This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52007PC0863
Communication from the Commission to the European Parliament pursuant to the second subparagraph of Article 251 (2) of the EC Treaty concerning the common position of the Council on the adoption of a Directive of the European Parliament and of the Council on waste (the Waste Framework Directive)
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen (kaderrichtlijn afvalstoffen)
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen (kaderrichtlijn afvalstoffen)
/* COM/2007/0863 def. - COD 2005/0281 */
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen (kaderrichtlijn afvalstoffen) /* COM/2007/0863 def. - COD 2005/0281 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 9.1.2008 COM(2007) 863 definitief 2005/0281 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen (kaderrichtlijn afvalstoffen) 2005/0281 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen (kaderrichtlijn afvalstoffen) (Voor de EER relevante tekst) 1. ACHTERGROND Toezending van het voorstel aan het EP en de Raad (document COM(2005) 667 definitief - 2005/281COD): | 26 december 2005 | Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: | 19 juni 2006 | Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: | 13 februari 2007 | Vaststelling van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad: | 20 december 2007 | 2. DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE Het algemene doel van dit voorstel is de bepalingen van de kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 75/442/EEG) te optimaliseren zonder de basisstructuur of de essentiële bepalingen ervan te wijzigen. De belangrijkste doeleinden van de herziening zijn: - vereenvoudiging en modernisering van de kaderrichtlijn afvalstoffen alsmede van Richtlijn 75/439/EEG inzake de verwijdering van afgewerkte olie en Richtlijn 91/689/EEG betreffende gevaarlijke afvalstoffen, waarvan de intrekking en gedeeltelijke integratie in de kaderrichtlijn afvalstoffen wordt voorgesteld, - invoering van een ambitieuzer en efficiënter afvalpreventiebeleid, met name door de lidstaten te verplichten om afvalpreventieprogramma's uit te werken, - stimulering van hergebruik en recycling van afval. 3. OPMERKINGEN BIJ HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 3.1 Algemene opmerkingen De Commissie heeft 48 van de 120 door het Europees Parlement in eerste lezing voorgestelde amendementen geheel, gedeeltelijk of in beginsel aanvaard. 54 amendementen zijn nu hetzij letterlijk, hetzij naar de geest in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt. De Commissie heeft alle amendementen aanvaard die een verduidelijking van de definities beogen of die nieuwe definities toevoegen voor in de artikelen gebruikte termen. De Commissie heeft de amendementen aanvaard die het begrip "afvalhiërarchie met vijf trappen" en het beginsel van de verantwoordelijkheid van de producent verduidelijken alsmede, in beginsel, de amendementen met streefcijfers inzake verdere recycling en hergebruik. De Commissie heeft geen amendementen aanvaard die het toepassingsgebied van de richtlijn beperken, de door de richtlijn geboden milieubescherming verzwakken, onevenredige administratieve lasten met zich meebrengen zoals amendementen met betrekking tot de definitie van "nuttige toepassing" of "gevaarlijke afvalstoffen", of die een wijziging beogen van vermeldingen in de bijlagen welke zijn onderworpen aan internationale overeenkomsten. De Raad heeft er nu mee ingestemd de meeste amendementen van het Parlement met betrekking tot bijproducten, de verantwoordelijkheid van de producent, het beginsel "de vervuiler betaalt" en aanvullende definities naar de geest over te nemen. De Commissie is van oordeel dat het op 20 december 2007 goedgekeurde gemeenschappelijk standpunt de fundamentele benadering en de doelstellingen van het voorstel niet wijzigt en dat het bijgevolg in zijn huidige vorm kan worden aanvaard. 3.2 Specifieke opmerkingen 3.2.1 Amendementen van het Europees Parlement die geheel, gedeeltelijk of in beginsel door de Commissie zijn aanvaard en geheel, gedeeltelijk of in beginsel in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt De amendementen 1, 7, 8, 14, 19, 20, 21, 23, 25, 27, 28, 30, 31, 34, 40, 44, 45, 47, 56, 64, 66, 77, 78, 90, 94, 101, 112, 131, 157, 168 en 173 zijn in mindere of meerdere mate in het voorstel verwerkt. Het betreft de toevoeging van aanvullende overwegingen of definities, verduidelijkingen, herziene comitologiebewoordingen, de specificatie van een afvalhiërarchie met vijf trappen met flexibele implementatie, en de invoering van artikelen inzake biologisch afval en tenuitvoerlegging en sancties. Amendement 141 is gedeeltelijk opgenomen voor wat betreft de bevordering van gescheiden inzameling van afval. Amendement 35 betreffende de (uitgebreide) verantwoordelijkheid van de producent is door de Commissie in beginsel aanvaard op een wijze die rekening houdt met de behoefte aan een goede werking van de interne markt. 3.2.2 Door de Commissie verworpen amendementen van het Parlement die volledig, gedeeltelijk of in beginsel in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt Amendement 5 inzake hergebruik is door de Commissie verworpen omdat dit de overwegingen op onjuiste milieudoelstellingen concentreert en de praktische gevolgen ervan niet duidelijk zijn. Het is echter gedeeltelijk in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt in een vorm die de toepassing ervan duidelijker maakt en die aansluit bij de afvalhiërarchie met vijf trappen. De amendementen 15, 134, 102, 123 en 126 hebben betrekking op het toepassingsgebied van de richtlijn. Zij zijn door de Commissie verworpen maar zijn gedeeltelijk in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt in een vorm die beperkter is of die preciezer is in de toepassing ervan, zodat de tekst aanvaardbaar is. De amendementen 39, 81, 82, 86 en 158 zijn door de Commissie verworpen omdat ze onverenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de Gemeenschap. Zij zijn gedeeltelijk in het gemeenschappelijk standpunt weergegeven door de toevoeging van verduidelijkingen en overwegingen. Amendement 59 inzake vergunningen is door de Commissie verworpen maar de geest van dit amendement is op aanvaardbare wijze in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt. De amendementen 107 en 121 zijn door de Commissie verworpen maar de geest van deze amendementen (een artikel over bijproducten) is in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt op een wijze die aansluit bij de interpretatieve mededeling van de Commissie van februari 2007 betreffende afvalstoffen en bijproducten[1] en is derhalve aanvaardbaar. De amendementen 67 en 151 zijn door de Commissie verworpen omdat zij slechts een herhaling waren van de bestaande tekst van de verordening betreffende het vervoer van afvalstoffen. De geest van deze amendementen is wel op een wettelijk zinvolle en dus acceptabele wijze verwerkt. De amendementen 4, 24, 36, 89 en 115 zijn door de Commissie om verschillende redenen verworpen. Ze zijn te vaag, voegen niets positiefs toe aan de tekst, leiden tot rechtsonzekerheid of onnodige administratieve lasten. Bepaalde elementen van deze amendementen zijn echter in beperkte mate in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt. 3.2.3 Door de Commissie en de Raad verworpen amendementen die niet in het gemeenschappelijk standpunt zijn verwerkt De amendementen 2, 3, 9, 10 12 en 13 zijn door beide instellingen verworpen en dus niet in het voorstel verwerkt. Deze amendementen betreffen voorstellen voor overwegingen die gericht zijn op onjuiste milieudoelstellingen of die te vaag zijn of voor het schrappen van overwegingen die elementen verduidelijken welke in het gemeenschappelijk standpunt zijn behouden. De amendementen 17, 26, 29 en 32 zijn door beide instellingen verworpen en niet in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen omdat zij betrekking hebben op aanvullende definities voor begrippen die niet in de tekst van het gemeenschappelijk standpunt zijn gebruikt of die tot verwarring met bestaande definities leiden. De amendementen 169, 48, 170 en 171 zijn door beide instellingen verworpen en niet in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen omdat het niet zinvol is de Europese afvalstoffenlijst aan de richtlijn toe te voegen of direct toepasbaar te maken en omdat de lijst bedoeld is voor de indeling van afvalstoffen en niet voor het verzamelen van gegevens. Amendement 37 is door beide instellingen verworpen en niet in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen omdat de afvalpreventiedoelstellingen te concreet zijn en daarom voor sommige lidstaten te moeilijk te verwezenlijken zijn en voor andere niet ambitieus genoeg zijn. Amendement 70 is verworpen omdat het van belang is dat de voortgang van de nationale afvalpreventieprogramma's kan worden gemeten. De amendementen 84, 85, 87 en 88 zijn door beide instellingen verworpen en niet in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen omdat ze onverenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de Gemeenschap. De amendementen 41, 103, 138 en 153 zijn door beide instellingen verworpen en niet in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen omdat ze inbreuk maken op het initiatiefrecht van de Commissie. De amendementen 43, 46, 52, 53, 54, 58, 65, 83, 91, 93, 108, 109 en 127 zijn door beide instellingen verworpen en niet in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen omdat zij zouden leiden tot rechtsonzekerheid en wellicht ook onnodige geschillen, of in het kader van deze richtlijn onwerkbaar of ongeschikt waren. De amendementen 50, 51, 52, 60, 61, 68, 71, 72, 79, 80, 161, 172 en 188 zijn door beide instellingen verworpen en niet in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen omdat zij onevenredige administratieve lasten met zich mee zouden brengen. De amendementen 98 en 113 zijn door beide instellingen verworpen en niet in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen omdat zij risico's vormen voor de gezondheid van mens en dier en het in de wetgeving betreffende de gezondheid van mens en dier vervatte verbod op het vervoederen van keukenafval aan varkens zouden opheffen. 3.2.4 Door de Commissie geheel, gedeeltelijk of in beginsel aanvaarde amendementen van het Parlement die evenwel niet in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt De amendementen 6, 11, 33, 38, 49, 62, 63, 69, 74, 92, 95-97, 104 en 140 zijn geheel, gedeeltelijk of in beginsel door de Commissie aanvaard maar niet in het voorstel verwerkt. Zij hebben betrekking op de taal in de overwegingen, veranderingen in de presentatie, aanvullende definities voor niet in de tekst van het gemeenschappelijk standpunt gebruikte begrippen, procedurele voorschriften, de bevordering van voorbereiding voor hergebruik, toevoegingen aan de lijst van bijlage IV met voorbeelden van afvalpreventiemaatregelen, tijdschema's voor de afvalpreventieprogramma's, doelstellingen voor afvalpreventie en recycling, en de termijn voor het bewaren van het register van gevaarlijke afvalstoffen. 3.2.5 Aanvullende wijzigingen van het voorstel door de Raad In artikel 2 worden, evenals in de wijzigingen overeenkomstig de amendementen van het Parlement, de uitsluitingen van niet-uitgegraven verontreinigde grond, radioactieve afvalstoffen, afgedankte explosieven en bepaalde landbouwgrondstoffen van het onvoorwaardelijk gemaakt en is er een uitsluiting toegevoegd voor sediment dat binnen oppervlaktewater wordt verplaatst. Bovendien wordt de uitsluiting van bepaalde landbouwgrondstoffen uitgebreid tot bosbouw. In artikel 2 worden dierlijke bijproducten van het toepassingsgebied van de richtlijn uitgesloten, behalve die welke bestemd zijn om te worden verbrand of gestort of voor gebruik in een biogas- of composteerinstallatie. In het kader van de komende herziening van Verordening (EG) nr. 1774/2002 inzake dierlijke bijproducten zal de Commissie het verschil verduidelijken tussen het gebruik van talg als brandstof voor thermische ketels en de verwijdering van talg, gelet op de toepassing van de richtlijn afvalverbranding. In artikel 3 is de definitie van "voorbereiding voor hergebruik" toegevoegd om het verschil te verduidelijken tussen het hergebruik van producten als een afvalpreventieactiviteit en het hergebruik van afvalstoffen als een afvalbeheeractiviteit. In artikel 3 quarter is het verband tussen de "einde-afvalfase"-procedure en de recyclingdoelstellingen uit hoofde van andere relevante afvalwetgeving gespecificeerd, alsook de situatie om vast te stellen wanneer zij niet langer als afvalstoffen worden aangemerkt indien op het niveau van de Gemeenschap geen afvalcriteria zijn vastgesteld. In artikel 5 is een verplichting ingevoerd voor gescheiden afvalophaling voor geval dit de nuttige toepassing vergemakkelijkt en dit uit technische, milieu- en economisch oogpunt haalbaar is. In de artikelen 5 en 6 zijn de comitéprocedures voor de invoering van een mechanisme dat de invoering van verdere efficiëntiecriteria en de verschuiving van milieutechnisch twijfelachtige operaties voor verwijdering naar nuttige toepassing, geschrapt. De tekst van artikel 7 bis stelt, naast de met de amendementen van het Parlement overeenkomstige afvalhiërarchie in vijf stappen, dat de hiërarchie moet worden toegepast met verwijzing naar de levenscyclusbenadering en algemene milieugevolgen, rekening houdend met het voorzorgs- en houdbaarheidsbeginsel, de technische uitvoerbaarheid en economische haalbaarheid, de bescherming van hulpbronnen, alsook met de globale effecten voor milieu en menselijke gezondheid en op economisch en maatschappelijk gebied. De artikelen 8 en 9 worden gewijzigd om duidelijk te maken dat de lidstaten producenten van producten verantwoordelijk kunnen stellen voor de kosten van het beheer van die producten wanneer ze afvalstoffen worden, of hen verantwoordelijk stellen voor wanbeheer van deze afvalstoffen. Artikel 10 wordt gewijzigd zodat de lidstaten overbrengingen naar gemeentelijke verbrandingsinstallaties, bestemd voor als nuttige toepassing ingedeelde verbranding, kunnen verhinderen indien vaststaat dat die overbrengingen ertoe zouden leiden dat in eigen land ontstaan afval moet worden verwijderd of dat afval zou zijn verwerkt op een wijze die niet in overeenstemming is met hun nationale afvalbeheerplan. Het verduidelijkt ook dat de beginselen van nabijheid en zelfverzorging niet betekenen dat iedere lidstaat zelf over alle faciliteiten voor definitieve nuttige toepassing moet beschikken. Een nieuw artikel 18 (2 bis) stelt dat de lidstaten nationale maatregelen mogen toepassen om nationale prioriteit te geven aan de regeneratie van afgewerkte olie en onder andere ook de grensoverschrijdende overbrenging van afgewerkte olie voor verbranding mogen beperken. Artikel 19 wordt gewijzigd om het oorspronkelijke artikel 20 daarin op te nemen en stelt dat de lidstaten de afvalvergunning in andere milieuvergunningen kunnen integreren indien aan de voorschriften van artikel 19 wordt voldaan. Artikel 25 bis wordt gewijzigd om het mandaat van de Commissie om uitvoeringsmaatregelen te nemen, nauwkeuriger te omschrijven. Artikel 26 wordt heringedeeld en enkele delen van de afvalbeheerplannen worden facultatief gemaakt. Artikel 26 bis wordt gewijzigd om afvalpreventiedoelstellingen voor de nationale afvalpreventieprogramma's facultatief te maken. Benchmarks voor die programma's worden echter verplicht. De termijn voor de eerste programma's wordt uitgesteld tot vijf jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn. Artikel 35 voorziet in een nieuwe uitvoeringsmaatregel: de eventueel noodzakelijke specificatie van de formule in bijlage II onder R1, om rekening te houden met plaatselijke klimaatomstandigheden. 4. CONCLUSIE De door de Raad ingevoerde wijzigingen dragen bij tot de verduidelijking van het voorstel op een groot aantal gebieden. Hoewel ze het voorgestelde vereenvoudigingspotentieel op bepaalde gebieden alsmede de artikelen over afvalpreventie, afvalbeheerplannen alsook bepaalde aspecten van de interne markt in verband met producten en afvalstoffen voor nuttige toepassing afzwakken, blijft de tekst in zijn geheel aanvaardbaar. De Commissie aanvaardt bijgevolg het op 20 december 2007 vastgestelde gemeenschappelijk standpunt. [1] COM(2007) 59 definitief.