This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52008PC0132
Proposal for a Council Decision on the approval on behalf of the European Community of the Protocol on Strategic Environmental Assessment to the 1991 UN/ECE Espoo Convention on Environmental Impact Assessment in a Transboundary Context
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de goedkeuring, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de goedkeuring, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991
/* COM/2008/0132 def. - CNS 2008/0052 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 11.3.2008 COM(2008) 132 definitief 2008/0052 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de goedkeuring, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991 (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Het uit 1991 daterende Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van de VN/ECE (het Verdrag van Espoo) heeft, voortbouwend op bestaande MER-wetgeving, procedures ingesteld voor het raadplegen van partijen die getroffen kunnen worden door grensoverschrijdende milieueffecten van voorgestelde projecten. Het verdrag is in werking getreden in 1997. De Europese Gemeenschap heeft het ondertekend op 26 februari 1991 en geratificeerd op 24 juni 1997. De voornaamste bepalingen van het verdrag zijn opgenomen in Richtlijn 97/11/EG. Het vermogen om negatieve milieueffecten te voorkomen op projectniveau kan worden beperkt door reeds in het kader van plannen of beleid genomen besluiten. Om deze reden wordt algemeen aanvaard dat een soortgelijk proces van rapportage op deze niveaus moet worden uitgevoerd. Dit proces is algemeen bekend onder de naam strategische milieueffectrapportage (SMER). Met het oog hierop moesten de partijen krachtens het Verdrag van Espoo reeds trachten voor zover nodig de beginselen van milieueffectrapportage toe te passen op beleid, plannen en programma's. De EU-wetgeving inzake SMER is opgenomen in Richtlijn 2001/42/EG betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (de 'SMER-Richtlijn'). De SMER-Richtlijn is van toepassing op een ruime categorie plannen en programma's, en bevat gedetailleerde eisen voor het beoordelen van en rapporteren over de milieueffecten van die plannen en programma's. De richtlijn bevat een bepaling over grensoverschrijdende effecten die op het Verdrag van Espoo is geïnspireerd. De vijfde ministersconferentie "Milieu voor Europa" die in mei 2003 in Kiev, Oekraïne, werd gehouden heeft haar goedkeuring gehecht aan het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991 (SMER-Protocol). De Commissie heeft het SMER-Protocol op 21 mei 2003 namens de Europese Gemeenschap ondertekend. De doelstellingen van het protocol zijn opgenomen in artikel 1. De doelstellingen zijn: zorgen voor een hoog niveau van bescherming van het milieu, inclusief gezondheid, en erop toezien dat deze doelstellingen worden opgenomen in maatregelen en instrumenten ter bevordering van een duurzame ontwikkeling. De materiële verplichtingen van het protocol zijn in drie groepen in te delen. In de eerste plaats zijn er de algemene bepalingen betreffende bijstand en voorlichting van het publiek, erkenning van en steun aan betrokken verenigingen, bevordering van de doelstellingen van het protocol op internationaal niveau en van de rechten van personen die hun rechten uitoefenen krachtens het protocol om niet te worden bestraft of gediscrimineerd op grond van staatsburgerschap enz. In de tweede plaats zijn er de bepalingen die betrekking hebben op de milieueffectrapportage over bepaalde plannen en programma's. Deze zijn in twee groepen ingedeeld; een groep (artikel 4, lid 2) waarvoor rapportage verplicht is behalve in enkele beperkte gevallen, en een groep (artikel 4, lid 3) waarvoor rapportage is vereist wanneer partijen van oordeel zijn dat zij significante effecten kunnen hebben. Er zijn gedetailleerde bepalingen betreffende de verschillende fasen van de milieueffectrapportage. In de derde plaats bouwt het protocol voort op de bepaling betreffende beleid in het Verdrag van Espoo door eisen in te stellen inzake beleid en wetgeving. De partijen moeten trachten te verzekeren dat milieu-, inclusief gezondheidspreoccupaties voor zover nodig in overweging worden genomen en geïntegreerd bij de voorbereiding van beleid en wetgeving die significante effecten kunnen hebben op milieu, inclusief de gezondheid. Hierbij moeten zij de passende beginselen en elementen van het protocol in overweging nemen. Zij moeten in voorkomend geval de praktische regelingen in dat verband bepalen en aan de vergadering van de partijen verslag uitbrengen over hun toepassing van deze eisen. De Europese Commissie is, in overeenstemming met haar strategie inzake duurzame ontwikkeling en betere regelgeving, voornemens artikel 13 van het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het Verdrag van Espoo uit te voeren via de effectbeoordelingsprocedures die zijn beschreven in de mededelingen over effectbeoordeling[1], die op evenwichtige wijze de economische, sociale en milieucomponenten van duurzame ontwikkeling benaderen. Verwijzingen in het protocol naar 'het milieu' gaan altijd vergezeld van de woorden 'inclusief de gezondheid'. De menselijke gezondheid is reeds opgenomen in de elementen van het milieu waarover informatie moet worden verstrekt in het krachtens de SMER-richtlijn vereiste milieurapport. Het versterken van de verwijzingen in het protocol is bedoeld om extra gewicht te geven aan een aspect van het milieu dat vaak wordt veronachtzaamd in de huidige MER's. Het is niet de bedoeling dat een medische beoordeling wordt uitgevoerd. Dit is duidelijk uit de definitie van 'milieu-, inclusief gezondheidseffect' , dat in wezen op dezelfde milieufactoren betrekking heeft als die welke volgens de richtlijn in de milieurapporten moeten worden behandeld. Meerdere aspecten van de EU-dimensie verdienen aandacht. De EG en haar lidstaten hebben een voortrekkersrol gespeeld bij de ontwikkeling van het concept en de praktijk van de SMER en zij dienen hun steun te bevestigen door de ratificering van het protocol. Na ratificatie zal de EG door de bepalingen van het protocol zijn gebonden voor zover haar activiteiten onder het toepassingsgebied van het protocol vallen. Indien de EG en de lidstaten het protocol zouden ratificeren, zou het door een voldoende aantal partijen (ten minste 16) zijn geratificeerd om in werking te treden. Gelet op bovenstaande overwegingen verdient het aanbeveling dat de EG haar goedkeuring hecht (zie artikel 1) aan het protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband. 2008/0052 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de goedkeuring, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991 DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 175, lid 1, in verbinding met artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en lid 3, eerste alinea, Gezien het voorstel van de Commissie[2], Gezien het advies van het Europees Parlement[3], Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 21 mei 2003, ter gelegenheid van de vijfde ministersconferentie "Milieu voor Europa" te Kiev, Oekraïne, 21-23 mei 2003, heeft de Commissie, namens de Europese Gemeenschap[4], het Protocol ondertekend betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991. (2) Het protocol zal een bijdrage leveren aan de milieubescherming door te voorzien in een beoordeling van de waarschijnlijke, significante milieu-, inclusief gezondheidseffecten, van plannen en programma's en, in voorkomend geval, beleid en wetgeving, waardoor milieu-, inclusief gezondheidspreoccupaties zullen worden geïntegreerd in maatregelen en instrumenten ter bevordering van een duurzame ontwikkeling. (3) Het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991 moet door de Europese Gemeenschap worden goedgekeurd, BESLUIT: Artikel 1 1. Het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage (het SMER-Protocol) bij het VN/ECE-Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991 wordt hierbij namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd, 2. De tekst van het SMER-Protocol is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 1. De voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd de persoon of personen aan te wijzen die bevoegd zijn om de akte van goedkeuring van het SMER-Protocol neer te leggen bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die als depositaris fungeert, zulks overeenkomstig artikel 22 van het Protocol. 2. Tegelijkertijd legt of leggen de aangewezen persoon of personen de bij dit besluit gevoegde bevoegdheidsverklaring neer overeenkomstig artikel 23, lid 5, van het Protocol. Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE Verklaring van de Europese Gemeenschap overeenkomstig artikel 23, lid 5, van het Protocol betreffende strategische milieurapportage De Europese Gemeenschap verklaart dat zij overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en met name artikel 175, lid 1, bevoegd is internationale verdragen te sluiten en de daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen voorzover die bijdragen tot het nastreven van de volgende doelstellingen: – behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu; – bescherming van de gezondheid van de mens; – behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen; – bevordering op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen. Voorts verklaart de Europese Gemeenschap dat zij, in verband met de aangelegenheden waarop het Protocol betrekking heeft, reeds juridische instrumenten heeft vastgesteld, waaronder Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's, die bindend zijn voor haar lidstaten en dat zij een door haar opgestelde en regelmatig bijgewerkte lijst van die juridische instrumenten bij depositaris zal indienen overeenkomstig artikel 23, lid 5, van het Protocol. De Europese Gemeenschap is verantwoordelijk voor het nakomen van de uit het protocol voortvloeiende verplichtingen die onder de EG-wetgeving vallen. De uitoefening van de bevoegdheden van de EG is uit de aard der zaak voortdurend in ontwikkeling. [1] Mededeling over effectbeoordeling (COM(2002) 276 definitief; mededeling "Betere regelgeving met het oog op economische groei en meer banen in de Europese Unie"COM(2005) 97 van 16 maart 2005; de op 15 maart 2006 bijgewerkte richtsnoeren van de Commissie inzake effectbeoordeling "Betere regelgeving en effectbeoordeling" (28 juni 2007). [2] PB C […] van […], blz. […]. [3] PB C […] van […], blz. […]. [4] Besluit van de Raad van 19 mei 2003.