This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52008PC0723
Amended proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council Amending Directive 2002/22/EC on universal service and users’ rights relating to electronic communications networks, Directive 2002/58/EC concerning the processing of personal data and the protection of privacy in the electronic communications sectors and Regulation (EC) No 2006/2004 on consumer protection cooperation (Text with EEA relevance)
Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming (Voor de EER relevante tekst)
Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming (Voor de EER relevante tekst)
/* COM/2008/0723 def. - COD 2007/0248 */
Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming (Voor de EER relevante tekst) /* COM/2008/0723 def. - COD 2007/0248 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 6.11.2008 COM(2008)723 definitief 2007/0248 (COD) Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming (Voor de EER relevante tekst) 2007/0248 (COD) Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming (Voor de EER relevante tekst) 1. Procedurele fasen Het voorstel — COM (2007) 698 – COD/2007/0248 – is op 13 november 2007 door de Commissie vastgesteld en op 15 november 2007 naar het Europees Parlement en de Raad gezonden. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft op 29 mei 2008 advies uitgebracht over het voorstel van de Commissie. Het Comité van de Regio's heeft op 18 juni 2008 advies uitgebracht over het voorstel van de Commissie. Op 24 september 2008 heeft het Europees Parlement 155 amendementen in eerste lezing goedgekeurd. 2. Doel van het voorstel Dit wetgevingsvoorstel behelst een wijziging van de universeledienstrichtlijn en de richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie. Het is de bedoeling het regelgevingskader aan te passen door bepaalde consumenten- en gebruikersrechten te versterken en ervoor te zorgen dat de elektronische communicatie op een betrouwbare en veilige wijze verloopt en een hoog niveau van bescherming van de privacy van de burgers en van de persoonsgegevens waarborgt. Meer bepaald heeft het onderhavige voorstel twee doelstellingen: 1. een versterking en verbetering van de consumentenbescherming en gebruikersrechten in de sector van de elektronische communicatie door, onder meer, de consumenten meer informatie te verstrekken over tarieven en leveringsvoorwaarden en door de toegang tot en het gebruik van elektronische communicatie, inclusief noodhulpdiensten, voor gebruikers met een handicap te vergemakkelijken; 2. een versterking van de bescherming van privacy en persoonsgegevens van natuurlijke personen in de elektronische-communicatiesector, met name door een versterking van de beveiligingsvoorschriften en de invoering van betere handhavingsmechanismen. 3. Doel van het gewijzigde voorstel Op basis van de door het Parlement aangenomen amendementen voorziet het gewijzigde voorstel in een aantal aanpassingen van de oorspronkelijke tekst. 4. Opmerkingen over de door het Europees Parlement goedgekeurde amendementen 4.1 Door de Commissie aanvaarde amendementen De Commissie aanvaardt de amendementen 2, 4, 5, 7, 8, 11, 15, 16, 20, 27, 32, 38, 41, 43, 48, 51, 54, 55, 56, 60, 61, 62 (behalve het eerste streepje), 63, 64, 65, 66, 68, 70, 72, 73, 77, 79, 80, 88, 89, 90, 92 (laatste alinea), 97, 100, 110, 111, 112, 114 (laatste alinea), 115, 116, 118, 129, 137, 141, 143, 145, 149, 150, 151, 152, 182, 191, 192. 4.2 Amendementen die door de Commissie gedeeltelijk zijn overgenomen of anders geformuleerd Amendementen 3, 6, 12, 14, 18, 19, 21, 22, 23, 25, 26, 31, 37, 44, 47, 53, 67, 71, 75, 76, 82, 85, 86, 87, 91, 93, 99, 103, 105, 106, 109, 122, 127, 131, 132, 135, 136, 138, 139, 165, 180, 181, 183, 184, 185, 187, 188, 189, 193, 194. - Amendement 3 Dit amendement verduidelijkt de in artikel 7, lid 2, vastgestelde verplichting van de lidstaten "om de beschikbaarheid van passende eindapparatuur te bevorderen". De formulering moet echter worden aangepast en afgestemd op de tekst van artikel 7, lid 2. Overweging 4 ter (nieuw) " De lidstaten zouden maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat gehandicapte gebruikers net als de meeste andere gebruikers kunnen profiteren van de keuze tussen verschillende ondernemingen en dienstenaanbieders en om de beschikbaarheid van speciale eindapparatuur te bevorderen om te bevorderen dat een markt ontstaat voor algemeen beschikbare producten en diensten, met functies voor gehandicapte gebruikers . Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld een Dat is onder meer mogelijk door verwijzing naar Europese normen, door de invoering van eisen voor elektronische toegankelijkheid (e-Accessibility) in procedures voor overheidsopdrachten en de verrichting van diensten in verband met aanbestedingen voor de levering van diensten , en door de implementering van wetgeving waarmee de rechten van gehandicapten worden beschermd . - Amendement 6 Om de EU-burgers nog beter te beschermen wenst de Commissie dat bij oproepen van noodhulpdiensten informatie over de locatie van de oproeper wordt geboden. De "locatie van de oproeper" wordt geschrapt omdat de vermelding in deze overweging zou betekenen dat die informatie niet altijd moet worden verstrekt. Oproepen naar noodhulpdiensten bieden hoe dan ook niet automatisch toegang tot informatie over de locatie van de oproeper. Om een doeltreffender en snellere interventie van noodhulpdiensten te garanderen, moet ook informatie worden geboden over de accuraatheid van de locatiegegevens. Overweging 12 "De aanbieders van elektronische-communicatiediensten moeten ervoor zorgen dat hun klanten er op adequate wijze over worden geïnformeerd of toegang tot noodhulpdiensten en informatie over de locatie van de oproeper al dan niet inbegrepen is, en worden voorzien van dat duidelijke en transparante informatie wordt geboden in het initiële klantencontract en op gezette tijden daarna, bijvoorbeeld in de gespecificeerde rekeningen voor de klant. Deze informatie moet alle beperkingen omvatten wat territoriale dekking betreft, op basis van de geplande technische operationele parameters van de dienst en de beschikbare infrastructuur. Als de dienst niet wordt geleverd via een geschakeld telefoonnet, moet de informatie ook het betrouwbaarheidsniveau van de toegang tot en de accuraatheid van de informatie over de locatie van de oproeper omvatten in vergelijking met een dienst die via een geschakeld telefoonnet wordt geleverd, rekening houdend met de huidige technologie en kwaliteitsnormen, alsmede de overeenkomstig Richtlijn 2002/22/EG gespecificeerde parameters inzake de kwaliteit van de dienstverlening. Spraaktelefonische oproepen blijven de meest solide en betrouwbare vorm van toegang tot noodhulpdiensten. Andere contactvormen, zoals tekstberichten, kunnen minder betrouwbaar zijn en kunnen lijden aan een gebrek aan directheid. De lidstaten moeten evenwel vrij zijn om, als zij dit nodig achten, de ontwikkeling en uitvoering van andere vormen van toegang tot noodhulpdiensten te bevorderen waarmee toegang kan worden gegarandeerd die evenwaardig is aan toegang via spraaktelefonische oproepen. De klanten moeten ook goed geïnformeerd worden over de soorten van maatregelen die de aanbieder s van de elektronische-communicatiediensten kunnen kan treffen in reactie op beveiligings- of integriteitsincidenten aangezien dergelijke maatregelen een direct of indirect effect kunnen hebben op de gegevens van de klant, zijn privacy of andere aspecten van de geleverde dienst.” - Amendement 12 Dit amendement is bedoeld ter verduidelijking van artikel 22, lid 3. Ter wille van de rechtszekerheid moet de formulering worden verduidelijkt: de termen “richtsnoeren” en “basisniveau van onbeperkte diensten” zijn onduidelijk en worden derhalve vervangen. Overweging 14 bis (nieuw) "Een concurrerende markt moet ook de kwaliteit van de door de gebruikers gevraagde dienstverlening waarborgen, maar in bijzondere gevallen moet er eventueel over worden gewaakt dat openbare communicatienetwerken aan minimumkwaliteitsniveaus voldoen teneinde achteruitgang van de dienstverlening, gebruiksbeperkingen en vertraging van het verkeer te voorkomen. Wanneer er geen effectieve mededinging is, moeten de nationale regelgevingsinstanties de voorzieningen gebruiken waarover zij overeenkomstig de richtlijnen inzake een regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten beschikken om ervoor te zorgen dat de toegang van gebruikers tot bepaalde soorten inhoud of toepassingen niet op onredelijke wijze wordt beperkt. De nationale regelgevingsinstanties moeten ook richtsnoeren kunnen vaststellen met minimumeisen inzake de kwaliteit van de dienstverlening overeenkomstig Richtlijn 2002/22/EG en andere maatregelen kunnen nemen, als de bedoelde andere voorzieningen naar hun mening niet doeltreffend zijn geweest , gelet op de belangen van de gebruikers en alle andere ter zake doende omstandigheden. Deze richtsnoeren of maatregelen kunnen een basisniveau van onbeperkte diensten omvatten. - Amendement 14 Dit amendement heeft betrekking op de "maatregelen”, “richtsnoeren” en “andere maatregelen” die door de Commissie moeten worden beoordeeld om tot een consistente toepassing te komen. Overeenkomstig amendement 12 moet echter worden verwezen naar de “minimumeisen inzake de kwaliteit van de dienstverlening”. Overweging 14 quinquies (nieuw) "Aangezien inconsistente maatregelen eisen met betrekking tot de kwaliteit van de dienstverlening de voltooiing van de gemeenschappelijke markt aanzienlijk zullen hinderen, moet de Commissie de richtsnoeren of andere maatregelen die door nationale regelgevingsinstanties worden goedgekeurd voor eventueel regelgevend optreden in de Gemeenschap beoordelen en, indien nodig, technische uitvoeringsvoorschriften goedkeuren om tot consistente toepassing in de hele Gemeenschap te komen." - Amendement 18 Een belangrijk deel van de tekst van het voorstel van de Commissie is verplaatst naar overweging 14 bis (zie amendement 12). De verwijzing naar de comitéprocedure – die ook is gehandhaafd in artikel 22, lid 3, - wordt opgenomen in de gewijzigde overweging 14 quater, waarop het voormelde amendement 14 betrekking heeft. - Amendement 19 Het amendement heeft betrekking op de wholesaleverplichtingen van ondernemingen om, onder bepaalde voorwaarden, gegevens te verzamelen en op te nemen in een gids, met het oog op het aanbieden van een publieke gids en telefooninlichtingendiensten. Aangezien dit reeds vermeld is in artikel 25, lid 2, moet dit amendement worden herzien. Voorts moet de tekst worden afgestemd op de aangepaste tekst van amendement 85. Overweging 18 bis (nieuw) "Telefooninlichtingendiensten moeten in concurrerende marktomstandigheden concurrerend worden aangeboden, en worden dat ook vaak, op grond van artikel 5 van Richtlijn 2002/77/EG van de Commissie van 16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten voor elektronische-communicatienetwerken en –diensten*. Wholesalemaatregelen Bij maatregelen om ervoor te zorgen voor opneming van dat de eindgebruikersgegevens ( van alle ondernemingen die telefoonnummers toekennen aan abonnees zowel vast als mobiel ) in de gegevensbestanden worden opgenomen, moet de bescherming van persoonsgegevens, met inbegrip van artikel 12 van Richtlijn 2002/58/EG, in acht worden genomen. Met het oog op de opstelling van publieke gidsen en het verstrekken van telefooninlichtingendiensten moet de kostengebaseerde levering van die gegevens aan de dienstproviders en de verlening van toegang tot het net op kostengebaseerde, redelijke en transparante voorwaarden zijn nodig worden gewaarborgd zodat om te waarborgen dat de eindgebruikers ten volle kunnen profiteren van redelijke en transparante voorwaarden van concurrerende aanbiedingen de mededinging, met als uiteindelijk doel de volledige afschaffing van regulering van deze dienst op retail-niveau mogelijk te maken. " * PB L 249 van 17.9.2002, blz. 21. - Amendement 21 In het amendement is bepaald dat de Commissie de verantwoordelijkheid voor het beheer van ETNS kan overdragen. Dit is niet mogelijk aangezien de ENTS-code is toegewezen aan de lidstaten en niet aan de Commissie. Het amendement wordt aangepast zodat alleen landen waaraan de ITU de code "3883" heeft toegekend, de verantwoordelijkheid voor het beheer daarvan kunnen overdragen. Overweging 21 " De O o ntwikkeling van de internationale code "3883" (de Europese Telefoonnummerruimte (ETNS)) wordt momenteel belemmerd door onvoldoende bewustzijn vraag , al te bureaucratische procedurele eisen en onvoldoende bewustzijn en bijgevolg onvoldoende vraag . Teneinde de ontwikkeling van de ETNS te bevorderen, moet en de landen waaraan de Internationale Telecommunicatie Unie de internationale code "3883" heeft toegewezen de Commissie de verantwoordelijkheid voor het beheer daarvan, de toewijzing van nummers en promotie overdragen aan [xxx] of, evenals het geval was bij de invoering van het ".eu" top level domein, aan een afzonderlijke organisatie die door de Commissie wordt aangewezen na een open, transparante en niet-discriminerende selectieprocedure, en waarvan de exploitatievoorschriften deel uitmaken van het Gemeenschapsrecht." - Amendement 22 De eerste volzin van overweging 22 is gewijzigd om de zin af te stemmen op de wijzigingen van de beschikkende bepalingen van de richtlijn (zie amendement 86 tot wijziging van artikel 25, lid 4, van de Universeledienstrichtlijn). Het amendement van het EP strookt niet met het beginsel van de technologische neutraliteit en wordt vervangen door een formulering van meer algemene strekking waarin wordt gesteld dat de toegang tot nummers en diensten in de Gemeenschap noodzakelijk is om de communicatie tussen eindgebruikers te faciliteren. Overweging 22 "De interne markt houdt in dat de eindgebruikers toegang hebben tot alle nummers die zijn opgenomen in de nationale nummerplannen van andere lidstaten, en toegang krijgen tot diensten, inclusief de diensten van de informatiemaatschappij, met gebruikmaking van niet-geografische nummers binnen de Gemeenschap, met inbegrip van onder meer freephone-nummers, en betaalnummers en telefooninlichtingendiensten . Eindgebruikers moeten ook toegang kunnen krijgen tot nummers van de Europese telefoonnummerruimte (ETNS) en tot u U niversele i I nternationale f F reephone- n N ummers (UIFN). Hierdoor wordt de grensoverschrijdende communicatie tussen eindgebruikers, ongeacht de operator waarbij zij zijn aangesloten, gefaciliteerd . Er mag geen beperking zijn op de grensoverschrijdende toegang tot nummercapaciteit en de daarmee verband houdende dienst, tenzij in objectief gerechtvaardigde gevallen, bijvoorbeeld wanneer dit nodig is om fraude en misbruik te bestrijden, zoals bij bepaalde betaalnummerdiensten, of wanneer het nummer uitsluitend als een nationaal nummer is gedefinieerd (bv. nationale verkorte doorkiesnummers). De gebruikers moeten van tevoren duidelijk worden geïnformeerd over alle kosten in verband met freephone-nummers, zoals internationale oproepkosten voor nummers die toegankelijk zijn via de standaard internationale oproepcodes. Eindgebruikers dienen ook toegang te hebben tot andere eindgebruikers (met name via Internet Protocol (IP-nummers) om gegevens uit te wisselen, een en ander ongeacht de gekozen aanbieder. Om te waarborgen dat de eindgebruikers daadwerkelijk toegang hebben tot nummers en diensten binnen de Gemeenschap moet de Commissie tenuitvoerleggingsmaatregelen kunnen vaststellen." - Amendement 23 Dit amendement ondersteunt de amendementen van artikel 30, lid 4, om bescherming te bieden tegen "slamming". Overweging 23 "Om ten volle te kunnen profiteren van de mededinging, moeten de consumenten geïnformeerde keuzes kunnen maken en van dienstenleverancier kunnen veranderen wanneer dat in hun voordeel is. Het is essentieel dat zij dit kunnen doen zonder gehinderd te worden door juridische, technische of praktische belemmeringen, zoals contractuele voorwaarden, procedures, heffingen, enz. Dit sluit niet uit dat in contracten met consumenten een redelijke minimumcontractperiode wordt opgenomen. Nummerportabiliteit is cruciaal om de keuzevrijheid van de consument te vergemakkelijken en een daadwerkelijke mededinging op de concurrerende markten voor elektronische communicatie te waarborgen, en moet dus onverwijld worden ingevoerd, in de regel uiterlijk een dag na het verzoek van de consument . In geval van misbruik of vertraging bij de overdracht moeten de nationale regelgevingsinstanties passende sancties kunnen opleggen. Bovendien moeten nationale regelgevingsinstanties, zonder het overschakelingsproces voor de consument minder aantrekkelijk te maken, adequate maatregelen kunnen treffen om het risico te beperken dat consumenten zonder hun instemming worden overgeschakeld. De ervaring heeft in sommige lidstaten evenwel geleerd dat het risico bestaat dat consumenten worden overgeschakeld zonder hun instemming. Dit is een kwestie die voornamelijk door de rechtshandhavingsautoriteiten moet worden aangepakt, maar de lidstaten moeten met betrekking tot het overschakelingsproces de adequate minimummaatregelen kunnen opleggen die nodig zijn om het genoemde risico zo veel mogelijk te beperken, zonder het proces minder aantrekkelijk voor consumenten te maken. Om die nummerportabiliteit te kunnen aanpassen aan de technologische en marktontwikkelingen, met inbegrip van de mogelijkheid om de in het netwerk opgeslagen persoonlijke bestanden en profielinformatie van de abonnee over te dragen, moet de Commissie in staat worden gesteld technische tenuitvoerleggingsmaatregelen op dit gebied te nemen. Wanneer wordt afgewogen of de technologische en marktvoorwaarden nummerportabiliteit tussen netwerken die diensten op een vaste locatie leveren en mobiele netwerken mogelijk maken, moet met name rekening worden gehouden met de tarieven voor de gebruikers en de overstapkosten voor ondernemingen die diensten leveren op vaste locaties en mobiele netwerken." - Amendement 25 Onderstaande wijzigingen worden aangebracht om overlapping te vermijden met de bestaande overweging 47 van de Universeledienstrichtlijn 2002/22/EG. Overweging 25 bis (nieuw) "De procedure voor buitengerechtelijke beslechting van geschillen dient in die zin te worden verbeterd dat beslechting van geschillen door onafhankelijke instanties wordt gewaarborgd en dat de procedure in ieder geval in overeenstemming is met de beginselen van Aanbeveling 98/257/EG van de Commissie van 30 maart 1998 betreffende de principes die van toepassing zijn op de organen die verantwoordelijk zijn voor de buitengerechtelijke beslechting van consumentengeschillen* . Lidstaten kunnen daartoe een beroep doen op bestaande instanties voor geschillenbeslechting wanneer deze voldoen aan de relevante eisen, of nieuwe instanties oprichten." __________ * PB L115 van 17.4.1998, blz. 31. - Amendement 26 In dit amendement worden de doelstellingen uiteengezet, ter ondersteuning van de inhoudelijke bepalingen van de richtlijn. Overweging 26 bis (nieuw) "(26bis) Richtlijn 2002/58/EG voorziet in de harmonisering van de regelgeving van de lidstaten, die nodig is om een gelijk niveau te waarborgen van bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden, met name het recht op een persoonlijke levenssfeer en het recht op vertrouwelijkheid en veiligheid met betrekking tot systemen op het gebied van informatietechnologie , bij de verwerking van persoonsgegevens in de sector elektronische communicatie, en om te zorgen voor vrij verkeer van dergelijke gegevens en van elektronische-communicatieapparatuur en -diensten in de Gemeenschap." - Amendement 31 In dit amendement wordt de werkingssfeer afgebakend van de veiligheidsmaatregelen die overeenkomstig artikel 4 moeten worden genomen. De passage "onverminderd Richtlijn 2006/24/EG […] [bewaring van gegevens]" moet worden geschrapt omdat de richtlijn betreffende de bewaring van gegevens een lex specialis is ten opzichte van Richtlijn 2002/58/EG. Overweging 28 bis (nieuw) "(28 bis) De aanbieder van een openbare elektronische-communicatiedienst treft passende technische en organisatorische maatregelen om de veiligheid van zijn diensten te verzekeren. Onverminderd Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2006/24/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bewaring van gegevens die zijn gegenereerd of verwerkt in verband met het aanbieden van openbaar beschikbare elektronische communicatiediensten of van openbare communicatienetwerken , moet er met deze maatregelen voor worden gezorgd dat alleen gemachtigd personeel voor wettelijk toegestane doeleinden toegang tot de persoonsgegevens heeft en dat zowel de opgeslagen of verzonden persoonsgegevens als het netwerk en de diensten beschermd zijn. Bovendien moet een veiligheidsbeleid met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens worden uitgewerkt, om kwetsbaarheden in het systeem te identificeren, moet worden gezorgd voor geregelde monitoring en moeten preventieve, corrigerende en temperende maatregelen worden genomen." - Amendement 37 In dit amendement wordt gewezen op de belangrijke rol van bewustmaking om de verspreiding van kwaadaardige software te voorkomen. Overweging 34 "Software om ongemerkt de handelingen van de gebruiker te monitoren en/of de werking van de eindapparatuur ten bate van derden te beïnvloeden ( zogenaamde "spyware") vormt een ernstige bedreiging voor de privacy van de gebruiker. Een hoog en gelijk niveau van bescherming van de persoonlijke levenssfeer moet worden gewaarborgd, ongeacht of ongewenste spionageprogramma's onbedoeld worden gedownload via elektronische-communicatienetwerken, dan wel worden afgeleverd en geïnstalleerd verborgen in programmatuur die wordt verspreid via andere externe media voor gegevensopslag, zoals cd's, cd-ROM's of USB-sticks. De lidstaten moeten, bijvoorbeeld via bewustmakingscampagnes , de eindgebruikers informeren over beschikbare beschermingsmaatregelen en hen aanmoedigen de nodige maatregelen te treffen om hun eindapparatuur tegen virussen en spyware te beschermen." - Amendement 44 Deze verwijzing naar de consumentenwetgeving wordt aangevuld met een verwijzing naar Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken. Artikel 1, punt 1, van het wijzigingsbesluit; artikel 1, lid 2 bis (nieuw), van Richtlijn 2002/22/EG "De bepalingen van deze richtlijn zijn van toepassing onverminderd de voorschriften van de Gemeenschap inzake de bescherming van consumenten, waaronder met name Richtlijn 93/13/EG , en 97/7/EG en 2005/29/EG , en nationale regels in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht." - Amendement 47 Dit amendement betreft de eventuele schrapping van de definitie van "netwerkaansluitpunt" uit de Universeledienstrichtlijn 2002/22/EG en zou in principe aanvaardbaar zijn, mocht die definitie worden opgenomen in de Kaderrichtlijn 2002/21/EG. Aangezien het EP echter geen amendement in die zin heeft aangenomen, wordt voorgesteld die laatste richtlijn hiertoe te wijzigen (zie het door de Commissie voorgestelde amendement van artikel 1, punt 2), letter b bis, (nieuw), van het wijzigingsbesluit; artikel 2 - punt d bis), (nieuw), met betrekking tot Richtlijn 2002/21/EG. - Amendement 53 Dit amendement is een verduidelijking van het oorspronkelijke voorstel. De Commissie kan echter niet instemmen met de vervanging van "nemen" door "kunnen … nemen", aangezien dit de doelstellingen van de bepaling ondermijnt. Artikel 1, punt 5, van het wijzigingsbesluit; artikel 7, lid 2 bis, (nieuw) van Richtlijn 2002/22/EG. "De lidstaten nemen kunnen , in het licht van de nationale omstandigheden en de door specifieke handicaps gestelde eisen , specifieke maatregelen nemen die blijkens een onderzoek van de nationale regelgevingsinstantie noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat eindgebruikers met een handicap kunnen kiezen tussen ondernemingen en aanbieders van diensten die voor het merendeel van de eindgebruikers beschikbaar zijn, en om de beschikbaarheid van passende eindapparatuur te bevorderen . Zij dienen te waarborgen dat aan de behoeften van specifieke groepen gehandicapte gebruikers door ten minste één onderneming wordt voldaan." - Amendement 67 In dit amendement wordt beschreven welke informatie de betrokken publieke autoriteiten in contracten moeten laten opnemen. Doel is te waarborgen dat eindgebruikers voor ze een contract ondertekenen duidelijk worden geïnformeerd over hun verplichtingen, bijvoorbeeld inzake auteursrechten en maatregelen ter bescherming van de persoonlijke veiligheid en levenssfeer. De vermelding "alle" informatie is in deze context te ruim; teveel informatie meedelen aan abonnees brengt de doelmatigheid van de bepaling in het gedrang. Artikel 1, punt 12, van het wijzigingsbesluit; artikel 20, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2002/22/EG "Het contract moet ook alle door de bevoegde overheidsinstanties verstrekte informatie over het gebruik van elektronische-communicatienetwerken en -diensten voor onwettige activiteiten of de verspreiding van schadelijke inhoud en over beschermingsmaatregelen tegen gevaren voor de persoonlijke veiligheid, de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens bevatten waarnaar in artikel 21, lid 4 bis, wordt gewezen en die van toepassing is op de aangeboden dienst." - Amendement 71 Amendement 71 heeft betrekking op artikel 20, lid 6, van de Universeledienstrichtlijn. Er moeten echter een aantal wijzigingen worden aangebracht om ervoor te zorgen dat alle aanvankelijk door de Commissie in artikel 20, lid 6, voorgestelde aspecten behouden blijven. Amendement 76 – dat nauw aansluit bij amendement 71 – wordt in dezelfde zin aangepast. (Amendement 71 houdt verband met de nieuwe compromisvoorstellen in artikel 20, lid 2, tweede alinea, (amendement 67) en artikel 21, lid 4 bis (amendement 76)). - Amendement 75 Dit amendement betreft de tariefinformatie die aan abonnees moet worden meegedeeld teneinde voor meer transparantie te zorgen. De formulering "voorafgaand aan de doorschakeling van het gesprek" in het laatste deel van punt a) is te vaag en kan zeer ruim worden geïnterpreteerd. Doel van de door de Commissie voorgestelde tekst was te waarborgen dat gebruikers "op het tijdstip en de plaats van aankoop" volledig op de hoogte zijn van alle extra kosten; derhalve wordt bepaald dat die informatie onmiddellijk vóór de doorschakeling van het gesprek moet worden meegedeeld. Met betrekking tot punt d) hebben abonnees, overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn 2002/58/EG, ook het recht ervoor te kiezen hun persoonlijke gegevens niet in een telefoongids te laten opnemen. Artikel 1, punt 12, van het wijzigingsbesluit; artikel 21, lid 4, van Richtlijn 2002/22/EG "De lidstaten waken erover dat de nationale regelgevingsinstanties beschikken over de bevoegdheid de aanbieders van aansluiting op een openbaar elektronische-communicatienetwerk en/of elektronische-communicatiediensten onder andere te verplichten: a ) abonnees informatie over de geldende tarieven te verstrekken voor elk nummer en elke dienst waarvoor bijzondere tariefvoorwaarden gelden; voor afzonderlijke categorieën van diensten kunnen de nationale regelgevingsinstanties eisen dat deze informatie wordt verstrekt onmiddellijk vóór de doorschakeling van het gesprek;" …. d) de abonnees te informeren over hun te recht te beslissen hun persoonlijke gegevens al dan niet te laten opnemen in een gids; en overeenkomstig artikel 12 van de richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie over de soorten van gegevens waarom het gaat; en" - Amendement 76 Dit amendement houdt verband met de nieuwe compromisvoorstellen in artikel 20, lid 2, tweede alinea (amendement 67) en artikel 20, lid 6 (amendement 71)). In het amendement wordt niet meer verwezen naar Richtlijn 2003/31/EG inzake elektronische handel, terwijl die verwijzing moet worden behouden. Deze verwijzing wordt toegevoegd aan punt a) van amendement 76 als gewijzigd door de Commissie. Voorts moet in de tekst worden verwezen naar de "juridische" gevolgen van inbreuken op de auteurs- en aanverwante rechten om te verduidelijken dat andere gevolgen, bijvoorbeeld economische, niet worden behandeld. Ten slotte wordt de vage en zeer ruim interpreteerbare verwijzing naar "de eerbiediging van rechten en vrijheden van anderen" geschrapt. Artikel 1, punt 12, van het wijzigingsbesluit; artikel 21, lid 4 bis (nieuw), van Richtlijn 2002/22/EG "De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale regelgevingsinstanties de ondernemingen, als bedoeld in lid 4, verplichten om informatie van algemeen belang aan bestaande en nieuwe abonnees te verstrekken, indien nodig. Dergelijke informatie wordt door de bevoegde openbare instanties in een gestandaardiseerde vorm geproduceerd en heeft onder meer betrekking op de volgende punten: a) onverminderd Richtlijn 2003/31/EG inzake elektronische handel de meest voorkomende vormen van gebruik van elektronische-communicatiediensten voor onwettige activiteiten of de verspreiding van schadelijke inhoud, met name waar dit de eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen kan aantasten, inclusief schendingen van het auteursrecht en hiermee samenhangende rechten, en de juridische gevolgen hiervan; en b) beschermingsmaatregelen tegen gevaren voor de persoonlijke veiligheid, de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens bij het gebruik van elektronische communicatiediensten. Significante extra kosten die voor een onderneming uit de naleving van deze verplichtingen resulteren, worden door de bevoegde overheidsinstanties vergoed." - Amendement 82 In dit amendement wordt verduidelijkt dat de beschikbaarheid slechts in de mate van het mogelijke moet worden gewaarborgd. Artikel 1, punt 14, van het wijzigingsbesluit; Artikel 23 van Richtlijn 2002/22/EG "De lidstaten nemen alle noodzakelijke maatregelen om de maximale zo volledig mogelijke beschikbaarheid van de openbare telefoondiensten te waarborgen in gevallen waarbij het elektriciteitsnetwerk uitvalt of in geval van overmacht. De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemingen die openbare telefoondiensten aanbieden alle nodige maatregelen nemen om een ononderbroken toegang tot de noodhulpdiensten vanuit iedere plaats binnen het EU-grondgebied te waarborgen." - Amendement 85 De Commissie kan niet instemmen met de uitbreiding van de werkingssfeer tot alle elektronische-communicatiediensten en de vermelding van kostengeoriënteerde voorwaarden. De vermelding van "eerlijke, objectieve, niet-discriminerende en transparante voorwaarden" wordt aangepast ter wille van de afstemming op de bepalingen van artikel 5 van de Toegangsrichtlijn 2002/19/EG. Artikel 1, punt 15, letter b), van het wijzigingsbesluit; artikel 25, lid 3, van Richtlijn 2002/22/EG De lidstaten zorgen ervoor dat alle eindgebruikers die over een openbaar beschikbare telefoondienst beschikken van een elektronische communicatiedienst toegang hebben tot inlichtingendiensten . en dat Nationale regelgevingsinstanties moeten verplichtingen en voorwaarden kunnen opleggen aan exploitanten die ondernemingen die de toegang van eindgebruikers voor de verlening van telefooninlichtingendiensten controleren overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2002/19/EG (de toegangsrichtlijn). tot deze diensten . Die voorwaarden en verplichtingen moeten , er toegang toe verlenen op eerlijke, kostengeoriënteerde, eerlijk, objectie f ve , evenredig, niet-discriminerend e en transparant e zijn voorwaarden . - Amendement 86 In dit amendement wordt verduidelijkt dat de bepalingen van toepassing zijn op zowel spraaktelefonie als SMS. Met het laatste deel van het amendement is rekening gehouden bij de aanpassing van de eerste zin van overweging 22 van het wijzigingsbesluit (zie amendement 22 hierboven). Artikel 1, punt 15, letter a bis) (nieuw), van het wijzigingsbesluit; artikel 25, lid 4, van Richtlijn 2002/22/EG "De lidstaten handhaven in de regelgeving geen restricties die beletten dat eindgebruikers in een bepaalde lidstaat via spraaktelefonie of SMS rechtstreeks toegang hebben tot de inlichtingendienst in een andere lidstaat en nemen maatregelen om deze toegang overeenkomstig artikel 28 te garanderen ." - Amendement 87 In dit amendement wordt verduidelijkt dat verschillende partijen (NRI's, noodhulpdiensten, aanbieders van elektronische-communicatiediensten) moeten samenwerken om de toegang tot noodhulpdiensten te waarborgen. De formulering moet echter worden aangepast omdat de term "betrouwbare" te vaag is (het gevaar bestaat dat exploitanten aanvoeren dat de diensten niet "betrouwbaar" genoeg zijn om geen noodhulpdiensten te moeten aanbieden). Voorts is de vermelding "internationale" oproepen overbodig en misleidend aangezien noodhulpdiensten niet vanuit het buitenland kunnen worden gebeld. Artikel 1, punt 16, van het wijzigingsbesluit; artikel 26, lid 2, van Richtlijn 2002/22/EG "De lidstaten waken er in samenwerking met de nationale regelgevingsinstanties, de noodhulpdiensten en de aanbieders over dat de ondernemingen die een elektronische-communicatiedienst voor uitgaande nationale en/of internationale gesprekken via naar een nummer of een aantal nummers in een nationaal of internationaal nummerplan aanbieden, betrouwbare toegang leveren tot noodhulpdiensten. - Amendement 91 Dit amendement is een verduidelijking van de tekst van het oorspronkelijke voorstel. De Commissie kan echter niet instemmen met de schrapping van de verplichte jaarlijkse verslaggeving door de lidstaten. Artikel 1, punt 16, van het wijzigingsbesluit; artikel 26, lid 6, van Richtlijn 2002/22/EG "De lidstaten zorgen ervoor dat alle burgers van de Unie niet alleen informatie krijgen over hun nationale nummers , maar ook adequaat worden ingelicht over het bestaan en het gebruik van het uniforme Europese alarmnummer "112", met name via initiatieven die specifiek gericht zijn op personen die tussen lidstaten reizen. De lidstaten rapporteren jaarlijks aan de Commissie en de Instantie over de maatregelen die zij in dat verband hebben genomen." - Amendement 93 Door dit amendement wordt het toekomstige beheer van de ETNS overgedragen aan een door de Commissie aangewezen organisatie. Er worden een aantal aanpassingen voorgesteld zodat de Commissie de praktische uitvoeringsregelingen kan vaststellen voor de juridische entiteit die belast is met het beheer van de ETNS. Artikel 1, punt 16, van het wijzigingsbesluit; artikel 27, lid 2, van Richtlijn 2002/22/EG "De lidstaten waaraan de ITU de internationale code "3883" heeft toegekend, belasten een in de Gemeenschap opgerichte juridische entiteit bij de Gemeenschapswetgeving in het leven geroepen organisatie, die door de Commissie is aangewezen op basis van een open, transparante en niet-discriminerende selectieprocedure, of [...], met de exclusieve verantwoordelijkheid voor het beheer, inclusief nummertoewijzing, en de bevordering van de Europese telefoonnummerruimte. De Commissie stelt de nodige uitvoeringsregelingen vast." - Amendement 99 Dit amendement voorziet in een extra instrument (de inhouding van inkomsten) om doelmatig op te treden tegen fraude en misbruiken. Er wordt een kleine aanpassing van de tekst voorgesteld. Artikel 1, punt 16, van het wijzigingsbesluit; Artikel 28, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2002/22/EG "De nationale regelgevingsinstanties kunnen gevalsgewijs de toegang tot nummers en diensten blokkeren wanneer dit gerechtvaardigd is om redenen van fraude of misbruik en ervoor zorgen dat de aanbieders van elektronische-communicatiediensten in deze gevallen, inclusief als een onderzoek aan de gang is, de overeenkomstige inkomsten uit interconnectie of andere diensten kunnen inhouden . - Amendement 103 Dit amendement biedt bescherming tegen "slamming", een fenomeen dat in een aantal lidstaten een ernstig probleem vormt. De expliciete uitbreiding van de termijn van één werkdag voor nummeroverdracht kan niet worden aanvaard. De zinnen zijn derhalve herschikt. Artikel 1, punt 18, van het wijzigingsbesluit; artikel 30, lid 4, van Richtlijn 2002/22/EG "Nummers worden zo snel mogelijk en uiterlijk binnen één werkdag volgend op het oorspronkelijke verzoek van de abonnee overgedragen en geactiveerd. De nationale regelgevingsinstanties moeten dienstverleners passende sancties kunnen opleggen, waaronder de verplichting om klanten te compenseren indien de nummerportabiliteit vertraging oploopt of indien sprake is van misbruik van de nummerportabiliteit door of namens de dienstverlener. De nationale regelgevingsinstanties kunnen de periode van één dag verlengen en indien nodig passende maatregelen voorschrijven om ervoor te zorgen dat de abonnees niet tegen hun wil worden overgeschakeld . De nationale regelgevende instanties mogen dienstverleners passende sancties opleggen, waaronder de verplichting om klanten te compenseren indien de nummerportabiliteit vertraging oploopt of indien sprake is van misbruik van de nummerportabiliteit door of namens de dienstverlener. " - Amendement 105 Dit amendement voorziet in contracten met een looptijd van 24 maanden. De verplichting voor alle soorten diensten of eindapparatuur contracten met een looptijd van 12 maanden aan te bieden, zou het op de markt brengen van innoverende oplossingen afremmen en de vrijheid van ondernemerschap van de exploitanten in het gedrang brengen. Artikel 1, punt 18, van het wijzigingsbesluit; artikel 30, lid 5 bis (nieuw), van Richtlijn 2002/22/EG "De lidstaten zien erop toe dat de duur van de contracten tussen gebruikers en aanbieders van elektronische-communicatiediensten ten hoogste 24 maanden bedraagt. Zij waarborgen tevens dat de aanbieders de gebruikers de mogelijkheid bieden om voor alle soorten diensten of eindapparatuur een contract met een maximumlooptijd van 12 maanden te ondertekenen . - Amendement 106 Dit amendement houdt in dat wordt erkend dat niet alleen NRI's verantwoordelijk kunnen zijn voor een aantal aspecten en is een nuttige aanvulling. Anderzijds moet de term "voorwaarden" wel in de tekst blijven staan. Artikel 1, punt 18, van het wijzigingsbesluit; artikel 30, lid 6, van Richtlijn 2002/22/EG "Onverlet de mogelijkheid van een minimumcontractduur zien de lidstaten erop toe dat de voorwaarden en procedures voor contractbeëindiging het overstappen naar een andere aanbieder niet ontmoedigen." - Amendement 109 De doelstelling van dit amendement is goed, namelijk personen met een handicap een evenredige toegang waarborgen. In de tekst moet echter ook rekening worden gehouden met de economische levensvatbaarheid en de regelgevingsinstanties moeten de mogelijkheid krijgen proactief op te treden. Het amendement van het EP wordt hiertoe aangepast. Artikel 1, punt 19 bis (nieuw), van het wijzigingsbesluit; artikel 31 bis (nieuw) van Richtlijn 2002/22/EG " Voor het W w aarborgen van evenredige toegang en keuzes voor eind gebruikers met een handicap De zorgen de lidstaten zorgen ervoor dat de nationale regelgevingsinstanties ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden passende eisen kunnen opleggen om ervoor te zorgen dat eindgebruikers met een handicap volledig en op duurzame wijze : a) toegang hebben tot dezelfde elektronische-communicatiediensten als waar het merendeel van de eindgebruikers gebruik van maakt; en b) kunnen kiezen uit dezelfde ondernemingen en diensten waar het merendeel van de eindgebruikers uit kan kiezen." - Amendement 122 De gedetailleerde technische aanpassingen worden overgenomen voor zover ze betrekking hebben op de veiligheid van persoonsgegevens, het voorwerp van de betrokken bepaling. Auditbevoegdheden voor de NRI's kunnen bijdragen tot een betere naleving van de bepalingen inzake gegevensbescherming en veiligheid. Artikel 2 – punt 3, letter a bis), (nieuw) van het wijzigingsbesluit; artikel 4, lid 1 bis en 1 ter, (nieuw) van Richtlijn 2002/58/EG. "a ter) De volgende leden worden ingevoegd: '1 bis. "Onverminderd de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2006/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende de bewaring van gegevens die zijn gegenereerd of verwerkt in verband met het aanbieden van openbaar beschikbare elektronische communicatiediensten of van openbare communicatienetwerken en tot wijziging van Richtlijn 2002/58/EG omvatten voorzien deze maatregelen ten minste in : – passende technische en organisatorische maatregelen om ervoor waarborgen zorgen dat alleen gemachtigd personeel voor wettelijk toegestane doeleinden toegang heeft tot de persoonsgegevens en om opgeslagen of verzonden persoonsgegevens te beschermen tegen accidentele of onwettige vernietiging, accidenteel verlies of wijziging, en niet-geautoriseerde of onwettige opslag, verwerking, toegang of vrijgave ; - de bescherming van opgeslagen of verzonden persoonsgegevens tegen accidentele of onwettige vernietiging, accidenteel verlies of wijziging, of niet-geautoriseerde of onwettige opslag, verwerking, toegang of vrijgave; en – passende technische en organisatorische maatregelen om het netwerk en de diensten te beschermen tegen toevallig, ongeoorloofd of niet toegestaan gebruik of tegen storing of belemmering van de werking of de beschikbaarheid ervan; – de invoering van een veiligheidsbeleid met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens ; – een proces voor de identificatie en evaluatie van redelijk voorzienbare kwetsbaarheden in de systemen die door de aanbieder van elektronische-communicatiediensten worden geëxploiteerd, met onder andere geregelde monitoring van inbreuken op de beveiliging; en – een proces voor het nemen van preventieve, corrigerende en temperende maatregelen tegen alle kwetsbaarheden die bij het in het vierde streepje bedoelde proces worden vastgesteld en een proces voor het nemen van preventieve, corrigerende en temperende maatregelen tegen beveiligingsincidenten die tot een inbreuk op de beveiliging kunnen leiden . 1 ter. De nationale regelgevingsinstanties kunnen de door de aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten en van diensten van de informatiemaatschappij genomen maatregelen controleren en aanbevelingen formuleren over beste praktijken en prestatie-indicatoren voor het veiligheidspeil dat met deze maatregelen moet worden gehaald.'" __________ 1 PB L 105 van 13.04.2006, blz. 54." - Amendement 127 Voor technische uitvoeringsregels moet de comitéprocedure worden gehandhaafd om een consistente en geharmoniseerde tenuitvoerlegging te waarborgen van de bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens, met inbegrip van kennisgevingen van inbreuken op de privacy. Een brede raadpleging van de betrokken actoren kan de kwaliteit van en het draagvlak voor deze maatregelen ten goede komen. Artikel 2 – punt 3, letter b), van het wijzigingsbesluit; Artikel 4, lid 4, van Richtlijn 2002/58/EG "Teneinde een samenhangende tenuitvoerlegging van de in de leden 1 tot en met 3 quater ter bedoelde maatregelen te waarborgen, kan beveelt de Commissie, na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, de bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens , belanghebbenden en het Europees Agentschap voor netwerk- en informatieveiligheid (European Agency for Networks and Information Security, ENISA), technische tenuitvoerleggingsmaatregelen vaststellen aan in verband met, onder meer , de in lid 1 bis genoemde maatregelen en de omstandigheden, het formaat en de procedures die gelden voor de in de leden 3 bis tot en met 3 quater ter bedoelde informatieverstrekkings- en kennisgevingseisen. De Commissie raadpleegt alle belanghebbenden, met name om informatie in te winnen over de beste technische en economische methoden die beschikbaar zijn om de implementatie van deze richtlijn te verbeteren." Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 14 bis, lid 2. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie de urgentieprocedure van artikel 14 bis, lid 3, toepassen. - Amendement 131 In dit amendement wordt verduidelijkt dat de definitie van "e-mail" in artikel 2, onder h), ook van toepassing is op MMS en vergelijkbare technologieën. Nieuwe overweging: "Maatregelen om abonnees te beschermen tegen inbreuken op hun privacy door ongevraagde communicaties voor direct marketingdoeleinden door middel van e-mail zijn ook van toepassing op SMS, MMS en vergelijkbare technologieën." - Amendement 132 De voorgestelde wijziging komt de duidelijkheid van de tekst ten goede en doet geen afbreuk aan het doel van het amendement om phishingboodschappen tegen te gaan (ten minste de boodschappen van commerciële aard waarop de richtlijn van toepassing is). Artikel 2, punt 4 quinquies (nieuw), van het wijzigingsbesluit; artikel 13, lid 4, van Richtlijn 2002/58/EG (4 quinquies) artikel 13, lid 4, wordt vervangen door: “Het is in ieder geval verboden elektronische post met het oog op direct marketing te verzenden waarbij de identiteit van de afzender namens wie de communicatie plaatsvindt wordt gemaskeerd of verborgen, waarin artikel 6 van Richtlijn 2000/31/EG wordt geschonden, waarin links naar sites met een kwaadwillige of frauduleuze opzet zijn opgenomen of waarin geen geldig adres wordt vermeld waaraan de ontvanger een verzoek tot beëindiging van dergelijke communicatie kan richten, of waarin de ontvangers worden aangespoord tot het bezoeken van websites die strijdig zijn met artikel 6 van Richtlijn 2003/31/EG ." - Amendement 135 In het amendement wordt de nadruk gelegd op het belang van een technologieneutrale aanpak. Dit kan echter beter worden vermeld in een nieuwe overweging. Artikel 2, punt 5 ter (nieuw), van het wijzigingsbesluit; artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2002/58/EG “Zo nodig kunnen maatregelen worden goedgekeurd om ervoor te zorgen dat de eindapparatuur gebouwd is op een wijze die verenigbaar is met het recht van gebruikers om het gebruik van hun persoonsgegevens te beschermen en te controleren, in overeenstemming met Richtlijn 1999/5/EG en met Beschikking 87/95/EEG van de Raad van 22 december 1986 betreffende de normalisatie op het gebied van de informatietechnologieën en de telecommunicatie. Deze maatregelen worden genomen met inachtneming van het beginsel van de technologische neutraliteit. " Nieuwe overweging: “Wanneer maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat bij de bouw van eindapparatuur de beveiliging en bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer worden gewaarborgd overeenkomstig Richtlijn 1999/5/EG en Beschikking 87/95/EEG van de Raad, moet het beginsel van de technologische neutraliteit zoveel mogelijk worden in acht genomen.” - Amendement 136 De voorgestelde kennisgeving is een nuttige aanvulling met het oog op meer transparantie. De tekst moet worden afgestemd op de definitie van “toezichthoudende autoriteit” in artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG. De vermelding “aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij” overstijgt de werkingssfeer van de huidige regelgeving inzake elektronische communicatiediensten en wordt geschrapt. Artikel 2, punt 6 bis (nieuw), van het wijzigingsbesluit; artikel 15, lid 1 bis, (nieuw) van Richtlijn 2002/58/EG. “(6 bis) In artikel 15 wordt het volgende lid ingevoegd: ‘1 ter. Aanbieders van algemeen beschikbare communicatiediensten en aanbieders van diensten van de informatiemaatschappi j stellen de overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde toezichthoudende autoriteit onafhankelijke autoriteiten voor gegevensbescherming zonder verwijl in kennis van alle verzoeken om toegang tot persoonsgegevens van gebruikers die zij hebben ontvangen overeenkomstig lid 1, met inbegrip van de rechtsgrond die is aangegeven en de juridische procedure die is gevolgd voor elk verzoek; de toezichthoudende desbetreffende onafhankelijke autoriteit voor gegevensbescherming stelt de bevoegde gerechtelijke autoriteiten in kennis van de gevallen waarin naar haar oordeel de toepasselijke bepalingen van de nationale wet niet zijn nageleefd.’" - Amendement 138 Deze bepaling heeft betrekking op de bescherming van grensoverschrijdende gegevensstromen (met inbegrip van de handhaving van de nationale wetgeving inzake gegevensbescherming), waarvoor het ENISA op dit moment in sommige gevallen niet bevoegd is. De tekst wordt dienovereenkomstig aangepast. De verwijzing naar de overeenkomstig artikel 29 ingestelde werkgroep moet op dezelfde manier worden geformuleerd als het bestaande artikel 15, lid 3. Artikel 2, punt 7, van het wijzigingsbesluit; artikel 15 bis, lid 4, eerste alinea, van Richtlijn 2002/58/EG “Om een doeltreffende grensoverschrijdende samenwerking bij de handhaving van de overeenkomstig deze richtlijn vastgestelde nationale wetten te waarborgen en geharmoniseerde voorwaarden te creëren voor het aanbieden van diensten waarbij grensoverschrijdende gegevensstromen betrokken zijn, kan de Commissie, na raadpleging van de bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens ENISA, de werkgroep overeenkomstig artikel 29 en , de relevante regelgevingsinstanties, en desgevallend het ENISA, technische tenuitvoerleggingsmaatregelen nemen.” - Amendement 139 en 186/rev De termijn voor de indiening van een verslag over de toepassing van de gewijzigde e-privacyrichtlijn moet worden aangepast om de nodige tijd te voorzien voor de verzameling van gegevens en worden afgestemd op de herzieningsbepalingen in andere delen van het regelgevingskader (namelijk 3 jaar). Een verplichte verslaggeving “voor doeleinden die niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen”, is niet zinvol. De vermelding van de bij artikel 29 ingestelde werkgroep voor de gegevensbescherming en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming zijn wel terecht. Een verwijzing naar het Verdrag van Lissabon is hier niet op zijn plaats. De Commissie is bereid, zoals door het EP gevraagd, een verslag op te stellen over het gebruik van IP-adressen, maar een uitvoerige bepaling in een richtlijn is geen passende manier om dit probleem aan te pakken. Artikel 2, punt 7 bis (nieuw), van het wijzigingsbesluit; Artikel 18 van Richtlijn 2002/58/EG “(7 bis) Artikel 18 wordt vervangen door: ‘Artikel 18 Overzicht De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk drie jaar na <de termijn voor de tenuitvoerlegging van het wijzigingsbesluit> en na raadpleging van de bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde werkgroep overeenkomstig artikel 29 voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een verslag voor over de tenuitvoerlegging van deze Richtlijn 2002/58/EG en de gevolgen ervan voor exploitanten en consumenten, met name wat betreft de bepalingen inzake ongevraagde communicaties en , kennisgeving van een compromittering van persoonsgegevens en het gebruik van persoonsgegevens door derde (publieke of particuliere) partijen voor doeleinden die niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, rekening houdend met het internationale milieu. Hiertoe kan de Commissie van de lidstaten informatie verlangen, die zonder overbodige vertraging wordt verstrekt. Indien nodig dient de Commissie voorstellen in tot wijziging van deze richtlijn, rekening houdend met de uitkomsten van dit verslag, veranderingen in de sector en het Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap 1 , in het bijzonder de nieuwe bevoegdheden op het gebied van gegevensbescherming zoals bedoeld in artikel 16 , alsmede ieder ander voorstel dat zij noodzakelijk acht om de doeltreffendheid van deze richtlijn te verbeteren. Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van Richtlijn 2008/.../EG (houdende wijziging van Richtlijn 2002/58/EG inzake de verwerking van persoonlijke gegevens en de bescherming van de privacy in de sector van de elektronische communicaties en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 inzake samenwerking op het gebeid van de consumentenbescherming), legt de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag voor, dat op een diepgaand onderzoek berust, met aanbevelingen over het standaardgebruik van IP-adressen en de toepassing van de richtlijnen inzake e-privacy en databescherming met betrekking tot de vergadering en verdere verwerking ervan, zulks na raadpleging van de EDPS, de werkgroep inzake artikel 29, en andere belanghebbenden, waaronder vertegenwoordigers van de bedrijfstak. __________ +-Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn. 1 PB C 306 van 17.12.2007, blz. 1 .’” - Amendement 165 Mits kleine taalkundige correcties worden aangebracht, stemt de Commissie in met de tekst van dit amendement. Voorts wordt verduidelijkt dat deze bepaling betrekking heeft op tariefinformatie. Artikel 1, punt 12, van het wijzigingsbesluit; artikel 21, lid 3, van Richtlijn 2002/22/EG “De nationale regelgevingsinstanties bevorderen het verstrekken van vergelijkbare informatie om eindgebruikers en consumenten met behulp van interactieve gidsen of soortgelijke technieken in staat te stellen zich een onafhankelijk oordeel te vormen over de kosten van een alternatief gebruikspatroon. De lidstaten waken erover dat wanneer dergelijke gidsen over soortgelijke technieken niet op de markt beschikbaar zijn de nationale regelgevingsinstanties deze dergelijke gidsen en technieken zelf of via derden kosteloos of voor een redelijke prijs beschikbaar maken. Derden hebben het recht om, met het doel dergelijke interactieve gidsen of soortgelijke technieken te verkopen of beschikbaar te maken, kosteloos de tariefi nformatie te gebruiken die is zijn bekendgemaakt door de aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en/of -diensten.” - Amendement 180 Verkeersdata genieten in de richtlijn een grote bescherming omdat het om gevoelige informatie gaat. In de overweging wordt verduidelijkt dat verkeersdata mogen worden verwerkt wanneer dat noodzakelijk is voor doeleinden van netwerk- en informatieveiligheid, op voorwaarde dat dit op een verantwoorde manier gebeurd en de bestaande normen inzake gegevensbescherming worden nageleefd. Overweging 26 ter (nieuw) “ De verwerking van verkeersdata voor de doeleinden van netwerk- en informatieveiligheid, waaronder het verzekeren van de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van opgeslagen of overgedragen data, door aanbieders van veiligheidsdiensten, die optreden als verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens, wordt normaliter geacht moet de mogelijkheid open blijven tot verwerking van deze data in het legitieme belang te zijn van de datacontroleur, als bedoeld in artikel 7, onder f, van Richtlijn 95/46/EG. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van het verhinderen van die tot taak heeft ongeautoriseerde toegang tot elektronische-communicatienetwerken, datacode of het kwaadaardig gebruik van datacode ervan te verhinderen , of "denial of service"-aanvallen te stoppen en te voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan computers en elektronische communicatiesystemen . Het Europese Agentschap voor netwerk- en informatieveiligheid (ENISA) moet regelmatig studies publiceren waarin wordt geïllustreerd wat voor soorten dataverwerking geoorloofd zijn op grond van artikel 6 van deze richtlijn. ” - Amendement 181 Dit amendement voorziet in een nieuwe rechtsgrondslag voor de verwerking van verkeersdata voor veiligheidsdoeleinden. Gezien de gevoelige aard van die data moeten passende beschermingsmaatregelen worden toegepast op de verwerking daarvan en moet de werkingssfeer van de bepaling worden afgestemd op die van de richtlijn en het regelgevingskader voor elektronische-communicatie. Artikel 2, punt 4 ter (nieuw), van het wijzigingsbesluit; artikel 6, lid 6 bis (nieuw), van Richtlijn 2002/58/EG. “(6 bis) In artikel 6 wordt het volgende lid ingevoegd: "6 bis. Onverminderd de naleving van andere bepalingen dan die van artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG en artikel 5 van deze richtlijn, kunnen V v erkeersgegevens kunnen worden verwerkt in het legitieme belang van de datacontroleur die technische maatregelen uitvoert om de netwerk- en informatieveiligheid, zoals gedefinieerd in artikel 4, letter c) , van Verordening (EG) nr. 460/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 houdende oprichting van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatieveiligheid*, te verzekeren van een openbare of particuliere elektronische communicatiedienst, een dienst van de informatiemaatschappij of de daarmee samenhangende terminal- en elektronische communicatieapparatuur, uitgezonderd wanneer deze belangen moeten wijken voor het hogere belang van de fundamentele rechten en vrijheden van de datasubjecten. Deze verwerking moet beperkt worden tot wat voor deze beveiliging strikt noodzakelijk is." _________ * PB L 77 van 13.3.2004, blz. 1’" - Amendement 183 Dit amendement bevat een aantal nuttige voorbeelden van situaties waarin een onverwijlde kennisgeving van compromittering van de persoonsgegevens noodzakelijk is om potentiële schade te vermijden. Overweging 29 “Een inbreuk op de beveiliging die resulteert in het verlies of de compromittering van de persoonsgegevens van een abonnee of individuele persoon abonnee , kan, wanneer dit probleem niet tijdig en op toereikende wijze wordt aangepakt, voor de gebruikers aanzienlijke schade tot gevolg hebben , zoals financieel verlies, sociale schade of identiteitsdiefstal . De nationale regelgevende instantie of een andere bevoegde nationale instantie Abonnees die het slachtoffer zijn van een veiligheidsincident moeten dan ook onverwijld over iedere inbreuk op de veiligheid worden ingelicht door de verantwoordelijke dienstaanbieder zodat zijn de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen treffen . De bevoegde instantie moet de ernst van de inbreuk vaststellen en van de relevante aanbieder van de communicatiediensten verplichten om de door deze inbreuk betroffen personen onverwijld naar behoren hierover in te lichten. Bovendien moet de bevoegde dienstaanbieder Met name in gevallen waarin er een gevaar bestaat voor de rechten en belangen van consumenten (zoals gevallen van ongeoorloofde toegang tot de inhoud van e-mails, of tot gegevens over kredietkaarten), is het essentieel dat de bevoegde dienstaanbieder behalve de bevoegde nationale instanties ook de getroffen gebruikers onverwijld rechtstreeks hiervan op de hoogte stellen stelt . Tenslotte Voorts moeten de dienstverleners de getroffen gebruikers jaarlijks op de hoogte stellen van alle inbreuken op de veiligheidsbepalingen van deze richtlijn die in die periode de vorige twaalf maanden hebben plaatsgevonden. De desbetreffende kennisgeving aan de nationale instanties en gebruikers moet informatie bevatten betreffende de door de aanbieder van de dienst genomen maatregelen en aanbevelingen voor de bescherming van de getroffen gebruikers.” - Amendement 185 De overweging heeft betrekking op het bredere debat over de wettelijke status van IP-adressen dat de jongste maanden door de betrokken actoren in Europa is gevoerd. De Commissie is weliswaar bereid de door het Parlement voorgestelde voorbereidende werkzaamheden inzake IP-adressen uit te voeren, maar vindt een vermelding daarvan in de richtlijn geen goede optie. Overweging 27 bis (nieuw) “IP-adressen zijn van essentieel belang voor de werking van het internet. Deze unieke nummers worden toegekend aan identificeren apparaten die deelnemen aan een netwerk , zoals computers of "intelligente" mobiele apparaten , die deelnemen aan een computernetwerk waarbij het internetprotocol wordt gebruikt voor de communicatie tussen de knooppunten . In de praktijk kunnen ze ook worden gebruikt om de gebruiker van een apparaat te identificeren. Gezien de uiteenlopende scenario's waarin IP-adressen worden gebruikt, en de daarmee samenhangende technologieën, die zich in snel tempo verder ontwikkelen (zoals de invoering van Ipv6) , zijn er vragen gerezen over het de behandeling daarvan gebruik ervan in persoonlijke data onder bepaalde omstandigheden . De ontwikkelingen inzake het gebruik van IP-adressen moeten van nabij worden gevolgd, De Commissie moet daarom een studie verrichten naar de IP-adressen en het gebruik ervan rekening houdend met de reeds uitgevoerde werkzaamheden, onder meer door de bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde werkgroep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en in het kader daarvan kunnen eventuele passende voorstellen worden gedaan doen . - Amendement 187 rev en 184 Dit amendement voorziet in een alternatief voor de verplichte kennisgeving van een inbreuk op de veiligheid waarbij persoonsgegevens zijn betrokken, rekening houdend met mogelijke “kennisgevingsmoeheid” (geen aangifte doen bij kleine inbreuken of wanneer passende technologische middelen beschikbaar zijn) en waarborgt tegelijk een geharmoniseerde toepassing op EU-niveau. Artikel 2, punt 3, letter b), van het wijzigingsbesluit; artikel 4, lid 3, van Richtlijn 2002/58/EG “3. In het geval van een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens die resulteert in een accidentele of onwettige vernietiging, wijziging, niet-geautoriseerde vrijgave van of toegang tot persoonsgegevens, verstuurd, opgeslagen of anderszins verwerkt in verband met de levering van openbare communicatiediensten in de Gemeenschap en die gebruikers waarschijnlijk schade zal berokkenen, stelt de aanbieder van de openbare elektronische-communicatiediensten , alsmede iedere andere onderneming die op het internet actief is en diensten verleent aan consumenten, welke datacontrolleur en aanbieder van diensten van de informatiesamenleving is, de nationale regelgevingsinstantie of de overeenkomstig het recht van de lidstaat bevoegde instantie en de abonnee of de betrokken persoon die het slachtoffer is van de inbreuk overeenkomstig de leden 3 bis en 3 ter hierna, daarvan onverwijld in kennis. In de kennisgeving aan de bevoegde instantie de betrokken abonnee of persoon wordt minimaal de aard van de inbreuk omschreven, alsmede het aanspreekpunt waar de betrokkene terecht kan voor meer informatie en worden maatregelen voorgesteld om de eventuele negatieve effecten daar van de inbreuk op de persoonsgegevens te verlichten. De kennisgeving aan de bevoegde instantie bevat bovendien een omschrijving van de gevolgen van de inbreuk op de persoonsgegevens en van de door de aanbieder getroffen of voorgestelde maatregelen om de inbreuk aan te pakken. 3 bis. Kennisgeving van een inbreuk op persoonsgegevens is niet vereist wanneer d D e aanbieder van de openbare elektronische-communicatiediensten alsmede elke via internet diensten aan consumenten verlenende onderneming die de voor de verwerking van de gegevens verantwoordelijke instantie en aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij is, stellen hun gebruikers vooraf in kennis om een dreigend of rechtstreeks gevaar tot voldoening van de bevoegde instantie heeft aangetoond dat er slechts een zeer geringe kans bestaat dat de consumentenrechten en –belangen door de inbreuk op de persoonsgegevens worden geschaad te vermijden . 3 ter. Inkennisstelling van een abonnee of individuele persoon van een veiligheids inbreuk op persoonsgegevens is niet vereist wanneer de dienstaanbieder tot voldoening van aan de bevoegde instantie heeft aangetoond dat hij de gepaste technische beschermingsmaatregelen heeft genomen en dat deze maatregelen werden toegepast op de data die bij de veiligheidsinbreuk betrokken waren. Dergelijke technische beschermingsmaatregelen moeten de data onbegrijpelijk maken voor elke persoon die geen recht op toegang tot deze data heeft. 3 quater. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde nationale instantie gedetailleerde regels kan vaststellen en desgevallend richtsnoeren kan uitvaardigen over de omstandigheden waarin kennisgeving van inbreuken op persoonsgegevens door de aanbieder van openbare elektronische-communicatiediensten verplicht is overeenkomstig de alinea's 3 bis en 3 ter, het formaat waarin die kennisgeving gebeurt alsmede de manier waarop ze wordt gedaan. De nationale bevoegde instanties controleren ook of bedrijven de in dit artikel genoemde kennisgevingverplichtingen naleven en leggen, wanneer dit niet het geval is, passende sancties en corrigerende maatregelen op, met inbegrip van publicatie, naar gelang van het geval. Nieuw artikel 2, onder i), ‘Inbreuk op persoonsgegevens’: inbreuken op de beveiliging die geresulteerd hebben in een accidentele of onwettige vernietiging, verlies of wijziging of in niet-geautoriseerde vrijgave van of toegang tot persoonsgegevens, verstuurd, opgeslagen of anderszins verwerkt in verband met de levering van openbare elektronische-communicatiediensten in de Gemeenschap.” - Amendement 188 Dit amendement bevat een aantal bepalingen betreffende 116-nummers en –diensten en met name het nummer 116000 voor het telefonisch meldpunt voor vermiste kinderen. Te stringente of onrealistische bepalingen, die een belemmering kunnen vormen voor een doelmatige toepassing, moeten echter worden vermeden (bijvoorbeeld voor gehandicapte gebruikers in lid 2). Bovenden vallen de in alinea 4 behandelde aspecten buiten de werkingssfeer van het regelgevingskader (meldpunten). Artikel 1, punt 16, van het wijzigingsbesluit; Artikel 27 bis (nieuw) van Richtlijn 2002/22/EG "Artikel 27 bis Geharmoniseerde nummers voor geharmoniseerde diensten met een maatschappelijke waarde, met inbegrip van het nummer van het telefonische meldpunt voor vermiste kinderen 1. De lidstaten bevorderen de specifieke nummers in de nummerreeks die begint met '116', zoals vastgesteld in Beschikking 2007/116/EG van de Commissie van 15 februari 2007 inzake het reserveren van de nationale nummerreeks die begint met '116' voor geharmoniseerde nummers voor geharmoniseerde diensten met een maatschappelijke waarde 1. Zij moedigen aan dat op hun grondgebied de diensten worden aangeboden waarvoor dergelijke nummers voorbehouden zijn. 2. De lidstaten waken erover dat diensten die binnen de nummerreeks '116' vallen, toegankelijk zijn voor eindgebruikers met een handicap. Om ervoor te zorgen dat eindgebruikers met een handicap deze diensten kunnen oproepen wanneer zij in andere lidstaten reizen, omvatten de getroffen maatregelen ook maatregelen om de overeenstemming te waarborgen met relevante normen of specificaties als gepubliceerd overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn). 3. De lidstaten zorgen ervoor dat de burgers adequaat worden ingelicht over het bestaan en het gebruik van diensten die binnen de nummerreeks '116' vallen, met name via initiatieven die specifiek gericht zijn op personen die tussen lidstaten reizen. 4. Naast de maatregelen die algemeen van toepassing zijn op alle nummers binnen de nummerreeks '116' en die genomen zijn overeenkomstig de leden 1, 2 en 3, zorgen de lidstaten ervoor dat de burgers toegang hebben tot een telefonisch meldpunt voor vermiste kinderen. Dit meldpunt is bereikbaar op het nummer 116000. 5. Met het oog op de effectieve invoering in de lidstaten van de nummerreeks '116', de bij Beschikking 2007/116/EG van de Commissie van 15 februari 2007 inzake het reserveren van de nationale nummerreeks die begint met 116 voor geharmoniseerde nummers voor geharmoniseerde diensten met een maatschappelijke waarde* vastgestelde nummers en diensten, met name van het nummer 116000 van het meldpunt voor vermiste kinderen, inclusief de toegang voor eindgebruikers met een handicap die in een andere lidstaat reizen, kan de Commissie, na [...] te hebben geraadpleegd, technische tenuitvoerleggingsmaatregelen nemen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing." _________ 1 PB L 49 van 17.2.2007, blz. 30. * PB L 49 van 17.2.2007, blz. 30. - Amendement 189 Dit amendement hoort bij het voormelde amendement 188 en bevat een aantal bepalingen betreffende 116-nummers en –diensten en met name het nummer 116000 voor het telefonisch meldpunt voor vermiste kinderen. De laatste zin moet worden geschrapt omdat hij voor een aantal lidstaten tot onevenredige lasten zou leiden. Doel van de amendementen is weer te geven dat in het regelgevingskader bepalingen kunnen worden opgenomen over de toekenning van 116-nummers (zonder evenwel de werking van die diensten te regelen) en het gebruik van deze nummers in de lidstaten aan te moedigen. Overweging 21 bis (nieuw) “Overeenkomstig haar Beschikking 2007/116/EG van de Commissie van 15 februari 2007 inzake het reserveren van de nationale nummerreeks die begint met '116' voor geharmoniseerde nummers voor geharmoniseerde diensten met een maatschappelijke waarde, heeft de Commissie nummers binnen de nummerreeks '116' voorbehouden voor bepaalde diensten met een maatschappelijke waarde. Die beschikking is gebaseerd op artikel 10, lid 4, van de kaderrichtlijn en heeft derhalve betrekking op nummeringsaspecten. De in die beschikking vastgestelde nummers kunnen niet voor andere doeleinden worden gebruikt, maar de lidstaten zijn niet verplicht ervoor te zorgen dat de diensten die met de voorbehouden nummers samenhangen, daadwerkelijk worden aangeboden. De relevante bepalingen van Beschikking 2007/116/EG moeten terug te vinden zijn in Richtlijn 2002/22/EG ten einde ze steviger te verankeren in het regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten en ook de toegang voor eindgebruikers met een handicap te waarborgen. Teneinde een daadwerkelijke invoering van 116-nummers en diensten te waarborgen en het gebruik van deze nummers aan te moedigen, dient de Commissie over de mogelijkheid te beschikken uitvoeringsmaatregelen te treffen. Gezien de specifieke aspecten betreffende het melden van vermiste kinderen en het feit dat deze dienst momenteel slechts in beperkte mate beschikbaar is, moeten de lidstaten hiervoor niet alleen een nummer voorbehouden, maar moeten ze er ook voor zorgen dat een meldpunt voor vermiste kinderen op hun grondgebied daadwerkelijk beschikbaar is op het nummer 116000.” _________ 1 * PB L 49 van 17.2.2007, blz. 30. - Amendement 193 Amendement 193 hangt samen met amendement 14. De begrippen “richtsnoeren” en “andere maatregelen” worden niet duidelijk gedefinieerd. Dit kan binnen de EU tot een verschillende interpretatie en tot rechtsonzekerheid leiden. Deze termen worden derhalve geschrapt. Artikel 1, punt 13, letter b), van het wijzigingsbesluit; artikel 22, lid 3, van Richtlijn 2002/22/EG “Teneinde een achteruitgang van de dienstverlening en een vertraging van het verkeer over de netwerken te voorkomen, en om ervoor te zorgen dat de toegang van gebruikers tot inhoud of hun vermogen om inhoud te verspreiden of toepassingen en diensten van hun keuze te gebruiken, niet onredelijk wordt beperkt , kan een nationale regelgevingsinstantie richtsnoeren opstellen inzake minimumeisen vaststellen voor de kwaliteit van de dienstverlening en, indien nodig, andere maatregelen nemen . Voor deze richtsnoeren of maatregelen Bij de vaststelling van die eisen wordt naar behoren rekening gehouden met normen die overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) zijn goedgekeurd. Nadat de Commissie deze eisen richtsnoeren of maatregelen heeft bestudeerd en [xxx] heeft geraadpleegd, kan zij ter zake technische tenuitvoerleggingsmaatregelen treffen, als zij van mening is dat de richtsnoeren of maatregelen eisen van een lidstaat een belemmering voor de gemeenschappelijke markt kunnen vormen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing." - Amendement 194 Dit amendement is in beginsel aanvaardbaar. Met het oog op een betere afstemming tussen het regelgevingskader en de wetgeving inzake elektronische handel wordt een herformulering voorgesteld. De verwijzing naar "wetshandhavingsautoriteiten" lijkt hier niet op zijn plaats en wordt derhalve geschrapt. Overweging 14 ter (nieuw) "Bij ontstentenis van relevante communautaire wettelijke regels zijn inhoud, toepassingen en diensten legaal of schadelijk overeenkomstig de nationale positieve of procedurele wetgeving. Het is aan de relevante autoriteiten van de lidstaten en niet aan de aanbieders van de elektronische-communicatienetwerken en/of -diensten om, overeenkomstig de juiste gerechtelijke procedures, te bepalen of inhoud, toepassingen of diensten al dan niet legaal of schadelijk zijn. De kaderrichtlijn en de specifieke richtlijnen Richtlijn 2002/22/EG gelden geldt onverminderd Richtlijn 2000/31/EG (inzake e-handel), die onder andere een "mere conduit"-regel bevat voor aanbieders van diensten/tussenpersonen . De kaderrichtlijn en de specifieke richtlijnen Richtlijn 2002/22/EG verplicht en aanbieders niet om informatie die via hun netwerken wordt verstuurd te monitoren of klanten in verband met dergelijke informatie sancties op te leggen of vervolging tegen hen in te stellen, noch stelt stellen zij aanbieders voor de informatie aansprakelijk. De verantwoordelijkheid voor het opleggen van sancties of het instellen van vervolging berust onverminderd bij de relevante wetshandhavings autoriteiten." 4.3. Door de Commissie verworpen amendementen De amendementen 1, 10, 17, 24, 28, 29, 35, 36, 39, 40, 42, 45, 46, 49, 50, 52, 57, 58, 59, 62 (eerste alinea), 69, 78, 83, 84, 92 (eerste alinea), 95, 96, 98, 101, 102, 104, 107, 108, 113, 114 (eerste alinea), 117, 119, 120, 121, 123, 124, 125, 128, 130, 133, 140, 142, 144, 146, 147, 157, 163, 174, 166, 186, 190 worden door de Commissie verworpen. 5. Gewijzigd voorstel Gelet op artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel zoals hierboven aangegeven.