This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52007PC0629
Proposal for a Council Regulation amending Regulation (EEC) No 3491/90 on imports of rice originating in Bangladesh
Voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3491/90 betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh
Voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3491/90 betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh
/* COM/2007/0629 def. - ACC 2007/0221 */
Voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3491/90 betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh /* COM/2007/0629 def. - ACC 2007/0221 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 23.10.2007 COM(2007) 629 definitief 2007/0221 (ACC) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3491/90 betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL - Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel heeft tot doel de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3491/90 van de Raad aan te passen om te verduidelijken welke elementen in aanmerking moeten worden genomen bij de berekening van de invoerrechten voor in het kader van die verordening geïmporteerde rijst van oorsprong uit Bangladesh. - Algemene context Sinds de vaststelling van Verordening (EEG) nr. 3491/90 zijn talrijke wijzigingen aangebracht aan de horizontale regels voor de in artikel 1 van die verordening bedoelde berekening van de invoerrechten, zonder dat de reeds genoemde verordening evenwel dienovereenkomstig werd gewijzigd. Hierdoor ontstaat het gevaar dat de regels op uiteenlopende wijze worden geïnterpreteerd. - Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3491/90 betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh[1] voorziet in de volgende verminderingen van de invoerrechten: " 1. "Bij invoer van oorsprong uit Bangladesh tot de bij artikel 2 vastgestelde hoeveelheden is de toe te passen heffing bij de invoer van rijst van de GN-codes 1006 10 (met uitzondering van code 1006 10 10), 1006 20 en 1006 30 gelijk aan de heffing bij de invoer van rijst uit derde landen verminderd met: a) voor padie van GN-code 1006 10, met uitzondering van code 1006 10 10: - 50%, en - een bedrag van 3,6 ecu; b) voor gedopte rijst van GN-code 1006 20: - 50%, en - een bedrag van 3,6 ecu; c) voor halfwitte en volwitte rijst van GN-code 1006 30: - het in artikel 14, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1418/76 (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1806/89 (3), bedoelde bedrag voor bescherming van de industrie, dat voor halfwitte rijst wordt omgerekend met behulp van het in artikel 19, onder a), derde streepje, van die verordening bedoelde percentage voor omrekening van volwitte rijst in halfwitte rijst, - 50% van de aldus verlaagde heffing, en - een bedrag van 5,4 ecu." De bepalingen voor de toepassing van deze verordening zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 862/91[2]; artikel 1 van de toepassingsverordening luidde oorspronkelijk als volgt: "De bedragen van de in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3491/90 bedoelde heffingen worden op grond van de overeenkomstig de criteria van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 1418/76 vastgestelde heffingen elke week door de Commissie vastgesteld." Dit artikel 1 is bij Verordening (EG) nr. 2123/95 van de Commissie[3] vervangen door de volgende tekst: "De bedragen van de in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3491/90 bedoelde douanerechten worden elke week door de Commissie vastgesteld aan de hand van de volgende criteria: - het invoerrecht voor padie van de GN-codes 1006 10, met uitzondering van GN-code 1006 10 10, is gelijk aan het in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde douanerecht, verminderd met 50 % en met 4,34 ecu; - het invoerrecht voor gedopte rijst van GN-code 1006 20 is gelijk aan het op grond van artikel 12, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1418/76 vastgestelde douanerecht, verminderd met 50 % en met 4,34 ecu; - het invoerrecht voor volwitte rijst van GN-code 1006 30 is gelijk aan het op grond van artikel 12, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1418/76 vastgestelde douanerecht, verminderd met 16,78 ecu, vervolgens met 50 % en met 6,52 ecu." Deze wijziging is vervolgens jaarlijks overgenomen bij Verordening (EG) nr. 1373/96[4], Verordening (EG) nr. 1407/97[5] en laatstelijk bij Verordening (EG) nr. 1482/98[6], met als rechtsgrond Verordening (EG) nr. 3290/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake de aanpassingen en de overgangsmaatregelen in de landbouwsector voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-ronde[7]. Op basis van deze rechtsgrond konden echter slechts tot 30 juni 1999 overgangsmaatregelen worden vastgesteld. Sinds 1 juli 1999 worden de in Verordening (EEG) nr. 3491/90 bedoelde douanerechten echter nog steeds berekend overeenkomstig de tekst van artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 862/91, zoals gewijzigd bij de Verordeningen (EG) nr. 2123/95, (EG) nr. 1373/96, (EG) nr. 1407/97 en (EG) nr. 1482/98. Feitelijk zijn de volgende in de Gemeenschapswetgeving vastgestelde elementen van toepassing, hoewel deze tot dusverre niet expliciet in Verordening (EEG) nr. 3491/90 zijn opgenomen: a) op grond van Verordening (EG) nr. 3290/94 zijn alle maatregelen die de invoer van landbouwproducten belemmerden, met inbegrip van variabele heffingen bij invoer, met ingang van 1 juli 1995 omgezet in douanerechten; b) om de belangen van Bangladesh niet te schaden, is op grond van Verordening (EG) nr. 2123/95 en volgende het in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3491/90 bedoelde bedrag voor bescherming van de industrie vervangen door een forfaitair bedrag van 16,78 ecu. Bovendien is het begrip "bedrag voor bescherming van de industrie" met ingang van 1 juli 2006 geschrapt op grond van de wijziging van Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt[8], die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 797/2006[9]; c) het mechanisme van de switch over (of de groene ecu) dat in 1984 in het communautaire agromonetaire stelsel werd ingevoerd, is op 1 februari 1995 afgeschaft. Op dat moment werden de in ecu uitgedrukte GLB-prijzen en -bedragen met een correctiefactor van 1,207509 verhoogd om de gevolgen van de terugkeer naar een realistisch niveau van de in de landbouw gebruikte koersen voor de omrekening in nationale valuta te neutraliseren. Deze bepalingen werden vastgesteld op grond van Verordening (EG) nr. 150/95 van de Raad[10] houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3813/92 betreffende de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast[11], welke laatstgenoemde verordening met ingang van 1 januari 1999 werd ingetrokken bij en vervangen door Verordening (EG) nr. 2799/98 van de Raad tot vaststelling van het agromonetaire stelsel voor de euro[12]. Bijgevolg is op de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3491/90 bedoelde bedragen met ingang van 1 februari 1995 een coëfficiënt van 1,207509 toegepast, wat overeenstemt met de bedragen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 862/91, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2123/95 en volgende. Verordening (EEG) nr. 862/91 is met ingang van 1 januari 2007 ingetrokken bij en vervangen door Verordening (EG) nr. 1964/2006, waarin geen enkele bepaling over de berekening van de rechten op de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh is vastgesteld. Verordening (EEG) nr. 3491/90 moet bijgevolg worden gewijzigd. - Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Het voorstel is bedoeld ter verduidelijking en is bijgevolg in overeenstemming met de doelstellingen van de Unie. 2. RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING - Raadpleging van belanghebbende partijen n.v.t. - Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. - Effectbeoordeling De voorgestelde bepalingen zijn een volledige weerspiegeling van de bepalingen die momenteel worden toegepast. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL - Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en) Dit voorstel heeft tot doel Verordening (EEG) nr. 3491/90 aan te passen in het licht van de wijzigingen die sinds de vaststelling van die verordening zijn aangebracht aan de horizontale regels inzake de berekening van de invoerrechten. - Rechtsgrondslag Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 133. - Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. - Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. - Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: verordening. Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn: dit voorstel betreft een wijziging van een bestaande verordening. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. 2007/0221 (ACC) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3491/90 betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3491/90 van de Raad van 26 november 1990 betreffende de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh[13] voorziet in verminderingen van de heffingen bij invoer van rijst van oorsprong uit dat land. Deze verminderingen stemden overeen, enerzijds, met de in ecu vastgestelde bedragen en, anderzijds, met het bedrag van het element voor bescherming van de industrie, als bedoeld in artikel 14, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1418/76 van de Raad van 21 juni 1976 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt[14]. (2) Sinds de vaststelling van die verordening zijn talrijke wijzigingen aan de desbetreffende horizontale regels aangebracht, zonder dat Verordening (EEG) nr. 3491/90 evenwel overeenkomstig werd gewijzigd. Dit kan tot uiteenlopende interpretaties leiden, aangezien de in artikel 1 van die verordening bedoelde elementen voor de berekening voor de invoerrechten moeten worden toegepast met inachtneming van de betrokken horizontale regels. (3) Meer bepaald zijn de variabele heffingen bij invoer met ingang van 1 juli 1995 omgezet in douanerechten naar aanleiding van de vaststelling van Verordening (EG) nr. 3290/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake de aanpassingen en de overgangsmaatregelen in de landbouwsector voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-ronde[15]. (4) Het begrip "bedrag voor bescherming van de industrie" is met ingang van 1 juli 2006 geschrapt naar aanleiding van de wijziging van Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt[16], die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 797/2006[17];. (5) Het switch over -mechanisme dat in 1984 in het communautaire agromonetaire stelsel werd ingevoerd om te voorkomen dat de landbouwwisselkoersen op dezelfde wijze zouden evolueren als de monetaire koersen, is met ingang van 1 februari 1995 afgeschaft bij Verordening (EEG) nr. 3813/92 van de Raad van 28 december 1992 betreffende de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast[18], zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 150/95 van de Raad. Aangezien Verordening (EEG) nr. 3813/92 met ingang van 1 januari 1999 is vervangen door Verordening (EG) nr. 2799/98 van de Raad van 15 december 1998 tot vaststelling van het agromonetaire stelsel voor de euro[19], zijn de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) vastgestelde en in ecu uitgedrukte prijzen en bedragen overeenkomstig verhoogd door toepassing van een correctiecoëfficiënt van 1,207509, om zo de gevolgen van de terugkeer naar een realistisch niveau van de in de landbouw gebruikte koersen voor de omrekening in nationale valuta te neutraliseren, en is bijgevolg op de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3491/90 bedoelde bedragen, met ingang van 1 februari 1995, dezelfde coëfficiënt van 1,207509 toegepast. (6) De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3491/90 moeten daarom worden aangepast om te verduidelijken welke elementen in aanmerking moeten worden genomen bij de berekening van de invoerrechten voor in het kader van die verordening geïmporteerde rijst van oorsprong uit Bangladesh. (7) Verordening (EEG) nr. 3491/90 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD/ Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 3491/90 wordt als volgt gewijzigd: 1) Artikel 1, lid 1, wordt vervangen door: "1. Bij invoer van oorsprong uit Bangladesh tot de bij artikel 2 vastgestelde hoeveelheden is het invoerrecht voor rijst van de GN-codes 1006 10 (met uitzondering van code 1006 10 10), 1006 20 en 1006 30 gelijk aan: - voor padie van GN-code 1006 10, met uitzondering van GN-code 1006 10 10, de in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde douanerechten, verminderd met 50 % en met een vast bedrag van 4,34 euro, - voor gedopte rijst van GN-code 1006 20, het op grond van artikel 11 bis van Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad* vastgestelde recht, verminderd met 50 % en met een bedrag van 4,34 euro; - voor halfwitte en volwitte rijst van GN-code 1006 30, het overeenkomstig artikel 11 quater van Verordening (EG) nr. 1785/2003 vastgestelde recht, verminderd met een vast bedrag van 16,78 euro, en vervolgens verminderd met 50 % en met een bedrag van 6,52 euro. * PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96." 2) Artikel 2, lid 1, wordt als volgt gewijzigd: a) in de eerste alinea wordt "de heffing" vervangen door "het invoerrecht"; b) in de tweede alinea wordt ", laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2325/88" geschrapt. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De voorzitter [1] PB L 337 van 4.12.1990, blz. 1. [2] PB L 88 van 9.4.1991, blz. 7. [3] PB L 212 van 7.9.1995, blz. 8. [4] PB L 178 van 17.7.1996, blz. 5. [5] PB L 194 van 23.7.1997, blz. 13. [6] PB L 195 van 11.7.1998, blz. 14. [7] PB L 161 van 26.6.1996, blz. 1. [8] PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96. [9] PB L 144 van 31.5.2006, blz. 1. [10] PB L 22 van 31.1.1995, blz. 1. [11] PB L 387 van 31.12.1992, blz. 1. [12] PB L 349 van 24.12.1998, blz. 1. [13] PB L 337 van 4.12.1990, blz. 1. [14] PB L 166 van 25.6.1976, blz. 1. Verordening ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 3072/95 (PB L 329 van 30.12.1995, blz. 18). [15] PB L 349 van 31.12.1994, blz. 105. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1340/98 (PB L 184 van 27.6.1998, blz. 1). [16] PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 797/2006. [17] PB L 144 van 31.5.2006, blz. 1. [18] PB L 387 van 31.12.1992, blz. 1. Verordening ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 2799/98 (PB L 349 van 24.12.1998, blz. 1). [19] PB L 349 van 24.12.1998, blz. 1.