Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52005PC0536

Gewijzigd voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit - PROGRESS (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

/* COM/2005/0536 def. - COD 2004/0158 */

52005PC0536

Gewijzigd voorstel voor een Besluit van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit - PROGRESS (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend) /* COM/2005/0536 def. - COD 2004/0158 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 21.10.2005

COM(2005) 536 definitief

2004/0158 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit - PROGRESS

(door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

TOELICHTING

Achtergrond

1. Op 14 juli 2004 heeft de Commissie een voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststeling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit (PROGRESS)[1] ingediend. Dit voorstel is op 15 juli 2004 aan het Europees Parlement en de Raad toegezonden.

2. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft advies uitgebracht op 15 maart 2005[2].

3. Het Comité van de Regio's heeft op 23 februari 2005 zijn advies[3] uitgebracht.

4. Het Europees Parlement heeft op 6 september 2005 in eerste lezing advies[4] uitgebracht.

Doel van het voorstel van de Commissie

Het communautaire programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit heeft als algemeen doel de tenuitvoerlegging van de doelstellingen van de Europese Unie op het terrein van de werkgelegenheid te ondersteunen en op deze wijze in de context van de strategie van Lissabon de doelstellingen van de sociale agenda te helpen verwezenlijken.

Met het oog hierop zal in het kader van het programma financiële steun worden verleend ten behoeve van de taak van de Commissie om het initiatief te nemen tot voorstellen voor EU-strategieën; tot de uitvoering en follow-up van EU-doelstellingen en de omzetting ervan in nationaal beleid; tot de ondersteuning van en het toezicht op de EU-wetgeving; tot de bevordering van de samenwerking- en coördinatiemechanismen tussen de lidstaten en tot de samenwerking met maatschappelijke organisaties.

Advies van de Commissie over de amendementen van het Europees Parlement

Op 6 september 2005 heeft het Europees Parlement 72 amendementen aangenomen. De Commissie acht de meeste amendementen van het Parlement volledig, in beginsel of ten dele aanvaardbaar, aangezien zij haar voorstel verbeteren, zonder afbreuk te doen aan de doelstellingen en de politieke haalbaarheid ervan. De Commissie kan volledig of ten dele met de volgende amendementen instemmen:

- Amendement 1 (toevoeging van het communautaire actieprogramma ter bevordering van organisaties die op Europees niveau op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen actief zijn): zie overweging 2

- Amendement 2 (grotere nadruk op het belang van de Europese werkgelegenheidsstrategie): zie overweging 3

- Amendement 3 (onderstreept het feit dat de Raad heeft besloten thans de open coördinatiemethode op het gebied van de sociale bescherming en de integratie te benutten): zie overweging 5

- Amendement 4 (er dient aandacht uit te gaan naar de bijzondere situatie van migranten): zie overweging 5 bis (nieuw)

- Amendement 5 (onderstreept het belang van de noodzaak beroeps- en gezinsleven te combineren): zie overweging 6

- Amendement 6 (toevoeging van een verwijzing naar artikel 13, de vormen van discriminatie waarop dit artikel betrekking heeft en de noodzaak voort te bouwen op de opgedane ervaring. Gewezen wordt op de compensatie van bijkomende, "uit hun handicap voortvloeiende" kosten voor gehandicapten): zie overweging 7

- Amendement 7 (toevoeging van een verwijzing naar de richtlijn betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen): zie overweging 8

- Amendement 8 (toevoeging van een verwijzing naar de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het beginsel van gendermainstreaming): zie overweging 9

- Amendement no. 10 (toevoeging van doelstellingen): zie overweging 10

- Amendement 11 (toevoeging van een verwijzing naar de sociale agenda): zie artikel 1

- Amendement 12 (vermelding van het gebruik van naar geslacht en leeftijdsgroep uitgesplitste statistieken en indicatoren): zie artikel 2, punt 2

- Amendement 13 (beoordeling van de doeltreffendheid van het Gemeenschapsrecht en de beleidsdoelstellingen): zie artikel 2, punt 3

- Amendement 14 (vermelding van de bevordering van netwerken, wederzijdse leerprocessen en verspreiding van innovatieve benaderingen): zie artikel 2, punt 4

- Amendement 15 (toevoeging van doelstellingen): zie artikel 2, punt 5

- Amendement 17 (vermelding van gendermainstreaming in het gehele programma): zie artikel 2, alinea 1 bis (nieuw)

- Amendement 18 (vermelding van de verplichting tot verspreiding en publicatie van de resultaten en tot een regelmatige gedachtewisseling met de belanghebbende partijen): zie artikel 2, alinea 1 ter (nieuw)

- Amendement 19 (er moeten "gemeenschappelijke" indicatoren worden ontwikkeld, aangezien alleen gemeenschappelijk overeengekomen indicatoren de noodzakelijke vergelijkbaarheid mogelijk wordt): zie artikel 4, punt 1

- Amendement 20 (aangedrongen wordt op meer samenhang tussen de EWS en het algemene economische beleid): zie artikel 4, punt 2

- Amendement 21 (vermelding van te ontwikkelen nieuwe en innovatieve benaderingen): zie artikel 4, punt 3

- Amendement 22 (vermelding van de uitvoering van nationale hervormingsplannen): zie artikel 4, punt 4

- Amendement 24 (toevoeging van het begrip "sociale uitsluiting" waarmee bij de de formulering van het huidige actieprogramma wordt aangesloten, en van te ontwikkelen "gemeenschappelijke" indicatoren aangezien alleen gemeenschappelijk overeengekomen indicatoren de noodzakelijke vergelijkbaarheid mogelijk wordt): zie artikel 5, punt 1

- Amendement 25 (toevoeging van het effect van de open coördinatiemthode op nationaal en communautair niveau): zie artikel 5, punt 2

- Amendement 26 (vermelding van te ontwikkelen nieuwe en innovatieve benaderingen): zie artikel 5, punt 3

- Amendement 27 (de rol van de EU-netwerken wordt versterkt met het oog op de bijzondere expertise ervan): zie artikel 5, punt 5

- Amendement 28 (onderstreept het belang van de noodzaak beroeps- en gezinsleven te combineren): zie artikel 6, inleidende formule

- Amendement 29 (vermelding van het gebruik van naar geslacht en leeftijdsgroep uitgesplitste statistieken en indicatoren): zie artikel 6, punt 1

- Amendement 30 (ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het EU-arbeidsrecht door het organiseren van seminars voor personen uit de beroepspraktijk): zie artikel 6, punt 2

- Amendement 31 (vermijding van overlapping met de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk): zie artikel 6, punt 3

- Amendement 32 (benadrukt de essentiële rol van de sociale partners): zie artikel 6, punt 4

- Amendement 34 (deel 4 dient ter ondersteuning van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van het non-discriminatiebeginsel en ter bevordering van de integratie daarvan in "alle" EU-beleidsterreinen): zie artikel 7, inleidende formule

- Amendement 35 (toevoeging van de verplichting om de doeltreffendheid van de bestaande wetgeving te beoordelen): zie artikel 7, punt 1

- Amendement 36 (ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving inzake de bestrijding van discriminatie door het organiseren van seminars voor personen uit de beroepspraktijk): zie artikel 7, punt 2

- Amendment 37 (benadrukt de sleutelrol van de ngo's op anti-discriminatiegebied): zie artikel 7, punt 3

- Amendement 39 (deel 5 dient ter ondersteuning van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van de gelijkheid van mannen en vrouwen en ter bevordering van de integratie daarvan in "alle" EU-beleidsterreinen): zie artikel 8, inleidende formule

- artikel 8, punt 1: toevoeging door de Commissie van het begrip "doeltreffendheid" ter wille van de samenhang

- Amendement 40 (ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen door het organiseren van seminars voor personen uit de beroepspraktijk): zie artikel 8, punt 2

- Amendement 41 (onderstreept het belang van de noodzaak beroeps- en gezinsleven te combineren): zie artikel 8, punt 3

- Amendment 42 (benadrukt de sleutelrol van de ngo's op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen): zie artikel 8, punt 4

- Amendement 43 (PROGRESS dient ook op transnationaal niveau te worden uitgevoerd) : zie artikel 9, lid 1, inleidende formule

- Amendement 44 (benadrukt het belang van de publicatie van educatief materiaal via internet of andere media): zie artikel 9, lid 1, onder a), vijfde streepje

- Amendement 45 (PROGRESS moet ook wederzijds leerproces en de uitwisseling van goede en innovatieve benaderingen stimuleren): zie artikel 9, lid 1, onder b), eerste streepje

- Amendement 46 (PROGRESS dient ook op transnationaal niveau te worden uitgevoerd) : zie artikel 9, lid 1, onder b), eerste streepje

- Amendement 47 (toevoeging van de organisatie van een jaarlijks forum voor alle betrokken actoren dat ertoe zal bijdragen dat de dialoog wordt bevorderd, dat er grotere publiciteit aan de resultaten van het programma wordt gegeven en de toekomstige prioriteiten worden besproken): zie artikel 9, lid 1, onder b), derde streepje bis (nieuw)

- Amendement 48 (er moet – gezien de verschillende situaties binnen de EU – meer aandacht aan de specifieke omstandigheden in iedere lidstaat worden besteed): zie artikel 9, lid 1, onder b), eerste streepje

- Amendement 49 (personen die in de desbetreffende sector werkzaam zijn moeten toegang tot scholingsactiviteiten hebben): zie artikel 9, lid 1, onder c), derde streepje

- Amendement 52 (verwijzing naar artikel 3): zie artikel 9, lid 2 bis (nieuw)

- Amendement 53 (uit het programma worden geen maatregelen gefinancierd ter voorbereiding en uitvoering van Europese jaren): zie artikel 9, lid 2 ter (nieuw)

- Amendement 54 (vermelding van diensten voor arbeidsbemiddeling): zie artikel 10, lid 1, tweede streepje

- Amendement 58 (uitbreiding van de door het comité dat de Commissie bijstaat te behandelen aangelegenheden): zie artikel 12

- Amendment 61 (verplichting om ook de overige relevante comités op de hoogte te stellen van de in het kader van de vijf programmaonderdelen genomen maatregelen): zie artikel 14, lid 1 bis (nieuw)

- Amendement 62 (de samenhang tussen het programma en het regionale en algemene economische beleid alsook de overige genoemde terreinen dient te worden gewaarborgd, aangezien beide vormen van beleid ingrijpende implicaties voor het welslagen van de doelstellingen van het programma kunnen hebben): zie artikel 15, lid 1

- Amendement 63 (voorkomen van overlappingen met andere relevante EU- en communautaire activiteiten): zie artikel 15, lid 2

- Amendement 64 (waarborgen van samenhang en complementariteit. Vermijden van dubbel werk is derhalve van essentieel belang): zie artikel 15, lid 2

- Amendement 65 (toevoeging van een verwijzing naar de sociale agenda): zie artikel 15, lid 4

- Amendement 68 (garantie dat de beschikbare middelen op transparante wijze over de afzonderlijke onderdelen van het programma worden verdeeld en dat dit door de Begrotingsautoriteit wordt vastgesteld): zie artikel 17, lid 4

- Amendement 69 (het Europees Parlement dient toezicht te houden op de uitvoering van PROGRESS): zie artikel 19, lid 1

- Amendement 70 (het Europees Parlement dient toezicht te houden op de uitvoering van PROGRESS): zie artikel 19, lid 1

- Amendement 71 (het Europees Parlement Parliament dient naar behoren van de uitvoering van het programma op de hoogte te worden gehouden): zie artikel 19, lid 3

Conclusie

Gelet op artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel zoals hierna aangegeven.

2004/0158 (COD)

Gewijzigd V v oorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit - PROGRESS

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 13, lid 2, artikel 129 en artikel 137, lid 2, onder a),

Gelet op het voorstel van de Commissie[5],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[6],

Gezien het advies van het Comité van de Regio's[7],

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 heeft de bevordering van werkgelegenheid en sociale integratie aangemerkt als een intrinsiek onderdeel van de algemene strategie van de Unie voor het verwezenlijken van haar strategische doel voor de komende tien jaar, namelijk de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. Hij heeft ambitieuze doelstellingen en streefcijfers voor de EU vastgesteld om opnieuw de voorwaarden te creëren voor volledige werkgelegenheid, de kwaliteit en productiviteit op het werk te verbeteren en de sociale samenhang en een op integratie gerichte arbeidsmarkt te bevorderen.

(2) Overeenkomstig het aangekondigde voornemen van de Commissie om de financieringsinstrumenten van de EU te consolideren en te rationaliseren is dit besluit bedoeld om één gestroomlijnd programma vast te stellen dat voorziet in de voortzetting en uitbreiding van de activiteiten waarmee een begin is gemaakt uit hoofde van Besluit 2000/750/EG van de Raad van 27 november 2000 tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bestrijding van discriminatie (2001-2006)[8], Beschikking 2001/51/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende het programma in verband met de communautaire strategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen[9], Besluit nr. 50/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 december 2001 tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter aanmoediging van samenwerking tussen lidstaten bij de bestrijding van sociale uitsluiting[10], Besluit nr. 1145/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 inzake communautaire stimuleringsmaatregelen op het gebied van de werkgelegenheid[11], en Besluit 848/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bevordering van organisaties die op Europees niveau op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen actief zijn[12] , en op basis van de op communautair niveau aangevatte werkzaamheden met betrekking tot de arbeidsomstandigheden.

(3) Op de buitengewone Europese Raad over werkgelegenheid in Luxemburg in 1997 werd het startsein gegeven voor de Europese werkgelegenheidsstrategie, die bedoeld is om het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten op basis van gemeenschappelijke richtsnoeren en aanbevelingen voor de werkgelegenheid te coördineren. De Europese werkgelegenheidsstrategie is thans het belangrijkste instrument voor de tenuitvoerlegging van de werkgelegenheids- en arbeidsmarktdoelstellingen van de Lissabon-strategie.

(4) De Europese Raad van Lissabon concludeerde dat het aantal mensen dat in de EU onder de armoedegrens leeft en sociaal is uitgesloten, onaanvaardbaar hoog is, en achtte het daarom noodzakelijk stappen te zetten om armoede definitief uit te roeien door adequate doelstellingen vast te stellen. Deze doelstellingen werden overeengekomen door de Europese Raad van Nice van 7, 8 en 9 december 2000. De Raad kwam verder overeen dat het beleid ter bestrijding van sociale uitsluiting gebaseerd diende te zijn op een open coördinatiemethode die nationale actieplannen en een samenwerkingsinitiatief van de Commissie combineert.

(5) De demografische veranderingen vormen op de lange termijn een belangrijke uitdaging voor het vermogen van de stelsels van sociale bescherming om adequate pensioenen en kwalitatief hoogwaardige en op de lange termijn financierbare gezondheids- en langdurige zorg te verstrekken. en h H et is belangrijk een beleid te bevorderen dat zowel adequate sociale bescherming als financiële blijvende betaalbaarheid van de stelsels van sociale bescherming kan garanderen. De Raad heeft besloten dat de samenwerking op dit gebied moet berusten op Dit evenwicht wordt bereikt in overeenstemming met de open coördinatiemethode.

(5 bis) Er dient aandacht te worden besteed aan de bijzondere situatie van migranten in dit verband en het belang van maatregelen om zwartwerk om te zetten in reguliere arbeid.

(6) Het garanderen van minimumnormen en de constante verbetering van de arbeidsomstandigheden in de EU vormen een belangrijk kenmerk van het Europees sociaal beleid en zijn een belangrijke algemene doelstelling van de Europese Unie. Voor de Gemeenschap is een belangrijke taak weggelegd bij de ondersteuning en aanvulling van de activiteiten van de lidstaten op het gebied van de veiligheid en gezondheid van de werknemers, de arbeidsomstandigheden, met inbegrip van de noodzaak beroeps- en gezinsleven te combineren, de bescherming van de werknemers na beëindiging van hun arbeidsovereenkomst, de informatie , participatie en raadpleging van de werknemers, en de vertegenwoordiging en collectieve bescherming van de belangen van werknemers en werkgevers.

(7) Non-discriminatie is een grondbeginsel van de Europese Unie. Artikel 13 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bepaalt dat discriminatie op grond van geslacht, ras, etnische oorsprong, godsdienst of levensbeschouwing, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid moet worden bestreden. Het verbod op discriminatie is ook in Artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerd verbiedt uiteenlopende vormen van discriminatie . Aan de specifieke kenmerken van de verschillende vormen van discriminatie moet bijzondere aandacht worden besteed en ter voorkoming en bestrijding van discriminatie om één of verscheidene redenen moeten dienovereenkomstige maatregelen parallel worden uitgewerkt. Daarmom moet bij de beoordeling van de toegankelijkheid en de resultaten van het programma rekening worden gehouden met de bijzondere behoeften van mensen met een handicap ten aanzien van de toegankelijkheid van het waarborgen van volledige en gelijkwaardige toegang tot de activiteiten die zijn gefinancierd door dit programma en met de resultaten en evaluatie van deze activiteiten, waaronder de compensatie van bijkomende, uit hun handicap voortvloeiende kosten voor gehandicapten. De in een groot aantal jaren opgedane ervaring met de bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie op grond van het geslacht kan ook voor de bestrijding van discriminatie van andere aard nuttig zijn.

8) Op grond van artikel 13 van het Verdrag heeft de Raad de volgende richtlijnen goedgekeurd: Richtlijn 2000/43 van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming[13], die discriminatie op grond van ras of etnische afstamming onder andere verbiedt bij de toegang tot arbeid, beroepsopleiding, onderwijs, goederen en diensten en sociale bescherming, alsook Richtlijn 2000/78/EG van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep[14], die met betrekking tot arbeid en beroep discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid verbiedt , alsmede Richtlijn 2004/113/EG van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten. [15]

(9) Gelijke behandeling van vrouwen en mannen is overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap een fundamenteel beginsel van het Gemeenschapsrecht en de richtlijnen en andere besluiten die op grond hiervan zijn vastgesteld, hebben spelen bij de verbetering van de positie van vrouwen een belangrijke rol gespeeld . De ervaring met maatregelen op communautair niveau heeft aangetoond dat voor de bevordering van gelijkheid van mannen en vrouwen in het EU-beleid en de bestrijding van discriminatie in de praktijk een mix van instrumenten vereist is, waaronder wetgeving, financieringsinstrumenten en mainstreaming, die elkaar moeten versterken. Overeenkomstig het beginsel van gendermainstreaming de gelijkheid van mannen en vrouwen vrouwen en mannen moet gendermainstreaming in alle programmaonderdelen en – activiteiten worden geïntegreerd bevorderd . In dit programma wordt discriminatie op grond van geslacht met name behandeld in deel 5, "gelijkheid van vrouwen en mannen".

(9 bis) Vele niet-gouvernementele organisaties op diverse niveaus kunnen via sleutelnetwerken die medewerking verlenen bij de wijziging van beleidslijnen inzake de algemene doelstellingen van het programma, een belangrijke bijdrage leveren op Europees niveau.

(10) Aangezien de doelstellingen van de voorgestelde actie niet voldoende door op het niveau van de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt vanwege de behoefte aan informatie-uitwisseling op EU-niveau en de verspreiding van goede praktijken in de gehele Gemeenschap, en derhalve vanwege de multilaterale dimensie van de communautaire acties en maatregelen daarom beter op communautair niveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen treffen in overeenstemming met het in artikel 5 van het Verdrag genoemde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(11) In het onderhavige besluit wordt voor de gehele looptijd van het programma een financieel raamwerk vastgelegd, dat in de zin van punt 33 van het op 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gesloten Interinstitutioneel Akkoord inzake de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure[16] het belangrijkste referentiepunt voor de begrotingsautoriteit is.

(12) De voor de tenuitvoerlegging van dit besluit vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[17].

(12 bis) Aangezien het programma in vijf delen verdeeld is, kunnen de lidstaten hun nationale vertegenwoordigers – naargelang de door het comité dat de Commissie bijstaat te behandelen thema's – laten rouleren.

BESLUITEN:

Artikel 1 Vaststelling van een programma

Hierbij wordt het communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit, PROGRESS genaamd, vastgesteld om de tenuitvoerlegging van de doelstellingen van de Europese Unie op sociaal en werkgelegenheidsgebied financieel te ondersteunen en aldus in het kader van de Lissabon-strategie bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen op deze gebieden van de sociale agenda (2006-2010)[18] . Het programma geldt voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013.

Artikel 2 Algemene doelstellingen van het programma

1. De algemene doelstellingen van het programma zijn:

5. verbetering van de kennis van en het inzicht in de situatie in de lidstaten (en andere deelnemende landen) door middel van analyse en evaluatie van en nauwlettend toezicht op het beleid;

6. ondersteuning van de ontwikkeling van statistische hulpmiddelen en methoden en waar mogelijk naar geslacht en leeftijdsgroep uitgesplitste gemeenschappelijke indicatoren op de onder het programma vallende gebieden;

7. ondersteuning van en toezicht op de tenuitvoerlegging van het Gemeenschapsrecht en , in voorkomend geval, de beleidsdoelstellingen in de lidstaten en beoordeling van het effect de doeltreffendheid en de gevolgen daarvan;

8. bevordering van netwerken en wederzijdse leerprocessen, en vaststelling en verspreiding van goede en innovatieve benaderingen op EU-niveau;

9. vergroting van de bekendheid van de belanghebbenden en het grote publiek met het beleid en de doelstellingen van de Europese Unie in het kader van de vijf programmaonderdelen gevoerde EU-beleid ;

10. vergroting van de capaciteit van de belangrijkste EU-netwerken om het EU-beleid en de doelstellingen van de EU te bevorderen, en te ondersteunen en verder te ontwikkelen, voor zover van toepassing ;

1 bis Gendermainstreaming wordt in alle programmaonderdelen en -maatregelen bevorderd.

1 ter Er wordt gezorgd voor een adequate verspreiding van de in de programmaonderdelen en -maatregelen bereikte resultaten onder alle betrokkenen en in de openbaarheid. De Commissie wisselt zo nodig regelmatig van gedachten met de voornaamste belanghebbende partijen.

Artikel 3 Opzet van het programma

Het programma is verdeeld in de volgende vijf onderdelen:

11. Werkgelegenheid

12. Sociale bescherming en integratie

13. Arbeidsomstandigheden

14. Discriminatiebestrijding en verscheidenheid

15. Gelijkheid tussen vrouwen en mannen

Artikel 4 AFDELING 1: Werkgelegenheid

Deel 1 dient ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de Europese werkgelegenheidsstrategie (EWS) door:

(1) het inzicht in de werkgelegenheidssituatie en -vooruitzichten te verbeteren, met name via analyses en studies en de opstelling van statistieken en gemeenschappelijke indicatoren in het kader van de EWS ;

(2) de tenuitvoerlegging van de Europese richtsnoeren en aanbevelingen voor de werkgelegenheid te controleren en te evalueren, toe te zien op hun effecten, met name door middel van het Gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid en de wisselwerking tussen de EWS en het algemene economische en sociale beleid alsmede andere beleidsterreinen te bestuderen

(3) uitwisselingen over beleid en, beproefde methoden en innovatieve benaderingen te organiseren en wederzijdse leerprocessen in het kader van de EWS te bevorderen;

(4) de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en de discussie over de uitdagingen, en het beleid en de uitvoering van nationale hervormingsplannen in verband met de werkgelegenheid te bevorderen, ook onder de regionale en lokale actoren, de sociale partners en andere belanghebbenden.

Artikel 5 AFDELING 2: Sociale bescherming en integratie

Deel 2 dient ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de open coördinatiemethode (OCM) op het gebied van de sociale bescherming en integratie door:

16. het inzicht in de aspecten van sociale uitsluiting en van armoede en het beleid inzake sociale bescherming en integratie te verbeteren, met name via analyses en studies en de opstelling van statistieken en gemeenschappelijke indicatoren in het kader van de open coördinatiemethode op het terrein van de sociale bescherming en integratie ;

17. de tenuitvoerlegging van de OCM open coördinatiemethode op het gebied van sociale bescherming en integratie te controleren en te evalueren, alsmede de gevolgen hiervan op nationaal en communautair niveau , en de wisselwerking tussen deze OCM en andere beleidsterreinen te bestuderen;

18. uitwisselingen over beleid en methoden , beproefde methoden en innovatieve benaderingen te organiseren en wederzijdse leerprocessen in het kader van de strategie inzake sociale bescherming en integratie te bevorderen;

19. de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en de discussie te bevorderen over de belangrijkste uitdagingen en beleidskwesties die in het kader van het EU-coördinatieproces op het gebied van de sociale bescherming en sociale integratie aan de orde komen, ook onder de ngo's, regionale en lokale actoren , sociale partners en andere belanghebbenden;

20. de capaciteit van de belangrijkste EU-netwerken te vergroten om de strategieën en beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van de sociale bescherming en sociale integratie te ondersteunen en verder te ontwikkelen helpen realiseren .

Artikel 6 AFDELING 3: Arbeidsomstandigheden

Deel 3 dient ter ondersteuning van de verbetering van het arbeidsmilieu en de arbeidsomstandigheden, met inbegrip van de veiligheid en gezondheid op het werk en de combinatie van beroeps- en gezinsleven , door:

21. het inzicht in de situatie met betrekking tot de arbeidsomstandigheden te verbeteren, met name via analyses en studies en zo nodig de opstelling van statistieken en indicatoren, alsmede de beoordeling van het effect de doeltreffendheid en de gevolgen van bestaande wetgeving, beleid en praktijken;

22. de tenuitvoerlegging van het communautaire arbeidsrecht te ondersteunen via versterkt een effectief toezicht, de opleiding van vaklieden het organiseren van seminars voor in de sector werkzame personen , de opstelling van handleidingen en de totstandbrenging van netwerken tussen gespecialiseerde instanties, met inbegrip van de sociale partners ;

23. preventieve maatregelen te nemen en de preventiecultuur op het gebied van aspecten veiligheid en gezondheid op het werk te bevorderen;

24. de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en de discussie - ook tussen de sociale partners - over de belangrijkste uitdagingen en beleidskwesties in verband met de arbeidsomstandigheden te bevorderen.

Artikel 7 AFDELING 4: Discriminatiebestrijding en verscheidenheid

Deel 4 dient ter ondersteuning van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van het non-discriminatiebeginsel en de integratie daarvan in het EU-beleid alle EU-strategieën door:

25. het inzicht in de situatie met betrekking tot de discriminatie te verbeteren, met name via analyses en studies en zo nodig de opstelling van statistieken en indicatoren, alsmede de beoordeling van het effect de doeltreffendheid en de gevolgen van bestaande wetgeving, beleid en benaderingen;

26. de tenuitvoerlegging van de communautaire anti-discriminatiewetgeving te ondersteunen via versterkt een effectief toezicht, de opleiding van vaklieden het organiseren van seminars voor in de sector werkzame personen en de totstandbrenging van netwerken tussen gespecialiseerde instanties die zich met de bestrijding van discriminatie bezighouden;

27. de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en discussie te bevorderen - ook tussen de bij racismebestrijding betrokken ngo's, regionale en lokale actoren, de sociale partners en andere belanghebbende partijen - over de voornaamste problemen en beleidskwesties in verband met discriminatie en de integratie van de bestrijding van racisme in alle beleidsterreinen van de EU;

28. de capaciteit van de belangrijkste EU-netwerken te vergroten om de strategieën en beleidsdoelstellingen van de EU te bevorderen en verder te ontwikkelen helpen realiseren .

Artikel 8 AFDELING 5: Gelijkheid tussen vrouwen en mannen

Deel 5 dient ter ondersteuning van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijkheid van mannen en vrouwen en ter bevordering van de integratie van de genderdimensie in het EU-beleid alle EU-strategieën door:

29. het inzicht in de situatie met betrekking tot gendervraagstukken en de integratie van de genderdimensie in het beleid te verbeteren, met name via analyses en studies en zo nodig de opstelling van statistieken en indicatoren, alsmede de beoordeling van het effect de doeltreffendheid en de gevolgen van bestaande wetgeving, beleid en benaderingen;

30. de tenuitvoerlegging van de communautaire anti-discriminatiewetgeving te ondersteunen via versterkt een effectief toezicht, de opleiding van vaklieden het organiseren van beroepsseminars en de totstandbrenging van netwerken tussen gespecialiseerde instanties die actief zijn op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen;

31. de bewustwording te vergroten, informatie te verspreiden en de discussie over de belangrijkste uitdagingen en beleidskwesties in verband met de gelijkheid van mannen en vrouwen , waaronder het belang van de combinatie van beroeps- en gezinsleven , en de integratie van de genderdimensie in het beleid te bevorderen;

32. de capaciteit van de belangrijkste EU-netwerken te vergroten om de strategieën en beleidsdoelstellingen van de EU ter bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen en verder te ontwikkelen helpen realiseren .

Artikel 9 Soorten activiteiten

1. Het programma dient ter financiering van de volgende soorten activiteiten , die eventueel ook in een grensoverschrijdend kader kunnen worden uitgevoerd :

33. Analytische werkzaamheden

34. Verzameling, opstelling en verspreiding van gegevens en statistieken

35. Opstelling en verspreiding van gemeenschappelijke methoden en eventueel indicatoren/benchmarks

36. Uitvoering van studies, analyses en enquêtes, en verspreiding van de resultaten daarvan

37. Uitvoering van evaluaties en effectbeoordelingen, en verspreiding van de resultaten daarvan

38. Opstelling en publicatie van handleidingen en , verslagen en educatief materiaal via internet of andere media

39. Werkzaamheden in verband met de uitwisseling van kennis, bewustmaking en verspreiding

40. Vaststelling en uitwisselingen van de beste praktijken goede en innovatieve benaderingen en ervaringen en organisatie van intercollegiale toetsingen en een wederzijds leerproces via vergaderingen/workshops/seminars op nationaal, transnationaal of EU-niveau, waarbij zo mogelijk met de specifieke nationale omstandigheden rekening wordt gehouden.

41. Organisatie van conferenties/seminars van het voorzitterschap

42. Organisatie van conferenties/seminars ter ondersteuning van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het Gemeenschapsrecht en de beleidsdoelstellingen

43. Organisatie van een jaarlijks forum van alle betrokken actoren ter evaluatie van de omzetting van de sociale agenda en van de uitvoering van de individuele programmaonderdelen van het programma, onder meer presentatie van de resultaten en dialoog over toekomstige prioriteiten

44. Organisatie van mediacampagnes en -evenementen

45. Compilatie en publicatie van materiaal voor de verspreiding van informatie en de resultaten van het programma

46. Ondersteuning van de voornaamste actoren

47. Ondersteuning van de exploitatiekosten van de belangrijkste EU-netwerken , waarvan de werkzaamheden met de uitvoering van dit programma verband houden

48. Organisatie van werkgroepen van nationale ambtenaren om de tenuitvoerlegging van het Gemeenschapsrecht te controleren

49. Financiering van opleidingsseminars voor juristen hen die in de sector werkzaam zijn , ambtenaren op sleutelposities en andere relevante actoren

50. Oprichting van netwerken tussen gespecialiseerde instanties op EU-niveau

51. Financiering van netwerken van deskundigen

52. Financiering van waarnemingsposten op EU-niveau

53. Uitwisseling van personeel tussen nationale overheden

54. Samenwerking met internationale instellingen

2. De in lid 1, onder b), bedoelde soorten activiteiten bezitten een sterke Europese dimensie, zijn voldoende groot van opzet om een echte Europese toegevoegde waarde te garanderen, en worden uitgevoerd door (sub)nationale autoriteiten, in de Gemeenschapswetgeving bedoelde gespecialiseerde instanties of actoren die op hun terrein een sleutelpositie innemen.

2 bis De soorten maatregelen moeten op de in artikel 3 genoemde gebieden bijdragen tot verwezenlijking van de doelstellingen van de sociale agenda in het kader van de Lissabon-strategie.

2 ter Uit het programma worden geen maatregelen gefinancierd ter voorbereiding en uitvoering van Europese jaren.

Artikel 10 Toegang tot het programma

1. Deelname aan het programma staat open voor alle openbare en/of particuliere organisaties, actoren en instellingen, met name:

- de lidstaten;

- openbare diensten voor de arbeidsvoorziening en -bemiddeling ;

- plaatselijke en regionale overheden;

- in de Gemeenschapswetgeving bedoelde gespecialiseerde instanties;

- de sociale partners;

- op EU-niveau georganiseerde niet-gouvernementele organisaties , met name op EU-niveau ;

- universiteiten instellingen voor hoger onderwijs en onderzoeksinstellingen;

- evaluatiedeskundigen;

- de nationale bureaus voor de statistiek;

- de media.

2. De Commissie heeft ook rechtstreeks toegang tot het programma voor de in artikel 9, lid 1, onder a) en onder b), bedoelde activiteiten.

Artikel 11 Procedure voor subsidieaanvragen

De in artikel 9 bedoelde activiteiten kunnen worden gefinancierd door middel van:

- een dienstencontract op basis van een aanbesteding. Voor de samenwerking met nationale bureaus voor de statistiek gelden de Eurostat-procedures.

- een gedeeltelijke subsidie op basis van een oproep tot het indienen van voorstellen. In dit geval kan de EU-bijdrage in het algemeen niet meer bedragen dan 80% van de door de ontvanger verrichte totale uitgaven. Subsidies boven dit maximum kunnen uitsluitend in uitzonderlijke omstandigheden en na een zorgvuldig onderzoek worden verleend.

De in artikel 9, lid 1, bedoelde activiteiten kunnen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Financieel Reglement [19] en de uitvoeringsverordening [20] ervan worden gesubsidieerd na een subsidieaanvraag, bijvoorbeeld van de lidstaten.

Artikel 12 Uitvoeringsbepalingen

1. De voor de uitvoering van dit besluit vereiste maatregelen die betrekking hebben op de volgende aangelegenheden, worden vastgesteld volgens de beheersprocedure als bedoeld in artikel 13, lid 2:

55. de algemene richtsnoeren voor de uitvoering van het programma;

56. het jaarlijkse werkprogramma voor de tenuitvoerlegging van het programma, dat in de diverse onderdelen verdeeld is ;

57. de door de Gemeenschap te leveren financiële steun;

58. de jaarlijkse begroting en de verdeling van de middelen over de verschillende programmaonderdelen ;

59. de wijze waarop de door de Gemeenschap gesteunde acties worden geselecteerd, alsmede de door de Commissie voorgestelde ontwerp-lijst van acties die deze steun ontvangen.

60. criteria voor de evaluatie van het programma, daartoe behoren ook criteria die betrekking hebben op de kosten/baten-relatie en de regeling voor het verspreiden en doorgeven van de resultaten.

2. De voor de uitvoering van dit besluit vereiste maatregelen met betrekking tot alle overige onderwerpen worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3 beschreven raadplegingsprocedure.

Artikel 13 Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing , met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 hiervan .

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing , met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 hiervan .

4. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 14 Samenwerking met andere comités

1. De Commissie legt de nodige contacten met het Comité voor sociale bescherming en het Comité voor de werkgelegenheid om deze regelmatig en adequaat op de hoogte te houden van de uitvoering van de in dit besluit bedoelde activiteiten.

1 bis De Commissie stelt ook de overige relevante comités op de hoogte van de in het kader van de vijf programmaonderdelen genomen maatregelen

2. Zo nodig stelt de Commissie een regelmatige en gestructureerde vorm van samenwerking in tussen dit comité en de voor andere relevante beleidsmaatregelen, instrumenten en acties opgerichte toezichtcomités.

Artikel 15 Samenhang en complementariteit

1. De Commissie draagt, in samenwerking met de lidstaten, zorg voor de algehele samenhang met de andere beleidsmaatregelen, instrumenten en acties van de Unie en de Gemeenschap, met name door de vaststelling van passende mechanismen voor de coördinatie van de activiteiten van het programma met relevante activiteiten op het gebied van onderzoek, justitie en binnenlandse zaken, cultuur, onderwijs, opleiding en jeugdbeleid, en op het gebied van de uitbreiding en de externe betrekkingen van de Gemeenschap , alsmede met het regionale beleid en het algemene economische beleid . Bijzondere aandacht wordt besteed aan de mogelijke synergieën tussen dit programma en die op onderwijs- en opleidingsgebied.

2. De Commissie en de lidstaten dragen zorg voor de samenhang en complementariteit tussen de in het kader van het programma ondernomen activiteiten en andere relevante activiteiten van de Unie en de Gemeenschap, met name in het kader van de structuurfondsen en in het bijzonder van het Europees Sociaal Fonds, en zien erop toe dat dubbel werk wordt vermeden .

3. De Commissie draagt er zorg voor dat de ten laste van dit programma komende uitgaven niet ook nog eens ten laste komen van een ander communautair financieel instrument.

4. De Commissie houdt het in artikel 13 bedoelde comité regelmatig op de hoogte van andere communautaire maatregelen die bijdragen tot in het kader van de strategie van Lissabon die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de sociale agenda .

5. De lidstaten doen al het mogelijke om de samenhang en complementariteit tussen activiteiten in het kader van het programma en de activiteiten op nationaal, regionaal en lokaal niveau te verzekeren.

Artikel 16 Deelneming van derde landen

Aan het programma kan worden deelgenomen door:

- de EVA/EER-landen, overeenkomstig de EER-overeenkomst;

- de met de EU geassocieerde kandidaat-lidstaten en de landen van de westelijke Balkan die bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn.

Artikel 17 Financiering

1. Het financiële raamwerk voor de uitvoering van de in dit besluit bedoelde communautaire activiteiten voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013 bedraagt 628,8 miljoen euro.

2. Bij de verdeling van de middelen over de verschillende programmaonderdelen worden de volgende minimumpercentages aangehouden:

Afdeling 1 | Werkgelegenheid | 21 % |

Afdeling 2 | Sociale bescherming en integratie | 28 % |

Afdeling 3 | Arbeidsomstandigheden | 8 % |

Afdeling 4 | Discriminatiebestrijding en verscheidenheid | 23 % |

Afdeling 5 | Gelijkheid tussen vrouwen en mannen | 8 % |

3. Maximaal 2% van de begroting wordt voor de uitvoering van het programma uitgetrokken ter dekking van bijvoorbeeld de uitgaven in verband met de werking van het in artikel 13 bedoelde comité of de op grond van artikel 19 uit te voeren evaluaties.

4. De begrotingsautoriteit stelt, binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten, de jaarlijks beschikbare middelen en de verdeling van die middelen over de verschillende programmaonderdelen vast. De verdeling van de jaarlijks beschikbare middelen over de verschillende onderdelen wordt in de begroting duidelijk aangegeven.

5. De Commissie kan een beroep doen op technische en/of administratieve bijstand in het wederzijds belang van de Commissie en de begunstigden, en op ondersteuningsuitgaven.

Artikel 18 Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap

1. De Commissie draagt er bij de uitvoering van uit hoofde van dit besluit gefinancierde activiteiten zorg voor dat de financiële belangen van de Gemeenschap beschermd worden door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten, door daadwerkelijke controles en door de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen, en indien er onregelmatigheden aan het licht komen, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 en (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad.

2. Voor de uit hoofde van dit besluit gefinancierde communautaire maatregelen wordt onder onregelmatigheid in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 verstaan elke schending van een bepaling van het Gemeenschapsrecht of niet-nakoming van een contractuele verplichting als gevolg van een handelen of nalaten van de contractant die een nadelig effect heeft of zou hebben op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen of op de door de Europese Gemeenschappen beheerde budgetten door een ongerechtvaardigde uitgave.

3. Uit dit besluit voortvloeiende contracten en overeenkomsten, alsmede overeenkomsten met deelnemende derde landen dienen met name te voorzien in toezicht en financiële controle door de Commissie (of een door haar gevolmachtigde vertegenwoordiger) en in controles door de Rekenkamer, zo nodig ter plaatse.

Artikel 19 Toezicht en evaluatie

1. Teneinde te zorgen voor een regelmatige follow-up van het programma en dit waar nodig bij te stellen, worden door de Commissie jaarlijkse activiteitenverslagen opgesteld die gericht zijn op de door middel van het programma bereikte resultaten en aan het in artikel 13 bedoelde programmacomité en aan het Europees Parlement toegezonden.

2. Het programma wordt ook onderworpen aan een tussentijdse evaluatie van de verschillende onderdelen met een overzicht over het programma teneinde de geboekte vooruitgang met betrekking tot het effect van de doelstellingen van het programma , de doeltreffendheid van het gebruik van de middelen en zijn Europese toegevoegde waarde te meten. Deze evaluatie kan worden aangevuld met lopende evaluaties. Deze worden uitgevoerd door de Commissie met de hulp van externe deskundigen. Voor zover beschikbaar, worden de resultaten in de in lid 1 bedoelde activiteitenverslagen opgenomen.

3. Uiterlijk 31 december 2015 Een jaar na afloop van wordt door de Commissie met de hulp van externe deskundigen een evaluatie achteraf van het hele programma uitgevoerd, teneinde het effect van de doelstellingen van het programma en zijn Europese toegevoegde waarde te meten. Deze wordt aan De Commissie legt het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een verslag hiervan voor.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgend op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

[1] COM(2004) 488 definitief

[2] PB C […] van […], blz. […].

[3] PB C 164 van 5.7.2005, blz. 48.

[4] PB C […] van […], blz. […].

[5] PB C , , blz. .

[6] PB C , , blz. .

[7] PB C , , blz. .

[8] PB L 303 van 2.12.2000, blz. 23.

[9] PB L 17 van 19.11.2001, blz. 22.

[10] PB L 10 van 12.1.2002, blz. 1.

[11] PB L 170 van 29.6.2002, blz. 1.

[12] PB L 157 van 30.04.2004, blz. 18 . Rectificatie in PB L 195 van 2.6.2004, blz. 7

[13] PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.

[14] PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16.

[15] PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37 .

[16] PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1.

[17] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

[18] COM(2005)33, 9.2.2005 .

[19] Vgl. Verordening nr. 1605/2002 van de Raad, PB L 248, blz.1, met name artikel 110

[20] Vgl. Verordening nr. 2342/2002 van de Commissie, PB L 357, blz.1, met name artikel 168

Top