Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52004PC0625

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerkingtussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië

/* COM/2004/0625 def. - CNS 2004/0216 */

52004PC0625

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerkingtussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië /* COM/2004/0625 def. - CNS 2004/0021 */


Brussel, 04.10.2004

COM(2004)625 definitief

2004/0216(CNS)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerkingtussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

In de kaderovereenkomst inzake samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië (hierna "Brazilië" genoemd), die op 1 november 1995 in werking is getreden, wordt wetenschappelijke en technologische samenwerking vermeld als een gebied van buitengewoon belang en met een buitengewoon potentieel.

In haar mededeling COM(1996)344def. van 19 juli 1996, “Bevorderen van OTO-samenwerking met de nieuwe industrielanden”, heeft de Commissie ondermeer aanbevolen dat de Unie diende te overwegen om met bepaalde nieuwe industrielanden wetenschappelijke en technologische samenwerkingsovereenkomsten te sluiten. Zij voegde daaraan toe dat dat "niet alleen de duidelijkste uitdrukking is van de politieke wil om OTO-samenwerking te bevorderen, maar het de Partijen ook mogelijk maakt om OTO-samenwerkingskaders specifiek op bepaalde landen toe te snijden en de wetenschappelijke gemeenschappen te oriënteren op geselecteerde OTO-thema's en technologische uitdagingen van gemeenschappelijk belang".

In haar resolutie van 14 maart 1997 over de mededeling van de Commissie "Bevorderen van de OTO-samenwerking met de nieuwe industrielanden" heeft het Europees Parlement de Commissie verzocht "haar instrumenten voor steun aan de ontwikkelingslanden te handhaven maar tevens samenwerkingsvormen te ontwikkelen op gebieden waar van een wetenschappelijke en technologische doorbraak sprake is en die nu juist zo kenmerkend voor de nieuwe industrielanden zijn" en de Commissie verzocht "op basis van de situatie in ieder land onderhandelingen met het oog op de sluiting van bilaterale overeenkomsten aan te vatten waarin een juridisch kader voor de bevordering van de OTO-samenwerking ... wordt vastgelegd". Dit standpunt is kracht bijgezet in de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement " De internationale dimensie van de Europese Onderzoekruimte " (COM(2001)346 def.).

Op 19 november 2002 hebben de EG en Brazilië in Brussel een intentieverklaring inzake samenwerking ondertekend waarin de prioriteiten voor bilaterale samenwerking tussen de EG en Brazilië tot eind 2006 zijn vermeld. In deze intentieverklaring worden in lijn met het strategiedocument dat de Commissie in augustus 2002 heeft goedgekeurd, vijf prioriteitsgebieden genoemd, namelijk openbaar bestuur, economische samenwerking, sociale ontwikkeling, onderzoek en technologie en het milieu.

Op 14 februari 2000 heeft Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te voeren over een overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Brazilië. De onderhandelingen hebben geresulteerd in de bijgevoegde Overeenkomst die op 3 december 2002 in Brussel is geparafeerd.

De onderhandelingen over de Overeenkomst stonden in het teken van uitbreiding en intensivering van de samenwerking tussen Brazilië en de Europese Unie. Daarbij is uitgegaan van het belang van wetenschap en technologie voor de economische en maatschappelijke ontwikkeling en het wederzijds verlangen om de uitvoering van samenwerkingsactiviteiten uit te breiden en te versterken op gebieden van gemeenschappelijk belang zoals:

biotechnologie,

informatie- en communicatietechnologieën,

bio-informatica,

ruimtevaart,

micro- en nanotechnologieën,

materiaalonderzoek,

schone technologieën,

beheer en duurzaam gebruik van milieurijkdommen,

bioveiligheid,

gezondheid en geneeskunde,

luchtvaart,

metrologie, normalisatie en overeenstemmingsbeoordeling, en

menswetenschappen.

Op 27 juni 2003 heeft de Commissie de Raad een voorstel voorgelegd voor een besluit van de Raad waarbij machtiging wordt verleend voor de ondertekening van bovengenoemde Overeenkomst. Op 22 september 2003 heeft de Raad dit besluit aangenomen en de bijgaande Overeenkomst, met bijlagen, werd op 19 januari 2004 te Brasilia ondertekend.

De Overeenkomst is gebaseerd op de beginselen van wederzijds profijt, wederkerigheid van mogelijke deelname aan programma's en activiteiten die relevant zijn voor de Overeenkomst, non-discriminatie, doeltreffende bescherming van de intellectuele eigendom en billijke verdeling van de intellectuele eigendomsrechten. De Overeenkomst wordt gesloten voor een eerste periode van vijf jaar en kan bij schriftelijke overeenkomst tussen de Partijen telkens met vijf jaar worden verlengd.

De Overeenkomst voorziet in:

enerzijds deelneming van Braziliaanse entiteiten die zich bezighouden met onderzoek en technologische ontwikkeling aan OTO-projecten van het kaderprogramma en anderzijds deelneming op basis van wederkerigheid van in de Gemeenschap gevestigde entiteiten die zich bezighouden met onderzoek en technologische ontwikkeling aan Braziliaanse projecten op dezelfde OTO-gebieden; een dergelijke deelname is onderworpen aan de voor iedere Partij geldende regels en procedures;

gezamenlijke OTO-projecten;

bezoeken en uitwisselingen van wetenschappers, onderzoekers en technische deskundigen;

gezamenlijk organiseren van wetenschappelijke seminars, conferenties, symposia en workshops, alsmede deelname van deskundigen aan deze activiteiten;

gecoördineerde acties, bijvoorbeeld het poolen van OTO-projecten die reeds worden uitgevoerd in overeenstemming met de voor de OTO-programma's van iedere Partij geldende procedures, en wetenschappelijke netwerken;

uitwisseling en gezamenlijk gebruik van uitrusting en materiaal;

uitwisseling van informatie over praktijken, wetten, voorschriften en programma's die van belang zijn voor de samenwerking in het kader van deze overeenkomst, met inbegrip van informatie over beleid inzake wetenschap en technologie;

alle andere regelingen die worden aanbevolen door het ingevolge artikel VI op te richten stuurcomité en die in overeenstemming worden geacht met de voor beide Partijen geldende beleidslijnen en procedures. In principe vindt er geen overdracht van financiële middelen plaats.

Wat betreft de verspreiding en het gebruik van informatie, en het beheer, de toekenning en de uitoefening van intellectuele eigendomsrechten, die voortvloeien uit in het kader van de Overeenkomst gezamenlijk verricht onderzoek, zijn de bepalingen van toepassing van de bijlage bij deze overeenkomst met de titel "Intellectuele eigendom", welke bijlage een integrerend deel van deze overeenkomst vormt.

Het non-discriminatiebeginsel dat in artikel III van de Overeenkomst is vastgelegd moet deelnemers uit de Gemeenschap aan Braziliaanse programma's en activiteiten beschermen tegen discriminerende behandeling, ook wat betreft de verspreiding en het gebruik van resultaten, met inbegrip van intellectuele eigendomsrechten. Het stuurcomité zal onder andere het efficiënte en effectieve functioneren van de Overeenkomst, met inbegrip van de niet-discriminerende behandeling van de deelnemers, evalueren.

Bovendien zal meer samenwerking met Brazilië op het gebied van wetenschap en technologie rechtstreeks bijdragen aan hechtere relaties tussen beide Partijen en met name grote voordelen opleveren voor de Europese actoren en de positie van de Gemeenschap in Brazilië verbeteren en dus ook binnen de MERCOSUR waarmee de EG momenteel onderhandelt over een associatieovereenkomst.

Deze overeenkomst voor wetenschappelijke en technische samenwerking zou het juiste instrument zijn om de huidige samenwerking in het kader van specifieke activiteiten voor internationale samenwerking met de ontwikkelingslanden van het zesde kaderprogramma aanzienlijk uit te breiden en aan te vullen.

Gezien het bovenstaande stelt de Commissie voor dat de Raad:

- namens de Europese Gemeenschap en na raadpleging van het Europees Parlement zijn goedkeuring hecht aan de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië

- de Braziliaanse autoriteiten ervan in kennis stelt dat de noodzakelijke procedures voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst door de Europese Gemeenschap zijn voltooid. 2004/0216(CNS)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerkingtussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 170, lid 2, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie[1],

Gezien het advies van het Europees Parlement[2],

Overwegende hetgeen volgt:

De Commissie heeft namens de Gemeenschap met de Federale Republiek Brazilië onderhandeld over een overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking.

De op 3 december 2002 geparafeerde Overeenkomst is, onder voorbehoud van de eventuele sluiting ervan op een later tijdstip, op 19 januari 2004 ondertekend.

Deze overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië wordt hierbij namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de Overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad gaat namens de Gemeenschap over tot de in artikel XII van de Overeenkomst bedoelde kennisgeving.

Gedaan te Brussel, op

Voor de Raad

De Voorzitter

OVEREENKOMST

VOOR WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNOLOGISCHE SAMENWERKING

TUSSEN DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIË

EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

De regering van de Federale Republiek Brazilië (hierna “Brazilië” genoemd) enerzijds en de Europese Gemeenschap (hierna “de Gemeenschap” genoemd) anderzijds, hierna gezamenlijk “de Partijen” genoemd,

Overwegende de op 29 juni 1992 gesloten kaderovereenkomst inzake samenwerking tussen Brazilië en de Europese Gemeenschap, welke overeenkomst op 1 november 1995 in werking is getreden;

Overwegende het belang van wetenschap en technologie voor de economische en sociale ontwikkeling van Brazilië en de Gemeenschap;

Overwegende de huidige wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen Brazilië en de Gemeenschap;

Overwegende dat Brazilië en de Gemeenschap momenteel onderzoekactiviteiten alsmede demonstratieprojecten uitvoeren en ondersteunen op een aantal gebieden van gemeenschappelijk belang als gedefinieerd in artikel II, onder d), van deze overeenkomst en dat gezamenlijke deelneming aan onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten op basis van wederkerigheid wederzijdse voordelen kan opleveren;

Verlangende een formeel kader op te zetten voor samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technologisch onderzoek waardoor de uitvoering van samenwerkingsactiviteiten op gebieden van gemeenschappelijk belang wordt uitgebreid en versterkt en de toepassing van de resultaten van die samenwerking zodanig wordt bevorderd dat het sociaal en economisch belang van beide Partijen daardoor wordt gediend;

Overwegende dat de onderhavige overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking deel uitmaakt van de algemene samenwerking tussen Brazilië en de Gemeenschap,

Zijn overeengekomen als volgt:

ARTIKEL I - Doel

De Partijen stimuleren, ontwikkelen en vergemakkelijken samenwerkingsactiviteiten op gebieden van gemeenschappelijk belang door wetenschappelijke en technologische onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten uit te voeren en te ondersteunen.

ARTIKEL II - Definities

In het kader van deze overeenkomst gelden de volgende definities:

a) wordt onder "samenwerkingsactiviteit" verstaan een activiteit die de Partijen ontplooien of ondersteunen in het kader van deze overeenkomst, met inbegrip van gezamenlijk onderzoek;

b) wordt onder "informatie" verstaan wetenschappelijke of technische gegevens, resultaten of onderzoeks- en ontwikkelingsmethoden die voortvloeien uit gezamenlijk onderzoek, alsmede alle andere gegevens die door de deelnemers aan de samenwerkingsactiviteiten en, waar nodig, door de Partijen zelf, noodzakelijk worden geacht;

c) heeft "intellectuele eigendom" de betekenis gedefinieerd in artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor intellectuele eigendom, gedaan te Stockholm op 14 juli 1967;

d) wordt onder "gezamenlijk onderzoek" verstaan projecten voor onderzoek, technologische ontwikkeling of demonstratie uitgevoerd met financiële steun van een van de Partijen of van beide Partijen en waarbij deelnemers uit zowel de Gemeenschap als uit Brazilië zijn betrokken; onder "demonstratieprojecten" worden projecten verstaan om de haalbaarheid aan te tonen van nieuwe technologieën die een potentieel economisch voordeel bieden, maar nog niet onmiddellijk commercieel kunnen worden toegepast. De Partijen houden elkaar regelmatig op de hoogte van activiteiten die worden beschouwd als gezamenlijke onderzoekactiviteiten ingevolge artikel VI - coördinatie en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten;

e) wordt onder "deelnemers" of "onderzoekentiteiten" verstaan alle personen, universitaire instellingen, onderzoekcentra of enigerlei andere in de Gemeenschap of in Brazilië gevestigde juridische entiteit of firma die betrokken is bij samenwerkingsactiviteiten, met inbegrip van de Partijen zelf.

ARTIKEL III - Principes

De samenwerkingsactiviteiten worden uitgevoerd op basis van onderstaande beginselen:

a) wederzijds voordeel gebaseerd op een algeheel evenwichtige verdeling van de voordelen;

b) wederzijdse toegang tot de onderzoek- en technologische ontwikkelingsactiviteiten van elke Partij;

c) tijdige uitwisseling van informatie die van invloed kan zijn op de samenwerkingsactiviteiten;

d) behoorlijke bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten.

ARTIKEL IV - Gebieden waarop samenwerkingsactiviteiten kunnen worden ontplooid

Samenwerking in het kader van deze overeenkomst kan, rekening houdend met artikel VI, lid 3, onder b) van deze overeenkomst, plaatsvinden op alle gebieden van wederzijds belang waarop beide Partijen onderzoek- en technologische ontwikkelingsactiviteiten (hierna "OTO" genoemd) uitvoeren of ondersteunen. Dergelijke activiteiten moeten erop gericht zijn de vooruitgang van wetenschap, industrieel concurrentievermogen en economische en sociale ontwikkeling te bevorderen, waarbij de nadruk ligt op de volgende gebieden:

- biotechnologie,

- informatie- en communicatietechnologieën,

- bio-informatica,

- ruimtevaart,

- micro- en nanotechnologieën,

- materiaalonderzoek,

- schone technologieën,

- beheer en duurzaam gebruik van milieurijkdommen,

- bioveiligheid,

- gezondheid en geneeskunde,

- luchtvaart,

- metrologie, normalisatie en overeenstemmingsbeoordeling, en

- menswetenschappen.

ARTIKEL V - Samenwerkingsregelingen en -activiteiten

1. De Partijen stimuleren:

a) deelname van onderzoekentiteiten aan de samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst, in overeenstemming met hun eigen beleidslijnen en voorschriften, teneinde vergelijkbare mogelijkheden te creëren voor deelname aan hun activiteiten op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling en de voordelen daarvan goed te benutten;

b) wederzijdse toegang tot de activiteiten die elke Partij in het kader van lopende nationale programma's of beleidsmaatregelen steunt.

2. De samenwerkingsactiviteiten kunnen de volgende vorm aannemen:

a) gezamenlijke OTO-projecten;

b) bezoeken en uitwisselingen van wetenschappers, onderzoekers en technische deskundigen;

c) gezamenlijk organiseren van wetenschappelijke seminars, conferenties, symposia en workshops, alsmede deelname van deskundigen aan deze activiteiten;

d) gecoördineerde acties, bijvoorbeeld het poolen van OTO-projecten die reeds worden uitgevoerd in overeenstemming met de voor de OTO-programma's van iedere Partij geldende procedures, en wetenschappelijke netwerken;

e) uitwisseling en gezamenlijk gebruik van uitrusting en materiaal;

f) uitwisseling van informatie over praktijken, wetten, voorschriften en programma's die van belang zijn voor de samenwerking in het kader van deze overeenkomst, met inbegrip van informatie over beleid inzake wetenschap en technologie;

g) alle andere regelingen die worden aanbevolen door het ingevolge artikel VI op te richten stuurcomité en die in overeenstemming worden geacht met de voor beide Partijen geldende beleidslijnen en procedures.

3. de gezamenlijke OTO-projecten worden uitgevoerd wanneer de deelnemers een gezamenlijk plan voor technologiebeheer hebben opgesteld zoals aangegeven in de bijlage bij deze overeenkomst.

ARTIKEL VI - Coördinatie en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten

1. Voor de coördinatie en vergemakkelijking van samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst wordt namens Brazilië zorg gedragen door het Ministerie van buitenlandse zaken en namens de Gemeenschap door de diensten van de Europese Commissie, welke instanties optreden als uitvoerende organen.

2. De uitvoerende organen richten een stuurcomité voor wetenschappelijke en technische samenwerking op dat verantwoordelijk is voor het beheer van deze overeenkomst; het comité is samengesteld uit officiële vertegenwoordigers van elke Partij en stelt zijn reglement van orde vast.

3. Het stuurcomité heeft onder meer tot taak:

a) in overeenstemming met artikel V samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst voor te stellen en te ondersteunen;

b) ingevolge artikel V, lid 1, onder b), voor het volgend jaar van alle voor OTO-samenwerking in aanmerking komende sectoren die prioritaire sectoren of subsectoren van gemeenschappelijk belang aan te wijzen waarin samenwerking wordt nagestreefd;

c) onderzoekers van beide Partijen voorstellen te doen inzake het poolen van projecten van wederzijds belang of elkaar aanvullende projecten;

d) aanbevelingen te doen als bedoeld in artikel V, lid 2, onder g);

e) de Partijen te adviseren over de wijze waarop de samenwerking kan worden uitgebreid en verbeterd overeenkomstig de in deze overeenkomst neergelegde beginselen;

f) te beoordelen of de Overeenkomst efficiënt functioneert en ten uitvoer wordt gelegd;

g) jaarlijks aan de Partijen verslag uit te brengen over de stand, de bereikte resultaten en de doeltreffendheid van de samenwerking in het kader van deze overeenkomst. Dit verslag wordt voorgelegd aan de gemengde commissie die is opgericht bij de op 29 juni 1992 tussen Brazilië en de Europese Gemeenschap gesloten kaderovereenkomst inzake samenwerking.

4. Het stuurcomité, dat verslag uitbrengt aan de gemengde commissie, vergadert normaliter jaarlijks, bij voorkeur voordat de vergadering van de gemengde commissie plaatsvindt, volgens een van tevoren gezamenlijk overeengekomen tijdschema. De vergaderingen vinden afwisselend in de Gemeenschap en in Brazilië plaats. Op verzoek van één van beide Partijen kunnen buitengewone vergaderingen worden georganiseerd.

5. De kosten die worden gemaakt door vertegenwoordigers die de vergaderingen van het stuurcomité bijwonen, worden gedragen door de Partij zie zij vertegenwoordigen.

ARTIKEL VII - Financiering

De samenwerkingsactiviteiten zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van toegewezen middelen en onderworpen aan de van toepassing zijnde wetten en voorschriften, beleidslijnen en programma's van de Partijen. Kosten die door de deelnemers aan samenwerkingsactiviteiten worden gemaakt, worden normaliter niet vergoed door de overdracht van middelen tussen de Partijen.

ARTIKEL VIII - Toelating van personeel en apparatuur

1. Elke Partij treft alle passende maatregelen en stelt al het mogelijke in het werk om, binnen de op het grondgebied van elke Partij geldende wetten en voorschriften, de toegang tot, het verblijf op en het vertrek uit haar grondgebied te vergemakkelijken voor bij de samenwerkingsactiviteiten die de Partijen in het kader van deze overeenkomst opzetten, betrokken c.q. gebruikte personen, materiaal, gegevens en apparatuur, een en ander wordt vrijgesteld van belastingen en douanerechten overeenkomstig de op het grondgebied van elke Partij geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

2. Wanneer de specifieke samenwerkingsregelingen van de ene Partij voorzien in financiële steun aan deelnemers van de andere Partij, worden subsidies, financiële bijdragen enz. van de ene Partij aan de deelnemers van de andere Partij ter ondersteuning van deze activiteiten vrijgesteld van belastingen en douanerechten, overeenkomstig de op het grondgebied van elke Partij geldende wetgeving.

ARTIKEL IX - Intellectuele eigendom

Vragen over intellectuele eigendom die voortvloeien uit deze overeenkomst, worden behandeld overeenkomstig de bijlage die integrerend deel uitmaakt van deze overeenkomst.

ARTIKEL X - Communautaire activiteiten ten behoeve van ontwikkelingslanden

Deze overeenkomst heeft geen gevolgen voor de deelname van Brazilië, als ontwikkelingsland, aan activiteiten van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek ten behoeve van ontwikkeling.

ARTIKEL XI - Territoriale toepassing

Deze overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds op het grondgebied van de Federale Republiek Brazilië.

ARTIKEL XII- Inwerkingtreding, beëindiging en regeling van geschillen

1. Deze overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de Partijen elkaar er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat hun onderscheiden interne procedures voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn voltooid.

2. De Overeenkomst wordt gesloten voor een initiële duur van vijf jaar en kan met instemming van beide Partijen, na een evaluatie tijdens het voorlaatste jaar van elke successieve periode, worden verlengd.

3. De Overeenkomst kan met instemming van beide Partijen worden gewijzigd. Wijzigingen treden in werking onder de in lid 1 genoemde voorwaarden.

4. Deze overeenkomst kan te allen tijde door elke Partij worden opgezegd, mits de andere Partij daarvan zes maanden tevoren schriftelijk langs diplomatieke weg in kennis wordt gesteld. Het aflopen of de beëindiging van deze overeenkomst heeft geen invloed op de geldigheid of de looptijd van eventuele in het kader van de Overeenkomst lopende gezamenlijke onderzoekprojecten, noch op specifieke rechten en verplichtingen die uit hoofde van de bijlage bij deze overeenkomst zijn ontstaan.

5. Alle vraagstukken of geschillen in verband met de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst worden in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen geregeld.

Gedaan te………….., op……….. 2002, in twee exemplaren in de Portugese, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie tussen deze talen geldt de Engelse tekst.

BIJLAGE

Intellectuele eigendom

Overeenkomstig artikel IX van deze overeenkomst:Dragen de Partijen ervoor zorg dat de intellectuele eigendom die in het kader van deze overeenkomst wordt voortgebracht, op passende en doeltreffende wijze wordt beschermd.Zullen de Partijen elkaar tijdig op de hoogte brengen van alle uitvindingen of andere in het kader van deze overeenkomst voortgebrachte werken die aan intellectuele eigendomsrechten kunnen worden onderworpen.

I. WERKINGSSFEER

A . Ten behoeve van deze overeenkomst heeft "intellectuele eigendom" de betekenis die daaraan wordt toegekend in artikel 2 van het verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO), gesloten in Stockholm op 14 juli 1967.

B . Deze bijlage houdt geen wijziging in van of doet geen afbreuk aan de toekenning van rechten, belangen en intellectuele eigendom tussen een Partij en haar onderdanen of deelnemers, welke wordt geregeld overeenkomstig de wetten en gebruiken van de Partij in kwestie.

C . Geschillen over intellectuele eigendom worden geregeld in overleg tussen de betrokken deelnemende instellingen of, indien nodig, door de Partijen of hun gemachtigde vertegenwoordigers. Wanneer de Partijen daarmee instemmen, kunnen geschillen worden voorgelegd aan een scheidsgerecht overeenkomstig de terzake geldende bepalingen van internationaal recht. Tenzij de Partijen of hun gemachtigde vertegenwoordigers anders overeenkomen, zijn de arbitragenormen van de commissie van de Verenigde Naties voor internationaal handelsrecht (UNCITRAL) van toepassing.

D . Wanneer één van beide Partijen van mening is dat een bepaald gezamenlijk onderzoekproject in het kader van deze overeenkomst heeft geleid of zal leiden tot het ontstaan of verlenen van een vorm van intellectuele eigendom die niet wordt beschermd door de op het grondgebied van de andere Partij vigerende wetgeving, plegen de Partijen onverwijld overleg om een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden die in overeenstemming is met de toepasselijke wetgeving.

II. TOEKENNING VAN RECHTEN

A . Elke Partij kan, onverminderd de bepalingen van haar nationale recht, door middel van een contract een niet-exclusieve, onherroepelijke licentie, vrij van royalty's, verwerven om de artikelen, verslagen en technische en wetenschappelijke boeken die rechtstreeks zijn voortgebracht door de samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst, te vertalen, te reproduceren, aan te passen, door te geven en in het openbaar te verspreiden, mits de wettelijke bepalingen inzake de eigendom en overdracht van auteursrechten in verband met het tot stand brengen van het werk worden nageleefd. Op alle exemplaren van door auteursrechten beschermde werken, die overeenkomstig deze bepalingen zijn voortgebracht en in het openbaar worden verspreid, dienen de namen van de auteurs te worden vermeld, tenzij de auteurs uitdrukkelijk afstand hebben gedaan van dat recht.

B. Rechten voor alle vormen van intellectuele eigendom die niet zijn beschreven in hoofdstuk II, onder A), van deze bijlage, worden als volgt toegekend:

1. Gastonderzoekers, bijvoorbeeld wetenschappers die een instituut in de eerste plaats bezoeken ten behoeve van hun opleiding, ontvangen intellectuele eigendomsrechten volgens regelingen met hun gastinstituten in overeenstemming met de bepalingen van de toepasselijke nationale wetgeving. Bovendien heeft elke gastonderzoeker die als uitvinder wordt vermeld, op dezelfde wijze als de onderzoekers van het gastinstituut het recht op een proportioneel aandeel in alle royalty's die het gastinstituut ontvangt uit licenties voor het gebruik van de intellectuele eigendom.

2. In verband met intellectuele eigendom die door gezamenlijk onderzoek wordt of kan worden voortgebracht stellen de deelnemers een gezamenlijk plan voor technologiebeheer op, dat wordt overeengekomen in de vorm van een schriftelijke overeenkomst tussen de deelnemers aan gezamenlijke onderzoekprojecten en waarin van tevoren een eerlijke en evenwichtige verdeling van de uit de samenwerking voortvloeiende resultaten of voordelen wordt geregeld, rekening houdend met de relatieve bijdrage van de Partijen of hun deelnemers, en waarin strikt de hand wordt gehouden aan de voor elke Partij geldende wetten inzake intellectuele eigendom en de internationale overeenkomsten inzake intellectuele eigendom waarvan de Partijen ondertekenaar zijn.

a) Wanneer de Partijen in de beginfase van hun samenwerking geen gezamenlijk plan voor technologiebeheer hebben aangenomen en zij geen overeenstemming kunnen bereiken binnen een redelijke termijn, die niet meer dan zes maanden zal bedragen, nadat een Partij in kennis is gekomen van het ontstaan of waarschijnlijke ontstaan van de betrokken intellectuele eigendom als resultaat van het gezamenlijke onderzoek, plegen de Partijen onverwijld overleg om een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden. In afwachting van een oplossing van de kwestie is de betrokken intellectuele eigendom gezamenlijk eigendom van de Partijen of hun deelnemers, tenzij zij anders overeenkomen.

b) Wanneer een gezamenlijk onderzoekproject in het kader van deze overeenkomst leidt tot een resultaat dat waarschijnlijk zal worden beschermd door intellectuele eigendomsrechten die niet worden erkend door de vigerende wetgeving van één van de Partijen, plegen de Partijen onverwijld overleg om een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden die in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving is.

III. VERTROUWELIJKE INFORMATIE

A. Elke Partij en haar deelnemers beschermen alle zakelijke en/of industriële geheimen die als vertrouwelijk zijn aangemerkt en die in het kader van deze overeenkomst zijn voortgebracht of verstrekt, in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en gebruiken, als overeengekomen tussen de Partijen.

B. Geen der Partijen of deelnemers mag, zonder voorafgaande toestemming, als vertrouwelijk aangemerkte informatie bekendmaken, behalve aan medewerkers die behoren tot de categorieën ambtenaren, aannemers of onderaannemers; de vrijgave van informatie blijft strikt beperkt tot de partijen bij het gezamenlijke onderzoekproject, overeengekomen tussen de deelnemers, en/of gemachtigde personeelsleden van bij het project of deze overeenkomst betrokken overheidsinstanties.

C. De informatie mag alleen met schriftelijke toestemming van de Partijen worden bekendgemaakt en mag in geen geval op grotere schaal worden verspreid dan strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, verplichtingen of contracten waarvoor de vrijgegeven informatie bestemd is.

D. De ontvangers van vertrouwelijke informatie verbinden zich er schriftelijk toe deze informatie als vertrouwelijk te behandelen; de Partijen dragen ervoor zorg dat deze verplichting wordt nageleefd.

E. Wanneer een Partij niet in staat is of waarschijnlijk niet in staat zal zijn te voorkomen dat vertrouwelijke informatie openbaar wordt gemaakt, stelt zij de andere Partij daarvan onverwijld in kennis. De Partijen plegen overleg om een passende gedragslijn vast te stellen.

[1] PB C […] van […], blz. […].

[2] PB C […] van […], blz. […].

Top