This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52009PC0187
Proposal for a Council Regulation amending Regulation (EC) No 881/2002 imposing certain specific restrictive measures directed against certain persons and entities associated with Usama bin Laden, the Al-Qaida network and the Taliban
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al Qa‛ida-netwerk en de Taliban
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al Qa‛ida-netwerk en de Taliban
/* COM/2009/0187 def. - CNS 2009/0055 */
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al Qa‛ida-netwerk en de Taliban /* COM/2009/0187 def. - CNS 2009/0055 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 22.4.2009 COM(2009) 187 definitief 2009/0055 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al Qa‛ida-netwerk en de Taliban (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Sinds 1999 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties krachtens hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties (VN) sancties toegepast, meer bepaald de bevriezing van tegoeden en economische middelen, ten aanzien van de Taliban, het Al Qa‛ida-netwerk en Usama bin Laden. Tot dit doel hebben de VN de VN-lijst van personen en entiteiten van Al Qa‛ida en de Taliban opgesteld, die voor alle leden van de VN volgens internationaal recht bindend is, daaronder ook alle lidstaten van de Europese Unie. 2. Op 27 mei 2002 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al Qa‛ida-netwerk en de Taliban. In deze verordening worden een aantal elementen van de Resoluties 1267(1999) en 1390(2002) van de VN-Veiligheidsraad ten uitvoer gelegd, met name de bevriezing van tegoeden en economische middelen van personen en entiteiten die zijn opgenomen in een tot dit doel opgestelde lijst van de VN. Verordening (EG) nr. 881/2002 stemt overeen met Gemeenschappelijk Standpunt 2002/402/GBVB van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen Usama bin Laden, de leden van de Al-Qa‛ida-organisatie, de Taliban en andere daarmee verbonden personen, groepen, ondernemingen en entiteiten. 3. Op 3 september 2008 heeft het Hof van Justitie Verordening (EG) nr. 881/2002 nietig verklaard voor zover zij betrekking heeft op Yassin Abdullah Kadi en de Al Barakaat International Foundation. Het Hof van Justitie oordeelde dat de communautaire autoriteit die besluit tot bevriezing van de tegoeden en economische middelen van een persoon of entiteit krachtens Verordening (EG) nr. 881/2002, gehouden is de gronden waarop dit besluit is gebaseerd, aan de betrokken persoon of entiteit mede te delen, teneinde de rechten van de verdediging, meer bepaald het recht om te worden gehoord, alsook het recht op rechterlijke controle, te eerbiedigen. Teneinde het vonnis van het Hof na te leven, verzocht de EU het Sanctiecomité om mededeling van de relevante motiveringen op grond waarvan beide partijen op de lijst waren geplaatst, en stelde zij de betrokkenen daarvan in kennis met het oog op opmerkingen. Na evaluatie van de opmerkingen keurde de Commissie een nieuwe verordening goed waarin de vermelding van de heer Kadi en de Al Barakaat International Foundation op de lijst van personen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen worden bevroren, wordt gehandhaafd (Verordening (EG) nr. 1190/2008 van 28 november 2008). 4. Het is noodzakelijk Verordening (EG) nr. 881/2002 aan te passen om rekening te houden met deze nieuwe elementen en een procedure in te stellen die de fundamentele rechten eerbiedigt van de personen en entiteiten die voor het eerst op de VN-lijst worden geplaatst. De nieuwe procedure is gebaseerd op de procedure voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, die betrekking heeft op de lijst van terroristen die door de EU zelf is opgesteld volgens document 10826/1/27 van de Raad van 28 juni 2007. De nieuwe procedure is als volgt: 5. na kennisgeving door het VN-Sanctiecomité van een nieuw besluit tot plaatsing op de lijst en de motivering daarvan, treft de Commissie een voorlopig besluit tot bevriezing van de tegoeden en economische middelen van de betrokken persoon of entiteit; 6. tegelijkertijd zendt de Commissie de motivering van het besluit onverwijld aan de betrokken persoon of entiteit, teneinde deze in staat te stellen opmerkingen te maken; 7. de Commissie onderzoekt de opmerkingen en wint advies in bij een deskundigencomité van de lidstaten alvorens een definitief besluit vast te stellen. 8. Teneinde te verzekeren dat de fundamentele rechten worden geëerbiedigd, dient tevens de situatie van reeds in de lijst opgenomen personen en entiteiten te worden bekeken. Resolutie 1822 van de VN-Veiligheidsraad van 30 juni 2008 voorziet in een herziening van alle namen die op 30 juni 2008 op de VN-lijst staan. De herziening door de VN zou uiterlijk op 30 juni 2010 moeten zijn voltooid. 9. Indien de VN besluiten een persoon of entiteit van de lijst te schrappen, dient ook op communautair niveau deze persoon of entiteit onverwijld van de lijst te worden geschrapt zonder dat deze bij een communautaire instelling daarom moet verzoeken. 10. Uit de aard der zaak kunnen de Verenigde Naties of een derde land het dienstig achten aan de communautaire instelling ter staving van het vastgestelde besluit gerubriceerde informatie te verstrekken. Er wordt een bepaling voorgesteld om duidelijkheid te verschaffen over de verwerking van deze informatie. 11. Er is ook een bepaling nodig om duidelijkheid te verschaffen over de toepasselijke regels voor de verwerking van persoonsgegevens van personen op de lijst, en meer bepaald voor de verwerking van gegevens die betrekking hebben op strafbare feiten, strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen uit hoofde van deze verordening. 12. Dit voorstel omvat ook een aantal aanvullende bepalingen, zoals de actualisering van artikel 2 bis van Verordening (EG) nr. 881/2002, teneinde rekening te houden met punt 15 van Resolutie 1735(2006) van de VN-Veiligheidsraad waarmede de geen-bezwaar-termijn die van toepassing is wanneer lidstaten de VN raadplegen over uitzonderingen voor basisuitgaven, wordt uitgebreid tot drie werkdagen. Het voorstel omvat ook een reeks wijzigingen van technische aard, zoals de aanpassing van de definitie van bevriezing van tegoeden en van artikel 11 over de communautaire rechtsbevoegdheid aan de geijkte formuleringen van de Richtsnoeren inzake de implementatie en evaluatie van de restrictieve maatregelen (sancties) in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU (document van de Raad 15114/05 van 2 december 2005). 2009/0055 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al Qa‛ida-netwerk en de Taliban DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60, 301 en 308, Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2002/402/GBVB van 27 mei 2002 betreffende beperkende maatregelen tegen Usama bin Laden, de leden van de Al-Qa‛ida-organisatie, de Taliban en andere daarmee verbonden personen, groepen, ondernemingen en entiteiten[1], Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement[2], Na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, Overwegende hetgeen volgt: (1) Gemeenschappelijk Standpunt 2002/402/GBVB bepaalt onder meer dat de Europese Gemeenschap een aantal beperkende maatregelen dient te nemen, waaronder bevriezing van tegoeden en economische middelen, overeenkomstig de Resoluties 1267(1999), 1333(2000) en 1390(2002) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. (2) De bevriezing van tegoeden en economische middelen wordt ten uitvoer gelegd door de bepalingen van Verordening (EG) nr. 881/2002 van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al Qa‛ida-netwerk en de Taliban[3]. (3) Een artikel over uitzonderingen werd in die verordening ingevoegd bij Verordening (EG) nr. 561/2003 van 27 maart 2003[4]. De geen-bezwaar-termijn waarnaar in dat artikel wordt verwezen, dient te worden aangepast aan Resolutie 1735 van de VN-Veiligheidsraad van 22 december 2006. (4) Naar aanleiding van het vonnis van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 3 september 2008 in gevoegde zaken C-402/05 P en C-415/05 P, Yassin Abdullah Kadi en Al Barakaat International Foundation versus Raad, dient Verordening (EG) nr. 881/2002 te worden aangepast, teneinde een procedure voor opname in de lijst vast te stellen waarin de fundamentele rechten van de verdediging en in het bijzonder het recht om te worden gehoord, worden geëerbiedigd. (5) In de herziene procedure dient aan de op de lijst geplaatste personen, entiteiten, lichamen of groepen onder meer de motivering voor plaatsing op de lijst, als verstrekt door het VN-Sanctiecomité voor de Taliban en Al Qa‛ida, te worden medegedeeld, zodat de op de lijst geplaatste personen, entiteiten, lichamen of groepen in staat worden gesteld hierover opmerkingen te maken. De bedoeling van Verordening (EG) nr. 881/2002 is de bevriezing van tegoeden en economische middelen van personen, entiteiten, lichamen en groepen die zijn vermeld op de VN-lijst voor Al Qa‛ida en de Taliban. Aangezien de relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad bepalen dat deze bevriezing “onverwijld” dient te gebeuren, moet een dergelijke maatregel uiteraard een verrassingseffect kunnen hebben. De Commissie dient bijgevolg in staat te worden gesteld een voorlopig besluit vast te stellen, alvorens zij de betrokken personen, entiteiten, lichamen of groepen van de redenen voor het plaatsten op de lijst in kennis stelt. De motivering voor het plaatsen op de lijst dient echter na publicatie van dat besluit zonder onnodige vertraging aan de betrokken personen, entiteiten, lichamen en groepen te worden medegedeeld, zodat de betrokken personen, entiteiten, lichamen en groepen effectief in staat worden gesteld opmerkingen te maken. (6) Na onderzoek van eventueel ingediende opmerkingen wordt een definitief besluit vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[5]. (7) Hoewel de Commissie ernaar dient te streven de motivering voor de plaatsing op de lijst rechtstreeks aan de betrokken personen, entiteiten, lichamen en groepen mede te delen, kan een dergelijke kennisgeving in sommige gevallen onmogelijk zijn wanneer contactgegevens onvolledig zijn of geheel ontbreken. In dergelijke gevallen dient een kennisgeving in het Publicatieblad te worden gepubliceerd om de betrokkenen te wijzen op de toepasselijke procedures. (8) Het is noodzakelijk te voorzien in een speciale procedure voor de personen, entiteiten, lichamen en groepen die op de lijst zijn geplaatst vóór 3 september 2008, teneinde de rechten van de verdediging en meer bepaald het recht van de betrokkenen om te worden gehoord, te eerbiedigen. (9) Er dienen voorzieningen te worden getroffen voor het verwerken van gerubriceerde informatie die eventueel door de Verenigde Naties of een bepaald land wordt verstrekt. (10) Deze verordening eerbiedigt de fundamentele rechten en de beginselen die meer bepaald zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie[6], en met name het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het recht op eigendom en het recht op de bescherming van persoonsgegevens. Deze verordening dient te worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen. (11) Het doel van Verordening (EG) nr. 881/2002 is het voorkomen van terreurdaden, met inbegrip van de financiering van terrorisme, met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid. Om een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Gemeenschap te verzekeren, dienen de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten, lichamen of groepen waarvan de tegoeden worden bevroren krachtens Verordening (EG) nr. 881/2002, openbaar te worden gemaakt. De verwerking door de Commissie van gegevens die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, dient te worden toegestaan mits passende en specifieke waarborgen worden geboden. (12) Elke verwerking van persoonsgegevens van natuurlijke personen uit hoofde van deze verordening dient de bepalingen te respecteren van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[7], alsook van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[8]. (13) Het is dienstig de betekenis van een aantal woorden te verduidelijken en bepaalde onderdelen van Verordening (EG) nr. 881/2002 aan te passen aan de meer recente geijkte formuleringen voor verordeningen betreffende beperkende maatregelen. (14) Verordening (EG) nr. 881/2002 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt als volgt gewijzigd: (1) Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: a) Punt 3 wordt vervangen door: “3. ‘bevriezing van tegoeden’: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van, toegang hebben tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;” b) De volgende punten 5 en 6 worden toegevoegd: “5. ‘groep’: een terroristische groep als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van Kaderbesluit van de Raad 2002/475/JBZ van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding[9]. 6. ‘Sanctiecomité’: het comité van de VN-Veiligheidsraad opgericht krachtens Resolutie 1267 (1999) van de VN-Veiligheidsraad betreffende Al-Qa‛ida en de Taliban.” (2) Artikel 2 wordt vervangen door: “Artikel 2 1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit, lichaam of groep die in bijlage I zijn vermeld, worden bevroren. 2. Aan of ten behoeve van de in bijlage I genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten, lichamen of groepen mogen geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld. 3. In bijlage I worden natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten, lichamen en groepen die worden aangewezen door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité, vermeld. 4. De verbodsbepaling van lid 2 geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, indien deze niet wisten en geen gegronde reden hadden om te vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden zijn op die verbodsbepalingen.” (3) In artikel 2 bis, lid 1, wordt punt c) vervangen door: “c) i) in geval van een voornemen als bedoeld onder a), punten (i), (ii) of (iii), het Sanctiecomité binnen drie werkdagen na de kennisgeving geen bezwaar heeft gemaakt tegen het voornemen; of ii) in geval van een voornemen als bedoeld onder a), punt iv), het Sanctiecomité het voornemen heeft goedgekeurd.” (4) Het volgende artikel 2 ter wordt ingevoegd: “Artikel 2 ter Artikel 2, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen in de Gemeenschap die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een op de lijst voorkomende natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit, lichaam of groep zijn overgemaakt, op voorwaarde dat de bijgeboekte bedragen eveneens worden bevroren. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.” (5) Artikel 3 wordt vervangen door: “Artikel 3 Onverminderd de bevoegdheden van de lidstaten bij de uitoefening van hun openbaar gezag wordt er een verbod ingesteld op de directe of indirecte verstrekking aan de in bijlage I genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten, lichamen of groepen van technisch advies, bijstand of opleiding in verband met militaire activiteiten en meer in het bijzonder opleiding en bijstand in verband met de vervaardiging, het onderhoud of het gebruik van wapens en bijbehorend materieel van enigerlei aard.” (6) Artikel 6 wordt vervangen door: “Artikel 6 De bevriezing van tegoeden en economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming met deze verordening is, geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon of de entiteit die, dan wel van het lichaam dat deze maatregel uitvoert, of van de directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of niet beschikbaar gesteld.” (7) Artikel 7, lid 1, wordt vervangen door: “1. De Commissie wordt gemachtigd: a) bijlage I indien nodig te wijzigen overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 7 ter, lid 2, en b) bijlage II te wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie.” (8) De volgende artikelen 7 bis tot en met 7 sexies worden ingevoegd: “Artikel 7 bis 1. Indien de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of het Sanctiecomité besluit een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit, lichaam of groep voor het eerst op de lijst te plaatsen, stelt de Commissie, zodra de motivering door de Verenigde Naties is verstrekt, onverwijld een voorlopig besluit vast tot wijziging van bijlage I. 2. Zodra het voorlopige besluit als bedoeld in lid 1 is vastgesteld, stelt de Commissie de betrokken personen, entiteiten, lichamen of groepen, hetzij rechtstreeks of door de publicatie van een kennisgeving onverwijld in kennis van de motivering van de Verenigde Naties met het oog op opmerkingen. 3. De Commissie stelt een definitief besluit vast betreffende de betrokken personen, entiteiten, lichamen of groepen, overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 7 ter, lid 2. 4. Indien de Verenigde Naties besluiten een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit, lichaam of groep van de lijst te schrappen, of de identificatiegegevens van een op de lijst geplaatste persoon, entiteit, lichaam of groep te wijzigen, past de Commissie bijlage I dienovereenkomstig aan. Artikel 7 ter 1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. 2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing. Artikel 7 quater 1. Natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten, lichamen en groepen die vóór 3 september 2008 in bijlage I werden opgenomen en nog steeds op de bijlage voorkomen, kunnen een verzoek tot motivering bij de Commissie indienen. Dit verzoek dient schriftelijk in een officiële taal van de Gemeenschap te worden gedaan. Er dient een postadres, geen postbus, te worden aangegeven voor het terugzenden van het antwoord en eventuele latere correspondentie ter zake. 2. Zodra de verlangde motivering door de Verenigde Naties is verstrekt, stelt de Commissie de betrokken personen, entiteiten, lichamen of groepen daarvan in kennis. Indien opmerkingen worden ingediend, volgt de Commissie de procedures als beschreven in artikel 7 bis, lid 3. Artikel 7 quinquies 1. Indien de Verenigde Naties of een bepaald land gerubriceerde informatie verstrekken, verwerkt de Commissie deze informatie overeenkomstig Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van 29 november 2001 tot wijziging van haar reglement van orde[10] en, voor zover van toepassing, volgens de overeenkomst tussen de Europese Unie en het verstrekkende land inzake de beveiliging van gerubriceerde gegevens. 2. Documenten die zijn gerubriceerd op een niveau dat overeenstemt met ‘EU Top Secret’, ‘EU Secret’ of ‘EU Confidential’, worden niet vrijgegeven zonder toestemming van de verstrekker. Artikel 7 sexies 1. De Commissie verwerkt persoonsgegevens voor de uitoefening van haar taken uit hoofde van deze verordening. Het gaat hierbij onder meer om: a) de voorbereiding van aanpassingen van bijlage I bij deze verordening; b) de consolidering van de inhoud van bijlage I in de elektronische geconsolideerde lijst van personen, groepen en entiteiten waarop EU-sancties van toepassing zijn, beschikbaar op de website van de Commissie[11]; c) de verwerking van informatie met betrekking tot de motivering voor plaatsing op de lijst; en d) de verwerking van informatie over de gevolgen van de maatregelen van deze verordening, zoals de waarde van bevroren tegoeden, alsook informatie over vergunningen van bevoegde autoriteiten. 2. In bijlage I wordt de volgende informatie opgenomen betreffende de genoemde natuurlijke personen: a) achternaam en voornaam, inclusief schuilnamen en titels, voor zover voorhanden; b) geboortedatum en –plaats; c) nationaliteit; d) paspoort- en identiteitskaartnummers; e) fiscale en socialezekerheidsnummers; f) geslacht; g) adres of andere gegevens over de verblijfplaats; h) functie of beroep; i) datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b). 3. Bijlage I kan ook de volgende persoonsgegevens bevatten in verband met de op de lijst geplaatste natuurlijke personen, indien deze gegevens door de VN-Veiligheidsraad of door het Sanctiecomité worden verstrekt en in een specifiek geval noodzakelijk zijn uitsluitend ter identificatie van de betrokken natuurlijke persoon op de lijst: a) achternaam en voornamen van de vader van de natuurlijke persoon; b) achternaam en voornamen van de moeder van de natuurlijke persoon. De betrokken natuurlijke personen worden in kennis gesteld van het gebruik dat van hun naam in bijlage I wordt gemaakt zoals dat ook voor de op de lijst geplaatste natuurlijke persoon geschiedt. 4. De Commissie kan relevante gegevens die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, alleen verwerken voor zover deze verwerking noodzakelijk is voor de voorbereiding van een motivering en voor het onderzoek van de ter zake gemaakte opmerkingen van de betrokken natuurlijke persoon, mits passende en specifieke waarborgen worden geboden. Dergelijke gegevens worden niet openbaar gemaakt of uitgewisseld. 5. Voor de toepassing van deze verordening geldt de in bijlage II genoemde eenheid van de Commissie als de “verantwoordelijke voor de verwerking” in de zin van artikel 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 45/2001, teneinde te verzekeren dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 45/2001 kunnen uitoefenen.” (10) Artikel 11 wordt vervangen door: “Artikel 11 Deze verordening is van toepassing: a) op het grondgebied van de Gemeenschap, met inbegrip van haar luchtruim; b) aan boord van vliegtuigen of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen; c) op alle zich op het grondgebied of buiten het grondgebied van de Gemeenschap bevindende personen die onderdaan van een lidstaat zijn; d) op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen; e) op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Gemeenschap verrichte zakelijke transacties.” Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De voorzitter […] [1] PB L 139 van 29.5.2002, blz. 4. [2] PB C […] van […], blz. […]. [3] PB L 139 van 29.5.2002, blz. 9. [4] PB L 82 van 29.3.2003, blz. 1. [5] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. [6] PB C 364 van 18.12.2000, blz. 1. [7] PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1. [8] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. [9] PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3. [10] PB L 317 van 3.12.2001, blz. 1. [11] http://ec.europa.eu/external_relations/cfsp/sanctions/list/consol-list.htm