Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52004PC0384

Voorstel voor een beschikking van de Raad tot wijziging van Beschikking 2002/463/EG tot vaststelling van een actieprogramma voor administratieve samenwerking op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie (ARGO-programma)

/* COM/2004/0384 def. - CNS 2004/0122 */

52004PC0384

Voorstel voor een beschikking van de Raad tot wijziging van Beschikking 2002/463/EG tot vaststelling van een actieprogramma voor administratieve samenwerking op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie (ARGO-programma) /* COM/2004/0384 def. - CNS 2004/0122 */


Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2002/463/EG tot vaststelling van een actieprogramma voor administratieve samenwerking op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie (ARGO-programma)

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. INLEIDING

Het ARGO-programma, dat administratieve samenwerking op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie bevordert, is een noodzakelijke aanvulling op de in het kader van de artikelen 62 en 63 van het EG-Verdrag opgezette wetgevingsinitiatieven. Herhaaldelijk en ook in de ontwerp-grondwet voor Europa werd erop gewezen dat wetgevingsinspanningen op zich niet volstaan en dat er behoefte is aan doeltreffende, operationele samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten met het oog op de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

Naast het ARGO-programma heeft de Raad op 13 juni 2002 ook een plan voor het beheer van de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie [1] vastgesteld, waarin opnieuw het belang van een coördinatie- en samenwerkingsmechanisme op dat gebied werd beklemtoond. Zoals in de mededeling van de Commissie van mei 2002 [2], wordt in dit actieplan ook verwezen naar lastenverdeling tussen de lidstaten als onderdeel van een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen. De Europese Raad van Sevilla verzocht de Commissie de kwesties in verband met de verdeling van de financiële lasten voor het beheer van de buitengrenzen te onderzoeken. De Commissie behandelde dit thema in twee mededelingen (december 2002 en juni 2003) [3]. In de tweede mededeling bevestigde de Commissie de zeer aanzienlijke omvang van de investeringen en operationele kosten die gepaard gaan met het beheer van de buitengrenzen, met name wat betreft de personencontrole. Het verzamelen en analyseren van gedetailleerde en vergelijkbare gegevens bleek evenwel zeer moeilijk te zijn. De conclusie van de Commissie luidde dan ook dat voor een fundamentele en afdoende oplossing voor het probleem van de lastenverdeling moest worden gewacht op de nieuwe post-2006 financiële vooruitzichten, maar dat op korte termijn de mogelijkheid kon worden onderzocht om het ARGO-programma te herzien.

[1] DOCUMENT 10019/02 VAN DE RAAD.

[2] MEDEDELING: "NAAR EEN GEÏNTEGREERD BEHEER VAN DE BUITENGRENZEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE".

[3] MEDEDELING VAN 3.12.2002: "INTEGRATIE VAN MIGRATIEVRAAGSTUKKEN IN DE BETREKKINGEN VAN DE EUROPESE UNIE MET ONTWIKKELINGSLANDEN" (COM(2002) 703) EN MEDEDELING BETREFFENDE DE ONTWIKKELING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJK BELEID INZAKE ILLEGALE IMMIGRATIE, MENSENSMOKKEL EN MENSENHANDEL, BUITENGRENZEN EN DE TERUGKEER VAN ILLEGAAL VERBLIJVENDE PERSONEN (COM(2003) 323).

2. DOELSTELLING

Met de voorgestelde wijziging van de ARGO-beschikking wordt beoogd de financiële ondersteuning van nationale projecten op het gebied van de buitengrenzen mogelijk te maken door specifieke structurele zwaktes op strategische grenspunten te verhelpen. Deze zwaktes zouden in overleg met de lidstaten kunnen worden vastgesteld op basis van objectieve criteria (risicobeoordeling). In de gewijzigde bepalingen wordt duidelijk omschreven welke doelstellingen met deze projecten of acties moeten worden nagestreefd. Andere lidstaten, kandidaat-landen of derde landen hoeven niet actief deel te nemen aan deze acties, maar zullen wel een belangrijke rol spelen bij de vaststelling van de criteria voor de risicobeoordeling aangezien dit een gezamenlijke exercitie is van alle lidstaten en een essentieel onderdeel van een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen. Daarnaast zullen de lidstaten via het comité ook worden betrokken bij de opstelling van het jaarlijkse werkprogramma en de selectie van deze nieuwe soort projecten. Andere lidstaten kunnen als waarnemer ook deelnemen aan de voorbereiding en/of tenuitvoerlegging van deze acties.

3. TENUITVOERLEGGING VAN ARGO

Onlangs hebben de diensten van de Commissie bij de Raad en het Europees Parlement het eerste jaarlijkse verslag over de uitvoering van het ARGO-programma (2002-2003) ingediend [4]. Daarin stelde de Commissie vast dat het voor 2003 overduidelijk was dat de doelstellingen van het ARGO-programma niet werden verwezenlijkt voornamelijk ten gevolge van de moeilijkheden die de nationale overheidsinstanties ondervonden om samen met hun EU-partners de middelen voor de acties die in het ARGO-programma worden ondersteund, te organiseren en te mobiliseren. De nationale overheidsdiensten hadden blijkbaar problemen met sommige subsidiabiliteitscriteria in de ARGO-beschikking, met name de naleving van de bepalingen betreffende de deelname van overheidsdiensten van andere lidstaten of derde landen. Deze tot nu toe opgedane ervaring met de tenuitvoerlegging van het programma is ook een belangrijk argument voor de voorgestelde wijziging, die alleen betrekking heeft op de buitengrenzen. Het belangrijkste instrument voor de tenuitvoerlegging van ARGO is het werkprogramma, waarin elk jaar de prioriteiten en doelstellingen worden vastgelegd en de door de Commissie geplande acties worden geschetst. De Commissie is ook voornemens het jaarlijkse werkprogramma te gebruiken om in samenwerking met de lidstaten de objectieve criteria vast te stellen die het geschiktst zijn om te beslissen over de subsidiabiliteit van deze nieuwe acties.

[4] DOCUMENT SEC(2004) 211.

4. FINANCIERING

In haar mededeling van juni 2003 onderzocht de Commissie hoe in 2004 via het ARGO-programma extra financiële middelen ter beschikking konden worden gesteld voor onder andere de controle van de buitengrenzen. De Europese Raad steunde deze aanpak en de begrotingsautoriteit heeft besloten de totale begroting voor dit programma voor dit jaar aanzienlijk te verhogen. De Raad en het Europees Parlement waren het er blijkbaar mee eens dat er op het gebied van de buitengrenzen dringende behoeften bestaan. Deze verhoging van de begroting samen met de slechte resultaten van ARGO in 2003 was een andere factor die de Commissie ertoe heeft aangezet de huidige ARGO-bepalingen te herzien en deze gewijzigde beschikking voor te stellen. Er is bijgevolg geen studie van de financiële gevolgen van het voorstel vereist, aangezien de gewijzigde bepalingen niet aan de grondslag liggen van de verhoging van de begroting maar daar eerder het gevolg van zijn.

5. SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Zoals de Raad reeds meermaals heeft bevestigd, wenst de Commissie te beklemtonen dat de lidstaten verantwoordelijk blijven voor de controle van de buitengrenzen. De belangrijkste doelstelling van het communautaire beleid op dat gebied is de totstandbrenging van een geïntegreerde aanpak van het grensbeheer om te komen tot een homogeen en doeltreffend niveau van controle en toezicht aan alle EU-buitengrenzen. Dit is niet alleen voor de binnenlandse veiligheid van de lidstaten in een ruimte zonder binnengrenzen van essentieel belang, maar ook voor het beheer en de bevordering van het verkeer van personen tussen de EU en de rest van de wereld. De Commissie heeft evenwel ten volle rekening gehouden met het subsidiariteitsbeginsel: elke financiële bijstand aan de buitengrenzen van een EU-lidstaat heeft een duidelijke meerwaarde voor de Gemeenschap. De Commissie zal er ook voor zorgen dat de in het kader van ARGO gestimuleerde acties op het gebied van de buitengrenzen niet overlappen met de operaties die worden gecoördineerd door het voorgestelde Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen. In 2005 zal het agentschap waarschijnlijk nog niet in staat zijn om uit de eigen operationele begroting de gezamenlijke operaties en proefprojecten van de lidstaten te financieren. Wat de programmering van het laatste jaar van ARGO (2006) betreft, kan de Commissie de rubriek "buitengrenzen" uit het jaarlijkse werkprogramma schrappen.

2004/0122 (CNS)

Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2002/463/EG tot vaststelling van een actieprogramma voor administratieve samenwerking op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie (ARGO-programma)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 66,

Gezien het voorstel van de Commissie [5],

[5] PB C [...] van [...], blz. [...].

Gezien het advies van het Europees Parlement [6],

[6] PB C [...] van [...], blz. [...].

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [7],

[7] PB C [...] van [...], blz. [...].

Gezien het advies van het Comité van de regio's [8],

[8] PB C [...] van [...], blz. [...].

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Met Beschikking 2002/463/EG [9] wordt in wezen beoogd de administratieve samenwerking op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie te bevorderen.

[9] PB L 161 van 19.6.2002, blz. 11.

(2) De Commissie heeft in haar mededeling aan het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 ten behoeve van de Europese Raad van Thessaloniki betreffende de ontwikkeling van een gemeenschappelijk beleid inzake illegale immigratie, mensensmokkel en mensenhandel, buitengrenzen en de terugkeer van illegaal verblijvende personen [10], de mogelijkheid geopperd om het ARGO-programma te herzien door financiële steun te verstrekken aan nationale projecten op het gebied van de buitengrenzen voor het verhelpen van specifieke structurele zwaktes op strategische grenspunten, die in overleg met de lidstaten zouden kunnen worden vastgesteld op basis van objectieve criteria.

[10] COM(2003) 323 def.

(3) De Europese Raad van Thessaloniki verzocht de Commissie om na te gaan of middelen uit rubriek 3 van de financiële vooruitzichten kunnen worden aangewend om in de periode 2004-2006 de meest dringende structurele noden op dit gebied te lenigen en om tot een ruimere definitie van solidariteit te komen, waaronder onder andere ook de communautaire steun bij het beheer van de buitengrenzen zou vallen [11].

[11] Conclusies van de Europese Raad van Thessaloniki, punt 23.

(4) De begrotingsautoriteit [12] heeft de kredieten voor het ARGO-programma voor 2004 aanzienlijk verhoogd met het oog op een beter beheer van de buitengrenzen.

[12] Algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2004 (PB L 53 van 23.2.2004).

(5) Om de algemene doelstellingen van het ARGO-programma te verwezenlijken dienen meer acties op het gebied van de buitengrenzen te worden voorgesteld en nieuwe soorten acties worden overwogen.

(6) De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben acties voor te stellen waaraan niet noodzakelijk andere lidstaten hoeven deel te nemen, maar die aan de verwezenlijking van de algemene doelstellingen bijdragen en de activiteiten op het gebied van de buitengrenzen ondersteunen, overeenkomstig Beschikking 2002/463/EG.

(7) De bepalingen van Beschikking 2002/463/EG die betrekking hebben op de raadpleging van het ARGO-comité moeten in overeenstemming worden gebracht met het nieuwe Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen [13].

[13] Verordening nr. 1605/2002, PB L 248 van 16.9.2002.

(8) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt dat land niet deel aan de aanneming van deze beschikking, die derhalve niet bindend is voor en niet van toepassing is op Denemarken.

(9) Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, heeft het Verenigd Koninkrijk bij schrijven van 29 januari 2002 meegedeeld dat het wenst deel te nemen aan de aanneming en toepassing van Beschikking 2002/463/EG.

(10) Overeenkomstig artikel 1 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt Ierland niet deel aan de aanneming van deze beschikking. Dientengevolge, en onverminderd artikel 4 van voornoemd protocol, zijn de bepalingen van deze beschikking niet van toepassing op Ierland.

(11) Beschikking 2002/463/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Beschikking 2002/463/EG wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 10 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

"1 bis De in artikel 8 bedoelde acties die door de nationale overheidsdienst van een lidstaat worden voorgesteld en de uitvoering behelzen van acties op één van de in artikel 4 vermelde beleidsterreinen, komen voor medefinanciering uit hoofde van het ARGO-programma in aanmerking, mits zij:

(a) één van de in artikel 3 bedoelde algemene doelstellingen beogen, en

(b) bijdragen tot een geïntegreerd grensbeheer door specifieke structurele zwaktes op strategische grenspunten te verhelpen, welke op basis van objectieve criteria worden vastgesteld."

2. Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

(a) In de leden 3, 4 en 6 wordt "artikel 10, lid 1" vervangen door "artikel 10, lid 1 en lid 1 bis".

(b) Lid 5 wordt vervangen door:

"(5) De besluiten tot toekenning van communautaire subsidies aan de in artikel 10, lid 1 en lid 1 bis, bedoelde acties leiden tot de opstelling van subsidieovereenkomsten tussen de Commissie en de nationale overheidsdiensten die de acties voorstellen. De uitvoering van deze besluiten en overeenkomsten wordt onderworpen aan de financiële controle van de Commissie en aan de controle van de Rekenkamer."

3. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

(a) lid 3, onder a), wordt vervangen door:

"(a) een jaarlijks werkprogramma op te stellen met specifieke doelstellingen, thematische prioriteiten, de in artikel 10, lid 1 bis, onder b), bedoelde objectieve criteria, een beschrijving van de in artikel 10, lid 3, bedoelde acties die de Commissie voornemens is uit te voeren en indien noodzakelijk een lijst van andere acties;"

(b) Lid 4 wordt vervangen door:

"4. Het jaarlijkse werkprogramma, met inbegrip van de door de Commissie voorgestelde acties, en de in artikel 9 bedoelde specifieke acties worden goedgekeurd volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde procedure. Met betrekking tot de in artikel 10, lid 1 bis, bedoelde acties wordt de lijst van geselecteerde acties goedgekeurd overeenkomstig de in artikel 13, lid 3, bedoelde procedure."

Artikel 2

Deze beschikking is van toepassing met ingang van de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten, overeenkomstig het Verdrag.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT

Beleidsgebied(en):Justitie en binnenlandse zaken

Activiteit(en): Gemeenschappelijk immigratie- en asielbeleid

Benaming van de actie: Ontwerp-voorstel voor een beschikking van de Raad tot wijziging van Beschikking 2002/463/EG tot vaststelling van een actieprogramma voor administratieve samenwerking op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie (ARGO-programma)

1. BEGROTINGSONDERDE(E)L(EN) + OMSCHRIJVING(EN)

18 03 07: ARGO-programma

18 01 04 06: ARGO - Uitgaven voor administratief beheer

2. ALGEMENE CIJFERS

2.1. Totale toewijzing voor de actie (deel B): 46,179 miljoen EUR aan VK

2.2. Duur:

2002-2006

2.3. Meerjarenraming van de uitgaven:

(a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financiering uit de begroting) (zie punt 6.1.1)

mln euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(b) Technische en administratieve bijstand en ondersteuningsuitgaven (zie punt 6.1.2)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven (zie punten 7.2 en 7.3)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten

X Het voorstel is verenigbaar met de financiële programmering.

Het voorstel vereist een herprogrammering van de desbetreffende rubriek van de financiële vooruitzichten,

inclusief, zo nodig, een beroep op de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord.

2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten

X Geen enkele financiële implicatie (betreft technische aspecten in verband met de uitvoering van een maatregel).

OF

Financiële gevolgen - Het effect op de ontvangsten is als volgt:

mln euro (tot op 1 decimaal nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. BEGROTINGSKENMERKEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. RECHTSGROND

Artikel 66 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Beschikking 2002/463/EG van de Raad tot vaststelling van een actieprogramma voor administratieve samenwerking op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie (ARGO-programma).

5. OMSCHRIJVING EN MOTIVERING

5.1. Doel van het communautaire optreden

5.1.1. Doelstellingen

Het ARGO-programma werd vastgesteld bij Beschikking 2002/463/EG van de Raad van 13 juni 2002 (PB L 161 van 19.6.2002, blz. 11). Het ARGO-programma heeft ten doel financiële steun te verstrekken voor bepaalde door de lidstaten voorgestelde acties op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie die ertoe strekken de samenwerking en coördinatie tussen de nationale overheidsdiensten te bevorderen teneinde de doeltreffendheid van de procedures op deze gebieden te verhogen, waarbij tegelijkertijd moeilijkheden bij de tenuitvoerlegging van de nieuwe communautaire wetgeving worden gesignaleerd en wordt gezorgd voor meer openheid bij de toepassing ervan.

Overeenkomstig artikel 11, lid 1, van Beschikking 2002/463/EG bedraagt het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van het ARGO-programma 25 miljoen EUR voor de periode 2002-2006. In het licht van de beleidsontwikkelingen op het gebied van met name de buitengrenzen heeft de begrotingsautoriteit de aan het ARGO-programma toegewezen bedragen evenwel aanzienlijk verhoogd: + 4,675 miljoen EUR in 2003 en + 19,5 miljoen EUR in 2004. In aansluiting op deze aanzienlijke stijging - waaruit blijkt hoeveel belang de Commissie, de Raad en het Europees Parlement hechten aan het uitvoeren van acties op het specifieke gebied van de samenwerking aan de buitengrenzen, alsmede aan de moeilijkheden bij de uitvoering van het ARGO-programma tijdens de eerste twee jaar (zie het eerste jaarlijkse verslag aan de Raad en het Europees Parlement over de uitvoering van het ARGO-programma, (SEC(2004) 211 van 17.2.2004)) - stelt de Commissie voor Beschikking 2002/463/EG zodanig te wijzigen dat nationale projecten op het gebied van de buitengrenzen financieel kunnen worden ondersteund, voorzover deze ertoe strekken specifieke structurele zwaktes op strategische grenspunten te verhelpen.

5.1.2. Genomen maatregelen in verband met de evaluatie vooraf

De Europese Raad van Sevilla verzocht de Commissie de kwesties in verband met de verdeling van de financiële lasten voor het beheer van de buitengrenzen te onderzoeken. De Commissie behandelde dit thema in twee mededelingen (december 2002 en juni 2003) [14]. In de tweede mededeling bevestigde de Commissie de zeer aanzienlijke omvang van de investeringen en operationele kosten die gepaard gaan met het beheer van de buitengrenzen, met name wat betreft de personencontrole. Het verzamelen en analyseren van gedetailleerde en vergelijkbare gegevens bleek evenwel zeer moeilijk te zijn. De conclusie van de Commissie luidde dan ook dat voor een fundamentele en afdoende oplossing voor het probleem van de lastenverdeling moest worden gewacht op de nieuwe post-2006 financiële vooruitzichten, maar dat op korte termijn de mogelijkheid kon worden onderzocht om het ARGO-programma zodanig te herzien dat financiële steun kan worden verleend aan nationale projecten op het gebied van de buitengrenzen teneinde specifieke structurele zwaktes op strategische grenspunten te verhelpen. Deze zwaktes kunnen in overleg met de lidstaten worden vastgesteld op basis van objectieve criteria (risicobeoordeling).

[14] Mededeling: "Integratie van migratievraagstukken in de betrekkingen van de Europese Unie met ontwikkelingslanden" (COM(2002) 703) en mededeling betreffende de ontwikkeling van een gemeenschappelijk beleid inzake illegale immigratie, mensensmokkel en mensenhandel, buitengrenzen en de terugkeer van illegaal verblijvende personen (COM(2003) 323).

Ook in het verslag over de uitvoering van het ARGO-programma voor de jaren 2002 en 2003 wordt een wijziging van de subsidiabiliteitscriteria voor de ARGO-projecten bepleit. De moeilijkheden inzake financiële programmering die de lidstaten ondervinden met betrekking tot de eisen inzake medefinanciering zijn des te acuter wanneer coördinatie met andere lidstaten voor gezamenlijke acties noodzakelijk is. Acties op het gebied van de buitengrenzen vergen aanzienlijke investeringen (aanwerving en opleiding van personeel, aankoop en upgraden van uitrusting) die moeilijk kunnen worden geprogrammeerd op transnationale basis. Er zij evenwel op gewezen dat dergelijke investeringen, zelfs indien zij door één lidstaat worden gedaan, positieve gevolgen kunnen hebben voor het beheer van de EU-buitengrenzen en bijgevolg alle lidstaten ten goede kunnen komen. Alvorens in het kader van het ARGO-programma financiële middelen ter beschikking te stellen, moet de meerwaarde voor de EU worden vastgesteld op basis van objectieve criteria die door een meerderheid van de lidstaten worden vastgelegd.

5.1.3. Genomen maatregelen na de evaluatie achteraf

n.v.t.

5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting

Met de voorgestelde wijziging wordt beoogd de subsidiabiliteitscriteria voor de door de lidstaten voorgestelde projecten te herzien (artikel 10). De door een lidstaat voorgestelde projecten op het gebied van de buitengrenzen kunnen als subsidiabel worden aangemerkt wanneer zij ertoe strekken specifieke structurele zwaktes op strategische grenspunten te verhelpen, die op basis van objectieve criteria worden vastgesteld (risicobeoordeling). Deze criteria zullen worden omschreven in het jaarlijkse werkprogramma dat de Commissie in overleg met het ARGO-comité opstelt (beheersprocedure). Het ARGO-comité moet ook advies uitbrengen over de lijst van de op basis van deze nieuwe criteria geselecteerde projecten teneinde de meerwaarde voor de EU van de gefinancierde projecten te bevestigen.

5.3. Uitvoering

Dit voorstel tot wijziging van de beschikking van de Raad heeft geen gevolgen voor de uitvoeringsmethode met betrekking tot de subsidies voor de door de nationale overheidsdiensten voorgestelde projecten.

6. FINANCIËLE GEVOLGEN

6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B (voor de gehele programmeringsperiode)

6.1.1. Financiering

VK, mln euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

*2002 en 2003: op basis van hetgeen daadwerkelijk werd uitgevoerd

6.1.2. Technische en administratieve bijstand, ondersteuningsuitgaven en IT-uitgaven (vastleggingskredieten)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de gehele programmeringsperiode)

VK, mln euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Zo nodig de wijze van berekening toelichten

7. GEVOLGEN VOOR DE PERSONELE MIDDELEN EN DE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN

7.1. Gevolgen voor de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.2. Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden.

7.3. Andere huishoudelijke uitgaven die uit de actie voortvloeien

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden.

1 De aard van het comité en de groep waar het deel van uitmaakt, vermelden.

7.4. Toewijzing

De behoeften aan personele en huishoudelijke middelen worden gedekt binnen de toewijzing aan het beherende DG in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure.

I. Jaartotaal (7.2 + 7.3) 357 600 EUR

II. Duur van de actie 5 jaar

III. Totale kosten van de actie (I x II) 1 788 000 EUR

8. TOEZICHT EN EVALUATIE

8.1. Follow-up

Ongewijzigd.

8.2. Procedure en tijdschema van de geplande evaluatie

Ongewijzigd.

9. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

Ongewijzigd.

Top