Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52003PC0553

Gewijzigd voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers bij een botsing met een motorvoertuig en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG

/* COM/2003/0553 def. - COD 2003/0033 */

52003PC0553

Gewijzigd voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers bij een botsing met een motorvoertuig en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG /* COM/2003/0553 def. - COD 2003/0033 */


Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers bij een botsing met een motorvoertuig en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG

(door de Commissie ingediend)

2003/0033 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers bij een botsing met een motorvoertuig en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG

(Voor de EER relevante tekst)

1. Chronologisch overzicht

Goedkeuring van het voorstel door de Commissie: 19 februari 2003

Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad - COM(2003) 67-C5-0054/2003-2003/0033(COD) - overeenkomstig artikel 95 van het Verdrag: 20 februari 2003

Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: 3 juli 2003

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: 16 juli 2003

Tijdens de zitting van 30 juni - 3 juli 2003 heeft het Europees Parlement een verslag met 11 amendementen in eerste lezing aangenomen.

2. Doel van het voorstel van de Commissie

In de Gemeenschap worden jaarlijks bij verkeersongevallen maar liefst 8 000 voetgangers en fietsers gedood en nog eens 300 000 gewond. Uit verkeersongevallenstatistieken blijkt dat er onder de verkeersslachtoffers vrij veel voetgangers en fietsers zijn die door contact met een bewegend voertuig en voornamelijk met de frontconstructie van personenauto's gewond raken.

Doel van het voorstel van de Commissie is de ernst van de verwondingen bij voetgangers in geval van een botsing met een motorvoertuig te reduceren. Volgens het voorstel zullen motorvoertuigen een aantal tests moeten doorstaan. In een eerste fase, die in 2005 ingaat, moeten nieuwe voertuigtypes voldoen aan twee tests met betrekking tot de bescherming tegen hoofd- en beenletsels. In een tweede fase, met ingang van 2010, zullen op basis van de aanbevelingen van het European Enhanced Vehicle-safety Committee (EEVC) nieuwe voertuigtypes aan vier strengere tests worden onderworpen, namelijk twee voor hoofdletsels en twee voor beenletsels. Het voorstel voorziet in de mogelijkheid dat in de toekomst als alternatief voor de EEVC-tests andere maatregelen worden genomen, zoals bijvoorbeeld actieve veiligheidsmaatregelen. Deze alternatieve maatregelen kunnen worden ingevoerd als uit een haalbaarheidsonderzoek, dat vóór juli 2004 moet worden verricht, blijkt dat ze ten minste evenveel bescherming bieden als de EEVC-tests.

Het gewijzigde voorstel bevat 11 amendementen, waarvan 6 nieuwe overwegingen of artikelen zijn die de tekst over het algemeen verduidelijken of verbeteren.

3. Opmerkingen van de commissie over de door het Parlement aangenomen amendementen

3.1. Algemeen

De door het Europees Parlement aangenomen amendementen liggen in het verlengde van het voorstel van de Commissie. Over het algemeen verduidelijken of preciseren ze de door de Commissie voorgestelde tekst. De Commissie accepteert alle amendementen, maar vindt dat in de formulering van amendement 2 toch een kleine wijziging moet worden aangebracht.

3.2. Analyse van de amendementen

Amendement 1 (titel)

Amendement 1 betreft een wijziging in de titel van de richtlijn door toevoeging van de woorden "voor en". Hiermee wordt verduidelijkt dat de richtlijn niet alleen passieve veiligheidsmaatregelen (d.w.z. maatregelen ter bescherming van voetgangers bij een botsing) vaststelt, maar ook de mogelijkheid biedt om er in de toekomst actieve veiligheidsmaatregelen in op te nemen (d.w.z. maatregelen om de botsing zelf te vermijden). Dit amendement kan worden aanvaard, aangezien de Commissie reeds een combinatie van actieve en passieve maatregelen voor voetgangerbescherming heeft goedgekeurd toen zij de verbintenis van de industrie inzake voetgangerbescherming aan het Europees Parlement en de Raad voorlegde.

Amendement 2 - Overweging 1 bis (nieuw)

Met de invoering van deze nieuwe overweging wil het Parlement onderstrepen dat het voorstel deel uitmaakt van een groter pakket actieve en passieve maatregelen die dringend moeten worden genomen om de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers in het kader van het actieprogramma voor verkeersveiligheid te verbeteren. De Commissie kan dit amendement aanvaarden aangezien het bij haar voorstel aansluit. In het amendement is echter sprake van het "aanstaande" actieprogramma voor verkeersveiligheid. Volgens de Commissie moet in amendement 2 het woord "aanstaande" worden geschrapt, aangezien zij het Europese actieprogramma voor verkeersveiligheid in haar mededeling van 2 juni 2003 (COM(2003) 311 definitief) reeds heeft gepresenteerd.

Amendement 3 - Overweging 3

Doel van het amendement betreffende overweging 3 is erop te wijzen dat een doeltreffende benadering van de voetgangerbescherming moet gebaseerd zijn op een combinatie van actieve en passieve maatregelen. In het amendement wordt ook de brede aanvaarding van de EEVC-tests onderstreept. Zoals hierboven reeds gezegd, kan de Commissie dit amendement aanvaarden omdat ze voorstander is van de idee om actieve en passieve maatregelen te combineren. Bovendien erkent ook de Commissie dat de aanbevelingen van het EEVC op dit gebied ruim worden aanvaard.

Amendement 4 - Overweging 3 bis (nieuw)

Met deze nieuwe overweging wil het Parlement de mogelijkheid bieden om het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden tot voertuigen van maximaal 3,5 ton, terwijl het oorspronkelijke voorstel geldt voor voertuigen tot 2,5 ton. De Commissie kan dit amendement aanvaarden, omdat het zinvol is na te gaan of een uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn gerechtvaardigd is.

Amendement 5 - Overweging 3 ter (nieuw)

Met deze nieuwe overweging wil het Parlement onderstrepen dat de Gemeenschap, de bedrijfstak en de lidstaten een ruimer pakket maatregelen moeten nemen, waarvan de richtlijn een element is, om de veiligheid van voetgangers en andere weggebruikers te waarborgen. De Commissie kan dit amendement dus aanvaarden, omdat het bij haar voorstel aansluit.

Amendementen 6 en 8 - Overweging 4 en artikel 5, lid 1

Met de amendementen betreffende overweging 4 en artikel 5, lid 1, wil het Parlement duidelijk maken dat het door de Commissie te verrichten haalbaarheidsonderzoek ook betrekking moet hebben op alternatieve maatregelen die feitelijk ten minste evenveel effect sorteren als de EEVC-tests. Deze amendementen verduidelijken dat alternatieve maatregelen hetzij passieve maatregelen, hetzij een combinatie van actieve en passieve maatregelen kunnen zijn. De Commissie kan deze amendementen aanvaarden. Een combinatie van actieve en passieve maatregelen komt immers overeen met de verbintenis van de industrie waarop het voorstel van de Commissie is gebaseerd. De Commissie vindt de in het amendement gebruikte formulering alternatieve maatregelen die feitelijk ten minste evenveel effect sorteren beter dan "andere maatregelen die ten minste evenveel bescherming bieden" als de EEVC-tests, omdat ze inhoudt dat de doeltreffendheid van alternatieve maatregelen moet worden aangetoond. Voorts wordt in het amendement betreffende artikel 5, lid 1, onderstreept dat het haalbaarheidsonderzoek door onafhankelijke deskundigen moet worden uitgevoerd en op praktische tests en onafhankelijke wetenschappelijke studies moet berusten. De Commissie is van mening dat dit amendement de tekst met betrekking tot het haalbaarheidsonderzoek verduidelijkt.

Amendement 7 - Overweging 5 bis (nieuw)

Met deze nieuwe overweging wil het Parlement erop wijzen dat de ontwikkeling van actieve veiligheidstechnologieën moet worden aangemoedigd. De Commissie aanvaardt dit amendement, omdat zij in haar voorstel al te kennen heeft gegeven dat de ontwikkeling van nieuwe technologieën kan worden verwacht.

Amendementen 9 en 10 - Artikel 5, lid 1 bis (nieuw) en artikel 5, lid 1 ter (nieuw)

De amendementen 9 en 10 betreffen de procedure die moet worden gevolgd als blijkt dat de voorschriften van de tweede fase van de richtlijn moeten worden gewijzigd. Met amendement 10 verwijst het Parlement naar de comitéprocedure zolang de aanpassing beperkt blijft tot de invoering van alternatieve passieve veiligheidsmaatregelen. Indien daarentegen als gevolg van het haalbaarheidsonderzoek een combinatie van actieve en passieve maatregelen wordt ingevoerd, eist amendement 9 dat de Commissie de medebeslissingsprocedure volgt. De Commissie aanvaardt deze amendementen, omdat zij de procedure voor het wijzigen van de richtlijn verduidelijken.

Amendement 11 - Artikel 5, lid 2

Het Parlement wil de Commissie verplichten om vóór 1 april 2006 en vervolgens om de twee jaar aan de Raad en het Parlement verslag uit te brengen over de resultaten van de controle van de ontwikkeling op het gebied van voetgangerbescherming. De Commissie aanvaardt dit amendement, omdat het de verplichting tot rapportage aan de wetgevers duidelijker formuleert.

4.3 Gewijzigd voorstel

Overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel zoals hierboven aangegeven.

Top