Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52005DC0153

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Het reactievermogen van de EU op rampen en crisissituaties in derde landen versterken

/* COM/2005/0153 def. */

52005DC0153

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Het reactievermogen van de EU op rampen en crisissituaties in derde landen versterken /* COM/2005/0153 def. */


Brussel, 20.4.2005

COM(2005) 153 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO ’S

Het reactievermogen van de EU op rampen en crisissi tuaties in derde landen versterken

Inleiding

Deze mededeling is het antwoord van de Commissie op het EU-actieplan dat door het Luxemburgse voorzitterschap is voorgesteld tijdens de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen op 31 januari 2005 naar aanleiding van de tsunami van 26 december 2004.

Europa heeft onmiddellijk en ruimhartig gereageerd op de tsunamiramp. De Europese Gemeenschap heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Tijdens de respons werd duidelijk hoe diepgaand en omvangrijk de gezamenlijke middelen zijn waarover de Unie via communautaire en bilaterale programma’s beschikt en werden ook haar nieuwe militaire capaciteiten aangetoond. Tegelijk kwam aan het licht hoe complex het in operationeel en politiek opzicht is om bij rampen en crisissituaties paraat te zijn en adequaat te reageren.

Het actieplan van het voorzitterschap steunt op drie pijlers:

- maatregelen om in de behoeften van de door de tsunami getroffen gebieden te voorzien;

- maatregelen om de capaciteit, coherentie en doeltreffendheid van de EU-respons te verhogen;

- maatregelen voor de versterking van rampenpreventie, vroegtijdige waarschuwing en paraatheid bij toekomstige rampen.

De Voorzitter van de Commissie heeft in de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen gereageerd op het EU-actieplan met een verslag over de financiële steun van de Gemeenschap aan de door de tsunami getroffen gebieden en met een planning voor de ontwikkeling op langere termijn van de anticipatie- en responscapaciteit van de Unie voor toekomstige rampen en crisissituaties. In deze mededeling wordt die planning verder uitgewerkt.

Deze mededeling heeft twee bijlagen. De eerste bijlage is een voortgangsverslag met recente informatie over de maatregelen die door de Commissie worden ondernomen om de nood van de gebieden die getroffen zijn door de tsunami in de Indische Oceaan te lenigen. In dat verslag zijn haar programma’s toegelicht voor humanitaire hulp (103 miljoen euro) en voor de wederopbouw op langere termijn (350 miljoen euro), alsook een reeks begeleidende maatregelen, waaronder handelsconcessies en de activiteiten van de Europese Investeringsbank.

In de tweede bijlage wordt een overzicht gegeven van de instrumenten en programma’s van de Gemeenschap die wereldwijd bijdragen tot vroegtijdige waarschuwing en rampenparaatheid.

Een coherente en doeltreffende RESPONS GARANDEREN

DE GEMEENSCHAP HEEFT EEN AANTAL AFZONDERLIJKE INSTRUMENTEN VOOR HAAR EXTERNE ACTIES ONTWIKKELD. DIE INSTRUMENTEN HEBBEN VERSCHILLENDE BELEIDSLIJNEN EN MANDATEN, ONDER MEER HUMANITAIRE HULP, STABILISATIE, WEDEROPBOUW EN DUURZAME ONTWIKKELING, ECONOMISCHE SAMENWERKING EN GRONDRECHTEN. DE COMMUNAUTAIRE respons op de tsunami toonde aan hoeveel instrumenten de Gemeenschap kan aanwenden bij rampen of een crisissituatie. Daardoor is duidelijk geworden dat, naast de betrokken instrumenten voor externe betrekkingen, veel interne beleidsinstrumenten op een gecoördineerde manier kunnen worden gemobiliseerd om de respons in zijn geheel te versterken. Het gaat dan niet enkel om het communautair mechanisme voor civiele bescherming maar ook om programma’s op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, informatiemaatschappij, justitie, vrijheid en veiligheid, en visserij. Het sterke punt van de responscapaciteit van de Gemeenschap is dat zij de capaciteiten die zij in het kader van haar interne beleid heeft opgebouwd kan integreren in de maatregelen in het kader van de gespecialiseerde instrumenten voor extern optreden.

De militaire en civiele capaciteiten die worden ontwikkeld op grond van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid vullen de andere aan.

De Unie heeft een grote verscheidenheid aan capaciteiten en dat is één van haar sterke punten. Er moet voor worden gezorgd dat in noodgevallen doeltreffend, snel en flexibel wordt gereageerd, en dat de beschikbare middelen op een coherente manier worden gemobiliseerd en ontwikkeld, terwijl tegelijkertijd op de kracht van die middelen moet kunnen worden vertrouwd.

De in deze mededeling uiteengezette maatregelen hebben als gemeenschappelijk doel de doeltreffendheid, coherentie en coördinatie tussen de verschillende instrumenten voor extern beleid te bevorderen in geval van een ramp of crisissituatie. Toch behouden ze hun eigen mandaten, in het bijzonder de zogenaamde ‘humanitaire ruimte’[1]. Zij moeten ervoor zorgen dat de Commissie:

- doeltreffend kan bijdragen tot de ontwikkeling van beleidslijnen en praktijken op het niveau van de EU in verband met het reageren op rampen en crisissituaties;

- de operationele coördinatie tussen de Commissie, de lidstaten en het Secretariaat-generaal van de Raad kan helpen verbeteren;

- de belangrijke hiaten in de bestuurlijke capaciteit kan aanpakken;

- een bijdrage kan leveren aan de versterking van het breder internationaal netwerk om op een ramp of een crisissituatie te reageren.

De EU heeft reeds een aantal belangrijke fora opgericht waarin een betere coherentie van het beleid en de acties met betrekking tot een ramp of een crisissituatie wordt behandeld of waarin daarvoor uitvoeringsmodellen worden opgesteld. Dergelijke fora zijn bijvoorbeeld het jaarlijkse debat in de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen over de doeltreffendheid van het extern optreden van de EU, het programma voor de tenuitvoerlegging van de “Verbintenissen van Barcelona”[2] in verband met de harmonisatie van het beleid en van de procedures inzake externe hulpverlening, het lopende overleg tussen de Commissie en de lidstaten over de kwaliteit van de humanitaire EU-hulp, en de strategische planningscenario’s die door de Civiel-militaire cel worden ontwikkeld. De Commissie zal haar volledige medewerking verlenen aan die fora, alsook aan betrokken internationale instanties zoals de Commissie voor ontwikkelingsbijstand (DAC, Development Assistance Commitee) van de OESO en de internationale bijeenkomsten over goed humanitair donorschap.

DE RESPONSCAPACITEITEN VAN DE UNIE VERSTERKEN – DE BESTAANDE INSTRUMENTEN EN HUN DOELTREFFENDHEID EN ALGEMENE COHERENTIE VERBETEREN

De humanitaire hulp die de gemeenschap verstrekt op grond van Verordening (EG) 1257/96 van de Raad en de capaciteiten van de lidstaten die worden gemobiliseerd via het communautair mechanisme voor civiele bescherming, blijven de belangrijkste instrumenten voor een onmiddellijke respons van de EU op een ramp. De hulpverlening via die twee mechanismen kan worden aangevuld en versterkt door militaire middelen van de EU. Bovendien worden momenteel de strategische planningscenario’s opgesteld voor de zogenaamde humanitaire “Petersbergtaken” waarvoor civiele én militaire middelen worden aangewend.

De acties van deze instrumenten worden onmiddellijk gevolgd door EG-hulpverlening op korte en middellange termijn via haar snellereactiemechanisme[3] en via haar hoofdprogramma’s voor externe hulpverlening. De precieze opeenvolging van die hulpverlening is afhankelijk van de aard van de ramp of crisissituatie, zodat per geval een ruime verscheidenheid aan civiele en militaire actoren ter plaatse aanwezig kan zijn.

In dit onderdeel wordt aangegeven door welke maatregelen de bestaande communautaire instrumenten worden versterkt en wordt toegelicht hoe die instrumenten verband houden en coherent zijn met de bredere Europese en internationale respons.

Humanitaire hulp

De humanitaire hulpverlening van de Gemeenschap heeft alleen tot doel menselijk leed te voorkomen of te verlichten. De humanitaire hulp van de Gemeenschap wordt alleen bepaald door de behoeften van de slachtoffers en niet door politieke overwegingen. De hulp wordt verstrekt in overeenstemming met het internationaal humanitair recht en de humanitaire beginselen van neutraliteit, onpartijdigheid en non-discriminatie. Die gevestigde beginselen zijn nu in de Grondwet vastgelegd. Het zijn de belangrijkste operationele voorwaarden om de doeltreffendheid van de hulp en de veiligheid en bescherming van hulpverleners en slachtoffers te garanderen.

Door de tsunami is duidelijk geworden dat militaire logistieke middelen de werkzaamheden van de humanitaire organisaties kunnen aanvullen en ondersteunen wanneer hun hulpverleningscapaciteit overbelast of onvoldoende is. Het is echter noodzakelijk dat elke humanitaire operatie die gebruik maakt van militaire middelen haar civiel en onpartijdig karakter behoudt. Dat is van bijzonder groot belang in complexe noodsituaties[4], wanneer het absoluut noodzakelijk is dat geen verwarring ontstaat tussen militaire en humanitaire actoren. Om die reden en om de neutraliteit van de “humanitaire ruimte” te bewaren, hecht de Commissie, in situaties met of zonder conflict, veel belang aan het volgen van de VN-richtsnoeren inzake het gebruik van militaire en civiele defensiemiddelen bij humanitaire operaties[5]. Die internationaal overeengekomen richtsnoeren bevatten bepalingen inzake de mobilisatie van militaire middelen voor humanitaire en noodhulpoperaties op verzoek van, of in nauwe samenwerking met de civiele humanitaire operatoren. Het zijn ook zeer belangrijke elementen om in de praktijk de veiligheid en bescherming van hulpverleners en slachtoffers te garanderen.

De Commissie erkent en steunt de rol van de VN als belangrijkste instantie voor de coördinatie van internationale humanitaire hulpacties. De Commissie zal met de Civiel-militaire cel van de Raad samenwerken om ervoor te zorgen dat die beginselen en richtsnoeren naar behoren in acht worden genomen in elk door de cel ontwikkeld strategisch planningscenario.

De paraatheid verhogen

De humanitaire hulpverlening van de Commissie verloopt voornamelijk via de gespecialiseerde instanties van de Verenigde Naties, het Rode Kruis en Europese NGO’s. Veel van die organisaties opereren onder een internationaal mandaat en worden op hun eigen vakgebied als belangrijkste deskundigen erkend[6].

Door de partnerschappen van het Europees bureau voor humanitaire hulp (ECHO, European Community Humanitarian aid Office) met die organisaties beschikt de Gemeenschap over een degelijke capaciteit om snel te reageren op onverwachte rampen. Door zijn aanwezigheid in ongeveer 70 landen over de hele wereld, de speciale aandacht voor kwetsbare landen en de snelle financieringsprocedures waardoor er al in de eerste uren van een crisis kan worden beslist over middelen voor noodhulp, is de Gemeenschap bij bepaalde rampen een van de belangrijkste donoren.

De Commissie zal de uitvoeringscapaciteit van haar belangrijkste partners verhogen door de financiering van maatregelen voor rampenparaatheid, met name het vooraf opslaan van essentiële hulpgoederen voor onmiddellijk gebruik. De Commissie verleent reeds financiële steun aan UNICEF om op voorhand basisnoodhulp op te slaan in regionale centra en om actieplannen voor te bereiden in 16 kwetsbare landen. Er is een soortgelijke samenwerking met de WHO. De Commissie voert momenteel besprekingen om deze programma’s uit te breiden met de Internationale Federatie van het Rode Kruis en andere internationale niet-gouvernementele organisaties. Bovendien onderzoekt de Commissie of het haalbaar is om de logistieke capaciteit van haar uitvoerende partners, met name het luchttransport, te versterken om sneller hulpverleners en goederen te kunnen inzetten .

De capaciteit voor een snelle analyse en evaluatie verbeteren:

Bij een grote ramp is een goede coördinatie en een betrouwbare en snelle evaluatie van de behoeften noodzakelijk om doeltreffend humanitaire hulp te verlenen. De Commissie zal haar evaluatiecapaciteit daarom verhogen door gebruik te maken van haar bestaande netwerk van 69 deskundigen op het gebied van humanitaire hulpverlening en 250 lokale medewerkers die wereldwijd werkzaam zijn in plaatselijke bureaus. Die deskundigen zijn gespecialiseerd in belangrijke sectoren van de noodhulp en humanitaire hulp (zoals gezondheid, water en riolering, het verstrekken van voedsel, onderdak en behuizing) en kunnen reeds binnen de 24 uur overal worden ingezet in ieder rampgebied. De Commissie zal de interoperabiliteit tussen de EU-evaluatiecapaciteit en die van de VN en het Rode Kruis verbeteren en zal de coördinatierol van de VN bij hulpacties na een ramp ondersteunen.

De volgende concrete maatregelen zullen worden genomen:

- het aantal deskundigen ter plaatse zal geleidelijk worden verhoogd van 69 tot 150;

- deskundigen trainen in de evaluatie- en coördinatiemethodes van het onder het VN-Bureau Coördinatie Humanitaire Zaken (OCHA) vallende UNDAC[7] en van het onder het Rode Kruis vallende FACT[8] om bij het inschatten van behoeften tot synergie en kruisbestuiving te komen;

- een snel inzetbare capaciteit ontwikkelen op het niveau van de regionale ECHO-centra waardoor in multi-sectorale noodhulp gespecialiseerde teams binnen de 24 uur kunnen worden ingezet.

De financiering om het aantal deskundigen in een eerste fase te verhogen tot 100 is rond en de aanwerving loopt. Zodra zij allemaal zijn aangesteld, zal ECHO het functioneren van dat netwerk opnieuw evalueren voordat nog meer mensen in dienst worden genomen.

De snelle evaluatiecapaciteit van de VN en de interoperabiliteit tussen de teams versterken

De EU erkent de leiderspositie die OCHA inneemt bij de coördinatie van noodhulp en in het EU-actieplan na de tsunami wordt terecht het belang van “interoperabiliteit” met de VN benadrukt. Naast de hierboven beschreven maatregelen verleent de Commissie directe steun aan OCHA’s coördinatiecapaciteit door financiële en technische samenwerking met het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de EG. De Commissie financiert ook de ontwikkeling van OCHA’s handboek over de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren inzake het gebruik van militaire middelen bij de verlening van humanitaire hulp.

Het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening

In het EU-actieplan is een oproep gedaan om na te denken over een vrijwilligerskorps voor het verlenen van humanitaire hulp. Dat past in de bepalingen inzake het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening die werden opgenomen in deGrondwet.[9]

De Commissie heeft een studie opgestart over de bestaande vrijwilligersprogramma’s voor humanitaire hulpverlening (bijv. VN-vrijwilligers, Rode Kruis-vrijwilligers). Met behulp van die studie zullen gemeenschappelijke kenmerken en beste praktijken worden bepaald. Er zullen aanbevelingen in worden gedaan over de steun die de EG kan verlenen aan de vorming van vrijwilligers en aan de oprichting van een EU-reserve van opgeleide vrijwilligers, die indien nodig ter beschikking staat van de humanitaire organisaties.

Een betere coherentie binnen de gehele humanitaire hulp die de EU verleent

Een betere coördinatie tussen de communautaire humanitaire hulp en de bilaterale hulp van de EU lidstaten als respons op een ramp of crisissituatie zou in het voordeel zijn van alle partijen. Een gestandaardiseerde en directe informatiestroom is van het grootste belang bij het nemen van beslissingen in snel evoluerende situaties. Daarom stelt de Commissie de volgende concrete maatregelen voor die snel kunnen worden uitgevoerd:

- de ontwikkeling van een netwerk van contactpunten voor humanitaire noodhulp van de lidstaten;

- de verbetering van het bestaande systeem om te rapporteren over humanitaire hulp van de EU (het zogenaamde “14 punten”-systeem), dat systeem volledig in overeenstemming brengen met het financiële controlesysteem van UNOCHA en het gebruik ervan door de lidstaten bevorderen;

- haar deskundigen in humanitaire hulpverlening ter plaatse, ter beschikking stellen van lidstaten om hen te adviseren en bij te staan bij het verlenen van bilaterale humanitaire hulp en om de coördinatie van dergelijke hulp van de Commissie en van de lidstaten te bevorderen.

Het mechanisme voor civiele bescherming

Het communautair mechanisme voor civiele bescherming vergemakkelijkt de mobilisatie van gespecialiseerde hulpmiddelen van de lidstaten voor hulp bij rampen binnen én buiten de EU. Interventies buiten de EU kunnen op eigen initiatief worden ondernomen of kunnen een bijdrage zijn aan een interventie van een internationale organisatie[10]. De Commissie en de EU-voorzitter, die nauw samenwerken, zorgen voor de coördinatie van de activiteiten buiten de EU.

Bij het nemen van maatregelen om de responscapaciteit van het mechanisme te verhogen moet met die dubbele inzetbaarheid rekening worden gehouden. Die maatregelen zijn meer gedetailleerd toegelicht in de mededeling van de Commissie “Verbetering van het communautair mechanisme voor civiele bescherming”[11]. Bij het opzetten van de werkzaamheden van het mechanisme in derde landen moet voldoende rekening worden gehouden met de mandaten van andere internationale organisaties en met de bestaande coördinatiemechanismen.

Er wordt onmiddellijk actie ondernomen om het mechanisme te verbeteren en om de impact ervan zo groot mogelijk te maken binnen het wettelijk kader. De Commissie stelt voor om:

- ervoor te zorgen dat de overeenkomst met UNOCHA volledig wordt uitgevoerd om de beschikbare middelen zo goed mogelijk aan te wenden en om de coördinatie van de hulpacties na een ramp in een derde land te garanderen;

- de paraatheid te verhogen door meer opleiding en rampoefeningen. De evaluatie van de EU-capaciteiten voor civiele bescherming op basis van een rampscenario moet snel worden uitgewerkt, met de volledige medewerking van alle lidstaten;

- een modulaire aanpak te ontwikkelen, gebaseerd op nationale, snel inzetbare modules voor civiele bescherming. De inzet van dergelijke modules in derde landen moet aansluiten bij de door UNOCHA ontwikkelde modules.

- het contact tussen het mechanisme en de systemen voor vroegtijdige waarschuwing te intensiveren en de analyse- en planningscapaciteit van het waarnemings- en informatiecentrum (WIC) van de Commissie te versterken. Er zal onder meer een nauwer contact zijn met het UNDAC-alarm- en bewakingssysteem en hun virtuele “Operationeel coördinatiecentrum ter plaatse” (OSSOC, On Site Operational Coordination Centre);

- de inschatting van specifieke behoeften ter plaatse op het gebied van civiele bescherming te versterken en de capaciteit voor de coördinatie van het inzetten van EU-middelen voor civiele bescherming te verbeteren, in volledige samenspraak met andere actoren;

- de militaire middelen van de EU beter toegankelijk te maken voor de hulpverlening door een beter gebruik van de EU-databank voor militaire middelen, door de ontwikkeling van specifieke planningscenario’s samen met de Civiel-militaire cel en door het vastleggen van operationele procedures met de militaire staf van de EU;

- gemeenschapsmiddelen ter beschikking te stellen voor transportkosten.

Op langere termijn worden meer ambitieuze en structurele hervormingen van het mechanisme gepland op basis van de grotere financiële middelen die de Commissie heeft voorgesteld in de nieuwe financiële vooruitzichten[12]. Dat moet leiden tot een meer krachtdadige civiele bescherming op het niveau van de EU en zal de volgende maatregelen vergen:

- het krachtiger maken van de capaciteiten voor civiele bescherming die kunnen worden aangewend op EU-niveau;

- een mandaat geven aan de Commissie om derde landen te informeren dat ze een beroep kunnen doen op bijstand bij interventies in verband met civiele bescherming;

- in de lidstaten gevestigde reservemodules uitbouwen, die onmiddellijk moeten kunnen worden ingezet bij een verzoek om bijstand;

- financiële middelen verstrekken aan het WIC om de uitrusting die nodig is voor een snelle Europese hulpactie te huren als die niet beschikbaar is bij de lidstaten of elders, alsook het contact met intensiveren met het “Joint Logistics Centre” van de VN;

- de internationale coördinatie van hulpacties na een ramp bevorderen;

Rehabilitatie, wederopbouw en ontwikkelingshulp

Net als bij de noodhulp en civiele bescherming is het wat betreft doeltreffende EU-hulp op middellange termijn voor de wederopbouw na een ramp of crisis, van groot belang de behoeften correct en vroegtijdig in te schatten en over een voldoende flexibele uitvoeringscapaciteit te beschikken om de hulp tijdig te verstrekken.

In het licht daarvan richt de Commissie teams op voor de inschatting van de behoeften en de planning van de hulp. Daarin zullen bureauambtenaren en sectorale deskundigen van de Commissie en van haar 130 delegaties samenwerken. Het is de bedoeling dat de teams op korte termijn kunnen worden gemobiliseerd voor missies van hoogstens een maand en dat ze een beroep kunnen doen op beschikbare externe deskundigen. De deelname van de lidstaten zou worden aangemoedigd.

De teams zouden een aantal specifieke taken hebben, afhankelijk van de aard van de crisissituatie en de omvang van de actie die de gemeenschap wil ondernemen. Onder meer:

- meewerken aan multilaterale behoefteanalyses uitgevoerd door de Wereldbank of de VN;

- programmering en gedetailleerde projectidentificatie voor de EG-financiering van noodhulp en hulp voor wederopbouw

- doelstellingen en strategieën voor duurzame ontwikkeling integreren in de noodhulpplanning om een zo soepel mogelijke overgang te bewerkstelligen tussen noodhulp, rehabilitatie en hulp voor wederopbouw, en de ontwikkeling op langere termijn;

- bijdragen tot GBVB-onderzoeksmissies georganiseerd door het secretariaat van de Raad.

Een aantal concrete stappen zullen worden ondernomen om die teams op te richten:

- de expertise die binnen de commissie aanwezig is, wordt geïnventariseerd;

- een gezamenlijk opleidingsprogramma wordt ingericht;

- maatregelen worden genomen zodat personeel kan worden gedetacheerd en snel kan worden gemobiliseerd.

De Commissie is van mening dat het belangrijk is om in de toekomst, tijdens de planning van hulpverlening, samen te werken met de lidstaten en het Secretariaat-generaal van de Raad om tot een betrouwbare analyse van de situatie ter plaatse te komen. Op basis van die analyse kunnen beslissingen worden genomen in overeenstemming met de respectievelijke prioriteiten van de Gemeenschap, het GBVB en de bilaterale hulpprogramma’s. Ze kan ook als uitgangspunt dienen om samen te werken met de collega’s van het Secretariaat-generaal van de Raad bij het inschatten van de behoeften.

Voorts moeten maatregelen worden genomen om de uitvoeringscapacitiet van de delegaties op korte termijn versterken.

De integratie van civiele en militaire EU-capaciteiten in communautaire programma ’s

De Civiel-militaire planningcel krijgt een grote invloed op de ontwikkeling van de EU-noodhulpverlening. Het is belangrijk dat de Commissie haar volledige medewerking verleent aan die cel, gezien haar aanzienlijke ervaring met maatregelen voor noodhulp en stabilisatie na een conflict en gezien de vele en verscheidene communautaire hulpmiddelen voor crisissituaties.

Daarom zal de Commissie contactpersonen voor de Civiel-militaire cel aanstellen. Hun belangrijkste taken zullen zijn: de uitgangspunten van de EG-planning beter in overeenstemming brengen met de maatregelen van het GBVB; functionele maatregelen bepalen voor het gebruik van militaire middelen om civiele communautaire programma’s te steunen; ervoor zorgen dat voldoende rekening wordt gehouden met de hierboven beschreven overwegingen over humanitaire operaties en het behoud van de “humanitaire ruimte”. De contactpersonen bieden daar de expertise van de Commissie aan inzake humanitaire hulp, noodhulp en het beheer van wederopbouwsteun. Het is de bedoeling dat ze voltijds deelnemen aan de dagelijkse werkzaamheden van de cel en daarover rapporteren aan de diensten van de Commissie.

Goed financieel beheer

In de komende herzieningen van de financiële voorschriften zullen voorstellen worden geformuleerd inzake de beste manier om de behoefte aan flexibele en snelle hulpverlening bij rampen of crisissituaties te verzoenen met de vereisten voor een goed financieel beheer en voor overheidsaanbestedingen. Bovendien zal de Commissie haar controle- en follow-upmechanismen verder ontwikkelen om een goed en doeltreffend financieel beheer van de communautaire noodhulp te waarborgen. In het licht daarvan zal de samenwerking en informatie-uitwisseling met de andere donoren worden uitgebreid.

Middelen om de ambities waar te maken – essentiele structurele maatregelen

Een platform om de planning, coördinatie en coherentie te verbeteren

De voorzitter van de Commissie heeft in de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen op 31 januari de oprichting aangekondigd van een beperkt maar doeltreffend platform om de directe beleidscoördinatie binnen haar diensten te verbeteren, wanneer die worden geconfronteerd met crisissituaties buiten de Europese Unie. Dat moet een betere en stabielere doorstroming van informatie naar de besluitvormers mogelijk maken. Er moet naar worden gestreefd dat de communautaire instrumenten die gemobiliseerd worden na een ramp of crisis zo goed mogelijk samenwerken en elkaar aanvullen, en de werkzaamheden van de geografische diensten worden ondersteund. De communicatie met de lidstaten en het secretariaat van de Raad zou erdoor verbeteren. Door het platform zal ook het sectoraal beleid van de Commissie, dat zich specialiseert in hulpacties na een ramp of crisis in derde landen, worden bestendigd en verder uitgebouwd[13].

Voorts zal de Commissie nauwer samenwerken met het secretariaat-generaal van de Raad door:

- voorstellen te formuleren om de coördinatieteams voor noodhulp beter te laten functioneren. Tot oprichting van die teams werd besloten in de EU-crisisbeheersprocedures die in februari 2003 door het Politiek en Veiligheidscomité werden bekrachtigd.

- een betere uitwisseling van informatie met het gemeenschappelijk situatiecentrum van de Raad en het delen van de relevante capaciteit van de Commissie[14].

Om de informatie over de communautaire en bilaterale noodhulp beter te verspreiden, zal de Commissie:

- voorstellen doen voor de oprichting van een permanent netwerk van contactpunten bij de diensten voor wederopbouwsteun van de lidstaten. Dat sluit aan bij het mandaat dat de Commissie al gekregen heeft voor de oprichting van coördinatiecentra voor Irak en voor de hulp na de tsunami.

Logistiek en aankopen

Om een complexe actie op te starten na een ramp of crisissituatie moet de EU over de nodige capaciteit beschikken in verband met logistiek, telecommunicatie, beveiliging, aankopen en administratieve en financiële steun.

Die capaciteit is echter niet alleen nodig in crisissituaties. Ze zijn ook noodzakelijk voor belangrijke door de Gemeenschap gefinancierde programma’s, zoals waarneming bij verkiezingen (8 tot 10 grote missies per jaar) en die programma’s worden geconfronteerd met dezelfde problemen.

Er zijn verschillende, in variabele mate flexibele en doeltreffende oplossingen gevonden om op die behoeften te reageren. Wat de missies in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU (GBVB) betreft, neemt het hoofd van de missie of de speciale vertegenwoordiger van de EU, die in eigen naam optreedt, deze taken op zich. Het hoofd van de missie is dus verantwoordelijk voor het volledige logistieke, financiële en aankoopbeheer, bovenop zijn of haar politieke hoofdtaken. De Commissie begeleidt en houdt toezicht op zijn of haar werkzaamheden en behoudt de algemene financiële verantwoordelijkheid.

De Commissie is van mening dat de huidige regelingen op de lange termijn niet langer zullen voldoen voor de geplande groei van het aanbod belangrijke, complexe EU-missies. Daarom heeft de voorzitter van de Commissie aangekondigd dat dat probleem zal worden aangepakt door een algemeen logistiek en administratief ondersteuningsplatform voor extern optreden.

Dat platform zal voorzien in het tijdig organiseren van de administratie, de logistiek en de aankopen, daarbij voortbouwend op de in bovenstaand punt 4.1 genoemde maatregelen. Aangezien er voor een dergelijke structuur veel personeel nodig is, zal de Commissie alle bestaande mogelijkheden op grond van het nieuwe Financieel Reglement onderzoeken, zoals de oprichting van een bureau of een uitvoerend agentschap van de Commissie[15]. Ze zal een kosten-batenanalyse uitvoeren om na te gaan of het beter is om die mogelijkheden uit te werken of om die taken binnen de bestaande diensten van de Commissie te houden. De Commissie is van plan vóór het einde van dit jaar een voorstel voor te leggen aan de begrotingsautoriteit.

In het kader van deze werkzaamheden zal de Commissie, in overleg met het secretariaat-generaal van de Raad, een aantal overeengekomen tijdelijke maatregelen nemen om de aankopen voor GBVB-missies te versnellen.

De verdere opbouw van de uitvoeringscapaciteit en de voorbereiding van het stabiliteitsinstrument

De Commissie probeert met het voorstel voor een stabiliteitsinstrument[16] de acties die de Gemeenschap onderneemt na een ramp of crisis te stroomlijnen door financiële middelen samen te brengen binnen één en hetzelfde instrument. De Commissie zal op die manier ook geleidelijk de interne deskundigheid en de uitvoeringscapaciteit die nodig zijn voor de doelstellingen van het instrument verder uitbouwen. Tegelijk zal ze de staf van het snellereactiemechanisme versterken om de projectidentificatie en de uitvoeringsmethodologieën die nodig zijn voor het toekomstige instrument te ontwikkelen en te testen.

Preventieve maatregelen, vroegtijdige waarschuwing en paraatheid bij rampen

Achtergrond

Naast de snellereactiecapaciteit moet ook een strategie voor rampenpreventie, -paraatheid en –alarm worden uitgewerkt. De tsunamiramp in de Indische Oceaan heeft op een dramatische manier de noodzaak van een doeltreffend systeem voor vroegtijdige waarschuwing over het voetlicht gebracht. Ze heeft echter ook aangetoond hoe ingewikkeld die zaak is op politiek en technologisch vlak.

De Gemeenschap beschikt over een hele reeks beleids- en financieringsinstrumenten om bij te dragen tot de ontwikkeling van systemen voor vroegtijdige waarschuwing. Ze werkt momenteel mee aan waarschuwingssystemen in de Indische Oceaan, de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee via haar programma’s voor humanitaire hulp, ontwikkeling, regionale hulp en wetenschappelijk onderzoek. De Commissie overweegt ook de oprichting van een ACS-EG-faciliteit voor natuurrampen (in Bijlage II is een overzicht van die initiatieven opgenomen). Er moet een geschikt beleidskader worden gevonden om die verschillende initiatieven op elkaar af te stemmen. In dat verband heeft de Commissie een permanente werkgroep samengesteld met de betrokken beleidsmakers en stelt ze hieronder de belangrijkste strategie-elementen voor.

Ook in de raad vindt overleg plaats in allerlei vormen en er is geen enkele werkgroep die aandacht heeft voor het geheel van politieke, technologische en ontwikkelingsaspecten van vroegtijdige waarschuwing en rampenparaatheid.

De Raad zou moeten overwegen hoe een strategische discussie over deze onderwerpen kan worden gestimuleerd en hoe het beleid van de lidstaten in dat verband beter op elkaar kan worden afgestemd.

Het internationale beleidskader

De Commissie heeft in aanzienlijke mate meegewerkt aan de voorbereiding van de Wereldconferentie voor rampenpreventie in Kobe in 2005 en baseert haar strategie op de Hyogo-verklaring en het Actiekader 2005-2015 die werden goedgekeurd op die conferentie. Op basis van dat strategisch kader zal de Commissie bijzondere aandacht hebben voor:

- het integreren van risicobeperkende maatregelen in het duurzaam ontwikkelingsbeleid en in de programma’s in de landen die door een ramp zijn getroffen;

- steun voor instellingen, mechanismen en capaciteiten op alle niveaus die het herstellingsvermogen en de rampenpreventie in of buiten de EU kunnen uitbouwen;

- de ontwikkeling van een vroegtijdige waarschuwing die gericht is op de bevolking, een beter beheer en een betere uitwisseling van informatie over risico’s en bescherming, voorlichting en opleiding;

- de identificatie, inschatting en observatie van rampenrisico’s om zo vroegtijdige waarschuwing te bevorderen.

- onderliggende risicofactoren terugdringen;

De Commissie zal ook haar preventieve milieumaatregelen opvoeren om milieu- en natuurrampen tegen te gaan.

EG-steun voor rampenparaatheid en vroegtijdige waarschuwing

Zoals internationaal overeengekomen steunt de Gemeenschap een systeem van vroegtijdige waarschuwing dat aandacht heeft voor veel soorten rampen en zal ze meewerken aan alle stadia van het proces, van detectie tot respons. Als algemene regel wil de Commissie dat zoveel mogelijk regionale en subregionale organisaties een aandeel hebben in de uitvoering van het systeem voor vroegtijdige waarschuwing. Verzoeken om steun voor nationale systemen worden geëvalueerd naargelang de andere nationale ontwikkelingsprioriteiten.

Volgende middelen zullen worden aangewend:

- humanitaire hulp en ontwikkelingssteun, voornamelijk voor lokale paraatheid, nationale acties, noodcommunicatie en plannen om de impact van een ramp te beperken, door onder meer de capaciteit daarvoor op nationaal en regionaal niveau op te bouwen;

- middelen voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling uit de communautaire programma’s “Global Change and Ecosystem”, “Space” en “Information Society Technologies”. Die zijn gericht op de ontwikkeling van methodes en modellen; de inschatting van dreigend gevaar en het opstellen van vooruitzichten; de evaluatie van de gevolgen voor gezondheid, milieu, economie en maatschappij; de observatie van de aarde met satellieten of ter plaatse als steun voor kwetsbaarheidanalyses en schaderamingen; de ontwikkeling van technologieën voor risicobeheer.

- de overdracht van expertise vanuit de wetenschappelijke capaciteit van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek en het aanbieden van operationele diensten in het kader van de samenwerking van de EG en het Europees Ruimteagentschap in het initiatief “Global Monitoring for Environment and Security (GMES)”;

- het gebruik bevorderen van specifieke instrumenten die zijn ontwikkeld door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (gefinancierd door ECHO) in samenwerking met OCHA, zoals het Wereldwijd systeem voor waarschuwing voor rampen (GDAS), dat is ontworpen om direct actuele informatie over specifieke risico’s en rampen door te geven aan beleidsmakers en hulporganisaties;

- de werkzaamheden van de Europese normalisatie-instellingen, waardoor technische normen op elkaar kunnen worden afgestemd, bijvoorbeeld in het kader van “cell broadcast”, waardoor de autoriteiten via het GSM-netwerk alarm kunnen slaan.

Voor een doeltreffende vroegtijdige waarschuwing is het nodig de expertise en technologieën voor detectie te combineren met alarm- en besluitvormingssystemen, zowel binnen de nationale overheden als binnen de internationale gemeenschap. Een van de lessen die kan worden getrokken uit de tsunamiramp is dat informatiesystemen, databanken, satellieten en grondobservatiesystemen, aanzienlijk moeten worden verbeterd. Wat de wetenschappelijke en technologische aspecten daarvan betreft, zal de Commissie haar programma’s ontwikkelen in nauwe samenwerking met de internationale gemeenschap via de volgende fora:

- de internationale strategie voor rampenpreventie (ISDR, International Strategy for Disaster Reduction) van de VN. Die strategie zal van groot belang zijn bij de coördinatie tussen internationale technologische samenwerking en de meer algemene elementen van de Hyogo-strategie voor rampenpreventie.

- de groep voor aardobservatie (GEO, Group on Earth Observations). Daarin komen alle nationale en intergouvernementele operatoren van aardobservatiesystemen samen, onder meer de Europese Commissie, de betrokken VN-organisaties en de Intergouvernementele Oceanografische Commissie. De GEO heeft recentelijk een tienjarenplan goedgekeurd voor de tenuitvoerlegging van het overkoepelend wereldwijd aardobservatiesysteem (GEOSS, Global Earth Observation System of Systems). Dat is een systeem dat de systemen voor observatie ter plaatse of voor teledetectie over de hele wereld coördineert. De GMES-observatiecomponent wordt een van de belangrijkste Europese bijdragen aan het GEOSS.

Bescherming en Ondersteuning van EU-burgers

Door de tsunami werd duidelijk hoe belangrijk het is dat de lidstaten beter samenwerken bij de hulpverlening aan Europese burgers die door een grote ramp zijn getroffen. De Commissie steunt de werkzaamheden van de groep “consulaire aangelegenheden” om de consulaire samenwerking te versterken en van de werkgroep “politiële samenwerking” om een gecoördineerd EU-mechanisme voor de identificatie van slachtoffers van rampen op te richten. De Commissie zal financiële steun verlenen aan die werkzaamheden via haar kaderprogramma ”Veiligheid en bescherming van de vrijheden”. Ook het communautair mechanisme voor civiele bescherming kan in dat kader een bijdrage leveren.

Tijdens de voorbereidende werkzaamheden voor de oprichting van de Europese dienst voor extern optreden kunnen ook meer geïnstitutionaliseerde vormen van consulaire samenwerking worden overwogen.

Conclusie

De Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s wordt verzocht kennis te nemen van de kracht en de intensiteit van de communautaire capaciteiten voor respons op en paraatheid voor rampen en crisissituaties. Hun wordt verzocht hun steun te verlenen aan de maatregelen die in deze mededeling worden uiteengezet om die capaciteiten te versterken en samen te werken met de Commissie om in dat verband de coherentie van de externe EU-acties op het beleids- en operationele niveau te verzekeren.

Bijlage I Voortgangsverslag over de acties die door de Commissie worden ondernomen na de tsunami van 26 december

1. INLEIDING

De Raad heeft op 31 januari 2005 een EU-actieplan goedgekeurd naar aanleiding van de tsunami van 26 december 2004. De Raad vraagt om een balans op te maken van de vorderingen in het kader van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 25 en 26 april. In deze mededeling brengt de Commissie verslag uit aan de Raad over hoe de tenuitvoerlegging van haar bijdrage aan het EU-actieplan vordert. Die bestaat uit humanitaire hulp, hulp voor wederopbouw en begeleidende steunmaatregelen.

De tsunami was één van de ergste natuurrampen ooit. Grote delen van Sri Lanka en de Malediven, alsook kustgebieden van Indonesië, India en Thailand werden volledig verwoest. Nu, drie maanden later, is de volle omvang van de catastrofe pas duidelijk. Ongeveer 300.000 mensen kwamen om en één miljoen mensen raakten ontheemd.

De respons was na de tsunami buitengewoon en de mensheid heeft zich van haar beste kant laten zien. De plaatselijke bevolking sloeg dapper de handen ineen om buren en toeristen te redden. De internationale gemeenschap, waaronder de EU, snelde de landen te hulp met logistieke en humanitaire hulp, alsook met steun voor de wederopbouw op langere termijn. Donoren zegden ongeveer 5,4 miljard dollar toe. De EU was de grootste donor met ongeveer 1,5 miljard dollar. Ook werden er zeer veel particuliere giften rechtstreeks aan de NGO’s overgemaakt, ongeveer 1,9 miljard dollar. Toen het nieuws over de tsunami op 26 december 2004 bekend werd, was de Commissie een van de eerste organisaties die reageerde door onmiddellijk het communautair mechanisme voor civiele bescherming te activeren en door onmiddellijk een financieringsbesluit voor humanitaire hulp goed te keuren. Het operationele centrum van het communautair mechanisme voor civiele bescherming, het waarnemings- en informatiecentrum (WIC), richtte een eerste verzoek tot bijstand tot alle deelnemende landen. De lidstaten reageerden genereus op dat verzoek. Terwijl alle Europese lidstaten op een of ander manier hebben bijgedragen aan de onmiddellijke hulpverlening, hebben 16 lidstaten, alsook Bulgarije en Roemenië, hun hulp via het communautair mechanisme verstrekt.

ECHO en zijn partners bij de VN, het Rode Kruis en de NGO’s, hebben door hun snelle humanitaire actie een nog grotere tragedie helpen afwenden. Het is echter nog steeds te vroeg voor een uitgebreide beoordeling van de respons van de Commissie tijdens de fase van noodhulp. Het grote pakket voor de wederopbouw is nu geprogrammeerd en zal halverwege dit jaar worden opgestart, als het door de lidstaten is goedgekeurd.

Het werk begint echter nog maar net en bepaalde knelpunten zijn al duidelijk geworden, met name de gebrekkige coördinatie van de honderden organisaties ter plaatse, de beperkte opnamecapaciteit als gevolg van het grote aantal hulpprojecten, alsook de hulpverlening in conflictgebieden van Atjeh en het noorden en oosten van Sri Lanka. De Commissie neemt maatregelen om in deze moeilijke situatie efficiënt en doeltreffend bij te dragen tot de wederopbouw op lange termijn. Die opdracht is echter veeleisend en vraagt van de Commissie een engagement op lange termijn.

HUMANITAIRE HULP

De dag van de ramp reageerde de Commissie door 3 miljoen euro humanitaire hulp uit te trekken als primaire-noodmaatregel. Ze was de eerste donor die heeft gereageerd. Midden februari was 103 miljoen euro vastgelegd voor steun aan Indonesië, Sri Lanka, de Malediven, India en Thailand, niet alleen voor hulp op korte termijn, maar ook voor kleinschalige wederopbouwactiviteiten om mensen weer in staat te stellen een basisinkomen te verwerven.

De noodsteun van ECHO aan het Internationale Rode Kruis maakte een onmiddellijke hulpactie mogelijk voor 500.000 noodlijdende en ontheemde slachtoffers van de aardbeving en de tsunami met noodonderdak en andere hulpgoederen dan levensmiddelen, gezinspakketten en medische noodpakketten. Met de steun van ECHO zond de WHO teams van ‘Health Action in Crises’ uit en werd het WVP bijgestaan om de logistieke capaciteit voor de distributie van levensmiddelen en andere goederen te verhogen door een groter aantal depots, meer transporten over land en door de lucht en meer personeel. In totaal is 20,6 miljoen euro toegezegd aan regionale projecten.

36 miljoen euro is toegekend aan Indonesië. De activiteiten die worden gesteund zijn o.a. de oprichting door de WHO van een systeem voor het vroegtijdig signaleren van ziektes; het verlenen van toegang tot primaire gezondheidszorg en psychosociale hulp aan 90.000 mensen, de oprichting van 20 kindercentra om niet-begeleide of van hun familie gescheiden kinderen te registreren, te traceren en te herenigen met hun familie, zuiver water en riolering alsook de distributie van levensmiddelen voor 150.000 mensen, de verbetering van de levensomstandigheden van de mensen die in kampen leven en het verlenen van bijstand aan degenen die willen terugkeren naar hun woonplaats om hun huizen herop te bouwen en hun landbouw- en visserijactiviteiten opnieuw op te starten.

28,27 miljoen euro is toegekend aan Sri Lanka. ECHO steunt onder meer: een WVP-operatie om 748.000 mensen van voedsel te voorzien, met speciale aandacht voor zwangere vrouwen en kinderen; “cash for work”-programma’s om de basisinfrastructuur te herstellen; NGO’s die tijdelijk onderdak, levensmiddelen, zuiver water, huishoudelijke artikelen en sanitaire basisvoorzieningen verstrekken aan meer dan 150.000 mensen die in kampen leven; 150.000 gezinnen bij het herstellen van hun inkomensbron in de visserij of landbouw, mobiele klinieken, psychologische dienstverlening en de bijzondere medische behandeling van gehandicapten.

2,73 miljoen euro is toegekend aan de Malediven. ECHO verleent steun aan UNICEF en het UNDP om watertanks te installeren in beschadigde scholen, om lokale rioleringssystemen te repareren, om koelruimten en diepvriezers in beschadigde ziekenhuizen te herstellen en om ontheemde gezinnen te helpen bij de wederopbouw van hun huis en bij het heropstarten van hun activiteiten in de visserij en landbouw. ECHO’s partners in India, waaraan 10 miljoen euro is toegekend, helpen ongeveer 8700 kwetsbare gezinnen die leven van de visvangst met het herstellen van sloepen en het verstrekken van vistuig. Ze voorzien ook in psychologische bijstand, toegang tot zuiver water, gereedschap en bouwmateriaal, en steunen de vrouwen en gemeenschappen die werken in de met de visserij verbonden sectoren. Tot slot is 0,5 miljoen euro toegezegd aan Thailand waar bijstand wordt verleend aan ongeveer 2000 van de meest kwetsbare vissers en vissersvrouwen.{0<<}0{<

De Commissie erkent dat het grote aantal humanitaire organisaties dat betrokken is bij de hulp- en wederopbouwacties mogelijk problemen oplevert voor de doeltreffendheid van de hulpverlening. Daarom heeft ze verschillende maatregelen goedgekeurd om de rol van de VN als coördinator van internationale humanitaire hulpacties te versterken. Ten eerste heeft de Commissie meer dan de helft van haar humanitaire hulp aangewend om het ‘Consolidated Appeal Process’ van de VN te steunen; ten tweede heeft de Commissie meer dan 6 miljoen euro toegewezen aan de VN-diensten die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de coördinatie van de humanitaire hulp; ten derde heeft ECHO de oprichting gefinancierd van de door OCHA (het VN-Bureau Coördinatie Humanitaire Zaken) gecreëerde ‘Humanitarian Information Centres’ en actief deelgenomen aan algemene en sectorale coördinatievergaderingen. ECHO heeft ook zijn partners gevraagd om aan die vergaderingen deel te nemen.

Na de tsunami heeft ECHO onmiddellijk zijn deskundigen ter plaatse in Bangkok en India ingezet en inmiddels is de capaciteit op het gebied van beoordeling in Zuid-Azië uitgebreid. In januari zijn in Banda Atjeh en Colombo twee plaatselijke centra geopend waarin telkens twee deskundigen werkzaam zijn. Bovendien zijn de bestaande centra in Jakarta, Bangkok en New Delhi versterkt met vier extra deskundigen. Nog twee deskundigen zijn tijdens de eerste fase van de crisis gemobiliseerd vanuit regionale centra in Afrika en Latijns-Amerika. In totaal zijn na de tsunami ongeveer twintig deskundigen gemobiliseerd.

HET VERBAND TUSSEN NOODHULP, REHABILITATIE EN ONTWIKKELING

Het is cruciaal dat de eerste humanitaire hulpactie en de rehabilitatie- en reconstructiefase zo soepel mogelijk op elkaar aansluiten. Dit wordt “Linking Recovery, Rehabilitation and Development” (LRRD) genoemd en het is een hoeksteen van de EU-noodmaatregelen.

De LRRD-benadering werd toegepast in de hierboven beschreven, door ECHO gefinancierde operaties. De rehabilitatie-acties lopen tot eind 2006, zodat de ontwikkelingssteun van de Europese Commissie daarna kan voortbouwen op de resultaten van de humanitaire hulp.

De Commissie zal aanzienlijke middelen voor wederopbouw aanwenden voor het herstel van gemeenschappen en voor inkomenssteun, waarmee wordt voortgebouwd op het werk van ECHO tijdens de nood- en rehabilitatiefase. In Sri Lanka en op de Malediven zullen specifieke projecten ter bevordering van LRRD, worden gefinancierd. Met het oog op LRRD zullen trustfondsen steun verlenen aan lokale projecten waaraan de Commissie deelneemt. De gevolgen van de tsunami op lange termijn zullen worden opgenomen in de nationale strategiedocumenten die momenteel worden voorbereid.

Tot slot voeren vertegenwoordigers van de Commissie op het terrein een dialoog met NGO-partners om ervoor te zorgen dat LRRD ook in de door henzelf gefinancierde projecten op lange termijn wordt geïntegreerd.

HULP BIJ REHABILITATIE EN WEDEROPBOUW

De fase van noodhulp was succesvol: de slachtoffers hebben onderdak en hulp gekregen en de uitbraak van ziektes is voorkomen. Nu is de uitdaging de getroffen gebieden weer op te bouwen en de gemeenschappen de mogelijkheid te geven om hun leven weer op te nemen. Ondertussen moet ook de duurzame ontwikkeling van die gebieden worden bevorderd.

Er zijn lessen getrokken uit hulpacties bij eerdere rampen, zoals bij de aardbevingen in Gujarat en Hanshin-Awaji, en daarmee werd rekening gehouden bij deze actie. Er werd vooral aandacht besteed aan de noodzaak om zorgvuldig te plannen en op de hoogte te blijven van veranderende omstandigheden (bijv. natuurlijke, klimatologische, politieke of andere), en de nadruk werd gelegd op leiding en coördinatie, aan de betrokkenheid van lokale gemeenschappen alsook aan flexibele uitvoeringsprocedures.

Op de donorconferentie in Jakarta in januari 2005 beloofde de voorzitter van de Europese Commissie 350 miljoen euro voor de wederopbouw op lange termijn. Dat bedrag is nu geprogrammeerd en het voorstel voor het indicatief programma inzake de tsunami is ter goedkeuring aan de lidstaten toegestuurd. Ondertussen worden de nodige aanpassingen van de begroting voor 2005 voorbereid. De projecten zijn opgesteld en gaan geleidelijk van start via het snellereactiemechanisme.

De Commissie zal de steun voor wederopbouw voornamelijk richten op de landen die het ergst werden getroffen en het meest behoeftig zijn, namelijk Indonesië, Sri Lanka en de Malediven. Voor regionale acties, zoals milieuacties (bijvoorbeeld in de kustgebieden), alsook voor de ontwikkeling van systemen voor vroegtijdige waarschuwing, zullen extra financiële middelen worden uitgetrokken. De andere landen, waaronder India, Thailand en Maleisië, zijn van plan om zelf de wederopbouw aan te pakken. Niettemin hebben India en Thailand enige humanitaire hulp gekregen en kunnen al die landen aanspraak maken op regionale steun, zoals de 15 miljoen euro van het tsunamiprogramma Pro Eco. Ze kunnen ook profiteren van de verschillende begeleidende maatregelen.

Op basis van de samen met de Wereldbank en anderen uitgevoerde inventarisatie van de behoeften werd de hulp verdeeld over de verschillende landen en regio’s. Zodoende zijn de toewijzingen zeker rechtvaardig en billijk, gebaseerd op duidelijke behoeften en afgestemd op de opnamecapaciteit. In de communautaire begroting zijn voorlopig middelen toegewezen aan Indonesië (200 miljoen euro), Sri Lanka (95 miljoen euro) en de Malediven (16 miljoen euro). Het resterende bedrag van die 350 miljoen euro gaat voorlopig naar het tsunamiprogramma Pro Eco (15 miljoen euro), projecten via het snellereactiemechanisme (12 miljoen euro) en een regionale en een horizontale faciliteit (12 miljoen euro).

De programma’s en projecten die steun van de Commissie krijgen, zijn gebaseerd op nationale wederopbouwplannen van de regeringen zelf. Ze zijn echter zo opgesteld dat de hulp rechtvaardig is verdeeld over alle segmenten van de getroffen bevolking. Gezien de aard van de schade die door de tsunami is aangericht, concentreren de programma’s zich op drie terreinen: i) de heropbouw van de gebieden waar schade is aangericht, bijvoorbeeld het herstel van huisvesting en gemeenschapsinfrastructuren zoals scholen en ziekenhuizen, zodat de getroffen gemeenschappen opnieuw kunnen functioneren alsmede steun voor de gezondheidszorg en het onderwijs; ii) het opnieuw opstarten van inkomensbronnen, zodat mensen en gezinnen in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en hun leven opnieuw kunnen opbouwen; iii) het herstel van meer grootschalige infrastructuur, met name wegen, zodat de kusteconomie opnieuw goed kan functioneren. Milieuoverwegingen zullen naar behoren in acht worden genomen.

De steun voor de wederopbouw zal vooral ten bate komen van de getroffen plaatselijke gemeenschappen en de provincies waarin de kustgemeenschappen zich bevinden. De doelgroepen zijn onder meer vissers, lokale ondernemingen en de bevolking in het algemeen, met speciale aandacht voor de meest achtergestelde en uitgesloten groepen, in het bijzonder vrouwen en kinderen. Toeristische activiteiten zullen voor steun in aanmerking komen, aangezien die sector bijzonder zwaar is getroffen, maar een cruciale rol zal spelen bij het herstel van de kusteconomie. Meer uitgebreide projecten om de heropleving van het toerisme te stimuleren (bijv. reclame- en promotiecampagnes) worden gefinancierd met middelen uit de nationale begrotingen en door andere donoren, zoals de VS en de Wereldbank.

Nooit eerder was de coördinatie in een regio zo belangrijk, omdat het aantal betrokken donoren (ongeveer 70) en NGO’s (ongeveer 300) zo groot is en de bedragen (ongeveer 5,4 miljard dollar publieke en 1,9 miljard particuliere giften) zo enorm zijn. Of de wederopbouwoperatie slaagt, zal afhangen van de mate waarin de inspanningen van de regeringen, donoren en NGO’s op elkaar afgestemd worden.

De Commissie draagt op een aantal fronten bij tot een betere coördinatie. Ten eerste heeft ze bij het bepalen van haar acties altijd rekening gehouden met het vergemakkelijken van de coördinatie: alle programma’s zijn gebaseerd op de actieplannen van de regeringen en de Commissie zal haar middelen ter beschikking stellen via trustfondsen die zeer bevorderlijk zijn voor de coördinatie doordat ze donormiddelen groeperen. Ten tweede participeert de Commissie actief in de nationale coördinatiemechanismen en helpt in sommige gevallen bij de raadpleging van de lokale gemeenschappen over de wederopbouwplannen, bijvoorbeeld in Atjeh. Ten derde overleggen de vertegenwoordigers van de Commissie met de grote internationale NGO’s die over aanzienlijke eigen middelen beschikken, met het oog op hun deelname aan de coördinatiemechanismen en trustfondsen.

Ten vierde wil de Commissie een zo groot mogelijk aantal acties op het niveau van de EU uitvoeren, daarmee gehoor gevend aan het verzoek van de Raad om de wederopbouw vanaf het begin te coördineren, om zo de EU-coördinatie over het voetlicht te brengen en voor de nodige zichtbaarheid van de Unie te zorgen. De Commissie heeft een virtueel netwerk opgericht, zodat het publiek de toezeggingen en financieringsbesluiten kan volgen van de Commissie en de lidstaten inzake de steun voor de rehabilitatie en wederopbouw van door de tsunami getroffen landen. In Atjeh zal een “Europees huis” worden opgericht om de gezamenlijke acties van de EU-lidstaten en de Commissie te coördineren en te promoten. Aangezien de EU het grootste deel van de trustfondsen in Indonesië en Sri Lanka financiert, wordt een gepaste vertegenwoordiging van de Commissie en de EU gevraagd in het bestuur ervan.

De Commissie maakt niet alleen gebruik van trustfondsen om de coördinatie te vergemakkelijken. Ze zal ook de doeltreffendheid van de interventies van de Commissie maximaliseren (één reeks procedures voor alle deelnemende donoren) en door de EU-donoren te groeperen zal de EU door het beheer van het wederopbouwproces bij regeringen meer invloed krijgen op het strategisch beleid. Door communicatiekanalen te creëren tussen de centrale overheid en de autoriteiten in de conflictprovincies, kunnen trustfondsen een belangrijke rol spelen bij de opbouw van vertrouwen en bij het oplossen van aanslepende conflicten in die gebieden.

De doeltreffendheid en coördinatie die trustfondsen eigen zijn, zullen ook helpen bij de aanpak van de beperkte absorptiecapaciteit, wat een van de grootste problemen is als grote hoeveelheden hulp terechtkomen bij weinig ontwikkelde lokale bestuursstructuren. De Commissie pakt het capaciteitsprobleem ook aan door een perspectief op lange termijn (vastleggingen voor een uitbetalingsperiode van twee jaar of langer), door de versterking van het bestuur (om op die manier de capaciteitsopbouw te stimuleren) en door geen acties te ondernemen op terreinen waar andere donoren zich voornamelijk mee bezighouden.

De door de tsunami getroffen gebieden in Indonesië en Sri Lanka waren en blijven conflictgebieden. De spanningen kunnen toenemen als er geen aandacht wordt besteed aan de noden na een conflict. Hoewel het oplossen van die conflicten volledig berust bij die landen zelf, probeert de EU in beide landen op politiek vlak hulp te bieden, zoals via het ‘Co-chair-proces’ van de EU in Sri Lanka. De Commissie voorziet ook in extra hulp voor het oplossen van conflicten via het snellereactiemechanisme (dat de bemiddelingspogingen in Atjeh financiert) alsook via andere nationale programma’s buiten de tsunami-actie, zoals dat voor de wederopbouw van door de oorlog getroffen gebieden in het noordoosten van Sri Lanka. Tot slot zal de Commissie er voor zorgen dat de hulpactie rekening houdt met de conflicten. Zo zal de definitie van een ‘door de tsunami getroffen gebied’ zo breed mogelijk geïnterpreteerd worden en zal de betrokkenheid van lokale gemeenschappen en provincies bij de trustfondsen nieuwe communicatiekanalen openen en vertrouwen opbouwen tussen de partijen.

Voor het gebruik van hulpfondsen moet op alle niveaus verantwoording afgelegd worden. Die verantwoordingsplicht is een eis van ECHO in zijn partnerschapsovereenkomsten met de NGO’s. Veelvuldig toezicht op de humanitaire projecten wordt gewaarborgd en in het ECHO-auditplan 2005 zullen alle tsunamiprojecten worden opgenomen. Door zorgvuldigheid, toezicht, audits van de trustfondsen (over het algemeen door de Wereldbank) en rechtstreekse projecten, zal een degelijk en doeltreffend financieel beheer van de wederopbouwfondsen worden gewaarborgd.

PARTNERSCHAPPEN

In het EU-actieplan dat op 31 januari door de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen werd goedgekeurd, wordt bijzondere aandacht besteed aan initiatieven van de lidstaten om partnerschappen aan te moedigen tussen regio’s, steden en openbare of particuliere ondernemingen. De Commissie ondersteunt dergelijke initiatieven zoveel mogelijk, vooral de samenwerking tussen ziekenhuizen om de regering te steunen bij het herstel van de basisdienstverlening in algemene ziekenhuizen, klinieken, laboratoria en kleinere verpleegposten. In samenwerking met het EU-voorzitterschap zou die samenwerking de hulpverlening zoals ingeschat door de WHO makkelijker moeten maken. In dezelfde geest zal het programma Asia Pro Eco Tsunami, dat door de Commissie op 17 maart 2005 werd goedgekeurd, projecten ondersteunen die zijn opgezet in samenwerking met niet-overheidsactoren, nationale, regionale en lokale autoriteiten van de lidstaten en de getroffen landen, op het gebied van het beheer van kustgebieden, stedelijke milieuplanning, transport, waterbeheer en riolering.

Op 18 maart 2005 heeft ECHO subsidieovereenkomsten ondertekend met meer dan 30 NGO’s en internationale organisaties voor het verstrekken van humanitaire hulp aan de bevolking die door de tsunami getroffen is. ECHO heeft ten volle gebruik gemaakt van zijn lange samenwerking met NGO-partners en de meest ervaren en doeltreffende onder hen geselecteerd om de noodhulpactie van de Commissie onmiddellijk uit te voeren.

BEGELEIDENDE MAATREGELEN

Als respons op de schade die de tsunami heeft aangericht, zijn de Commissie en de EIB snel met een verkennend onderzoek gestart naar de oprichting van een faciliteit voor leningen op lange termijn voor de fiananciering van de wederopbouw. Ze stuurden ook gezamenlijke missies naar het getroffen gebied. Door de enorme en onverwachte geldbedragen die door publieke en particuliere donoren werden gestort, kunnen de meeste noden van de betrokken landen voor de wederopbouw van de infrastructuur worden gefinancierd met beschikbare subsidies en met financiering via leningen tegen zeer gunstige voorwaarden. Dat werd bevestigd tijdens de gezamenlijke missies. De Commissie is daarom van mening dat de EIB moet worden aangemoedigd om uit de resterende middelen binnen haar portefeuille voor Azië en Latijns-Amerika (ALA) leningen te financieren voor projecten in de getroffen landen. De ALA-portefeuille omvat alle getroffen landen, uitgezonderd de Malediven. In dat verband is de Commissie van plan om een voorstel in te dienen tot wijziging van de beschikking van de Raad met de bedoeling de Malediven toe te voegen aan de lijst van in aanmerking komende landen. Indien nodig zou de Commissie voorzien in subsidies voor de gezamenlijke projecten naast de leningen van de EIB.

De Commissie werkt momenteel een aantal handelsmaatregelen uit om de EU-markt toegankelijker te maken voor de betrokken landen. Die maatregelen zouden hen in staat stellen hun export uit te breiden op niet-discriminerende wijze, overeenkomstig de WTO-verplichtingen. De Commissie heeft met name nauw samengewerkt met de lidstaten en het Europees Parlement om het nieuwe Europees stelsel van algemene preferenties (SAP) sneller van kracht te laten worden, zodat de voordelen sneller voelbaar zijn. Door middel van tariefconcessies zal dat nieuwe beleid voor de door de tsunami getroffen landen leiden tot nieuwe handelsstromen ter waarde van ongeveer 3 miljard euro. De Commissie heeft ook laten weten dat ze bereid is om opnieuw te kijken naar de handelsbeschermingsmaatregelen die zijn ingesteld tegen bedrijven die getroffen zijn door de tsunami.

Zoals aangekondigd in het actieplan, keurde de Commissie op 16 maart 2005 een mededeling goed met het voorstel om de preferentiële oorsprongsregels te vereenvoudigen en gunstiger te maken voor ontwikkeling. Door de nieuwe goed te keuren regels zouden ontwikkelingslanden, ook de landen die door de tsunami zijn getroffen, beter kunnen profiteren van de tariefpreferenties die de EU hen aanbiedt. De Commissie werkt ook aan maatregelen waardoor producten uit de getroffen landen op korte termijn betere toegang moeten krijgen tot de EU-markt.

De Commissie heeft twee initiatieven voorgesteld om de visserijsector in de getroffen landen te steunen. Het eerste initiatief stelde een groep deskundigen in de visserij ter beschikking van de donoren om de betrokken autoriteiten in de getroffen landen bij te staan. Het tweede voorstel, goedgekeurd door de Raad op 16 maart 2005, houdt een versoepeling in van de regels met betrekking tot het overbrengen van uit de vaart genomen visserschepen van de EU naar de getroffen landen. De Commissie onderzoekt momenteel samen met de FAO en de betrokken landen of de beschikbare schepen zijn aangepast aan de plaatselijke noden en omstandigheden. De bedoeling is dat de visserijsector weer levensvatbaar en duurzaam wordt.

Wat betreft recht, vrijheid en veiligheid wordt er gewerkt aan maatregelen om de coördinatie te versterken van de identificatie van slachtoffers van rampen alsook om de consulaire en diplomatieke samenwerking tussen de EU-lidstaten te bevorderen. De voorstellen in het kader van het AENEAS-programma worden geëvalueerd en wellicht worden subsidies uitgetrokken voor pilootprojecten inzake mensenhandel.

De Commissie heeft nauw samengewerkt met de WHO door brede EU-deskundigheid ter beschikking te stellen. Er werden specialisten in noodepidemiologie gestuurd naar de getroffen gebieden en de Commissie is actief betrokken geweest bij het uitvoeren van noodplannen binnen het ‘Global Outbreak and Response Network’ van de WHO. Intern reageerde de Commissie op de gevolgen van de tsunami door de snelle activatie van het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en maatregelen van het communautaire netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten. Dat systeem is ontworpen om informatie uit te wisselen tussen lidstaten en artsen over verhoogde risico's op de invoer van besmettelijke ziekten.

RAMPENPARAATHEID IN AZIE

Via ECHO steunt de Europese Commissie de beoordeling, evaluatie en verbetering van systemen voor vroegtijdige waarschuwing en rampenparaatheid in door de tsunami getroffen landen. Zoals beloofd op de Wereldconferentie over in Kobe, wordt een bijdrage van 2 miljoen euro voorzien voor OCHA/UNISDR (internationale strategie voor rampenpreventie) met het oog op een duidelijke coördinatierol voor de VN-initiatieven op dat terrein. Tijdens de dagen onmiddellijk na de tsunami heeft de Commissie ook nauw samengewerkt met OCHA en andere partners (zoals het Europese Ruimteagenstschap) om een informatiesysteem op te richten over de gevolgen van de tsunami. Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie coördineerde de oprichting van dat systeem door satellietgegevens, kaarten en inschattingen over het hele getroffen gebied te verstrekken aan de belangrijkste hulpverleners.

Het ECHO-programma inzake rampenparaatheid zal lokale projecten op dit gebied blijven steunen, zoals kleinschalige lokale systemen voor vroegtijdige waarschuwing, bewustmaking, opleiding en kleinschalige schadebeperkende maatregelen in Azië. Het wereldwijde systeem voor waarschuwing voor rampen maakt deel uit van deze inspanning en zal verder worden ontwikkeld zodat doeltreffend gereageerd kan worden als een tsunami dreigt.

Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan rampenparaatheid in de politieke dialoog tussen de EU en rampgevoelige landen in Azië. Wat betreft het systeem voor vroegtijdige waarschuwing voor de Indische Oceaan, kan er, naast de ECHO-steun, een beroep gedaan worden op de reservemiddelen van het indicatief programma inzake de tsunami 2005-2006, om regionale initiatieven binnen het VN-kader te steunen. De maatregelen moeten gericht zijn op de capaciteitsopbouw van de communicatie-infrastructuur en van de noodcommunicatieplanning van de lokale gemeenschappen. Bij het plannen en uitvoeren van wederopbouwprogramma’s moet ook systematisch een risisobeperkende aanpak worden geïntegreerd.

Bij elk initiatief voor rampenparaatheid moet rekening worden gehouden met het grote risico dat de ongekende uitbraken van vogelpest met zich meebrengen. Er moet voldoende aandacht worden besteed aan de inperking van de vogelpest bij de wederopbouwacties na de tsunami. De Commissie heeft een aantal acties ondernomen in verband met de huidige grootschalige vogelpestuitbraak in Zuidoost-Azië, waardoor reeds enorme economische schade van naar schatting 8 tot 12 miljoen euro is aangericht en 50 mensen zijn omgekomen. Op dit moment lijkt de vogelpest endemisch te zijn geworden in enkele landen in Zuidoost-Azië (onder meer in Thailand en Indonesië). De Commissie heeft reeds een aantal technische en financiële noodhulpmaatregelen toegezegd aan de betrokken landen. Gevolg gevend aan een internationale conferentie in Vietnam in februari 2005 en aan een verzoek van de FAO en WHO aan de donoren, wordt het toezeggen van verdere steun momenteel onderzocht.

TRANSPARANTIE EN GOED FINANCIEEL BEHEER

De Commissie is vastbesloten om haar toezeggingen op een zeer doeltreffende en transparante wijze na te komen.

De EU is de grootste donorgroep voor de wederopbouw na de tsunami en moet ervoor zorgen dat de gemobiliseerde hulp volledig voor het vooropgestelde doel wordt aangewend. Ten eerste heeft de Europese Commissie een virtueel netwerk opgericht zodat het publiek de toezeggingen en financieringsbesluiten van de Commissie en de lidstaten in verband met de tsunami kan volgen. Dat netwerk is te raadplegen op een internetpagina van de Commissie: http://europa.eu.int/comm/world/tsunami/index.htm (zie ook paragraaf 4). Hoewel alle hoofdpunten begin maart vastgesteld waren, moeten de lidstaten sneller gegevens doorgeven over hun toezeggingen en financieringsbesluiten. Voor de humanitaire hulp wordt het bestaande virtuele netwerk (14 puntensysteem) gebruikt.

Ten tweede zal in Atjeh een ‘Europees huis’ opgericht worden om gezamenlijke acties van de EU-lidstaten en de Commissie te coördineren en te promoten. De Commissie rekent op de volledige medewerking van de lidstaten voor het welslagen van dat project, ten voordele van de lokale bevolking.

Ten derde moet een gepaste vertegenwoordiging van de Europese Commissie/EU in het bestuur van de toekomstige trustfondsen in Indonesië en Sri Lanka voldoende toezicht en controle op de aanwending van middelen verzekeren. De controle- en auditmechanismen in het kader van de overeenkomst die inzake trustfondsen en cofinanciering gesloten werd tussen de Commissie en de Wereldbank, kunnen zeker een goed, doeltreffend en transparant beheer van de communautaire middelen garanderen.

De Commissie beschikt over strenge systemen om een goed financieel beheer van de communautaire hulp te verzekeren, onder meer een strenge selectie van uitvoerende partners, een systematisch toezicht door deskundigen op het terrein op projecten die aan de gang zijn, audits en externe evaluatie achteraf. Die zullen allemaal toegepast worden in het kader van de steun na de tsunami.

Het beheer van de voorgestelde programma’s zal belangrijke inspanningen eisen van de plaatselijke delegaties van de Europese Commissie in Sri Lanka en Indonesië. De delegatie in Sri Lanka zal daarom versterkt worden tot een volwaardige delegatie. De delegatie in Indonesië zal een filiaal oprichten in Atjeh in het voorgestelde ‘Europees huis’.

BIJLAGE II

COMMUNAUTAIRE PROGRAMMA’S VOOR VROEGTIJDIGE WAARSCHUWING EN RAMPENPARAATHEID

DE INDISCHE OCEAAN

ECHO heeft 2 miljoen euro bijgedragen aan de werkzaamheden van het secretariaat van de internationale strategie voor rampenpreventie (ISDR) om de systemen voor vroegtijdige waarschuwing in de Indische Oceaan te evalueren en te verbeteren. De Commissie volgt aandachtig de werkzaamheden van de IOC om een systeem voor vroegtijdige waarschuwing voor tsunami’s te bouwen in de Indische Oceaan, in overeenstemming met het mandaat dat ze heeft gekregen op de conferentie in Kobe. De Commissie zal de eventuele financiering van een dergelijk systeem in overweging nemen als er een haalbaar voorstel wordt voorgelegd waarover in het gebied een consensus bestaat.

ECHO heeft ongeveer 9,7 miljoen euro toegezegd om de volgende twee jaar lokale projecten te steunen voor rampenparaatheid in Zuid-Azië.

AFRIKA, CARIBISCH GEBIED EN STILLE OCEAAN

De landen in het Caribisch gebied zijn bijzonder kwetsbaar voor tropische stormen en zijn ook al getroffen door tsunami’s. De Gemeenschap draagt via haar middelen voor ontwikkelingssamenwerking voor 13,2 miljoen euro bij aan een regionaal radarsysteem voor vroegtijdige waarschuwing en werkt aan een project (met een begroting van 3 miljoen euro) om de regionale capaciteit voor rampenbeheersing te versterken. Ze heeft 39 miljoen euro toegezegd aan een programma om de zeewering in Guyana sterker te maken. ECHO zal zijn reeds lang lopende werkzaamheden voor een betere lokale rampenparaatheid in dat gebied voortzetten en verder ontwikkelen.

Wat de Stille Oceaan betreft, heeft de Commissie alle beschikbare reservemiddelen (de zogenaamde B-portefeuilles) gereserveerd voor rampenpreventie en -paraatheid. Ze is met name van plan om samen te werken met regionale organisaties en andere donoren inzake risicobeperking bij cyclonen.

Meer algemeen overlegt de Commissie momenteel over het initiatief van het ACS-secretariaat om een natuurrampenfaciliteit op te richten in het kader van de Overeenkomst van Cotonou. Die zou vooral gericht zijn op de versterking van de nationale capaciteiten voor het beheer van systemen voor vroegtijdige waarschuwing en op een goede communicatie met de bevolking in alarmsituaties.

Middellandse Zee en Atlantische Oceaan

In de landen rond de Middellandse Zee bestaan er vrij goede alarmsystemen voor overstromingen en aardbevingen, maar er is weinig werk gemaakt van vroegtijdige waarschuwing, rampenparaatheid en rampenplannen in verband met tsunami’s. De Commissie zal haar opleidingsprogramma inzake civiele bescherming uitbreiden met tsunami-rampoefeningen.

Het “Euro Med Bridge Project” (met een begroting van 2 miljoen euro) is bedoeld om een systeem te ontwikkelen voor de vermindering, de preventie en het beheer van door de natuur of door de mens veroorzaakte rampen in het hele Middellandse-Zeegebied.

Onderzoek, ontwikkeling en wetenschappelijke samenwerking

In het kader van het zesde en zevende kaderprogramma voor wetenschappelijk onderzoek (met als hoofdonderwerpen: veranderingen van het aardsysteem en ecosystemen) zullen raadplegingen van deskundigen verder worden gefinancierd. De recente werkzaamheden zijn vooral gericht op het bepalen van de stand van zaken, de lacunes en behoeften van het onderzoek in verband met systemen voor vroegtijdige waarschuwing. Door de Gemeenschap gefinancierd onderzoek zal ook bijdragen tot een betere wetenschappelijke kennis over tsunami’s, onder meer oceaanobservatie op grote diepte, het sociaal-economische effect van tsunami’s en de gevolgen voor de gezondheid en het landgebruik.

Het communautaire programma voor Technologieën van de informatiemaatschappij zal 40 miljoen euro besteden aan projecten in verband met de introductie van sensoren voor risicobewaking ter plaatse en van middelen voor de communicatie (onder meer alarmmechanismen) over openbare veiligheid aan de in gevaar verkerende autoriteiten en burgers, waarbij gebruik zal worden gemaakt van alle geschikte media. Er is ook een specifieke oproep gedaan voor het ontwikkelen en testen van capaciteiten voor vroegtijdige waarschuwing en alarmering bij tsunami’s in Europa en de Indische Oceaan. Die onderzoekswerkzaamheden zullen de grondslag vormen voor de eerdergenoemde toekomstige infrastructuurontwikkelingen.

Het communautaire programma voor Onderzoeksinfrastructuur heeft een snel wereldwijd telecommunicatienetwerk opgericht om internationale onderzoeksinstellingen en andere overheidsinstanties met elkaar te verbinden. Het Europees Ruimteagentschap en UNOSAT maken al ten volle gebruik van die middelen, onder meer tijdens de respons op de tsunami in de Indische Oceaan (jaarlijkse waarde: ongeveer 60 miljoen euro). De Commissie is bereid om dit netwerk ook toegankelijk te maken voor andere organisaties, bijvoorbeeld als steun voor een centrum voor vroegtijdige waarschuwing in de Indische Oceaan.

Het initiatief “Global Monitoring for Environment and Security (GMES)” van de Europese Commissie en het Europees Ruimteagentschap omvat informatiediensten op aarde en via satelliet. Het zal een grote bijdrage blijven leveren aan humanitaire en noodhulpprogramma’s.

Er wordt voorzien in aanvullende steunmaatregelen en O&O-activiteiten om ICT-steun te verlenen aan het Europese beleid en onderzoek in verband met rampenpreventie. Onder meer:

- uitwisseling van technologieën tussen de EU en tsunamigevoelige landen en gebieden langs de kust van de Indische Oceaan om van elkaar de beste praktijken te leren voor het gebruik van geavanceerde informatie- en communicatietechnologie bij systemen voor vroegtijdige waarschuwing en alarmering, de opstelling van richtlijnen te bevorderen en die aan te passen aan de lokale behoeften en omstandigheden;

- samenwerking met gespecialiseerde instituten in de landen rond de Middellandse Zee om een eenstemmige benadering van vroegtijdige waarschuwing en alarmering voor tsunami’s in het Middellandse-Zeegebied te bevorderen;

- andere relevante workshops en overlegplatformen om de tekortkomingen van de bestaande technologieën voor vroegtijdige waarschuwing en alarmering aan te pakken en de interoperabiliteit te bevorderen.

[1] Noodzakelijke operationele voorwaarden voor een neutrale, onpartijdige en niet-discriminerende humanitaire hulpverlening en voor een vrije en directe toegang tot slachtoffers van een ramp.

[2] De Raad keurde de ‘Verbintenissen van Barcelona’ goed op 14 maart 2002. Die verbintenissen zijn gebaseerd op internationaal overeengekomen beste praktijken, onder meer in overeenstemming met de bevindingen over donorpraktijken van de taakgroep van de Commissie voor ontwikkelingsbijstand van de OESO en ze maken deel uit van een harmonisatieproces van beleidslijnen en procedures voor externe hulp, zoals overeengekomen tussen de lidstaten en de Gemeenschap.

[3] Verordening (EG) nr. 381/2001 van de Raad van 26 februari 2001 tot instelling van een snellereactiemechanisme.

[4] De term “complexe noodsituatie” verwijst naar een humanitaire crisis in een conflictgebied.

[5] De “Oslo-richtsnoeren” van 1994 in verband met natuurrampen en de “MCDA-richtsnoeren” van 2003 in verband met door de mens veroorzaakte rampen.

[6] Bijv. UNHCR voor vluchtelingen, UNICEF voor kinderen, IFRK voor de bescherming van burgers en gevangenen en voor de toepassing van het internationaal humanitair recht, UNOCHA voor de coördinatie van humanitaire hulp, enz.

[7] Disaster Assessment and Coordination teams van de VN

[8] Field Assessment and Coordination Teams

[9] Artikel III-321§5 van de Grondwet.

[10] Beschikking van de Raad van 23 oktober 2001 tot vaststelling van een communautair mechanisme ter vergemakkelijking van versterkte samenwerking bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming (2001/792/EG,Euratom).

[11] COM(2005) 137 van 20.04.2005.

[12] Zie het voorstel van de Commissie tot instelling van een Instrument voor snelle respons en paraatheid bij ernstige noodsituaties COM(2005) 113 def. van 6.4.2005 en het voorstel tot invoering van een stabiliteitsinstrument COM(2004)630 def. van 29.9.2004.

[13] Zie ook punt 3.3 van de mededeling van de Commissie “Verbetering van het communautair mechanisme voor civiele bescherming” COM(2005) 137 def. van 20.04.05. Dit ligt volledig in de lijn van het door de Commissie geplande ARGUS-systeem, dat alle gespecialiseerde systemen voor vroegtijdige waarschuwing binnen de Commissie zal overkoepelen

[14] Onder meer de ‘open bron’ informatiefaciliteiten van het RELEX-crisiscentrum en de wetenschappelijke faciliteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek en het ARGUS-netwerk, eens dat opgericht is.

[15] Artikel 54 van het Financieel Reglement

[16] COM(2004) 630 def. 29.9.2004

Top