This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52003PC0514(01)
Opinion of the Commission pursuant to Article 251 (2), third subparagraph, point (c) of the EC Treaty, on the European Parliament's amendments to the Council's common position regarding the proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council laying down the framework for the creation of the Single European Sky amending the proposal of the Commission pursuant to Article 250 (2) of the EC Treaty
Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag
Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag
/* COM/2003/0514 def. - COD 2001/0060 */
Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag /* COM/2003/0514 def. - COD 2001/0060 */
ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim HOUDENDE WIJZIGING VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag 2001/0060 (COD) ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim 1. Inleiding Krachtens artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag brengt de Commissie haar advies uit over de door het Europees Parlement in tweede lezing ingediende amendementen. Hieronder geeft de Commissie haar standpunt over de door het Parlement voorgestelde wijzigingen. 2. Achtergrond a) Op 10 oktober 2001 heeft de Commissie vier wetgevingsvoorstellen inzake de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim [1] ingediend met het oog op de goedkeuring daarvan in het kader van de medebeslissingsprocedure van artikel 251 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. [1] Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (COM(2001) 123 def./2 van 30.11.2001 - 2001/0060 (COD). b) Op 15 mei 2002 heeft het Comité van de Regio's een gunstig advies uitgebracht over de Commissievoorstellen. c) Op 17 juli 2002 heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité een gunstig advies uitgebracht over de Commissievoorstellen. d) Op 3 september 2002 heeft het Europees Parlement in eerste lezing zijn advies uitgebracht en 113 amendementen op de Commissievoorstellen ingediend. e) Op 26 november 2002 heeft de Commissie een gewijzigd voorstel aangenomen, (COM(2002) 658 def.), waarbij zij overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het Verdrag 82 amendementen geheel of gedeeltelijk heeft overgenomen en 31 van de door het Parlement voorgestelde amendementen heeft verworpen. f) Op 18 maart 2003 heeft de Raad met eenparigheid van stemmen zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld. g) Op 3 juli 2003 heeft het Europees Parlement in tweede lezing twee resoluties aangenomen, houdende 50 amendementen op het gemeenschappelijk standpunt. 3. Doelstellingen van de voorstellen van de Commissie Het luchtverkeersleidingssysteem in de Gemeenschap heeft zijn capaciteitsgrenzen nagenoeg bereikt. Daardoor ontstaan vertragingen in het luchtverkeer. Deze vertragingen maken het luchtvervoer onvoorspelbaar voor luchtreizigers en exploitanten en brengen grote economische kosten mee voor de luchtvaartmaatschappijen en consumenten. Het capaciteitsgebrek van het luchtverkeersleidingssysteem brengt ook de werking van de interne markt in gevaar. De belangrijkste oorzaak van dit capaciteitsgebrek moet worden gezocht in de versnipperde opzet van het luchtverkeersbeheerssysteem (ATM - Air Traffic Mangement), waaraan bovendien hoge coördinatiekosten zijn verbonden. De interoperabiliteit van de systemen van de verschillende lidstaten moet dan ook worden verbeterd. Om deze problemen te verhelpen heeft de Commissie in oktober 2001 een wetgevingspakket aangenomen dat tot doel had een gemeenschappelijk Europees luchtruim te creëren. De doelstellingen van de voorgestelde wetgeving zijn: - verhoging van de veiligheid, - efficiëntere en beter geïntegreerde luchtvaartnavigatiediensten met door de vraag bepaalde dienstverlening, - herstructurering van het Europese luchtruim op basis van de verkeersstroom in plaats van aan de hand van nationale grenzen, - het scheppen van meer capaciteit en verhoging van de algehele efficiëntie van het ATM-systeem. Het wetgevingspakket van de Commissie omvat vier voorstellen voor verordeningen die betrekking hebben op de essentiële elementen van een naadloos ATM-systeem. 3.1 Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (2001/0060 (COD)) In dit verordeningsvoorstel wordt eind 2004 genoemd als de datum waarop het gemeenschappelijk Europees luchtruim tot stand moet zijn gebracht. Er wordt een institutioneel kader voorgesteld voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim. Binnen dit kader draagt de Gemeenschap zorg voor het vaststellen van de regelgeving, terwijl Eurocontrol in voorkomend geval ontwerp-maatregelen opstelt die in het gemeenschapsrecht moeten worden opgenomen, en de lidstaten zorgen voor de handhaving van de regels, onverminderd de rol van de Commissie als hoedster van het Verdrag. Tevens wordt met deze verordening voorgesteld de internationale coördinatie aanzienlijk te verbeteren. De institutionele opzet heeft tot doel de administratieve en organisatorische knelpunten bij de besluitvorming en handhaving op het gebied van ATM weg te nemen. 3.2 Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verrichting van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (2001/0235 (COD)) Dit voorstel voor een verordening heeft tot doel de veilige en efficiënte levering van luchtvaartnavigatiediensten op naadloze, interoperabele wijze in de gehele Gemeenschap te bevorderen. Het voorstel voorziet in een functionele scheiding tussen de nationale toezichthoudende instanties en de verrichters van luchtvaartnavigatiediensten. Deze scheiding is verenigbaar met zowel publieke als particuliere eigendomsstructuren en dienstverrichting, al naargelang het model dat door de afzonderlijke lidstaten worden gevolgd. De veiligheidsvoorschriften van Eurocontrol worden omgezet in communautaire voorschriften. De verordening voert een certificatiesysteem voor luchtvaartnavigatiediensten in met geharmoniseerde eisen voor de verrichting van deze diensten op communautair niveau. De lidstaten behouden de bevoegdheid om dienstverrichters aan te wijzen die een monopoliepositie innemen (luchtverkeersleidingsdiensten). Tevens biedt de verordening de mogelijkheid om het huidige heffingenstelsel te herzien teneinde een efficiënt gebruik en een efficiënte levering van ATM-infrastructuur te stimuleren. 3.3 Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (2001/0236 (COD)) Dit voorstel voor een verordening heeft tot doel een communautair luchtruim tot stand te brengen dat als een aaneengesloten operationeel luchtruim functioneert en waarbinnen gemeenschappelijke procedures voor het ontwerp, de planning en het beheer van het luchtruim zorg dragen voor een veilig functioneren van het gehele luchtverkeersbeheernetwerk. In de verordening worden de beginselen vastgesteld voor de organisatie en het gebruik van het luchtruim, voor de coördinatie tussen het civiele en militaire luchtverkeer en voor het beheer van de luchtverkeersstromen. De belangrijkste maatregelen betreffen de totstandbrenging van een Europees vluchtinformatiegebied voor het hogere luchtruim, vervanging van de bestaande nationale zones en herconfiguratie van het luchtruim in functionele luchtruimblokken van een geschikt formaat, gebaseerd op veiligheids- en efficiëntiecriteria in plaats van nationale grenzen. 3.4 Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van het Europese luchtverkeersbeheernetwerk (2001/0237 (COD)) In dit voorstel voor een verordening worden de voorwaarden gedefinieerd waaraan moet worden voldaan om binnen de Gemeenschap interoperabiliteit te bereiken tussen de verschillende systemen en onderdelen van het luchtverkeersbeheernetwerk, met inbegrip van, waar nodig, het upgraden naar nieuwe technologie. Een centraal element van deze verordening is de definitie en het beheer van de Europese normalisatieprocedures voor het luchtverkeersbeheer, waaronder de procedures voor conformiteitsbeoordeling, in overeenstemming met het communautaire beleid op dit gebied. 4. Advies van de Commissie over de amendementen van het Europees Parlement 4.1 Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (2001/0060 (COD)) Het Europees Parlement heeft in tweede lezing 18 amendementen op het gemeenschappelijk standpunt ingediend. De Commissie kan 5 amendementen volledig en 6 in beginsel, maar in een andere formulering, aanvaarden. De Commissie verwerpt 7 amendementen volledig. 4.1.1 Door de Commissie aanvaarde amendementen (5 amendementen volledig) De Commissie is van mening dat de amendementen 2, 5, 16, 17 en 18 echte verbeteringen en nuttige verduidelijkingen van de tekst zijn. 4.1.1.1 Echte verbeteringen (2 amendementen volledig) Amendement 5 en amendement 18 beogen de schrapping van de verwijzing naar militaire trainingen in overweging 19 en in de vrijwaringsclausule (artikel 11, vijfde streepje). De Commissie is van mening dat een dergelijke verwijzing overbodig is. De begrippen 'organisatie van de strijdkrachten' en 'militaire operaties' als bedoeld in overweging 19 en artikel 11 van het gemeenschappelijk standpunt dekken al de trainingsaspecten. Voorts worden door de omschrijving van de werkingssfeer van het wetgevingspakket, als gedaan in artikel 1, alle maatregelen op het gebied van militaire operaties en trainingen uitgesloten, namelijk met betrekking tot operationeel militair luchtverkeer (OAT = Operational Air Traffic). Deze amendementen zullen ertoe bijdragen de werkingssfeer van de artikelen 7 en 8 in de "luchtruim verordening" te verduidelijken wat het flexibel gebruik van het luchtruim betreft. Het luchtruim kan zowel voor civiele als voor militaire doeleinden worden gebruikt. Dit 'dubbel gebruik'-aspect van het luchtruim, hetzij voor de burgerluchtvaart hetzij voor militaire training, is opgenomen in de werkingssfeer van het wetgevingspakket teneinde dit echt flexibel en efficiënt te maken en toezicht mogelijk te maken. 4.1.1.2 Nuttige verduidelijkingen (3 amendementen volledig) Amendement 2 (overweging 9) breidt het begrip 'openbaar gezag', hetgeen een functionele of structurele scheiding vereist, uit tot alle luchtvaartnavigatiediensten. De Commissie kan dit aanvaarden op voorwaarde dat de lijst van diensten (tussen haakjes) geschrapt wordt, aangezien die in tegenspraak is met de definitie van luchtvaartnavigatiediensten overeenkomstig artikel 2. Bij amendement 16 en 17 (artikel 9 en 10) wordt nieuwe tekst toegevoegd die het toepassingsgebied van de prestatie- en effectbeoordeling verduidelijkt. 4.1.2 In beginsel aanvaarde, maar in een andere formulering overgenomen amendementen (6 amendementen) Bij amendement 3 en 12 (nieuwe overweging en nieuw artikel) wordt het belang beklemtoond van de raadpleging van de industrie over de tenuitvoerlegging van de het gemeenschappelijk Europees luchtruim en wordt, in dat verband, het begrip van een adviesgroep uit de industrie ingevoerd. De Commissie is het ermee eens dat de industrie in deze zaak volledig moet worden geraadpleegd. De Commissie kan het beginsel van raadpleging van en dialoog met de industrie, overeenkomstig haar mededeling van 11.12.2002 (COM(2002) 704 def.), dan ook aanvaarden. Wat de oprichting van de desbetreffende instantie betreft, is een andere formulering vereist om een aantasting van het initiatiefrecht van de Commissie en van de rol van het 'Single Sky Comité' te vermijden. Amendement 4 en 15 (nieuwe overweging en artikel). De Commissie is het eens met de invoering van een mechanisme om exploitanten die de regels overtreden te bestraffen. Een dergelijk mechanisme moet echter op uniforme wijze worden omschreven voor het geheel van de Gemeenschap en moet worden gekoppeld aan de verplichtingen die luchtvaartmaatschappijen en dienstenleveranciers worden opgelegd. Amendement 6 (artikel 1) voert opnieuw de tekst in van het Commissievoorstel inzake de werkingssfeer van de kaderverordening. De Commissie is het ermee eens dat de werkingssfeer van de communautaire actie duidelijk moet worden omschreven alvorens de grenzen van dergelijke acties ten aanzien van de soevereiniteit van de lidstaten over hun nationaal luchtruim en defensiebeleid worden aangegeven. Dit amendement kan dus worden aanvaard in parallel met de tekst van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. Amendement 7 (artikel 2) verduidelijkt dat het aan de lidstaten is om het legaal statuut van de dienstverleners vast te leggen. Deze bepaling lijkt overbodig aangezien het wetgevingspakket geen betrekking heeft op deze kwestie. 4.1.3 Door de Commissie verworpen amendementen (7 amendementen volledig) De Commissie is van mening dat de amendementen 1, 8, 9, 10, 11, 13 en 14 indruisen tegen de basisbeginselen en algemene strekking van haar voorstel. Amendement 1 (overweging 3) beperkt de taak van luchtvaart navigatie diensten tot de bescherming van de passagiers en de bevolking die met overvliegende vliegtuigen wordt geconfronteerd. Met een dergelijke verwoording wordt de voornaamste rol van luchtvaartnavigatiediensten, namelijk de vlotte en veilige werking van het luchtvervoer, over het hoofd gezien, wat onaanvaardbaar is. De amendementen 8 en 9 (artikel 2) beogen een wijziging van de definities van "regeling van luchtverkeersstromen" en "sector". Deze definities zijn echter vastgelegd in het glossarium van de internationale burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) dat de algemeen aanvaarde referentie is in de gemeenschap van de luchtverkeersleidingsdiensten. Deze amendementen moeten dus worden verworpen. Bij de amendement 10 en 11 (artikel 5) wordt een verwijzing ingevoerd naar de "militaire" dimensie van het 'Single Sky Comité' en naar de rol van Eurocontrol in dit comité. De formulering van deze amendementen strookt niet met Besluit 1999/468/EG inzake comitologie en de relevante procedurekwesties. De Commissie kan deze amendementen daarom niet aanvaarden. Overeenkomstig amendement 13 (artikel 6) moet de Commissie zich er consequent voor inzetten het gemeenschappelijk Europees luchtruim maximaal uit te breiden. Deze doelstelling kan echter uitsluitend worden bereikt door het geheel van de communautaire actie. Aangezien deze formulering dus onvolledig is, kan dit amendement niet worden aanvaard. Overeenkomstig amendement 14 (artikel 7) moet de Commissie gebruik maken van de werkprocedures van Eurocontrol, met name wat de samenwerking met en raadpleging van de betrokken partijen betreft. Deze procedures moeten echter worden omschreven in de context van de mandaten voor de uitwerking van tenuitvoerleggings regels. Dit is met name noodzakelijk om de conformiteit te waarborgen met de Commissieprocedures voor de raadpleging van de betrokken partijen en om belangenconflicten te voorkomen. De Commissie kan dit amendement daarom niet aanvaarden. 4.2 Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verrichting van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (2001/0235 (COD)) Het Europees Parlement heeft in tweede lezing 16 amendementen op het gemeenschappelijk standpunt ingediend. De Commissie kan 6 amendementen volledig en 8 in beginsel (waarvan één slechts gedeeltelijk), maar in een andere formulering, aanvaarden. Zij moet echter 2 amendementen volledig en 1 amendement gedeeltelijk verwerpen. 4.2.1 Door de Commissie aanvaarde amendementen (6 amendementen volledig) De Commissie is van mening dat de amendementen 3, 9, 10, 11, 12 en 14 echte verbeteringen en nuttige verduidelijkingen van de tekst zijn. 4.2.1.1 Echte verbeteringen (2 amendementen volledig) Overeenkomstig amendement 3 (nieuwe overweging) moeten de heffingen ten laste van luchtruimgebruikers op een soepele manier kunnen worden vastgesteld teneinde de opbouw van financiële reserves mogelijk te maken. Dit moet een plotselinge verhoging van heffingen ten laste van luchtruimgebruikers op tijdstippen van minder luchtverkeer voorkomen. Bij amendement 12 (artikel 10) wordt opnieuw de tekst van het Commissievoorstel opgenomen inzake de verplichte verstrekking door de lidstaten van informatie aan de Commissie over de wijze waarop de civiele en militaire autoriteiten samenwerken op luchtverkeersleidingsgebied. De Commissie is van mening dat deze bepaling consistent is met de werkingssfeer van het wetgevingspakket en kan dit amendement dus overnemen. 4.2.1.2 Nuttige verduidelijkingen (4 amendementen volledig) Amendement 9 (artikel 6) voegt nieuwe tekst toe ter verduidelijking van de aard en het toepassingsgebied van voorwaarden voor het verlenen van certificaten. Bij amendement 10 (artikel 7) wordt de periode gespecificeerd waarbinnen de lidstaten één of meer verleners van luchtverkeersdiensten voor functionele luchtruimblokken moeten vaststellen. Amendementen 11 en 14 (artikel 7 en 14) houden verbeteringen in van de formulering van de tekst. 4.2.2 In beginsel aanvaarde, maar in een andere formulering overgenomen amendementen (7 amendementen, waarvan 1 gedeeltelijk) De amendementen 1 en 4 (nieuwe overweging en nieuw artikel) strekken ertoe in de tekst opnieuw de sociale dimensie van de regelgeving tot uitdrukking te brengen, met name de behoefte aan een regeling om het tekort aan luchtverkeersleiders te verhelpen en de vergunningen voor luchtverkeersleiders te harmoniseren. De Commissie kan deze amendementen, mits herformulering, aanvaarden. Bij amendement 2 en 8 (overweging 9 en artikel 6) worden een maximum- en minimumperiode van respectievelijk tien en vijf jaar vastgesteld voor de geldigheid van certificaten. De Commissie geeft er de voorkeur aan deze geldigheidsduur te laten vaststellen door de lidstaten binnen de relevante voorwaarden (als omschreven in bijlage II). Zij is het er echter mee eens dat deze periodes binnen de Gemeenschap zouden moeten worden geharmoniseerd. Bij amendement 5, 6 en 7 (artikel 5) wordt nieuwe tekst toegevoegd om het toepassingsgebied van de gemeenschappelijke eisen nader te omschrijven. Hoewel deze tekst in beginsel kan worden aanvaard, belichten deze aanvullingen specifieke aspecten van de gemeenschappelijke eisen. Er is dus een andere formulering vereist teneinde onevenwichtigheid bij de omschrijving van de diverse gebieden waarvoor gemeenschappelijke eisen gelden, te voorkomen. Amendement 15, 1e deel (artikel 14) heeft tot doel opnieuw de tekst op te nemen van het oorspronkelijke Commissievoorstel inzake de economische regulering, met name de financiële prikkels. De Commissie ziet geen grote tegenstelling tussen het gemeenschappelijk standpunt en de voorgestelde tekst, behalve wat het recht betreft dat aan de lidstaten wordt verleend om over de vaststelling van dergelijke prikkels te beslissen. 4.2.3 Door de Commissie verworpen amendementen (2 amendementen volledig, 1 gedeeltelijk) De Commissie is van mening dat de amendementen 13, 15, tweede deel, en 16 indruisen tegen de basisbeginselen en algemene strekking van haar voorstel. Bij amendement 13 (artikel 12) wordt het beginsel van commerciële waarde van operationele gegevens ingevoerd. Over de toepassing van dit beginsel moet geval per geval worden beslist. Sommige operationele gegevens worden gratis ter beschikking gesteld, in overeenstemming met de ICAO-voorschriften. De Commissie kan dit amendement dan ook niet aanvaarden. Amendement 15, 2e deel (artikel 14) beperkt de mogelijkheid van kruissubsidiëring tussen luchtvaartnavigatiediensten tot uitzonderingsgevallen. Kruissubsidies houden voornamelijk verband met de omschrijving van de kostenbasis; de algemene beginselen voor de vaststelling van de kostenbasis zijn reeds vastgelegd in artikel 14, lid 2, sub d), van het gemeenschappelijk standpunt. Amendement 16 (artikel 18) schrapt de overgangsperiode voor de inwerkingtreding van de certificatieregeling. Deze overgangsperiode is echter noodzakelijk. In de eerste plaats moeten gemeenschappelijke eisen worden vastgesteld en vervolgers moetenden de dienstverleners de nodige tijd krijgen om zich aan die eisen aan te passen. 4.3 Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (2001/0236 (COD)) Het Europees Parlement heeft in tweede lezing 15 amendementen op het gemeenschappelijk standpunt ingediend. De Commissie kan 8 amendementen volledig en 5 in beginsel, maar in een andere formulering, aanvaarden. Zij moet echter 2 amendementen volledig verwerpen. 4.3.1 Door de Commissie aanvaarde amendementen (8 amendementen volledig) De Commissie is van mening dat de amendementen 17, 18, 19, 20, 21, 22, 24 en 28 een belangrijke wijziging van de inhoud, dan wel een echte verbetering of nuttige verduidelijking van de tekst inhouden. 4.3.1.1 Wijziging van de inhoud (2 amendementen) Amendement 24 (nieuw artikel) strekt ertoe de oorspronkelijke Commissietekst inzake de totstandbrenging van een Europees vluchtinformatiegebied voor het lagere luchtruim opnieuw op te nemen. Amendement 28 (nieuw artikel) heeft tot doel het begrip 'functionele luchtruimblokken' uit te breiden voor het lagere luchtruim. Dit amendement kan, mits wijziging van de verwoording, worden overgenomen. 4.3.1.2 Echte verbeteringen (1 amendement volledig) Amendement 21 (overweging 12) verduidelijkt dat bij de uitwerking van het concept voor de instelling van uniforme functionele luchtruimblokken rekening moet worden gehouden met de aanbevelingen van Eurocontrol. Dit amendement kan dus, mits wijziging van de verwoording, worden overgenomen. 4.3.1.3 Nuttige verduidelijkingen (5 amendementen volledig) De amendementen 17, 18, 19, 20 en 22 (overweging 2, 3, 6, 9 en artikel 1) voegen nieuwe tekst toe en/of schrappen bepaalde woorden teneinde de geest van de verordening te verduidelijken. 4.3.2 In beginsel aanvaarde, maar in een andere formulering overgenomen amendementen (5 amendementen) Amendement 23 (artikel 3) voert een verplichting tot resultaat binnen een bepaalde periode in. Aangezien een Europees vluchtinformatiegebied voor het hoger luchtruim echter pas na een ICAO-besluit kan worden ingevoerd, is het beter een dergelijke verplichting op te leggen aan de Commissie, die dit proces binnen een bepaalde termijn op gang moet brengen. In amendement 26 (artikel 5) wordt een door de Commissie ingeleide bemiddelingsprocedure omschreven om geschillen te beslechten met betrekking tot grensoverschrijdende functionele luchtruimblokken. Het gemeenschappelijk standpunt voorziet niet in mechanismen die moeten waarborgen dat desbetreffende besluiten van lidstaten resulteren in een tijdige en efficiënte reconfiguratie van luchtverkeersdiensten in een beperkt aantal homogene blokken. De Commissie kan daarom het beginsel aanvaarden van een raadplegingsproces binnen het 'Single Sky Comité' om de samenhang van de afzonderlijke functionele luchtruimblokken met hun aangrenzende blokken te bespreken. Amendement 27 (nieuw artikel) verduidelijkt het proces van luchtruim- en routeplanning. De Commissie is het eens met de genoemde voorwaarden, die nu reeds voor het merendeel gelden. Dit amendement is daarom overbodig. Krachtens amendement 30 (artikel 8) moet de Commissie worden geïnformeerd over het concept van flexibel gebruik van het luchtruim. De doelstelling van dit amendement is al opgenomen in artikel 7, lid 2, van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. De Commissie kan dit amendement dus aanvaarden. Amendement 31 (artikel 10) schrapt de bepalingen van het gemeenschappelijk standpunt betreffende de evaluatie van de toepassing van deze verordening en de mogelijke uitbreiding van de werkingssfeer tot het lager luchtruim. Deze schrapping is afhankelijk van de opname van gelijklopende bepalingen overeenkomstig amendement 28. 4.3.3 Door de Commissie verworpen amendementen (2 amendementen volledig) De Commissie is van mening dat de amendementen 25 en 29 indruisen tegen de basisbeginselen en algemene strekking van haar voorstel. Amendement 25 (artikel 4) legt een band tussen een wijziging van de luchtruim classificatie en de oprichting van het Europees vluchtinformatiegebied voor het hogere luchtruim en specificeert de aard van een dergelijke classificatie. Een dergelijke gedetailleerdheid is onaanvaardbaar. Bij amendement 29 (artikel 7) wordt opnieuw de oorspronkelijke Commissietekst betreffende civiel-militaire coördinatie opgenomen. Deze formulering past niet meer binnen de tekst van het gemeenschappelijk standpunt, gezien de impact ervan op militaire operaties en training. 4.4 Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van het Europese luchtverkeersbeheernetwerk (2001/0237 (COD)) Het Europees Parlement heeft in tweede lezing 1 amendement ingediend op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. De Commissie kan dit amendement gedeeltelijk aanvaarden. 4.4.1 Door de Commissie aanvaarde amendementen (1 amendement gedeeltelijk) Amendement 32, 2e deel (artikel 10) houdt een verbetering in, aangezien het een versnelling vergt van het proces van conformiteit van alle systemen met de essentiële eisen. 4.4.2 Door de Commissie verworpen amendementen (1 amendement gedeeltelijk) Amendement 32, 1e deel (artikel 10) is onaanvaardbaar aangezien de toepassing van de essentiële eisen een overgangsperiode vergt waarvoor tenuitvoerleggings regels en communautaire specificaties moeten worden vastgelegd. 5. Conclusie Overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel op de hierboven aangegeven wijze.