This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52005PC0689
Proposal for a Council Regulation amending Regulation (EC) No 6/2002 and (EC) No 40/94 to give effect to the accession of the European Community to the Geneva Act of the Hague Agreement concerning the international registration of industrial designs {SEC(2005)1749}
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 6/2002 en Verordening (EG) nr. 40/94 in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid {SEC(2005)1749}
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 6/2002 en Verordening (EG) nr. 40/94 in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid {SEC(2005)1749}
/* COM/2005/0689 def. - CNS 2005/0274 */
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 6/2002 en Verordening (EG) nr. 40/94 in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid {SEC(2005)1749} /* COM/2005/0689 def. - CNS 2005/0274 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 22.12.2005 COM(2005)689 definitief 2005/0274(CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 6/2002 en Verordening (EG) nr. 40/94 in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid {SEC(2005)1749} (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Inleiding Op 12 december 2001 heeft de Raad Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Gemeenschapsmodellen vastgesteld. (hierna “Gemeenschapsmodellenverordening” te noemen)[1]. Met de Gemeenschapsmodellenverordening wordt het stelsel van Gemeenschapsmodellen ingevoerd, dat het verkrijgen van modellenbescherming met uniforme gevolgen op het hele grondgebied van de Gemeenschap mogelijk maakt. Op grond van de verordening kan een model worden beschermd, hetzij door een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel indien het op de bij de verordening bepaalde wijze voor het publiek beschikbaar is gesteld, hetzij door een ingeschreven Gemeenschapsmodel indien het op de bij de verordening bepaalde wijze is ingeschreven. De Gemeenschapsmodellenverordening belast het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), hierna “het Bureau”[2] te noemen, met het beheer van het Gemeenschapsmodel. Op 1 januari 2003 heeft het Bureau bepaald dat aanvragen om ingeschreven Gemeenschapsmodellen kunnen worden ingediend met ingang van 1 april 2003. Op 23 december 2003 is de Akte bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid, die op 2 juli 1999 is vastgesteld in Genève (hierna de “Akte van Genève” te noemen) in werking getreden. De Akte van Genève maakt het ontwerpers mogelijk om door middel van één internationale aanvrage modellenbescherming in een aantal landen te krijgen. Op grond van die Akte vervangt één internationale aanvrage bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO) een hele reeks aanvragen die anders bij de verschillende nationale of regionale bureaus zouden moeten worden ingediend. Een van de belangrijkste innovaties van de Akte van Genève is de toetredingsmogelijkheid voor intergouvernementele organisaties met een bureau waar modellenbescherming kan worden aangevraagd voor het gebied waarop het oprichtingsverdrag van die intergouvernementele organisatie van toepassing is. Deze innovatie is in de Akte van Genève aangebracht met de specifieke bedoeling om de Gemeenschap de mogelijkheid te geven om na de inwerkingtreding van het stelsel van Gemeenschapsmodellen toe te treden tot het stelsel van internationale inschrijving. Ter voorbereiding van de toetreding van de Gemeenschap tot de Akte van Genève heeft de Commissie twee voorstellen uitgewerkt die gelijktijdig aan de Raad worden voorgelegd. Het eerste voorstel van de Commissie betreft de toetreding van de Gemeenschap tot de Akte van Genève[3]. Het tweede voorstel omvat de noodzakelijke maatregelen in verband met de toetreding van de Gemeenschap tot de Akte van Genève. 2. De structuur van het voorstel van de Commissie Voorgesteld wordt dat de maatregelen tot uitvoering van de toetreding van de Gemeenschap tot de Akte van Genève worden in de Gemeenschapsmodellenverordening opgenomen door wijziging van de bestaande bepalingen en door toevoeging van een nieuwe Titel XIa “Internationale inschrijving van modellen”[4]. In beginsel zijn de materiële bepalingen die van toepassing zijn op de internationale inschrijving waarin de Gemeenschap wordt aangewezen, hetzelfde als de bepalingen die voor Gemeenschapsmodellen gelden. Daarom vallen internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen en Gemeenschapsmodellen onder hetzelfde modellenrecht (Titel II), vormen zij beide vermogensbestanddelen (Titel III), kan ten aanzien van beide een nietigverklaring worden gevorderd (Titel VI), kan beroep worden ingesteld tegen de beslissing van de nietigheidsafdeling (Titel VII) en zijn de bevoegdheden en de procedure inzake rechtsvorderingen hetzelfde voor internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen en voor Gemeenschapsmodellen (Titel IX). Daarom bevat de nieuwe Titel XIa veel kruisverwijzingen naar andere artikelen van de verordening. De invoering van deze nieuwe titel in de verordening vergemakkelijkt de toegang tot alle bepalingen betreffende een model dat op het hele grondgebied van de Europese Gemeenschap is beschermd, hetzij door de inschrijving van het model als Gemeenschapsmodel, hetzij als internationale inschrijving van het model overeenkomstig de Akte van Genève waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen. Door middel van de voorgestelde structuur zijn uitvoeringsmaatregelen zoals vastgelegd in de Verordeningen (EG) nr. 2245/2002[5], nr. 2246/2002[6] en nr. 216/96[7] van de Commissie van overeenkomstige toepassing. Voorzover noodzakelijk zal de Commissie deze wijzigen, bijvoorbeeld wat het onderzoek van de weigeringsgronden in de zin van artikel 106 sexies van dit voorstel betreft. 3. De Akte van Genève De Akte van Genève maakt deel uit van het stelsel van ’s-Gravenhage, dat is gebaseerd op de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen of modellen van nijverheid. Deze Overeenkomst bestaat uit drie verschillende akten: de Akte van Londen van 1934, de Akte van ’s-Gravenhage van 1960 en de akte van Genève van 1999. De drie akten zijn autonoom en de materiële bepalingen ervan bestaan naast elkaar. De overeenkomstsluitende partijen kunnen besluiten toe te treden tot slechts een, tot twee of tot alle drie de akten. Zij worden automatisch lid van de Unie van ’s-Gravenhage, waartoe op dit ogenblik 42 staten zijn toegetreden, waaronder twaalf lidstaten van de EU[8]. Het stelsel van internationale inschrijving van modellen is ingegeven door een behoefte aan eenvoud en kostenbesparing. Het verschaft de rechthebbenden van modellen uit een overeenkomstsluitende staat de mogelijkheid bescherming van hun modellen te verkrijgen met een minimum aan formaliteiten en kosten. De internationale aanvrage kan worden ingediend in één taal (Engels of Frans) tegen een eenmalige betaling van taksen. De aanvrager moet vermelden in welke overeenkomstsluitende staten hij bescherming wenst. Doorgaans wordt een internationale aanvrage rechtstreeks aan het Internationaal Bureau gestuurd. Na ontvangst verifieert het Internationaal Bureau of de internationale aanvrage voldoet aan de vormvereisten en publiceert het de aanvrage — of eigenlijk de inschrijving — in het International Designs Bulletin (op de website van de WIPO). Na publicatie moet elk nationaal bureau de internationale inschrijvingen vermelden waarin het is aangewezen, teneinde over te gaan tot het materiële onderzoek voor zover dit door zijn nationale wetgeving wordt vereist. Daarom is elk materieel aspect van de bescherming (vooral het materiële onderzoek dat door elk bureau is uitgevoerd, de beoordeling van de beschermingsvoorwaarden en de omvang van bescherming) geheel afhankelijk van de wetgeving van elke aangewezen overeenkomstsluitende partij. Naar aanleiding van dat onderzoek kan het Bureau het Internationaal Bureau in kennis stellen van een weigering van bescherming op zijn grondgebied. Een internationale inschrijving mag echter niet worden geweigerd wegens het niet-voldoen aan de vormvereisten. Na het door het Internationaal Bureau verrichte onderzoek moet er vanuit worden gegaan dat aan deze vereisten is voldaan. Zodra de internationale aanvrage is aanvaard, heeft dit in elk van de aangewezen landen dezelfde rechtsgevolgen als wanneer het model er rechtstreeks was ingediend. De internationale inschrijving is daarom gelijkwaardig aan een nationaal recht wat de beschermingsomvang en de tenuitvoerlegging betreft. Tegelijkertijd vereenvoudigt de internationale registratie de instandhouding van de bescherming: er is één enkele verlengingsaanvrage en een eenvoudige procedure voor de registratie van wijzigingen (bv. van eigendom of adres). De vaststelling van de Akte van Genève in 1999 had twee doelen, namelijk: - het stelsel van ’s-Gravenhage aantrekkelijker maken voor aanvragers en het stelsel uitbreiden naar nieuwe leden; hiertoe zijn met de Akte van 1999 voorzieningen in het stelsel van ’s-Gravenhage ingevoerd om de toetreding tot het stelsel van ’s-Gravenhage te vergemakkelijken voor landen met stelsels waarin modellen aan een voorafgaand onderzoek worden onderworpen (zoals de Verenigde Staten en Japan); - voorzien in een koppeling tussen het stelsel van internationale inschrijving en regionale stelsels door te bepalen dat intergouvernementele organisaties tot de akte kunnen toetreden. Het tweede doel maakt toetreding van de Europese Gemeenschap tot het stelsel van ‘s-Gravenhage mogelijk. Voor de toepassing van de overeenkomst wordt het grondgebied van de EU dan beschouwd als één land, waarbij de voorschriften inzake het Gemeenschapsmodel gelden als de toepasselijke nationale wetgeving. Het BHIM wordt dan verantwoordelijk voor de materiële beoordeling van internationale aanvragen waarin de Gemeenschap is aangewezen. De Akte van Genève is volledig in werking getreden op 1 april 2004. Op die dag zijn de Akte van Genève en de bijgewerkte gemeenschappelijke regels krachtens de Overeenkomst van Den Haag, waarmee alle procedures zijn vereenvoudigd, van kracht geworden. Het stelsel van het Gemeenschapsmodel en het stelsel van de internationale inschrijving zoals geregeld in de Overeenkomst van ’s-Gravenhage zijn als complementair te beschouwen. Het stelsel van het Gemeenschapsmodel voorziet in een volledig en uniform regionaal inschrijvingsstelsel voor modellen dat het hele grondgebied van de Europese Unie bestrijkt. De Overeenkomst van 's-Gravenhage centraliseert de aanvraagprocedures voor bescherming van modellen op het grondgebied van de aangewezen overeenkomstsluitende partijen. 4. Rechtsgrondslag Aangezien de voorschriften in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Overeenkomst van ’s-Gravenhage in de verordening zijn opgenomen door de invoering van een nieuwe, afzonderlijke titel in die verordening en wijziging van bestaande bepalingen in de verordening, moet de rechtsgrondslag voor dit voorstel dezelfde zijn als de rechtsgrondslag van de verordening, namelijk artikel 308 van het Verdrag. 5. De artikelen Artikel 1, lid 1 Artikel 1, lid 1, wijzigt artikel 25, lid 1, onder d, door toevoeging van een ander ouder recht dat beschikbaar is gesteld om als nietigheidsgrond te worden ingeroepen, namelijk een modelrecht dat is ingeschreven overeenkomstig de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid, vastgesteld in Genève op 2 juli 1999 […] en die rechtsgevolgen heeft in de Gemeenschap of een aanvrage om inschrijving van een dergelijk recht. Deze toevoeging is nodig om duidelijk te maken dat een internationale aanvrage of inschrijving dezelfde waarde heeft als een ouder model of modelrecht volgens nationaal of communautair modellenrecht. Artikel 1, lid 2 De bepalingen tot uitvoering van de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève worden opgenomen in de Gemeenschapsmodellenverordening door invoeging van de nieuwe Titel XIa betreffende de internationale inschrijving van modellen. Afdeling 1— Algemene bepalingen Artikel 106 bis (Toepassing van bepalingen) Als algemeen voorschrift bepaalt artikel 106 bis in dit voorstel tot wijziging dat Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Gemeenschapsmodellen en de verordeningen tot uitvoering ervan ook van toepassing zijn op internationale inschrijvingen krachtens de Akte van Genève waarin de Gemeenschap wordt aangewezen. Bovendien wordt bepaald dat het internationaal register in plaats komt van het door het Bureau bijgehouden register voor zover het gaat om internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen. Een opname van een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen in het internationaal register heeft dezelfde rechtsgevolgen als wanneer zij bij het register van het Bureau was gebeurd. Dit geldt ook voor publicatie: elke publicatie van een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, gebeurt door het Internationaal Bureau en heeft dezelfde rechtsgevolgen als een publicatie door het Bureau. Deze regel geldt bovendien voor de talenregeling van artikel 98 van de verordening. Afdeling 2 — Internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen Artikel 106 ter (Procedure voor indiening van de internationale aanwijzing) Op grond van artikel 4, lid 1, onder a, van de Akte van Genève mag de internationale aanvrage naar keuze van de aanvrager rechtstreeks bij het Internationaal Bureau of via het bureau van de overeenkomstsluitende staat van de aanvrager worden ingediend. Overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder b, van de Akte van Genève mag een overeenkomstsluitende partij echter bepalen dat internationale aanvragen niet via haar bureau mogen worden ingediend. Het belangrijkste voordeel van het stelsel van 's-Gravenhage is de eenvoud ervan; de locatie van het in ontvangst nemende bureau lijkt van minder belang voor de indiening van modellen. Om onnodig dubbel werk te voorkomen, moet de Europese Gemeenschap daarom indiening van aanvragen via het Bureau niet toestaan. Een andere reden waarom rechtstreekse indiening bij de WIPO de voorkeur verdient, is om te voorkomen dat er bij de indieners verwarring ontstaat tussen aanvragen om inschrijving van Gemeenschapsmodellen en aanvragen om internationale inschrijvingen. Een dergelijke verwarring zou nog problematischer zijn als de basistaks voor een internationale aanvrage, die in alle gevallen rechtstreeks aan het Internationaal Bureau moet worden betaald en die op het moment van indiening verschuldigd is, ten onrechte aan het BHIM wordt betaald, en dan door dit Bureau moet worden teruggestort. Het is veelzeggend dat de WIPO op het ogenblik geen aanvragen ontvangt die via nationale bureaus zijn ingediend, zelfs niet van de overeenkomstsluitende partijen die dit toestaan. Daarom stelt de Commissie voor dat de Gemeenschap in haar toetredingsakte verklaart dat internationale aanvragen niet via haar Bureau mogen worden ingediend. In artikel 106 ter wordt dan ook bepaald dat internationale aanvragen overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de Akte van Genève rechtstreeks bij het Internationaal Bureau moeten worden ingediend. Artikel 106 quater (Aanwijzingstaksen) 1. In artikel 7 van de Akte van Genève wordt bepaald dat de voorgeschreven taksen een standaard aanwijzingstaks moeten omvatten die voor elke aangewezen overeenkomstsluitende partij moet worden betaald. Bovendien mag elke overeenkomstsluitende partij die een intergouvernementele organisatie is, verklaren dat voor elke aanvrage en voor elke verlenging van een internationale inschrijving waarin zij is aangewezen, de standaard aanwijzingstaks wordt vervangen door een individuele aanwijzingstaks; de hoogte ervan moet in de verklaring worden vermeld en kan in latere verklaringen worden gewijzigd. Het vastgestelde bedrag mag niet hoger zijn dan het equivalent van het bedrag waarop de overeenkomstsluitende partij recht zou hebben voor een nationale aanvrage en verlenging, waarbij dit bedrag wordt verlaagd met de besparingen die de internationale procedure met zich meebrengt. 2. De Commissie stelt voor dat de Gemeenschap in haar toetredingsakte verklaart dat de in artikel 7, lid 1, van de Akte van Genève bedoelde voorgeschreven aanwijzingstaksen voor aanvrage en verlenging worden vervangen door individuele aanwijzingstaksen. Deze taksen moeten worden betaald aan het Internationaal Bureau, die deze aan het BHIM moet overmaken. 3. De Commissie stelt ook een wijziging van Verordening (EG) nr. 2246/2002 betreffende de door het BHIM te betalen taksen voor, waarbij de bedragen van de individuele aanwijzingstaksen worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van het genoemde artikel 7, lid 2, en regel 28 van de gemeenschappelijke regels. Artikel 106 quinquies (Rechtsgevolgen van internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen) Lid 1 Op grond van artikel 48 van de Gemeenschapsmodellenverordening moet een aanvrage om een ingeschreven Gemeenschapsmodel door het Bureau als ingeschreven Gemeenschapsmodel worden ingeschreven, mits aan alle vereisten is voldaan en in de mate waarin de aanvrage niet is afgewezen uit hoofde van artikel 47 van die verordening. Op grond van artikel 47 moet een aanvrage om een ingeschreven Gemeenschapsmodel worden afgewezen indien het Bureau bemerkt dat er gronden voor niet-inschrijving zijn, bijvoorbeeld wanneer het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd niet overeenstemt met de omschrijving van artikel 3, onder a), of strijdig is met de openbare orde of de goede zeden. Artikel 106 quinquies van het onderhavige voorstel tot wijziging van de verordening verzekert dat voor de ingangsdatum van de bescherming van een internationale inschrijving waarin de Gemeenschap wordt aangewezen, dezelfde voorwaarden gelden als voor een ingeschreven Gemeenschapsmodel, d.w.z. dat een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, niet de rechtsgevolgen van een inschrijving van een Gemeenschapmodel op het grondgebied van de Europese Gemeenschap heeft voordat het Bureau de internationale inschrijving heeft kunnen toetsen op gronden voor niet-inschrijving. Lid 2 Artikel 106 quinquies, lid 2, van het onderhavige voorstel tot wijziging van de verordening bepaalt dat indien het Bureau de rechtsgevolgen van een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap op zijn grondgebied wordt aangewezen overeenkomstig artikel 12, lid 2, van de Akte van Genève niet weigert of indien een zodanige weigering is ingetrokken, de rechtsgevolgen van de internationale inschrijving ingaan op de datum van inschrijving overeenkomstig artikel 10, lid 2, van de Akte van Genève, met dezelfde rechtsgevolgen als een ingeschreven Gemeenschapsmodel. Lid 3 Internationale inschrijvingen die in het internationaal register zijn opgenomen, hoeven weliswaar niet opnieuw in het register van het Bureau te worden gepubliceerd, maar artikel 106 quinquies, lid 3, van het onderhavige voorstel tot wijziging van de verordening verplicht het Bureau informatie te geven over de inschrijvingen overeenkomstig de Akte van Genève waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door op de website van het BHIM een hyperlink naar het stelsel van 's-Gravenhage te maken. Nadere bepalingen hierover moeten in de uitvoeringsverordening worden vastgelegd. Artikel 106 sexies (Weigeringsgronden) Lid 1 Om te zorgen dat een internationale inschrijving waarin de Gemeenschap wordt aangewezen, is onderworpen aan hetzelfde onderzoek als aanvragen om ingeschreven Gemeenschapsmodellen, zijn de weigeringsgronden in artikel 106 sexies van dit voorstel tot wijziging van de verordening gelijk aan de gronden voor niet-inschrijving in artikel 47, lid 1. Lid 2 Artikel 106 sexies van het onderhavige voorstel tot wijziging van de verordening verschaft de houder van een internationale inschrijving waarin de Gemeenschap wordt aangewezen het recht om zijn opmerkingen kenbaar te maken of om ten aanzien van de Europese Gemeenschap afstand van de internationale inschrijving te doen overeenkomstig artikel 12, lid 3, onder b, van de Akte van Genève. De corresponderende bepaling in artikel 47, lid 2, bepaalt bovendien dat een aanvrager van een ingeschreven Gemeenschapsmodel in de gelegenheid moet worden gesteld zijn aanvrage te wijzigen. Deze extra mogelijkheid kan echter niet worden toegepast op een internationale inschrijving, aangezien de weigeringsgronden in de zin van lid 1 alleen kunnen worden opgeheven door een wijziging van het betrokken model, en de Akte van Genève niet voorziet in een wijziging van het model van een internationale inschrijving nadat het is ingeschreven in het internationaal register. Gewoonlijk verloopt de procedure als volgt: Het Bureau onderzoekt ambtshalve of er weigeringsgronden zijn. Indien het Bureau tijdens het onderzoek constateert dat inschrijving moet worden geweigerd, meldt het dit aan het Internationaal Bureau met de gronden waarop de weigering is gebaseerd. Deze kennisgeving wordt gedaan binnen 6 maanden na publicatie van de internationale inschrijving (regel 18, lid 1, van de gemeenschappelijke regels). Het Internationaal Bureau stuurt de houder onverwijld een afschrift van de kennisgeving van weigering (artikel 12, lid 3, van de Akte van Genève). De houder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen de door het Bureau in de kennisgeving vermelde termijn ten aanzien van de Gemeenschap van internationale inschrijving af te zien of zijn opmerkingen kenbaar te maken teneinde de weigeringsgronden op te heffen. Tijdens het onderzoek naar de weigeringsgronden hebben de houder en het Bureau rechtstreeks contact. Indien de houder erin slaagt de weigeringsgrond(en) op te heffen, trekt het Bureau de weigering in en meldt het dit aan het Internationaal Bureau. Lid 3 Artikel 106 sexies, lid 3, bepaalt dat de voorwaarden voor het onderzoek naar de weigeringsgronden bij de uitvoeringsverordening worden vastgelegd. Artikel 106 septies (Nietigverklaring van een internationale inschrijving) Lid 1 Artikel 106 septies van het onderhavige voorstel tot wijziging van de verordening legt artikel 15, lid 1, van de Akte van Genève ten uitvoer doordat het de nietigverklaring van de rechtsgevolgen van een internationale inschrijving op het grondgebied van de Gemeenschap mogelijk maakt. Door deze bepaling is een nietigverklaring van de rechtsgevolgen van een internationale inschrijving op het grondgebied van de Europese Gemeenschap onderworpen aan dezelfde bepalingen die gelden voor de vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Gemeenschapsmodel. Derden kunnen binnen de Gemeenschap verzoeken om nietigverklaring van de rechtsgevolgen van een internationale inschrijving door middel van een bij het Bureau in te dienen vordering overeenkomstig artikel 52 of door een reconventionele vordering tot nietigverklaring overeenkomstig artikel 81, punt d. Ingeval van een bij het Bureau ingediende vordering tot nietigverklaring van de rechtsgevolgen zijn de titels VI en VII van toepassing. Met name kan de houder krachtens artikel 31 van de uitvoeringsverordening opmerkingen over de vordering tot nietigverklaring kenbaar maken. Tegen de eindbeslissing van de nietigheidsafdeling kan beroep worden ingesteld (artikel 55, lid 1, van de Gemeenschapsmodellenverordening). Door deze bepaling wordt artikel 15, lid 1, van de Akte van Genève in de verordening opgenomen. Volgens die bepaling mag een nietigverklaring van de rechtsgevolgen van de internationale inschrijving niet worden uitgesproken zonder dat de houder tijdig in de gelegenheid is gesteld zijn rechten te verdedigen. Lid 2 Op grond van artikel 15, lid 2, van de Akte van Genève moet het Bureau van de overeenkomstsluitende partij op wiens grondgebied de rechtsgevolgen van de internationale inschrijving zijn nietigverklaard, dit melden aan het Internationaal Bureau indien het hiervan kennis krijgt. Deze verplichting is overgenomen in artikel 106 septies, lid 2. Het spreekt vanzelf dat het Bureau kennis heeft van de nietigheid indien deze voortvloeit uit een nietigheidsprocedure bij het Bureau, of indien een rechtbank voor het Gemeenschapsmodel het Bureau in kennis stelt van een nietigheidsverklaring overeenkomstig artikel 86, lid 4, van de Gemeenschapsmodellenverordening. Artikel 2 Artikel 97 van de Gemeenschapsmodellenverordening bepaalt dat in het kader van deze verordening titel XII van de verordening inzake het Gemeenschapsmerk van toepassing is op de taken van het Bureau, tenzij in de titel met aanvullende bepalingen betreffende het Bureau anders is bepaald. Titel XII van de verordening inzake het Gemeenschapsmerk omvat artikel 134, lid 3, betreffende de inkomsten van het Bureau. Deze bepaling is gewijzigd met het oog op de toetreding tot het Protocol van Madrid, waarin een nieuwe bron van inkomsten is gecreëerd, namelijk “de inkomsten aan taksen die op grond van het in artikel 140 van deze verordening genoemde Protocol van Madrid moeten worden betaald voor een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen […]” Naar aanleiding van de toetreding van de EG tot de Akte van Genève is een soortgelijke wijziging van de verordening inzake het Gemeenschapsmerk nodig. De taksen die op grond van de Akte van Genève moeten worden betaald, moeten worden opgenomen als nieuwe bron van inkomsten van het Bureau. Artikel 3 De Akte van Genève bindt de Gemeenschap 3 maanden na de datum waarop zij de akte van toetreding bij de directeur-generaal van het Bureau heeft neergelegd. In dit verband moet eraan worden herinnerd dat artikel 2 van het eerdergenoemde voorstel van de Commissie voor een besluit van de Raad tot goedkeuring van de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève, bepaalt dat de Raad nadat hij het besluit heeft vastgesteld en zodra hij de nodige maatregelen heeft getroffen om uitwerking te geven aan de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève, de akte van toetreding mag neerleggen bij de directeur-generaal van het Internationaal Bureau. 2005/0274(CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 6/2002 en Verordening (EG) nr. 40/94 in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308, Gezien het voorstel van de Commissie[9], Gezien het advies van het Europees Parlement [10], Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[11], Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen[12] is het stelsel van Gemeenschapsmodellen ingevoerd, dat ondernemingen in staat stelt door middel van een enkele procedure Gemeenschapsmodellen te verkrijgen die een eenvormige bescherming genieten en rechtsgevolgen hebben op het gehele grondgebied van de Gemeenschap. (2) In vervolg op voorbereidingen die zijn geïnitieerd en uitgevoerd door de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO) met deelname van de lidstaten die deel uitmaken van de Unie van ’s-Gravenhage, de lidstaten die geen deel uitmaken van de Unie van ’s-Gravenhage en de Europese Gemeenschap, heeft de Diplomatieke Conferentie, hiertoe bijeengekomen in Genève, de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid (hierna de “Akte van Genève” te noemen) op 2 juli 1999 goedgekeurd. (3) Bij Besluit […] heeft de Raad de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid[13] goedgekeurd en de voorzitter van de Raad gemachtigd de akte van toetreding bij de directeur-generaal van de WIPO neer te leggen zodra de Raad de nodige maatregelen heeft getroffen om uitwerking te geven aan de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève. Deze maatregelen worden bij deze verordening vastgesteld. (4) De passende maatregelen moeten door invoeging van een nieuwe titel betreffende de “Internationale inschrijving van merken” in Verordening (EG) nr. 6/2002 worden opgenomen. (5) De regels en procedures betreffende internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, moeten in beginsel dezelfde zijn als de regels en procedures die op aanvragen om Gemeenschapsmodellen van toepassing zijn. Overeenkomstig dit beginsel worden internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, onderworpen aan een onderzoek met betrekking tot de gronden voor niet-inschrijving voordat zij dezelfde rechtsgevolgen hebben als een ingeschreven Gemeenschapsmodel. Evenzo moeten internationale inschrijvingen die dezelfde rechtsgevolgen hebben als een ingeschreven Gemeenschapsmodel, aan dezelfde regels inzake nietigverklaring onderworpen zijn als een ingeschreven Gemeenschapsmodel. (6) Verordening (EG) nr. 2002/6 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. (7) De toetreding van de Gemeenschap tot de Akte van Genève zal een nieuwe bron van inkomsten voor het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) scheppen. Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk[14] moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 6/2002 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 25, lid 1, onder d), komt als volgt te luiden: “d) indien het Gemeenschapsmodel strijdig is met een ouder model dat na de datum van indiening van de aanvrage of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, na de datum van voorrang, voor het publiek beschikbaar is gesteld, en dat vanaf een aan deze datum voorafgaand tijdstip wordt beschermd i) als ingeschreven Gemeenschapsmodel dan wel door een aanvrage om inschrijving als Gemeenschapsmodel, of ii) door een ingeschreven modelrecht van een lidstaat, of door een aanvrage om inschrijving van een dergelijk recht, of iii) door een modelrecht dat is ingeschreven overeenkomstig de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid, vastgesteld in Genève op 2 juli 1999 (hierna de “Akte van Genève” te noemen), goedgekeurd bij Besluit […] van de Raad en dat rechtsgevolgen heeft in de Gemeenschap, of door een aanvrage om inschrijving van een dergelijk recht;” 2. Na titel XI wordt de volgende titel ingevoegd: “TITEL XIa: INTERNATIONALE INSCHRIJVING VAN MODELLEN AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 106 bis Toepassing van bepalingen 1. Voorzover in deze titel niet anders is bepaald, zijn deze verordening en de overeenkomstig artikel 109 vastgestelde verordeningen ter uitvoering van deze verordening van overeenkomstige toepassing op inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen die overeenkomstig de Akte van Genève worden gedaan in het internationaal register dat door het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom wordt bijgehouden (hierna respectievelijk “internationale inschrijvingen” en “het Internationaal Bureau” te noemen). 2. De opname van een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen in het internationaal register heeft dezelfde rechtsgevolgen als wanneer zij bij het register van Gemeenschapsmodellen van het Bureau was gebeurd, en elke publicatie van een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen in het publicatieblad van het Internationaal Bureau heeft dezelfde rechtsgevolgen als wanneer zij in het Gemeenschapsmodellenblad was gebeurd. AFDELING 2 INTERNATIONALE INSCHRIJVINGEN WAARIN DE EUROPESE GEMEENSCHAP WORDT AANGEWEZEN Artikel 106 ter Procedure voor indiening van de internationale aanvrage Internationale aanvragen overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de Akte van Genève moeten rechtstreeks bij het Internationaal Bureau worden ingediend. Artikel 106 quater Aanwijzingstaksen De in artikel 7, lid 1, van de Akte van Genève voorgeschreven aanwijzingstaksen worden vervangen door een individuele aanwijzingstaks. Artikel 106 quinquies Rechtsgevolgen van internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen 1. Een internationale inschrijving waarin de Gemeenschap wordt aangewezen, heeft vanaf de datum van de inschrijving dezelfde rechtsgevolgen als een aanvrage om een ingeschreven Gemeenschapsmodel. 2. Indien er geen kennisgeving van weigering van bescherming heeft plaatsgevonden of indien een zodanige weigering is ingetrokken, heeft de internationale inschrijving van een model waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, vanaf de in lid 1 genoemde datum dezelfde rechtsgevolgen als de inschrijving van een model als ingeschreven Gemeenschapsmodel. 3. Het Bureau verschaft informatie over internationale inschrijvingen als bedoeld in lid 2, overeenkomstig de in de uitvoeringsverordening vastgelegde voorwaarden. Artikel 106 sexies Weigeringsgronden 1. Het Bureau stuurt het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de dag van publicatie van de internationale inschrijving een kennisgeving van weigering indien het Bureau bij het verrichten van een onderzoek van een internationale inschrijving constateert dat het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd, niet overeenstemt met de omschrijving in artikel 3, onder a), of strijdig is met de openbare orde of de goede zeden. De kennisgeving moet vermelden op welke gronden de weigering is gebaseerd. 2. De weigering van de rechtsgevolgen van een internationale inschrijving wordt pas onherroepelijk nadat de houder in de gelegenheid is gesteld om ten aanzien van de Europese Gemeenschap afstand van de internationale inschrijving te doen of zijn opmerkingen kenbaar te maken. 3. De voorwaarden voor het onderzoek naar de weigeringsgronden worden bij de uitvoeringsverordening vastgelegd. Artikel 106 septies Nietigverklaring van een internationale inschrijving 1. De rechtsgevolgen van een internationale inschrijving in de Gemeenschap kunnen geheel of gedeeltelijk nietig worden verklaard overeenkomstig de procedure in de titels VI en VII of door een rechtbank voor het Gemeenschapsmodel op reconventionele vordering in een inbreukprocedure. 2. Indien het Bureau kennis krijgt van de nietigverklaring, meldt het dit aan het Internationaal Bureau.” Artikel 2 Artikel 134, lid 3, van Verordening (EG) nr. 40/94 komt als volgt te luiden: “3. De begrotingsontvangsten omvatten, onverminderd andere ontvangsten, de inkomsten aan taksen die op grond van het reglement inzake de taksen moeten worden betaald, de inkomsten aan taksen die op grond van het in artikel 140 van deze verordening genoemde Protocol van Madrid moeten worden betaald voor een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen alsmede andere betalingen aan de overeenkomstsluitende partijen bij het Protocol van Madrid, de inkomsten aan de in artikel 106 quater van Verordening (EG) nr. 6/2002 bedoelde taksen die op grond van de Akte van Genève moeten worden betaald voor een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen en, voorzover noodzakelijk, een subsidie die in de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, afdeling Commissie, in een specifiek begrotingsonderdeel wordt opgenomen.” Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de datum waarop de Akte van Genève ten aanzien van de Europese Gemeenschap in werking treedt. De datum van inwerkingtreding van deze verordening wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, op Voor de Raad De voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT Beleidsgebied: Interne markt voor goederen en diensten Activiteit: Voorbereiden van de noodzakelijke maatregelen in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen | BENAMING VAN DE ACTIE: VOORSTEL VOOR EEN VERORDENING VAN DE RAAD TOT WIJZIGING VAN VERORDENING (EG) NR. 6/2002 EN VERORDENING (EG) NR. 40/94 IN VERBAND MET DE TOETREDING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP TOT DE AKTE VAN GENÈVE BIJ DE OVEREENKOMST VAN 'S-GRAVENHAGE BETREFFENDE DE INTERNATIONALE REGISTRATIE VAN TEKENINGEN EN MODELLEN VAN NIJVERHEID | 1. BEGROTINGSONDERDEEL + OMSCHRIJVING 2. ALGEMENE CIJFERS 2.1. Totale toewijzing voor de actie (deel B): miljoen EUR aan vastleggingskredieten Niet van toepassing 2.2. Duur: (begin- en eindjaar) Begin: datum van inwerkingtreding Einde: onbepaald 2.3. Meerjarenraming van de uitgaven: a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financiering uit de begroting) (zie punt 6.1.1) Geen b) Technische en administratieve bijstand en ondersteuningsuitgaven (zie punt 6.1.2) Geen c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven (zie punten 7.2 en 7.3) mln. EUR (tot op drie decimalen nauwkeurig) 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | Totaal | VK/BK | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,324 | TOTAAL a+b+c | VK | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,324 | BK | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,054 | 0,324 | 2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten [X] Voorstel verenigbaar met de bestaande financiële programmering. Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten. Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord. 2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten [X] Het voorstel heeft geen enkele financiële implicatie (betreft technische aspecten in verband met de tenuitvoerlegging van een maatregel) of Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten: Niet van toepassing 3. BEGROTINGSKENMERKEN Aard van de uitgave | Nieuwe uitgave | Bijdrage EVA | Bijdragen kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruitzichten | NVU | GK | Nee | Nee | Nee | Nr. 5 | 4. RECHTSGRONDSLAG Artikel 308 EG 5. OMSCHRIJVING EN MOTIVERING 5.1. Doel van het communautaire optreden 5.1.1. Doelstellingen Het voorstel omvat de noodzakelijke maatregelen in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Akte van Genève. De passende maatregelen moeten voornamelijk in Verordening (EG) nr. 6/2002 worden opgenomen door invoeging van een nieuwe titel betreffende de “Internationale inschrijving van merken”. De toetreding van de Gemeenschap tot de Akte van Genève zal een nieuwe bron van inkomsten scheppen voor het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) – BHIM, en Verordening (EG) nr. 40/94 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. 5.1.2. Genomen maatregelen in verband met de evaluatie vooraf De Europese Gemeenschap gaf al blijk van haar grote belangstelling voor het stelsel van ’s-Gravenhage toen zij besloot actief deel te nemen aan de internationale onderhandelingen die hebben geleid tot de Diplomatieke Conferentie van 1999 in Genève, waarbij de nieuwe akte werd goedgekeurd. De organisaties die de potentiële gebruikers van het stelsel van Gemeenschapsmodellen en het stelsel van internationale inschrijving vertegenwoordigden, wezen herhaaldelijk op het belang van een koppeling tussen beide stelsels. In 2004 heeft de Commissie de aanzet gegeven voor een raadpleging met de betrokken partijen (lidstaten, bedrijfs- en beroepsorganisaties, en ondernemingen) over de mogelijke gevolgen van de toetreding van de EG tot het stelsel van ’s-Gravenhage voor het bedrijfsleven. De toetreding van de Gemeenschap tot de Akte van Genève in de nabije toekomst werd vrijwel unaniem gesteund. 5.1.3. Maatregelen naar aanleiding van de evaluatie achteraf Niet van toepassing 5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting De regels en procedures betreffende internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, zullen in beginsel dezelfde zijn als de regels en procedures die op aanvragen om Gemeenschapsmodellen van toepassing zijn. Overeenkomstig dit beginsel moet een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, worden onderworpen aan een onderzoek met betrekking tot de gronden voor niet-inschrijving voordat deze dezelfde rechtsgevolgen heeft als een ingeschreven Gemeenschapsmodel. Evenzo moet een internationale inschrijving die dezelfde rechtsgevolgen heeft als een ingeschreven Gemeenschapsmodel, aan dezelfde regels inzake gebruik en nietigverklaring onderworpen zijn als een ingeschreven Gemeenschapsmodel. Er wordt geen financiële bijstand verstrekt. 5.3. Uitvoering Het BHIM zal zijn interne procedures en werkwijzen moeten aanpassen met het oog op de behandeling van de internationale aanvragen bij het Internationaal Bureau van de WIPO waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen om bescherming uit hoofde van het stelsel van Gemeenschapsmodellen te krijgen. De Commissie moet namens de Gemeenschap onderhandelen in de Vergadering van de Unie van ’s-Gravenhage, na afstemming in de desbetreffende werkgroep van de Raad of in speciale vergaderingen die tijdens de werkzaamheden in het kader van de WIPO worden belegd. 6. FINANCIËLE GEVOLGEN 6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B — (voor de gehele programmeringsperiode) Niet van toepassing 6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de hele programmeringsperiode) Niet van toepassing 7. GEVOLGEN VOOR DE PERSONELE MIDDELEN EN DE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 7.1. Gevolgen voor de personele middelen Aard van de posten | Personeel voor het beheer van de actie | Totaal | Beschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien | Vast | Tijdelijk | Ambtenaren of tijdelijk personeel | A B C | 0,5 A | 0 | 0,5 A | Zo nodig kan een vollediger beschrijving van de taken worden bijgevoegd Coördinatie met het BHIM. Voorbereiden van en deelnemen aan vergaderingen van de Raad en het Parlement waarin tijdens de goedkeuringsprocedure over het voorstel wordt onderhandeld. Voorbereiden van en deelnemen aan vergaderingen van de Unie van ’s-Gravenhage en coördineren van de standpunten met de lidstaten. | Ander personeel | 0 | 0 | 0 | Totaal | 0,5 | 0 | 0,5 | 7.2. Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen Aard van de personele middelen | Bedrag in EUR | Wijze van berekening * | Ambtenaren Tijdelijke functionarissen | 54 000 | Kosten per ambtenaar per jaar: 108 000 EUR | Ander personeel (vermeld begrotingsonderdeel) | Totaal | 54 000 | De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende twaalf maanden. 7.3. Andere huishoudelijke uitgaven die uit de actie voortvloeien Niet van toepassing De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende twaalf maanden. 1 Vermeld het soort comité en de groep waartoe het behoort. I. Totaal per jaar (7.2 + 7.3) II. Duur van de actie III. Totale kosten van de actie (I x II) | 54 000 EUR 2006-2011 324 000 EUR | 8. FOLLOW-UP EN EVALUATIE 8.1. Follow-up Niet van toepassing 8.2. Procedure en tijdschema van de voorgeschreven evaluatie Een voortdurende evaluatie is mogelijk door toe te zien op het aantal internationale inschrijvingen waarin het stelsel van Gemeenschapsmodellen wordt aangewezen. 9. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN Er wordt geen financiële bijstand verstrekt. [1] PB L 3 van 5.1.2002, blz. 1. [2] Het BHIM is opgericht bij Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk, PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1. [3] Zie COM(2005)687.definitief [4] Een soortgelijke structuur is gebruikt bij de wijziging van de Verordening inzake het Gemeenschapsmerk in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Protocol van Madrid (Verordening (EG) nr. 1992/2003 van 27 oktober 2003 van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 40/94, PB L 296 van 14.11.2003, blz. 1). [5] Verordening (EG) nr. 2245/2002 van de Commissie van 21 oktober 2002 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad betreffende Gemeenschapsmodellen,PB L 341 van 17.12.2002, blz. 28. [6] Verordening (EG) nr. 2246/2002 van de Commissie van 16 december 2002 inzake de aan het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) te betalen taksen voor de inschrijving van Gemeenschapsmodellen (PB L 341 van 17.12.2002, blz. 54). [7] Verordening (EG) nr. 216/96 van de Commissie van 5 februari 1996 houdende het Reglement voor de procesvoering bij de kamers van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (PB L 28 van 6.2.1996, blz. 11). [8] België, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Letland, Luxemburg, Nederland, Slovenië, Spanje. Vijf EU-lidstaten – van de 18 landen in totaal — zijn toegetreden tot de Akte van Genève (Estland, Hongarije, Letland, Slovenië en Spanje). Nieuwe ontwikkelingen worden bekendgemaakt op de website van de WIPO: www.wipo.int 9 PB C […] van […], blz. […]. 10 PB C […] van […], blz. […]. 11 PB C […] van […], blz. […]. 12 PB L 3 van 5.1.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003. 13 PB L […] van […], blz. […]. [9] PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 422/2004, PB L 70 van 9.3.2004, blz. 1.