This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52003DC0850
Communication from the Commission to the Council concerning the opening of consultations with the Togolese Republic under Article 96 of the Cotonou Agreement
Mededeling van de Commissie aan de Raad met betrekking tot het openen van overleg met de Republiek Togo, in toepassing van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou
Mededeling van de Commissie aan de Raad met betrekking tot het openen van overleg met de Republiek Togo, in toepassing van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou
/* COM/2003/0850 def. */
Mededeling van de Commissie aan de Raad met betrekking tot het openen van overleg met de Republiek Togo, in toepassing van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou /* COM/2003/0850 def. */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD met betrekking tot het openen van overleg met de Republiek Togo, in toepassing van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou In artikel 9, lid 2, van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst die op 23 juni 2000 te Cotonou is ondertekend en waarvan de Republiek Togo medeondertekenaar is, zijn de belangrijkste elementen vastgelegd waarop het partnerschap berust. De eerbiediging van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat liggen ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid, en zijn essentiële elementen van deze overeenkomst. Na de besprekingen in het kader van artikel 366bis van de herziene Overeenkomst van Lomé IV, begonnen na de beëindiging van het tellen van de resultaten van de presidentiële verkiezing van 21 juni 1998, heeft de Europese Unie besloten de samenwerking die sedert oktober 1992 was geschorst, niet te hervatten, aangezien de autoriteiten geen maatregelen hadden getroffen om de problemen die bij deze verkiezing waren vastgesteld, te verhelpen. Het besluit voorziet desalniettemin dat de Europese Unie waar mogelijk zal voorkomen de burgerlijke maatschappij te straffen en zal streven naar het bevorderen van het respecteren van de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou. In juli 1999 heeft de Europese Unie, volgende op een boycot door de traditionele oppositie van de algemene verkiezingen, op de autoriteiten een beroep gedaan om met de oppositie een nieuwe dialoog aan te gaan en heeft zij zich ertoe verbonden deze binnenlandse Togolese dialoog te begeleiden. De in de Kaderovereenkomst van Lomé geformaliseerde dialoog heeft enig succes gekend in de vorm van een nieuwe kieswet, de instelling van een onafhankelijke nationale kiescommissie, de toezegging van de president zich voor de presidentsverkiezing in 2003 niet kandidaat te stellen alsmede de verbintenis om vervroegde algemene verkiezingen in 2000 te organiseren. De organisatie van democratische verkiezingen en de verbetering van de eerbiediging van de mensenrechten zijn vervolgens door de Europese Unie als politieke ijkpunten erkend waarmee de samenwerking met Togo kon worden hervat. De daadwerkelijke en volledige tenuitvoerlegging van de Kaderovereenkomst van Lomé, en in het bijzonder de organisatie van vervroegde algemene verkiezingen, is evenwel door de regering ter discussie gesteld doordat zij eenzijdig de kieswet en de samenstelling van de onafhankelijke nationale kiescommissie heeft gewijzigd. De traditionele oppositie heeft daarop de algemene verkiezingen van 30 oktober 2002 die waren georganiseerd volgens een door haar niet erkend systeem, geboycot. De demarches en verklaringen van de Europese Unie en interventies van de internationale gemeenschap die een beroep deden op de regering om de Kaderovereenkomst van Lomé te eerbiedingen, hebben niet tot resultaten hebben geleid, en waarop de Europese Unie heeft verklaard dat de wijze waarop de verkiezingen georganiseerd waren niet bevorderlijk waren voor een nationaal democratiseringsproces. Evenzo heeft de Europese Unie na de presidentsverkiezing van 1 juni 2003 haar ernstige bezorgdheid tot uiting gebracht met betrekking tot de incidenten voor, gedurende en na deze verkiezing. Het arresteren en vasthouden van militanten van de oppositie, alsmede de intimidatie van de particuliere pers zijn andere bronnen van zorg. Hieruit volgt dat de politieke ijkpunten die een hervatting van de samenwerking met Togo mogelijk moeten maken nog niet zijn bereikt en niet meer van toepassing zijn. Togo is dientengevolge niet in aanmerking gekomen voor een toekenning uit het 8e EOF, en evenmin voor de toewijzing van een bedrag uit het 9e EOF. Er zijn thans twee projecten voor samenwerking, te financieren met de resterende bedragen van het 6e en 7e EOF (steun aan de vierde volkstelling, en steun aan het gedecentraliseerd beheer van het milieu) die nog voor ondertekening voorliggen, in afwachting van vooruitgang op de voornaamste gebieden van zorg van de Europese Unie. De autoriteiten die zich bewust zijn van de impasse, zowel in de dialoog met de Europese Unie als in de dialoog met de traditionele oppositie, hebben de wens uitgesproken met de Europese Unie opnieuw de dialoog aan te gaan. Voorzitter Prodi werd inderdaad ter gelegenheid van hun onderhoud op 2 oktober 2003 door de Eerste Minister, de heer Koffi Sama, verzocht het aanvangen van overleg uit hoofde van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou welwillend in overweging te willen nemen. De Eerste Minister heeft verklaard dat de regering zal trachten de democratie te versterken en heeft zich bereid verklaard zich op het gebied van de democratie en de mensenrechten in te zetten en voor passende oplossingen te zorgen. Ter begeleiding van dit proces heeft hij de EU om krachtige steun gevraagd. De Commissie wenst deze opening aan te grijpen om de dialoog te hervatten, terwijl zij evenals de Togolese autoriteiten van oordeel is dat het meest geschikte rechtsinstrument overleg is overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou. Zij stelt de lidstaten derhalve voor met de Republiek Togo overleg te beginnen om te vernemen wat haar intenties zijn om tot een waarachtige dialoog met de verschillende oppositiepartijen en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties te komen teneinde een werkelijk democratiseringsproces in alle geledingen van de maatschappij in gang te zetten. Doelstelling van deze dialoog zou, uitgaande van de Kaderovereenkomst van Lomé, moeten zijn de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, waaronder ook de vrijheden voor de media, volledig te herstellen. Met genoemde besprekingen zou het ook mogelijk moeten worden nieuwe politieke ijkpunten te formuleren om Togo in dit proces bij te staan. Tenslotte zou uit het overleg moeten blijken of er aanleiding toe bestaat het besluit van niet-hervatting van de samenwerking van 14 december 1998 te handhaven dan wel nieuwe passende maatregelen te nemen uit hoofde van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou. De Commissie stelt de Raad daarom voor, overeenkomstig het hierbijgevoegde ontwerp-schrijven, de Republiek Togo tot overleg in toepassing van de artikelen 9 en 96 van de Overeenkomst van Cotonou uit te nodigen. Gedurende de periode van het overleg wordt het besluit van de Raad van 14 december 1998 om de samenwerking met Togo niet te hervatten, gehandhaafd, waarbij zoveel mogelijk moet worden vermeden, zoals in genoemd besluit is bepaald, dat de burgerlijke samenleving hieronder lijdt. BIJLAGE Brussel, De heer Koffi Sama Eerste Minister van de Republiek Togo Lomé Togo ONTWERP Mijnheer de Eerste Minister, Bij uw ontmoeting met de heer Prodi, Voorzitter van de Europese Commissie, op 2 oktober jongstleden heeft U de wens van de Togolese regering tot uiting gebracht om de dialoog met de Europese Unie in het kader van het overleg overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou te hervatten, teneinde het democratiseringsproces en de toestand van de mensenrechten in Togo te bespreken. De Europese Unie deelt uw analyse dat de dialoog tussen de Unie en Togo die sinds juli 1999 was begonnen, niet tot de verwachte resultaten heeft geleid en dat tezamen moet worden nagegaan op welke wijze deze politieke impasse kan worden doorbroken. De Europese Unie is van mening dat een geformaliseerde dialoog in het kader van artikel 96 een passende oplossing biedt. Wij hebben derhalve, in toepassing van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, de eer uw land namens de Gemeenschap en de lidstaten van de Europese Unie uit te nodigen tot overleg om, zoals in de overeenkomst voorzien, de situatie diepgaand te bestuderen en deze zo mogelijk te verbeteren. De Europese Unie wenst met name de voornemens van de Republiek Togo te kennen om een waarachtige dialoog te beginnen met de verschillende partijen van de oppositie en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties teneinde een werkelijk democratiseringsproces aan te vangen dat tot het algehele herstel van de democratie in alle geledingen van de maatschappij zal leiden. Tevens wenst de Europese Unie de situatie in uw land van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, waaronder ook de vrijheden van de media, te bespreken om te vernemen welke maatregelen de Togolese regering ter verbetering van de toestand heeft genomen. Wij stellen voor dat dit overleg zeer binnenkort plaatsvindt, op een gezamenlijk overeen te komen datum, in het gebouw van de Raad van de Unie in Brussel. Gelieve, Mijnheer de Eerste Minister, de verzekering van onze bijzondere hoogachting te aanvaarden. Voor de Raad Voor de Commissie Kopieën: de Voorzitter van het Comité van ACS-ambassadeurs de Secretaris-generaal van de Groep van ACS-staten