This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52005SC0144
Recommendation for a Council opinion in accordance with the third paragraph of Art. 5 of Council Regulation (EC) No 1466/97 of 7 July 1997 On the updated stability programme of France, 2004-2008
Aanbeveling voor een advies van de Raad overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Frankrijk voor de periode 2004-2008
Aanbeveling voor een advies van de Raad overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Frankrijk voor de periode 2004-2008
/* SEC/2005/0144 def. */
Aanbeveling voor een advies van de Raad overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Frankrijk voor de periode 2004-2008 /* SEC/2005/0144 def. */
Brussel, 2.2.2005 SEC(2005) 144 definitief Aanbeveling voor een ADVIES VAN DE RAAD overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Frankrijk voor de periode 2004-2008 (door de Commissie ingediend) TOELICHTING In Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid[1] is bepaald dat deelnemende lidstaten, dat wil zeggen de lidstaten die de eenheidsmunt hebben aangenomen, vóór 1 maart 1999 bij de Raad en de Commissie een stabiliteitsprogramma moesten indienen. Overeenkomstig artikel 5 van deze verordening diende de Raad elk stabiliteitsprogramma te onderzoeken op basis van evaluaties door de Commissie en het bij artikel 114 van het Verdrag ingestelde comité (het Economisch en Financieel Comité). Op basis van een aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité bracht de Raad vervolgens advies uit na zelf het programma te hebben onderzocht. Ingevolge de verordening moeten de lidstaten jaarlijks een geactualiseerd stabiliteitsprogramma indienen, dat eveneens volgens deze zelfde procedure door de Raad kan worden onderzocht. Aangezien het overheidstekort in 2002 meer dan 3% van het BBP bedroeg, besloot de Raad op 3 juni 2003 dat er in Frankrijk een buitensporig tekort bestond en beval hij aan dit tekort uiterlijk tegen 2004 weg te werken. In haar op 14 december 2004 goedgekeurde mededeling aan de Raad met als titel "Stand van zaken in Duitsland en Frankrijk wat hun verplichtingen onder de buitensporigtekortprocedure betreft na het arrest van het Hof van Justitie"[2], concludeerde de Commissie dat 2005 moest worden beschouwd als relevante uiterste termijn om het buitensporige tekort te corrigeren. Op basis van de in de begroting 2005 aangegeven maatregelen en van de najaarsprognoses 2004 van de diensten van de Commissie stelde de Commissie in haar mededeling dat de door de Franse autoriteiten genomen maatregelen in grote lijnen toereikend leken te zijn om het buitensporige tekort tegen 2005 te corrigeren en dat vooralsnog geen verdere stappen in het kader van de buitensporigtekortprocedure behoefden te worden ondernomen. Wel tekende de Commissie daarbij aan dat als later mocht blijken dat de voorgenomen correctiemaatregelen niet ten uitvoer waren gelegd, zij zich verplicht zou zien de Raad aan te bevelen het begrotingstoezicht aan te scherpen en de nodige actie te ondernemen overeenkomstig het bepaalde in het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact. Het eerste stabiliteitsprogramma van Frankrijk voor de periode 1999-2002 werd op 18 januari 1999 ingediend en op 15 maart 1999 door de Raad geëvalueerd. Daarna is er jaarlijks een geactualiseerd programma gepresenteerd. Op 7 december 2004 heeft Frankrijk zijn meest recente actualisering van het stabiliteitsprogramma ingediend. De diensten van de Commissie hebben een technische analyse van dit geactualiseerde programma verricht en daarbij rekening gehouden met de economische najaarsprognoses 2004 van de diensten van de Commissie, de gedragscode[3], de algemeen aanvaarde methode voor de schatting van de potentiële productie en de conjunctuurgezuiverde saldi, de aanbevelingen in de globale richtsnoeren voor het economisch beleid voor de periode 2003-2005 en de beginselen die zijn vervat in de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 27 november 2002 betreffende de verbetering van de coördinatie van het begrotingsbeleid, zoals bekrachtigd door de Raad.[4] Op grond hiervan zijn zij tot de volgende evaluatie gekomen: - Op 7 december 2004 heeft Frankrijk het geactualiseerde stabiliteitsprogramma 2004 bij de Commissie ingediend. Het programma, dat de periode 2004-2008 bestrijkt, is grotendeels in overeenstemming met de gegevensvereisten van de "gedragscode voor de inhoud en de vorm van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s". Het programma bevat echter geen prognoses voor de totale groei van de werkgelegenheid volgens de definitie van de nationale rekeningen, die verplicht zijn, maar geeft alleen prognoses voor de werkgelegenheidsgroei in de particuliere sector. Evenmin bevat het een aantal facultatieve gegevens die nuttig zouden zijn geweest voor de beoordeling van het programma. - Voor de periode 2004-2008 gaat het programma uit van een reële BBP-groei van 2,5% per jaar. Volgens berekeningen van de Commissie waarbij de algemeen aanvaarde methode op de cijfers van het programma is toegepast, zou de reële BBP-groei iets hoger uitvallen dan de potentiële groei. De output gap zou niettemin tot 2008 negatief blijven. Voor de jaren 2004-2006 zijn de prognoses van de diensten van de Commissie iets minder gunstig dan die welke in het programma zijn vervat: zij verwachten een reële BBP-groei van 2,4% in 2004 en 2,2% in 2005 en 2006. Over het geheel genomen kunnen de macro-economische prognoses in het programma - ook al zijn zij enigszins aan de hoge kant – als plausibel worden beschouwd. - In het programma wordt ernaar gestreefd het overheidstekort in 2005 terug te brengen tot onder de 3% van het BBP en ervoor te zorgen dat het in de daaropvolgende jaren nog verder terugloopt. In 2005 zou de vermindering van het tekort, van 3,6% van het BBP in 2004 tot 2,9% van het BBP, hoofdzakelijk worden bereikt door eenmalige inkomsten ten belope van 0,4% van het BBP[5]. Gedurende de daaropvolgende jaren zal het tekort naar verwachting met 0,6 à 0,7 procentpunt van het BBP per jaar dalen tot 0,9% van het BBP in 2008. In vergelijking met het vorige geactualiseerde programma bevestigt deze actualisering in grote lijnen de geplande aanpassing in de context van een iets gunstiger macro-economisch scenario. Het primaire saldo zou verbeteren en omslaan van een tekort van 0,7% van het BBP in 2004 in een overschot van 2,2% van het BBP in 2008. Volgens de berekeningen van de Commissie op basis van de prognoses in het geactualiseerde programma en de algemeen aanvaarde methode, zou het conjunctuurgezuiverde saldo vanaf 2005 eveneens met 0,6 à 0,7 procentpunt van het BBP per jaar verbeteren en zou het in 2008 uitkomen op -0,7% van het BBP. De begrotingsstrategie op middellange termijn is, evenals in eerdere geactualiseerde programma's, gebaseerd op het vaststellen van meerjarige doelstellingen voor de stijging van de reële overheidsuitgaven die een vermindering van de uitgavenquote impliceren. De ontvangstenquote zal naar verwachting vrijwel stabiel blijven. - Voorzover dit op basis van de momenteel beschikbare gegevens kan worden beoordeeld, zouden de maatregelen van de Franse autoriteiten toereikend moeten zijn om in 2005 het tekort tot onder de 3% van het BBP terug te dringen. De begrotingspositie blijft echter kwetsbaar en de doelstelling om het buitensporig tekort in 2005 te corrigeren, kan door iedere ongunstige ontwikkeling van het macro-economische klimaat of de begrotingssituatie in het gedrang komen. De voor de jaren na 2005 voorgenomen begrotingsaanpassing is aanzienlijk, hetgeen terecht is gelet op de ernst van de begrotingssituatie. Dit neemt evenwel niet weg dat de prognoses aan risico's onderhevig zijn en op een aantal punten, onvoldoende gedocumenteerd blijken. Met name lijkt de voor 2006 verwachte vermindering van het tekort bij het huidige beleid buiten bereik. In het programma wordt verwacht dat het tekort zal teruglopen van 2,9% van het BBP in 2005 tot 2,2% van het BBP in 2006, alhoewel reeds belastingverlagingen ten belope van 0,2% van het BBP zijn aangekondigd en het effect van de eenmalige inkomsten zal verdwijnen. Het programma verstrekt niet voldoende informatie over de maatregelen waarmee wordt beoogd deze ontwikkelingen te compenseren. Bij ongewijzigd economisch beleid wordt in de najaarsprognoses 2004 van de diensten van de Commissie uitgegaan van een toename van het overheidstekort van 3,0% tot 3,3% van het BBP in 2006. Dit betekent dat er in het licht van de huidige groeihypothesen, maatregelen zouden moeten worden genomen om het tekort in 2006 met circa een procentpunt van het BBP terug te dringen teneinde het in het programma vastgestelde streefcijfer te halen. Daarnaast impliceert het voor de periode 2006-2008 vastgestelde streefcijfer voor de overheidsuitgaven, te weten een reële stijging met 1,2% per jaar, een aanmerkelijke verbetering ten opzichte van de recente tendensen, die bij ongewijzigd beleid waarschijnlijk moeilijk te bereiken is. De structurele hervormingen die in 2003 en 2004 zijn ingevoerd, met name de hervormingen van het pensioenstelsel en de gezondheidszorg, zijn duidelijke stappen in de juiste richting, maar lijken onvoldoende om de in het programma voorgenomen afremming van de uitgaven tot stand te brengen. Voorts is er bezorgdheid over de geloofwaardigheid van de doelstellingen aan de uitgavenkant, omdat de in de vorige geactualiseerde programma's vastgestelde streefcijfers bij lange na niet zijn gehaald. In het licht van deze risicobeoordeling is de voorgenomen aanpassing - die weliswaar aanzienlijk is - ontoereikend om een veiligheidsmarge te verschaffen die groot genoeg is om te voorkomen dat het tekort vóór 2007 bij normale macro-economische fluctuaties de drempel van 3% van het BBP overschrijdt. De aanpassing volstaat ook niet om in de loop van de programmaperiode een begrotingssituatie te bewerkstellingen die vrijwel in evenwicht is, hetgeen de middellangetermijndoelstelling is die volgens het stabiliteits- en groeipact moet worden nagestreefd. - Nadat de schuldquote tussen 2001 en 2004 met 8 procentpunt is gestegen tot 64,8% van het BBP, zal deze volgens de verwachtingen gedurende de gehele programmaperiode meer dan 60% van het BBP bedragen (62% in 2008). Pas in 2006 zou een geleidelijke teruggang beginnen, onder invloed van de nominale BBP-groei en het boeken van primaire overschotten. Het verwachte traject voor de schuld is met dezelfde onzekerheden omgeven als het overheidstekort. - In het geactualiseerde programma wordt kort stilgestaan bij de structurele hervormingen die de Franse autoriteiten recentelijk hebben doorgevoerd. In het programma wordt met name de in de zomer van 2004 ten uitvoer gelegde hervorming van de gezondheidszorg uitvoerig toegelicht. Deze hervorming heeft tot doel in 2007 in de gezondheidszorg een sluitende begroting tot stand te brengen (door het wegwerken van een tekort dat in 2004 0,8% van het BBP bedroeg), zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de gezondheidszorg. Een ander oogmerk van de hervorming is het algemeen beheer van de gezondheidszorg te verbeteren. Hiertoe werd een onafhankelijk comité van toezicht opgericht dat tot taak heeft aanbevelingen te formuleren indien het vaststelt dat er een risico is dat van het officiële streefcijfer wordt afgeweken. De hervorming van de gezondheidszorg volgde op de belangrijke hervorming van het pensioenstelstel die in 2003 werd doorgevoerd en waardoor het financieel veel aantrekkelijker wordt om tot de pensioengerechtigde leeftijd en daarna actief te blijven. Ten slotte wordt in het programma benadrukt dat door middel van het nieuwe begrotingskader voor de overheidssector ( Loi organique relative aux Lois de Finances ) de kwaliteit en de doeltreffendheid van de overheidsuitgaven verder kunnen worden verhoogd en de begrotingsdoelstellingen gemakkelijker kunnen worden gehaald. Hoewel deze hervormingen wellicht ontoereikend zijn om de in het geactualiseerde programma vastgestelde uitgavendoelstellingen te halen en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn te garanderen, gaan ze in de goede richting. - Gezien de geraamde budgettaire kosten van de vergrijzing, die aanzienlijk zijn, is de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn aan een aantal risico's onderhevig, ondanks de tenuitvoerlegging van belangrijke structurele hervormingen in het pensioenstelsel en de gezondheidszorg, die in respectievelijk 2003 en 2004 zijn doorgevoerd. Zonder verdere hervormingen zal een aanvullende consolidatie-inspanning in de loop van de komende jaren dus wellicht noodzakelijk zijn. - Algemeen genomen is het in het geactualiseerde programma geschetste economische beleid gedeeltelijk in overeenstemming met de landenspecifieke globale richtsnoeren voor het economisch beleid op het gebied van de openbare financiën. Frankrijk heeft belangrijke structurele hervormingen ten uitvoer gelegd, in het bijzonder op het gebied van de gezondheidszorg en het pensioenstelsel, waardoor het zich in een betere positie bevindt om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Het conjunctuurgezuiverde saldo zal in 2004 evenwel veel minder sterk zijn gereduceerd dan werd aanbevolen. Bovendien heeft Frankrijk geen maatregelen genomen om de vermindering van het conjunctuurgezuiverde tekort te versnellen toen de groeivoorwaarden verbeterden. Voorts is de in de actualisering 2004 voorgenomen aanpassing op middellange termijn weliswaar aanzienlijk, maar ontoereikend om tijdens de programmaperiode een vrijwel evenwichtige begrotingssituatie te bewerkstellingen. Daarbij komt nog dat de aanpassing met onzekerheden is omgeven. - Gezien deze beoordeling verdient het aanbeveling dat Frankijk i) het nodige doet om het buitensporige tekort in 2005 te corrigeren; ii) erop toeziet dat in de jaren na 2005 de begrotingsconsolidatie wordt voortgezet zodat in 2008 een begrotingssituatie kan worden bewerkstelligd die vrijwel in evenwicht is; en iii) de structurele hervormingen voortzet en de uitgaven in de hand houdt om ervoor te zorgen dat de in het programma vastgestelde meerjarige uitgavendoelstellingen worden gehaald. * * * Op grond van deze evaluatie heeft de Commissie de aangehechte aanbeveling voor een advies van de Raad over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Frankrijk vastgesteld. Zij zal deze aanbeveling doen toekomen aan de Raad. Aanbeveling voor een ADVIES VAN DE RAAD overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Frankrijk voor de periode 2004-2008 DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid[6], met name op artikel 5, lid 3, Gelet op de aanbeveling van de Commissie, Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT: 1. Op [17 februari 2005] heeft de Raad het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Frankrijk voor de periode 2004-2008 behandeld. Het programma voldoet in grote lijnen aan de gegevensvereisten van de herziene "gedragscode voor de inhoud en de vorm van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s". Het programma bevat echter geen prognoses voor de totale groei van de werkgelegenheid volgens de definitie van de nationale rekeningen, die verplicht zijn, en het bevat evenmin een aantal facultatieve variabelen. Frankrijk wordt dan ook verzocht de gegevensvereisten voortaan volledig in acht te nemen. 2. In het macro-economische scenario dat aan het programma ten grondslag ligt, wordt erop gerekend dat de reële BBP-groei in de periode 2004-2008 2,5% zal bedragen, iets boven het potentiële groeipercentage. Afgaande op de momenteel beschikbare informatie mogen de groeiprognoses van dit scenario aannemelijk worden genoemd, hoewel ze toch enigszins aan de hoge kant liggen. Ook de inflatieprognoses van het programma lijken realistisch. 3. De Raad heeft op 3 juni 2003 besloten dat er in Frankrijk een buitensporig tekort bestond en aanbevolen deze buitensporigtekortsituatie uiterlijk in 2004 te corrigeren. In haar op 14 december 2004 goedgekeurde mededeling aan de Raad met als titel "Stand van zaken in Duitsland en Frankrijk wat hun verplichtingen onder de buitensporigtekortprocedure betreft na het arrest van het Hof van Justitie"[7], concludeerde de Commissie dat 2005 de uiterste termijn was voor de correctie van het buitensporig tekort, aangezien de juridische gevolgen van de conclusies van de Raad van november 2003 gehandhaafd bleven totdat ze door het Hof nietig waren verklaard. De voornaamste doelstelling van de in het programma geschetste begrotingsstrategie bestaat erin het overheidstekort tegen 2005 onder de 3% van het BBP te brengen. Het programma heeft ook tot doel in de loop van de daaropvolgende jaren een gestage daling van het overheidstekort te bewerkstellingen. Verwacht wordt dat het tekort vanaf 2005 geleidelijk zal dalen met 0,6 à 0,7 procentpunt van het BBP per jaar om in 2008 0,9% van het BBP te bedragen. De huidige actualisering bevestigt grotendeels de in het vorige programma geplande aanpassing bij een enigszins gunstiger macro-economisch scenario. Volgens de berekeningen van de Commissie op basis van de prognoses in het programma en de algemeen aanvaarde methode zou het conjunctuurgezuiverde saldo vanaf 2005 eveneens met ongeveer 0,6 à 0,7 procentpunt van het BBP per jaar verbeteren en zou het in 2008 uitkomen op -0,7% van het BBP. De begrotingsstrategie op middellange termijn is, evenals in eerdere geactualiseerde programma's, gebaseerd op het vaststellen van meerjarige doelstellingen voor de stijging van de reële overheidsuitgaven die een vermindering van de uitgavenquote impliceren. Aangezien de ontvangstenquote naar verwachting vrijwel stabiel zal blijven, doet zich parallel met de vermindering van de uitgavenquote een daling van het tekort voor. 4. Op basis van de momenteel beschikbare informatie zouden de maatregelen van de Franse autoriteiten toereikend moeten zijn om het tekort in 2005 tot onder de 3% van het BBP terug te dringen. De begrotingssituatie in Frankrijk blijft evenwel kwetsbaar. Met het oog op de correctie van het buitensporig tekort is het noodzakelijk dat alle geplande maatregelen daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd en dat er aanvullende maatregelen worden genomen indien er zich ongunstige ontwikkelingen voordoen. Aangezien de in 2005 verwachte daling van het tekort met name het resultaat zal zijn van een eenmalige betaling ten belope van 0,5% van het BBP, is de verwachte onderliggende begrotingsaanpassing voor 2005 vrij beperkt. In de jaren na 2005 zou het begrotingsresultaat slechter kunnen zijn dan in het programma wordt voorspeld. Bij het huidige beleid lijkt in het bijzonder de tekortdoelstelling voor 2006 aan risico's onderhevig te zijn, aangezien er voor dat jaar belastingverlagingen zijn aangekondigd en belangrijke eenmalige inkomsten zullen wegvallen. Voorts lijkt bij het huidige beleid de uitgavendoelstelling voor de periode 2006-2008 moeilijk haalbaar te zijn, zelfs al zijn de structurele hervormingen die de voorbije jaren tot stand zijn gebracht, duidelijke stappen in de goede richting. Er wordt betwijfeld of de uitgavendoelstellingen geloofwaardig zijn, aangezien de in de vorige actualiseringen vastgestelde doelstellingen bij lange na niet zijn gehaald. 5. In het licht van deze risicobeoordeling lijkt de in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie ontoereikend te zijn voor het verschaffen van een veiligheidsmarge die groot genoeg is om te voorkomen dat het tekort vóór 2007 bij normale macro-economische fluctuaties de drempel van 3% van het BBP overschrijdt. Voorts volstaat de strategie evenmin om in de loop van de programmaperiode een begrotingssituatie te bewerkstellingen die vrijwel in evenwicht is, hetgeen de middellangetermijndoelstelling is die volgens het stabiliteits- en groeipact moet worden nagestreefd. 6. Volgens de ramingen lag de schuldquote in 2004 met 64,8% van het BBP boven de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% van het BBP. In het programma wordt ervan uitgegaan dat de schuldquote vanaf 2006 daalt en in 2008 62% van het BBP bedraagt. De ontwikkeling van de schuldquote is aan dezelfde risico's onderhevig als de tekortdoelstellingen. 7. Wat de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn betreft, lijkt Frankrijk gezien de geraamde budgettaire kosten van de vergrijzing, die aanzienlijk zijn, enig gevaar te lopen, ondanks de tenuitvoerlegging van belangrijke structurele hervormingen in het pensioenstelsel en de gezondheidszorg, die in respectievelijk 2003 en 2004 tot stand zijn gebracht. Zonder verdere hervormingen zal er in de komende jaren wellicht een aanvullende begrotingsconsolidatie nodig zijn om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te kunnen garanderen. 8. Het in het geactualiseerde programma 2004 geschetste economische beleid is gedeeltelijk in overeenstemming met de aanbevelingen in de globale richtsnoeren voor het economisch beleid, met name die welke gevolgen hebben voor het begrotingsbeleid. Frankrijk heeft belangrijke structurele hervormingen ten uitvoer gelegd, in het bijzonder op het gebied van de gezondheidszorg en het pensioenstelsel, waardoor het zich in een betere positie bevindt om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Het conjunctuurgezuiverde saldo zal in 2004 evenwel veel minder sterk zijn gereduceerd dan werd aanbevolen. Bovendien heeft Frankrijk geen maatregelen genomen om de vermindering van het conjunctuurgezuiverde tekort te versnellen toen de groeivoorwaarden verbeterden. Voorts is de in de actualisering 2004 geplande aanpassing op middellange termijn weliswaar aanzienlijk maar met onzekerheden omgeven. Tijdens de programmaperiode zal de aanpassing niet leiden tot een vrijwel evenwichtige begrotingssituatie. * * * Gezien deze beoordeling acht de Raad het wenselijk dat Frankrijk: i) het nodige doet om het buitensporige tekort in 2005 te corrigeren; ii) erop toeziet dat in de jaren na 2005 de begrotingsconsolidatie wordt voortgezet zodat in 2008 een begrotingssituatie kan worden bewerkstelligd die vrijwel in evenwicht is; en iii) de structurele hervormingen voortzet en de uitgaven in de hand houdt om ervoor te zorgen dat de in het programma vastgestelde meerjarige uitgavendoelstellingen worden gehaald. Tabel: Vergelijking tussen de belangrijkste macro-economische en budgettaire prognoses 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | Reëel BBP (Verandering in %) | SP dec. 2004 | 2,5 | 2,5 | 2,5 | 2,5 | 2,5 | COM okt. 2004 | 2,4 | 2,2 | 2,2 | n.b. | n.b. | SP dec. 2003 | 1,7 | 2,5 | 2,5 | 2,5 | n.b. | HICP-inflatie (%) | SP dec. 2004 | 2,2 | 1,8 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | COM okt. 2004 | 2,3 | 2,0 | 1,8 | n.b. | n.b. | SP dec. 2003 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | n.b. | Overheidssaldo (% van het BBP) | SP dec. 2004 | -3,6 | -2,9 | -2,2 | -1,6 | -0,9 | COM okt. 2004 | -3,7 | -3,0 | -3,3 | n.b. | n.b. | SP dec. 2003 | -3,55 | -2,9 | -2,2 | -1,5 | n.b. | Primair saldo (% van het BBP) | SP dec. 2004 | -0,7 | 0,1 | 0,8 | 1,5 | 2,2 | COM okt. 2004 | -0,7 | -0,1 | -0,4 | n.b. | n.b. | SP dec. 2003 | -0,6 | 0,1 | 0,9 | 1,6 | n.b. | Conjunctuurgezuiverd saldo (% van het BBP) | SP dec. 2004¹ COM okt. 2004 SP dec. 2003¹ | -3,4 -3,5 -3,2 | -2,7 -2,8 -2,6 | -2,0 -3,1 -1,9 | -1,4 n.b. -1,3 | -0,7 n.b. n.b. | Bruto-overheidsschuld (% van het BBP) | SP dec. 2004 | 64,8 | 65,0 | 64,6 | 63,6 | 62,0 | COM okt. 2004 | 64,9 | 65,5 | 66,3 | n.b. | n.b. | SP dec. 2003 | 62,8 | 63,2 | 62,8 | 61,8 | n.b. | Noot: 1 Berekeningen van de diensten van de Commissie op basis van de in het programma voorkomende informatie. Bronnen: Stabiliteitsprogramma (SP); najaarsprognoses 2004 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie. | [1] PB L 209 van 2.8.1997. Alle documenten waarnaar in deze tekst wordt verwezen, zijn te vinden op de volgende website: http://europa.eu.int/comm/economy_finance/about/activities/sgp/main_en.htm. [2] COM(2004) 813 van 14.12.2004. [3] Herzien advies van het Economisch en Financieel Comité over de inhoud en de vorm van de stabiliteits- en convergentieprogramma's, door de Raad (Ecofin) op 10.7.2001 bekrachtigd. [4] COM(2002) 668 van 27.11.2002. [5] Sedert de indiening in september 2004 van de ontwerp-begroting voor 2005 is deze eenmalige betaling bijgesteld tot 0,5% van het BBP. In de najaarsprognoses van de diensten van de Commissie is reeds met deze herziening rekening gehouden. De prognoses in het programma zijn evenwel nog steeds gebaseerd op de aanvankelijke raming van 0,4% van het BBP. [6] PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. Alle documenten waarnaar in deze tekst wordt verwezen, zijn te vinden op de volgende website: http://europa.eu.int/comm/economy_finance/about/activities/sgp/main_en.htm. [7] COM(2004) 813 van 14.12.2004.