Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52008DC0626

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Plaatselijke overheden als ontwikkelingsactoren {SEC(2008) 2570}

/* COM/2008/0626 def. */

52008DC0626




[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 8.10.2008

COM(2008) 626 definitief

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's

PLAATSELIJKE OVERHEDEN ALS ONTWIKKELINGSACTOREN {SEC(2008) 2570}

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

PLAATSELIJKE OVERHEDEN ALS ONTWIKKELINGSACTOREN

HET GROEIENDE BELANG VAN PLAATSELIJKE OVERHEDEN IN HET ONTWIKKELINGSBELEID

In het kader van een initiatief voor de wederopbouw van de markt in Majunga city op Madagaskar verstrekt de Franse stad Mulhouse haar zusterstad gedurende de wederopbouw knowhow en advies over het beheer en de organisatie van de marktactiviteiten. De kleine Italiaanse gemeente Santa Croce Sull'Arno (13 000 inwoners) heeft bijgedragen tot het opstarten van een geboorteregister in vijf gemeenten in Burkina Faso. Met de steun van het Burkinese ministerie van plaatselijk bestuur en decentralisatie zal dit experiment thans tot andere regio's worden uitgebreid.

Sinds de jaren negentig worden plaatselijke instanties steeds meer als actoren in het ontwikkelingsbeleid beschouwd[1]. Ook in de Europese Ontwikkelingsconsensus, de herziene overeenkomst van Cotonou en een aantal conclusies, resoluties en adviezen van EU-instellingen[2] wordt regelmatig gewezen op de belangrijke expertise van plaatselijke autoriteiten inzake dienstverlening, maar ook op hun katalysatorfunctie voor het stimuleren van verandering, conflictpreventie, decentralisatie en vertrouwensopbouw in het ontwikkelingsproces.

De plaatselijke overheden in sommige EU-lidstaten trekken aanzienlijke financiële middelen uit voor ontwikkeling (in Spanje vertegenwoordigen die bijna 15% van de nationale officiële ontwikkelingshulp) en hebben specifieke instrumenten voor steunverlening uitgewerkt (programma's, cofinancieringsinstrumenten, jumelage, directe samenwerkingsovereenkomsten). Er bestaat evenwel geen doordachte strategische aanpak op EU-niveau om de diverse aspecten van deze toegenomen betrokkenheid van de plaatselijke autoriteiten bij het EU-ontwikkelingsbeleid te bevorderen en te erkennen.

Gezien de toegenomen participatie, het volume van de ingezette financiële middelen en het groeiende aantal uiteenlopende actoren is het nodig deze evolutie te kwalificeren en te kwantificeren en de grondslagen te leggen voor een gecoördineerde aanzet tot een gestructureerde betrokkenheid van de plaatselijke overheden bij het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking. Een strategische aanpak op EU-niveau zal een nauwere coördinatie van de participatie van de plaatselijke overheden in het EU-ontwikkelingsbeleid bevorderen en tegelijk een erkenning van het subsidiariteitsbeginsel[3] inhouden.

Deze mededeling heeft bijgevolg een tweeledig doel. Aan de ene kant vormt zij een erkenning van het belang van dit vrij recente verschijnsel en aan de andere wil zij een eerste aanzet bieden tot het uittekenen van een strategie om de ervaring van de plaatselijke overheden als partners in het ontwikkelingsbeleid maximaal te benutten. De mededeling moet een proces opstarten dat de participatie van plaatselijke overheden in het opzetten en uitvoeren van ontwikkelingsactiviteiten op gecoördineerde en strategische wijze versterkt.

PLAATSELIJKE OVERHEDEN: WAT IS HUN BELANG?

Plaatselijke overheden in Europa

De term "plaatselijke overheid" verwijst naar een groot aantal uiteenlopende actoren op verschillende niveaus. Plaatselijke overheden in Europa omvatten meer dan 91 000 autoriteiten op plaatselijk niveau (gemeenten), 1 150 entiteiten op intermediair niveau (districten, provincies) en meer dan 100 regionale organen[4]. Sommige plaatselijke overheden hebben een werkelijke deconcentratie van de ontwikkelingsbevoegdheden van de centrale regering bereikt, terwijl de taken van andere instanties een aanvulling vormen op die van de centrale overheid. Bij sommige plaatselijke overheden vervult de gedecentraliseerde samenwerking een essentiële functie binnen hun strategie voor externe betrekkingen, terwijl die bij andere een neveneffect van hun groeiende aanwezigheid op de internationale scène vormt. Gedecentraliseerde samenwerking vindt meestal plaats in coördinatie met andere lokale actoren (zoals ngo's of universiteiten), maar omvat ook directe steun of steun via multilaterale partners (bijvoorbeeld de VN).

Het begrip "plaatselijke overheid" wordt in deze mededeling gebruikt in de ruimste zin van het woord en omvat het brede gamma van subnationale overheidsniveaus en -instanties: stedelijke en rurale gemeenten, districten, arrondissementen, provincies, regio's enz. Het mandaat, de financiering en de taken inzake ontwikkelingssamenwerking lopen sterk uiteen tussen en binnen de verschillende niveaus.

Het begrip "gedecentraliseerde samenwerking" verwijst hier naar de publieke en private steun die door en via plaatselijke overheden, netwerken en andere lokale actoren wordt verstrekt

Beleidsmakers en donoren op EU-niveau erkennen steeds meer de bijdrage van plaatselijke overheden tot het ontwikkelingsproces. Het wordt dan ook tijd na te denken over hoe deze expertise kan worden benut en hoe er kan worden gezorgd voor een meer doeltreffende communicatie en samenwerking tussen de actoren. De plaatselijke overheden hebben een hele reeks structuren opgezet om hun activiteiten te coördineren, schaalvoordelen te bereiken, hun werkzaamheden efficiënter te doen verlopen en op subnationaal, nationaal, Europees en internationaal niveau te worden gehoord. Het betreft onder meer verenigingen, fora, regionale en nationale waarnemingsposten en thematische of regionale netwerken.

Plaatselijke overheden in het ontwikkelingsbeleid

Bij de plaatselijke overheden bestaat een lange traditie van externe samenwerking en ontwikkelingswerk, vooral via jumelage. Het afgelopen decennium heeft zich daarin een radicale wijziging voltrokken. De gedecentraliseerde samenwerking is uitgegroeid tot een nieuwe en belangrijke dimensie van de ontwikkelingssamenwerking. Zij beslaat thans een groter aantal gebieden en is professioneler geworden, zij is gebaseerd op geïnstitutionaliseerde netwerken die contacten in de ontwikkelingslanden hebben en zij maakt gebruik van een hele reeks instrumenten in alle regio's van de wereld, wat tot een exponentiële stijging van de financiële toewijzingen heeft geleid (zie kader 1).

Kader 1 – Een nieuwe dimensie – Catalonië, Spanje

Het Catalaanse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking is in 2003 opgericht en is bevoegd voor het beheer van de ontwikkelingssamenwerking van de Catalaanse overheid, dat is gebaseerd op een alomvattend vierjarenplan met elf prioritaire landen op gebieden zoals toegang tot gezondheid en drinkwater; onderwijs; productiecapaciteit en onafhankelijke voedselvoorziening; vredesopbouw; gender; governance en mensenrechten; milieu. De Catalaanse begroting voor ontwikkelingssamenwerking is in de afgelopen drie jaar verdubbeld van in totaal 30,5 miljoen euro in 2004 naar iets minder dan 60 miljoen in 2007. Het streefdoel is uiterlijk in 2012 een begrotingstoewijzing van 0,7% van het belastbaar inkomen te bereiken, wat in totaal iets minder dan 80 miljoen euro vertegenwoordigt. De plaatselijke overheden kennen een grote mate van institutionele coördinatie. Vele plaatselijke overheden in Catalonië zijn betrokken bij gedecentraliseerde samenwerking. In totaal 290 plaatselijke overheden hebben het Catalaanse samenwerkingsfonds opgericht, dat hoofdzakelijk bestaat uit gemeenten maar ook raden, afvaardigingen, andere plaatselijke organen of ngo's en maatschappelijke organisaties.

Plaatselijke overheden dragen een unieke toegevoegde waarde bij aan de ontwikkelingsprocessen (kader 2). Afgezien van hun concrete werkzaamheden in ontwikkelingslanden spelen de plaatselijke overheden een belangrijke rol bij het aansporen van verschillende actoren om samen te werken met het oog op het bereiken van gemeenschappelijke ontwikkelingsdoelstellingen. Plaatselijke overheden zijn ook actief bezig met ontwikkelingsvoorlichting en met name bewustmaking en het zoeken naar extra steun. Plaatselijke overheden staan dicht bij de bevolking en zijn zichtbaar aanwezig ter plaatse. Zij kennen de plaatselijke behoeften en deskundigheid in traditionele sectoren die tot armoedebestrijding bijdragen, zoals stedenbouw, water en sanitaire voorzieningen, steun aan kwetsbare groepen en arme bevolkingsgroepen in afgelegen gebieden, waardoor zij een belangrijke bijdrage kunnen leveren tot het maximaliseren van de impact van de ontwikkelingsbijstand door bilaterale en multilaterale donoren (kader 3). Plaatselijke overheden hebben directe ervaring met en waardevolle kennis van ruimtelijke ordening, decentralisatie en versterking van het democratisch bestuur. De evolutie van het concept ontwikkelingsbijstand en de tenuitvoerlegging daarvan heeft verder bijgedragen tot de klemtoon op goed bestuur en democratisering, processen waarbij plaatselijke overheden een centrale rol spelen. Tegelijk hebben de plaatselijke overheden van de EU hun aanwezigheid op de internationale politieke scène en hun steunprojecten versterkt.

Kader 2 - De toegevoegde waarde van plaatselijke overheden

Een breed actieterrein :

Sociale sector: samenwerking tussen de stad Barcelona en Puebla (Mexico) in verband met geweld tegen vrouwen. De maatregelen in Puebla zouden ook in Barcelona kunnen worden gebruikt voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen in de Latijns-Amerikaanse immigrantengemeenschappen in Barcelona.

Sanering van stadswijken en herstel van bestaansmiddelen: Nedersaksen ondersteunt (samen met de Jayawickreme Foundation) vissersgezinnen in Weligama, Sri Lanka, waar de tsunami van 2006 huizen en bestaansmiddelen (boten en netten) heeft vernield.

Gezondheid: partnerschap tussen de regio Rhône-Alpes en de regio Khammouane/LAOS met deelname van verschillende categorieën partners zoals ngo's en universiteiten. Deelname van Catalonië aan een sectoraal gezondheidsprogramma in Mozambique.

Humanitaire solidariteit: Übach-Palenberg en een grote industriële donor zijn partners bij de bouw van een school in zuidelijk Sri Lanka, waar meisjes uit de door de tsunami getroffen regio kosteloos onderwijs kunnen volgen.

Katalysator van verandering : bij de uitvoering van een project voor de aanleg van een wijk in de stad Gaza heeft de stad Barcelona een participatieve aanpak bevorderd, waarbij zij erin geslaagd is Palestijnse gemeentelijke autoriteiten en vertegenwoordigers van de wijk tot samenwerking te overhalen. Er is een netwerk opgericht van de verschillende steden met samenwerkingsprojecten in Gaza (EuroGaza), dat ten minste eenmaal per jaar bijeenkomt om de activiteiten te coördineren.

Langdurige partnerschappen en jumelage : Leipzig heeft een partnerschap met de regio Ambalangoda (zuidelijk Sri Lanka) gecreëerd, dat is begonnen met fondsenwerving voor spoedhulp voor drinkwatervoorziening en elektriciteit en vervolgens is uitgebreid tot onderwijsprojecten en wederopbouw van technische en sociale infrastructuur.

Inspelen op plaatselijke behoeften : de regio Toscane heeft een langdurig samenwerkingsverband tussen Burkinese coöperaties opgezet voor de productie, afzet en levering van sperziebonen aan Italiaanse supermarkten zonder dat tussenschakels nodig zijn.

Partnerschappen met verschillende actoren : de jumelage tussen Nueva Guinea in Nicaragua en Sint-Truiden in Vlaanderen (België) is het resultaat van de inzet van het maatschappelijk middenveld in Sint-Truiden en Nueva Guinea. De gemeenteraad van Nueva Guinea heeft op deze jumelage voortgebouwd om stimulansen te geven aan projecten voor jongeren, milieu, onderwijs, ruimtelijke ordening en beheer, en een sterkere participatie van het maatschappelijk middenveld aan de werking van de plaatselijke overheden aan te moedigen.

Bewustmaking : de regio Rhône-Alpes steunt verschillende netwerken ter bevordering van eerlijke handel en de stad Barcelona werkt samen met het regionale onderwijsministerie van de regio Catalonië aan de uitwerking van leerplannen op ontwikkelingsgebied.

Deze voorbeelden houden een waaier aan mogelijkheden in voor de rol van plaatselijke overheden in het ontwikkelingsbeleid. Terzelfdertijd groeit, door het grote aantal actoren in combinatie met het uitgebreide toepassingsgebied, de complexiteit van het actieterrein, dat zich op verschillende niveaus situeert. Partnerschappen met verschillende actoren zijn daarbij zeer belangrijk, omdat zij de toegevoegde waarde van plaatselijke overheden en maatschappelijke organisaties combineren en het bevorderen van dit soort partnerschappen de mogelijkheid van sterke positieve effecten op de bijdrage van plaatselijke overheden inhoudt. Teneinde het potentieel van deze diversiteit te actualiseren en het risico van verdere versnippering van de ontwikkelingsbijstand te voorkomen moet goed worden nagedacht over de bijdrage van plaatselijke overheden tot de doeltreffendheid van de steun en de impact van de ontwikkelingsmaatregelen.

Dit opent mogelijkheden voor het opbouwen van meer strategische partnerschappen op lange termijn, die in bredere processen zijn geïntegreerd. Vooral nu de verbintenissen van de internationale gemeenschap voor ontwikkelingsfinanciering en het bereiken van de millenniumdoelstellingen er niet zo goed uitzien, is dit bijzonder belangrijk.

De Commissie heeft een grote bijdrage geleverd tot de steun voor de plaatselijke overheden in de EU en de partnerlanden, meer in het bijzonder door directe steun voor decentralisatie aan de hand van geografische programma's en gedecentraliseerde samenwerking via het thematisch programma "Niet-overheidsactoren en plaatselijke overheden in het ontwikkelingsproces"[5]. De versterking van de rol van plaatselijke overheden als ontwikkelingsactoren binnen de communautaire samenwerking stoelt op twee gronden: ten eerste een daadwerkelijke bijdrage leveren tot armoedebestrijding en het bereiken van de millenniumdoelstellingen en ten tweede het democratisch bestuur in de werkzaamheden op lokaal niveau integreren.

Sommige plaatselijke overheden mobiliseren aanzienlijke financiële middelen voor ontwikkeling (zie kader 3). Hoewel deze gegevens moeilijk te verzamelen zijn, is er duidelijk sprake van een stijgende tendens. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de bedragen die de Duitse plaatselijke overheden voor ontwikkeling uittrekken, gestegen zijn van 607 miljoen euro in 2003 naar 764 miljoen euro in 2006.

KADER 3: EEN AANZIENLIJKE FINANCIËLE BIJDRAGE[6] De begrotingen in de EU voor gedecentraliseerde samenwerking omvatten substantiële en snelgroeiende toewijzingen. Er bestaat geen gecumuleerde en bijgewerkte complete informatie over het financiële aandeel van plaatselijke overheden in de internationale samenwerking. De informatie is versnipperd en moeilijk te verzamelen. Dit kader geeft alleen maar een eerste beschrijving van deze tendens. De in punt 3.3.2. genoemde mogelijke acties zijn dus van essentieel belang. Vier EU-lidstaten – Spanje, Duitsland, België en Frankrijk – verstrekken aanzienlijke ontwikkelingsbijstand. Andere lidstaten geven geen uitsplitsing naar ontwikkelingssteun van plaatselijke overheden of zijn niet bij regelmatige activiteiten betrokken. BIJDRAGE VAN SPAANSE PLAATSELIJKE OVERHEDEN In 2006 verstrekten de plaatselijke overheden 442,8 miljoen euro officiële ontwikkelingshulp, wat overeenstemt met circa 14,8 % van de Spaanse officiële ontwikkelingshulp en een aanzienlijke nettostijging in de afgelopen vijf jaar vertegenwoordigt. Op regionaal niveau kunnen hiervoor over de periode 2004-2006 de volgende cijfers worden gegeven: Catalonië heeft zijn financiering van gedecentraliseerde samenwerking verdubbeld van 18,9 naar 44 miljoen euro. Navarra heeft zijn steun opgevoerd van 15,5 naar 16,4 miljoen euro en Cantabrië van 3,2 naar 4,4 miljoen euro. Bovendien hebben vijf gemeenten het internationale streefcijfer van 0,7% van het BNI (tegen 2012) aangenomen. BIJDRAGE VAN DUITSE PLAATSELIJKE OVERHEDEN De bijdrage van Duitse plaatselijke overheden vertegenwoordigde in 2006 10% van de officiële Duitse ontwikkelingshulp. De financiering van de gedecentraliseerde samenwerking door plaatselijke overheden is sterk gestegen: van 607 miljoen euro in 2003 naar 764 miljoen euro in 2006[7]. BIJDRAGE VAN BELGISCHE PLAATSELIJKE OVERHEDEN In België doet zich een soortgelijke tendens voor. De Belgische plaatselijke overheden vertegenwoordigen 4% van de officiële Belgische ontwikkelingshulp. De plaatselijke overheden hebben hun financiële toewijzingen voor gedecentraliseerde samenwerking gestadig opgevoerd: 53,5 miljoen euro in 2003; 58,2 miljoen euro in 2004; 63,5 miljoen euro in 2005 en 64, 9 miljoen euro in 2006. BIJDRAGE VAN FRANSE PLAATSELIJKE OVERHEDEN In Frankrijk zijn de financiële toewijzingen voor gedecentraliseerde samenwerking gestegen van 115 miljoen euro in 2005 naar 150 miljoen euro in 2007 (netto officiële ontwikkelingshulp), dat wil zeggen 1,5% van de officiële ontwikkelingshulp van Frankrijk[8]. Dit omvat de activiteiten van 3 250 plaatselijke overheden (regio's, departementen, gemeenten en intergemeentelijke structuren) die in 115 landen bijna 6 000 samenwerkingsverbanden hebben opgezet, waarvan 1 983 betrekking hebben op ontwikkelingssamenwerking. Zo bijvoorbeeld heeft de regio Rhône–Alpes 5,7 miljoen euro uitgetrokken in 2003 en 6,3 miljoen euro in 2005, terwijl de uitgaven van de regio Ile de France over dezelfde periode van 4,3 miljoen naar 5 miljoen euro zijn gestegen. |

3. PLAATSELIJKE OVERHEDEN IN HET ONTWIKKELINGSBELEID: NAAR EEN EU-STRATEGIE

In het kader van de betrekkingen met de ontwikkelingslanden moet de EU de uitwerking van een kader voor plaatselijke overheden als ontwikkelingsactoren bevorderen. Dat kader zou een erkenning vormen van de betekenis en het belang van deze opkomende ontwikkelingsdimensie, voortbouwen op de recente ontwikkeling van de steunarchitectuur, de waarde van gedecentraliseerde bijstand erkennen en de traditie en het belang van de activiteiten van plaatselijke overheden op ontwikkelingsgebied onderstrepen. Daartoe moedigt de Commissie de plaatselijke overheden aan om zich op Europees en nationaal niveau bezig te houden met beleidsuitstippeling en projecten op ontwikkelingsgebied.

Daarbij moet het kader worden toegespitst op de algemene beginselen die op internationaal niveau zijn aangenomen inzake ontwikkelingssamenwerking en de operationele omzetting daarvan in activiteiten van plaatselijke overheden, zoals: specifieke kenmerken per land, wat inhoudt dat de steun is toegesneden op de specifieke nationale context; eigen verantwoordelijkheid en partnerschap, rekening houdend met nationale processen en de nationale decentralisatiecontext; flexibiliteit en pragmatisme, wat een aanpassing aan de dynamiek van de hervormingsprocessen en inspelen op nieuwe uitdagingen en prioriteiten inhoudt; afstemming en harmonisatie, met inbegrip van complementariteit tussen donoren; opbouwen van strategische bondgenootschappen om de transactiekosten en de last voor de overheidsdiensten van de partners te verminderen. Dit zal een geleidelijk proces op lange termijn zijn, dat een alomvattende en groeiende steun vereist.

3.1. Plaatselijke overheden: een gestructureerde dialoog

Gezien het belang van hun aanwezigheid en activiteiten moeten plaatselijke overheden als subnationale actoren beter vertegenwoordigd zijn op de EU-scène. Plaatselijke overheden in de EU en in de partnerlanden kunnen zich organiseren om hun stem te doen horen binnen de verschillende internationale, bilaterale en multilaterale donorgroepen. Plaatselijke overheden moeten een grotere bekendheid geven aan de toegevoegde waarde die zij op diverse terreinen kunnen bieden, zoals de strijd tegen de klimaatverandering, conflictbeslechting of het bereiken van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Hierdoor zouden zij ook kunnen deelnemen aan bepaalde debatten/maatregelen waarvan zij tot nog toe zijn uitgesloten, met name in verband met doeltreffendheid van de steun. Zij zouden bijvoorbeeld de mogelijkheid moeten krijgen gebruik te maken van bestaande landenstrategiedocumenten of missieverslagen of deel te nemen aan de taakverdeling op lokaal niveau.

Op EU-niveau stelt de Commissie voor met de plaatselijke overheden een gestructureerde dialoog over het ontwikkelingsbeleid op te zetten. Deze dialoog zou kunnen plaatsvinden onder auspiciën van het Comité van de Regio's, aangezien dat tot taak heeft de plaatselijke overheden een stem op EU-niveau te verlenen, en zou ook de plaatselijke overheden en hun netwerken moeten omvatten. Deze dialoog zou de vorm kunnen aannemen van jaarlijkse bijeenkomsten met deelname van alle actoren in dit samenwerkingssysteem teneinde de netwerken te versterken, de doeltreffendheid van de steun te verhogen en te zorgen voor duurzaamheid van eenmalige en proefprojecten. Deze geprivilegieerde dialoog met het Comité van de Regio's zou niet uitsluiten dat met de plaatselijke overheden of hun verenigingen een bilaterale dialoog ad hoc over specifieke kwesties zou worden gevoerd.

In deze context zou de EU specifieke instrumenten kunnen ontwikkelen waardoor plaatselijke overheden aan die gestructureerde dialoog kunnen deelnemen en kunnen zorgen voor een meer doeltreffende, coherente, gecoördineerde, op andere terreinen toepasbare en complementaire basis voor hun werkzaamheden. De Commissie stelt als eerste stap de uitwerking voor van operationele richtsnoeren ter versterking van de deelname van plaatselijke overheden aan de programmering en uitvoering van de steun en de beleidsdialoog op het niveau van het partnerland en op regionaal en EU-niveau, waardoor de activiteiten van de Commissie worden gecomplementeerd[9].

3.2. Plaatselijke overheden in de ontwikkelingslanden

Plaatselijke overheden in de partnerlanden zijn eveneens van cruciaal belang, aangezien zij een sleutelpositie kunnen bekleden bij het versterken van het plaatselijke bestuur en het verstrekken van overheidsdiensten, in het bijzonder in het kader van de decentralisatie. Vele partnerlanden maken op dit ogenblik inderdaad een vorm van decentralisatie door. Bij deze processen doen zich vele problemen voor, en nauwere betrekkingen met de plaatselijke overheden in de EU-lidstaten zouden ertoe kunnen leiden die weg te werken.

Terreinen waarop plaatselijke overheden een comparatief voordeel kunnen hebben, zijn onder meer uitoefening van de plaatselijke democratie (met delegatie van bevoegdheden naar verkozen plaatselijke organen die een relatieve autonomie hebben) en plaatselijk bestuur (verschuiving van een uitsluitend verticale (opwaartse) verantwoordingsplicht naar een horizontale en neerwaartse verantwoordingsplicht, gekoppeld aan de beginselen van participatie, transparantie en verantwoording, waarbij het maatschappelijk middenveld een cruciale rol speelt), het uitwerken van nieuwe modellen voor plaatselijke (economische) ontwikkeling (waarbij plaatselijke autoriteiten een katalysatorfunctie hebben) en (regionale) ruimtelijke ordening zodat de plaatselijke ontwikkeling in een bredere ruimtelijke context wordt geïntegreerd en synergie tussen verschillende actoren van de particuliere en de openbare sector wordt gestimuleerd.

Gezien hun potentiële rol in de plaatselijke ontwikkeling en de problemen waarmee zij worden geconfronteerd, kunnen de plaatselijke overheden in de partnerlanden dus baat hebben bij een meer gestructureerde permanente dialoog over deze onderwerpen met hun partners in de EU en bij samenwerkingsactiviteiten ter ondersteuning van plaatselijke governance.

3.3. Plaatselijke overheden en samenwerking: bevordering van wederzijds begrip

De volgende elementen zouden de basis van de toekomstige aanpak van Europa kunnen vormen:

3.3.1. Lokale actoren – Doeltreffendheid van de steun en plaatselijke overheden in de EU

Binnen de complexe en meerlagige governance die hierboven is beschreven en die een veelheid aan actoren uit de EU en de partnerlanden omvat, wordt aan doeltreffendheid van de steun een centrale plaats toegekend binnen het debat over plaatselijke overheden als ontwikkelingsactoren . Het streven naar doeltreffendheid is des te noodzakelijker omdat weinig plaatselijke overheden internationaal vastgestelde doelstellingen of richtsnoeren voor het verstrekken van gecoördineerde ontwikkelingsbijstand nastreven. Sommige regio's en steden van de EU hebben zich verbonden tot de uitvoering van de verklaring van Parijs over doeltreffendheid van de steun (verklaring van Parijs), maar de grote meerderheid baseert haar ontwikkelingsactiviteiten nog steeds op de eigen bevoegdheden en prerogatieven. Er moeten dus vorderingen worden gemaakt bij essentiële aspecten van de agenda van de verklaring van Parijs, die net zo belangrijk zijn voor de ontwikkelingssamenwerking via plaatselijke actoren als voor de betrekkingen tussen donoren en partnerlanden. Het gaat er onder meer om de versnippering weg te werken door het in de praktijk toepasbaar maken van de beginselen van de EU-gedragscode inzake complementariteit en taakverdeling in het ontwikkelingsbeleid , het versterkt gebruik van systemen van de partnerlanden en het bevorderen van democratische eigen verantwoordelijkheid, terreinen waarop de plaatselijke overheden een belangrijke rol spelen.

De Commissie stelt daarom voor dat de lokale actoren de ontwikkelingssamenwerking op EU-niveau versterken ter ondersteuning van het plaatselijke bestuur , met inbegrip van plaatselijke overheden. Het doel zou zijn de coherentie, complementariteit en doeltreffendheid van verschillende lokale actoren te vergroten. De belangrijkste beginselen en werkwijzen die zij vrijwillig zouden kunnen hanteren, zijn de toepassing op plaatselijk niveau van de beginselen van de verklaring van Parijs, steun voor de lokale democratische governance, versterking van de nationale systemen als basis voor lokale governance en bevordering van de sociaaleconomische ontwikkeling. De betrokken actoren werken thans aan een document hierover, waarvan het laatste ontwerp bij deze mededeling is gevoegd. In Afrika is een soortgelijk initiatief opgestart: de resultaten daarvan zouden kunnen worden uitgewisseld tijdens de dialoog over democratische governance en mensenrechten in het kader van het strategisch partnerschap Afrika-EU.

3.3.2. Vaststellen van actoren en activiteiten

De ontwikkelingssamenwerking door plaatselijke overheden is een evoluerend concept waarbij het gebrek aan gegevens een bijzondere uitdaging vormt. Teneinde de betrokken actoren en activiteiten beter te identificeren met het oog op het definiëren van de nodige coördinatie en andere behoeften en het voorstellen van oplossingen moeten mechanismen worden vastgesteld voor een meer doeltreffende rapportage over de ontwikkelingssamenwerking van plaatselijke overheden . Dit zou kunnen gebeuren in de vorm van een atlas van de gedecentraliseerde samenwerking voor het in kaart brengen van de activiteiten, een compendium van goede praktijken of een observatiepost op basis van bestaande capaciteiten.

3.3.3. Opstarten van een "beurs" – onderlinge afstemming van vraag en aanbod

Versnippering, doublures en gebrek aan informatie vormen vaak grote hinderpalen die de impact en de mogelijkheden van de werkzaamheden van plaatselijke overheden beperken. Het zou nuttig zijn een systeem te creëren voor het verspreiden van informatie en het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod bij de ontwikkelingssamenwerking van plaatselijke overheden, teneinde deskundigheid en financiële middelen op elkaar af te stemmen, het netwerk van plaatselijke overheden in de EU die zich met territoriale samenwerking bezighouden, te versterken en partnerschappen te creëren. De Commissie stelt voor dat de EU haar steun verleent aan de oprichting van een platform voor informatie-uitwisseling, een zogenoemde "beurs", onder auspiciën van het Comité van de Regio's, waarbij belangrijke netwerken van plaatselijke overheden uit de EU en de partnerlanden betrokken zouden zijn.

Deze "beurs" zou moeten fungeren als contactorgaan tussen plaatselijke overheden in de EU en in de partnerlanden en zou een stimulans moeten vormen voor het creëren van nieuwe partnerschappen tussen plaatselijke overheden in de EU die partners zoeken voor de uitvoering van gedecentraliseerde samenwerkingsactiviteiten. Dit systeem zal ook bijdragen tot het opsporen van doublures en het concentreren van de samenwerking op maatregelen met toegevoegde waarde.

3.3.4. Netwerken in de EU en in de partnerlanden – versterking van partnerschappen/twinning tussen plaatselijke overheden

De versterking van de culturele en institutionele twinning tussen plaatselijke overheden in de EU en in de partnerlanden heeft geleid tot een hele reeks geslaagde partnerschappen. Vele partnerschappen waarop de gedecentraliseerde samenwerking is gebaseerd, vinden hun oorsprong in het twinningsproces. De Commissie stelt voor dat de EU steun verleent voor het uitbreiden van deze ontwikkelingspartnerschappen (twinning) teneinde de uitwisseling van ervaringen te versterken en nauwere ontwikkelingspartnerschappen op lange termijn te creëren.

De EU en de plaatselijke overheden in de EU moeten de rol van de nationale verenigingen van plaatselijke overheden in de partnerlanden ondersteunen , zodat zij overeenkomstig de beginselen van eigen verantwoordelijkheid en wederzijdse verantwoordingsplicht aan de politieke dialoog over hun land kunnen deelnemen (bijvoorbeeld bij de opstelling van landenstrategiedocumenten in samenwerking met de Europese Commissie). Steun voor nationale verenigingen van plaatselijke overheden in de EU en de partnerlanden is eveneens van belang om de interne wederzijdse verantwoordingsplicht tussen lokale en centrale overheidsinstanties te bevorderen.

4. VERDERE ONTWIKKELINGEN

In deze mededeling wordt gewezen op het belang van de recente opkomst van plaatselijke overheden als belangrijke ontwikkelingsactoren en wordt een eerste aanzet gegeven tot een strategie op EU-niveau. Het doel van de mededeling is een proces op gang te brengen waardoor de participatie van plaatselijke overheden aan het uitwerken en uitvoeren van ontwikkelingsactiviteiten op gecoördineerde en strategische wijze wordt versterkt.

De Commissie verzoekt bijgevolg de Raad, de lidstaten in het kader van de Raad bijeen, het Comité van de Regio's, het Europees Sociaal en Economisch Comité en het Europees Parlement met gebruikmaking van de hierboven geschetste instrumenten hun steun te verlenen voor de uitwerking van een alomvattende benadering van de functie van plaatselijke overheden binnen het ontwikkelingsproces op mondiaal, Europees en nationaal niveau.

[1] Hun rol werd formeel erkend op de VN-conferenties (Rio de Janeiro 1992, Istanbul 1996) over milieu, ontwikkeling en menselijke nederzettingen, de Millenniumtop 2000 en de Wereldtop van Johannesburg 2002 over duurzame ontwikkeling.

[2] Mededeling bestuur en ontwikkeling, COM(2003) 615 definitief; adviezen van het Comité van de Regio's over gedecentraliseerde samenwerking bij de hervorming van het beleid voor ontwikkelingssamenwerking van de EU, 2006/C115/09, en over het bestuur binnen de Europese consensus over het ontwikkelingsbeleid, 2007/C197/09. Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2007 over de rol van lokale overheden in ontwikkelingssamenwerking, 2006/2235 INI. Gemeenschappelijke strategie Afrika-EU en actieplan 2007. Mededeling van de Europese Commissie over de EU-strategie voor Afrika: naar een Europees-Afrikaans pact voor snellere ontwikkeling van Afrika, COM(2005) 489 definitief.

[3] Subsidiariteit is het organisatorische beginsel dat aangelegenheden op het aangewezen niveau moeten worden behandeld.

[4] Raad van Europese gemeenten en regio's: The state of Europe's local and regional government in 2006,uitg. 2007.

[5] Niet-overheidsactoren en plaatselijke overheden in het ontwikkelingsproces, COM(2006) 19.

[6] Het is moeilijk totale bedragen voor de steun van de plaatselijke overheden voor ontwikkelingssamenwerking te vermelden als gevolg van het uiteenlopende karakter van de actoren, de gediversifieerde en dynamische eigenschappen van de initiatieven en de daarvoor ontwikkelde middelen en instrumenten, en het feit dat de bestaande internationale nomenclatuur en classificatie (OESO/DAC) niet aan de specifieke kenmerken van deze vorm van gedecentraliseerde samenwerking zijn aangepast.

[7] 90% van deze bedragen houdt verband met studiekosten.

[8] Voor OESO/DAC is een bedrag van 60 miljoen euro opgegeven, maar de Délégation pour l'action extérieure des collectivités locales (DAECL-FR) raamt het totale bedrag op 115 miljoen euro.

[9] De steun van de Gemeenschap is in hoofdzaak verstrekt via geografische en thematische programma's en meer in het bijzonder het programma "Niet-overheidsactoren en plaatselijke overheden".

Top