Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52004PC0577

Voorstel voor een besluit van de Raad inzake de terugtrekking van de Europese Gemeenschap uit het Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de zee in de Oostzee en de Belten

/* COM/2004/0577 def. - CNS 2004/0197 */

52004PC0577

Voorstel voor een besluit van de Raad inzake de terugtrekking van de Europese Gemeenschap uit het Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de zee in de Oostzee en de Belten /* COM/2004/0577 def. - CNS 2004/0197 */


Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de terugtrekking van de Europese Gemeenschap uit het Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de zee in de Oostzee en de Belten

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Op grond van het Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de zee in de Oostzee en de Belten van 1973 (het Verdrag van Gdansk) is de Internationale Visserijcommissie voor de Oostzee (IBSFC) ingesteld. Deze regionale visserijorganisatie is verantwoordelijk voor het beheer van de visserij in de Oostzee. Alle wateren in de Oostzee vallen onder nationale jurisdictie en maken dus geen deel uit van de volle zee. De Gemeenschap is in 1983 tot het Verdrag van Gdansk toegetreden [1].

[1] PB L 237, 26.9.1983, blz. 4.

De IBSFC heeft als belangrijkste taken de vaststelling en toewijzing van de jaarlijkse vangstmogelijkheden voor kabeljauw, zalm, haring en sprot, en de uitwerking en goedkeuring van technische instandhoudingsmaatregelen voor deze visserijsectoren. Bovendien heeft de IBSFC het voortouw genomen in acties ten bate van de visserij in het kader van het Agenda 21-plan voor het Oostzeegebied, en werkt de commissie op het gebied van milieuaangelegenheden nauw samen met de HELCOM, waar ze zich onder meer sterk maakt voor het herstel van de wilde-zalmpopulatie in de rivieren van het Oostzeegebied. Er zijn momenteel zes verdragsluitende partijen die zitting hebben in de IBSFC, nl. de Europese Gemeenschap, Estland, Letland, Litouwen, Polen en de Russische Federatie.

Overeenkomstig artikel 6, lid 12, van de Toetredingsakte van 2003 moeten de vier hierboven genoemde landen die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, de nodige stappen nemen om het Verdrag van Gdansk op de datum van toetreding of zo spoedig mogelijk daarna op te zeggen. Overeenkomstig het Verdrag van Gdansk treedt een terugtrekking waarvan de depositaris (de Poolse regering) in 2004 de kennisgeving heeft ontvangen, in werking op 31 december 2005. Indien de reeds genoemde landen zich terugtrekken, blijven er slechts twee verdragsluitende partijen over, nl. de Europese Gemeenschap en de Russische Federatie. Hierdoor zullen een groot aantal IBSFC-procedures, zoals goedkeuring met een gekwalificeerde meerderheid van tweederde van de stemmen, niet meer kunnen worden toegepast, en zal de commissie de facto een bilateraal forum worden.

Tijdens de jaarlijkse vergadering die de IBSFC in september en oktober 2003 in Vilnius heeft gehouden, is gesproken over de toekomst van de commissie. Alle delegaties, met uitzondering van die van de Russische Federatie, erkenden dat de commissie na de uitbreiding van de Europese Unie (in feite vanaf 1 januari 2005) overbodig zou worden. Bovendien waren zij eensgezind van mening dat de taken van de IBSFC met ingang van die datum beter op bilaterale basis zouden worden beheerd door de Gemeenschap en de Russische Federatie.

Als enige overblijvende verdragsluitende partij bij het Verdrag van Gdansk heeft de Russische Federatie reeds te kennen gegeven geen voorstander van de opheffing van de IBSFC te zijn.

Tijdens een in oktober 2003 gehouden vergadering met vertegenwoordigers van het nationale comité voor de visserij van de Russische Federatie, heeft de Commissie haar voorkeur voor de opheffing van de IBSFC uitgesproken. Aangezien de Russische Federatie verantwoordelijk is voor slechts 5% van de in de Oostzee aanwezige visbestanden in zeer beperkte gebieden rond Kaliningrad en Sint-Petersburg, en aangezien alle wateren in de Oostzee onder nationale jurisdictie vallen, is de Commissie van mening dat een internationaal verdrag tussen twee partijen als mechanisme niet alleen ongeschikt is, maar ook niet in verhouding staat tot de verplichtingen van de partijen tot samenwerking op het gebied van visserijbeheer.

De visbestanden in de Oostzee kunnen beter worden beheerd in het kader van een, zonodig tot de Oostzee beperkte, bilaterale visserijovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Russische Federatie over onder meer de wederzijdse toegang tot visbestanden, de uitwisseling van quota en technische maatregelen. Bovendien zouden, overeenkomstig de toetredingsverdragen, de bestaande bilaterale overeenkomsten tussen de Russische Federatie en respectievelijk Estland, Finland, Letland, Litouwen, Polen en Zweden per definitie in een dergelijke bilaterale overeenkomst worden geïntegreerd.

Tijdens de onderhandelingen moet erop worden toegezien dat er tussen het verlopen van het Verdrag van Gdansk ten gevolge van de terugtrekking van de Europese Gemeenschap, en het sluiten van een nieuwe visserijovereenkomst met de Russische Federatie geen cesuur in het visserijbeheer optreedt. Op die manier wordt gegarandeerd dat de Gemeenschap en de Russische Federatie aan hun verplichtingen voldoen overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, met name wat de instandhouding en het beheer van de visbestanden betreft.

De Raad wordt verzocht dit voorstel zo spoedig mogelijk aan te nemen, zodat de depositaris van het Verdrag van Gdansk vóór 31 december 2004 in kennis kan worden gesteld van de terugtrekking van de Gemeenschap uit het Verdrag.

2004/0197 (CNS)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de terugtrekking van de Europese Gemeenschap uit het Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de zee in de Oostzee en de Belten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37 juncto artikel 300, lid 2, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie [2],

[2] PB C , , blz. .

Gezien het advies van het Europees Parlement [3],

[3] PB C , , blz. .

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Gemeenschap is verdragsluitende partij bij het Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de zee in de Oostzee en de Belten [4] (het Verdrag van Gdansk).

[4] PB L 237 van 25.7.1983, blz. 4.

(2) Artikel XIX van het Verdrag van Gdansk voorziet in de terugtrekking van een verdragsluitende partij uit dit Verdrag.

(3) Estland, Letland, Litouwen en Polen moeten overeenkomstig artikel 6, lid 12, van de Toetredingsakte van 2003 de nodige stappen nemen om het Verdrag van Gdansk op de datum van toetreding of zo spoedig mogelijk daarna op te zeggen.

(4) Na de terugtrekking van de hierboven genoemde vier nieuwe lidstaten zullen de Gemeenschap en de Russische Federatie als enige verdragsluitende partijen bij het Verdrag van Gdansk overblijven en zal circa 95% van het onder het Verdrag ressorterende gebied uit communautaire wateren bestaan.

(5) Het behoud van een internationale visserijorganisatie voor het beheer van de visserij in wateren die volledig onder de jurisdictie van slechts twee partijen vallen, staat niet in verhouding tot de doelstelling en is bovendien onefficiënt. De Gemeenschap dient zich derhalve terug te trekken uit het Verdrag van Gdansk,

BESLUIT:

Artikel 1

De Europese Gemeenschap trekt zich terug uit het Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de zee in de Oostzee en de Belten.

Artikel 2

De Voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn om de depositaris van het Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de zee in de Oostzee en de Belten in kennis te stellen van de terugtrekking van de Europese Gemeenschap uit het Verdrag.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

Top