Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52006PC0860

Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Europees Genderinstituut houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag

/* COM/2006/0860 def. - COD 2005/0017 */

52006PC0860

Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Europees Genderinstituut houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag /* COM/2006/0860 def. - COD 2005/0017 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 15.12.2006

COM(2006) 860 definitief

2005/0017 (COD)

ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot oprichting van een Europees Genderinstituut

HOUDENDE WIJZIGING VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIEovereenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag

2005/0017(COD)

ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot oprichting van een Europees Genderinstituut (Voor de EER relevante tekst)

1. INLEIDING

In artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag wordt bepaald dat de Commissie advies uitbrengt over de door het Europees Parlement in tweede lezing voorgestelde amendementen. Het standpunt van de Commissie over de door het Parlement aangenomen amendementen luidt als volgt.

2. PROCEDUREVERLOOP

Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad: COM(2005) 81 definitief – 2005/0017 (COD): 8.3.2005

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: 27.9.2005

Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: 14.3.2006

Indiening van het gewijzigde voorstel bij het Europees Parlement en de Raad: 8.5.2006

Politiek akkoord van de Raad over het gemeenschappelijk standpunt: 1.6.2006

Formele goedkeuring van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad: 18.9.2006

Indiening van de mededeling van de Commissie betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad bij het Europees Parlement: 21.9.2006

Advies van het Europees Parlement in tweede lezing: 14.12.2006

3. DOEL VAN HET VOORSTEL

Het instituut moet de lidstaten en de EU-instellingen, en met name de Commissie, technische ondersteuning bieden om voortgang te boeken met het communautair beleid voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen en dit beleid zo goed mogelijk uit te voeren.

In dit verband zal het zorg dragen voor de verzameling, analyse en verspreiding van objectieve, betrouwbare en op Europees niveau vergelijkbare gegevens, en de ontwikkeling van geschikte methodologische hulpmiddelen om het genderperspectief in het communautair beleid te integreren; het zal de uitwisseling van goede praktijken en de dialoog tussen de betrokkenen vergemakkelijken en de zichtbaarheid van dit beleid bij de Europese burgers vergroten.

Het voorstel sluit aan op de mededeling van 2002 over een kader voor regelgevende agentschappen en het ontwerp voor een interinstitutioneel akkoord betreffende deze agentschappen (voorgesteld in februari 2005 en momenteel in behandeling).

4. STANDPUNT VAN DE COMMISSIE MET BETREKKING TOT DE DOOR HET EUROPEES PARLEMENT IN TWEEDE LEZING AANGENOMEN AMENDEMENTEN

De amendementen die het Europees Parlement in tweede lezing op 14 december 2006 in plenaire vergadering heeft aangenomen, hebben betrekking op:

– de samenstelling van de raad van bestuur: een middelgrote raad van bestuur (18 vertegenwoordigers van de lidstaten en één van de Commissie), zonder dagelijks bestuur, waarbij de leden in volgorde van de voorzitterschappen rouleren;

– een ontwerp voor een gezamenlijke verklaring over de samenstelling van de raad van bestuur, waarin duidelijk is aangegeven dat de oplossing die voor het Instituut is gevonden geen precedent vormt voor andere op te richten agentschappen en waarin het roulatiesysteem voor de vertegenwoordigers van de Raad is uitgewerkt;

– het deskundigenforum is terug (27 door de lidstaten en twee door het Europees Parlement benoemde deskundigen alsmede drie vertegenwoordigers van de ngo's/sociale partners op Europees niveau);

– de benoeming van de directeur : de benoemingsprocedure wordt expliciet genoemd (dezelfde bepaling als in de EFSA-verordening) en de mogelijkheid dat de geselecteerde kandidaat door het Europees Parlement wordt ondervraagd wordt een verplichting;

– kleine aanpassingen in artikel 21 (evaluatie), waarbij het onderzoek naar de geschiktheid van de managementstructuur voor de uitvoering van de taken van het Instituut in de beoordeling wordt opgenomen, en in artikel 22 (herzieningsclausule).

Deze amendementen vloeien voort uit een compromis dat het Voorzitterschap van de Raad en de rapporteurs van het Europees Parlement met steun van de Commissie hebben gesloten zodat de verordening in tweede lezing kon worden goedgekeurd.

De Commissie vindt dit een evenwichtig compromis.

De raad van bestuur zal van beperktere omvang zijn; het compromis neemt de oplossingen waarvoor de Commissie in eerste lezing heeft gepleit over: een kleinere raad van bestuur zonder dagelijks bestuur, een roulatiesysteem voor de leden en de instelling van een advies/deskundigenforum.

Dankzij het roulatiesysteem en de gezamenlijke verklaring kunnen de lidstaten die bedenkingen hebben toch met een middelgrote raad van bestuur instemmen, terwijl de aanpassingen met betrekking tot de benoeming van de directeur, de herinvoering van het forum en de benoeming van twee deskundigen van het forum door het Europees Parlement aan het verzoek van het EP tegemoetkomen.

De Commissie kan de door het Europees Parlement in tweede lezing aangenomen amendementen aanvaarden.

5. CONCLUSIE

Overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag, wijzigt de Commissie haar voorstel zoals hierboven aangegeven.

Top