This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52009PC0596
Proposal for a Council Decision providing macro-financial assistance to Bosnia and Herzegovina (SEC(2009)1459}
Voorstel voor een besluit van de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina (SEC(2009)1459}
Voorstel voor een besluit van de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina (SEC(2009)1459}
/* COM/2009/0596 def. - CNS 2009/0166 */
Voorstel voor een besluit van de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina (SEC(2009)1459} /* COM/2009/0596 def. - CNS 2009/0166 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 29.10.2009 COM(2009) 596 definitief 2009/0166 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina (SEC(2009)1459} TOELICHTING ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL | 11 | Motivering en doel van het voorstel De Commissie stelt voor Bosnië-Herzegovina macrofinanciële bijstand (MFB) toe te kennen in de vorm van een lening teneinde de economische stabilisatie van het land te ondersteunen en de tekorten op de betalingsbalans en de begroting te dekken welke door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn vastgesteld. De voorgestelde bijstand dient ter ondersteuning van het overheidsprogramma van noodzakelijke budgettaire aanpassingen en structurele hervormingen die erop gericht zijn de houdbaarheid van de begroting en de externe rekening te garanderen. De steun moet Bosnië-Herzegovina tevens beter in staat stellen de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis op te vangen. De voorgestelde communautaire macrofinanciële bijstand zal een aanvulling vormen op de IMF-steun in het kader van de stand-by-overeenkomst (SBO) die op 8 juli 2009 door de raad van bestuur van het IMF is goedgekeurd en op de steun van de Wereldbank die de vorm zal aannemen van leningen ter ondersteuning van de begroting. De communautaire MFB zal een uitzonderlijk karakter hebben en beperkt zijn in de tijd. Hij zal tevens met name afhankelijk worden gesteld van de gemaakte vorderingen bij de tenuitvoerlegging van het lopende IMF-programma en van de naleving van de economische beleidsvoorwaarden die aan deze bijstand zullen worden verbonden. Gezien de verwachte financieringsbehoefte voor 2010 is het van belang dat de communautaire macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina vóór het einde van 2010 wordt uitbetaald. | 120 | Algemene context De reële bbp-groei is teruggelopen van 6,8% in 2007 tot 5,4% in 2008. In het laatste kwartaal van 2008 begon Bosnië-Herzegovina de gevolgen van de wereldwijde economische en financiële crisis te ondervinden. De economische activiteit in de bouwnijverheid, de metaalindustrie en de automobielsector, maar ook in de dienstensector vertraagde en ondernemingen begonnen werknemers te ontslaan. De handelsdynamiek liet een felle verzwakking zien en de financiële stabiliteit kwam in het gedrang toen in oktober 2008 in amper een maand tijd ongeveer 12% van de deposito's werd opgevraagd. De situatie op de binnenlandse financiële markten stabiliseerde zich weliswaar snel, maar de vertraging van de economische activiteit zette zich in 2009 voort doordat de binnenlandse vraag terugliep. Uit de beschikbare kortetermijnindicatoren, zoals de industriële productie, komt niettemin een gemengd beeld naar voren: in de Federatie van Bosnië-Herzegovina (die goed is voor ongeveer twee derden van de economie van het land) is de industriële productie in de eerste helft van 2009 met 10,4% op jaarbasis afgenomen, terwijl zij in de Republika Srpska (die het resterende derde deel van de economie voor haar rekening neemt) met 17,1% is gestegen. De toename in de Republika Srpska is echter bijna volledig toe te schrijven aan de heropening van een olieraffinaderij in december 2008. De jaarlijkse verandering in de consumentenprijsindex voor het gehele land is in mei 2009 negatief geworden en bedroeg in juni -1,8%, tegen een piek van bijna 10% in juli 2008. Het voortschrijdend gemiddelde over 12 maanden van het inflatiecijfer is gedaald tot 3,8% in juni, tegen 7,4% in 2008. De vooruitzichten voor het lopende jaar en de volgende jaren blijven somber. Het macro-economische scenario dat in het IMF-programma voor 2009 wordt geschetst, wordt gekenmerkt door een nulgroei van de kredietverlening, lage buitenlandse directe investeringen (BDI) en budgettaire bezuinigingen, hetgeen leidt tot een scherpe daling van de binnenlandse vraag die gelijkmatig over de investeringen en de consumptie is verdeeld. Verwacht wordt dat het bbp in 2009 met 3% zal krimpen en in 2010 slechts licht zal toenemen, namelijk met 0,5%. Het tekort op de lopende rekening is opgelopen van 12,7% van het bbp in 2007 tot 14,7% in 2008, vooral onder invloed van de ontwikkeling van de mondiale prijzen en de binnenlandse vraag in de eerste helft van 2008, die in een toenemend handelstekort resulteerde. Dit werd in min of meer gelijke mate gefinancierd door BDI en het opnemen van nieuwe leningen in het buitenland. Naar het einde van 2008 toe verzwakte de handelsdynamiek evenwel als gevolg van een verminderde vraag, waarbij de invoer sneller terugliep dan de uitvoer. In november 2008 was er voor het eerst in meer dan twee jaar sprake van een verbetering van het maandelijkse handelstekort. In de eerste helft van 2009 overtrof de daling van de invoer (25,3%) de vermindering van de uitvoer (23,4%), hetgeen resulteerde in een verbetering van het handelstekort met 26,7%. Het tekort op de lopende rekening is in het eerste kwartaal dan ook ruim gehalveerd ten opzichte van een jaar eerder, namelijk tot slechts ongeveer 10% van het bbp. Deze daling was vooral toe te schrijven aan ontwikkelingen in het handelsverkeer, maar ook het licht toenemende saldo op de balans van de lopende overdrachten heeft daartoe bijgedragen: de officieel geregistreerde overmakingen lagen immers 6,4% hoger dan een jaar eerder. De officiële deviezenreserves, die in september 2008 een hoogtepunt hadden bereikt, zijn vervolgens in de periode tot juni 2009 met 16,8% teruggelopen. Zij vertegenwoordigen echter nog steeds 23% van het bbp, goed voor meer dan vijf maanden invoer. Begin 2009 begonnen de gevolgen van de economische vertraging steeds meer in de overheidsbegroting door te werken. Om dit effect te temperen, heeft de Nationale Begrotingsraad in het eerste kwartaal van 2009 90 miljoen EUR gedeblokkeerd uit de opvolgingsfondsen van de activa van het voormalige Joegoslavië, die deel uitmaken van de reserves van de centrale bank. Dit bleek evenwel niet voldoende te zijn omdat de overheidsfinanciën onder steeds grotere druk kwamen te staan wegens dalende ontvangsten en hoge bestedingsverplichtingen. In het licht van een verslechterend economisch klimaat en de erfenis van een laks begrotingsbeleid hebben de autoriteiten van alle overheidsniveaus, vertegenwoordigd door de Nationale Begrotingsraad, daarom begin mei 2009 onderhandelingen aangeknoopt met het IMF over een SBO waarin een aantal structurele hervormingen en budgettaire aanpassingsmaatregelen werd toegezegd. Nadat de met het IMF overeengekomen, vooraf te nemen maatregelen (vooral de goedkeuring van een driejarig begrotingskader door de Nationale Begrotingsraad en het herstellen van het begrotingsevenwicht op alle overheidsniveaus, hetgeen in een geconsolideerd begrotingstekort van 4,7% van het bbp in plaats van 7,8% zonder aanpassing moet resulteren) daadwerkelijk waren getroffen, heeft de raad van bestuur van het Fonds op 8 juli 2009 ingestemd met een lening van 1,15 miljard EUR met een looptijd van drie jaar. De eerste tranche van circa 203 miljoen EUR is onmiddellijk daarna uitbetaald. | 130 | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Geen | 140 | Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Met het voorstel wordt beoogd het economische stabilisatieprogramma van Bosnië-Herzegovina in de huidige economische omstandigheden te ondersteunen. Het vormt een aanvulling op: het door de Raad goedgekeurde Europees economisch herstelplan dat is opgezet om de beleidsmaatregelen op EU- en lidstaatniveau ter bestrijding van de crisis binnen de EU te ondersteunen en te coördineren; en het stabilisatie- en associatieproces met kandidaat- en potentiële kandidaat-lidstaten, dat ten doel heeft mogelijke toekomstige lidstaten te ondersteunen in de aanloop naar hun toetreding; volgens de economische toetredingscriteria van Kopenhagen, met name de vereiste totstandbrenging van een functionerende markteconomie, moeten de betrokken landen macro-economisch stabiel zijn. | RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING | Raadpleging van belanghebbenden | 219 | De diensten van de Commissie hebben tijdens de voorbereiding van dit voorstel met de Bosnische autoriteiten, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank contact gehad om de behoefte aan bijstand te bespreken. Alvorens haar voorstel in te dienen, heeft de Commissie het Economisch en Financieel Comité geraadpleegd, dat geen bezwaren heeft geuit. Na de goedkeuring van het besluit van de Raad zullen de diensten van de Commissie met de autoriteiten van Bosnië-Herzegovina onderhandelen over een memorandum van overeenstemming en een leningsovereenkomst, waarin de uitvoeringsbepalingen van de bijstand in detail zullen worden vastgelegd. | Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid | 229 | Met de hulp van externe adviseurs die door de Commissie zijn aangewezen, zal een operationele beoordeling worden uitgevoerd om de kwaliteit en betrouwbaarheid van de financiële en administratieve procedures van Bosnië-Herzegovina te toetsen. | 230 | Effectbeoordeling De macrofinanciële bijstand zal een onmiddellijk effect sorteren op de betalingsbalans van Bosnië-Herzegovina en aldus bijdragen tot een verlichting van de financiële druk die de tenuitvoerlegging van het economisch programma van de autoriteiten met zich brengt, alsook tot de financiering van het begrotingstekort. De macrofinanciële bijstand zal verder de algemene doelstellingen ondersteunen van het met het IMF overeengekomen stabilisatieprogramma, dat er met name op gericht is de houdbaarheid van de begroting van Bosnië-Herzegovina op korte à middellange termijn te verbeteren. Projectfinanciering en/of technische bijstand zouden niet geschikt zijn voor de verwezenlijking van deze macro-economische doelstellingen. Wanneer de uitkeringen de vorm van budgettaire en betalingsbalanssteun aannemen, zoals in het geval van Bosnië-Herzegovina de bedoeling is, dragen zij overeenkomstig het macro-economische stabilisatieprogramma bij tot het opbouwen van reserves bij de centrale bank en kunnen zij ook voor de financiering van het begrotingstekort worden aangewend. De communautaire bijstand zal tevens de inspanningen van de autoriteiten ondersteunen om het korte- en middellangetermijnbeleid te voeren dat in het kader van het Europees partnerschap van de EU met Bosnië-Herzegovina is vastgesteld. | JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL | 305 | Samenvatting van de voorgestelde maatregelen De Gemeenschap stelt Bosnië-Herzegovina MFB ter beschikking in de vorm van een lening. Hiertoe wordt de Commissie gemachtigd op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen maximaal 100 miljoen EUR te lenen. De MFB zal in twee tranches beschikbaar worden gesteld. De gemiddelde looptijd van de lening mag niet langer zijn dan 15 jaar. De bijstand zal worden beheerd door de Commissie, die met de autoriteiten een overeenkomst zal sluiten over de specifieke financiële en economische beleidsvoorwaarden die aan de uitkering van de leningstranches worden verbonden. Er wordt rekening gehouden met specifieke bepalingen die betrekking hebben op de preventie van fraude en andere onregelmatigheden en die aansluiten bij het Financieel Reglement. De bijstand zal geheel verenigbaar zijn met de macro-economische doelstellingen die zijn vastgelegd in het IMF-programma en in de economische beleidsdocumenten van Bosnië-Herzegovina, zoals het "Global Framework of Fiscal Balance and Policies in Bosnia and Herzegovina". De bijstand zal ook aansluiten bij de beleidsdoelstellingen op langere termijn die zijn aangegeven in de Europese Partnerschapsovereenkomst die in februari 2008 tussen de EU en Bosnië-Herzegovina is gesloten. Wat de specifieke economische beleidsvoorwaarden voor de uitbetaling van de leningstranches betreft, is de Commissie voornemens de aandacht toe te spitsen op een beperkt aantal terreinen, zoals met name het beheer van de overheidsfinanciën. De Commissie kan ook overwegen zich te concentreren op specifieke beleidsterreinen van bijzonder belang, zoals de prioriteiten die in de context van de Europese Partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Bosnië-Herzegovina en in het in oktober 2009 aan te nemen voortgangsverslag 2009 worden gesignaleerd, dan wel op maatregelen die naar aanleiding van de bovengenoemde operationele beoordeling passend worden geacht. | 310 | Rechtsgrondslag Artikel 308 van het Verdrag. | 329 | Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. | Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. | 331 | Het bedrag van de bijstand – maximaal 100 miljoen EUR – dekt 77% van de resterende financieringsbehoefte van Bosnië-Herzegovina voor 2010 in het kader van het IMF-programma en komt bovenop de macro-economische steun die door het IMF en de Wereldbank worden verleend. Het resterende deel (30 miljoen EUR) zal worden gedekt door een uitstel van de schuldaflossing aan de Club van Londen. Bij deze grote deling van de lasten door de Gemeenschap wordt rekening gehouden met de thans heersende buitengewone omstandigheden: de ontwikkeling van de economische crisis heeft immers ernstige gevolgen voor de economie van Bosnië-Herzegovina. | Keuze van instrumenten | 341 | Voorgestelde instrumenten: overige | 342 | Bij ontstentenis van een kaderverordening voor het MFB-instrument zijn krachtens artikel 308 van het Verdrag genomen ad-hocbesluiten van de Raad het enige beschikbare rechtsinstrument voor de verlening van deze bijstand. | GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING | 401 | In overeenstemming met de Garantiefondsverordening[1] zou het voorzieningsbedrag voor een in 2010 uitbetaalde lening van 100 miljoen EUR in 2012 worden gestort en maximaal 9 miljoen EUR bedragen. | AANVULLENDE INFORMATIE | Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling | 533 | Het voorstel voorziet in een beperkte beschikbaarheidsperiode. | E-11287 | 2009/0166 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308, Gezien het voorstel van de Commissie[2], Gezien het advies van het Europees Parlement[3], Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, Overwegende hetgeen volgt: (1) De betrekkingen tussen Bosnië-Herzegovina en de Europese Unie ontwikkelen zich in het kader van het stabilisatie- en associatieproces en het Europees partnerschap; op 16 juni 2008 hebben Bosnië-Herzegovina en de Commissie een stabilisatie- en associatieovereenkomst en de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken ondertekend. (2) Sinds het vierde kwartaal van 2008 wordt de Bosnische economie steeds harder geraakt door de internationale economische en financiële crisis, hetgeen tot een afnemende productie, een dalend handelsverkeer en teruglopende begrotingsontvangsten heeft geleid. (3) De economische stabilisatie en het herstel van Bosnië-Herzegovina worden ondersteund door de financiële bijstand van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). In mei 2009 hebben de Bosnische autoriteiten met het IMF overeenstemming bereikt over een nieuw programma in het kader waarvan over een periode van drie jaar 1,15 miljard EUR zou worden uitbetaald. Het programma is in juli 2009 door de raad van bestuur van het IMF goedgekeurd. (4) In het licht van de versomberende economische situatie en vooruitzichten heeft Bosnië-Herzegovina om aanvullende communautaire macrofinanciële bijstand verzocht. (5) Aangezien er volgens de aannames van het IMF in 2010 van een resterend financieringstekort op de betalingsbalans sprake is, wordt de toekenning van macrofinanciële bijstand als een passende reactie aangemerkt op het verzoek van Bosnië-Herzegovina om in de huidige uitzonderlijke omstandigheden parallel met het lopende IMF-programma de economische stabilisatie te ondersteunen. Tevens wordt verwacht dat de onderhavige financiële bijstand de financieringsbehoefte van de overheidsbegroting zal helpen verminderen. (6) Met het oog op een efficiënte bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap in het kader van deze financiële bijstand moet Bosnië-Herzegovina passende maatregelen nemen voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot de bijstand. Er moet eveneens worden gezorgd voor controles door de Commissie en audits door de Rekenkamer. (7) De uitbetaling van de communautaire financiële bijstand laat de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet. (8) Deze bijstand moet door de Commissie in overleg met het Economisch en Financieel Comité worden beheerd. (9) Het Verdrag voorziet voor de vaststelling van het onderhavige besluit in geen andere bevoegdheden van die van artikel 308, BESLUIT: Artikel 1 1. De Gemeenschap stelt Bosnië-Herzegovina macrofinanciële bijstand beschikbaar in de vorm van een leningsfaciliteit met een hoofdsom van ten hoogste 100 miljoen EUR en een maximale gemiddelde looptijd van 15 jaar om de economische stabilisatie van Bosnië-Herzegovina te ondersteunen en de in het kader van het lopende IMF-programma vastgestelde budgettaire en betalingsbalansbehoefte te lenigen. 2. Hiertoe wordt de Commissie gemachtigd namens de Europese Gemeenschap de nodige middelen op te nemen. 3. De uitbetaling van de communautaire financiële bijstand wordt door de Commissie beheerd op een wijze die verenigbaar is met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en Bosnië-Herzegovina. 4. De financiële bijstand van de Gemeenschap wordt voor twee jaar beschikbaar gesteld, met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van het in artikel 2, lid 1, bedoelde memorandum van overeenstemming. Indien de omstandigheden daartoe nopen, kan de Commissie evenwel, na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, besluiten de beschikbaarheidsperiode met maximaal één jaar te verlengen. Artikel 2 1. De Commissie wordt gemachtigd om, na overleg met het Economisch en Financieel Comité, met de autoriteiten van Bosnië-Herzegovina overeenstemming te bereiken over de aan de communautaire macrofinanciële bijstand te verbinden economische beleidsvoorwaarden, die in een memorandum van overeenstemming moeten worden vastgelegd. Deze voorwaarden stroken met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en Bosnië-Herzegovina. De gedetailleerde financiële voorwaarden van de bijstand worden vastgelegd in een tussen de Commissie en de autoriteiten van Bosnië-Herzegovina te sluiten leningsovereenkomst. 2. Tijdens de tenuitvoerlegging van de communautaire financiële bijstand controleert de Commissie de deugdelijkheid van de voor deze bijstand relevante financiële en administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen van Bosnië-Herzegovina. 3. De Commissie onderzoekt periodiek of het economische beleid van Bosnië-Herzegovina verenigbaar is met de doelstellingen van de communautaire bijstand en of op bevredigende wijze aan de daaraan verbonden economische beleidsvoorwaarden is voldaan. De Commissie werkt daarbij nauw samen met het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank en, wanneer nodig, met het Economisch en Financieel Comité. Artikel 3 1. De communautaire financiële bijstand wordt door de Commissie aan Bosnië-Herzegovina beschikbaar gesteld in twee leningstranches, mits aan de voorwaarden van lid 2 is voldaan. De omvang van de leningstranches wordt in het memorandum van overeenstemming vastgelegd. 2. De Commissie besluit tot de uitbetaling van de tranches bij een bevredigende naleving van de economische beleidsvoorwaarden die in het memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen. De tweede tranche wordt niet eerder dan drie maanden na de eerste tranche uitbetaald. 3. De communautaire middelen worden aan de centrale bank van Bosnië-Herzegovina uitgekeerd. Met inachtneming van de in het memorandum van overeenstemming vast te leggen bepalingen, onder andere betreffende een bevestiging van de resterende budgettaire financieringsbehoefte, kan de tegenwaarde ervan in plaatselijke valuta aan de Schatkisten van Bosnië-Herzegovina en haar entiteiten als eindbegunstigden worden overgemaakt. Artikel 4 1. De in dit besluit bedoelde communautaire transacties tot het opnemen en verstrekken van leningen worden uitgevoerd in euro, worden met dezelfde valutadatum afgesloten en mogen voor de Gemeenschap geen looptijdtransformatie, valuta- of renterisico, of enig ander commercieel risico met zich brengen. 2. Indien Bosnië-Herzegovina daarom verzoekt, neemt de Commissie de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in de leningsvoorwaarden een clausule inzake vervroegde aflossing is opgenomen en dat in de voorwaarden verbonden aan de opgenomen leningen een overeenkomstige clausule voorkomt. 3. De Commissie kan, op verzoek van Bosnië-Herzegovina en wanneer de omstandigheden een gunstigere rente op de lening mogelijk maken, haar oorspronkelijk opgenomen leningen geheel of gedeeltelijk herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden herstructureren. De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in lid 1 gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de gemiddelde looptijd van de betrokken opgenomen leningen en evenmin tot een verhoging van het op de dag van deze herfinancieringen of herstructureringen uitstaande bedrag. 4. Alle kosten die de Gemeenschap bij het sluiten en uitvoeren van de in dit besluit bedoelde transacties maakt, komen ten laste van Bosnië-Herzegovina. 5. Het Economisch en Financieel Comité wordt in kennis gesteld van de ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen. Artikel 5 De communautaire financiële bijstand wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[4] en de uitvoeringsvoorschriften[5] daarvan. In het bijzonder wordt in het memorandum van overeenstemming en in de leningsovereenkomst die met de autoriteiten van Bosnië-Herzegovina moeten worden gesloten, bepaald dat Bosnië-Herzegovina passende maatregelen moet vaststellen met het oog op de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met de bijstand. Tevens wordt bepaald dat de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), het recht heeft controles ter plaatse te verrichten en dat de Rekenkamer het recht heeft om, eventueel ter plaatse, audits uit te voeren. Artikel 6 Uiterlijk op 31 augustus van elk jaar doet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag toekomen over de uitvoering van dit besluit in het voorgaande jaar. In dit verslag wordt het verband gespecificeerd tussen de in een krachtens artikel 2, lid 1, te sluiten memorandum van overeenstemming vastgelegde beleidsvoorwaarden, de actuele economische en budgettaire prestaties van Bosnië-Herzegovina en het besluit van de Commissie om de bijstandstranches uit te betalen. Artikel 7 Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De voorzitter […] FINANCIEEL MEMORANDUM 1. BENAMING VAN HET VOORSTEL Macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina 2. ABM/ABB-KADER Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende activiteit: Titel 01 – Economische en financiële zaken, 03 – Internationale economische en financiële kwesties 3. BEGROTINGSONDERDELEN 3.1. Begrotingsonderdelen (beleidsuitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen)) inclusief omschrijving: 01 04 01 14 – Voorziening van het Garantiefonds 3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen: De actie vangt aan in 2010 en de uitkeringen vinden in beginsel in twee tranches plaats in de loop van 2010 (tweede en vierde kwartaal). Het valt echter niet uit te sluiten dat de actie wegens mogelijke vertragingen wordt verlengd. 3.3. Begrotingskenmerken Begrotings-onderdeel | Soort uitgave | Nieuw | Bijdrage EVA | Bijdragen kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruit-zichten | 01.04.01.14 | Ver-plicht | Ge-splitste kre-dieten | NEE | NEE | NEE | Nr. 4 | Bijstand in de vorm van een lening 01 04 01 14 – Voorziening van het Garantiefonds Overeenkomstig de gewijzigde Garantiefondsverordening zijn stortingen in het Garantiefonds vereist. Overeenkomstig deze verordening wordt voor deze stortingen niet meer uitgegaan van het gehele bedrag van de lening op de datum van het besluit, maar van het uitstaande bedrag aan het einde van een jaar. Aan het begin van jaar "n" wordt het te storten bedrag berekend: dit is het verschil tussen het streefbedrag en de waarde van de nettoactiva van het fonds aan het einde van jaar "n–1". Dit voorzieningsbedrag wordt in jaar "n" in de voorlopige begroting van jaar "n+1" opgenomen en aan het begin van jaar "n+1" in één keer overgemaakt uit begrotingsonderdeel 01 04 01 14 ("Voorziening van het Garantiefonds"). Voor de berekening van de storting in het fonds wordt dus 9% (maximaal 9 miljoen EUR) van het daadwerkelijk uitgekeerde bedrag als streefbedrag aan het eind van jaar "n-1" in aanmerking genomen. 01 04 01 04 – Garantie van de Europese Gemeenschap voor opgenomen communautaire leningen voor macrofinanciële bijstand aan derde landen. De begrotingspost ("p.m.") voor de begrotingsgarantie voor de lening (100 miljoen EUR) zal alleen worden ingezet als daadwerkelijk een beroep op de garantie wordt gedaan. Gewoonlijk zal echter geen beroep worden gedaan op de begrotingsgarantie. 4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN 4.1. Financiële middelen 4.1.1. Overzicht van de vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK) in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Soort uitgave | Punt nr. | 2009 | 2010 | Totaal | Beleidsuitgaven[6] | VK | 8.1. | a | 0 | 0 | BK | b | 0 | 0 | Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag[7] | Technische en administratieve bijstand (NGK) | 8.2.4. | c | 0 | 0 | TOTAAL REFERENTIEBEDRAG | VK | a+c | 0 | 0 | BK | b+c | 0 | 0 | Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen[8] | Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.5. | d | 0 | 0 | Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK) | 8.2.6. | e | 0 | 0 | Totale indicatieve kosten van de maatregel | TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven | a+c+d+e | 0 | 0 | TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven | b+c+d+e | 0 | 0 | 4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering X Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering. ( Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten. ( Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[9] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten). 4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten X Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten: 4.2. Personele middelen in voltijdequivalenten (VTE; ambtenaren, tijdelijk en extern personeel) – zie punt 8.2.1. Jaarlijkse behoeften | 2009 | 2010 | Totale personele middelen in VTE | 1/3 | 1/3 | 5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN 5.1. Behoefte waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien De economie van Bosnië-Herzegovina is ernstig getroffen door de mondiale economische en financiële crisis. In het vierde kwartaal van 2008 begon de economische groei te vertragen en in 2009 zal de productie naar verwachting met 3% krimpen. Hoewel het tekort op de lopende rekening afneemt, blijft de totale externe financieringsbehoefte hoog als gevolg van een toename van de schuldaflossingsverplichtingen op korte termijn. Het Internationaal Monetair Fonds heeft een door het IMF, de Wereldbank en officiële donoren te dekken extern financieringstekort vastgesteld van 433 miljoen EUR in 2009 en 563 miljoen EUR in 2010. Volgens de huidige aannames zou de financiering van het programma in 2009 en 2010 volledig rond zijn, maar in 2010 is er ondanks de steun van het IMF en de verwachte steun van de Wereldbank sprake van een resterend financieringstekort, dat door het IMF op ongeveer 130 miljoen EUR wordt geraamd. Dit tekort zou gedeeltelijk door de Europese Gemeenschap worden gedekt (de Club van Londen zou de resterende 30 miljoen EUR voor zijn rekening nemen). 5.2. Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie De financiële steun van de Gemeenschap weerspiegelt het strategische belang van het land als potentiële kandidaat voor toetreding tot de EU. Macrofinanciële bijstand is een passend instrument om de bestaande communautaire bijstand aan te vullen en draagt bij tot een volledig gefinancierd, door het IMF ondersteund economisch stabilisatieprogramma. Bovendien kunnen belangrijke synergieën worden gerealiseerd wat de invloed van de bijstand op de economische hervorming en stabilisatie betreft. 5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM Binnen de activiteit "Internationale economische en financiële vraagstukken" van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken houdt de doelstelling derde landen macrofinancieel bij te staan met het op orde brengen van hun betalingsbalans en het terugbrengen van de externe schuld tot een duurzaam niveau, verband met de algemene doelstelling ook buiten de Europese Unie de welvaart te bevorderen. De indicatoren hiervan zijn: "officiële reserves in maanden van invoer van goederen en diensten" (verwacht resultaat: "een stabilisatie of toename"); en "externe schuld als percentage van het bbp" (verwacht resultaat: een houdbaar geacht niveau aan het einde van het lopende programma). 5.4. Wijze van uitvoering (indicatief) X Gecentraliseerd beheer X rechtstreeks door de Commissie ( gedelegeerd aan: ( uitvoerende agentschappen ( door de Gemeenschappen opgerichte organen als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement ( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak ( Gedeeld of gedecentraliseerd beheer ( met lidstaten ( met derde landen ( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke) Opmerkingen: 6. TOEZICHT EN EVALUATIE 6.1. Toezicht De diensten van de Commissie houden toezicht op de actie op basis van macro-economische en structurele beleidsmaatregelen die in een met de autoriteiten van Bosnië-Herzegovina gesloten memorandum van overeenstemming zullen worden vastgelegd. De autoriteiten moeten periodiek over deze maatregelen verslag uitbrengen aan de diensten van de Commissie. Tevens zal de delegatie van de Europese Commissie in Sarajevo verslag uitbrengen over kwesties die van belang zijn voor het toezicht op de bijstand. De diensten van de Commissie zullen nauwe contacten met het IMF en de Wereldbank blijven onderhouden. 6.2. Evaluatie 6.2.1. Evaluatie vooraf De diensten van de Commissie (eenheid D1 van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken) hebben een evaluatie vooraf verricht. 6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan) In 2007 is een evaluatie achteraf uitgevoerd van een eerder aan Bosnië-Herzegovina toegekend MFB-pakket. Er zijn ook evaluaties achteraf verricht voor andere landen van de westelijke Balkan (Albanië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Servië) en voor twee nieuwe onafhankelijke staten van de voormalige Sovjet-Unie (Armenië en Tadzjikistan) Uit de resultaten van deze evaluaties kunnen nuttige lessen worden getrokken voor het voorliggende pakket ten behoeve van Bosnië-Herzegovina. 6.2.3. Vorm en frequentie van toekomstige evaluaties In het kader van het meerjarenbeoordelingsprogramma van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken zal een onafhankelijke evaluatie achteraf van de bijstand aan Bosnië-Herzegovina worden uitgevoerd. 7. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN Met het oog op het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen hebben de diensten van de Commissie in alle derde landen die communautaire MFB ontvangen, een lopend programma van operationele beoordelingen van de financiële en administratieve procedures opgezet. In Bosnië-Herzegovina hebben de diensten van de Commissie, bijgestaan door daartoe gemachtigde externe deskundigen, in 2004 de betrouwbaarheid van de voor dit soort bijstand relevante financiële en administratieve procedures getoetst, waarbij zij hebben geconcludeerd dat het kader voor een goed financieel beheer van de ministeries van Financiën algemeen genomen afdoende is en dat dat van de centrale bank afdoende is. Tegelijkertijd is geconstateerd dat op een aantal terreinen, met name op het gebied van begrotingscontroles en interne audits, verbetering mogelijk is. De Europese Commissie zal externe adviseurs opdracht geven een nieuwe operationele beoordeling uit te voeren. Op basis van de uitkomsten daarvan zullen specifieke beleidsvoorwaarden voor de uitkering van de bijstand worden vastgesteld ter versterking van de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van de systemen voor het beheer van de overheidsfinanciën in Bosnië-Herzegovina. In de voorgestelde rechtsgrondslag voor de toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina is een bepaling met betrekking tot fraudepreventiemaatregelen opgenomen. Deze maatregelen zullen nader worden uitgewerkt in een memorandum van overeenstemming en in de leningsovereenkomst. Het is de bedoeling dat aan de bijstand een aantal specifieke beleidsvoorwaarden, met name op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, wordt verbonden ter bevordering van de doelmatigheid, transparantie en de verantwoordingsplicht. Op de MFB kunnen verificatie-, controle- en auditprocedures worden toegepast onder de verantwoordelijkheid van de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF), en de Europese Rekenkamer. 8. MIDDELEN 8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel Vastleggingskredieten in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Jaar 2009 | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 | Ambtenaren of tijdelijk personeel[10] (XX 01 01) | A*/AD | 1/3 | 1/3 | B*, C*/AST | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel[11] | Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel[12] | TOTAAL | 1/3 | 1/3 | 8.2.2. Omschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien Onder andere het voorbereiden van en onderhandelen over memoranda van overeenstemming en de leningsovereenkomst, onderhouden van contacten met de autoriteiten en de internationale financiële instellingen, toezicht houden op het economische en structurele beleid van het begunstigde land, uitvoeren van controlebezoeken en voorbereiden van rapporten van de diensten van de Commissie, alsook uitwerken van Commissieprocedures voor het beheer van de bijstand. 8.2.3. Herkomst van het (statutaire) personeel X Posten die momenteel zijn toegewezen aan het beheer van het te vervangen of te verlengen programma ( Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n ( Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd ( Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling) ( Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen 8.2.4. Andere administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag (XX 01 04/05 – Uitgaven voor administratief beheer) in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Begrotingsonderdeel 01 03 02 Macro-economische bijstand | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | TO-TAAL | Overige technische en administratieve bijstand | - intern | - extern 1) Operationele beoordeling 2) Evaluatie achteraf | 0,050 | 0,250 | Totaal Technische en administratieve bijstand | 0,050 | 0,250 | 8.2.5. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Soort personeel | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | Ambtenaren en tijdelijk personeel (XX 01 01) | 0,030 | 0,030 | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, arbeidscontractanten enz.) (vermeld begrotingsonderdeel) | Totaal Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | 0,030 | 0,030 | Berekening – Ambtenaren en tijdelijke functionarissen | Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 | NIET VAN TOEPASSING | Berekening – Uit artikel XX 01 02 gefinancierd personeel | Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 | NIET VAN TOEPASSING | 8.2.6. Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen euro (tot op 3 decimalen) | Jaar 2009 | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | TO-TAAL | XX 01 02 11 01 – Dienstreizen | 0,020 | 0,010 | 0,030 | XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen | XX 01 02 11 03 – Comités[14] | XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen | XX 01 02 11 05 - Informatiesystemen | 2 Totaal Andere beheersuitgaven (XX 01 02 11) | 3 Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel) | Totaal Andere administratieve uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | 0,020 | 0,010 | 0,030 | Berekening – Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen | Drie dienstreizen voor één/twee personen | [1] Artikel 5 van Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot instelling van een Garantiefonds (Gecodificeerde versie). Het voorzieningsbedrag wordt overgemaakt uit begrotingsonderdeel 01 04 01 14 ("Voorziening van het Garantiefonds"). [2] PB C [...] van [...], blz. [...]. [3] PB C [...] van [...], blz. [...]. [4] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1). [5] Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie, PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1. [6] Uitgaven die niet onder hoofdstuk xx 01 van de betrokken titel xx vallen. [7] Uitgaven in het kader van artikel xx 01 04 van titel xx. [8] Uitgaven in het kader van hoofdstuk xx 01, met uitzondering van de artikelen xx 01 04 en xx 01 05. [9] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord. [10] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt. [11] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt. [12] Waarvan de kosten door het referentiebedrag worden gedekt. [13] Verwijs naar het specifieke financieel memorandum voor de betrokken uitvoerende agentschappen. [14] Vermeld het soort comité en de groep waartoe het behoort.