Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52003PC0127

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (Ingediend door de Commissie overeenkomstig art. 250, lid 2, van het EG-Verdrag) (gecodificeerde versie)

/* COM/2003/0127 def. - COD 99/0085 */

52003PC0127

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (Ingediend door de Commissie overeenkomstig art. 250, lid 2, van het EG-Verdrag) (gecodificeerde versie) /* COM/2003/0127 def. - COD 99/0085 */


Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (Ingediend door de Commissie overeenkomstig art. 250, lid 2, van het EG-Verdrag) (gecodificeerde versie)

TOELICHTING

1. Op 8 april 1999 heeft de Commissie een voorstel voor een richtlijn van de Raad ingediend ter codificatie van Richtlijn 90/394/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) [1].

[1] COM(1999) 152 def. van 8.4.1999.

In haar advies van 11 mei 1999 was de uit vertegenwoordigers van de Juridische Diensten bestaande adviesgroep, bedoeld in het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten [2] van oordeel dat het bovengenoemde voorstel zich inderdaad beperkt tot een loutere codificatie zonder inhoudelijke wijzigingen van de besluiten waarop het betrekking heeft.

[2] PB C 102 van 4.4.1996, blz. 2.

2. Gelet op de resultaten van de werkzaamheden die reeds binnen de Raad over het in punt 1 genoemde voorstel hebben plaatsgevonden, heeft de Commissie besloten overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag voor de betrokken richtlijn een gewijzigd codificatievoorstel in te dienen.

In dit gewijzigde voorstel is tevens rekening gehouden met de louter redactionele of formele aanpassingen die door de adviesgroep van de Juridische Diensten zijn voorgesteld en die gegrond worden geacht [3].

[3] Zie het advies van de adviesgroep van 11.5.1999 dat op 21.6.1999 bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is ingediend.

3 In dit gewijzigde voorstel zijn ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel de volgende wijzigingen aangebracht:

3.1. In de titel van de richtlijn (die "RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD" wordt) worden de woorden "of mutagene" ingevoegd na "carcinogene" en wordt "van de Raad" toegevoegd na "Richtlijn89/391/EEG".

3.2. De instelling wordt "HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE".

3.3. In de eerste aanhaling wordt "artikel 118A" vervangen door "artikel 137, lid2".

3.4. "Gezien het advies van het Comité van de Regio's2," wordt ingevoegd als nieuwe, vierde aanhaling, met als voetnoot "PB C [...] van [...], blz. [...].".

3.5. Het einde van de voormalige vierde aanhaling wordt "procedure van artikel251 van het Verdrag3", met als voetnoot "PB C [...] van [...], blz.[...].".

3.6. De voormalige voetnoot 3 wordt voetnoot 4; de tekst van de voetnoot wordt aangevuld met "Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/38/EG (PBL138 van 1.6.1999, blz. 66).".

3.7. In overweging (1) worden de woorden "herhaaldelijk en" ingevoegd voor de woorden "ingrijpend gewijzigd5", met als voetnoot "Zie bijlage IV, deel A."; de woorden "bij Richtlijn 97/42/EG" en voetnoot 4 worden geschrapt. In de volgende zin wordt "derhalve" geschrapt.

3.8. In de oude overwegingen (2), (4) en (7) worden de woorden "of mutagene" ingevoegd na "carcinogene".

3.9. Betreft niet de Nederlandse versie.

3.10. De volgende nieuwe overwegingen "(5) Kiemcelmutagene agentia zijn stoffen die een blijvende verandering in de hoeveelheid of de structuur van het genetisch materiaal van een cel kunnen veroorzaken, leidend tot een verandering van de fenotypische kenmerken van die cel, die op afstammende dochtercellen kan worden overgedragen." en "(6) Kiemcelmutagene agentia hebben gezien hun werkingsmechanisme waarschijnlijk carcinogene effecten." worden ingevoegd.

3.11. Overweging (5) wordt overweging (7) en de daarmee samenhangende voetnoot komt als volgt te luiden: "PB L 196 van 16.8.1967, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/33/EG van het Europees Parlement en van de Raad (PB L 199 van 30.7.1999, blz. 57).".

3.12. Overweging (6) wordt overweging (8) en de woorden "Richtlijn 88/379/EEG van de Raad van 7 juni 1988" worden vervangen door de woorden "Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999". De met deze overweging samenhangende voetnoot wordt vervangen door de volgende tekst: "PB L 200 van 30.7.1999, blz. 1.".

3.13. De oude overwegingen (7), (8) en (9) worden respectievelijk overwegingen (9), (10) en (11), en de woorden "of mutagene" worden ingevoegd in de overwegingen (9) en (11).

3.14. De oude overweging (10) wordt overweging (12) en wordt vervangen door volgende tekst: "(12) Om bij te dragen tot het verlagen van deze risico's, dienen grenswaarden en andere daarmee rechtstreeks verband houdende bepalingen te worden vastgesteld voor al die carcinogene of mutagene agentia waarvoor de beschikbare informatie, wetenschappelijke en technische gegevens daarbij inbegrepen, zulks mogelijk maken."

3.15. De oude overweging (11) wordt overweging (13).

3.16. De nieuwe overwegingen "(14) Het is zaak het voorzorgsbeginsel toe te passen op de bescherming van de gezondheid van werknemers" en "(15) Voor de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van aan carcinogene of mutagene agentia blootgestelde werknemers dienen preventieve maatregelen te worden genomen." worden ingevoegd.

3.17. De oude overweging (12) wordt overweging (16).

3.18. De oude overweging (13) wordt overweging (17) en wordt vervangen door de volgende tekst: "(17) Overeenkomstig Besluit 74/325/EEG van de Raad9 heeft de Commissie het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats geraadpleegd voor de uitwerking van de voorstellen voor de in de onderhavige richtlijn gecodificeerde richtlijnen.

3.19. De oude overweging (14) wordt overweging (18).

3.20. De formulering "HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD" wordt vervangen door "HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD".

3.21. Betreft niet de Nederlandse versie.

3.22. In artikel 1, lid 1, artikel 3, lid 1, lid 2, eerste en tweede alinea, en lid 4, artikel5, lid 5, onder c), d), e) en j), artikel 6, onder a) en b), artikel 10, lid 1, aanhef en onder a), artikel 11, lid 2, artikel 14, lid 3, artikel 16, lid 1, artikel 17, lid 2, en bijlage II, punt 1, wordt "carcinogene agentia" vervangen door "carcinogene of mutagene agentia".

3.23. Artikel 1, lid 4 wordt vervangen door de volgende tekst: "4. Wat asbest betreft, dat in Richtlijn 83/477/EEG van de Raad11 wordt behandeld, gelden de bepalingen van deze richtlijn wanneer zij voor de veiligheid en gezondheid op het werk gunstiger zijn." met als voetnoot "PB L 263 van 24.9.1983, blz. 25. .".

3.24. In artikel 2, onder a), ii), tweede streepje, worden de woorden "bijlage I bij Richtlijn 88/379/EEG" vervangen door de woorden "bijlage II, deel B, bij Richtlijn 1999/45/EG".

3.25. In artikel 2 wordt het volgende punt b) toegevoegd:

"b) "mutageen agens":

i) een stof die op grond van de criteria van bijlage VI bij Richtlijn67/548/EEG dient te worden ingedeeld als mutageen agens van catergorie 1 of 2;

ii) een uit een of meer van de onder i) bedoelde stoffen samengesteld preparaat, waarbij de concentratie van één of meer van de afzonderlijke stoffen voldoet aan de concentratiegrensvereisten voor de indeling van een preparaat als mutageen agens van categorie 1 of 2 zoals vermeld in

- hetzij bijlage I bij Richtlijn 67/548/EEG,

- hetzC bClage II, deel B, bij RichtlCn 1999/45/EG voorzover de stof of stoffen niet voorkomt of voorkomen in bClage I bij RichtlCn 67/548/EEG, ofwel erin voorkomt of voorkomen zonder vermelding van concentratiegrenzen;"

Het oude punt b) wordt punt c).

3.26. In artikel 2, onder c), artikel 4, lid 1, artikel 5, lid 2 en lid 5, aanhef en onder a), en artikel 14, lid 8, wordt "carcinogeen agens" vervangen door "carcinogeen of mutageen agens".

3.27. In artikel 16, lid 1 en in artikel 17, lid 1, worden de woorden "118A van het Verdrag" vervangen door de woorden "137, lid 2, van het Verdrag".

3.28. In artikel 20, eerste alinea, wordt het woord "richtlijn" vervangen door het woord "richtlijnen".

3.29. De eindformule wordt aangevuld.

3.30. In bijlage I wordt het volgende punt 5 toegevoegd: "5. Werkzaamheden waarbij men wordt blootgesteld aan stof van hardhout1" met de daarmee samenhangende voetnoot "Een lijst van enkele soorten hardhout staat in deel62 van de Monographs on the Evaluation of Carcinogenic Risks to Humans ("Wood Dust and Formaldehyde") (Monografieën over de evaluatie van carcinogene risico's voor de mens ("Houtstof en formaldehyde"), gepubliceerd door het Internationaal Instituut voor kankeronderzoek (Lyon,1995).".

3.31. In bijlage III, wordt "(artikel 16, lid 1)" onder de titel vervangen door "(artikel16)", zoals in bijlage III bij Richtlijn 90/394/EEG.

3.32. In bijlage III wordt deel A gewijzigd door het nieuwe wijzingingsbesluit dat twee agentia invoegt (Vinylchloridemonomeer en Stof van hardhout). De tabel werd overeenkomstig gewijzigd.

3.33. In bijlage IV, deel A, worden de woorden "en haar wijziging" vervangen door de woorden "en de achtereeneenvolgende wijzigingen daarvan" en worden de woorden "Richtlijn 1999/38/EG van de Raad (PB L 138 van 1.6.1999, blz. 66)" toegevoegd; in bijlage IV, deel B, worden volgende woorden ingevoegd: "1999/38/EG" (linkerkolom) en "29 april 2003" (rechterkolom).

3.34. De concordantietabel (bijlage V) werd aangepast overeenkomstig de hierboven vermelde punten.

3.35. In de Nederlandse versie werd de vertaling van artikel 2, onder a) en b), op verschillende punten aangepast om beide bepalingen onderling in overeenstemming te brengen.

4. Teneinde de lezing en het onderzoek daarvan te vergemakkelijken, is ook de volledige tekst van het aldus gewijzigde codificatievoorstel bijgevoegd.

90/394/EEG

Gewijzigd voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van [...]

90/394/EEG (aangepast)

betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad)

(Voor de EER relevante tekst)

90/394/EEG

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel137, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [4],

[4] PB C [...] van [...], blz. [...].

Gezien het advies van het Comité van de Regio's [5],

[5] PB C [...] van [...], blz. [...].

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [6],

[6] PB C [...] van [...], blz. [...].

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 90/394/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) [7] is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd [8]. Ter wille van de duidelijkheid en rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan.

[7] PB L 196 van 26. 7. 1990, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/38/EG (PB L 138 van 1. 6. 1999, blz. 66).

[8] Zie bijlage IV, deel A.

90/394/EEG overweging 5

197/42/EG overweging 10 (aangepast) + 1999/38/EG overweging 14 (aangepast)

(2) Naleving van de minimumvoorschriften die een hogere graad van bescherming en gezondheid kunnen garanderen wat betreft de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk, is dwingend vereist om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te waarborgen 1en beoogt tevens een niveau van minimale bescherming van alle werknemers in de Gemeenschap mogelijk te maken .

90/394/EEG overweging 6

(3) De onderhavige richtlCn is een bCzondere richtlCn in de zin van artikel 16, lid 1, van RichtlCn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk [9]. De bepalingen van laatstgenoemde richtlCn zCn derhalve ten volle van toepassing met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan carcinogene agentia, onverminderd meer dwingende en/of specifieke bepalingen die in de onderhavige richtlCn zCn opgenomen.

[9] PB L 183 van 29. 6. 1989, blz. 1.

97/42/EG overweging 11 (aangepast)

(4) Een consistent niveau van bescherming tegen de risico's in verband met carcinogene of mutagene agentia wordt voor de Gemeenschap als geheel verwezenlijkt en dat beschermingsniveau wordt niet door uitgebreide voorschriften maar door een kader van algemene principes bereikt teneinde de lidstaten in staat te stellen de minimumvoorschriften op consistente wijze toe te passen.

1999/38/EG overweging 3

(5) Kiemcelmutagene agentia zijn stoffen die een blijvende verandering in de hoeveelheid of de structuur van het genetisch materiaal van een cel kunnen veroorzaken, leidend tot een verandering van de fenotypische kenmerken van die cel, die op afstammende dochtercellen kan worden overgedragen.

1999/38/EG overweging 4

(6) Kiemcelmutagene agentia hebben gezien hun werkingsmechanisme waarschijnlijk carcinogene effecten.

90/394/EEG overweging 7 (aangepast)

(7) In bijlage VI bij RichtlCn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelCke en bestuursrechtelCke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlCke stoffen [10], zijn criteria voor de indeling en de nadere bepalingen voor het kenmerken van de onderscheiden stoffen opgenomen.

[10] PB L 196 van 16. 8. 1967, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/33/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 199 van 30. 7. 1999, blz. 57).

90/394/EEG overweging 8 (aangepast)

(8) In RichtlCn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelCke en bestuursrechtelCke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlCke preparaten [11], zijn bCzonderheden betreffende de indeling en het kenmerken van deze preparaten opgenomen.

[11] PB L 200 van 30. 7. 1999, blz. 1.

97/42/EG overweging 4 (aangepast)

(9) Werknemers dienen in alle arbeidssituaties te worden beschermd met betrekking tot preparaten die één of meer carcinogene of mutagene agentia bevatten alsmede met betrekking tot op het werk vrijkomende carcinogene of mutagene verbindingen.

97/42/EG overweging 5

(10) Voor sommige agentia dienen alle absorptiemogelijkheden, waaronder huidpenetratie, te worden nagegaan, teneinde een optimaal beschermingsniveau te waarborgen.

90/394/EEG overweging 10 (aangepast)

(11) Het is bC de huidige stand van de wetenschappelCke kennis weliswaar niet mogelCk een niveau vast te stellen waaronder er geen gezondheidsrisico's meer bestaan, maar een beperking van de blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia zal deze risico's desalniettemin verminderen.

90/394/EEG overweging 11 (aangepast)

(12) Om bC te dragen tot het verlagen van deze risico's, dienen grenswaarden en andere daarmee rechtstreeks verband houdende bepalingen te worden vastgesteld voor al die carcinogene of mutagene agentia waarvoor de beschikbare informatie, wetenschappelCke en technische gegevens daarbC inbegrepen, zulks mogelCk maken.

97/42/EG overweging 8

(13) Grenswaarden voor beroepsblootstelling dienen te worden beschouwd als een belangrijk bestanddeel van de algemene maatregelen ter bescherming van werknemers. Dergelijke grenswaarden dienen te worden herzien wanneer dit op grond van wetenschappelijke gegevens van recentere datum noodzakelijk wordt.

1999/38/EG overweging 9 (aangepast)

(14) Het is zaak het voorzorgsbeginsel toe te passen op de bescherming van de gezondheid van werknemers.

90/394/EEG overweging 12 (aangepast)

(15) Voor de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van aan carcinogene of mutagene agentia blootgestelde werknemers dienen preventieve maatregelen te worden genomen.

90/394/EEG overweging 14

(16) Deze richtlCn vormt een concreet element in het kader van de verwezenlCking van de sociale dimensie van de interne markt.

90/394/EEG overweging 15 (aangepast) + 97/42/EG overweging 13 (aangepast) + 1999/38/EG overweging 17 (aangepast) + 90/394/EEG 2e aanhaling (aangepast) + 97/42/EG 3e aanhaling (aangepast) + 1999/38/EG 3e aanhaling (aangepast)

(17) Overeenkomstig Besluit 74/325/EEG van de Raad [12] heeft de Commissie het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats geraadpleegd voor de uitwerking van de voorstellen voor de in de onderhavige richtlijn gecodificeerde richtlijnen.

[12] PB L 185 van 9. 7. 1974, blz. 15. Besluit laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden.

(18) Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage IV, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

90/394/EEG

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

90/394/EEG

Artikel 1

Doel

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 3

1. Deze richtlCn heeft ten doel de werknemers te beschermen tegen gevaren voor hun veiligheid en gezondheid die zich tCdens hun werk door blootstelling aan 1carcinogene of mutagene agentiavoordoen of kunnen voordoen, en tevens dergelCke gevaren te voorkomen.

90/394/EEG

In deze richtlCn worden de bCzondere minimumvoorschriften terzake vastgesteld, grenswaarden daarbC inbegrepen.

2. Deze richtlCn is niet van toepassing op werknemers die uitsluitend blootstaan aan stralingen waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is.

3. RichtlCn 89/391/EEG geldt ten volle voor het gehele in lid 1 bedoelde terrein, onverminderd meer dwingende en/of specifieke bepalingen die in de onderhavige richtlCn zCn opgenomen.

1999/38/EG art. 1, punt 1

4. Wat asbest betreft, dat in RichtlCn 83/477/EEG van de Raad [13] wordt behandeld, gelden de bepalingen van deze richtlCn wanneer zC voor de veiligheid en gezondheid op het werk gunstiger zCn.

[13] PB L 263 van 24. 9. 1983, blz. 25.

97/42/EG art. 1, punt 2

Artikel 2

Definities

In deze richtlCn wordt verstaan onder:

a) "carcinogeen agens":

i) een stof die op grond van de criteria van bClage VI bij RichtlCn 67/548/EEG dient te worden ingedeeld als carcinogeen agens van categorie 1 of 2;

ii) een uit één of meer van de onder i) bedoelde stoffen samengesteld preparaat, waarbC de concentratie van één of meer van de afzonderlCke stoffen voldoet aan de concentratiegrensvereisten voor de indeling van een preparaat als carcinogeen agens van categorie 1 of 2 zoals vermeld in:

- hetzC bClage I bij RichtlCn 67/548/EEG,

97/42/EG art. 1, punt 2 (aangepast)

- hetzC bClage II, deel B, bij RichtlCn 1999/45/EG voorzover de stof of stoffen niet voorkomt of voorkomen in bClage I bij RichtlCn67/548/EEG, ofwel erin voorkomt of voorkomen zonder vermelding van concentratiegrenzen;

iii) een stof, preparaat of procédé, zoals bedoeld in bClage I bij de onderhavige richtlijn, alsmede een stof of preparaat die of dat vrCkomt bC een in die bClage bedoeld procédé;

1999/38/EG art. 1, punt 2

b) "mutageen agens":

i) een stof die op grond van de criteria van bClage VI bij RichtlCn 67/548/EEG dient te worden ingedeeld als mutageen agens van categorie 1 of 2;

ii) een uit één of meer van de onder i) bedoelde stoffen samengesteld preparaat, waarbC de concentratie van één of meer van de afzonderlCke stoffen voldoet aan de concentratiegrensvereisten voor de indeling van een preparaat als mutageen agens van categorie 1 of 2 zoals vermeld in

- hetzC bClage I bij RichtlCn 67/548/EEG,

1999/38/EG art. 1, punt 2 (aangepast)

- hetzC bClage II, deel B, bij RichtlCn 1999/45/EG voorzover de stof of stoffen niet voorkomt of voorkomen in bClage I bij RichtlCn67/548/EEG, ofwel erin voorkomt of voorkomen zonder vermelding van concentratiegrenzen;

97/42/EG art. 1, punt 2

11999/38/EG art. 1, punt 4

c) "grenswaarde": tenzC anders omschreven, de limiet van het tCdgewogen gemiddelde van de concentratie voor een 1"carcinogeen of mutageen agens" in de lucht in de ademhalingszone van een werknemer gedurende een gespecificeerde referentieperiode als bepaald in bClage III bij de onderhavige richtlijn.

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 3

Artikel 3

Werkingssfeer -- Vaststelling en beoordeling van de risico's

1. Deze richtlCn is van toepassing op werkzaamheden waarbC werknemers ten gevolge van hun werk aan 1carcinogene of mutagene agentia worden of kunnen worden blootgesteld.

2. Voor alle werkzaamheden waarbC zich het risico van blootstelling aan 1carcinogene of mutagene agentiakan voordoen, moeten de aard, de mate en de duur van blootstelling van de werknemers worden bepaald teneinde alle risico's voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers te kunnen beoordelen en te kunnen vaststellen welke maatregelen moeten worden genomen.

Deze beoordeling moet op gezette tCden worden herhaald en in ieder geval telkens wanneer er een wCziging plaatsvindt van de omstandigheden die van invloed kunnen zCn op de blootstelling van werknemers aan1carcinogene of mutagene agentia.

De werkgever dient de verantwoordelCke instanties op hun verzoek mede te delen welke elementen bC deze beoordeling hebben meegespeeld.

97/42/EG art. 1, punt 3 (aangepast)

3. BC de beoordeling van het risico moet rekening worden gehouden met alle andere manieren van blootstelling, zoals absorptie in en/of via de huid.

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 3

4. BC de beoordeling van het risico besteedt de werkgever bCzondere aandacht aan de eventuele gevolgen voor de veiligheid of de gezondheid van bCzonder kwetsbare risicogroepen en houdt hC onder andere rekening met de wenselCkheid de betrokken werknemers niet te werk te stellen op plaatsen waar zC in contact kunnen komen met 1carcinogene of mutagene agentia.

90/394/EEG

HOOFDSTUK II

VERPLICHTINGEN VAN DE WERKGEVERS

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 4

Artikel 4

Vermindering en vervanging

1. De werkgever vermindert het gebruik van een 1carcinogeen of mutageen agens op het werk, met name door het agens, voorzover dat technisch uitvoerbaar is, te vervangen door een stof, een preparaat of een procédé die (dat) in de omstandigheden waaronder zC (het) wordt gebruikt, niet of minder gevaarlCk is voor de gezondheid of in voorkomend geval voor de veiligheid van de werknemers.

2. Op verzoek van de verantwoordelCke instantie deelt de werkgever het resultaat van zCn onderzoek aan die instantie mede.

90/394/EEG

Artikel 5

Maatregelen ter voorkoming of vermindering van blootstelling

1. Indien uit de resultaten van de in artikel 3, lid 2, bedoelde beoordeling blCkt dat er een risico voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers bestaat, moet de blootstelling van de werknemers worden voorkomen.

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 4

2. Indien het technisch niet mogelCk is het 1carcinogeen of mutageen agens te vervangen door een stof, een preparaat of een procédé die (dat), in de omstandigheden waaronder zC (het) wordt gebruikt, niet of minder gevaarlCk is voor de veiligheid of de gezondheid, zorgt de werkgever ervoor dat de productie en het gebruik van het 1carcinogeen of mutageen agens plaatsvinden in een gesloten systeem, voorzover dat technisch uitvoerbaar is.

3. Indien de toepassing van een gesloten systeem niet technisch uitvoerbaar is, zorgt de werkgever ervoor dat blootstelling van de werknemers wordt beperkt tot een zo laag mogelCk niveau als technisch uitvoerbaar is.

97/42/EG art. 1, punt 4

4. De blootstelling mag de grenswaarde van een carcinogeen agens, zoals bepaald in bClage III, niet overschrCden.

90/394/EEG

197/42/EG art. 1, punt 4

21999/38/EG art. 1, punt 4

31999/38/EG art. 1, punt 3

15. In alle gevallen waarin een 2carcinogeen of mutageen agens wordt gebruikt, past de werkgever alle onderstaande maatregelen toe:

a) beperking van de hoeveelheden van een 2carcinogeen of mutageen agens op het werk;

b) beperking van het aantal werknemers dat wordt of kan worden blootgesteld tot het laagste mogelCke niveau;

c) een zodanige opzet van de arbeidsprocédés en de technische maatregelen, dat het vrCkomen van 3carcinogene of mutagene agentia op het werk wordt vermeden of tot een minimum beperkt;

d) passende verwCdering van de 3carcinogene of mutagene agentia aan de bron, passende plaatselCke afzuiging of passende algemene ventilatie die stroken met de noodzaak van bescherming van de volksgezondheid en het milieu;

e) gebruik van bestaande geschikte meetmethoden voor 3carcinogene of mutagene agentia, in het bCzonder voor de vroegtCdige opsporing van abnormale blootstellingen ten gevolge van een onvoorzien voorval of een ongeval;

f) toepassing van geschikte arbeidsprocédés en -methoden;

g) collectieve beschermingsmaatregelen en/of, wanneer de blootstelling niet met andere middelen kan worden vermeden, individuele beschermingsmaatregelen;

h) hygiënische maatregelen, met name het regelmatig reinigen van vloeren, muren en andere oppervlakken;

i) voorlichting van de werknemers;

j) afbakening van gevarenzones en gebruik van adequate waarschuwings- en veiligheidssignalen, met inbegrip van rookverboden, in zones waar de werknemers aan 3carcinogene of mutagene agentia zCn of kunnen worden blootgesteld;

k) treffen van voorzieningen voor noodgevallen die tot abnormaal hoge blootstellingen kunnen leiden;

l) middelen voor risicovrC opslaan, hanteren en vervoeren, met name door gebruik van hermetisch gesloten en duidelCk zichtbaar gekenmerkte recipiënten;

m) middelen voor het veilig verzamelen, opslaan en verwCderen van afvalstoffen door de werknemers, met inbegrip van het gebruik van hermetisch gesloten duidelCk zichtbaar gekenmerkte recipiënten.

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 3

Artikel 6

Informatie ten behoeve van de bevoegde instantie

Indien uit de resultaten van de in artikel 3, lid 2, bedoelde beoordeling blCkt dat er een risico voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers bestaat, verstrekken de werkgevers desgevraagd de volgende relevante gegevens aan de bevoegde instantie:

a) de verrichte werkzaamheden en/of toegepaste industriële procédés, met opgave van de redenen waarom er 1carcinogene of mutagene agentia worden gebruikt;

b) de gefabriceerde of gebruikte hoeveelheden stoffen of preparaten die 1carcinogene of mutagene agentia bevatten;

c) het aantal blootgestelde werknemers;

d) de getroffen preventieve maatregelen;

e) het te gebruiken soort beschermende uitrusting;

f) de aard en de mate van de blootstelling;

g) de gevallen waarin agentia worden vervangen.

90/394/EEG

Artikel 7

Onvoorziene blootstelling

1. BC onvoorziene voorvallen of ongevallen die tot abnormale blootstelling van de werknemers kunnen leiden, worden de werknemers door de werkgever ingelicht.

2. Zolang de normale toestand niet is hersteld en de oorzaken van de abnormale blootstelling niet zCn uitgeschakeld:

a) mogen alleen de werknemers die onmisbaar zCn voor het uitvoeren van reparaties en andere noodzakelCke werkzaamheden in de betrokken zone werken;

b) worden beschermende kleding en individuele ademhalingsapparatuur ter beschikking gesteld van de betrokken werknemers, die deze moeten dragen; deze blootstelling mag niet blCvend zCn en wordt voor iedere werknemer tot het strikt noodzakelCke beperkt;

c) niet-beschermde werknemers mogen niet in de betrokken zone werken.

Artikel 8

Voorziene blootstelling

1. Voor bepaalde werkzaamheden, zoals onderhoud, waarvoor de mogelCkheid van een aanzienlCke toename van de blootstelling kan worden voorzien en waarvoor alle mogelCkheden om andere preventieve technische maatregelen ter beperking van de blootstelling te treffen, reeds zCn uitgeput, stelt de werkgever na raadpleging van de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of de inrichting, onverminderd de verantwoordelCkheid van de werkgever, de nodige maatregelen vast om de duur van de blootstelling van de werknemers zoveel mogelCk te beperken en om hen tCdens deze werkzaamheden te beschermen.

Met het oog op de toepassing van de eerste alinea worden beschermende kleding en individuele ademhalingsapparatuur ter beschikking gesteld van de betrokken werknemers, die deze moeten dragen zolang de abnormale blootstelling aanhoudt; deze blootstelling mag niet blCvend zCn en wordt voor iedere werknemer tot het strikt noodzakelCke beperkt.

2. Er worden passende maatregelen getroffen om te bewerkstelligen dat de zones waar de in lid 1, eerste alinea, bedoelde werkzaamheden worden uitgevoerd, duidelCk worden afgebakend en worden aangegeven, dan wel om met andere middelen te voorkomen dat niet-bevoegde personen deze plaatsen betreden.

Artikel 9

Toegang tot de gevaarlCke zones

Er worden door de werkgevers passende maatregelen getroffen om te bewerkstelligen dat de zones waar de werkzaamheden die blCkens de in artikel 3, lid 2, bedoelde beoordeling een risico voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers opleveren, worden uitgevoerd, alleen toegankelCk zCn voor werknemers die deze plaatsen wegens hun werk of functie moeten betreden.

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 3

Artikel 10

Maatregelen op het gebied van de hygiëne en individuele beschermingsmaatregelen

1. Voor alle werkzaamheden waarbC een kans op besmetting door 1carcinogene of mutagene agentia bestaat, zCn de werkgevers gehouden passende maatregelen te treffen om te bewerkstelligen dat:

a) de werknemers niet eten, drinken en roken in werkzones waar gevaar voor besmetting door 1carcinogene of mutagene agentia bestaat;

90/394/EEG

b) passende beschermende kleding of andere geschikte bCzondere kleding ter beschikking van de werknemers wordt gesteld;

c) afzonderlCke bergruimten voor werk- of beschermende kleding en voor normale kleding beschikbaar worden gesteld;

d) er passende en adequate was- en toiletfaciliteiten ter beschikking van de werknemers worden gesteld;

e) de beschermende uitrusting op correcte wCze op een daartoe aangewezen plaats wordt bewaard en zo mogelCk vóór, maar in ieder geval na ieder gebruik gecontroleerd en gereinigd;

f) defecte beschermende uitrusting wordt hersteld of vervangen voordat deze weer wordt gebruikt.

2. De kosten van de in lid 1 bedoelde maatregelen mogen niet op de werknemers worden verhaald.

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 3

Artikel 11

Voorlichting en opleiding van de werknemers

1. De werkgever neemt passende maatregelen opdat de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of de inrichting een voldoende en tevens adequate opleiding op basis van alle beschikbare gegevens krCgen, met name in de vorm van voorlichting en instructies. Deze opleiding moet betrekking hebben op:

a) de mogelCke gevaren voor de gezondheid, inclusief de bCkomende gevaren ten gevolge van roken,

b) de voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen,

c) de voorschriften betreffende hygiëne,

d) het dragen en het gebruiken van beschermende uitrusting en kleding,

e) de door de werknemers, meer bepaald het reddingspersoneel, te nemen maatregelen in geval van en ter voorkoming van ongevallen.

Deze opleiding moet:

- worden aangepast aan de ontwikkeling van de risico's en aan het ontstaan van nieuwe risico's, en

- indien nodig, op gezette tCden worden herhaald.

2. De werkgevers zCn gehouden de werknemers ervan op de hoogte te brengen welke installaties en bCbehorende recipiënten 1carcinogene of mutagene agentia bevatten en er voor te zorgen dat alle recipiënten, verpakkingen en installaties die 1carcinogene of mutagene agentia bevatten, duidelCk leesbaar worden gekenmerkt en dat er duidelCk zichtbare gevarensignalen worden aangebracht.

90/394/EEG

Artikel 12

Voorlichting van de werknemers

Er worden passende maatregelen getroffen om te bewerkstelligen dat:

a) de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of inrichting zich ervan kunnen vergewissen dat de voorschriften van deze richtlCn worden toegepast, of bC de toepassing ervan kunnen worden betrokken, met name voor wat betreft:

i) de gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers van het kiezen, het dragen en het gebruik van beschermende kleding en uitrusting, onverminderd de verantwoordelCkheid van de werkgever om de doeltreffendheid van de beschermende kleding en uitrusting te bepalen;

ii) de door de werkgever vastgestelde maatregelen bedoeld in artikel 8, lid 1, eerste alinea, onverminderd de verantwoordelCkheid van de werkgever om deze maatregelen vast te stellen;

b) de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of inrichting zo spoedig mogelCk in kennis worden gesteld van abnormale blootstellingen, met inbegrip van de in artikel 8 bedoelde blootstellingen, van de oorzaken daarvan, alsmede van de reeds getroffen of nog te treffen maatregelen om die situatie te verhelpen;

c) de werkgever een bCgewerkte lCst bChoudt van de werknemers die belast zCn met de uitvoering van de werkzaamheden die blCkens de resultaten van de in artikel 3, lid 2, bedoelde beoordeling een risico opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers, met vermelding van de blootstelling die zC ondergaan hebben indien hierover gegevens beschikbaar zCn;

d) de arts en/of de bevoegde instantie, alsmede iedere andere persoon die verantwoordelCkheid draagt voor de veiligheid of de gezondheid op het werk, inzage krCgen in de onder c) bedoelde lCst;

e) iedere werknemer inzage krCgt in de in de lCst vervatte gegevens die hem persoonlCk betreffen;

f) de werknemers en/of hun vertegenwoordigers in de onderneming of inrichting inzage krCgen in de anonieme collectieve gegevens.

90/394/EEG (aangepast)

Artikel 13

Raadpleging en medezeggenschap van de werknemers

Overeenkomstig artikel 11 van RichtlCn 89/391/EEG worden de werknemers en/of hun vertegenwoordigers geraadpleegd en hebben zC medezeggenschap omtrent de materies die onder de onderhavige richtlCn vallen.

90/394/EEG

HOOFDSTUK III

DIVERSE BEPALINGEN

90/394/EEG, art. 14

11999/38/EG art. 1, punt 3

Rectificatie, PB L 37 van 12. 2.2000, blz. 36

Artikel 14

Medische controle

1. De lidstaten treffen overeenkomstig de nationale wetgeving en/of praktCk maatregelen met het oog op een passende controle van de gezondheid van werknemers wier veiligheid of gezondheid blCkens de resultaten van de in artikel 3, lid 2, bedoelde beoordeling wordt bedreigd.

2. De in lid 1 bedoelde maatregelen moeten van dien aard zCn dat elke werknemer in voorkomend geval aan een passende medische controle kan worden onderworpen

- alvorens te worden blootgesteld en

- daarna met regelmatige tussenpozen.

Deze maatregelen moeten van dien aard zCn dat rechtstreeks individuele medische maatregelen en maatregelen op het gebied van de arbeidsgeneeskunde ten uitvoer kunnen worden gelegd.

3. Indien een werknemer een afwCking vertoont die het gevolg van blootstelling aan 1carcinogene of mutagene agentia zou kunnen zCn, kan de arts of de voor de medische controle op de werknemers verantwoordelCke instantie verlangen dat andere werknemers die op soortgelCke wCze zCn blootgesteld een medische controle ondergaan.

In dit geval wordt het blootstellingsgevaar overeenkomstig artikel 3, lid 2, opnieuw geëvalueerd.

4. BC een medische controle wordt een persoonlCk medisch dossier bCgehouden en stelt de arts of de voor de medische controle verantwoordelCke instantie de met betrekking tot iedere werknemer individueel te nemen beschermende of preventieve maatregelen voor.

5. Aan de werknemers moeten informatie en advies worden verschaft over elke medische controle waaraan zC na beëindiging van de blootstelling kunnen worden onderworpen.

6. Overeenkomstig de nationale wetgeving en/of praktCk:

- hebben de werknemers toegang tot de hen betreffende resultaten van de medische controle en

- kan de betrokken werknemer of de werkgever om herziening van de resultaten van de medische controle verzoeken.

7. Praktische aanbevelingen voor de medische controle van de werknemers zCn in bClage II opgenomen.

8. Alle gevallen van kanker die overeenkomstig de nationale wetgeving en/of praktCk zCn herkend als een gevolg van blootstelling aan een 12carcinogeen of mutageen agens op het werk, moeten aan de verantwoordelCke instantie worden gemeld.

90/394/EEG

Artikel 15

Bewaring van dossiers

De in artikel 12, onder c), bedoelde lCst en het in artikel 14, lid 4, bedoelde medische dossier moeten ten minste veertig jaar na de beëindiging van de blootstelling en overeenkomstig de nationale wetgeving en/of praktCk worden bewaard.

Ingeval de onderneming haar werkzaamheden staakt, moeten deze documenten, overeenkomstig de nationale wetgevingen en/of praktCken, aan de verantwoordelCke instantie worden overgedragen.

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 3

Artikel 16

Grenswaarden

1. De Raad stelt volgens de procedure van artikel 137, lid 2, van het Verdrag in richtlCnen grenswaarden vast op de grondslag van de beschikbare informatie, wetenschappelCke en technische informatie daarbC inbegrepen, ten aanzien van alle 1carcinogene of mutagene agentia waarvan dit mogelCk is, en, zo nodig, andere daarmee rechtstreeks verband houdende bepalingen.

2. De grenswaarden en andere daarmee rechtstreeks verband houdende bepalingen zCn opgenomen in bClage III.

90/394/EEG

11999/38/EG art. 1, punt 3

Artikel 17

BClagen

1. De bClagen I en III mogen enkel overeenkomstig de procedure van artikel 137, lid 2, van het Verdrag worden gewCzigd.

2. De zuiver technische aanpassingen van bClage II in verband met de technische vooruitgang, de ontwikkeling van internationale regelingen of specificaties en de kennis op het gebied van 1carcinogene of mutagene agentia, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 17 van RichtlCn 89/391/EEG.

90/394/EEG

Artikel 18

Bewerking van gegevens

De resultaten van de bewerking van de in artikel 14, lid 8, bedoelde gegevens door de verantwoordelCke nationale instanties worden ter beschikking van de Commissie gehouden.

90/394/EEG (aangepast)

Artikel 19

Mededeling aan de Commissie

De lidstaten delen de Commissie de tekst van alle bepalingen van intern recht mede die zC op het onder deze richtlCn vallende gebied vaststellen of reeds hebben vastgesteld.

Artikel 20

Intrekking

Richtlijn 90/394/EEG, zoals gewijzigd bij de in bijlage IV, deel A, genoemde richtlijnen, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage IV, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de in bijlage V opgenomen concordantietabel.

Artikel 21

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 22

Adressaten

Deze richtlCn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,[...]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

[...] [...]

90/394/EEG

BBLAGE I

LCst van stoffen, preparaten en procédés

(artikel 2, onder a), iii))

1. Vervaardiging van auramine.

97/42/EG art. 1, punt 5

2. Werkzaamheden die blootstelling aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen, aanwezig in roet, teer of pek van steenkool, met zich brengen.

90/394/EEG

3. Werkzaamheden waarbC men wordt blootgesteld aan stof, dampen of nevels die vrCkomen bC roosting en elektroraffinage van nikkelsteen.

4. Procédé met sterk zuur bC de fabricage van isopropylalcohol.

1999/38/EG art. 1, punt 5

5. Werkzaamheden waarbC men wordt blootgesteld aan stof van hardhout [14].

[14] Een lijst van enkele soorten hardhout staat in deel 62 van de Monographs on the Evaluation of Carcinogenic Risks to Humans ("Wood Dust and Formaldehyde") (Monografieën over de evaluatie van carcinogene risico's voor de mens ("Houtstof en formaldehyde")), gepubliceerd door het Internationaal Instituut voor kankeronderzoek (Lyon, 1995).

90/394/EEG (aangepast)

11999/38/EG art. 1, punt 3

2Rectificatie, PB L 37 van 12.2.2000, blz. 36

BBLAGE II

Praktische aanbevelingen voor de medische controle van de werknemers

(artikel 14, lid 7)

1. De arts en/of de instantie die voor de medische controle van de aan 12carcinogene of mutagene agentia blootgestelde werknemers verantwoordelCk is/zCn, dient/dienen goed op de hoogte te zCn van de voorwaarden en omstandigheden van de blootstelling van elke werknemer.

2. De medische controle van de werknemers dient te geschieden overeenkomstig de beginselen en de gebruiken van de arbeidsgeneeskunde; daarbC moeten ten minste de volgende maatregelen worden genomen:

- het aanleggen van een dossier met de medische voorgeschiedenis en het beroepsverleden van de werknemer;

- het voeren van een persoonlCk gesprek;

- indien gepast, biologische monitoring alsmede opsporing van de eerste en nog reversibele effecten.

Voor elke werknemer die aan medische controle is onderworpen, kan tot verder onderzoek worden besloten op grond van de jongste inzichten op het terrein van de arbeidsgeneeskunde.

BBLAGE III

Grenswaarden en andere daarmee rechtstreeks verband houdende bepalingen

(artikel 16)

1999/38/EG art. 1, punt 6 (aangepast)

A. GRENSWAARDEN VOOR BEROEPSMATIGE BLOOTSTELLING

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

90/394/EEG

B. ANDERE DAARMEE RECHTSTREEKS VERBAND HOUDENDE BEPALINGEN

p.m.

BIJLAGE IV

Deel A Ingetrokken richtlijn en achtereenvolgende wijzigingen daarvan (bedoeld in artikel 20)

Richtlijn 90/394/EEG van de Raad // (PB L 196 van 26.7.1990, blz. 1)

Richtlijn 97/42/EG van de Raad // (PB L 179 van 8.7.1997, blz. 4)

Richtlijn 1999/38/EG van de Raad // (PB L 138 van 1.6.1999, blz. 66)

Deel B Termijnen voor omzetting in nationaal recht (bedoeld in artikel 20)

Richtlijn // Omzettingstermijn

90/394/EEG // 31 december 1992

97/42/EG // 27 juni 2000

1999/38/EG // 29 april 2003

BIJLAGE V

CONCORDANTIETABEL

Richtlijn 90/394/EEG // De onderhavigerichtlijn

Artikel 1 // Artikel 1

Artikel 2, onder a) // Artikel 2, onder a)

Artikel 2, onder aa) // Artikel 2, onder b)

Artikel 2, onder b) // Artikel 2, onder c)

Artikelen 3 t/m 9 // Artikelen 3 t/m 9

Artikel 10, lid 1, onder a) // Artikel 10, lid 1, onder a)

Artikel 10, lid 1, onder b), eerste zinsnede // Artikel 10, lid 1, onder b)

Artikel 10, lid 1, onder b), tweede zinsnede // Artikel 10, lid 1, onder c)

Artikel 10, lid 1, onder c) // Artikel 10, lid 1, onder d)

Artikel 10, lid 1, onder d), eerste en tweede zinsnede // Artikel 10, lid 1, onder e)

Artikel 10, lid 1, onder d), derde zinsnede // Artikel 10, lid 1, onder f)

Artikel 10, lid 2 // Artikel 10, lid 2

Artikelen 11 t/m 18 // Artikelen 11 t/m 18

Artikel 19, lid 1, eerste alinea // --------

Artikel 19, lid 1, tweede alinea // --------

Artikel 19, lid 1, derde alinea // --------

Artikel 19, lid 2 // Artikel 19

-------- // Artikel 20

-------- // Artikel 21

Artikel 20 // Artikel 22

BIJLAGE I // BIJLAGE I

BIJLAGE II // BIJLAGE II

BIJLAGE III // BIJLAGE III

-------- // BIJLAGE IV

-------- // BIJLAGE V

Top