This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52008PC0583
Proposal for a Decision of the European Parliament and of the Council on interoperability solutions for European public administrations (ISA)
Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA)
Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA)
/* COM/2008/0583 def. - COD 2008/0185 */
Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA) /* COM/2008/0583 def. - COD 2008/0185 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 29.9.2008 COM(2008) 583 definitief 2008/0185 (COD) Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA) (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL | Motivering en doel van het voorstel In Europa kunnen burgers vandaag de dag vrij kiezen waar ze werken of wonen binnen de Unie en kunnen ondernemingen in de hele Unie handel voeren en zaken doen. Daarbij staan zij vaak in contact met de overheidsdiensten van de lidstaten, en dit gebeurt steeds meer elektronisch. Om de elektronische interactie met burgers en ondernemingen te vergemakkelijken, hebben de lidstaten hun overheidsdiensten geleidelijk hervormd en hun bedrijfsprocessen en de manier van communiceren met burgers en ondernemingen verbeterd. Daarbij worden de administratieve lasten en kosten verminderd en worden tegelijk de efficiëntie en de doeltreffendheid van de openbare diensten verbeterd. Er is echter een groot risico dat door deze hervorming elektronische barrières ("e-barriers") ontstaan, door het nationale karakter en door het gebrek aan interoperabiliteit op Europees niveau, waardoor burgers en ondernemingen minder gemakkelijk elektronisch kunnen communiceren met buitenlandse overheidsinstellingen dan lokale burgers en ondernemingen. Dit kan de goede werking van de interne markt en het vrij verkeer belemmeren, wat negatieve gevolgen kan hebben voor de openheid en het concurrentievermogen van markten en de grensoverschrijdende mobiliteit, alsook voor de levering van bepaalde, al dan niet economische, diensten van algemeen belang aan burgers en ondernemingen. Tegelijk is, om de uitdagingen waarvoor Europa staat, aan te pakken, steeds meer gemeenschappelijk beleid vereist en dienen de lidstaten de krachten te bundelen wat betreft de implementatie van dergelijke gemeenschappelijke beleidsacties. De tenuitvoerlegging van een brede waaier aan wetgevende maatregelen is een gedeelde verantwoordelijkheid van de lidstaten en de Europese Commissie, waarvoor grens- en sectoroverschrijdende interactie is vereist door middel van informatie- en communicatietechnologie (ICT), wat tegenwoordig een integrerend deel uitmaakt van de meeste wetgevende maatregelen en een essentieel instrument is voor de interactie tussen overheidsdiensten. De lidstaten en de Commissie moeten hun inspanningen opvoeren om de interoperabiliteit tussen nationale en communautaire ICT-oplossingen te bevorderen, gemeenschappelijke oplossingen te vinden en padafhankelijkheid te vermijden, en zo te zorgen voor efficiënte en effectieve interactie tussen Europese overheidsdiensten voor de levering van elektronische overheidsdiensten en de tenuitvoerlegging van communautaire beleidsmaatregelen en activiteiten. | Algemene context Het programma betreffende de interoperabele levering van pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers[1] (IDABC-programma) is, evenals het vorige programma voor gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten[2] (IDA-programma), van groot belang geweest voor een gestage vooruitgang in de samenwerking tussen de Commissie en de overheidsdiensten van de lidstaten. Het IDA- en het IDABC-programma hebben een forum gecreëerd voor de uitwisseling van ideeën en ervaringen en hebben de uitvoering van communautair beleid bevorderd door middel van sectorale projecten, die geleid hebben tot een brede waaier aan operationele trans-Europese netwerken en diensten op traditionele beleidsgebieden zoals landbouw, visserij en werkgelegenheid, alsook op nieuwere beleidsgebieden zoals binnenlandse zaken en justitie, overdraagbare ziekten, gezondheid en consumentenbescherming. Tot slot hebben het IDA- en het IDABC-programma infrastructuurdiensten tot stand gebracht voor de administratieve sectoren en de lidstaten, met name kaderprogramma’s, gemeenschappelijke diensten en generieke instrumenten, zoals een uiterst veilig en beschikbaar communicatieplatform (sTESTA) en verscheidene aanvullende instrumenten ter bevordering van de interoperabiliteit tussen administratieve back-officesystemen en processen, en tussen back- en front-officediensten. Op die manier hebben het IDA- en het IDABC-programma een aantoonbare toegevoegde waarde gehad voor de uitwisseling van informatie tussen administratieve sectoren in vergelijking met een afzonderlijke en ongecoördineerde projectaanpak. Voortbouwend op de vooruitgang die is geboekt via bestaande initiatieven, ook in de lidstaten, hebben de programma's aangetoond dat een gecoördineerde benadering tot snellere resultaten en betere kwaliteit leidt en tegemoet komt aan de behoeften van de ondernemingen, vooral via kaderprogramma’s, generieke diensten en gemeenschappelijke instrumenten die in samenwerking met de lidstaten als infrastructuurdiensten worden ontwikkeld. Het IDABC-programma loopt af op 31 december 2009. De Commissie stelt nu een vervolgprogramma voor inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA-programma - interoperability solutions for administrations), dat gericht is op back-officeoplossingen ter ondersteuning van de interactie tussen Europese overheidsdiensten en de implementatie van communautaire beleidsacties en activiteiten. Het ISA-programma zal bijdragen tot het aanpakken van de uitdagingen en het verzekeren van de continuïteit, en tegelijk een forum bieden voor de uitwisseling van ideeën en ervaring. | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Het IDABC-programma en het programma ter ondersteuning van het ICT-beleid van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie[3] (KCI ICT-PSP-programma) vullen elkaar aan met betrekking tot een aantal activiteiten, bijvoorbeeld voor proefprojecten, die worden opgestart via het ICT-PSP-programma en waarvoor het IDABC-programma input biedt ter ondersteuning. Op dezelfde manier moet het ISA-programma, dat veel specifieker is, het ICT-PSP-programma op bepaalde gebieden aanvullen en ook input en een kader bieden voor het industrialiseren en uitvoeren van de resultaten van de ICT-PSP-proefprojecten. Deze complementariteit zal zorgen voor synergieën tussen de twee programma's. Het ICT-PSP-programma ondersteunt hoofdzakelijk proefprojecten om het belang van ICT-oplossingen in reële situaties aan te tonen en te valideren; beide proefprojecten bieden innovatieve oplossingen of gaan uit van beste praktijken en proefprojecten die voortbouwen op aan de gang zijnde initiatieven in de lidstaten. Het ICT-PSP-programma biedt geen ondersteuning voor de implementatie van oplossingen, waarvoor op EU-niveau moet worden gehandeld. Het EU-beleid ter zake kan worden ondersteund door het ISA-programma, dat beoogt gemeenschappelijke operationele en herbruikbare ICT-oplossingen tot stand te brengen, die tegemoet komen aan de generieke behoeften welke door de administratieve sectoren en de lidstaten te kennen werden gegeven. Bovendien dragen het ISA- en het ICT-PSP-programma bij tot verschillende doelstellingen met verschillende tijdschema’s en worden ze via verschillende mechanismen gefinancierd. Het ICT-PSP-programma wordt gefinancierd via een medefinancieringsmechanisme op basis van oproepen tot het indienen van voorstellen, voor het aansturen en ontwikkelen van gemeenschappelijke specificaties; het ISA-programma beschikt over een volledig financieringsmechanisme via aanbestedingen, gebaseerd op volledige specificaties voor definitieve implementatie. Via het ISA-programma worden dan ook hoofdzakelijk eindproducten aangekocht waarvan de technische kenmerken van bij het begin bekend zijn, terwijl het ICT-PSP-programma veeleer potentiële resultaten oplevert via projecten waarin de kenmerken zelf worden bepaald. Het ISA-programma is eigenlijk bedoeld ter ondersteuning van de implementatie van oplossingen, terwijl het ICT-PSP-programma erop gericht is potentiële oplossingen te identificeren. Het ISA-programma zal net als het IDABC-programma sterk gericht zijn op organisatorische governance en interactieve oplossingen met de steun van deskundigen, om de nauwe coördinatie, samenwerking en dialoog met de lidstaten en de sectoren inzake werkprogramma’s te garanderen. Waar dat aangewezen is, zullen programmaoverschrijdende deskundigenteams worden opgericht als platform voor de uitwisseling van standpunten en om de complementariteit tussen de twee programma’s te verzekeren. | Samenhang met andere beleidsgebieden van de EU Het ISA-programma moet de interactie tussen Europese overheidsdiensten bevorderen, door te zorgen voor gemeenschappelijke en gedeelde diensten en instrumenten en door de interoperabiliteit te bevorderen. Daarmee draagt het ISA-programma bij tot de versterking van de interne markt, door e-barriers op te sporen die de goede werking van de interne markt kunnen belemmeren. Op dezelfde manier draagt het ISA-programma in het algemeen bij tot een vlotte tenuitvoerlegging van communautaire beleidsmaatregelen en initiatieven waarvoor in de meeste gevallen ICT-ondersteuning en vaak ook grens- en/of sectoroverschrijdende uitwisseling van informatie is vereist. Net zoals het IDABC-programma bijdraagt tot de tenuitvoerlegging van het i2010-initiatief en het verwante i2010-actieplan, zal het ISA-programma bijdragen tot de tenuitvoerlegging van alle follow-upinitiatieven. Derhalve is het ISA-programma niet alleen verenigbaar met het bestaande beleid, maar ook hoogst relevant voor de tenuitvoerlegging ervan, wat leidt tot belangrijke synergieën door grens- en sectoroverschrijdende coördinatie. | 2. RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING | Raadpleging van belanghebbende partijen | Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten Op grond van een door de Commissie opgesteld discussiestuk voor de tweede gedachtewisseling over een vervolgprogramma met de in het beheerscomité van het IDABC-programma vertegenwoordigde lidstaten, heeft de Commissie een document opgesteld dat is voorgesteld op de IDABC-conferentie in Slovenië op 12 en 13 februari 2008 en besproken met het IDABC-beheerscomité in maart 2008. Gelet op de tijdens deze bijeenkomsten vergaarde feedback heeft de Commissie een voorafgaande beoordeling gemaakt, bestaande uit deskresearch, gesprekken, een onderzoek in de lidstaten, workshops en werksessies. Tevens zal zij een formele raadpleging houden van de stakeholders om ervoor te zorgen dat bij de doelstellingen en de activiteiten van het programma terdege rekening wordt gehouden met hun specifieke behoeften. Aangezien het ISA-programma is toegespitst op de interactie tussen Europese overheidsdiensten, bleef de formele raadpleging beperkt tot de lidstaten, die werden verzocht om slechts één vragenlijst in te dienen. De raadpleging vond plaats via het internet van 30 april tot 20 juni 2008. 26 lidstaten namen er aan deel. De resultaten van de raadpleging en de voorafgaande beoordeling zijn te vinden op http://ec.europa.eu/idabc/en/document/7706. | Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden 25 lidstaten vinden dat er een belangrijke of duidelijke behoefte is aan de invoering en de verbetering van gemeenschappelijke kaders. Eén lidstaat vindt dat niet. 25 lidstaten vinden dat er een belangrijke of duidelijke behoefte is om de beoordeling van de gevolgen op ICT-gebied van de voorgestelde of goedgekeurde communautaire wetgeving, alsmede de planning van de implementatie van ICT-systemen te ondersteunen en te bevorderen. Eén vindt dat daar slechts in geringe mate behoefte aan is. 22 lidstaten vinden dat er een belangrijke of duidelijke behoefte is om de werking en de verbetering van de bestaande gemeenschappelijke diensten onder het IDA- en het IDABC-programma en soortgelijke initiatieven te ondersteunen en te bevorderen, alsook de invoering, de industrialisatie, de uitvoering en de verbetering van nieuwe gemeenschappelijke diensten om tegemoet te komen aan nieuwe behoeften en vereisten. Drie lidstaten zien hier een geringe behoefte en één ziet geen behoefte. 22 lidstaten vinden dat er een belangrijke of duidelijke behoefte is om de verbetering van de bestaande generieke instrumenten onder het IDA- en het IDABC-programma en soortgelijke initiatieven te ondersteunen en te bevorderen, alsook de invoering, de voorziening en de verbetering van nieuwe generieke instrumenten om tegemoet te komen aan nieuwe behoeften en vereisten. Twee lidstaten zien een geringe behoefte en twee geen behoefte. 25 lidstaten vinden dat er een belangrijke of duidelijke behoefte is aan begeleidende maatregelen ter ondersteuning van andere activiteiten, indien aangewezen. Eén lidstaat vindt dat niet. 23 lidstaten zijn het er volledig of grotendeels mee eens dat de hierboven (en in artikel en artikel 5, lid 4, van het voorgestelde besluit) gespecificeerde activiteiten tegemoet komen aan de behoeften die door de lidstaten werden geformuleerd. Drie lidstaten hebben geen mening. 25 lidstaten zijn het er volledig of grotendeels mee eens dat de in artikel 1, lid 2, van het voorgestelde besluit gespecificeerde doelstelling alle hierboven (en in artikel 3 en artikel 5, lid 4, van het voorgestelde besluit) gespecificeerde activiteiten omvat. Eén lidstaat is het daar niet mee eens. 25 lidstaten zijn het er volledig of grotendeels mee eens dat er behoefte is aan een IDABC-vervolgprogramma, dat de in artikel 1, lid 2, bepaalde doelstelling heeft en de in artikel 3 en artikel 5, lid 4, bedoelde activiteiten omvat. Eén lidstaat is het daar niet mee eens. Vervolgens zijn de door de lidstaten geformuleerde behoeften met goed gevolg omgezet in activiteiten die stroken met de algemene doelstelling van een vervolgprogramma. | Vergaren en benutten van deskundigheid | Er diende geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. | Effectbeoordeling Als de Gemeenschap het ISA-programma niet zou opstarten, zouden de bestaande oplossingen voor effectieve en efficiënte interactie tussen Europese overheidsdiensten niet meer ondersteund worden, met inbegrip van oplossingen zoals het Europese Interoperabiliteitskader en sTESTA, waardoor de goede werking van bijvoorbeeld de Schengenovereenkomst, het visuminformatiesysteem en andere activiteiten op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid in het gedrang zou komen. Voorts zou de verspreiding van uiteenlopende oplossingen gewoon voortgaan en e-barriers doen ontstaan die de goede werking van de interne markt en het vrij verkeer zouden belemmeren. Bovendien zouden de totstandbrenging en het gebruik van nieuwe oplossingen, of het nu gemeenschappelijke kaders, generieke instrumenten of gemeenschappelijke diensten betreft, niet meer bijdragen tot een efficiënte en effectieve uitwisseling van gegevens tussen Europese overheidsdiensten. Zonder nieuw programma zouden er veel minder communautaire initiatieven ter ondersteuning van de interoperabiliteit op Europees niveau worden genomen. Op grond van deze overwegingen en van de uitdagingen en behoeften, werd de optie om geen actie te ondernemen verworpen en werd gekozen voor de optie om het ISA-programma voor te stellen. Door het ISA-programma op te starten, zal de Gemeenschap een belangrijke bijdrage leveren tot een vlotte interactie tussen Europese overheidsdiensten; dit is zowel rechtstreeks in het voordeel van de lidstaten en de Gemeenschap op zich, als indirect in het voordeel van ondernemingen en burgers als eindbegunstigden. De optie om een agentschap op te richten werd verworpen, aangezien de omvang van het programma niet van dien aard is dat dat de algemene kosten zou rechtvaardigen en aangezien de continuïteit van de acties niet kon worden gegarandeerd gezien de tijd die nodig is voor de goedkeuring en de oprichting van een agentschap. De optie om het programma te integreren in het KCI ICT-PSP werd verworpen wegens verschillen in de doelstellingen, de prioriteiten, de plaats van de acties in de ontwikkelings-/productieketen, de chronologie en de financieringsmechanismen. Het programma zal een toegevoegde financiële waarde vormen voor de communautaire steun, door gemeenschappelijke en herbruikbare oplossingen in te voeren, waardoor de lidstaten en de sectoren dubbel werk kunnen vermijden. Voorts zullen de herbruikbare oplossingen schaalvoordelen creëren. Het programma zal een toegevoegde economische waarde bieden, want het bevordert de goede werking van de interne markt, die kan worden belemmerd door het ontstaan van e-barriers welke het gevolg zijn van niet-compatibele oplossingen van afzonderlijke lidstaten en sectoren bij gebrek aan gemeenschappelijke en gedeelde oplossingen en interoperabiliteit. Het programma heeft ook een toegevoegde sociale waarde, omdat burgers en ondernemingen indirect worden ondersteund als gebruikers van grensoverschrijdende elektronische overheidsdiensten die gebruik maken van die gemeenschappelijke en gedeelde oplossingen. | 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL | Samenvatting van de voorgestelde actie Het ISA-programma moet de efficiënte en effectieve elektronische grens- en sectoroverschrijdende interactie tussen Europese overheidsdiensten bevorderen, waardoor elektronische diensten kunnen worden geleverd ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van communautaire beleidsmaatregelen en activiteiten door een gemeenschappelijk kader, gemeenschappelijke diensten en generieke instrumenten te bieden en de bewustmaking rond de ICT-aspecten van de communautaire wetgeving te bevorderen. | Rechtsgrondslag Artikel 156 van het EG-Verdrag, net zoals bij het IDA- en het IDABC-programma. | Subsidiariteitsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover het voorstel niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. | De doelstellingen van het voorstel kunnen door de lidstaten onvoldoende worden verwezenlijkt, aangezien individueel handelende lidstaten niet kunnen zorgen voor de interoperabiliteit die noodzakelijk is voor grens- en sectoroverschrijdende elektronische overheidsdiensten en geen gemeenschappelijke en gedeelde oplossingen kunnen bieden ter ondersteuning van de interactie tussen Europese overheidsdiensten. | Door communautaire actie kunnen de doelstellingen van het voorstel beter worden verwezenlijkt, aangezien via het programma gemeenschappelijke diensten, generieke instrumenten en gemeenschappelijke kaders worden gecreëerd en in werking gesteld ter ondersteuning van de interoperabiliteit, met het oog op het bevorderen van een vlotte grens- en sectoroverschrijdende interactie tussen overheidsdiensten. Daardoor worden elektronische overheidsdiensten geleverd die de tenuitvoerlegging van communautaire beleidsmaatregelen en activiteiten ondersteunen. Als dusdanig heeft het programma, gezien de aard ervan, een duidelijke EU-dimensie. | Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. | Evenredigheidsbeginsel | Het programma zal de voorziening van gemeenschappelijke en gedeelde oplossingen ondersteunen, met name gemeenschappelijke kaders, generieke instrumenten en gemeenschappelijke diensten die in voorkomend geval door de Europese overheidsdiensten kunnen worden gebruikt voor de grens- en sectoroverschrijdende uitwisseling van informatie. Tenzij anders bepaald beslissen de lidstaten zelf of ze dergelijke oplossingen willen toepassen. | De totstandbrenging en de verbetering van gemeenschappelijke kaders en generieke instrumenten worden via het programma gefinancierd, terwijl het gebruik van de kaders en instrumenten moet worden gefinancierd door de gebruikers op administratief niveau. De invoering, industrialisatie (oplossingen volledig operationeel maken) en verbetering van gemeenschappelijke diensten worden via het programma gefinancierd, terwijl de verrichting van dergelijke diensten slechts via het programma wordt gefinancierd in zoverre het gebruik ervan de communautaire belangen dient. In andere gevallen wordt het gebruik van de diensten, met inbegrip van het gebruik op gedecentraliseerde basis, door de gebruikers zelf gefinancierd. De door het programma geïntroduceerde oplossingen zullen de financiële en administratieve lasten voor de interactie tussen Europese overheidsdiensten fundamenteel verminderen. | Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. | Keuze van instrumenten | Zoals dat het geval was voor het IDABC-programma, is het voorgestelde rechtsinstrument een besluit van het Europees Parlement en van de Raad, aangezien een verordening of een richtlijn niet aangewezen zijn voor de tenuitvoerlegging van een communautair programma. | 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING | De financiële toewijzing voor de tenuitvoerlegging van het ISA-programma voor de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2015 bedraagt 164,1 miljoen euro, waarvan 103,5 miljoen euro bestemd is voor de periode tot en met 31 december 2013, zoals voorzien in de financiële programmering 2007-2013. Meer details worden verstrekt in het financieel memorandum bij het voorstel. | 5. AANVULLENDE INFORMATIE | Europese Economische Ruimte De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-Overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte. | Kandidaat-lidstaten Dit wetgevingsvoorstel staat open voor kandidaat-lidstaten. | 2008/0185 (COD) Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA) (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 56, eerste alinea, Gezien het voorstel van de Commissie[4], Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[5], Gezien het advies van het Comité van de Regio's[6], Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het EG-Verdrag, Overwegende hetgeen volgt: (1) Overeenkomstig artikel 154 van het Verdrag draagt de Gemeenschap bij tot de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese netwerken en treedt zij op om de interconnectiviteit, de interoperabiliteit en de toegankelijkheid te bevorderen, teneinde bij te dragen tot de in de artikelen 14 en 158 van het Verdrag bedoelde doelstellingen en om de burgers van de Europese Unie, de economische subjecten alsmede de regionale en lokale gemeenschappen in staat te stellen ten volle profijt te trekken van de voordelen die uit de totstandkoming van een ruimte zonder binnengrenzen voortvloeien. (2) De Raad heeft in zijn conclusies van 1 december 2005 over de mededeling van de Commissie "i2010 - Een Europese informatiemaatschappij voor groei en werkgelegenheid" beklemtoond dat een meer gericht, doeltreffend en geïntegreerd beleid inzake informatie- en communicatietechnologie (hierna ICT) op zowel Europees als nationaal niveau essentieel is voor het bereiken van de doelstellingen van economische groei en productiviteit. De Commissie werd verzocht het efficiënte gebruik van ICT in openbare diensten aan te moedigen door de uitwisseling van ervaringen en gemeenschappelijke benaderingen te ontwikkelen voor belangrijke kwesties als interoperabiliteit en het efficiënte gebruik van open normen. (3) In de ministeriële verklaring van Manchester van 24 november 2005 zijn de voor het ICT-beleid bevoegde ministers onder meer overeengekomen met elkaar en met de Commissie samen te werken om bestaande instrumenten, gemeenschappelijke specificaties, normen en oplossingen op een efficiëntere manier te delen en waar nodig de gezamenlijke ontwikkeling van oplossingen te bevorderen. (4) In de ministeriële verklaring van Lissabon van 19 september 2007 verzochten de ministers de Commissie onder meer om de samenwerking tussen de lidstaten en met de Commissie te bevorderen om grens- en sectoroverschrijdende interoperabiliteit te definiëren, te ontwikkelen, te implementeren en te controleren en verklaarden zij dat de impact daarvan op de ICT-infrastructuren en de hervorming van diensten in de toekomstige communautaire wetgeving in aanmerking moet worden genomen en worden beoordeeld. (5) Door de snelle ontwikkeling van ICT bestaat het risico dat de lidstaten kiezen voor uiteenlopende of niet-compatibele oplossingen en dat er nieuwe e-barriers ontstaan die de goede werking van de interne markt en het vrij verkeer belemmeren. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de openheid en het concurrentievermogen op de markten, alsook voor de levering van bepaalde, al dan niet economische, diensten van algemeen belang aan burgers en ondernemingen. De lidstaten en de Commissie dienen hun inspanningen op te voeren om marktversnippering te vermijden, tot interoperabiliteit te komen en de gemeenschappelijk goedgekeurde ICT-oplossingen te bevorderen, en tegelijk te zorgen voor adequate governance. (6) De beschikbaarheid van gemeenschappelijke, herbruikbare en interoperabele oplossingen en interoperabele administratieve back-officeprocessen is noodzakelijk voor de efficiënte en effectieve levering van grens- en sectoroverschrijdende openbare diensten aan ondernemingen en burgers. (7) Er zijn permanente inspanningen nodig om te zorgen voor grens- en sectoroverschrijdende interoperabiliteit, de uitwisseling van ervaringen, het bepalen en handhaven van gemeenschappelijke en gedeelde benaderingen, specificaties, normen en oplossingen, het beoordelen van de gevolgen op ICT-gebied van communautaire wetgeving, ter ondersteuning van efficiënte en effectieve grensoverschrijdende interactie, onder meer bij de tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving, en de administratieve lasten en kosten te verminderen. (8) Om deze uitdagingen aan te pakken moeten die inspanningen worden geleverd via nauwe samenwerking, coördinatie en dialoog tussen de Commissie en de lidstaten, in nauwe interactie met de sectoren die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van het communautair beleid en, wanneer aangewezen, met andere stakeholders, waarbij rekening moet worden gehouden met de prioriteiten en de taaldiversiteit van de Gemeenschap. (9) Overeenkomstig Besluit 2004/387/EG van 21 april 2004 betreffende de interoperabele levering van pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers (IDABC)[7], dient de Commissie mechanismen te bepalen om de financiële en operationele duurzaamheid van infrastructuurdiensten te verzekeren; daarom moeten de infrastructuurdiensten op een duurzame manier worden gebruikt en in stand gehouden. Over dergelijke infrastructuurdiensten is een akkoord gesloten met de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van Besluit 1719/1999/EG van 12 juli 1999 betreffende een reeks richtsnoeren, met inbegrip van de vaststelling van projecten van gemeenschappelijk belang, voor trans-Europese netten voor elektronische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten (IDA)[8] en Besluit 1720/1999/EG van 12 juli 1999 tot vaststelling van een reeks acties en maatregelen ter verzekering van de interoperabiliteit van en de toegang tot trans-Europese netten voor elektronische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten (IDA)[9], alsook bij de tenuitvoerlegging van IDABC en andere relevante programma's. (10) Het IDABC-programma loopt af op 31 december 2009 en moet worden gevolgd door een communautair programma over interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA-programma) om de uitdagingen aan te pakken. (11) Het ISA-programma moet gebaseerd zijn op de ervaring van het IDA- en het IDABC-programma, die hebben aangetoond dat een gecoördineerde benadering tot snellere resultaten en betere kwaliteit leidt en tegemoet komt aan de behoeften van de ondernemingen via gemeenschappelijke en gedeelde oplossingen die in samenwerking met de lidstaten worden ontwikkeld en gebruikt. Deze activiteiten hebben reeds een belangrijke bijdrage geleverd tot het verzekeren van de interoperabiliteit ter ondersteuning van de elektronische uitwisseling van informatie tussen Europese overheidsdiensten en zij doen dit nog steeds. (12) Om versnippering te vermijden en een totaalaanpak te verzekeren, dient bij het bepalen van de prioriteiten voor het ISA-programma aandacht te worden geschonken aan de Europese interoperabiliteitsstrategie en het Europese interoperabiliteitskader. (13) Oplossingen die worden ontwikkeld of gebruikt in het kader van het ISA-programma dienen vraaggestuurd te zijn en in de mate van het mogelijke deel uit te maken van een stabiel ecosysteem van diensten die de interactie tussen Europese overheidsdiensten bevorderen en grens- en sectoroverschrijdende interoperabiliteit verzekeren, bevorderen of mogelijk maken. (14) Het ISA-programma dient ervoor te zorgen dat gemeenschappelijke kaders, gemeenschappelijke diensten en generieke instrumenten beschikbaar zijn ter ondersteuning van de grens- en sectoroverschrijdende interactie tussen Europese overheidsdiensten en dient sectoren te ondersteunen bij de beoordeling van de gevolgen op ICT-gebied van communautaire wetgeving en bij de planning van de implementatie van relevante oplossingen. (15) Gemeenschappelijke kaders moeten onder meer gemeenschappelijke specificaties, richtlijnen en methodologieën omvatten, alsook gemeenschappelijke strategieën. (16) Het ISA-programma moet zorgen voor de goede werking en de verbetering van de bestaande gemeenschappelijke diensten in het kader van het IDA- en het IDABC- programma en soortgelijke initiatieven, maar moet ook de invoering, de industrialisatie, de werking en de verbetering van de nieuwe gemeenschappelijke diensten ondersteunen, om in te spelen op nieuwe behoeften en vereisten. (17) Het ISA-programma moet zorgen voor de verbetering van de bestaande herbruikbare generieke instrumenten in het kader van het IDA- en het IDABC-programma en soortgelijke initiatieven, maar moet ook de invoering, voorziening en verbetering van nieuwe herbruikbare generieke instrumenten ondersteunen om in te spelen op nieuwe behoeften of vereisten, die onder meer ontstaan door de evaluatie van de gevolgen op ICT-gebied van communautaire wetgeving. (18) Bij de invoering, de verbetering of het gebruik van gemeenschappelijke oplossingen dient het ISA-programma, wanneer aangewezen, voort te bouwen op of vergezeld te gaan van de uitwisseling van ervaringen en oplossingen en van de uitwisseling en bevordering van goede praktijken. (19) De in het kader van het ISA-programma ontwikkelde of gebruikte oplossingen dienen gebaseerd te zijn op het principe van technologische neutraliteit en aanpasbaarheid om ervoor te zorgen dat burgers, ondernemingen en overheidsdiensten kunnen kiezen welke technologie zij willen gebruiken. (20) Bij alle activiteiten in het kader van het ISA-programma moeten de principes van veiligheid, privacy en bescherming van persoonsgegevens in acht worden genomen. (21) Hoewel de betrokkenheid van alle lidstaten bij acties in het kader van het ISA-programma moet worden aangemoedigd, kunnen ook acties voor een bepaald aantal lidstaten worden opgestart. De lidstaten die niet bij dergelijke acties betrokken zijn, moeten worden aangemoedigd om in een later stadium mee te doen. (22) Het ISA-programma moet bijdragen tot de tenuitvoerlegging van i2010-follow-upinitiatieven, rekening houdend met andere communautaire ICT-programma's, in het bijzonder het programma ter ondersteuning van het ICT-beleid van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie als bedoeld in Besluit 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013)[10], om dubbel werk te vermijden. (23) Er moet worden gezocht naar synergieën met de particuliere sector en andere entiteiten om, waar aangewezen, voorrang te geven aan op de markt beschikbare en door de markt ondersteunde oplossingen. (24) Het ISA-programma dient ten uitvoer te worden gelegd overeenkomstig de regels inzake overheidsopdrachten. (25) Aangezien de voor de tenuitvoerlegging van deze beschikking vereiste maatregelen beheersmaatregelen zijn in de zin van artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[11], dienen zij volgens de in artikel 4 van dat besluit bedoelde beheersprocedure te worden vastgesteld. (26) Het ISA-programma moet regelmatig worden gecontroleerd en beoordeeld om aanpassingen mogelijk te maken. (27) De internationale samenwerking moet worden bevorderd en daarom dient het ISA-programma ook open te staan voor de landen van de Europese Economische Ruimte en de kandidaat-lidstaten. Ook de samenwerking met andere derde landen en internationale organisaties of instellingen moet worden bevorderd, in het bijzonder in het kader van het Europees-mediterrane partnerschap, en met de buurlanden, met name de landen van de westelijke Balkan. (28) Teneinde te zorgen voor een goed beheer van de financiële middelen van de Gemeenschap en om nodeloze vermeerdering van apparatuur, herhaling van onderzoek en verschillen in aanpak te vermijden, moet het mogelijk zijn om in het kader van het ISA-programma ontwikkelde en gebruikte oplossingen via niet-communautaire initiatieven te gebruiken, zolang dat geen kosten met zich meebrengt voor de communautaire begroting en de belangrijkste communautaire doelstelling van de oplossing niet in het gedrang komt. (29) Er moet voor de volledige duur van het programma een financieel kader worden gecreëerd, dat het voornaamste referentiepunt vormt in de zin van punt 37 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer. Dit kader moet ook de uitgaven omvatten met betrekking tot voorbereidingswerk, toezicht, controle, audit en evaluatiemaatregelen die vereist zijn voor het beheer van het programma en de verwezenlijking van de doelstellingen, en in het bijzonder studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en publicatiemaatregelen, uitgaven met betrekking tot IT-systemen en netwerken voor de uitwisseling en verwerking van informatie, en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie voor het beheer van het programma zou doen. (30) Aangezien de doelstellingen van de te ondernemen actie ter bevordering van de efficiënte en effectieve elektronische grens- en sectoroverschrijdende interactie tussen Europese overheidsdiensten om de levering van elektronische overheidsdiensten ter ondersteuning van de implementatie van communautaire beleidsmaatregelen en activiteiten mogelijk te maken, onvoldoende door de lidstaten kunnen worden bereikt en derhalve, wegens de schaal en de effecten ervan, beter op communautair niveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen nemen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel in artikel 5 van het Verdrag. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken, BESLUITEN: Artikel 1 Onderwerp en doel 1. Bij dit besluit wordt voor de periode 2010-2015 een programma vastgesteld inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten, met inbegrip van de communautaire instellingen en organen, om te zorgen voor gemeenschappelijke en gedeelde oplossingen die de interoperabiliteit bevorderen (hierna het "ISA-programma" genoemd). 2. De doelstelling van het ISA-programma is het ondersteunen van de samenwerking tussen Europese overheidsdiensten door de bevordering van efficiënte en effectieve elektronische grens- en sectoroverschrijdende interactie tussen die overheidsdiensten om de levering van elektronische overheidsdiensten ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van communautaire beleidsmaatregelen en activiteiten mogelijk te maken. Artikel 2 Definities In dit besluit wordt verstaan onder: a) "interoperabiliteit": de mogelijkheid voor ongelijksoortige en diverse organisaties om te interageren teneinde wederzijds voordelige en overeengekomen gemeenschappelijke doelstellingen na te streven, waaronder het delen van informatie en kennis tussen de organisaties via de bedrijfsprocessen die zij ondersteunen, door middel van de uitwisseling van gegevens tussen hun respectieve ICT-systemen; b) "oplossingen": gemeenschappelijke kaders, gemeenschappelijke diensten en generieke instrumenten; c) "gemeenschappelijke kaders": strategieën, specificaties, methodologieën, richtsnoeren en soortgelijke benaderingen en documenten; d) "gemeenschappelijke diensten": operationele toepassingen en infrastructuren van generieke aard die voldoen aan beleidsoverschrijdende gemeenschappelijke gebruikersvereisten; e) "generieke instrumenten": referentieplatforms, gedeelde en samenwerkingsplatforms, gemeenschappelijke componenten en soortgelijke bouwstenen die voldoen aan beleidsoverschrijdende gemeenschappelijke gebruikersvereisten; f) "acties": studies, projecten en begeleidende maatregelen; g) "begeleidende maatregelen": strategische en bewustmakingsmaatregelen, maatregelen ter ondersteuning van het beheer van het ISA-programma en maatregelen met betrekking tot het delen van ervaring en de uitwisseling en bevordering van goede praktijken. Artikel 3 Activiteiten Het ISA-programma ondersteunt en bevordert de volgende acties: a) totstandbrenging en verbetering van gemeenschappelijke kaders ter ondersteuning van grens- en sectoroverschrijdende interoperabiliteit; b) beoordeling van de gevolgen op ICT-gebied van voorgestelde of vastgestelde communautaire wetgeving, alsook de planning van de implementatie van ICT-systemen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van die wetgeving; c) werking en verbetering van bestaande gemeenschappelijke diensten, alsook de invoering, de industrialisatie, de uitvoering en de verbetering van nieuwe gemeenschappelijke diensten; d) verbetering van bestaande herbruikbare generieke instrumenten, alsook de invoering, voorziening en verbetering van nieuwe herbruikbare generieke instrumenten. Artikel 4 Algemene beginselen Acties die in het kader van het ISA-programma worden opgestart of voortgezet, zijn, waar aangewezen, gebaseerd op de volgende beginselen: a) het beginsel van technologische neutraliteit en aanpasbaarheid; b) het beginsel van privacy en bescherming van persoonsgegevens; c) het beginsel van veiligheid. Artikel 5 Acties 1. De Gemeenschap onderneemt, in samenwerking met de lidstaten, de acties die gespecificeerd zijn in het in artikel 9 bedoelde voortschrijdend werkprogramma, overeenkomstig de in artikel 8 bepaalde uitvoeringsbepalingen. Die acties worden door de Commissie uitgevoerd. 2. Een studie verloopt in één fase en wordt afgesloten met een eindverslag. 3. Een project bestaat, waar aangewezen, uit drie fasen: a) de aanvangsfase die leidt tot de opstelling van het projectcontract, b) de uitvoeringsfase, die resulteert in de opstellingen van het uitvoeringsverslag, en c) de operationele fase, die aanvangt wanneer een oplossing voor gebruik ter beschikking wordt gesteld. De projectfasen worden omschreven wanneer de actie in het voortschrijdend werkprogramma wordt opgenomen. 4. De tenuitvoerlegging van het ISA-programma wordt ondersteund door begeleidende maatregelen. Artikel 6 Projectcontract en uitvoeringsverslag 1. Het projectcontract bestaat uit een beschrijving van: a) het toepassingsgebied, de doelstellingen en het probleem of de mogelijkheid, met inbegrip van de verwachte begunstigden en de voordelen van een oplossing, alsook kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren voor het meten van dergelijke voordelen; b) de aanpak, met inbegrip van de organisatorische aspecten, zoals fasen, output en mijlpalen en, wanneer aangewezen, maatregelen om meertalige communicatie te bevorderen; c) de stakeholders en gebruikers, alsook de governancestructuur; d) bijzonderheden van de oplossing, waaronder de coherentie met en afhankelijkheid van andere oplossingen, een analyse van de verwachte kosten, tijdschema en vereisten, en een raming van de totale eigendomskosten, met inbegrip van de eventuele jaarlijkse exploitatiekosten; e) de kenmerken; f) de vereisten, onder meer inzake veiligheid en gegevensbescherming. 2. Het uitvoeringsverslag bestaat uit een beschrijving van: a) het toepassingsgebied, de doelstellingen en het probleem of de mogelijkheid, in vergelijking met het projectcontract; b) de doeltreffendheid van het project, waaronder een meting van de verwezenlijkingen, opgelopen kosten, feitelijk tijdschema en vereisten in vergelijking met het projectcontract, een analyse van de verwachte opbrengst, alsook de totale eigendomskosten, met inbegrip van de eventuele jaarlijkse exploitatiekosten; c) organisatorische aspecten, waaronder de geschiktheid van de toegepaste governancestructuur en, waar aangewezen, aanbevelingen voor een governancestructuur na de uitvoeringsfase; d) indien aangewezen, het voorgestelde plan om de oplossing in de operationele fase te brengen, alsook de indicatoren voor dienstverleningsniveaus; e) het beschikbare materiaal voor de eindgebruiker en voor technische ondersteuning. Artikel 7 Oplossingen 1. Gemeenschappelijke kaders worden tot stand gebracht en in stand gehouden door middel van studies. De studies dienen ook als ondersteuning voor de beoordeling van de gevolgen op ICT-gebied van voorgestelde of vastgestelde communautaire wetgeving en de planning van de implementatie van oplossingen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van die wetgeving. 2. Generieke instrumenten worden tot stand gebracht en in stand gehouden door middel van projecten. De projecten dienen ook om gemeenschappelijke diensten in te voeren, te industrialiseren, te gebruiken en in stand te houden. Artikel 8 Uitvoeringsbepalingen 1. Bij de tenuitvoerlegging van het ISA-programma wordt de nodige aandacht geschonken aan de Europese interoperabiliteitsstrategie en het Europese interoperabiliteitskader. 2. De betrokkenheid van zo veel mogelijk lidstaten bij een studie of project wordt aangemoedigd. 3. De totstandbrenging of de verbetering van oplossingen dient, waar aangewezen, voort te bouwen op of vergezeld te gaan van het delen van ervaringen en van de uitwisseling en bevordering van goede praktijken. 4. Om dubbel werk te vermijden en de totstandbrenging van oplossingen te versnellen, wordt, waar aangewezen, ook rekening gehouden met de resultaten van andere relevante initiatieven van de Gemeenschap en de lidstaten. Om synergieën maximaal te bevorderen en aanvullende en gezamenlijke inspanningen aan te moedigen, worden de acties, waar aangewezen, gecoördineerd met andere relevante communautaire initiatieven. 5. Het opstarten van acties, het omschrijven van de fasen en het opstellen van projectcontracten en uitvoeringsverslagen worden uitgevoerd en gecontroleerd door de Commissie als onderdeel van het overeenkomstig artikel 9 vastgestelde voortschrijdend werkprogramma. Artikel 9 Voortschrijdend werkprogramma 1. De Commissie stelt voor de volledige looptijd van dit besluit een voortschrijdend werkprogramma op voor de tenuitvoerlegging van acties. 2. De Commissie keurt het voortschrijdend werkprogramma en, minstens één keer per jaar, eventuele wijzigingen goed. 3. Onverminderd artikel 10, lid 4, is de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure van toepassing met betrekking tot de goedkeuring door de Commissie van het voortschrijdend werkprogramma en eventuele wijzigingen daarvan. 4. Voor elke actie omvat het voortschrijdend werkprogramma, waar aangewezen: a) een beschrijving van het toepassingsgebied, de doelstellingen en het probleem of de mogelijkheid, met inbegrip van de verwachte begunstigden en de voordelen, en de organisatorische en technische aanpak; b) een analyse van de verwachte kosten en, waar aangewezen, de te bereiken mijlpalen. 5. Een project mag in iedere fase in het voortschrijdend werkprogramma worden opgenomen. Artikel 10 Begrotingsbepalingen 1. Er worden middelen vrijgemaakt naarmate de volgende specifieke mijlpalen worden bereikt: a) voor het opstarten van een studie, een begeleidende maatregel of de aanvangsfase van een project is de mijlpaal de opneming van het project in het voortschrijdend werkprogramma; b) voor het opstarten van de uitvoeringsfase van een project is de mijlpaal het projectcontract; c) voor het opstarten van de verdere operationele fase van een project is de mijlpaal het uitvoeringsverslag. 2. Eventuele mijlpalen die tijdens de uitvoeringsfase en tijdens de operationele fase moeten worden bereikt, worden in het voortschrijdend werkprogramma omschreven. 3. Als een project in het voortschrijdend werkprogramma wordt opgenomen tijdens de uitvoerings- of operationele fase, worden de middelen vrijgemaakt na de opneming in het voortschrijdend werkprogramma. 4. Wijzigingen van het voortschrijdend werkprogramma die betrekking hebben op toegewezen begrotingsmiddelen van meer dan 400 000 euro per actie, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 12, lid 2. 5. Het ISA-programma wordt uitgevoerd overeenkomstig de regels inzake overheidsopdrachten. Artikel 11 Financiële bijdrage van de Gemeenschap 1. De totstandbrenging en de verbetering van gemeenschappelijke kaders en generieke instrumenten wordt volledig uit het ISA-programma gefinancierd. Het gebruik van dergelijke kaders en instrumenten wordt door de gebruikers gefinancierd. 2. De totstandbrenging, de industrialisatie en de verbetering van gemeenschappelijke diensten wordt volledig uit het ISA-programma gefinancierd. De uitvoering van dergelijke diensten wordt volledig uit het ISA-programma gefinancierd voor zover het gebruik ervan de communautaire belangen kan dienen. In andere gevallen wordt het gebruik van de diensten, met inbegrip van het gebruik op gedecentraliseerde basis, door de gebruikers zelf gefinancierd. 3. Begeleidende maatregelen worden volledig uit het ISA-programma gefinancierd. Artikel 12 Comité 1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, het comité voor grensoverschrijdende interoperabiliteit (hierna “het CIO-comité” genaamd), dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door de Commissie. 2. Indien naar dit lid wordt verwezen, is de in artikel 4 van Besluit 1999/468/EG van de Raad, laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG van de Raad van 17 juli 2006, bepaalde beheersprocedure van toepassing, overeenkomstig artikel 7, lid 3, en artikel 8 van dat besluit. 3. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt drie maanden. 4. Het CIO-comité stelt zijn reglement van orde vast. Artikel 13 Monitoring en evaluatie 1. De Commissie controleert regelmatig de tenuitvoerlegging van het ISA-programma. Zij zoekt naar synergieën met andere communautaire programma's. De Commissie brengt jaarlijks verlag uit aan het CIO-comité over de tenuitvoerlegging van het ISA-programma. 2. De oplossingen worden om de twee jaar herzien. 3. Het ISA-programma wordt onderworpen aan een tussentijdse en een eindbeoordeling, waarvan de resultaten aan het Europees Parlement en de Raad worden meegedeeld tegen respectievelijk 31 december 2012 en 31 december 2015. Bij de beoordelingen worden de relevantie, de effectiviteit, de efficiëntie, het nut, de duurzaamheid en de coherentie van de ISA-acties bekeken en worden de prestaties afgewogen tegen de doelstelling van het ISA-programma en het voortschrijdend werkprogramma. Bij de eindbeoordeling wordt bovendien onderzocht in welke mate het ISA-programma haar doelstelling heeft bereikt. Bij de beoordelingen wordt ook onderzocht welke voordelen de acties de Gemeenschap hebben opgeleverd voor de bevordering van gemeenschappelijk beleid, worden eventuele gebieden waar verbetering mogelijk is, geïdentificeerd en worden synergieën gezocht met andere communautaire initiatieven op het gebied van grens- en sectoroverschrijdende interoperabiliteit. Artikel 14 Internationale samenwerking 1. Het ISA-programma staat open voor deelname van de landen van de Europese Economische Ruimte en de kandidaat-lidstaten, in het kader van hun respectieve overeenkomsten met de Gemeenschap. 2. De samenwerking met andere derde landen en internationale organisaties of organen wordt aangemoedigd, in het bijzonder in het kader van het Europees-mediterrane partnerschap, en met de buurlanden, met name de landen van de westelijke Balkan. De daaraan verbonden kosten worden niet door het ISA-programma gedekt. Artikel 15 Niet-communautaire initiatieven Behoudens ander communautair beleid mogen de door het ISA-programma ontwikkelde of gebruikte oplossingen ook benut worden door niet-communautaire initiatieven, voor zover dat geen extra kosten met zich meebrengt voor de communautaire begroting en voor zover de belangrijkste communautaire doelstelling van de oplossing niet in het gedrang komt. Artikel 16 Financiële bepalingen 1. Het financiële kader voor de tenuitvoerlegging van communautaire actie overeenkomstig dit besluit voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2015 bedraagt 164,1 miljoen euro, waarvan 103,5 miljoen euro bestemd is voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2013. Voor de periode na 31 december 2013 wordt het bedrag geacht te zijn bevestigd indien het in deze fase binnen het financiële kader blijft dat geldt voor de periode die in 2014 begint. 2. De begrotingsautoriteit staat binnen de grenzen van het financieel kader de jaarlijkse kredieten toe. Artikel 17 Inwerkingtreding Deze beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2015. Gedaan te Straatsburg, …. Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. BENAMING VAN HET VOORSTEL Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA). 2. ABM/ABB-KADER Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende activiteit(en): Informatie- en communicatietechnologie - Operationeel programma in het kader van titel 26 "Administratie van de Commissie" Activiteit: 26 03 Interoperabele levering van pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers. 3. BEGROTINGSONDERDELEN 3.1. Begrotingsonderdelen (beleidsuitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen)) inclusief omschrijving: 26 03 01 01 Interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA)[12] 26 01 04 01 Interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA) - Uitgaven voor administratief beheer 3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen: Duur: 1 januari 2010 - 31 december 2015 Betalingen uit de communautaire begroting mogen na 31 december 2015 plaatsvinden voor bedragen die tijdens de toepassingsperiode zijn toegezegd. 3.3. Begrotingskenmerken: Begrotings-onderdeel | Soort uitgave | Nieuw | Bijdrage EVA | Bijdragen kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruit-zichten | 26030101 | Niet verplicht | GK[13] | JA | JA | JA | 1A | 26010401 | Niet verplicht | NGK[14] | NEE | JA | JA | 1A | 4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN 4.1. Financiële middelen 4.1.1. Overzicht van de vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK) in miljoenen euro (tot op 3 decimalen) Soort uitgave | Punt nr. | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 e.v. | Totaal | Beleidsuitgaven[15] | Vastleggingskredieten (VK) | 8.1. | a | 23.00 | 25.20 | 26.00 | 26.10 | 28.50 | 30.50 | 159.3 | Betalingskredieten (BK) | b | 5.75 | 23.55 | 25.40 | 26.00 | 26.73 | 51.87 | 159.3 | Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag[16] | Technische & administratieve bijstand (NGK) | 8.2.4. | c | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 4.8 | TOTAAL REFERENTIEBEDRAG | Vastleggingskredieten | a+c | 23.80 | 26.00 | 26.80 | 26.90 | 29.30 | 31.30 | 164.1 | Betalingskredieten | b+c | 6.55 | 24.35 | 26.20 | 26.80 | 27.53 | 52.67 | 164.1 | Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen[17] | Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.5. | d | 2.141 | 2.191 | 2.191 | 2.191 | 2.191 | 2.191 | 13.097 | Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK) | 8.2.6. | e | 0.046 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.291 | Totale indicatieve kosten van de maatregel | TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven | a+c+d+e | 25.986 | 28.240 | 29.040 | 29.140 | 31.540 | 33.540 | 177.488 | TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven | b+c+d+e | 8.736 | 26.590 | 28.440 | 29.040 | 29.765 | 54.915 | 177.488 | De groei van het budget in de loop der jaren weerspiegelt de operationele kosten voor een brede waaier aan gemeenschappelijke diensten en generieke instrumenten, die ter beschikking staan van de diensten van de Commissie en van de lidstaten voor de implementatie van interoperabele grensoverschrijdende informatiesystemen. Medefinanciering Niet van toepassing. 4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering ( Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering. Voor de periode na 31 december 2013 wordt het bedrag geacht te zijn bevestigd indien het in deze fase binnen het financiële kader blijft dat geldt voor de periode die in 2014 begint. ( Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten. ( Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[18] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten). 4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten. 4.2. Personele middelen in voltijdequivalenten (VTE; ambtenaren, tijdelijk en extern personeel) – zie punt 8.2.1. Jaarlijkse behoeften | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | Totale personele middelen | 20 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN 5.1. Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien Het ISA-programma moet voldoen aan de behoeften aan gemeenschappelijke kaders, bewustmaking van de gevolgen op ICT-gebied van communautaire wetgeving, gemeenschappelijke diensten en herbruikbare generieke instrumenten. Deze behoeften zijn geïdentificeerd aan de hand van de uitwisseling van standpunten met de sectoren en de vertegenwoordigers van de lidstaten, de voorafgaande beoordeling en de formele raadpleging zoals gespecificeerd in de toelichting. De belangrijkste begunstigden van de activiteiten in het kader van het programma zijn de Europese overheidsdiensten. Ondernemingen en burgers zullen er indirect voordeel uit trekken. 5.2. Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie Alle activiteiten onder het ISA-programma vallen onder de gedeelde verantwoordelijkheid van de lidstaten en de Gemeenschap. Derhalve zal het ISA-programma slechts interveniëren indien er duidelijk een toegevoegde waarde op Europees niveau kan worden aangetoond, zoals bepaald in de toelichting. Het beheerscomité van het ISA-programma zorgt voor coherentie en complementariteit met de activiteiten op lidstaatniveau. Op communautair niveau moet de coördinatie tussen de diensten ervoor zorgen dat de activiteiten in de sectoren en het programma ter ondersteuning van het ICT-beleid van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (KCI) op elkaar afgestemd zijn met het oog op een zo groot mogelijke coherentie en zo veel mogelijk synergieën. Door de nauwe samenwerking en de coördinatie met de lidstaten en de sectoren kan aan de hand van het programma permanent beoordeeld worden wat de daadwerkelijke behoeften zijn, of de activiteiten evenredig zijn en of het subsidiariteitsbeginsel wordt gerespecteerd. Zoals uiteengezet in de toelichting zal het ISA-programma hoofdzakelijk een financiële en economische waarde toevoegen aan de communautaire steun en zal het bijdragen tot de versterking en de tenuitvoerlegging van communautaire beleidsmaatregelen en wetgeving, waardoor belangrijke synergieën ontstaan door grens- en sectoroverschrijdende coördinatie. Zoals eveneens uiteengezet in de toelichting worden de coherentie en de complementariteit met programma ter ondersteuning van het ICT-beleid van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (KCI) verzekerd en ook dit zal naar verwachting tot synergieën leiden. 5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM De algemene doelstelling van het ISA-programma is het bevorderen van efficiënte en effectieve elektronische grens- en sectoroverschrijdende interactie tussen Europese overheidsdiensten, waardoor elektronische overheidsdiensten kunnen worden geleverd ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van communautaire beleidsmaatregelen en activiteiten. Als dusdanig sluit de doelstelling aan bij alle communautaire beleidsmaatregelen en draagt zij bij tot de tenuitvoerlegging ervan. Meer bepaald wordt de interne markt ondersteund door het ontstaan van e-barriers te voorkomen, terwijl tegelijk de principes en de behoeften van de Lissabonstrategie worden ondersteund. Voor bijzonderheden over de verwachte resultaten en indicatoren: zie samenvatting van de voorafgaande beoordeling. 5.4. Wijze van uitvoering (indicatief) ( Gecentraliseerd beheer ( rechtstreeks door de Commissie ( gedelegeerd aan: ( uitvoerende agentschappen ( door de Gemeenschappen opgerichte organen als bedoeld in artikel185 van het Financieel Reglement ( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbare-dienstverleningstaak ( Gedeeld of gedecentraliseerd beheer ( met lidstaten ( met derde landen ( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke) Opmerkingen: 6. TOEZICHT EN BEOORDELING 6.1. Toezicht Er wordt voorzien in regelmatig toezicht op de tenuitvoerlegging van het programma, overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en de administratieve procedures van de Commissie. De controle omvat een jaarlijks verslag aan het beheerscomité over de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de activiteiten. Voor de controle van individuele projecten zijn gedetailleerde projectcontracten en uitvoeringsverslagen vereist, waaraan de resultaten zullen worden getoetst. De fondsen worden vrijgemaakt naarmate deze “mijlpalen” zijn bereikt. Voorts zullen de oplossingen om de twee jaar worden herzien. Aan de hand van programma-indicatoren die in de samenvatting van de voorafgaande beoordeling worden gespecificeerd, zullen de verwezenlijkingen regelmatig getoetst worden aan de doelstellingen en de resultaten. 6.2 Beoordeling 6.2.1. Voorafgaande beoordeling Via de voorafgaande beoordeling werd formeel nagegaan of de steun gebaseerd is op een coherente strategie die strookt met de behoeften en de problemen die zij verondersteld wordt aan te pakken. Zo kon ook worden verzekerd dat de steun complementair en coherent is met andere steunmaatregelen en dat bij de tenuitvoerlegging van het programma wordt voorzien in de noodzakelijke controle- en beoordelingssystemen met het oog op de tussentijdse beoordeling en de eindbeoordeling. Dit verklaart waarom de Commissie heeft gekozen voor een programma als bepaald in het voorstel, dat de verwachte toegevoegde waarde en effecten heeft. Tot slot krijgt men door de voorafgaande beoordeling ook een raming van de vereiste financiële en personele middelen en een projectschema met onder meer resultaten en indicatoren. De resultaten van de voorafgaande beoordeling zijn volledig geïntegreerd in het voorstel, overeenkomstig de resultaten van de raadpleging. Het volledige verslag is beschikbaar op http://ec.europa.eu/idabc/en/document/7706 en een samenvatting ervan is bij het financiële memorandum gevoegd. 6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse beoordeling of beoordeling achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan) In de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de beoordeling van de uitvoering van het IDABC-programma[19] wordt geconcludeerd dat de tussentijdse beoordeling tot voornamelijk positieve conclusies heeft geleid, hoewel toch gewezen wordt op een paar tekortkomingen, waarvan wordt aanbevolen er rekening mee te houden bij de tenuitvoerlegging van het IDABC-programma. Alle aanbevelingen die relevant zouden kunnen zijn voor het ISA-programma, worden in aanmerking genomen. Het volledige verslag over de tussentijdse beoordeling van IDABC is beschikbaar op http://ec.europa.eu/idabc/en/document/5707/3. 6.2.3. Vorm en frequentie van toekomstige beoordelingen Het ISA-programma wordt onderworpen aan een tussentijdse en een eindbeoordeling, waarvan de resultaten aan het Europees Parlement en de Raad worden meegedeeld tegen respectievelijk 31 december 2012 en 31 december 2015. De tussentijdse en de eindbeoordeling, alsook de noodzakelijke toewijzingen uit de begroting, worden opgenomen in het ISA-werkprogramma. 7. Fraudebestrijdingsmaatregelen Er is een groot aantal financiële en administratieve controlemechanismen voorzien. Het programma wordt ten uitvoer gelegd via overheidsopdrachten, overeenkomstig de in het Financieel Reglement bepaalde regels en procedures. Zij zijn gedurende het hele proces van toepassing en omvatten: - de opstelling van het werkprogramma, dat onderworpen is aan het advies van het beheerscomité, met mijlpalen voor het vrijmaken van de middelen, waardoor de verwezenlijkingen en de kosten kunnen worden gecontroleerd; - de opstelling van bestekken, waardoor de verwezenlijking van de vereiste resultaten en de gemaakte kosten kunnen worden gecontroleerd; - kwalitatieve en financiële analyse van de offertes; - betrokkenheid van andere diensten van de Commissie tijdens het hele proces; - controle van de resultaten en onderzoek van facturen vóór betaling, op verscheidene niveaus; - interne audit. 8. MIDDELEN 8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel [20] Vastleggingskredieten, in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Actie 1. | Totstandbrenging en verbetering van gemeenschappelijke kaders | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | Ambtenaren of tijdelijk personeel[23] (XX 01 01) | A*/AD | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | B*, C*/AST | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel[24] | 3 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel[25] | TOTAAL | 20 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | De behoeften aan personele en administratieve middelen zullen worden gedekt uit de toewijzing voor het DG dat met het beheer is belast, in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure. Bij de toewijzing van posten tijdens de periode 2014-2015 dient rekening te worden gehouden met een mogelijke herverdeling van posten tussen de diensten op grond van het volgende financiële kader. 8.2.2. Omschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien - De AD-posten zijn bestemd voor het daadwerkelijke beheer van het programma: opstelling van het werkprogramma, beheer van de begroting, beheer van de openbare aanbestedingen met betrekking tot de uitvoering van het programma, beheer van het contract met betrekking tot de uitvoering van het programma, follow-up van projecten en studies, contacten met de diensten van de Commissie en de deskundigen uit de lidstaten, organisatie van vergaderingen van deskundigen, workshops en conferenties. Hieronder vallen ook het eenheidshoofd, de juridisch adviseur van het programma en het secretariaat van het beheerscomité. - De AST-posten zijn bestemd voor ondersteuning op de volgende gebieden: - secretariaatstaken, organisatie van dienstreizen (2 personen); - begrotingsbeheer, aanbestedingen, contracten en betaling van facturen (2 personen); - verspreiden en meedelen van informatie (2 personen); - logistiek; organisatie van vergaderingen en workshops, uitnodigen van deskundigen, vergoeding van deskundigen, documentbeheer (1 persoon). - De gedetacheerde nationale experts leveren ondersteuning bij het eigenlijke beheer van het programma, ter aanvulling van de AD-posten, voornamelijk met betrekking tot de coördinatie met de lidstaten, de follow-up van projecten en studies en de organisatie van vergaderingen van deskundigen, workshops en conferenties. 8.2.3. Herkomst van het (statutaire) personeel ( Posten die momenteel zijn toegewezen voor het beheer van het programma en die moeten worden vervangen of uitgebreid (20 posten, waaronder drie posten voor gedetacheerde nationale experts waarvan het contract eind 2009 afloopt) ( Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n ( Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd ( Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling) ( Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen Opmerking : Door synergieën tussen de IDABC/ISA-eenheid en de diensten/ontwikkelingseenheden van het DG Informatica, wordt geschat dat 4 tot 6 posten die bij de voorafgaande beoordeling gepland werden voor de totstandbrenging/verrichting van diensten en instrumenten, niet nodig zullen zijn. 8.2.4. Andere administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag (XX 01 04/05 – Uitgaven voor administratief beheer) in miljoenen euro (tot op 3 decimalen) Begrotingsonderdeel (nummer en omschrijving) | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | TOTAAL | Andere technische en administratieve bijstand | - intern (dienstverleningscontracten)[27] | 0.4 | 0.4 | 0.4 | 0.4 | 0.4 | 0.4 | 2.4 | - extern | 2 Vergaderingen van deskundigengroepen, informatie en communicatie | 0.4 | 0.4 | 0.4 | 0.4 | 0.4 | 0.4 | 2.4 | Totaal Technische en administratieve bijstand | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 0.8 | 4.8 | 8.2.5. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoenen euro (tot op 3 decimalen) Soort personeel | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | Ambtenaren en tijdelijk personeel (XX 01 01) | 1.989 | 1.989 | 1.989 | 1.989 | 1.989 | 1.989 | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, personeel op contractbasis enz.) (vermeld begrotingsonderdeel) | 0.152 | 0.202 | 0.202 | 0.202 | 0.202 | 0.202 | Totaal Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen) | 2.141 | 2.191 | 2.191 | 2.191 | 2.191 | 2.191 | Berekening - Ambtenaren en tijdelijke functionarissen | Aantal posten als bepaald in punt 8.2.1, maal 117 000 euro per post. | Berekening - Uit artikel XX 01 02 gefinancierd personeel | Aantal posten als bepaald in punt 8.2.1, maal 50 578 euro per gedetacheerde nationale deskundige | 8.2.6. Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoenen euro (tot op 3 decimalen) 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | TOTAAL | XX 01 02 11 01 – Dienstreizen | 0.046 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.291 | XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen | XX 01 02 11 03 – Comités[28] | XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen | XX 01 02 11 05 – Informatiesystemen | 2 Totaal Andere beheersuitgaven (XX 01 02 11) | 0.046 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.291 | 3 Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel) | Totaal Andere administratieve uitgaven (die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen) | 0.046 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.049 | 0.291 | Berekening - Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen | 700 euro per dienstreis, 5 dienstreizen per jaar voor AD-personeel en gedetacheerde nationale deskundigen (bezoeken aan lidstaten, bekendmaking van resultaten in workshops en conferenties) | Samenvatting van de voorafgaande beoordeling (Volledig verslag beschikbaar op http://ec.europa.eu/idabc/en/document/7706 ) 1. METHODE DE VOORAFGAANDE BEOORDELING IS EEN PROCES TER ONDERSTEUNING VAN DE VOORBEREIDING VAN VOORSTELLEN VOOR NIEUWE OF VERNIEUWDE COMMUNAUTAIRE STEUN. ZIJ IS BEDOELD OM INFORMATIE TE VERGAREN EN ANALYSES UIT TE VOEREN MET HET OOG OP HET BEPALEN VAN DOELSTELLINGEN, OM ERVOOR TE ZORGEN DAT DIE DOELSTELLINGEN WORDEN BEREIKT, DAT DE GEBRUIKTE INSTRUMENTEN KOSTENEFFECTIEF ZIJN EN OM EEN LATERE BETROUWBARE BEOORDELING MOGELIJK TE MAKEN. De voorafgaande beoordeling voldoet aan de vereisten van artikel 27 van het Financieel Reglement[29], zoals gespecificeerd in artikel 21 van de Verordening van de Commissie inzake de uitvoeringsvoorschriften van het Financieel Reglement[30]. De voorafgaande beoordeling, die werd uitgevoerd door externe adviseurs, is gebaseerd op deskresearch, gesprekken en twee kleinschalige onderzoeken door de lidstaten en IDABC, alsmede workshops/werksessies. 2. ANALYSE VAN HET VRAAGSTUK EN EVALUATIE VAN DE BEHOEFTEN De pan-Europese dimensie van e-Government en het concept interoperabiliteit De lidstaten maken meer en meer gebruik van ICT in hun overheidsdiensten, om de effectiviteit en de efficiëntie te verhogen. Hoewel het gebruik van dergelijke e-Governmentdiensten op het niveau van de lidstaten toeneemt, blijft het op pan-Europees niveau laag. Wanneer de lidstaten grensoverschrijdend willen samenwerken ter ondersteuning van dergelijke diensten of van de tenuitvoerlegging van EU-wetgeving, is interoperabiliteit een absolute voorwaarde. Algemene beleidsprincipes die aan een nieuwe openbare interventie ten grondslag liggen In Europese strategieën en in het Europees beleid is reeds aangetoond en vastgesteld dat er behoefte is aan meer interoperabiliteit en efficiëntere en effectievere openbaredienstverlening. Nieuwe communautaire actie moet gebaseerd zijn op de principes die aan het huidige beleid en de huidige strategieën ten grondslag liggen (bv. verruiming van de interne markt en de Lissabonstrategie). Factoren die de grens- en sectoroverschrijdende interoperabiliteit bij e-Government belemmeren De pan-Europese dimensie van e-Government wordt belemmerd door diverse factoren; sommige daarvan houden verband met institutionele, culturele, juridische en politieke verschillen tussen de lidstaten, andere met het ontbreken van een pan-Europese benadering van gemeenschappelijke kwesties. Identificatie van doelgroepen en sleutelactoren Follow-upactie moet toegespitst zijn op de voornaamste begunstigden, met name de Europese overheidsdiensten, die door middel van interoperabiliteit hun efficiëntie en effectiviteit verhogen door een betere interactie met andere overheidsdiensten, met name andere lidstaten en sectoren, inzake pan-Europese kwesties. Ondernemingen en burgers zullen er indirect voordeel uit trekken. Behoeftenanalyse voor communautaire actie Aan sommige behoeften wordt reeds tegemoet gekomen in vorige en in lopende communautaire programma's, waaronder het IDA- en het IDABC-programma, wat geleid heeft tot gemeenschappelijke richtsnoeren en kaders, instrumenten, diensten en infrastructuren. Toekomstige acties dienen op deze inspanningen voort te bouwen. De behoefte aan nieuwe communautaire acties heeft twee aspecten: - de continuïteit en de duurzaamheid van de ontwikkelde oplossingen garanderen, en - tegemoet komen aan groeiende of nieuwe behoeften die door de lidstaten en/of de sectoren worden aangegeven. Dit zijn de huidige behoeften: - de coördinatiefunctie verzekeren - het bewustzijn verhogen - de dialoog met de stakeholders in de industrie bevorderen - de bestaande hulpmiddelen, diensten en infrastructuren versterken en opnieuw gebruiken - de gevolgen op ICT-gebied van communautaire wetgeving in kaart brengen - systemen voor de uitwisseling van gegevens en informatie beveiligen - gemeenschappelijke kaders, richtsnoeren en specificaties opstellen. 3. TOEGEVOEGDE WAARDE VAN DE BETROKKENHEID VAN DE GEMEENSCHAP Hoewel de wettelijke bevoegdheid voor het leveren van overheidsdiensten aan burgers en ondernemingen op nationaal niveau bij de lidstaten ligt, hebben de antwoorden op een onderzoek bij de leden van het IDABC-beheerscomité aangetoond dat men het erover eens is dat communautaire interventie een meerwaarde biedt. Bij de beoordeling van de behoefte aan communautaire actie werden ook tegenargumenten onderzocht, waardoor onder werd geconcludeerd dat: - pan-Europese organisatorische interoperabiliteit moeilijk te verwezenlijken is zonder interventie van de Europese Gemeenschap; - de technische infrastructuurdiensten, die zijn opgericht in het kader van voorbije en huidige programma's, zonder communautaire interventie zouden ophouden te bestaan, zodat de lidstaten en de sectoren naar individuele oplossingen zouden moeten zoeken; - gemeenschappelijke oplossingen die kunnen worden gedeeld door de overheidsdiensten in verschillende lidstaten, zonder communautaire interventie niet ontwikkeld zouden worden; - het de lidstaten heel wat moeite en geld zou kosten om de op Europees niveau bestaande coördinatiefunctie op lidstaatniveau tot stand te brengen. 4. DOELSTELLING VAN DE GEMEENSCHAP EN VERWACHTE RESULTATEN Uitgaande van de doelstellingen die door de Commissie en de lidstaten reeds op grond van de eerste gesprekken zijn geformuleerd, worden zes doelstellingen voor communautaire actie omschreven, één strategische en vijf operationele doelstellingen: - een Europees interoperabiliteitsbeleid ontwikkelen; - in de communautaire wetgeving meer rekening houden met ICT-aspecten; - het gebruik van gemeenschappelijke kaders bevorderen; - meer gebruik maken van gemeenschappelijke diensten; - meer gebruik maken van herbruikbare generieke instrumenten; - begeleidende maatregelen nemen ter ondersteuning van de acties. Voor elk van deze algemene doelstellingen zijn er in de voorafgaande beoordeling specifieke doelstellingen, verwachte resultaten en aanverwante indicatoren ontwikkeld. Het resultaat van deze exercitie kan als volgt schematisch worden weergegeven: Doelstellingen (activiteiten) | Verwachte resultaten | Indicatoren[31] | Totstandbrenging en verbetering van gemeenschappelijke kaders | Totstandbrenging van coherente kaders, op grond waarvan de lidstaten en de sectoren grens- en sectoroverschrijdende interoperabiliteit kunnen bespreken. Vlottere implementatie van pan-Europese overheidsdiensten (PEOD’s) | Aantal gemeenschappelijke specificaties, richtsnoeren, methodologieën, strategieën, enz. Onderzoeken (lidstaten & sectoren): Volledigheid Relevantie Gebruik Nationale en internationale referenties | Beoordeling van gevolgen op ICT-gebied van communautaire wetgeving | Vlottere tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving door in de ontwerpfase rekening te houden met ICT-aspecten Identificatie van de behoeften aan diensten en instrumenten voor de tenuitvoerlegging van de wetgeving Begrip van de ICT-aspecten van het EU-beleid Vlottere implementatie van PEOD’s | Aantal relevante wetgevingsbesluiten Aantal succesvolle contacten tussen sectoren en programma Aantal nieuwe vereiste oplossingen Aantal uitgevoerde oplossingen Onderzoeken (lidstaten & sectoren): Bewustzijn Volledigheid Relevantie Gebruik Actualiteit | Totstandbrenging, verbetering en verrichting van gemeenschappelijke diensten | Beschikbaarheid van een reeks gemeenschappelijke diensten die aan de behoeften van de sectoren en de lidstaten voldoen Professionele levering van een coherente reeks diensten Vlottere implementatie van PEOD’s | Benchmarking van de kwaliteit van de gemeenschappelijke diensten Aantal bekende gebruikers van de gemeenschappelijke diensten Onderzoeken (lidstaten & sectoren): Volledigheid Relevantie Gebruik Adequaatheid Projectspecifieke indicatoren (nog te bepalen) | Totstandbrenging en verbetering van herbruikbare generieke instrumenten | Beschikbaarheid van een reeks instrumenten die aan behoeften van de sectoren en de lidstaten voldoen Professionele levering van een coherente reeks instrumenten Vlottere implementatie van PEOD’s | Benchmarking van de kwaliteit van generieke instrumenten Aantal bekende gebruikers van generieke instrumenten Onderzoeken (lidstaten & sectoren): Volledigheid Relevantie Gebruik Adequaatheid Projectspecifieke indicatoren (nog te bepalen) | Tenuitvoerlegging van begeleidende maatregelen | Organisatie van de uitwisseling van informatie en het delen van beste praktijken | Verhoogd bewustzijn van beste praktijken Hergebruik van beste praktijken | Aantal platformgebruikers Aantal en grootte van de community’s Daadwerkelijk hergebruik, delen en samenwerking (“succesverhalen”) Onderzoeken (lidstaten & sectoren): Nut van het platform om informatie te vinden ervaringen te delen samenwerking op te starten | Verbetering van de coördinatiefunctie | Meer synergieën en minder dubbel werk Meer geharmoniseerde en coherente benaderingen Gemeenschappelijk begrip bij de stakeholders Meer grens- en sectoroverschrijdende samenwerking bij het ontwerpen van systemen | Succesverhalen Onderzoeken (lidstaten & sectoren): Zorgt het programma voor efficiënte coördinatie en samenwerking tussen de lidstaten en de sectoren? | Verhoging van de zichtbaarheid van gemeenschappelijke diensten en herbruikbare generieke instrumenten | Verhoogd bewustzijn van de gemeenschappelijke diensten door potentiële gebruikers (lidstaten en sectoren) bij het ontwerpen van PEOD’s Rekening houden met gemeenschappelijke diensten en instrumenten | Aantal contacten met het programma op initiatief van DG’s Aantal PEOD’s waarbij gebruikt wordt gemaakt van gemeenschappelijke diensten en instrumenten | Strategische en ondersteunings-activiteiten | Verbetering van het programma | Evaluatieverslagen | 5. MECHANISMEN EN INSTRUMENTEN VOOR DE TENUITVOERLEGGING VAN DE ACTIE Om de bovenvermelde doelstellingen te bereiken dienen bij de actie diverse soorten mechanismen, instrumenten en activiteiten te worden gebruikt. De instrumenten zijn dezelfde als die bij het IDABC-programma. 6. BESCHIKBARE BELEIDSOPTIES EN COHERENTIE VAN DE ACTIE Bij de voorafgaande beoordeling werden drie opties beoordeeld. Bij optie 1 werd ervan uitgegaan dat de activiteiten werden overgebracht naar een regelgevende instantie. Deze optie wordt niet aanbevolen, aangezien zij te hoge algemene kosten met zich mee zou brengen en niet tijdig ten uitvoer kan worden gelegd om eind 2009 operationeel te zijn. Een tweede optie is het programma over te dragen naar het ICT-ondersteuningsprogramma van het KCI, wat voor een zekere coherentie en eventueel synergieën van activiteiten zou kunnen zorgen. Ondanks de gemeenschappelijke kenmerken zijn er echter aanzienlijke verschillen in de doelstellingen, de prioriteiten, de plaats in de ontwikkelings-/productieketen, de tijdschema’s en de financieringsmechanismen. De voordelen van deze optie zouden absoluut teniet worden gedaan door de nadelen. Om deze redenen wordt in de voorafgaande beoordeling geconcludeerd dat de twee programma's niet moeten worden samengevoegd en wordt de aanvankelijke optie aanbevolen, met name een onafhankelijk programma. Niettemin is nauwe samenwerking op operationeel niveau nodig om het bewustzijn en de coördinatie te verzekeren, alsook op strategisch niveau bij het opstellen van de werkprogramma's, vooral tussen het vervolgprogramma en het ICT-ondersteuningsprogramma van het KCI, die ook moeten samenwerken wanneer werkgroepen worden opgericht. 7. OMVANG VAN DE KREDIETEN Er worden twee voorstellen voor de begroting van het vervolgprogramma gedaan. Voor de "lage" optie is een begroting vereist van 159 miljoen euro, terwijl voor de "hoge" optie een begroting van 220 miljoen euro is vereist, onderverdeeld per doelstelling: Doelstellingen | Miljoen euro Lage optie | Miljoen euro Hoge optie | 1. Een Europees interoperabiliteitsbeleid ontwikkelen | 3 | 6 | 2. Meer ICT-aspecten in de communautaire wetgeving opnemen | 6 | 12 | 3. Het gebruik van gemeenschappelijke kaders bevorderen | 9 | 12 | 4. Meer gebruik maken van gemeenschappelijke diensten | 99 | 124 | 5. Meer gebruik maken van herbruikbare generieke instrumenten | 18 | 30 | 6. Begeleidende maatregelen | 24 | 36 | Totaal | 159 | 220 | De minimale personeelsbehoefte voor het vervolgprogramma wordt geschat op 25 VTE’s; voor de “hoge” optie is dat 32. 8. CONCLUSIE Hoewel vorige programma’s al hebben bijgedragen tot de uitbreiding, de verruiming en de betere werking van de interne markt door ICT-oplossingen beschikbaar te stellen, en tot een efficiënte en effectieve samenwerking tussen Europese overheidsdiensten, is communautaire interventie nog steeds vereist om de continuïteit en de duurzaamheid van reeds bestaande acties te garanderen en om tegemoet te komen aan groeiende of nieuwe behoeften die door de lidstaten en de sectoren worden aangegeven. Doelstelling is: - een Europees interoperabiliteitsbeleid te ontwikkelen - meer ICT-aspecten in de communautaire wetgeving op te nemen - het gebruik van gemeenschappelijke kaders te bevorderen - meer gebruik te maken van gemeenschappelijke diensten en - meer gebruik te maken van herbruikbare generieke instrumenten. Rekening houdend met de activiteiten en de mechanismen die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken, is de meest aangewezen beleidsoptie de basisoptie, met name een vervolgprogramma. De begroting bedraagt 159 miljoen euro voor een "lage" optie en 220 miljoen euro voor een "hoge" optie. Het personeel dat nodig is om de opties te implementeren, bedraagt respectievelijk 25 en 32 personen. [1] PB L 144 van 30.4.2004, zoals gerectificeerd in PB L 181 van 18.5.2004, blz. 25. [2] PB L 203 van 3.8.1999, blz. 1. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004 van de Raad (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 1). PB L 203 van 3.8.1999, blz. 9. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004. [3] PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15. [4] [5] [6] [7] PB L 144 van 30.4.2004, zoals gerectificeerd in PB L 181 van 18.5.2004, blz. 25. [8] PB L 203 van 3.8.1999, blz. 1. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004 van de Raad (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 1). [9] PB L 203 van 3.8.1999, blz. 9. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004. [10] PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15. [11] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 1). [12] Dit nieuwe begrotingsitem vervangt het huidige begrotingsonderdeel 26 03 01 01 "Pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers (IDABC)". De voltooiing van IDABC-acties valt onder punt 26 03 01 02 "Voltooiing…". [13] Gesplitste kredieten. [14] Niet-gesplitste kredieten, hierna "NGK" genoemd. [15] Uitgaven die niet onder hoofdstuk xx 01 van de betrokken titel xx vallen. [16] Uitgaven in het kader van artikel xx 01 04 van titel xx. [17] Uitgaven in het kader van hoofdstuk xx 01, met uitzondering van de artikelen xx 01 04 en xx 01 05. [18] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord. [19] COM(2006) 610 definitief, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2006:0611:FIN:NL:HTML [20] In de voorafgaande beoordeling is sprake van "lage" en "hoge" opties; bij deze analyse wordt uitgegaan van de "hoge" optie voor activiteiten die door de lidstaten als het nuttigst worden beschouwd en van de "lage" optie voor de andere activiteiten (die niettemin door de lidstaten als nuttig worden beschouwd). [21] Zoals beschreven in punt 5.3. [22] De verhoging van de begroting vanaf 2014 is het resultaat van de ingebruikname van nieuwe diensten die tijdens de eerste jaren van het programma zijn ontwikkeld. [23] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt. [24] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt. [25] Waarvan de kosten door het referentiebedrag worden gedekt. [26] Verwijs naar het specifieke financieel memorandum voor de betrokken uitvoerende agentschappen. [27] Interne technische bijstand (zeer specifieke technische vaardigheden), om de diensten van de Commissie te ondersteunen bij de kwaliteitscontrole van de door de contractanten geleverde diensten en/of bij de opstelling van technische documenten. [28] 2 comitévergaderingen per jaar (2 maal 15 000 euro) zijn inbegrepen in punt 8.2.4.1. [29] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1, zoals gewijzigd. [30] PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1, zoals gewijzigd. [31] De indicatoren voor bepaalde activiteiten, bv. coördinatie- en samenwerkingsactiviteiten zijn, noodgedwongen, veeleer "zachte" indicatoren. Dit is toe te schrijven aan het feit dat hun directe effecten of resultaten moeilijk meetbaar zijn omdat (a) zij vaak veeleer indirect effect sorteren dan directe acties vormen, (b) zij derhalve moeilijk te onderscheiden vallen van omgevingsfactoren, en het dus moeilijk is om directe oorzakelijke verbanden te leggen en (c) het effect op de eindbegunstigden gewoonlijk afhangt van de verdere implementatie van oplossingen door de lidstaten en de sectoren.