This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52003PC0195(02)
Proposal for a Council Decision on the conclusion of an Agreement between the European Community and the United States of America on the Mutual Recognition of Certificates of Conformity for Marine Equipment
Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen
Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen
/* COM/2003/0195 def. - ACC 2003/0079 */
Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen /* COM/2003/0195 def. - ACC 2003/0079 */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen (door de Commissie ingediend) TOELICHTING I. Samenvatting De Europese Gemeenschap (EG) en de Verenigde Staten van Amerika (VS) hebben onderhandelingen gevoerd over een overeenkomst inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen en hebben deze overeenkomst geparafeerd. Deze dient thans te worden goedgekeurd. De onderhandelingen werden gevoerd overeenkomstig het door de Raad in het kader van het actieprogramma voor het Transatlantisch Economisch Partnerschap (TEP) verleende onderhandelingsmandaat. De rechtsgrondslag voor de overeenkomst zijn de artikelen 133 en 300 van het verdrag. Deze overeenkomst heeft in hoofdzaak ten doel de handel in uitrusting van zeeschepen tussen de EU en de VS te vereenvoudigen. De vereenvoudiging wordt bewerkstelligd door de erkenning van certificaten van overeenstemming op basis van de gelijkwaardigheid van de respectieve voorschriften en overeenstemmingsbeoordelingsvereisten voor specifieke producten tussen de partijen. Een partij erkent derhalve de door de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties van de andere partij afgegeven certificaten van overeenstemming op basis van de technische voorschriften van die andere partij. Dit betekent dat een fabrikant die zijn product op meerdere markten wenst af te zetten, slechts aan een pakket van voorschriften dient te voldoen in plaats van aan meerdere pakketten zoals zonder overeenkomst het geval zou zijn. Dit kan een rechtstreekse kostenverlaging voor de fabrikanten met zich brengen omdat deze dan minder dienen uit te geven voor het testen en de certificering. Er is ook een onrechtstreekse kostenverlaging omdat de onzekerheid en de administratieve werkzaamheden die gepaard gaan met het contacteren van overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het land van invoer zullen verdwijnen en het product zodoende sneller in de handel kan worden gebracht. De overeenkomst kan op de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften van de EU en de VS worden gebaseerd omdat de wetgevingen van beide partijen (in de EU is dit Richtlijn 96/98/EG betreffende uitrusting van zeeschepen) op de overeenkomsten van de internationale maritieme organisatie (IMO) en de desbetreffende internationale normen gebaseerd zijn. De overeenkomst heeft bovendien ten doel zowel de samenwerking op het gebied van de regelgeving als de doeltreffendheid te verbeteren. De Commissie en de VS hebben hun respectieve technische voorschriften herhaaldelijk aan een diepgaand onderzoek onderworpen om waar mogelijk de gelijkwaardigheid vast te stellen op basis van de door de EU en de VS vastgestelde bepalingen ter uitvoering van de desbetreffende internationale instrumenten van de internationale maritieme organisatie (IMO). De in bijlage II bij de overeenkomst opgenomen producten zijn de eerste resultaten van de analyse en de lijst zal worden uitgebreid naarmate voor meer producten de gelijkwaardigheid wordt vastgesteld. De overeenkomst voorziet in mechanismen voor zowel de handhaving als de opschorting van de gelijkwaardigheid, met inachtneming van de regelgevende bevoegdheid van de partijen. Bij haar evaluatie van de overeenkomst komt de Commissie tot de algemene conclusie dat deze het bedrijfsleven aanzienlijke voordelen kan brengen, in die zin dat zij het handelsverkeer vereenvoudigt door de aan de overeenstemmingsbeoordeling verbonden kosten en administratieve formaliteiten te verminderen, de transparantie en de voorspelbaarheid met betrekking tot de voorschriften verbetert, bevorderlijk is voor de samenwerking op het gebied van de regelgeving en geen afbreuk doet aan de doelstellingen van de richtlijn betreffende de uitrusting van zeeschepen, namelijk het bevorderen van de veiligheid op zee en het voorkomen van verontreiniging van de zee. II. De overeenkomst II.1 Grondslag van de overeenkomst De Raad heeft op 9 november 1998 zijn goedkeuring gehecht aan het actieprogramma voor het TEP en heeft de Commissie gemachtigd met de VS onderhandelingen te openen over bilaterale overeenkomsten, onder meer op het gebied van de technische handelsbelemmeringen. Na overleg met het comité van artikel 133 en overeenkomstig de onderhandelingsrichtsnoeren heeft de Commissie in september 1999 met de Verenigde Staten onderhandelingen geopend over een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning voor de uitrusting van zeeschepen. De overeenkomst werd op 21 mars 2003 geparafeerd. De communautaire rechtsgrondslag van de overeenkomst zijn de artikelen 133 en 300 van het verdrag. II.2 Doel van de overeenkomst Deze overeenkomst heeft ten doel het handelsverkeer in uitrusting van zeeschepen tussen de EU en de VS te vereenvoudigen. Te dien einde wordt fabrikanten in de EU de mogelijkheid gegeven hun producten door een in de EU gevestigde overeenstemmingsbeoordelingsinstantie voor de markt van de VS te laten goedkeuren overeenkomstig de technische voorschriften van Richtlijn 96/98/EG inzake uitrusting van zeeschepen [1]. De fabrikanten in de Verenigde Staten zullen van hun kant in de gelegenheid worden gesteld hun producten voor de markt van de EU in de Verenigde Staten te laten goedkeuren door een onderzoek dat bevestigt dat zij in overeenstemming zijn met de vigerende wetten en voorschriften van de VS. Hiertoe zullen de kosten van het testen en de certificatie worden beperkt omdat dit voor meerdere markten maar eenmaal dient te geschieden. Bovendien wordt meer zekerheid geboden en zal tijd worden bespaard omdat de administratieve werkzaamheden die gepaard gaan met het contacteren van goedkeuringsinstanties in het land van invoer komen te vervallen. [1] PB L 46 van 17.2.97, blz.25. De overeenkomst heeft bovendien ten doel de samenwerking op het gebied van de regelgeving en de doeltreffendheid daarvan te verbeteren, met inachtneming van de regelgevingsautonomie van de partijen. Dit is noodzakelijk voor de goede werking van de overeenkomst en, in het bijzonder, opdat de gelijkwaardigheid wordt gehandhaafd zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het hoge niveau van bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu. II.3 Tekst van de overeenkomst De overeenkomst wordt gevormd door een basistekst, bestaande uit 21 artikelen in 7 hoofdstukken, en 3 bijlagen. Hierna volgt een bespreking van elk artikel en een evaluatie van de overeenkomst. In het volgende hoofdstuk worden het begrip gelijkwaardigheid en de reikwijdte van de overeenkomst aan een diepgaand onderzoek onderworpen. Preambule: Hierin zijn de basisdoelstellingen en beginselen van de overeenkomst vastgesteld, namelijk het vereenvoudigen van de handel in uitrusting van zeeschepen tussen de partijen. Hoofdstuk 1 Definities en doel Artikel 1 Definities: Omschrijving van de belangrijkste termen die noodzakelijk zijn voor een correcte interpretatie van de overeenkomst. Bovendien wordt gerefereerd aan ISO/IEC Guide 2 voor de definities van algemene termen in verband met de normen en de overeenstemmingsbeoordeling. Artikel 2 Doel van de overeenkomst: In dit artikel is de algemene doelstelling van de overeenkomst uiteengezet, namelijk het vereenvoudigen van de handel in uitrusting van zeeschepen door de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming en de invoering van de noodzakelijke samenwerking op het gebied van de regelgeving teneinde de goede werking van de overeenkomst te waarborgen. Hoofdstuk 2 Wederzijdse erkenning Artikel 3 Algemene verplichtingen: Dit artikel en de artikelen 4, 6 en 10 zijn fundamentele bepalingen van de overeenkomst waarin de verplichting tot wederzijdse erkenning is vastgesteld evenals de producten waarop deze betrekking heeft. Elke partij is gehouden certificaten van overeenstemming te aanvaarden die door een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie van de andere partij overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van die partij zijn afgegeven. Deze verplichting geldt enkel voor de producten die in bijlage II bij de overeenkomst zijn vermeld. Artikel 4 Gelijkwaardigheid van de technische voorschriften: Dit artikel vormt de grondslag van de verplichting tot wederzijdse erkenning als omschreven in artikel 3, namelijk dat de gelijkwaardigheid tussen de respectieve technische voorschriften van de EG en de VS (bijvoorbeeld prestatievereisten, testnormen en voorschriften voor de overeenstemmingsbeoordeling) voor een specifiek product is vastgesteld. De grondslag voor het vaststellen van de gelijkwaardigheid wordt gevormd door de regels van de IMO in verband met de uitrusting van zeeschepen en de transponering van deze regels in de respectieve technische voorschriften van de partijen. Artikel 5 Markering: In dit artikel is bepaald dat de partijen hun respectieve voorschriften voor de markering, de nummering en de identificatie van producten handhaven. Gezien de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften zou het in beginsel mogelijk zijn de door de voorschriften van de EU en de VS voorgeschreven markeringen wederzijds te erkennen. Het werd evenwel wenselijk geacht de respectieve markeringsvoorschriften te handhaven omdat het gevaar bestond dat vooral van de zijde van de met de handhaving belaste autoriteiten twijfel zou kunnen rijzen ten aanzien van de vraag aan welke voorschriften een van een bepaalde markering voorzien product voldeed. Dit artikel geeft de partijen de mogelijkheid elkaars markeringen en identificatienummers aan te brengen. Artikel 6 Overeenstemmingsbeoordelingsinstanties: In dit artikel is bepaald dat de EU en de VS de volgens hun respectieve voorschriften erkende instanties als overeenstemmingsbeoordelingsinstanties (OBI) aanvaarden. In de Verenigde Staten zal de US Coast Guard (USCG) de enige overeenstemmingsbeoordelingsinstantie zijn aangezien enkel de USCG volgens de Amerikaanse wetgeving certificaten van overeenstemming kan afgeven. De USCG zal de daaraan verbonden werkzaamheden verrichten in samenwerking met onafhankelijke laboratoria die zij in haar voorschriften heeft erkend. In de EU komen alle aangemelde instanties die de richtlijn betreffende uitrusting van zeeschepen toepassen hiervoor in aanmerking en worden deze instanties door de overeenkomst erkend. Hoofdstuk 3 Gemengde Commissie Artikel 7 Gemengde Commissie: Hierin is bepaald dat de Gemengde Commissie de overeenkomst beheert. De Gemengde Commissie kan besluiten nemen tot wijziging van de overeenkomst en de bijlagen daarbij, doch is ook een forum voor de bespreking van technische vraagstukken en voor het verstrekken van toelichtingen en richtsnoeren die de goede werking van de overeenkomst waarborgen. Dit artikel voorziet ook in de oprichting van gemengde werkgroepen die de Gemengde Commissie indien nodig deskundig advies verstrekken over specifieke onderwerpen. Hoofdstuk 4 Samenwerking op het gebied van de regelgeving Artikel 8: Behoud van regelgevingsbevoegdheid: In dit artikel is duidelijk bepaald dat de partijen geen afstand doen van hun regelgevingsbevoegdheid of -autonomie ten aanzien van de veiligheid op zee of het voorkomen van verontreiniging van de zee. Artikel 9 Uitwisseling van informatie en contactpunten: Hierin is bepaald dat de partijen zorgen voor de noodzakelijke contactpunten en middelen voor het uitwisselen van informatie. Voorts is bepaald dat de partijen de producten die zij krachtens hun respectieve voorschriften hebben goedgekeurd op het World Wide Web bekendmaken. Artikel 10: Wijzigingen in de regelgeving: Dit artikel is een van de hoekstenen van de overeenkomst. Omdat de gelijkwaardigheid wordt vastgesteld op basis van de voorschriften van de EU en de VS die op een bepaald tijdstip van toepassing zijn, dient deze gelijkwaardigheid te worden herzien wanneer deze verordeningen worden gewijzigd of nieuwe verordeningen worden vastgesteld die van invloed kunnen zijn op de gelijkwaardigheid. In het betrokken artikel is wat dit betreft bepaald dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de partijen op de internationale instrumenten van de IMO dienen gebaseerd te zijn. Dit artikel verplicht de partijen ertoe elkaar op de hoogte te brengen wanneer wijzigingen in de regelgeving plaatsvinden en elkaar te raadplegen. De Gemengde Commissie onderzoekt of in geval van wijzigingen in de regelgeving de gelijkwaardigheid is gehandhaafd. Dit kan leiden tot de conclusie dat: 1) de gelijkwaardigheid is gehandhaafd en het product in bijlage II van de overeenkomst wordt gehandhaafd; of 2) de gelijkwaardigheid niet is gehandhaafd en het product in bijlage II bij de overeenkomst wordt geschrapt of 3) indien de partijen het niet eens worden over de vraag of de gelijkwaardigheid al dan niet is gehandhaafd, de wederzijdse erkenning voor dat product eventueel moet worden opgeschort. Artikel 11 Samenwerking op het gebied van de regelgeving: In dit artikel is bepaald dat de partijen in de desbetreffende internationale organisaties samenwerken teneinde internationale regels voor de uitrusting van zeeschepen vast te stellen. Het voorziet bovendien in bilaterale samenwerking tussen de EU en de VS op het gebied van de regelgeving, met inbegrip van, indien nodig, een onderzoek van hun respectieve technische voorschriften teneinde de gelijkwaardigheid vast te stellen van producten die bij de inwerkingtreding niet onder de overeenkomst vielen of waarvoor de gelijkwaardigheid werd ingetrokken of opgeschort. Dit artikel geeft de Gemengde Commissie bovendien de mogelijkheid een besluit tot opneming van producten in bijlage II te nemen zodra de gelijkwaardigheid van de desbetreffende technische voorschriften is vastgesteld. Artikel 12 Samenwerking op het gebied van de overeenstemmingsbeoordeling: Teneinde het wederzijds vertrouwen in de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties en -procedures van de partijen te handhaven wordt de bevoegde autoriteiten van de partijen gevraagd indien nodig elkaar te raadplegen en andere maatregelen te nemen. Dit artikel verzoekt de partijen bovendien hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties ertoe aan te moedigen aan samenwerkings- en coördinatieactiviteiten deel te nemen. Hoofdstuk 5 Maatregelen van toezicht en vrijwaringsmaatregelen Artikel 13 Toezicht op overeenstemmingsbeoordelingsinstanties: In dit artikel is bepaald dat de partijen door middel van inspecties en audits voortdurend toezicht dienen te houden op hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties. Het geeft een partij de mogelijkheid om, op goede gronden, de technische bekwaamheid van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie van de andere partij te betwisten. Artikel 14 Markttoezicht: Volgens dit artikel kan geen enkele bepaling van de overeenkomst derwijze worden uitgelegd dat zij voor de regelgevende autoriteiten van de partijen een beletsel vormt onverwijld de nodige maatregelen te nemen (bijvoorbeeld een verbod op het in de handel brengen of de terugroeping van een product) ten aanzien van producten die een gevaar vormen voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu of die anderszins niet aan de vigerende voorschriften voldoen. De partijen stellen elkaar in kennis van dergelijke maatregelen. Artikel 15 Opschorting van de wederzijdse erkenning: In dit artikel zijn de procedures vastgesteld die worden toegepast wanneer een van de partijen of beide partijen van oordeel zijn dat de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften voor de in bijlage II vermelde producten niet is of kan worden gehandhaafd. Indien de gelijkwaardigheid niet wordt gehandhaafd dan wordt het betrokken product in bijlage II geschrapt en worden de verplichtingen inzake de wederzijdse erkenning voor dat product opgeschort. De partijen verbinden zich ertoe met elkaar samen te werken teneinde de gelijkwaardigheid in zoverre mogelijk te herstellen. Artikel 16 Waarschuwingssysteem: De partijen verbinden zich ertoe een tweerichtings-waarschuwingssysteem in te stellen teneinde elkaar kennis te geven van producten waarvan wordt vastgesteld dat zij niet aan de vigerende technische voorschriften voldoen of een onmiddellijk gevaar kunnen vormen voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu. Hoofdstuk 6 Aanvullende bepalingen Artikel 17 Geheimhouding: Dit artikel bevat een aantal standaardclausules en heeft betrekking op de geheimhouding van tussen de partijen of hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties uitgewisselde informatie. Artikel 18 Vergoedingen: Dit artikel waarborgt dat vergoedingen niet discriminatoir zijn en niet worden opgelegd voor overeenstemmingsbeoordelingsprocedures die reeds door de andere partij zijn verricht. Artikel 19 Geografisch toepassingsgebied: Dit is een standaardartikel. Opgemerkt zij evenwel dat met het bijzondere karakter van de maritieme sector rekening is gehouden door de vermelding dat de overeenkomst van toepassing is op schepen in het internationale verkeer die de vlag van een van de partijen of van de lidstaten van een van de partijen voeren. Artikel 20 Overeenkomsten met andere landen: In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat de tussen de partijen bij deze overeenkomst en andere landen gesloten overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning geen rechtskracht hebben voor de andere partij bij de overeenkomst. In het tweede lid komen de EG en de VS overeen onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning op multilaterale grondslag. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 21 Inwerkingtreding, wijziging en beëindiging: Dit zijn standaardbepalingen. Artikel 22 Slotbepalingen: Dit zijn de gebruikelijke institutionele en wettelijke bepalingen. Opgemerkt zij dat de partijen in lid 2 overeenkomen de overeenkomst op gezette tijden te herzien en dat de eerste herziening uiterlijk 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst plaatsvindt. Bijlagen Bijlage I Wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen: Heeft betrekking op de wettelijke en bestuursrechtelijke basisbepalingen van de partijen in verband met uitrusting van zeeschepen. Bijlage II Voor wederzijdse erkenning in aanmerking komende producten: In dit artikel zijn de producten genoemd die onder de overeenkomst vallen. Enkel de in bijlage II vermelde producten zijn aan de in artikel 3 omschreven verplichtingen inzake de wederzijdse erkenning onderworpen. Deze bijlage zal evolueren naarmate de programma's en voorschriften van de partijen wijzigingen ondergaan. De in dit voorstel vermelde producten zijn die waarvoor op dit ogenblik de gelijkwaardigheid kan worden vastgesteld. Bijlage III Regelgevende autoriteiten: Lijst van de regelgevende autoriteiten van de partijen. III vaststelling van de gelijkwaardigheid en van de producten waarop de overeenkomst van toepassing is III.1 Grondslag voor het vaststellen van de gelijkwaardigheid Zoals vermeld ligt aan de overeenkomst het beginsel ten grondslag dat de verplichting tot wederzijdse erkenning gebaseerd is op de gelijkwaardigheid van de respectieve technische voorschriften van de EU en de VS betreffende een bepaald product. Pas nadat de gelijkwaardigheid is vastgesteld en wordt gehandhaafd, kan een product in bijlage II bij de overeenkomst worden opgenomen. De reden waarom deze werkwijze kan worden gevolgd is dat de respectieve technische voorschriften van zowel de EU als de VS betreffende de uitrusting van zeeschepen grotendeels op in het kader van de IMO gesloten internationale overeenkomsten inzake de veiligheid van de scheepvaart en het voorkomen van verontreiniging van de zee gebaseerd zijn, in het bijzonder de SOLAS (veiligheid op zee) en MARPOL (voorkomen van verontreiniging door schepen) overeenkomsten, in combinatie met de relevante testmethoden (bijvoorbeeld die van de internationale telecommunicatie-unie, de internationale normalisatieorganisatie (ISO) en de internationale elektrotechnische commissie (IEC) waaraan in de resoluties, circulaires, codes enzovoort van de IMO wordt gerefereerd. In de EU is de uitrusting van zeeschepen geregeld bij de gewijzigde richtlijn 96/98/EG van de Raad inzake uitrusting van zeeschepen, hierna de richtlijn uitrusting zeeschepen (RUZ) genoemd. Voor de EU is het toepassingsgebied van de overeenkomst wat de betrokken producten betreft geregeld bij bijlage A1 van de RUZ. In de VS valt de uitrusting van zeeschepen onder de bevoegdheid van de US Coast Guard (USCG) en zijn de desbetreffende bepalingen in de US Code of Federal Register (CFR) 46 CFR Parts159 tot 165 neergelegd, terwijl de radiocommunicatieapparatuur en de radionavigatieapparatuur onder de bevoegdheid van de US Federal Communications Commission (FCC) valt. De desbetreffende bepalingen zijn in 47 CFR deel 2 en deel 80 neergelegd. Artikel 4, lid 2, van de overeenkomst luidt als volgt: "De vaststelling van de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften van de partijen is gebaseerd op de implementatie van de desbetreffende internationale instrumenten in hun respectieve wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, behalve wanneer een partij van oordeel is dat een bepaald instrument een ondoeltreffend of ongeschikt middel zou zijn om de doelstellingen van haar regelgeving te bereiken. In dergelijk geval wordt de gelijkwaardigheid op een voor beide partijen aanvaardbare grondslag vastgesteld". Met andere woorden het criterium voor de vaststelling van gelijkwaardigheid is de mate waarin de IMO-vereisten voor een specifiek product door de EU en de VS in hun respectieve technische voorschriften zijn geïmplementeerd. De algemene regel is derhalve dat de EU en de VS hun technische voorschriften op de instrumenten van de IMO (waaraan ook in artikel 10, lid 1, van de overeenkomst wordt gerefereerd) zullen baseren. In uitzonderlijke omstandigheden, die ook door de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen worden erkend, kunnen de partijen besluiten geen gebruik te maken van de IMO-regels wanneer deze ondoeltreffend of ongeschikt zouden zijn om de doelstellingen van hun regelgeving te bereiken. In dergelijke gevallen dienen de criteria voor het vaststellen van de gelijkwaardigheid in onderling overleg tussen de partijen te worden overeengekomen. Voorts zij opgemerkt dat bij het vaststellen van de gelijkwaardigheid alle regelgeving betreffende een specifiek product moet worden onderzocht en gelijkwaardig bevonden, dat wil zeggen de productvereisten, de test- en prestatienormen en de overeenstemmingsbeoordelings-procedures. Volgens de definitie van het begrip "gelijkwaardigheid van technische voorschriften" in artikel 1, lid 1, onder e), van de overeenkomst de technische voorschriften van de EU en de VS niet identiek te zijn, doch enkel voldoende vergelijkbaar opdat de doelstellingen van hun respectieve regelgevingen worden bereikt. Met andere woorden wanneer de EU een norm oplegt ter bereiking van een bepaald niveau van veiligheid of milieubescherming dienen de in de VS geldende normen hetzelfde niveau van veiligheid en bescherming te waarborgen. III.2 Vaststelling van het toepassingsgebied wat de betrokken producten betreft Op basis van het voorgaande werd een diepgaand onderzoek verricht naar de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften van de EU en de VS voor de uitrusting van zeeschepen. De USCG heeft onderzoek gedaan naar de producten waarvoor zij regelgeving vaststelt. Deze analyse werd geverifieerd door de Commissie die een deskundige door middel van een openbare aanbesteding opdracht heeft gegeven een en ander te onderzoeken. De Commissie heeft bovendien opdracht gegeven (eveneens door middel van een openbare aanbesteding) tot het uitvoeren van een analyse voor radiocommunicatie- en navigatieapparatuur. De resultaten van al deze onderzoeken werden openbaar gemaakt. De analyses en het onderzoek door de Commissie en de VS hebben geleid tot de conclusie dat de lijst in bijlage II van dit voorstel een basislijst van gelijkwaardige producten is. Deze lijst omvat 43 producten. 11 daarvan zijn reddingsmiddelen, 12 vallen onder de rubriek brandbescherming en 20 behoren tot de categorie van de navigatieapparatuur. Opgemerkt wordt dat de eindanalyse is gemaakt op basis van de derde wijziging op de RUZ. Hoewel de wijzigingsrichtlijn nog niet formeel is vastgesteld, is de technische inhoud ervan bekend. In dit opzicht zou de RUZ in werking moeten treden in samenhang met de inwerkingtreding van de wijzigingsrichtlijn. Voor de overige onder de RUZ vallende producten wordt ervan uitgegaan dat, hetzij de gelijkwaardigheid kan worden vastgesteld na verder technisch onderzoek dat binnen een redelijk korte termijn na de inwerkingtreding van de overeenkomst (1 tot 2 jaar) kan plaatsvinden, hetzij de gelijkwaardigheid niet binnen afzienbare tijd kan worden bepaald. Ongeveer 50 uitrustingsstukken komen voor opneming in bijlage II bij de overeenkomst in aanmerking. 24 daarvan zijn reddingsmiddelen, 5 zijn producten ter voorkoming van verontreiniging van de zee, 10 zijn brandbeschermingsproducten, 9 behoren tot de categorie van de navigatieapparatuur en 1 tot de categorie van de radiocommunicatieapparatuur. Het is vooral op het gebied van de radiocommunicatieapparatuur dat geen gelijkwaardigheid kan worden vastgesteld. Dit moet in hoofdzaak worden toegeschreven aan het feit dat de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures van de VS voor deze producten momenteel niet equivalent worden geacht aan die van de RUZ en dat de desbetreffende technische voorschriften van de VS niet steeds in overeenstemming zijn met de vigerende aanbevelingen van de ITU. III.3 Behoud van gelijkwaardigheid en wijziging van het toepassingsgebied wat de betrokken producten betreft De technische voorschriften van de partijen zullen in de tijd evolueren in navolging van nieuwe of gewijzigde IMO-regels. Wanneer een technisch voorschrift van een partij wordt gewijzigd en deze wijziging gevolgen kan hebben voor de gelijkwaardigheid, moet worden nagegaan of de nieuwe of gewijzigde voorschriften van een partij of van beide partijen de gelijkwaardigheid aantasten. Zoals vermeld is in artikel 10 van de overeenkomst omschreven op welke wijze veranderingen in de technische voorschriften van de partijen in het licht van de overeenkomst moeten worden behandeld. Hierbij wordt onderstreept dat geen enkele bepaling de regelgevende autoriteiten van de EU of de VS belet of beperkt in hun mogelijkheden de doelstellingen van hun respectievelijke regelgevingen na te streven en het niveau van bescherming vast te stellen dat zij noodzakelijk achten (zie artikel 8 van de overeenkomst). De belangrijkste elementen voor het behoud van de gelijkwaardigheid zijn de kennisgeving en de uitwisseling van informatie betreffende de ontwikkeling van de regelgeving en het onderling overleg over dergelijke ontwikkelingen binnen de grenzen van de regelgevingsprocedures van elke partij en, in het bijzonder, de samenwerking op het gebied van de regelgeving en de deelneming van beide partijen aan de werkzaamheden van de IMO. In het algemeen vindt bij het vaststellen van de samenwerking regelgeving voor de uitrusting van zeeschepen plaats in het kader van de IMO, doch ook in de ITU, de ISO en de IEC. De overeenkomst biedt echter ook de mogelijkheid tot bilaterale samenwerking tussen de EU en de VS op het gebied van de regelgeving, hetgeen niet enkel noodzakelijk is voor de handhaving van de gelijkwaardigheid, doch ook omdat een dergelijke samenwerking kan bijdragen tot het verbeteren van de kwaliteit van de regelgeving door de uitwisseling van ervaring en goede werkwijzen. Een belangrijk element van de bilaterale samenwerking, waarbij in ruime mate gebruik zal worden gemaakt van de resultaten van de op internationaal niveau verrichte werkzaamheden, bestaat in de ontwikkeling en de uitvoering van een werkprogramma voor het vaststellen van de gelijkwaardigheid voor producten die niet in bijlage II bij de overeenkomst zijn genoemd. Zodra deze werkzaamheden voltooid zijn en beide partijen hebben geconstateerd dat de gelijkwaardigheid van hun respectieve technische voorschriften voor een specifiek product is vastgesteld, kan dit product bij besluit van de Gemengde Commissie in bijlage II worden opgenomen (artikel 11, lid 4, van de overeenkomst). Het spreekt vanzelf dat wanneer om objectieve redenen de gelijkwaardigheid niet kan worden gehandhaafd, noch vastgesteld het product niet in bijlage II wordt opgenomen of daaruit wordt verwijderd. Voor producten die uit bijlage II worden verwijderd, is de verplichting tot wederzijdse erkenning als bedoeld in artikel 3 van de overeenkomst niet meer van toepassing, hoewel de partijen eerder afgegeven certificaten blijven erkennen, tenzij dit om redenen in verband met de bescherming van de gezondheid, de veiligheid of het milieu niet meer gerechtvaardigd is. Dit kan problemen doen rijzen voor de ondernemingen, die genoodzaakt kunnen zijn bepaalde maatregelen te nemen om hun producten in de invoerende partij te doen goedkeuren. Dit neemt echter niet weg dat de overeenkomst geen afbreuk kan doen aan de integriteit van de regelgeving van de partijen. IV. Evaluatie van de overeenkomst IV.1 Algemene opmerkingen De overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning hebben in het algemeen twee oogmerken: het bevorderen van het handelsverkeer door het verlagen van de aan de overeenstemmingsbeoordeling verbonden kosten en het bevorderen van de samenwerking en de doeltreffendheid op het gebied van de regelgeving. De Commissie is van oordeel dat de ter goedkeuring voorgelegde overeenkomst om de hierna genoemde redenen aan deze eisen voldoet. De overeenkomst is in zekere zin innoverend omdat zij de eerste door de Gemeenschap te sluiten internationale overeenkomst betreffende goederen is waaraan gelijkwaardigheid met de regelgeving van een ander land ten grondslag ligt. Deze overeenkomst zou in het algemeen aanzienlijk voordeel kunnen brengen aan fabrikanten en importeurs in de Europese Unie. Een EU fabrikant van een onder de overeenkomst vallend product zou, wat de vereisten van de regelgeving betreft, rechtsreeks toegang hebben tot de markt van de VS omdat zijn product aan de in de RUZ neergelegde bepalingen van de EU voldoet. Dit betekent dat een fabrikant die zijn product op meerder markten wenst af te zetten dit kan doen op basis van de overeenstemming daarvan met een enkel pakket maatregelen en één goedkeuring, in plaats van meerdere, hetgeen zonder overeenkomst het geval zou zijn. Dit kan een rechtstreekse kostenverlaging voor de fabrikanten met zich brengen omdat deze dan minder dienen uit te geven voor het testen en de certificering. Er is ook een onrechtstreekse kostenverlaging omdat de onzekerheid en de administratieve werkzaamheden die gepaard gaan met het contacteren van overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het land van invoer zullen verdwijnen en het product zodoende sneller in de handel kan worden gebracht. Gezien het bovenstaande en zoals ook verder in deze tekst wordt uitgelegd, zal de overeenkomst geen gevolgen hebben voor het door elke partij vastgestelde niveau van bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu. Hoewel de partijen zijn overeengekomen de werkzaamheden van de IMO te ondersteunen en hun respectieve voorschriften voor de uitrusting van zeeschepen op de desbetreffende internationale instrumenten te baseren, vormt de overeenkomst geen beletsel voor de regelgevende bevoegdheid of de handhavingsbevoegdheid van de partijen. IV.2 Handel in uitrusting van zeeschepen tussen de EG en de VS De omvang en de waarde van de handel in uitrusting van zeeschepen tussen de EG en de VS is moeilijk te ramen omdat er geen officiële statistieken van bestaan. Tabel 1 geeft een indicatie van de handel in bepaalde producten. Tabel 1: Handel tussen de EG en de VS in bepaalde producten voor de uitrusting van zeeschepen in het jaar 2000 (x 1000 eur) >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bron: Eurostat, COMEXT databank Bij de evaluatie van de mogelijke gevolgen van de OWE zou een alternatieve werkwijze voor het onderzoek van handelsgegevens er in kunnen bestaan de omvang van de respectieve markten voor apparatuur voor de uitrusting van zeeschepen te onderzoeken. Een indicatie van de omvang van de markt van de EU en de VS voor uitrusting van zeeschepen is het aantal schepen dat in de lidstaten van de EU en in de VS is geregistreerd. Deze gegevens zijn opgenomen in tabel 3 waarin zowel het aantal vaartuigen als de brutotonnage (BT) van de in de EG en de VS geregistreerde vaartuigen zijn vermeld. Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat de overeenkomst enkel van toepassing is op vaartuigen van de partijen in het internationale verkeer die voorzien moeten worden van uitrusting die volgens de IMO-overeenkomsten dient te worden goedgekeurd. Gegevens betreffende het aantal vaartuigen dat een veiligheidscertificaat in de zin van de IMO-overeenkomsten aan boord heeft, zijn niet beschikbaar. Aangenomen wordt evenwel dat de grote meerderheid (meer dan 90%) van alle koopvaardijschepen van een veiligheidscertificaat voorzien is. Opgemerkt wordt dat onderstaande cijfers ook betrekking kunnen hebben op schepen die onder andere richtlijnen van de Gemeenschap vallen, bijvoorbeeld visserij- of binnenvaartschepen. De omvang van de markt voor uitrusting van zeeschepen kan het best op basis van het aantal vaartuigen worden beoordeeld, omdat vooral voor koopvaardijschepen de kosten voor de uitrusting van een vaartuig met de door de IMO-overeenkomst voorgeschreven uitrusting slechts in beperkte mate afhankelijk zijn van de grootte van het schip. Het grootste verschil bestaat tussen koopvaardijschepen en passagiersschepen omdat passagiersschepen noodzakelijkerwijze meer reddingsmiddelen en vuurbestrijdingsmiddelen aan boord hebben, hetgeen hogere kosten veroorzaakt. Uit tabel 2 blijkt dat de vloot van de EG, wat het aantal schepen betreft, tweemaal zo groot is als die van de Verenigde Staten en dat vooral de in de EU geregistreerde vloot passagiersschepen veel groter is dan die van de VS. Tabel 2: Koopvaardijvloot van de EG en de VS >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bron: Lloyd's Register of Shipping, World Fleet Statistics 2000 Tabel 2 geeft een overzicht van het aantal bestaande schepen dat reeds van de vereiste uitrusting is voorzien. Het is derhalve dienstig ook een blik te werpen op het aantal schepen in aanbouw omdat dit een indicatie geeft van de potentiële markt voor uitrusting van zeeschepen. Deze cijfers zijn weergegeven in tabel 3 en zijn geïllustreerd in grafiek nummer 1. Hieruit blijkt duidelijk dat de scheepsbouw in de EU, wat het aantal schepen betreft, minstens tweemaal zo groot is als die van de Verenigde Staten. Tabel 3: Schepen in aanbouw in de EU en de VS in de periode 1996-2000 (aantal en bruto tonnage) >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bron: Lloyd's Register of Shipping, World Fleet Statistics 2000 >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> Bron: Lloyd's Register of Shipping, World Fleet Statistics 2000 IV.3 Kosten van de overeenstemmingsbeoordeling voor uitrusting van zeeschepen De aan de typegoedkeuring van uitrusting voor zeeschepen verbonden kosten zijn moeilijk te kwantificeren. Dit komt vooral doordat de diverse uitrustingsstukken waarop de RUZ van toepassing is tot de meest uiteenlopende sectoren van de technologie behoren (bijvoorbeeld reddingsvesten en radartoestellen) zodat de kosten van de typegoedkeuring noodzakelijkerwijze eveneens sterk uiteenlopen. Er is echter nog een aantal andere kostenplaatsen, zoals de tijd die het in de handel brengen in beslag neemt, de administratieve werkbelasting en de onzekerheid, waarop de OWE eveneens van invloed zal zijn, die eveneens zeer moeilijk te kwantificeren zijn. Industriebronnen hebben echter bepaalde indicaties van de kosten gegeven. De betrokken sectoren hebben evenwel reeds een indicatie gegeven van de hieraan verbonden kosten. Deze worden hierna louter ter illustratie vermeld omdat zij niet door verifieerbare kwantititatieve gegevens zijn gestaafd. - In het algemeen wordt aangenomen dat de kosten voor de uitrusting van een schip met de door de IMO-overeenkomst voorgeschreven uitrusting naar gelang het type en de afmetingen varieert van 10% tot 25% van de bouwkosten. - Voor een groot passagiersschip (cruiseschip) waarvan de bouwkosten 350 miljoen EUR bedragen, worden de kosten van de door de IMO-overeenkomst voorgeschreven materialen en uitrusting en de goedkeuring door classificatiebureaus op 115 miljoen EUR (30%) geraamd. Van deze 115 miljoen EUR is ongeveer 90 miljoen EUR bestemd voor verschillende materialen (in hoofdzaak voor brandbescherming) en 17 miljoen EUR voor reddingsmiddelen en navigatie- en radioapparatuur. Een interessante opmerking was dat op de kosten voor de goedkeuring door een classificatiebureau tot 25 miljoen EUR zou kunnen worden bespaard indien reeds goedgekeurde materialen en uitrusting zouden worden gebruikt. Voor vrachtschepen (containerschepen) worden de kosten voor de door de IMO voorgeschreven uitrusting, ongeacht de afmetingen van het vaartuig, op 1 miljoen, EUR geraamd. - De kosten voor het verkrijgen van de USCG-goedkeuring voor de componenten van reddingsmiddelen worden op minstens 50.000 EUR geraamd en de goedkeuringsprocedure kan twee jaar in beslag nemen. Bepaalde reddingsmiddelen, zoals schipevacuatiesystemen en snelle reddingsboten die door middel van "davits" te water worden gelaten, moeten onder realistische omstandigheden worden getest, hetgeen de goedkeuringskosten tot meer dan 1 miljoen EUR kan doen oplopen. - De aan de goedkeuring gerelateerde kosten van scheepsradio- en navigatieapparatuur zijn in het algemeen hoog, terwijl de afzetmarkt voor deze apparaten van geringe omvang is. Zo worden bijvoorbeeld de goedkeuringskosten van een Inmarsat B SES op 150.000 EUR geraamd voor een jaarlijkse wereldwijde afzetmarkt van 500 stuks voor een waarde van ongeveer 13,5 miljoen EUR. De goedkeuringskosten van een complete radarinstallatie worden op 150.000 EUR geraamd voor een wereldwijde afzetmarkt van 175 miljoen EUR. IV.4 Algemene evaluatie Bij een algemene evaluatie van de OWE moet vooral rekening worden gehouden met de hiernavolgende factoren: - De kosten/batenverhouding van de OWE, bijvoorbeeld wat de gevolgen voor het handelsverkeer, de markttoegang, de kostenbesparing enz. voor de fabrikanten in de EU betreft. - De mogelijke gevolgen voor de door de regelgeving van de EU beoogde doelstellingen. - De gevolgen voor andere belanghebbenden. De bovenstaande informatie geeft, wat de kosten/baten betreft, in door kwantitatieve gegevens gestaafde economische termen, geen duidelijk beeld van de gevolgen van de OWE voor bijvoorbeeld de handel en de mogelijke kostenbesparing door de fabrikanten. Uit de beschikbare informatie blijkt echter wel dat de kosten voor de uitrusting van schepen met door de IMO-overeenkomst voorgeschreven uitrusting niet onbeduidend zijn en dat de rechtstreeks aan de overeenstemmingsbeoordeling gerelateerde kosten voor talrijke soorten scheepsuitrusting aanzienlijk zijn. Daar komen nog bij de indirecte kosten in verband met, bijvoorbeeld, de tijd die het in de handel brengen in beslag neemt, de onzekerheid en de administratieve werkzaamheden, die dankzij de OWE vermoedelijk eveneens zullen afnemen doch moeilijk te kwantificeren zijn. De gegevens in de tabellen 2 en 3 tonen aan dat de koopvaardijvloot van de EU veel groter is dan die van de VS, zowel wat het bestaande aantal schepen als wat het aantal schepen in aanbouw betreft. Dit zou als een onevenwichtigheid ten nadele van de fabrikanten van uitrusting voor de scheepvaart kunnen worden beschouwd. Deze kwestie moet evenwel in het algemene kader van de markttoegang worden gezien. Bovendien kan de overeenkomst zowel de fabrikanten in de EU als die in de VS de mogelijkheid geven hun concurrentiepositie op elkaars markten te verbeteren. Dit zou niet enkel in het voordeel zijn van de fabrikanten van uitrusting voor schepen in de EU, doch ook voor de scheepsbouw in de EU die zijn kosten zou zien teruglopen (zie hierboven) en, zodoende, zijn concurrentiepositie op de wereldmarkt zou kunnen verbeteren. Wat dit betreft wordt onderstreept dat de OWE op zich geen voordelen garandeert voor de betrokken bedrijven. De overeenkomst biedt mogelijkheden tot verbetering van de markttoegang en tot kostenverlaging, doch de betrokkenen en in het bijzonder de fabrikanten van de betrokken producten dienen de geboden mogelijkheden zelf ten nutte te maken. Voorts wordt opgemerkt dat bedrijven de overeenkomst op vrijwillige grondslag gebruiken. De betrokken federatie van het Europese bedrijfsleven heeft zijn steun toegezegd aan de OWE. De Commissie gaat er dientengevolge van uit dat de overeenkomst aanzienlijk voordeel kan brengen aan de fabrikanten, vooral omdat zij gebaseerd is op de gelijkwaardigheid van de regelgevingen van de EU en de VS. Een fabrikant kan zodoende zijn product op meerdere markten afzetten op basis van een enkele typegoedkeuring en een enkel technisch voorschrift. Wat de mogelijke gevolgen voor de regelgevingsdoelstellingen van de EU betreft, is in artikel 8 van de overeenkomst duidelijk bepaald dat deze de regelgevingsbevoegdheid of autoriteit van de partijen geenszins beperkt. De partijen zijn vrij de doelstellingen van hun respectieve regelgevingen vast te stellen en het door hen wenselijk geachte niveau van bescherming te bepalen. De overeenkomst is gebaseerd op de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften van de EU en de VS en hieruit zullen voordelen voortvloeien voor de betrokken ondernemingen. Indien de gelijkwaardigheid niet wordt gehandhaafd, bijvoorbeeld als gevolg van wijzigingen in de regelgeving, kunnen deze voordelen teloorgaan. Dit zal de partijen er wellicht van weerhouden een niveau van bescherming vast te stellen dat hoger is dan dat van de andere partij omdat de gelijkwaardigheid dan niet kan worden gehandhaafd. De Commissie acht dit onwaarschijnlijk om de volgende redenen: 1) de partijen handhaven zoals gezegd hun regelgevingsbevoegdheid; 2) zowel de EU als de VS hebben het vaste voornemen te kennen gegeven hun technische voorschriften op de bepalingen van de IMO af te stemmen; 2) zowel de EU als de VS hebben het vaste voornemen te kennen gegeven hun technische voorschriften op de bepalingen van de IMO af te stemmen; 4) de OWE is op nauwe samenwerking op het gebied van de regelgeving gebaseerd. Zoals ook met de andere door de Gemeenschap gesloten OWE's het geval was, heeft de samenwerking niet enkel tot grotere transparantie van de vigerende voorschriften geleid, doch ook tot een uitwisseling van kennis en ervaring tussen de regelgevers, hetgeen mogelijkerwijze een beter gebruik van de mogelijkheden van de regelgeving en een betere kwaliteit van regelgeving tot gevolg zal hebben. Bovendien vormt de overeenkomst geen beletsel of hindernis voor de handhaving van de respectieve technische voorschriften van de partijen op hun grondgebied. Het tweerichtingswaarschuwingssysteem waarin artikel 16 van de overeenkomst voorziet, zou zelfs kunnen bijdragen tot een grotere doeltreffendheid van, bijvoorbeeld, het markttoezicht omdat de met de handhaving belaste autoriteiten meer informatie zouden ontvangen over producten die tekortkomingen vertonen. Opgemerkt zij dat de transatlantische consumentendialoog (TACD) [2] vrij veel kritiek heeft geuit op de OWE's in het algemeen en op het begrip gelijkwaardigheid van technische voorschriften in het bijzonder. De belangrijkste bezwaren van de TACD ten aanzien van zowel de OWE's als de gelijkwaardigheid hebben betrekking op: 1) de overdracht van regelgevende bevoegdheid naar buitenlandse instanties met andere belangenconflicten en transparantie- en aansprakelijkheidsregels; 2) de privatisering van overheidstaken; 3) minder binnenlands toezicht op de regelgeving; 4) minder invloed van de overheid in het besluitvormingsproces; 5) meer mogelijkheden tot ontwijking van de regels door de industrie en 6) verlaging van het niveau van bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu. De Commissie kan om de vorengenoemde redenen de conclusies van de TACD niet onderschrijven. [2] De transatlantische consumentendialoog is een forum van de consumentenorganisaties in de EU en de VS dat gezamenlijke aanbevelingen op het gebied van het consumentenbeleid doet aan de overheden van de Verenigde Staten en de Europese Unie ter bevordering van de belangen van de consument in het besluitvormingsproces van de EU en de VS. Wat de mogelijke gevolgen voor de regelgevingsdoelstellingen van de EU betreft, bevestigt de Commissie derhalve dat de overeenkomst geen beletsel zal vormen voor de doelstellingen van de in de RUZ neergelegde regelgeving, dat wil zeggen het verbeteren van de veiligheid op zee en het voorkomen van verontreiniging van de zee. De overeenkomst zal geen negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid en de veiligheid van de bemanning, de passagiers of andere bij het mariene milieu betrokken personen. Wat de mogelijke gevolgen voor andere belanghebbenden betreft, wordt opgemerkt dat de overeenkomst vooral gevolgen kan hebben voor de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties en de scheepsbouwers. Volgens het aan dit voorstel gehechte effectbeoordelingsformulier zal de OWE de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in de EU (de in de richtlijn uitrusting zeeschepen bedoelde aangemelde instanties) de mogelijkheid geven hun huidige en nieuwe cliënten aanvullende diensten aan te bieden. De OWE zou echter ook ten gevolge kunnen hebben dat zij bepaalde opdrachten verliezen omdat de exporteurs in de VS niet langer gebruik zullen moeten maken van hun diensten om aan te tonen dat hun producten aan de voorschriften van richtlijn 96/98/EG voldoen. Zoals gezegd zouden de kosten voor de uitrusting van zeeschepen voor de scheepsbouwers in de EU moeten dalen als gevolg van onder meer de daling van de kosten van de overeenstemmingsbeoordeling en de toename van de concurrentie tussen de fabrikanten in de EU en de exporteurs in de VS. De Commissie komt tot de algemene conclusie dat de overeenkomst aanzienlijk voordeel kan brengen aan het bedrijfsleven omdat zij het handelsverkeer bevordert door de kosten te verlagen en de aan de overeenstemmingsbeoordeling verbonden administratieve kosten te verminderen, dat zij de transparantie en de voorspelbaarheid met betrekking tot de voorschriften kan verbeteren, bevorderlijk zal zijn voor de samenwerking op het gebied van de regelgeving en zij de regelgevingsdoelstellingen van de RUZ, namelijk het verbeteren van de veiligheid op zee en het voorkomen van verontreiniging van de zee, niet in het gedrang zal brengen. V. Betrekkingen met de EVA-landen die deel uitmaken van de Europese economische ruimte Overeenkomstig de algemene informatie- en overlegprocedures waarin de EUR-overeenkomst en protocol 12 bij deze overeenkomst voorzien, heeft de Commissie de EVA/EER-landen regelmatig geïnformeerd over het verloop en het eindresultaat van de onderhandelingen. VI. De ontwerp-besluiten van de Raad Een voorstel voor twee besluiten van de Raad inzake de ondertekening en de sluiting van de overeenkomst is als bijlage aan dit document gehecht. De artikelen 133 en 300 van het Verdrag vormen de rechtsgrondslag van beide besluiten. In het besluit betreffende de sluiting van de overeenkomst dient bovendien een passende communautaire procedure te worden vastgesteld die de Commissie, bijgestaan door het door de Raad aan te wijzen speciaal comité, in staat stelt de Gemeenschap te vertegenwoordigen in de Gemengde Commissie en in alle gemengde werkgroepen die eventueel worden opgericht. VII. Conclusies Om de in deze toelichting genoemde redenen stelt de Commissie de Raad voor de twee aangehechte besluiten vast te stellen. 2003/0079 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133 juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, lid 3, eerste alinea, eerste zin, en lid 4, Gezien het voorstel van de Commissie [3], [3] PB C , blz. . Overwegende hetgeen volgt: (1) De overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen werd namens de Gemeenschap op [...] ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting op een latere datum, (2) De overeenkomst dient te worden goedgekeurd, (3) Er dienen passende interne procedures te worden vastgesteld die de goede werking van de overeenkomst waarborgen. Het is dientengevolge noodzakelijk de Commissie de nodige bevoegdheden te verlenen om bepaalde uitvoeringsbesluiten te nemen. BESLUIT: Artikel 1 De overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd. De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 De voorzitter van de Raad doet namens de Gemeenschap de in artikel 21, lid 1, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving. Artikel 3 1. De Commissie, bijgestaan door het speciaal comité dat door de Raad wordt aangewezen, vertegenwoordigt de Gemeenschap in de Gemengde Commissie waarin artikel 7 van de overeenkomst voorziet en in alle werkgroepen die overeenkomstig artikel 7, lid 4, van de overeenkomst worden ingesteld. De Commissie gaat na overleg met het vorengenoemde speciaal comité over tot de kennisgevingen, uitwisseling van informatie en informatieverzoeken die in de overeenkomst zijn gespecificeerd. 2. In alle andere gevallen wordt het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van de door de Gemengde Commissie te nemen besluiten vastgesteld door de Commissie, na overleg met het speciaal comité. 3. Een besluit betreffende de beëindiging van de overeenkomst volgens artikel 21, lid 3, wordt genomen door de Raad die met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit neemt op basis van een voorstel van de Commissie. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen Preambule De EUROPESE GEMEENSCHAP en de VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA, hierna "de partijen" genoemd, GELET op de traditionele vriendschapsbanden tussen de Verenigde Staten van Amerika (VS) en de Europese Gemeenschap (EG); WENSENDE de bilaterale handel in uitrusting van zeeschepen te vereenvoudigen en de doeltreffendheid van de regelgeving van beide partijen te verhogen; ZICH BEWUST VAN de mogelijkheden die de regelgevende instanties worden geboden doordat onnodige herhaling van bepaalde werkzaamheden wordt voorkomen; BEVESTIGENDE de betrokkenheid van beide partijen bij het werk van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO); OVERWEGENDE dat het streven van de partijen erop gericht is de veiligheid op zee te verbeteren en verontreiniging van de zee te voorkomen; ERKENNENDE, enerzijds, dat overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning een positieve bijdrage kunnen leveren tot de internationale harmonisatie van normen; ZICH BEWUST VAN, anderzijds, het feit dat bij de vaststelling van gelijkwaardigheid de regelgeving van de partijen volledig moet worden nageleefd en het niveau van veiligheid en bescherming niet mag worden verlaagd; ERKENNENDE dat de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming op basis van de gelijkwaardigheid van de regelgevingen van de EG en de VS betreffende de uitrusting van zeeschepen een belangrijk instrument is om de toegang tot de markt van de partijen te verbeteren; OVERWEGENDE dat overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van bijzonder belang zijn voor het midden- en kleinbedrijf in de VS en de EG; OVERWEGENDE bovendien dat wederzijdse erkenning vertrouwen in de permanente betrouwbaarheid van de overeenstemmingsbeoordelingen van de andere partij veronderstelt; ZICH BEWUST van het feit dat de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die als bijlage aan de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is gehecht, de leden van de WTO ertoe aanmoedigt onderhandelingen over overeenkomsten inzake de wederzijdse erkenning van de resultaten van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures van de andere partij te sluiten en de aanvaarding van de gelijkwaardigheid van technische voorschriften van andere leden in welwillende overweging te nemen, op voorwaarde dat zij zich er van hebben kunnen vergewissen dat deze voorschriften aan de doelstellingen van hun eigen voorschriften voldoen; ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN: Hoofdstuk 1 Definities en doel Artikel 1 Definities 1. In deze overeenkomst wordt verstaan onder: (a) "regelgevende autoriteit": een overheidsinstantie die gemachtigd is voorschriften betreffende de veiligheid op zee en ter voorkoming van verontreiniging van de zee vast te stellen, die wettelijk bevoegd is toezicht te houden op het gebruik of de verkoop van uitrusting voor zeeschepen binnen de jurisdictie van een partij en die maatregelen kan nemen om ervoor te zorgen dat binnen haar jurisdictie in de handel gebrachte producten aan de vigerende rechtsvoorschriften voldoen. De regelgevende autoriteiten van de partijen zijn in bijlage III vermeld. (b) "overeenstemmingsbeoordelingsinstantie": een rechtspersoon, hetzij een regelgevende autoriteit, hetzij een andere particuliere instantie of overheidsinstantie, die gemachtigd is certificaten van overeenstemming af te geven overeenkomstig de binnenlandse wetten en voorschriften van een partij. De overeenstemmingsbeoordelingsinstanties van de partijen voor de toepassing van deze overeenkomst zijn die bedoeld in artikel 6. (c) "technische voorschriften": de verplichte productvoorschriften, beproevings- en prestatienormen en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures die zijn neergelegd in de wettelijke en bestuurrechtelijke bepalingen van de partijen betreffende de uitrusting van zeeschepen, alsmede alle bepalingen ter uitvoering daarvan. (d) "certificaat van overeenstemming": een of meer door een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie van een partij afgegeven documenten waarin wordt bevestigd dat een product aan de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die partij voldoet. In de VS is dit het door de United States Coast Guard afgegeven Certificate of Type Approval. In de EG zijn dit de certificaten, goedkeuringen en verklaringen waarin Richtlijn 96/98/EG voorziet. (e) "gelijkwaardigheid van technische voorschriften": het feit dat de technische voorschriften van de partijen betreffende een specifiek product in voldoende mate vergelijkbaar zijn opdat de doelstellingen van de respectieve voorschriften van de partijen worden bereikt. Gelijkwaardigheid van technische voorschriften betekent niet noodzakelijk dat deze voorschriften identiek zijn. (f) "internationaal instrument": de desbetreffende internationale overeenkomsten, resoluties, codes en circulaires van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de desbetreffende beproevingsnormen. 2. Andere in deze overeenkomst gebruikte termen in verband met de overeenstemmingsbeoordeling hebben de betekenis die daaraan is gegeven, hetzij elders in deze overeenkomst, hetzij in de definities die zijn opgenomen in Guide 2 (uitgave 1996) van de International Organization for Standardization (ISO) en de International Electrotechnical Commission (IEC). In geval van tegenstrijdigheid tussen de definities van ISO/IEC Guide 2 en die welke in deze overeenkomst zijn opgenomen, prevaleren de definities van deze overeenkomst. Artikel 2 Doel van de overeenkomst 1. In deze overeenkomst zijn de voorwaarden vastgesteld waaronder de regelgevende autoriteiten van de importerende partij certificaten van overeenstemming aanvaarden die door de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties van de exporterende partij zijn afgegeven overeenkomstig de technische voorschriften van de exporterende partij, hierna "wederzijdse erkenning" genoemd. 2. Deze overeenkomst voorziet bovendien in een kader voor samenwerking op het gebied van de regelgeving met het doel de wederzijdse erkenning van de respectieve regelgevingen van de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap op het gebied van de uitrusting van zeeschepen te handhaven en te bevorderen, de regelgeving ter verhoging van de veiligheid op zee en ter voorkoming van verontreiniging van de zee te verbeteren en te bevorderen en de consistente toepassing van deze overeenkomst veilig te stellen. Bij deze samenwerking wordt naar behoren rekening gehouden met de autonomie van de regelgeving van de partijen en de ontwikkeling van hun respectieve beleidsmaatregelen en voorschriften evenals met het feit dat zij zich beide ertoe hebben verbonden de ontwikkeling van de desbetreffende internationale instrumenten te bevorderen. 3. Het is de bedoeling dat deze overeenkomst samen met de programma's en beleidsmaatregelen van de partijen evolueert. De partijen komen overeen deze overeenkomst op gezette tijden te herzien teneinde de gemaakte vorderingen te beoordelen en, naarmate de beleidsmaatregelen van de Verenigde Staten en de EG op dit gebied in de tijd evolueren, deze overeenkomst mogelijkerwijze te verbeteren. Voorts zal bijzondere aandacht worden besteed aan de evolutie van de internationale instrumenten. Hoofdstuk 2 Wederzijdse erkenning Artikel 3 Algemene verplichtingen 1. Voor al de in bijlage II vermelde producten aanvaarden de Verenigde Staten als zijnde in overeenstemming met hun eigen wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen als bedoeld in bijlage I, zonder enige verdere overeenstemmingsbeoordeling, certificaten van overeenstemming die door de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in de EG overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de EG zijn afgegeven. 2. Voor al de in bijlage II vermelde producten aanvaarden de Europese Gemeenschap en haar lidstaten als zijnde in overeenstemming met hun eigen wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen als bedoeld in bijlage I, zonder verdere overeenstemmingsbeoordeling, certificaten van overeenstemming die door de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in de Verenigde Staten overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Verenigde Staten zijn afgegeven. 3. De technische voorschriften die krachtens deze overeenkomst in de Verenigde Staten en de EG op elk van deze producten van toepassing zijn, zijn in bijlage II vermeld. Artikel 4 Gelijkwaardigheid van technische voorschriften 1. De in artikel 3 bedoelde verplichtingen inzake wederzijdse erkenning zijn gebaseerd op de vaststelling door de partijen dat de voor elk van de in bijlage II genoemde producten geldende technische voorschriften gelijkwaardig zijn. 2. De vaststelling van de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften van de partijen is gebaseerd op de implementatie van de desbetreffende internationale instrumenten in hun respectieve wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, behalve wanneer een partij van oordeel is dat een bepaald instrument een ondoeltreffend of ongeschikt middel zou zijn om de doelstellingen van haar regelgeving te bereiken. In dergelijk geval wordt de gelijkwaardigheid op een voor beide partijen aanvaardbare grondslag vastgesteld. Artikel 5 Markering De partijen kunnen hun respectieve voorschriften in verband met de markering, de nummering en de identificatie van producten handhaven. Voor de in bijlage II vermelde producten hebben de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in de EG het recht de door de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Verenigde Staten voorgeschreven en door de U.S. Coast Guard toegewezen markeringen en nummeringen aan te brengen. De overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in de Verenigde Staten ontvangt het door de Europese Commissie toegewezen identificatienummer waarin Richtlijn 96/98/EG voorziet. Dit identificatienummer wordt naast de door deze richtlijn voorgeschreven markering aangebracht. Artikel 6 Overeenstemmingsbeoordelingsinstanties 1. Voor de afgifte van certificaten van overeenstemming krachtens de bepalingen van deze overeenkomst geldt het volgende: (a) de Verenigde Staten erkennen de aangemelde instanties die door de lidstaten van de EG krachtens Richtlijn 96/98/EG als overeenstemmingsbeoordelingsinstanties zijn aangewezen; (b) de EG en haar lidstaten erkennen als overeenstemmingsbeoordelingsinstanties de United States Coast Guard en de laboratoria die deze overeenkomstig 46 CFR 159.010 heeft aanvaard. 2. De partijen erkennen dat de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties van de andere partij krachtens de in bijlage I bedoelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen gemachtigd zijn de hiernagenoemde werkzaamheden te verrichten: (a) het uitvoeren van tests en het opstellen testrapporten, (b) kwaliteitsbewaking of systeemcertificatie. 3. De regelgevende autoriteiten van de partijen zijn verantwoordelijk voor de hiernavolgende procedures, doch kunnen de daarmee verband houdende werkzaamheden geheel of ten dele aan overeenstemmingsbeoordelingsinstanties delegeren: (a) toetsen van het ontwerp van apparatuur en testresultaten aan vastgestelde normen, (b) afgifte van certificaten van overeenstemming. 4. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze overeenkomst wisselen de partijen de lijsten van hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties uit. De partijen geven elkaar onverwijld kennis van elke wijziging in de lijst van hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties. De partijen stellen op het World Wide Web bijgewerkte lijsten van hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties beschikbaar. 5. De partijen verlangen van hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties dat zij de gegevens van het onderzoek naar de deskundigheid van hun onderaannemers en naar de naleving van de voorschriften door deze onderaannemers registreren en een register van alle onderaannemers bijhouden. Deze gegevens worden de andere partij op haar verzoek medegedeeld. 6. De partijen verlangen van hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties dat zij op verzoek van een in bijlage III vermelde regelgevende autoriteit van de andere partij afschriften van de door hen afgegeven certificaten van overeenstemming en daarmee verband houdende technische documentatie ter beschikking stellen van de regelgevende autoriteiten. Hoofdstuk 3 Gemengde Commissie Artikel 7 Gemengde Commissie 1. De partijen stellen een Gemengde Commissie in bestaande uit vertegenwoordigers van elke partij. De Gemengde Commissie is verantwoordelijk voor het functioneren van de overeenkomst. 2. Elke partij heeft een stem in de Gemengde Commissie. De Gemengde Commissie neemt haar besluiten met eenparigheid van stemmen. De Gemengde Commissie stelt haar reglement van orde vast. 3. De Gemengde Commissie kan elk vraagstuk in verband met het functioneren van deze overeenkomst behandelen. De Gemengde Commissie is gemachtigd besluiten te nemen in de gevallen waarin deze overeenkomst voorziet. De partijen nemen de nodige maatregelen ter uitvoering van dergelijke besluiten van de Gemengde Commissie. De Gemengde Commissie is met name bevoegd voor: (a) het opstellen en bijwerken van de in bijlage II opgenomen lijst van producten en daarmee verband houdende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen waarvan de partijen de gelijkwaardigheid hebben vastgesteld; (b) het behandelen van vraagstukken en het oplossen van problemen in verband met de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met inbegrip van de problemen die zich voordoen wanneer technische voorschriften van de partijen die op een specifiek in bijlage II vermeld product betrekking hebben mogelijkerwijze niet meer gelijkwaardig zijn; (c) het oplossen van technische en technologische vraagstukken en problemen in verband met de overeenstemmingsbeoordeling teneinde de consistente toepassing van deze overeenkomst te waarborgen, in het bijzonder ten aanzien van de desbetreffende internationale instrumenten; (d) het wijzigen van de bijlagen; (e) het verlenen van bijstand en, indien nodig, het opstellen van richtsnoeren ter vereenvoudiging van de tenuitvoerlegging en de toepassing van deze overeenkomst; (f) het opstellen en bijhouden van een werkprogramma voor de aanpassing en de harmonisatie van de technische voorschriften van de partijen; 4. De Gemengde Commissie kan voorzover nodig gemengde werkgroepen, bestaande uit vertegenwoordigers van de terzake bevoegde regelgevende autoriteiten en deskundigen, oprichten die de Gemengde Commissie bijstaan en adviseren over specifieke onderwerpen in verband met het functioneren van deze overeenkomst. Hoofdstuk 4 Samenwerking op het gebied van de regelgeving Artikel 8 Behoud van regelgevingsbevoegdheid Geen enkele bepaling van deze overeenkomst kan derwijze worden uitgelegd dat zij een beperking stelt op de bevoegdheid van een partij om door middel van haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen het niveau van bescherming te bepalen dat zij noodzakelijk acht ter verbetering van de veiligheid op zee en van de preventie van de verontreiniging van de zee, dan wel andere maatregelen te nemen met betrekking tot de risico's die onder het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen. Artikel 9 Uitwisseling van informatie en contactpunten 1. De in bijlage III vermelde regelgevende autoriteiten van de partijen stellen passende instrumenten vast voor de uitwisseling van informatie betreffende alle problemen op het gebied van de regelgeving in verband met producten waarop deze overeenkomst van toepassing is. 2. Elke partij wijst minstens één contactpunt, bijvoorbeeld een in bijlage III vermelde regelgevende autoriteit, aan dat antwoord geeft op alle redelijke vragen van de andere partij en van ander belanghebbenden, zoals fabrikanten, consumenten en vakbonden, betreffende procedures, voorschriften en andere onderwerpen in verband met deze overeenkomst. De partijen wisselen hun lijsten van contactpunten uit en maken deze openbaar. 3. Bij het uitwisselen van informatie en bij de krachtens deze overeenkomst gedane kennisgevingen mogen de partijen gebruik maken van hun officiële taal of talen. Indien een partij van mening is dat de informatie die zij ontvangt in haar officiële taal of talen moet worden vertaald, zorgt die partij voor de noodzakelijk vertaling en draagt zij de kosten daarvan. 4. Elke partij verbindt zich ertoe haar lijst van producten waarvoor zij krachtens haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen certificaten van overeenstemming heeft afgegeven op het World Wide Web bekend te maken en deze lijst regelmatig bij te werken. Artikel 10 Wijzigingen in de regelgeving 1. Wanneer een partij nieuwe technische voorschriften in verband met deze overeenkomst vaststelt, doet zij dit op basis van bestaande internationale instrumenten, behalve wanneer zij van oordeel is dat een bepaald instrument een ondoeltreffend en ongeschikt middel is voor het bereiken van de door haar regelgeving beoogde doelstellingen. 2. De partijen geven elkaar kennis van wijzigingen in hun technische voorschriften die verband houden met het onderwerp waarop deze overeenkomst betrekking heeft en dit minstens 90 dagen voor deze wijzigingen van kracht worden. Wanneer om redenen in verband met de veiligheid, de gezondheid of de bescherming van het milieu meer urgente maatregelen vereist zijn, stellen de partijen elkaar daarvan ten spoedigste in kennis. 3. De partijen en hun regelgevende autoriteiten informeren en raadplegen elkaar, binnen de grenzen van hun respectieve wetten en voorschriften, over de volgende onderwerpen: (a) voorstellen tot wijziging of tot invoering van nieuwe technische voorschriften, zoals deze zijn neergelegd in hun respectieve wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen waaraan wordt gerefereerd in of die verband houden met de in de bijlagen I en II vermelde bepalingen; (b) de tijdige transponering van gewijzigde of nieuwe internationale instrumenten in hun respectieve wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen; en (c) de herziening van bestaande en geldige certificaten van overeenstemming wanneer gewijzigde of nieuwe wettelijke en/of bestuursrechtelijke bepalingen daarin voorzien. De partijen stellen elkaar in de gelegenheid commentaar te geven op dergelijke voorstellen. 4. In geval van wijzigingen in de in de bijlagen I en II bedoelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen gaat de Gemengde Commissie na of de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften voor de in bijlage II vermelde producten is gehandhaafd. Indien de Gemengde Commissie besluit dat de gelijkwaardigheid in stand is gehouden, dan wordt het product in bijlage II gehandhaafd.Indien de Gemengde Commissie besluit dat de gelijkwaardigheid niet kan worden gehandhaafd, dan worden de verwijzingen naar producten en naar de desbetreffende technische voorschriften waarvoor de gelijkwaardigheid niet kan worden gehandhaafd in bijlage II geschrapt. De Gemengde Commissie actualiseert bijlage II door middel van een besluit waarin de wijzigingen zijn vermeld. Indien de wederzijdse erkenning wordt beëindigd, zijn de partijen niet meer gehouden de in artikel 3 van deze overeenkomst bedoelde verplichtingen ten aanzien van het specifieke product na te komen. De importerende partij blijft eerder afgegeven certificaten van overeenstemming evenwel erkennen voor producten die voor de beëindiging van de wederzijdse erkenning in die partij in de handel zijn gebracht, tenzij een regelgevende autoriteit in die partij een andersluidende beslissing neemt om redenen in verband met de gezondheid, de veiligheid of het milieu of omdat niet aan andere eisen van de overeenkomst is voldaan. Indien de partijen in de Gemengde Commissie geen overeenstemming bereiken over de vraag of hun technische voorschriften met betrekking tot een in bijlage II vermeld product nog gelijkwaardig zijn, wordt de wederzijdse erkenning voor dat product opgeschort overeenkomstig het bepaalde in artikel 15. 5. De partijen maken op het World Wide Web een bijgewerkte versie van bijlage II bekend. Artikel 11 Samenwerking op het gebied van de regelgeving 1. De partijen komen overeen in de IMO en andere terzake bevoegde internationale organisaties zoals de International Organization for Standardization (ISO), de International Electrotechnical Commission (IEC) en de International Telecommunications Union (ITU), samen te werken met het doel internationale regels ter bevordering van de veiligheid op zee en ter voorkoming van verontreiniging van de zee vast te stellen en de bestaande regels te verbeteren. 2. De partijen gaan na welke technische werkzaamheden, gegevensuitwisseling, wetenschappelijke en technische samenwerking en andere samenwerkingsactiviteiten zij gemeenschappelijk kunnen verrichten met het doel de kwaliteit en het niveau van hun technische voorschriften betreffende de uitrusting van zeeschepen te verbeteren en de voor de samenwerking op het gebied van de regelgeving beschikbare middelen op doeltreffende wijze te gebruiken. 3. De partijen verbinden zich ertoe, voor producten die bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet in bijlage II zijn opgenomen of waarvoor de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften werd beëindigd of opgeschort, hun respectieve technische voorschriften aan een onderzoek te onderwerpen teneinde in zoverre mogelijk tot wederzijdse erkenning te komen. De partijen stellen een werkprogramma en een tijdschema voor de onderlinge aanpassing van hun technische voorschriften vast, met inbegrip van de initiëring van werkzaamheden voor de totstandbrenging van passende internationale normen. Het streven van de partijen zal erop gericht zijn hun technische voorschriften op basis van bestaande internationale instrumenten in zoverre mogelijk te harmoniseren in het licht van de doelstellingen van hun binnenlandse wetgeving, namelijk het verhogen van de veiligheid op zee en het verbeteren van de preventie van de verontreiniging van de zee. 4. Wanneer de partijen hebben bepaald dat voor een product en voor de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen de gelijkwaardigheid kan worden vastgesteld, neemt de Gemengde Commissie een besluit tot dienovereenkomstige wijziging van bijlage II. Artikel 12 Samenwerking op het gebied van de overeenstemmingsbeoordeling 1. De partijen en hun autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de overeenstemmingsbeoordeling plegen overleg in de mate die noodzakelijk is om het vertrouwen in de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in stand te houden. Dit kan geschieden door, bijvoorbeeld, vergelijking van de methoden voor het verifiëren van en het houden van toezicht op de technische deskundigheid en bekwaamheid van overeenstemmingsbeoordelingsinstanties en, met instemming van de partijen, gezamenlijke deelname aan audits/inspecties in het kader van overeenstemmingsbeoordelingen of andere evaluaties van overeenstemmingsbeoordelingsinstanties. 2. De partijen zullen hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties ertoe aanmoedigen deel te nemen aan coördinatie- en samenwerkingsactiviteiten die door de partijen, hetzij afzonderlijk, hetzij gezamenlijk georganiseerd worden. Hoofdstuk 5 Maatregelen van toezicht en vrijwaringsmaatregelen Artikel 13 Toezicht op overeenstemmingsbeoordelingsinstanties 1. De partijen dragen zorg dat hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties de bekwaamheid hebben en behouden om de overeenstemming van producten of processen overeenkomstig de vigerende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen te beoordelen. De partijen verbinden zich wat dit betreft ertoe door middel van regelmatige audits of evaluaties permanent toezicht te houden of te doen houden, al naargelang van het geval, op hun overeenstemmingsbeoordelingsinstanties en/of erkende laboratoria. 2. Wanneer een partij objectieve redenen heeft om de technische deskundigheid van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie van de andere partij te betwisten, stelt zij de andere partij daarvan in kennis. Een dergelijke betwisting wordt, indien zij gerechtvaardigd is, op objectieve en billijke wijze afgehandeld. De andere partij verstrekt binnen een redelijke termijn informatie om de betwisting te weerleggen of de tekortkomingen die aan de betwisting ten grondslag liggen te corrigeren. Indien nodig wordt het probleem aan de Gemengde Commissie voorgelegd. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over de bevoegdheid van de betrokken overeenstemmingsbeoordelingsinstantie, kan de contesterende partij weigeren haar markering en/of nummering aan de betwiste overeenstemmingsbeoordelingsinstantie toe te kennen en de door deze instantie afgegeven certificaten van overeenstemming te erkennen. Artikel 14 Markttoezicht 1. Geen enkele bepaling van deze overeenkomst kan derwijze worden uitgelegd dat zij voor een regelgevende autoriteit een beletsel vormt onverwijld passende maatregelen te nemen wanneer zij vaststelt dat een product mogelijkerwijze: (a) hoewel het op de juiste wijze is geïnstalleerd, wordt onderhouden en voor het beoogde doel wordt gebruikt, een gevaar vormt voor de gezondheid en/of de veiligheid van de bemanning, de passagiers of, in voorkomend geval, andere personen, dan wel nadelige gevolgen kan hebben voor het mariene milieu; (b) niet aan de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in het kader van deze overeenkomst voldoet; of (c) anderszins niet aan een uit deze overeenkomst voortvloeiende voorwaarde voldoet. Dergelijke maatregelen kunnen onder meer bestaan in het uit de handel nemen van de betrokken producten, het opleggen van een verbod op het in de handel brengen en het beperken van het vrije verkeer ervan, het initiëren van een terugroeping van producten en het voorkomen van dergelijke problemen in de toekomst, onder meer door middel van een invoerverbod. Wanneer de regelgevende autoriteit dergelijke maatregelen neemt, geeft zij de andere partij daarvan kennis uiterlijk 15 dagen nadat de maatregel is genomen, onder vermelding van de redenen welke aan haar besluit ten grond liggen. 2. Geen enkele bepaling van deze overeenkomst vormt voor de partijen een beletsel producten die niet aan hun technische voorschriften voldoen uit de handel te nemen. 3. De partijen komen overeen dat alle grenscontroles en inspecties van producten die overeenkomstig de in bijlage I vermelde voorschriften van de importerende partij werden gecertificeerd, geëtiketteerd en gemarkeerd zo spoedig mogelijk worden afgehandeld. Wat eventuele inspecties in het kader van het interne verkeer op hun grondgebied betreft, komen de partijen overeen dergelijke inspecties te verrichten op een wijze die niet omslachtiger is dan voor soortgelijke binnenlandse producten. Artikel 15 Opschorting van de wederzijdse erkenning 1. Wanneer een partij van oordeel is dat de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften voor één of meer van de in bijlage II vermelde producten niet wordt of niet kan worden gehandhaafd, stelt zij de andere partij daarvan in kennis, met vermelding van de objectieve redenen waarom zij deze mening is toegedaan. Elke betwisting van gelijkwaardigheid wordt aan de Gemengde Commissie voorgelegd. Indien de Gemengde Commissie geen besluit neemt binnen 60 dagen na de datum waarop het probleem haar is voorgelegd, dan wordt de verplichting tot wederzijdse erkenning ten aanzien van dergelijke producten door één van de partijen of door beide partijen opgeschort. Deze opschorting blijft van kracht tot de Gemengde Commissie overeenstemming heeft bereikt. 2. De Gemengde Commissie actualiseert bijlage II door middel van een besluit tot opschorting van de wederzijdse erkenning voor de betrokken producten. De partijen komen overeen samen te werken overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 teneinde de gelijkwaardigheid in zoverre mogelijk te herstellen. 3. In geval van opschorting van de wederzijdse erkenning van de in bijlage II bedoelde technische voorschriften zijn de partijen, wat het betrokken product betreft, niet meer gehouden de in artikel 3 van deze overeenkomst bedoelde verplichtingen na te komen. De importerende partij blijft eerder afgegeven certificaten van overeenstemming evenwel erkennen voor producten welke door die partij voor de opschorting van de wederzijdse erkenning in de handel werden gebracht, tenzij een regelgevende autoriteit in die partij een andere beslissing neemt om redenen in verband met de gezondheid, de veiligheid of het milieu of omdat niet aan andere bepalingen van de overeenkomst is voldaan. Artikel 16 Waarschuwingssysteem De partijen komen overeen een tweerichtings-waarschuwingssysteem tussen hun regelgevende autoriteiten in te stellen teneinde elkaar kennis te kunnen geven van producten waarvan is vastgesteld dat zij niet aan de vigerende technische voorschriften voldoen of een onmiddellijk gevaar kunnen vormen voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu. Hoofdstuk 6 Aanvullende bepalingen Artikel 17 Geheimhouding 1. De partijen komen overeen, voorzover hun respectieve wetgevingen dit voorschrijven, de in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde informatie geheim te houden. In het bijzonder verbinden de partijen zich ertoe geen in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde informatie die onder het handelsgeheim valt of die als vertrouwelijke commerciële of financiële informatie wordt aangemerkt dan wel informatie in verband met een lopend onderzoek openbaar te maken, noch een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie toe te staan dergelijke informatie openbaar te maken. 2. Een partij of een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie kan na het uitwisselen van informatie met de andere partij of met een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie van die andere partij gedeelten van de verstrekte informatie aanwijzen die zij niet openbaar wenst te maken. 3. De partijen nemen alle redelijke voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde informatie zonder toestemming openbaar wordt gemaakt. Artikel 18 Vergoedingen De partijen trachten ervoor te zorgen dat vergoedingen voor diensten op gebieden waarop deze overeenkomst betrekking heeft, in verhouding zijn tot de verleende diensten. De partijen komen overeen, voor overeenstemmingsbeoordelingsprocedures waarop deze overeenkomst van toepassing is, geen vergoedingen in rekening te brengen voor door de andere partij verrichte overeenstemmingsbeoordelingen. Artikel 19 Geografisch toepassingsgebied 1. Deze overeenkomst is van toepassing in de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in dat Verdrag vastgestelde voorwaarden, enerzijds, en op het grondgebied van de Verenigde Staten, anderzijds. 2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 is deze overeenkomst van toepassing op schepen in het internationale verkeer die de vlag van een van de partijen of van de lidstaten van een van de partijen mogen voeren. Artikel 20 Overeenkomsten met andere landen 1. Behoudens schriftelijk akkoord tussen de partijen gelden de verplichtingen die voortvloeien uit overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning die een partij heeft gesloten met een partij die geen partij is bij deze overeenkomst (een derde partij) niet voor de andere partij bij deze overeenkomst wat de aanvaarding van de resultaten van in die derde partij verrichte overeenstemmingsbeoordelingen betreft. 2. De EG en de VS komen overeen, teneinde de handel in uitrusting van zeeschepen met andere landen te vereenvoudigen, onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een multilaterale overeenkomst met andere belangstellende landen op het gebied waarop deze overeenkomst van toepassing is. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 21 Inwerkingtreding, wijziging en beëindiging 1. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de partijen door middel van een briefwisseling de voltooiing van hun respectieve procedures voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst hebben bevestigd. 2. Deze overeenkomst kan worden gewijzigd, hetzij overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, hetzij door de partijen. 3. Een partij kan deze overeenkomst beëindigen door de andere partij daarvan zes maanden vooraf schriftelijk in kennis te stellen. 4. Na de beëindiging van de overeenkomst blijft een partij de door een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie krachtens deze overeenkomst, doch voor de beëindiging daarvan, afgegeven certificaten van overeenstemming aanvaarden, tenzij een regelgevende autoriteit in deze partij een andersluidende beslissing neemt om redenen in verband met de gezondheid, de veiligheid en het milieu of omdat niet is voldaan aan bepaalde andere vereisten van de overeenkomst. Artikel 22 Slotbepalingen 1. Deze overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de partijen krachtens andere internationale overeenkomsten. 2. De partijen komen overeen het functioneren van deze overeenkomst op gezette tijden te herzien. De eerste herziening vindt uiterlijk twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst plaats. 3. Deze overeenkomst wordt gesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle talen gelijkelijk authentiek. Bij onenigheid over de interpretatie prevaleert de Engelse tekst. Gedaan te , op Voor de Europese Gemeenschap Voor de Verenigde Staten van Amerika Bijlage I Wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen - Wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de EG: Richtlijn 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen (gewijzigd). De partijen erkennen dat de "Gids voor de tenuitvoerlegging van op basis van de nieuwe aanpak en de globale aanpak tot stand gekomen richtlijnen" nuttige richtsnoeren bevat voor de uitvoering van in het bijzonder de onder deze richtlijn vallende overeenstemmingsbeoordelingsprocedures. - Wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de VS: 46 U.S.C. 3306 46 CFR Parts 159 to 165 Bijlage II Producten waarop de wederzijdse erkenning betrekking heeft Persoonlijke reddingsmiddelen >RUIMTE VOOR DE TABEL> Brandbescherming >RUIMTE VOOR DE TABEL> Navigatieapparatuur >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bijlage III Regelgevende autoriteiten - Europese Gemeenschap België // Ministère des Communications et de l'Infrastructure Administration des Affaires maritimes et de la Navigation Rue d'Arlon 104 1040 Bruxelles Ministerie voor Verkeer en Infrastructuur Bestuur voor Maritime zaken en Scheepvaart Aarlenstraat 104 1040 Brussel Denemarken // Søfartsstyrelsen Vermundsgade 38 C 2100 København Ø Duitsland // Bundesministerium für Verkehr, Bau- und Wohnungswesen (BMVBW) Invalidenstraße 44 10115 Berlin Griekenland // ÕÐÏÕÑÃÅÉÏ ÅÌÐÏÑÉÊÇÓ ÍÁÕÔÉËÉÁÓ Ãñ.ËáìðñÜêç 150 185 18 Ðåéñáéáò ÅëëÜò Ministerie van de Koopvaardij 150,Gr. Lampraki str. 185 18 Piraeus Spanje // Ministerio De Fomento Dirección General de la Marina Mercante. C/ Ruíz de Alarcón 1 ES-28071 Madrid Frankrijk // Le Ministère de l'Equipement, du Transport et du Logement Direction des affaires maritimes et des gens de mers 3, place de Fontenoy F-75700 Paris Ierland // Maritime Safety Division Department of the Marine and Natural Resources Leeson Lane Dublin 2 Italië // Ministerio delle Infrastructure e dei Trasporti Unita di Gestione del trasporto maritimo Via dell'arte, 16 00144 - Roma Luxemburg // Commissariat aux Affaires Maritimes 26 place de la Gare L-1616 Luxembourg Nederland // Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Goederenvervoer (DGG) Directie Transportveiligheid Nieuwe Uitleg 1, Postbus 20904 NL-2500 EX Den Haag Oostenrijk // Bundesaministerium für Verkehr, Innovation und Technologie Oberste Schiffahrtsbehörde Abteilung II/20 Radetzkystrasse 2 A-1030 Wien Portugal // Ministerio do Equipamento Social Palacio Penafiel rua S. Mamede ao Caldas 21 1149-050 Lisboa Finland // Liikenne- ja viestintäministeriö / kommunikationsministeriet PO Box 235 FIN-00131 Helsinki Zweden // Sjöfartsverket S-601 78 Norrköping Verenigd Koninkrijk // Maritime and Coastguard Agency Spring Place 105 Commercial Road Southampton SO15 1EG Commissie van de Europese Gemeenschappen // Directoraat-generaal voor energie en vervoer Eenheid voor de veiligheid van het zeevervoer 200, Wetstraat B-1049 Brussel - Verenigde Staten van Amerika United States Coast Guard Office of Design and Engineering Standards (G-MSE) 2100 Second Street S.W. Washington DC 20593 FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT Beleidsgebied(en): Buitenlandse betrekkingen, met inbegrip van de toegang tot de markten van derde landen Activiteit(en): Procedures voor overeenstemmingsbeoordeling en de toelating van industrieproducten Benaming van de actie: Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen 1. Begrotingsplaats(en) + omschrijving(en) B7-8500 en A-7010 2. Algemene cijfers 2.1. Totale toewijzing voor de actie (deel B) : 615950 euro 2.2. Duur De voorgestelde overeenkomst is van onbepaalde duur. 2.3. Meerjarenraming van de uitgaven: (a) Tijdschema vastleggings- en betalingskredieten (financiering uit de begroting) (zie punt 6.1.1.) EUR >RUIMTE VOOR DE TABEL> (b) Uitgaven technische en administratieve bijstand en ondersteuning (zie punt 6.1.1.) >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> (c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven (zie punten 7.2 en 7.3) >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> 2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering. 2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten [4] [4] Voor verdere informatie zie afzonderlijke toelichting. Geen enkele financiële implicatie 3. BEGROTINGSKENMERKEN >RUIMTE VOOR DE TABEL> 4. RECHTSGRONDSLAG De artikelen 133 en 300 van het Verdrag Actieprogramma voor het transatlantisch economisch partnerschap dat op 9 november 1998 door de Raad werd goedgekeurd en het daaruit voortvloeiende onderhandelingsmandaat. Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen. 5. BESCHRIJVING EN MOTIVERING 5.1. Doel van het communautaire optreden [5] [5] Zie voor meer bijzonderheden de toelichting. 5.1.1. Doelstellingen Algemene doelstelling: DG Handel heeft tot taak het handelsbeleid van de Europese Unie ten uitvoer te leggen overeenkomstig de doelstellingen van artikel 131 van het Verdrag: "in overeenstemming met het gemeenschappelijk belang, een bijdrage te leveren tot een harmonische ontwikkeling van de wereldhandel, de geleidelijke afschaffing van de beperkingen in het internationaal handelsverkeer en de verlaging van de tariefmuren". De gemeenschappelijke handelspolitiek wordt gegrond op eenvormige beginselen, met name wat betreft de tariefwijzigingen, het sluiten van tarief- en handelsakkoorden, het eenvormig maken van liberalisatiemaatregelen, de uitvoerpolitiek, alsmede de handelspolitieke beschermingsmaatregelen, waaronder de te nemen maatregelen in geval van dumping en subsidies (artikel 133, lid 1, van het verdrag). Specifieke doelstellingen: De doelstellingen van de buitenlandse handelspolitiek van de Gemeenschap op het gebied van de normen en de overeenstemmingsbeoordeling kunnen als volgt worden samengevat (zie mededeling van de Commissie - het buitenlandse handelsbeleid van de Gemeenschap op het gebied van de normen en de conformiteitsbeoordeling) [6]. Ten eerste het verlagen van de technische belemmeringen voor het handelsverkeer op buitenlandse markten en voorkomen dat nieuwe belemmeringen worden opgericht en, ten tweede, deze handelspartners ertoe bewegen normen en voorschriften vast te stellen die gebaseerd zijn op of compatibel zijn met de internationale of Europese werkwijzen. Deze handelsdoelstellingen werden tot nog toe nagestreefd door middel van een uit vier elementen bestaande strategie. Een daarvan zijn de onderhandelingen over overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning (OWE's). [6] COM(96)564 def. EU-producenten die naar de VS exporteren, moeten om toegang te krijgen tot de VS-markt, hun producten laten goedkeuren door de USCG, wat leidt tot extra kosten en vertraging. Met de OWE betreffende de uitrusting van zeeschepen worden dan ook de hiernavolgende doelstellingen nagestreefd: 1) vereenvoudiging van de handel in uitrusting van zeeschepen tussen de EU en de VS en 2) het bevorderen van de efficiëntie en de samenwerking op het gebied van de regelgeving. Dit geschiedt door de erkenning van certificaten van overeenstemming die door de overeenstemmingsbeoordelings-instanties van de partijen zijn afgegeven en de ontwikkeling van een kader voor samenwerking op het gebied van de regelgeving. 5.1.2. Genomen maatregel die onder de evaluatie ex ante vallen De nieuwe transatlantische agenda (NTA) die in 1995 werd vastgesteld, vormt het kader voor het partnerschap en de samenwerking tussen de EU en de VS op een groot aantal gebieden die in vier grote hoofdstukken kunnen worden ingedeeld: het bevorderen van de vrede en de stabiliteit, de democratie en de ontwikkeling in de wereld; het geven van een passend antwoord op de wereldwijde veranderingen; het leveren van een bijdrage tot de expansie van de wereldhandel en het bevorderen van de samenwerking; het slaan van bruggen over de Atlantische oceaan. Het transatlantisch economisch partnerschap (TEP), dat in 1998 het licht zag, sluit aan op de NTA en het actieprogramma van de TEP voorziet wat de bilaterale samenwerking tussen de EU en de VS betreft in de opheffing van de resterende belemmeringen voor het handelsverkeer. Dit actieprogramma werd op 9 november 1998 door de Raad goedgekeurd. Terzelfder tijd heeft de Raad de Commissie een mandaat gegeven voor onderhandelingen over overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning met de VS. Met het oog op de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk actieplan van het transatlantisch economisch partnerschap, hebben de EU en de VS, in overleg met de belanghebbenden, een aantal potentiële projecten geïdentificeerd, waaronder een eventuele OWE betreffende de uitrusting van zeeschepen. Op basis van een eerste beoordeling van de technische voorschriften van de EU en de VS door de USCG (dit rapport is reeds openbaar, en zal op de web-site van DG Handel worden gezet), werd het haalbaar en wenselijk geacht onderhandelingen over een OWE te beginnen op basis van gelijkwaardigheid van de technische voorschriften van de EU en de VS inzake de uitrusting van zeeschepen. Na overleg met het comité van artikel 133 van de Raad werden de onderhandelingen in september 1999 geopend. 5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting - Doelgroep De doelgroep zijn de fabrikanten, de exporteurs en de importeurs, de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties, de organisaties van het bedrijfsleven, de kamers van koophandel en de instellingen van de Europese Unie, doch ook de passagiers, de scheepsbouwers en de reders, die voordeel zullen hebben bij of belangstelling zullen hebben voor de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming. Zie verder het aan dit voorstel gehechte effectbeoordelingsformulier. - Specifieke doelstellingen Op basis van de in punt 5.1.1. uiteengezette doelstellingen heeft de OWE de volgende specifieke doelstellingen: - vermijden dat tests en certificatieprocedures door de betrokken ondernemingen tweemaal dienen te worden verricht. - vermindering van de kosten en de werkbelasting (administratieve werkzaamheden, onzekerheid, tijdwinst enz.), in het bijzonder voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf, met betrekking tot overeenstemmingsbeoordelingsvereisten. - verbetering van de toegang tot de markt van de VS voor producten uit de Europese Unie. - betere samenwerking en coördinatie op het gebied van de regelgeving bij het vaststellen van internationale voorschriften voor de uitrusting van zeeschepen. Verdere aanpassing van de voorschriften van de EU en de VS aan die internationale regels. - meer aandacht voor de beste regelgevingsmethoden. - verlaging van aan de regelgeving gerelateerde kosten in verband met de goedkeuring van producten uit de VS. - verbetering van het markttoezicht en de handhaving. - concrete maatregelen die moeten worden genomen om de actie ten uitvoer te leggen De diensten van de Commissie zullen in het kader van de vorengenoemde begrotingslijnen de hiernavolgende acties ondernemen: - acties in verband met het beheer van de overeenkomst en de instandhouding van het noodzakelijke wederzijds vertrouwen, bijvoorbeeld door deelname aan de vergaderingen van de gemengde commissie en aan projecten ter bevordering van de samenwerking op het gebied van de regelgeving. - acties in verband met het beheer en de bijwerking van bijlage II bij de overeenkomst waarin de onder de overeenkomst vallende producten zijn vermeld, bijvoorbeeld onderzoek naar de gelijkwaardigheid van de technische voorschriften van de EU en de VS en samenwerking op technisch gebied. - het instellen van contactpunten voor de uitwisseling van informatie en de invoering en het beheer van een tweerichtings-waarschuwingssysteem als bedoeld in de artikelen 9 en 16 van de overeenkomst. Meer specifiek zijn de volgende uitvoeringsmaatregelen nodig: A. Deelname aan vergaderingen van de Gemengde Commissie en coördinatievergaderingen Het zal hoofdzakelijk gaan om vergaderingen van de bij artikel 7 van de overeenkomst ingestelde Gemengde Commissie. De verwachting is dat de frequentie van de vergaderingen van de Gemengde Commissie het eerste jaar of de eerste twee jaar van de overeenkomst hoger zal zijn omdat in die periode drie bijeenkomsten per jaar noodzakelijk zullen zijn. Daarna dient de Gemengde Commissie op gezette tijden (een tot tweemaal per jaar) bijeen te komen, hoewel de frequentie van de vergaderingen afhankelijk is van het verloop van de programma's van de partijen op het gebied van de regelgeving. Er dienen ook vergaderingen van de technische deskundigen plaats te vinden, eveneens vooral tijdens de eerste jaren van de overeenkomst. Al deze vergaderingen worden bijgewoond door ambtenaren van de Commissie en, aangezien deze bijeenkomsten dikwijls een technisch karakter zullen hebben, deskundigen van de autoriteiten van de lidstaten en de aangemelde instanties of andere ter zake bevoegde deskundigen. De vergaderingen van de Gemengde Commissie vinden beurtelings te Brussel en te Washington DC in de Verenigde Staten plaats. De deskundigen die de diensten van de Commissie tijdens deze vergaderingen bijstaan ontvangen uitsluitend een reis- en verblijfkostenvergoeding. B. Analyse van de technische voorschriften Een belangrijk element van de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen op het gebied van de wederzijdse erkenning is de vaststelling van de gelijkwaardigheid van de respectieve technische voorschriften van de EU en de VS. Deze technische voorschriften zullen in de tijd evolueren in navolging van de ontwikkelingen in de IMO en ten einde rekening te houden met nieuwe technologieën, nieuwe risico's enzovoort. Voor de onder de overeenkomst vallende producten zal een analyse moeten plaatsvinden ongeacht of de vigerende nieuwe of gewijzigde technische voorschriften van de EU en de VS nog steeds gelijkwaardig zijn. Voor producten waarop de overeenkomst nog niet van toepassing is, dient een technische analyse van de technische voorschriften plaats te vinden om te bepalen of deze producten onder het toepassingsgebied van de overeenkomst kunnen worden gebracht. De ervaring heeft geleerd dat contracten voor gelijkwaardigheidsanalyse gemiddeld 20.000 tot 40.000 euro kosten. Jaarlijks zullen naar verwachting twee analyses moeten plaatsvinden. C. Door de overeenkomst voorgeschreven informatieverspreiding Dit heeft betrekking op, enerzijds, de door de overeenkomst voorgeschreven informatieverspreiding en, anderzijds, het verstrekken van informatie over en het bevorderen van het gebruik van de overeenkomst door de industrie en de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties. Wat de eerstgenoemde betreft schrijven de artikelen 6, lid 4, 9, lid 4 en 10, lid 5, van de overeenkomst voor dat de EU en de VS bepaalde informatie bekend moeten maken op het World Wide Web. De krachtens artikel 6, lid 4, te verstrekken informatie is reeds beschikbaar in het kader van richtlijn 96/98/EG betreffende de uitrusting van zeeschepen. De andere informatieactiviteiten hebben ten doel het bedrijfsleven en de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties vertrouwd te maken met de overeenkomst en het gebruik daarvan te bevorderen. Dit zal in hoofdzaak geschieden in de vorm van informatieve publicaties en de organisatie van werkgroepen en conferenties. D. Tweerichtings-waarschuwingssysteem Artikel 16 van de overeenkomst verplicht de partijen ertoe een tweerichtings-waarschuwingssysteem tussen hun regelgevende autoriteiten in te stellen teneinde deze de mogelijkheid te geven elkaar op de hoogte te brengen wanneer wordt vastgesteld dat bepaalde producten niet aan de toepasselijke technische voorschriften voldoen of een onmiddellijk gevaar vormen voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu. De praktische elementen van een dergelijk systeem dienen in onderling overleg tussen de VS en de EU te worden vastgesteld zodra de overeenkomst in werking is getreden. Een dergelijk systeem zou mogelijkerwijze kunnen bestaan in de uitwisseling van gegevens door middel van e-mail. De ontwikkeling en het onderhoud van een dergelijk systeem, met inbegrip van de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen, zullen mogelijkerwijze, gezien de vereiste technische kennis, moeten worden uitbesteed. - - resultaten op korte termijn Na de inwerkingtreding van de overeenkomst kunnen EU-producenten hun kosten in verband met overeenstemmingsbeoordeling voor toegang tot de VS-markt reduceren. - Bijdrage van deze outputs aan de verwachte resultaten wat de behoeftevoorziening of het oplossen van problemen betreft. De hierboven beschreven output zal de doelstelling van de overeenkomst, te weten handelsbevordering, direct verwezenlijken. 5.3. Tenuitvoerlegging De Gemeenschap heeft krachtens artikel 133 van het verdrag de exclusieve bevoegdheid voor de handelspolitiek en de onderhandelingen over deze overeenkomst werden gevoerd volgens het mandaat van de raad van ministers en in overleg met het comité van artikel 133. De Commissie zal, zoals voorgesteld, verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging en het beheer van de overeenkomst. Teneinde de betrokken ondernemingen de zekerheid te verschaffen dat hun certificaten van overeenstemming door de andere partij zullen worden aanvaard, dient een bindende overeenkomst te worden gesloten. Andere vormen van overeenstemming, bijvoorbeeld memoranda van overeenstemming, bieden niet dezelfde garanties. De keuze van de wijze van beheer (gemengde commissie) is in de overeenkomst vastgesteld en vormt het minimum dat noodzakelijk is om de goede werking van de overeenkomst te waarborgen. Deze overeenkomst vereist, gezien haar aard, een nauwe samenwerking tussen de EU en de VS op het gebied van de regelgeving, zowel bilateraal als in de verschillende internationale organisaties, in het bijzonder de IMO. Deze samenwerking zal echter eveneens tot gevolg hebben dat de kennis over de verschillende regelgevingsmethoden toeneemt en meer ervaring wordt uitgewisseld over de beste handelwijzen op dit gebied. De VS overwegen bijvoorbeeld reeds een gedeelte van de richtlijn inzake uitrusting van zeeschepen te gebruiken als grondslag voor hun nieuwe regelgeving betreffende navigatieapparatuur. 6. FINANCIËLE GEVOLGEN 6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B - voor de gehele programmeringsperiode (De berekeningsmethode voor de in de tabel hieronder vermelde bedragen moet worden verklaard in tabel 6.2.) ) 6.1.1. Financiering Vastleggingen (in euro) >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> 6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de gehele programmeringsperiode) [7] [7] Zie voor meer bijzonderheden de toelichting. (Bij meerdere acties dienen de concrete maatregelen die voor elke actie moeten worden genomen, te worden gepreciseerd om het volume en de kosten van de prestaties te berekenen) Vastleggingen (in euro) >RUIMTE VOOR DE TABEL> Noten: a) de eerste twee jaren 2 vergaderingen, daarna 1 per jaar; b) reis- en verblijfkostenvergoeding voor 3 deskundigen 7. GEVOLGEN VOOR HET PERSONEELSBESTAND EN DE ADMINISTRATIEVE UITGAVEN De behoeften aan personele en administratieve middelen zullen worden gedekt met de in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure aan het met het beheer belaste DG toegekende bedragen. 7.1. Gevolgen voor de personele middelen >RUIMTE VOOR DE TABEL> 7.2. Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen >RUIMTE VOOR DE TABEL> De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden. 7.3. Andere huishoudelijke uitgaven die uit de actie voortvloeien >RUIMTE VOOR DE TABEL> De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven voor de periode 2002-2006. 8. TOEZICHT EN EVALUATIE 8.1. Follow-up-systeem De follow-up en de evaluatie van de overeenkomst zullen vooral geschieden door de toetsing van de verwachte resultaten aan hun doeltreffendheid (in hoeverre hebben de resultaten van de overeenkomst bijgedragen tot het bereiken van de specifieke en algemene doelstellingen daarvan; of resultaten ten opzichte van doelstellingen). Voorts zal ook aandacht worden besteed aan onderwerpen zoals de relevantie van de overeenkomst (in hoeverre beantwoorden de doelstellingen van de overeenkomst aan de evoluerende behoeften van de doelgroep) en het nut van de overeenkomst (in hoeverre voldoet de overeenkomst aan de behoeften van de doelgroep). De indicator van de aangewende middelen is het aantal mandagen dat ambtenaren van de Commissie besteden aan werkzaamheden in verband met de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De doeltreffendheid van de overeenkomst (resultaten ten opzichte van doelstellingen) kan zowel worden gemeten met betrekking tot de doelstelling inzake de vereenvoudiging van het handelsverkeer als de doelstelling inzake de samenwerking op het gebied van de regelgeving. Met betrekking tot de vereenvoudiging van het handelsverkeer en de verwachte resultaten als omschreven in de punten 5.1.1 en 5.2 kunnen de volgende indicatoren te worden gebruikt: - vermijden dat tests en certificeringsprocedures tweemaal worden uitgevoerd. Aantal certificaten dat krachtens de overeenkomst aan de betrokken ondernemingen wordt afgegeven. Dit kan worden gerelateerd aan het aantal certificaten dat werd afgegeven in het kader van de binnenlandse regelingen die voor de inwerkingtreding van de overeenkomst van toepassing waren. - kostenverlagingen. Besparingen (in EUR) als gevolg van het feit dat tests en certificeringsprocedures geen tweemaal behoeven te worden verricht. De besparingen worden geraamd als het product van de gemiddelde kosten van de tests en certificeringsprocedures en het aantal certificaten dat krachtens de overeenkomst wordt afgegeven. Een moeilijkheid bij deze raming is dat het gaat om een groot aantal producten en verschillende technologieën, hetgeen gevolgen heeft voor de prijs van de tests en certificeringsprocedures. Case studies zouden evenwel bepaalde indicaties kunnen verschaffen. - toename van de uitvoer uit de EU. Onderzoek van de handelsstatistieken voor en na de inwerkingtreding van de overeenkomst. Deze indicator is moeilijk te gebruiken wegens, enerzijds, de invloed van andere variabelen (bijvoorbeeld wisselkoersen, algemene tendensen in de economie) en, anderzijds, het ontbreken van officiële handelsstatistieken voor alle soorten uitrusting van zeeschepen. Ook hier zouden case studies gedeeltelijk uitkomst kunnen bieden. Wat de samenwerking op het gebied van de regelgeving en de verwachte resultaten als omschreven in punt 9 betreft, zou de volgende indicator kunnen worden gebruikt: - samenwerking op het gebied van de regelgeving. Het aantal specifieke technische voorschriften in de EU en de VS dat als gelijkwaardig kan worden beschouwd of de evolutie van het aantal producten dat in bijlage II bij de overeenkomst is opgenomen. - doeltreffendheid van de handhaving. Aantal waarschuwingen in de loop van twee jaar in het kader van het tweerichtings-waarschuwingssysteem. Dit zou aan eventuele handhavingsmaatregelen gerelateerd kunnen worden. Het probleem van de doeltreffendheid (op welke wijze worden economisch uiteenlopende inputs in outputs omgezet) kan eveneens worden onderzocht, hoewel de raming van de kosten met aanzienlijke moeilijkheden gepaard gaat. Bovendien kunnen de bij de onderhandelingen gemaakte kosten (bijvoorbeeld mandagen van ambtenaren van de Commissie, overleg met de lidstaten en het bedrijfsleven, uitbestede analysewerkzaamheden, bijeenkomsten met functionarissen van de VS enz.) als eenmalige kosten worden beschouwd omdat zij ook gemaakt zouden zijn indien geen overeenkomst tot stand was gebracht. Het probleem van de doeltreffendheid kan beter geëvalueerd worden in het kader van het beheer van de overeenkomst. Dit zou kunnen geschieden met betrekking tot de acties, procedures en maatregelen die zowel binnen de Gemeenschap als ten opzicht van of in samenwerking met de Verenigde Staten worden genomen om de goede werking van de overeenkomst te waarborgen (zie eveneens hierna). 8.2. Procedure en periodiciteit van de voorgeschreven evaluatie In artikel 22, lid 2, van de overeenkomst is bepaald dat het functioneren van de overeenkomst op gezette tijden moet worden onderzocht en voor het eerst uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding ervan. Deze evaluatie dient gezamenlijk door de partijen te geschieden en de te onderzoeken elementen moeten door de partijen in onderling overleg worden vastgesteld. De Commissie zou wat dit betreft kunnen voorstellen de hiernavolgende elementen aan een onderzoek te onderwerpen: gemaakte vorderingen bij het vaststellen van gelijkwaardigheid (uitbreiding van bijlage II bij de overeenkomst), functioneren van artikel 10 van de overeenkomst betreffende wijzigingen in de regelgeving, functioneren van het tweerichtings-waarschuwingssysteem, samenwerking tussen overeenstemmingsbeoordelings-instanties en beoordeling van de mogelijkheid een multilaterale overeenkomst met andere landen tot stand te brengen (artikel 20, lid 2, van de overeenkomst). Het zou wenselijk kunnen zijn de werking van de overeenkomst tweejaarlijks te onderzoeken, hoewel de termijnen in overleg met de Verenigde Staten moeten worden vastgesteld. De gemengde commissie heeft onder meer tot taak het functioneren van de overeenkomst voortdurend te evalueren. Bij de diensten van de Commissie en in samenwerking met de lidstaten in het comité van artikel 133 zullen de monitoring en de evaluatie worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld richtsnoeren en vademecum voor het beheer van overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling. De bovenbedoelde evaluatie van de doeltreffendheid van de overeenkomst geschiedt bij voorkeur in samenhang met de herziening van de overeenkomst door de partijen. Dit kan eveneens tweejaarlijks geschieden. De evaluatie van de relevantie en het nut van de overeenkomst vinden bij voorkeur pas vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst plaats wanneer voldoende ervaring is opgedaan. Wat de specifieke activiteiten betreft, in het bijzonder deze met financiële implicaties, verlangt DG Trade dat het project wordt beoordeeld vooraleer financiële middelen beschikbaar worden gesteld. 9. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN Specifieke controlesystemen (interimverslagen, financiële staten, uitgavenstaten, aflossingen enz.) worden in alle tussen de Gemeenschap en contractanten/begunstigden gesloten contracten opgenomen. Werkzaamheden in verband met analyses, de voorbereiding van publicaties, de organisatie van conferenties worden, indien zij niet door de Commissie zelf worden verricht, uitbesteed door middel van openbare aanbestedingen overeenkomstig de financiële reglementen van de Commissie. De contractanten zullen verplicht zijn interim voortgangsrapporten voor te leggen en verantwoording af te leggen van de gebruikte financiële middelen en zullen, vooraleer de definitieve betaling plaatsvindt, een door de diensten van de Commissie goedgekeurd eindverslag moeten indienen. Voor bepaalde activiteiten, bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten en conferenties ten behoeve van het bedrijfsleven, kunnen eventueel subsidies worden toegekend na een uitnodiging tot het indienen van voorstellen en overeenkomstig het vademecum voor het beheer van subsidies van de Commissie. In voorkomend geval wordt in de contracten een bepaling opgenomen die van de contractanten/begunstigden verlangt dat zij een door hun accountants gecertificeerde financiële rekening voorleggen. De terugbetaling van reiskosten aan deskundigen die de Commissie bijstaan bij de tenuitvoerlegging van de overeenkomst geschiedt op basis van uitnodigingen waarin de terugbetalingsvoorwaarden zijn vastgesteld en op overlegging van een factuur vergezeld van de originele ontvangstbewijzen. Bij dergelijke vergaderingen zijn in beginsel personeelsleden van de Commissie aanwezig en indien dit niet het geval is gaat de Commissie in nauwe samenwerking met de delegaties na of de gevraagde werkzaamheden correct zijn uitgevoerd. DG Trade beschikt over een systeem van interne controle met interne auditors. Deze controles worden uitgevoerd in de verschillende stadia van het contract, dat wil zeggen bij het opstellen, de ondertekening, de uitvoering en de beëindiging. Bovendien zijn in de nieuwe voorschriften betreffende het financieel beheer de verantwoordelijkheden voor alle soorten financiële transacties duidelijk omschreven, met vermelding van de verantwoordelijke personen. Voor de evaluatie van contracten en het beheer van begrotingslijnen wordt bovendien een beroep gedaan op externe consultants. EFFECTBEOORDELINGSFORMULIER EFFECT VAN HET VOORSTEL OP HET BEDRIJFSLEVEN, MET NAME OP HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF (MKB) Titel van het voorstel Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake de wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen. Referentienummer van het document Voorstel 1. Waarom is, gelet op het subsidiariteitsbeginsel, communautaire wetgeving op dit gebied noodzakelijk en wat zijn de voornaamste doelstellingen? Krachtens artikel 133 van het Verdrag is uitsluitend de Gemeenschap bevoegd voor de handelspolitiek. Deze wetgeving is noodzakelijk voor de sluiting van de overeenkomst met de VS betreffende de wederzijdse erkenning van certificaten voor uitrusting van zeeschepen. De onderhandelingen zijn door de Commissie gevoerd en de overeenkomst werd door de Commissie geparafeerd overeenkomstig het op 9 november 1998 door de Raad verleende onderhandelingsmandaat. Effect op het bedrijfsleven 2. Waarop is het voorstel van invloed? - welke bedrijfstakken? - welke bedrijfsomvang (met welk aandeel van kleine en middelgrote bedrijven)? - zijn er bijzondere geografische gebieden van de Gemeenschap waar deze bedrijven voorkomen? De betrokken sectoren, fabrikanten (exporteurs en importeurs) en overeenstemmingsbeoordelingsinstanties zijn die waarvan de activiteiten betrekking hebben op de volgende producten: reddingsmiddelen voor de zeescheepvaart, brandbestrijdingsapparatuur voor gebruik aan boord van schepen, apparatuur ter voorkoming van verontreiniging van de zee en radio- en navigatieapparatuur voor de scheepvaart. Tabel 1 geeft een overzicht van de volledige sector van de uitrusting van zeeschepen in de lidstaten. Geraamd wordt dat ongeveer 20% van deze activiteiten betrekking heeft op producten die onder de OWE vallen. Uit de cijfers in tabel 1 blijkt dat de ondernemingen in de sector van de scheepvaartapparatuur klein zijn, met in de EU gemiddeld 27 werknemers per onderneming (variërend naargelang de lidstaat van 5 tot 46 werknemers per onderneming) en dat zij exportgeoriënteerd zijn, waarbij gemiddeld (voor de EU) 46% van de productie bestemd is voor de uitvoer (variërend van 10% tot 80% naar gelang de lidstaat). Tabel 1: Sector van de uitrusting van zeeschepen in de EU (1999) >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bron: "Concurrentievermogen en benchmarking op het gebied van de uitrusting van zeeschepen" studie voor de Europese Commissie, DG Enterprise (ETD/98/502029). 3. Wat moeten de bedrijven doen om aan de voorgestelde wetgeving te voldoen? Opgemerkt zij dat de betrokken ondernemingen niet verplicht zijn de overeenkomst te gebruiken. Ondernemingen - fabrikanten, importeurs en overeenstemmingsbeoordelingsinstanties - die de door de overeenkomst geboden mogelijkheden wensen te benutten zullen zich vertrouwd moeten maken met de inhoud daarvan. De Commissie is voornemens een informatiecampagne op te starten en bekendheid te geven aan de overeenkomst door middel van publicaties (bijvoorbeeld gidsen voor het gebruik in de praktijk), werkvergaderingen en conferenties. De fabrikanten nemen nu reeds de nodige maatregelen om de overeenkomst toe te passen, aangezien zij aan de EU richtlijn inzake de uitrusting van zeeschepen (richtlijn 96/98/EG) dienen te voldoen om hun producten in de EU in de handel te mogen brengen. De overeenkomst zal er voor zorgen dat de producten waarop zij van toepassing is en die aan de Europese wetgeving voldoen zonder verdere ontwerpwijzigingen, tests en certificeringsprocedures in de VS in de handel mogen worden gebracht. 4. Welke economische gevolgen zal het voorstel waarschijnlijk hebben? Deze overeenkomst, die gebaseerd is op de gelijkwaardigheid van specifieke technische voorschriften voor de uitrusting van zeeschepen in de EU en de VS, zal de fabrikanten in de EU de mogelijkheid geven hun producten in de EU te laten testen en certificeren en ze vervolgens zonder verdere formaliteiten in de VS op de markt te brengen. Dit zal leiden tot een verlaging van de directe kosten omdat de fabrikanten een product dat zij legaal in de handel willen brengen op het grondgebied van de andere partij geen tweemaal behoeven te laten testen en certificeren. Aangezien een fabrikant in de EU een beroep kan doen op de diensten van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in de EU (in plaats van een instantie in de Verenigde Staten, hetgeen zonder overeenkomst het geval zou zijn) zou hij bovendien kosten besparen en niet geconfronteerd worden met de administratieve werkzaamheden en de onzekerheid die met het contacteren van een buitenlandse instantie gepaard gaan. Bovendien kan de certificering plaatsvinden in het kader van een regelgeving en volgens technische voorschriften en normen waarmee de fabrikanten in de EU reeds vertrouwd zijn. De verwachting is dat de overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in de EU (de aangemelde instanties als bedoeld in de richtlijn inzake uitrusting van zeeschepen) minder opdrachten zullen krijgen omdat de exporteurs in de VS niet langer gebruik moeten maken van hun diensten om aan te tonen dat hun producten aan de voorwaarden van richtlijn 96/98/EG voldoen. De overeenkomst zou echter ook voor nieuwe opdrachten kunnen zorgen van fabrikanten in de EU die voorheen hun producten niet naar de VS uitvoerden wegens de kosten en de administratieve werkzaamheden die verbonden zijn aan de overeenstemmingsbeoordeling en het verwerven van de nodige kennis van buitenlandse regelgeving. Het gebrek aan verifieerbare gegevens bemoeilijkt een duidelijke economische evaluatie van de overeenkomst. Volgens aanwijzingen van de betrokken tak van industrie zijn de kosten van het testen en de certificering van de uitrusting van zeeschepen niet te verwaarlozen. De overeenkomst kan bijdragen tot een verlaging van deze kosten en zal zodoende zowel voordeel brengen aan de fabrikanten van uitrusting van zeeschepen als aan de scheepsbouwers. De verwachting is derhalve dat de overeenkomst een in het algemeen positief effect zal hebben op de uitvoer, de werkgelegenheid, de investeringen en de concurrentiepositie van de betrokken ondernemingen in de EU. 5. Bevat het voorstel maatregelen om rekening te houden met de bijzondere situatie van kleine en middelgrote bedrijven (minder zwaar of andere eisen, enz.)? De overeenkomst bevat geen specifieke maatregelen die rekening houden met de bijzondere situatie van het midden- en kleinbedrijf. Gezien haar aard en omdat zij de certicatiekosten, die voor alle bedrijven gelijk zijn, verlaagt en de onzekerheid vermindert, kan zij niettemin potentieel meer voordeel brengen aan het midden- en kleinbedrijf dan aan grote ondernemingen. Raadpleging 6. Geef een overzicht van de organisaties die over het voorstel zijn geraadpleegd en zet hun standpunten in grote lijnen uiteen. De diensten van de Commissie hebben regelmatig overleg gepleegd met de terzake bevoegde federaties van de Europese industrie, met name ILAMA, EMEC, ISSETA CIRM/EURONAV en ICOMIA, die hun steun hebben toegezegd aan de overeenkomst. De vertegenwoordigers van de vakbonden (ETUC) en de consumenten (ANEC) werden eveneens geïnformeerd. Bovendien hebben de diensten van de Commissie in mei 2000 een werkbijeenkomst georganiseerd die ten doel had alle belanghebbenden te informeren en met hen van gedachten te wisselen over de overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van certificaten van overeenstemming voor uitrusting van zeeschepen. Er waren 43 deelnemers uit 10 lidstaten evenals uit Noorwegen en de VS die uiteenlopende belangengroepen vertegenwoordigden (overheidsinstanties, fabrikanten, consumenten, overeenstemmingsbeoordelingsinstanties). De belangrijkste conclusies van de gedachtenwisseling waren de volgende: - het bevorderen van een hoog niveau van veiligheid op zee en het voorkomen van verontreiniging van de zee dient een basisbeginsel te zijn van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning voor uitrusting van zeeschepen. - de IMO, de ISO, de IEC en de ITU zijn de fora waar de gedachtenwisseling en de onderhandelingen over internationale regels en normen voor uitrusting van zeeschepen ter bevordering van de veiligheid op zee en ter voorkoming van verontreiniging van de zee dienen plaats te vinden. - er zijn verschillen aan het licht gekomen. Hieraan liggen meerdere redenen ten grondslag, bijvoorbeeld de leemten in de IMO-normen en in de in de EU en de VS geldende voorschriften betreffende uitrusting van zeeschepen, hoewel beide op de bestaande internationale instrumenten van de IMO gebaseerd zijn. Vooraleer het beoogde OWE+-beginsel kan worden gerealiseerd, dient eerst de gelijkwaardigheid tussen de voorschriften van de EU en de VS tot stand te worden gebracht. - de door de USCG uitgevoerde vergelijkende studie van de wetgevingen van de EU en de VS betreffende de overeenstemmingsbeoordeling van uitrusting van zeeschepen en het door het bureau Veritas uitgevoerde verificatieonderzoek waartoe de diensten van de Commissie opdracht hadden gegeven zijn een goede grondslag voor de verdere werkzaamheden ter voorbereiding van een op gelijkwaardigheid gebaseerde OWE. - de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven hebben duidelijk belangstelling getoond en verklaard voordeel te zullen hebben bij een op gelijkwaardigheid gebaseerde OWE (OWE+), doch waren veel minder geporteerd voor de klassieke OWE-benadering. - hoewel de OWE in hoofdzaak een instrument ter vereenvoudiging van het handelsverkeer is, zal van een dergelijke overeenkomst ook een sterke stimulans uitgaan voor een betere samenwerking en internationale harmonisatie op het gebied van de regelgeving. De transatlantische consumentendialoog is een forum van de consumentenorganisaties in de EU en de VS dat gezamenlijke aanbevelingen op het gebied van het consumentenbeleid doet aan de overheden van de Verenigde Staten en de Europese Unie ter bevordering van de belangen van de consument in het besluitvormingsproces van de EU en de VS. De (TACD) heeft vrij veel kritiek heeft geuit op de OWE's in het algemeen en op het begrip gelijkwaardigheid van technische voorschriften. De belangrijkste bezwaren van de TACD ten aanzien van zowel de OWE's als de gelijkwaardigheid hebben betrekking op: 1) de overdracht van regelgevende bevoegdheid naar buitenlandse instanties met andere belangenconflicten en transparantie- en aansprakelijkheidsregels; 2) de privatisering van overheidstaken; 3) minder binnenlands toezicht op de regelgeving; 4) minder invloed van de overheid in het besluitvormingsproces; 5) meer mogelijkheden tot ontwijking van de regels door de industrie en 6) verlaging van het niveau van bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu. De Commissie gaat om de in de toelichting bij dit voorstel uiteengezette redenen niet akkoord met deze conclusies.