Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52006PC0646

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake wijziging van richtlijn 2006/…/EG inzake vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen

/* COM/2006/0646 def. - COD 2006/0210 */

52006PC0646

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake wijziging van richtlijn 2006/…/EG inzake vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen /* COM/2006/0646 def. - COD 2006/0210 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 24.10.2006

COM(2006) 646 definitief

2006/0210 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake wijziging van Richtlijn 2006/…/EG inzake vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. INLEIDING

Om verder uitstel van de inwerkingtreding van Richtlijn 2006/…/EG van het Europees Parlement en de Raad van […] 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen en afschaffing van Richtlijn 82/714/EEG van de Raad[1] te voorkomen moeten dringend de nodige maatregelen worden vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn overeenkomstig Besluit 1999/468/EG[2].

Richtlijn 2006/…/EG voorziet in invoering van geharmoniseerde voorwaarden voor de afgifte van technische binnenvaartcertificaten in het gehele binnenvaartnet van de Gemeenschap.

De technische voorschriften in de bijlagen bij Richtlijn 2006/…/EG zijn in hoofdzaak de bepalingen van het reglement betreffende scheepvaartinspecties op de Rijn in de versie die in 2004 is goedgekeurd door de lidstaten van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCNR). De voor de afgifte van binnenvaartcertificaten geldende voorwaarden en technische voorschriften uit hoofde van artikel 22 van de herziene Rijnvaartakte worden regelmatig aangepast en worden erkend als beantwoordend aan de huidige stand van de techniek.

Om concurrentievervalsing en ongelijke veiligheidsniveaus te vermijden is het, mede in het belang van harmonisatie op Europees niveau, wenselijk gelijkwaardige technische voorschriften voor het gehele binnenvaartnet van de Gemeenschap in te voeren en deze vervolgens regelmatig aan te passen om deze gelijkwaardigheid te handhaven.

Richtlijn 2006/…/EG moet, door middel van de comitéprocedure, de latere aanpassing mogelijk maken van de voorschriften aan de vooruitgang van de techniek en de ontwikkelingen voortvloeiende uit werkzaamheden van andere internationale organisaties, met name die van de CCNR. Artikel 20, eerste lid, tweede alinea bepaalt: “ De wijzigingen moeten snel hun beslag krijgen om te waarborgen dat de technische eisen waaraan moet worden voldaan bij de afgifte van het voor de Rijnvaart erkende communautair binnenvaartcertificaat een veiligheidsniveau opleveren dat gelijkwaardig is aan het niveau vereist bij afgifte van het in artikel 22 van de herziene Rijnvaartakte bedoelde certificaat”.

Ter bevordering van een snel verloop van de wijzigingen hebben de medewetgevers gekozen voor de raadplegingsprocedure als de meest geschikte van de procedures van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[3].

Met het oog op een grotere betrokkenheid van de medewetgevers bij het controleren van de uitvoeringsbesluiten voorziet Besluit 2006/512/EG van de Raad van 17 juli 2006[4] tot wijziging van Besluit 1999/468/EG van de Raad in een regelgevingsprocedure met controle (artikel 5bis van Besluit 1999/468/EG als gewijzigd).

Een ongedifferentieerde toepassing van deze procedure zou aanzienlijke vertraging opleveren bij de aanpassing van de bijlagen bij Richtlijn 2006/…/EG, iets wat bovenvermelde medewetgevers beslist niet willen. Omdat de regelgeving voor de Rijnvaart regelmatig moet worden aangepast, bestaat het gevaar dat vertragingen tot aanzienlijke verschillen zullen leiden tussen het veiligheidsniveau van de Rijnvaart en het veiligheidsniveau dat voor de overige vaarwegen van de Gemeenschap geldt. Dat zou een concurrentienadeel betekenen voor de communautaire scheepvaartondernemingen die op de Rijn willen varen. De doeltreffendheid van het op grond van Richtlijn 2006/…/EG afgegeven communautair binnenvaartcertificaat zou hiermee in het geding komen.

Om bovengenoemde redenen zal de Commissie bij de aanpassing van de bijlagen of de vaststelling van tijdelijke bepalingen de in artikel 5bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG voorziene urgentieprocedure moeten toepassen, om, ingevolge het conform advies van het comité, deze maatregelen te kunnen vaststellen en onmiddellijk uit te voeren. Verder moeten de in het kader van de regelgevingsprocedure met controle gebruikelijke termijnen ook voor alle overige maatregelen met betrekking tot veiligheid van de binnenvaart worden verkort.

2. DE WIJZIGINGEN VAN DE ARTIKELEN VAN DE RICHTLIJN

2.1. Artikel 19

Er moet een verwijzing worden toegevoegd naar de nieuwe regelgevingsprocedure met controle als voorzien in Besluit 1999/468/EG als gewijzigd in artikel 19 betreffende de comitéprocedure.

Zoals hierboven vermeld, moet de Commissie om wille van de veiligheid van de scheepvaart, om concurrentievervalsing te voorkomen en om snelle doorvoering van wijzigingen, als voorzien in artikel 20, eerste lid, tweede alinea van de richtlijn, mogelijk te maken, de urgentieprocedure, als voorzien in Besluit 1999/468/EG van de Raad als gewijzigd, kunnen toepassen. In het nieuwe lid 4, van artikel 19 worden artikel 5bis, leden 1, 2 en 6 en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing verklaard, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 daarvan.

In het nieuwe lid 3 van artikel 19 worden artikel 5bis, leden 1 t/m 4 en 5b, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing verklaard, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 daarvan. Om redenen van doeltreffendheid worden de in artikel 5bis, leden 3c, 4b en 4e van Besluit 1999/468/EG vastgesteld op 21 dagen voor lid 3c, op 15 dagen voor lid 4b en op een maand voor lid 4e.

2.2. Artikel 20

De aanpassing van de bijlagen volgens artikel 20, eerste lid, eerste alinea, van Richtlijn 2006/…/EG is een maatregel met een algemene strekking die tot doel heeft niet-essentiële onderdelen van het basisbesluit te wijzigen, en bepaalde onderdelen te schrappen dan wel aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen. Volgens artikel 2, lid 2, van Besluit 1999/468/EG van de Raad als gewijzigd worden deze maatregelen vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met controle.

Om hierboven vermelde redenen dient een verwijzing naar de in het nieuwe lid 4 van artikel 19 van de richtlijn voorziene urgentieprocedure te worden toegevoegd.

2.3. Bijlage II van de richtlijn, artikel 1.06

Artikel 1.06 van bijlage II van de richtlijn voorziet in de mogelijkheid om voorschriften van tijdelijke aard vast te stellen “ wanneer het nodig blijkt om, rekening houdend met de technische ontwikkeling van de scheepvaart in dringende gevallen toe te staan dat wordt afgeweken van de bepalingen van deze richtlijn, totdat zij gewijzigd is, of wel proefvaarten toe te staan ”.

Voor de vaststelling van dergelijke bepalingen dient een verwijzing te worden toegevoegd aan de urgentieprocedure als voorzien in het nieuwe lid 4 van artikel 19 van de richtlijn.

2.4. Bijlage II van de richtlijn, artikel 10.03bis en artikel 10.03ter

Artikel 10.03bis van bijlage II van de richtlijn voorziet in het gebruik van de comitéprocedure voor de erkenning van bijkomende regels met betrekking tot de typegoedkeuring van bepaalde blusinstallaties.

Artikel 10.03ter van bijlage II van de richtlijn voorziet in het gebruik van de comitéprocedure voor de toelating van bepaalde bijkomende blusmiddelen.

Omdat het hier om algemene maatregelen gaat en geen typische urgentiemaatregelen dient bij elk artikel een verwijzing te worden toegevoegd naar de regelgevingsprocedure met controle als voorzien in het nieuwe lid 3 van artikel 19 van de richtlijn.

2006/0210 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake wijziging van Richtlijn 2006/…/EG inzake vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en met name op artikel 71, eerste lid,

Gezien het voorstel van de Commissie[5],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [6],

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s[7],

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag[8],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 2006/…/EG[9] voert geharmoniseerde voorwaarden in voor de afgifte van technische certificaten voor binnenschepen in het gehele binnenvaartnet van de Gemeenschap.

(2) In de technische voorschriften die in de bijlagen van Richtlijn 2006/…/EG zijn opgenomen zijn grotendeels de bepalingen van het reglement betreffende scheepvaartinspecties op de Rijn in de door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCNR) in 2004 goedgekeurde versie overgenomen. De voorwaarden en technische voorschriften voor de afgifte van binnenvaartcertificaten uit hoofde van artikel 22 van het herziene Rijnvaartverdrag worden regelmatig aangepast en worden erkend als beantwoordend aan de huidige stand van de techniek.

(3) Om concurrentievervalsing en ongelijke veiligheidsniveaus te vermijden is het met het oog op harmonisatie op Europees niveau gewenst voor het gehele binnenvaartnet van de Gemeenschap gelijkwaardige technische voorschriften vast te stellen en deze vervolgens regelmatig aan te passen om deze gelijkwaardigheid te handhaven.

(4) Richtlijn 2006/…/EG machtigt de Commissie de voorschriften aan te passen aan de technische vooruitgang en de ontwikkelingen die voortvloeien uit de werkzaamheden van andere internationale organisaties, met name die van de CCNR, overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden die gelden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[10].

(5) Genoemde aanpassingen moeten snel worden doorgevoerd om te waarborgen dat de technische eisen waaraan bij afgifte van het communautair binnenvaartcertificaat moet worden voldaan een veiligheidsniveau opleveren dat gelijkwaardig is aan het niveau dat vereist is bij afgifte van het in artikel 22 van de herziene Rijnvaartakte bedoelde certificaat.

(6) Besluit 1999/468/EG is gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, dat de regelgevingsprocedure met controle invoert voor maatregelen van algemene strekking die wijzigingen beogen van niet-essentiële onderdelen van een basisbesluit dat vastgesteld is volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag door bepaalde onderdelen daarvan te schrappen of ze aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen.

(7) Derhalve dient de regelgevingsprocedure met controle te worden gebruikt voor algemene maatregelen die wijziging beogen van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2006/…/EG.

(8) Om redenen van doeltreffendheid moeten de voor een regelgevingsprocedure met controle gebruikelijke termijnen worden verkort.

(9) Om het veiligheidsniveau van de scheepvaart niet in gevaar te brengen en concurrentievervalsing binnen de interne markt te voorkomen moet de in artikel 5bis, lid 6, van 1999/468/EG voorziene urgentieprocedure worden toegepast bij elke aanpassing van de bijlage van Richtlijn 2006/…/EG aan de ontwikkelingen op dit gebied die voortvloeien uit de werkzaamheden van andere internationale organisaties, met name die van de CCNR, alsmede bij de vaststelling van tijdelijke bepalingen.

(10) Richtlijn 2006/…/EG moet derhalve worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2006/…/EG wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan artikel 19 worden onderstaande leden 3 en 4 toegevoegd:

“3. Wanneer wordt verwezen naar dit lid, zijn artikel 5bis, de leden 1 t/m 4 en 5b en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5bis, leden 3c, 4b en 4e van Besluit 1999/468/EG voorziene termijnen worden respectievelijk vastgesteld op 21 dagen, 15 dagen en een maand.

4. Wanneer wordt verwezen naar dit lid, zijn artikel 5bis, leden 1, 2 en 6 en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 daarvan.

Wanneer de door de Commissie geplande maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, of indien een advies ontbreekt, wordt de procedure van lid 3 toegepast.

2. Artikel 20 wordt vervangen door de volgende tekst:

Artikel 20

Aanpassing van de bijlagen en aanbevelingen betreffende de voorlopige certificaten

1. Iedere wijziging die nodig is om de bijlagen bij deze richtlijn aan te passen aan de vooruitgang van de techniek of aan de uit de werkzaamheden van andere internationale organisaties, met name de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (hierna “CCNR” genoemd) voortvloeiende ontwikkelingen op dit gebied, om erop toe te zien dat de afgifte van de twee in artikel 3, lid 1, onder a) bedoelde certificaten gebaseerd is op technische voorschriften die een gelijkwaardig veiligheidsniveau waarborgen wordt vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 4 van regelgevingsprocedure met controle.

De wijzigingen moeten snel hun beslag krijgen om te waarborgen dat de technische eisen waaraan moet worden voldaan bij de afgifte van het voor de Rijnvaart erkende communautair binnenvaartcertificaat een veiligheidsniveau opleveren dat gelijkwaardig is aan het niveau vereist bij afgifte van het in artikel 22 van de herziene Rijnvaartakte bedoelde certificaat.

2. Iedere maatregel in verband met de in artikel 5 bedoelde gevallen wordt door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 19, lid 2.

3. Inzake de aanbevelingen van het comité voor de afgifte van de tijdelijke communautaire binnenvaartcertificaten besluit de Commissie overeenkomstig bijlage II, artikel 2.19.”

3. Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 1.06 wordt vervangen door de volgende tekst:

“Voorschriften van tijdelijk aard

Er kunnen bepalingen van tijdelijke aard worden uitgevaardigd volgens de regelgevingsprocedure met controle van artikel 19, lid 4, van deze richtlijn wanneer het nodig blijkt om, rekening houdend met de technische ontwikkeling van de scheepvaart in dringende gevallen toe te staan dat wordt afgeweken van de bepalingen van deze richtlijn, totdat zij gewijzigd is, of wel proefvaarten toe te staan. Deze voorschriften moeten worden gepubliceerd en mogen niet langer dan drie jaar gelden. Zij treden in alle lidstaten tegelijk in werking en worden op dezelfde wijze afgeschaft.”

2. Artikel 10.03bis, lid 5, wordt vervangen door de volgende tekst:

“5. Installaties die een kleinere hoeveelheid water sproeien moeten beschikken over een typegoedkeuring op grond van de IMO-resolutie A 800 (19) of een andere norm die erkend is volgens de regelgevingsprocedure met controle van artikel 19, lid 3, van deze richtlijn . De typegoedkeuring wordt uitgevoerd door een erkend classificatiebureau of door een gemachtigde testinstelling. De gemachtigde testinstelling moet voldoen aan de Europese normen inzake de algemene eisen aan de kundigheid van test- en kalibreerlaboratoria (EN ISO/CEI 17025: 2000).”

3. Artikel 10.03ter, lid 1, wordt vervangen door de volgende tekst:

“1. Blusmiddelen

In machinekamers, ketelruimen en pompkamers mogen ter bescherming van deze ruimten in vast gebouwde brandblusinstallaties de volgende blusmiddelen worden gebruikt:

a) CO2 (koolstofdioxide);

b) HFC 227 ea (heptafloorpropaan);

c) IG-541 (52 % stikstof, 40 % argon, 8 % koolstofdioxide).

Andere blusmiddelen worden alleen toegestaan volgens de regelgevingsprocedure met controle van artikel 19, lid 3 , van deze richtlijn.”

Artikel Omzetting

1. De lidstaten die beschikken over binnenwateren als bedoeld in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2006/…/EG doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om met ingang van …[11] aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen wordt hierin naar de richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle bepalingen van nationaal recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. De Commissie zal de lidstaten hiervan op de hoogte brengen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op … [dezelfde dag als Richtlijn 2006/…/EG] .

Arti kel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten die beschikken over binnenwateren als bedoeld in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2006/…/EG.

Gedaan te Brussel

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

[1] PB C van , blz. .

[2] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

[3] PB L 184 van 17.7.1999,blz. 23.

[4] PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11.

[5] PB C van, blz. .

[6] PB C van, blz. .

[7] PB C van, blz. .

[8] PB C van, blz. .

[9] PB C van, blz. .

[10] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

[11] Twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Top