blijven reageren op eventuele nieuwe verzoeken om BB-steun. In 2008 is het mechanisme opnieuw geactiveerd om lidstaten buiten het eurogebied te helpen bij het overwinnen van uit de financiële crisis voortvloeiende betalingsbalansproblemen. Op 4 november 2008[6] heeft de Raad in het kader van het mechanisme ter ondersteuning van de betalingsbalansen van de lidstaten buiten het eurogebied besloten Hongarije voor 6,5 miljard EUR aan financiële steun op middellange termijn te verstrekken. Met de financiële bijstand van de EU werd beoogd het vertrouwen bij beleggers en investeerders te herstellen op een moment waarop Hongarije met ernstige betalingsbalansproblemen werd geconfronteerd als gevolg van zowel de toegenomen volatiliteit van en onzekerheid op de financiële markten als ernstig verstoorde financieringsomstandigheden tijdens het grootste deel van het laatste kwartaal van 2008. Het was de bedoeling de lening van 6,5 miljard EUR in vier tranches uit te keren. Op 9 december 2008 is een eerste tranche van 2 miljard EUR uitbetaald. Het saldo zou in 2009[7] of in 2010 worden uitgekeerd, naarmate aan de economische beleidsvoorwaarden werd voldaan. Verwacht wordt dat de BB-steun in de toekomst goed zal zijn voor een aanzienlijk deel van de EU-leningactiviteit wat volume betreft. In 2009 heeft de Raad besloten nog twee andere landen steun te verlenen in het kader van het BB-mechanisme: - 3,1 miljard EUR voor Letland (Besluit 2009/290/EG van de Raad van 20 januari 2009); en - 5 miljard EUR voor Roemenië (Besluit 2009/459/EG van de Raad van 6 mei 2009). MFB-faciliteit In het jaarlijks Commissieverslag aan het Europees Parlement en de Raad over de verlening van macrofinanciële bijstand aan derde landen[8] wordt gedetailleerde informatie over MFB-operaties verschaft. Hierna volgt een overzicht van de hoofdkenmerken van de MFB-faciliteit, de voornaamste operaties in 2008 en de verwachte ontwikkelingen in de komende jaren. Macrofinanciële bijstand (MFB) in de vorm van leningen en/of giften dient ter ondersteuning van de politieke en economische hervormingsinspanningen van de begunstigde landen en wordt verleend in samenwerking met de Bretton-Woodsinstellingen. Hoofdkenmerken van communautaire MFB zijn: het uitzonderlijke karakter van de bijstand, het feit dat de bijstand een aanvulling vormt op financiering van de internationale financiële instellingen (IFI's), en het feit dat aan de bijstand macro-economische voorwaarden verbonden zijn. In nauwe samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank heeft de Gemeenschap met MFB diverse derde landen ondersteund op een manier die op de specifieke behoeften van elk land is toegesneden en met als algemeen doel de financiële situatie te stabiliseren en markteconomieën tot stand te brengen. De MFB-leningen worden doorgaans in verschillende tranches uitgekeerd als aan welbepaalde macro-economische voorwaarden is voldaan. Tegenover elke uitkering staat een door de Commissie opgenomen lening. Mocht er zich een situatie van wanbetaling voordoen omdat het begunstigde land zijn terugbetalingsverplichtingen niet nakomt, dan kan de Commissie een beroep doen op het Garantiefonds[9], zodat de wanbetaling geen negatieve gevolgen heeft voor de overeenkomstige door de Commissie opgenomen lening. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de sinds 2001 uit hoofde van dit instrument uitgekeerde giften en leningen. De voornaamste MFB-activiteiten in 2008 houden verband met onderhandelingen met de betrokken autoriteiten over het volgende: - de voorwaarden van de bijstand aan Libanon (het memorandum van overeenstemming en de leningovereenkomst zijn ondertekend op respectievelijk 18 en 19 december 2008). Het MFB-programma ten behoeve van Libanon bestaat uit een gift van 30 miljoen EUR en een lening van 50 miljoen EUR, beide in twee tranches uit te betalen. De uitkering van de eerste tranche van de lening (25 miljoen EUR) heeft begin juni 2009 plaatsgevonden en de uitbetaling van de tweede tranche is voor 2010 gepland (mits aan de aan deze bijstand verbonden voorwaarden is voldaan); - de regularisatie van de verdeling van de aan de voormalige Federale Republiek Joegoslavië toegekende MFB-leningen over Servië en Montenegro. Op 2 oktober 2008 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan Besluit 2008/784/EG tot vaststelling van een eigen aansprakelijkheid van Montenegro voor de langlopende leningen die de Gemeenschap uit hoofde van de Besluiten 2001/549/EG en 2002/882/EG aan de Statenunie van Servië en Montenegro (voorheen de Federale Republiek Joegoslavië) heeft toegekend, en tot evenredige beperking van de aansprakelijkheid van Servië voor deze leningen[10]. Krachtens dat besluit werd de Commissie gemachtigd om een aparte leningovereenkomst met de autoriteiten van Montenegro te ondertekenen. Het besluit vloeide gewoon voort uit de onafhankelijkheid van Montenegro in juni 2006 en uit een overeenkomst tussen Servië en Montenegro van juli 2006 over de verdeling van de externe verplichtingen tussen beide aparte staten. Het schept geen nieuwe verplichtingen voor de Gemeenschap en heeft geen gevolgen voor de begroting. Zodra een aparte leningovereenkomst met Montenegro is gesloten en in werking is getreden (naar verwacht eind 2009), zullen de lopende verplichtingen van Servië dienovereenkomstig worden aangepast; - in 2008 heeft de Commissie de tenuitvoerlegging van het op 16 april 2007 door de Raad goedgekeurde MFB-programma van in totaal 45 miljoen EUR ten gunste van Moldavië afgerond. De tweede en de derde tranche van de gift (respectievelijk 10 miljoen EUR en 15 miljoen EUR) zijn in respectievelijk juni en december 2008 uitgekeerd. Het programma maakte deel uit van het financieringspakket ter ondersteuning van de van mei 2006 daterende en in mei 2009 aflopende overeenkomst van de regering met het IMF in het kader van de faciliteit voor armoedebestrijding en groei; - in december 2008 is de Commissie overgegaan tot de eerste uitkering van een gift van 15 miljoen EUR in het kader van het MFB-programma ten behoeve van Libanon, dat op 10 december 2007 was goedgekeurd; - in 2008 zijn geen leningen uit hoofde van de MFB-faciliteit uitgekeerd. De MFB is vooral gericht op nabijgelegen regio's, zoals de westelijke Balkan en de Kaukasus. Deze regio's zijn bijzonder hard geraakt door de heersende economische en financiële crisis. Dit had tot gevolg dat tal van pretoetredings- en buurlanden de Commissie formeel of informeel hebben benaderd met verzoeken om MFB. In 2009 heeft de Gemeenschap zich dan ook zeer sterk moeten inspannen om aan de verzoeken in het kader van deze faciliteit te voldoen. Het valt moeilijk te voorspellen hoe lang een dergelijke grote vraag naar MFB zal aanhouden, maar dit zal hoe dan ook afhangen van een algemene terugkeer naar een normale situatie in de economisch meer ontwikkelde landen. Euratom-faciliteit Van Euratom-leningen kan worden gebruikgemaakt om projecten in de lidstaten (Besluit 77/270/Euratom van de Raad) of in bepaalde derde landen (Oekraïne, Rusland en Armenië) (Besluit 94/179/Euratom van de Raad) te financieren. Deze leningen nemen de vorm aan van niet-budgettaire operaties die de Commissie financiert door overeenkomstige leningen op de financiële markten op te nemen. In 1990 heeft de Raad het leningplafond vastgesteld op 4 miljard EUR, waarvan ongeveer 3,4 miljard EUR is benut. In 2002 heeft de Commissie voorgesteld het leningplafond op te trekken van 4 miljard EUR tot 6 miljard EUR, maar de Raad heeft daarover nog geen overeenstemming bereikt. In 2008 stonden de Euratom-activiteiten in het teken van de tweede uitkering (22 miljoen USD) in het kader van het K2R4-project. Op 29 september 2004 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een in euro luidende lening ten belope van omgerekend in totaal 83 miljoen USD voor de verbetering van de veiligheid van de kernreactoren die bekend staan als Eenheid 2 van de kerncentrale van Khmelnitsky en Eenheid 4 van de kerncentrale van Rovno (K2R4) in Oekraïne. De lening is definitief toegekend op 7 juli 2006, na verificatie of op bevredigende wijze aan alle voorwaarden voor de sluiting van de leningovereenkomst was voldaan. Op 15 maart 2007 is een eerste tranche van 39 miljoen EUR uitgekeerd. Op 6 oktober 2008 is een tweede tranche van 22 miljoen USD (omgerekend 15,2 miljoen EUR) uitbetaald, na overeenkomstige opneming van een lening door de Commissie. In 2009 zou in het kader van de leningactiviteit de derde (en laatste) tranche[11] uit hoofde van de leningovereenkomst voor het K2R4-project (10,3 miljoen USD) in Oekraïne moeten worden uitbetaald. DOOR DE EUROPESE UNIE OPGENOMEN LENINGEN Beschrijving De Commissie is gemachtigd om namens de respectieve Gemeenschappen (EG en Euratom) op de kapitaalmarkt middelen op te nemen ter financiering van de leningen waartoe de Raad heeft besloten. Voor elk instrument (BB-, MFB- en Euratom-leningen) is het mechanisme voor het opnemen en verstrekken van leningen in de respectieve rechtsgrondslag vastgelegd. Er is sprake van een strikte band tussen een opgenomen lening en de overeenkomstige verstrekte lening, waardoor wordt gewaarborgd dat de EU-begroting geen rente- of valutarisico loopt. BB-mechanisme In november 2008 heeft de EG in het kader van het BB-mechanisme een lening van 6,5 miljard EUR toegezegd aan Hongarije. Op 9 december 2008 is een eerste tranche van 2 miljard EUR gefinancierd via de emissie van een driejarige obligatie. Met deze obligatie-uitgifte deed de EG haar herintrede als emittent op de markt voor in euro luidende benchmarkobligaties. De obligatie werd heel positief onthaald op de markt. Wegens de zeer grote belangstelling bij de beleggers voor de obligatie was er al snel sprake van een overinschrijving. Bij de definitieve verdeling waren alle belangrijke categorieën beleggers vertegenwoordigd, zoals onder meer centrale banken, beleggingsfondsen, thesaurieafdelingen van banken en verzekeringsondernemingen. De obligatiekoers kwam dicht in de buurt van de beste koers in de referentiegroep, namelijk het SSA-segment (Sovereign/Supranational/ Agency), en lag in de lijn van de koersen van emittenten zoals de EIB, de KfW en de SFEF. De obligatie deed het zeer goed op de secundaire markt, wat de sterke reputatie van de EG als eersterangs emittent van benchmarkobligaties bevestigde. Deze reputatie werd nog kracht bijgezet door latere uitgiften van benchmarkobligaties in de loop van 2009, welke voortbouwden op de fundamenten die met de benchmarkemissie van 2008 waren gelegd. MFB-faciliteit In 2008 zijn geen financieringstransacties in het kader van de MFB-faciliteit gesloten. Euratom-faciliteit In 2008 is een bedrag van 22 miljoen USD opgenomen voor de Euratom-faciliteit. Tabel 2: In de periode 2001-2008 opgenomen leningen per financieel instrument[12] Miljoen EUR 2000 | 2 039 | 1 656 | 3 695 | 2001 | 1 386 | 40 | 1 633 | 3 059 | 2002 | 713 | 80 | 1 379 | 2 172 | 2003 | 431 | 105 | 1 372 | 1 908 | 2004 | 423 | 170 | 1 214 | 1 807 | 2005 | 440 | 385 | 1 080 | 1 905 | 2006 | 436 | 436 | 969 | 1 841 | 2007 | 400 | 474 | 786 | 1 260 | 2008 | 266 | 484 | 2 000 | 654 | 3 404 | (1) Omrekeningskoersen per 31 december van elk jaar. Oorspronkelijk bedrag van de opgenomen leningen, vermeerderd of verminderd met de aflossingen van de hoofdsom, opzeggingen van overeenkomsten, annuleringen en wisselkoersaanpassingen. | EUROPESE INVESTERINGSBANK — LENINGACTIVITEIT IN DERDE LANDEN Door de EIB verstrekte leningen Beschrijving Bij de leningen die de EIB uit eigen middelen verstrekt, gaat het om hetzij rechtstreekse financiering van individuele projecten, hetzij globale leningen aan financiële intermediairs, die deze leningen vervolgens verdelen over kleinschaliger plaatselijke projecten. Een aantal van de EIB-leningen buiten de Gemeenschap komt in aanmerking voor een EU-begrotingsgarantie. Tenzij anders vermeld, vormen deze leningen het voornaamste onderwerp van dit verslag. In het kader van het lopende externe mandaat mag de EIB ook leninggaranties verstrekken. Bij het beheer van de middelen van de Gemeenschap of de lidstaten maakt de EIB (met name in het Middellandse Zeegebied en de ACS-landen) in het kader van haar faciliteiten voor eigen risico[13] gebruik van een breder scala aan financiële instrumenten (waaronder in sommige gevallen ook participaties). In een apart verslag zal nader worden ingegaan op de operaties die de EIB in het kader van het externe mandaat heeft verricht. Ondertekende leningen De totale omvang van de ondertekende leningen van de EIB is in 2008 met 20% gestegen tot 57,6 miljard EUR, waarvan 51,5 miljard EUR ten gunste van lidstaten en 6,1 miljard EUR ten behoeve van partnerlanden. EIB-leningen in derde landen in 2008 — Overzicht Miljoen EUR EU-begrotings- en EOF-middelen(1) | Eigen middelen onder garantie van de Gemeenschap/de lidstaten | Eigen middelen in het kader van EIB-faciliteiten voor eigen risico | TOTAAL | Pretoetredingslanden (mandaat 2007-2013) | 2 009 | 1 444 | 3 453 | Buur- en partnerschaps-landen (mandaat 2007-2013) | 62 | 1 365 | 33 | 1 460 | ALA – Azië en Latijns-Amerika (mandaat 2007-2013) | 469 | 469 | Zuid-Afrika (mandaat 2007-2013) | 203 | 203 | ACS-LGO(2) | 336 | 225 | 561 | Totaal | 398 | 4 270 | 1 477 | 6 145 | (1) | Door de EIB verstrekte en beheerde leningen uit begrotingsmiddelen van de EG of middelen van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). | (2) | Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de landen en gebieden overzee (LGO). | Gevolgen van de EIB-leningactiviteit voor de EU-begroting[14] De EIB verstrekt projectfinanciering binnen en, met gedeeltelijke EU-begrotingsgarantie, buiten de EU. Leningen hebben gevolgen voor de EU-begroting wanneer er communautaire garanties, rentesubsidies of speciale, voor de crediteur met risicodragende activiteiten vergelijkbare voorwaarden aan zijn gekoppeld. Op 19 december 2006 heeft de Raad een garantie van de Gemeenschap verleend voor verliezen van de EIB op leningen en garanties voor projecten buiten de Gemeenschap (Besluit 2006/1016/EG[15], vervangen door Besluit nr. 633/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009[16]). De Gemeenschapsgarantie is beperkt tot 65% van het totale bedrag aan uitbetaalde kredieten en verleende garanties, verminderd met de terugbetaalde bedragen en vermeerderd met alle daarmee verband houdende bedragen. Voor de financieringsverrichtingen van de EIB onder het lopende mandaat voor de periode 2007-2013 geldt een maximum van 27,8 miljard EUR, dat bestaat uit een basisplafond van 25,8 miljard EUR en een facultatief mandaat van 2 miljard EUR dat pas wordt geactiveerd als het Parlement en de Raad daartoe op basis van de resultaten van de in 2010 geplande tussentijdse evaluatie besluiten. Door de EIB opgenomen leningen In het kader van het financieringsprogramma 2008 heeft de EIB een bedrag van 59,5 miljard EUR opgenomen, wat neerkomt op een aanzienlijke toename ten opzichte van 2007 (54,7 miljard EUR, d.w.z. +9%). Deze forse stijging in 2008 werd gerealiseerd in een slecht financieringsklimaat, dat werd gekenmerkt door volatiliteit, marktonzekerheid en, vanaf medio oktober, ernstig verstoorde financieringsomstandigheden. Daarom werd nog steeds op grotere, liquide transacties vertrouwd en bleef de vraag naar gestructureerde emissies beperkt. [1] Besluit 97/256/EG van de Raad, als gewijzigd bij de Besluiten 98/348/EG en 98/729/EG van de Raad, voor de periode 1.2.1997 tot en met 31.1.2000 (het "algemene mandaat 1997-2000"), en Besluit 2000/24/EG van de Raad, vervangen door Besluit 2008/580/EG van de Raad van 23 juni 2008 (gecodificeerde versie), voor de periode 1.2.2000 tot en met 31.1.2007 (het "algemene mandaat 2000-2006"). Besluit 1999/786/EG van de Raad (TERRA-31.1.2007 (het "algemene mandaat 2000-2006"). Besluit 1999/786/EG van de Raad (TERRA-programma voor de wederopbouw in de door aardbevingen getroffen gebieden in Turkije) vormt een uitbreiding van de algemene mandaten. Voorts zijn bij Besluit 2001/777/EG van de Raad in het kader van de Noordelijke Dimensie buitengewone leningen verstrekt voor bepaalde milieuprojecten in het gebied rond de Oostzee in Rusland. Bij Besluit 2005/48/EG van de Raad is een apart mandaat verleend voor bepaalde projecten in Rusland en de westelijke Nieuwe Onafhankelijke Staten (Oekraïne, Moldavië en Belarus). Ten slotte is bij Besluit 2006/1016/EG van de Raad, vervangen door Besluit nr. 633/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad, een nieuw algemeen mandaat verleend voor de periode 1.2.2007 tot en met 31.12.2013 (het "algemene mandaat 2007-2013"). [2] Op 1 oktober 2009 hadden de volgende lidstaten de euro niet ingevoerd: Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. [3] Verordening (EEG) nr. 397/75 van de Raad van 17 februari 1975 tot instelling van een nieuw mechanisme dat bekend stond als het mechanisme van communautaire leningen en dat bedoeld was om sommige EG-landen het hoofd te helpen bieden aan onhoudbare onevenwichtigheden op de lopende rekening als gevolg van de eerste olieschok. [4] Verordening (EG) nr. 1360/2008 van de Raad van 2 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 332/2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten. [5] Verordening (EG) nr. 431/2009 van de Raad van 18 mei 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 332/2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten. [6] Besluit 2009/102/EG van de Raad van 4 november 2008. [7] In maart en juli 2009 zijn twee extra tranches van respectievelijk 2 miljard EUR en 1,5 miljard EUR uitgekeerd. [8] Het verslag over 2008 is nog niet gepubliceerd. Voor het verslag over 2007, zie COM(2008) 520. [9] Zie Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad. [10] PB L 269 van 10.10.2008, blz. 8. [11] De laatste tranche is in oktober 2009 uitgekeerd. [12] Nadere informatie over de EG-obligaties is te vinden op: http://ec.europa.eu/economy_finance/financial_operation_instruments/market_operations59_en.htm. [13] In juli 2009 heeft de Raad van Gouverneurs ingestemd met een uitbreiding van de pretoetredingsfaciliteit en de mediterrane partnerschapsfaciliteit II van de EIB om indirecte participaties in infrastructuurfondsen mogelijk te maken. [14] Voor de gevolgen van de aan de EIB verleende garanties en de gevolgen van EU-leningen voor eigen risico, zie het verslag over de stand van de algemene begrotingsgaranties op 31 december 2008, COM(2009) 398. [15] PB L 414 van 30.12.2006, blz. 95. [16] PB L 190 van 22.7.2009, blz. 1.