This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52003DC0105
Communication from the Commission - Report to the European Council on action to deal with the effects of the Prestige disaster
Mededeling van de Commissie - Verslag aan de Europese Raad over de maatregelen die moeten worden getroffen in verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige
Mededeling van de Commissie - Verslag aan de Europese Raad over de maatregelen die moeten worden getroffen in verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige
/* COM/2003/0105 def. */
Mededeling van de Commissie - Verslag aan de Europese Raad over de maatregelen die moeten worden getroffen in verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige /* COM/2003/0105 def. */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE - Verslag aan de Europese Raad over de maatregelen die moeten worden getroffen in verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige INHOUD 1. Inleiding 2. Preventie : civiele bescherming, veiligheid op zee en internationale aspecten 2.1. Civiele bescherming 2.1.1. Mechanismen voor samenwerking tussen de nationale autoriteiten 2.1.2. Wetenschappelijke expertise 2.2. Veiligheid op zee 2.2.1. Vervroegde toepassing van de reeds door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde maatregelen 2.2.1.1. Versnelde oprichting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid 2.2.1.2. Zwarte lijst van schepen die niet aan de normen voldoen 2.2.1.3. Toevluchtshavens 2.2.1.4. Ongelijke omzetting van de pakketten ERIKA I en II door de lidstaten 2.2.1.5. Staatssteun bij het zeevervoer 2.2.1.6. Vrijwillig convenant met de oliemaatschappijen 2.2.2. De nieuwe voorstellen van de Commissie 2.2.2.1. Vervoer van zware stookolie en het versneld uit de vaart nemen van enkelwandige schepen 2.2.2.2. Opleiding en kwalificaties van zeevarenden 2.2.2.3. Strafrechtelijke maatregelen 2.2.3. Europese initiatieven op internationaal vlak 2.2.3.1. Actieve steun voor de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) 2.2.3.2. Verzoek om toepassing van de communautaire wetgeving inzake de maritieme veiligheid op het internationale vlak 2.2.3.3. Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee 2.2.3.4. Een betere schadeloosstelling van de slachtoffers van de vervuiling 2.2.3.5. Wettelijke aansprakelijkheid 3. Mobilisering van financieringsbronnen en technische middelen van de Gemeenschap voor een onmiddellijk herstel van de aangerichte schade en de heropbouw van het economisch potentieel 3.1. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling 3.2. Cohesiefonds 3.3. Communautair initiatief INTERREG III (transnationaal gedeelte) 3.4. FIOV/steun aan schelpdierencultuur, aquacultuur en visserij 3.5. Solidariteitsfonds van de Europese Unie 3.6. Onderzoek naar nieuwe technologieën 3.7. Proefprojecten en andere acties 3.8. Bestrijding van verontreiniging en sanering van het milieu 3.8.1. Evaluatie van de milieueffecten 3.8.2. Herstel en vergoeding van schade aan het milieu 3.8.3. Bundeling van de middelen voor de bestrijding van verontreiniging en uitwisseling van ervaringen 4. Conclusie MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Verslag aan de Europese Raad over de maatregelen die moeten worden getroffen in verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige 1. Inleiding Een grootschalige, meerdere naties omspannende ramp Op 13 november 2002 liep de onder Bahamaanse vlag varende Prestige, een enkelwandige olietanker met 77 000 ton zware stookolie aan boord, buiten de westkust van Galicië averij op. Zeer slechte weersomstandigheden hebben de pogingen om het schip naar veilige haven te slepen belemmerd, met als gevolg dat de Prestige op 19 november is gezonken op een plek waard de oceaan bijna 4000 meter diep is. Op het tijdstip van de schipbreuk is er al een grote hoeveelheid zware stookolie in de zee terechtgekomen [1], maar later zijn er ook voortdurend diffuse lekken geconstateerd. Behalve de Spaanse en Portugese kust, heeft ook de Franse kust - nog steeds - onder de vervuiling te lijden. Naar schatting is reeds circa 40.000 ton uit het tankschip ontsnapt. [1] Zo'n 22 000 ton (vergelijk dit met de 20 000 ton - van de in totaal 35000 ton - die uit de tanks van de ERIKA zijn vrijgekomen) Het wetenschappelijk comité dat de Spaanse regering moet adviseren over methoden om de olielekkages tot staan te brengen heeft verscheidene technische oplossingen aangedragen, waaronder het wegpompen van de in de tanks achtergebleven hoeveelheden olie en het bedekken van het wrak met een ondoordringbare laag beton. Hoewel de kosten van uitvoering van de verschillende oplossingen uiteenlopen, menen de Spaanse autoriteiten dat er met deze ramp in elk geval een bedrag in de orde van 150 tot 200 miljoen euro gemoeid zal zijn. Snelle reacties en concrete antwoorden van de Europese Unie Doordat de Commissie zich snel over toedracht en gevolgen van de ramp heeft laten inlichten - reeds op 24 november heeft voorzitter Prodi een ontmoeting gehad met de Spaanse minister-president, de heer Aznar - is het in Europa al dadelijk tot een groot vertoon van solidariteit gekomen. Als reactie op de verzoeken om steun van de Spaanse autoriteiten, hebben verscheidene lidstaten drijvende barrières, een aantal schepen en verkenningsvliegtuigen ter beschikking gesteld. Op 3 december heeft de Commissie een mededeling goedgekeurd over maatregelen ter vergroting van de maritieme veiligheid [2] en met name de versnelde oprichting van het Agentschap voor maritieme veiligheid, een verbod op het transport van zware stookolie door enkelwandige schepen en de invoering van strafmaatregelen. Deze aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegde mededeling is bij beide instellingen over het algemeen goed ontvangen. De Raad "Vervoer" van 6 december en de Raad "Milieu" van 9 december hebben eveneens bevestigd dat de voorgestelde benadering goed gefundeerd is en dat de ten uitvoer te leggen maatregelen een bijzonder spoedeisend karakter hebben. [2] COM (2002) 681 def. van 03.12.2002 inzake de vergroting van de veiligheid op zee naar aanleiding van het vergaan van de olietanker "Prestige" De Gemeenschap wordt bij haar optreden geleid door het solidariteitsbetoon van de Unie jegens haar lidstaten en haar burgers. Deze solidariteit mag echter niet in de plaats komen van de verantwoordelijkheid van derden die, krachtens het beginsel "de vervuiler betaalt", in eerste instantie aansprakelijk moeten worden gesteld voor de door hen veroorzaakte schade, noch remmend werken op preventiemaatregelen van zowel de Gemeenschap als de lidstaten. Presentatie van een verslag aan de Europese Voorjaarsraad overeenkomstig het mandaat van de Europese Raad van Kopenhagen Tijdens de Europese Raad van Kopenhagen van 12 en 13 december 2002 [3], hebben de staatshoofden en regeringsleiders nog eens gewezen op de conclusies die zij tijdens de Europese Raad van Nice in december 2000 hadden goedgekeurd met het oog op een vervroegde implementatie van de wetgevingspakketten ERIKA I en ERIKA II. Tevens hebben zij de Commissie gevraagd een verslag te presenteren over de bij hun volgende vergadering gemaakte vooruitgang (punt 34 van de conclusies). [3] Conclusies van het Voorzitterschap - Document 15917/02 van 29.01.2003 Hieronder volgt een beschrijving van de talrijke reeds ondernomen of nog te ondernemen communautaire en nationale acties. In het bijzonder wordt verder ingegaan op de punten die voorzitter Prodi noemt in zijn schrijven van 17 januari 2003 aan de voorzitter van de Europese Raad, de heer Simitis, waarvan hij ook de andere staatshoofden en regeringsleiders een afschrift heeft doen geworden. Bij deze punten gaat het enerzijds om preventieaspecten en anderzijds om aspecten in verband met schadevergoeding en herstel van de aangerichte schade. 2. Preventie : civiele bescherming, veiligheid op zee en internationale aspecten 2.1. Civiele bescherming 2.1.1. Mechanismen voor samenwerking tussen de nationale autoriteiten Dank zij de samenwerkingmechanismen die de afgelopen maanden zijn ingevoerd is het, via het hiertoe speciaal opgerichte centrum van de Commissie [4], mogelijk geweest onmiddellijk te reageren op het verzoek van de Spaanse autoriteiten om gespecialiseerde middelen ter bestrijding van olierampen. De Commissie heeft aldus de door de andere lidstaten verleende hulp vergemakkelijkt: 14 gespecialiseerde schepen uit 8 Europese landen, bijna 20 km aan drijvende barrières en verscheidene gespecialiseerde verkenningsvliegtuigen zijn aldus ter beschikking gesteld. [4] Beschikking van de Raad van 23 oktober 2001 tot vaststelling van een communautair mechanisme ter vergemakkelijking van versterkte samenwerking bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming (2001/792/EG, Euratom) Nog te doen: hulpmaterieel ter beschikking blijven stellen via het hiertoe speciaal opgerichte centrum van de Commissie. Verantwoordelijk : Commissie en lidstaten. 2.1.2. Wetenschappelijk expertise Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek heeft zijn technische en wetenschappelijke expertise beschikbaar gesteld om aan de hand van de eerste door het Europees Ruimteagentschap ontvangen satellietbeelden de gevolgen van de ramp te analyseren. Voorts heeft het GCO een coördinatiestructuur gevormd om snel hulp te kunnen bieden bij zware ongelukken in het kader van de bevoegdheden van de Commissie op het vlak van civiele bescherming. Anderzijds heeft de Commissie de Spaanse autoriteiten de namen medegedeeld van deskundigen die zich bij het wetenschappelijk comité kunnen voegen, dat door Spanje is ingesteld om op wetenschappelijk basis een lijst van te treffen maatregelen op te stellen. Nog te doen : informatie over hetgeen gedaan is na de opstelling van de lijst van deskundigen waarover het wetenschappelijk comité kan beschikken. Verantwoordelijk : lidstaat in kwestie. 2.2. Veiligheid op zee 2.2.1. Vervroegde toepassing van de reeds door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde maatregelen 2.2.1.1. Versnelde oprichting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid Het Europees Agentschap, dat tot taak heeft voor een doeltreffender toepassing van de communautaire regels op hert vlak van de maritieme veiligheid te zorgen, is er eerder gekomen dan verwacht, daar de Commissie besloten heeft het in zijn eigen kantoren onderdak te bieden totdat de Raad bepaald heeft waar de hoofdzetel van het Agentschap moet komen. Op 4 december 2002 heeft de raad van bestuur een reeks administratieve en technische besluiten genomen, ten einde het Agentschap snel operationeel te maken. Op 29 januari 2003 is de uitvoerend directeur van het Agentschap benoemd. Deze is thans overgegaan tot de aanwerving van het personeel van het Agentschap en de opbouw van de administratieve structuur. Het is de bedoeling dat de bevoegdheden van het Agentschap nauwkeuriger worden omlijnd en uitgebreid zodat het mogelijk wordt schepen aan te kopen of te huren die uitgerust zijn met geavanceerde technologie of andere interventiemiddelen waarmee in dienst van de Unie milieuverontreiniging kan worden bestreden. De meerwaarde van een dergelijk initiatief zou liggen in het feit dat men aldus, ten opzichte van de huidige situatie, een stuk extra interventiecapaciteit krijgt. Bij ieder besluit ter zake zal worden gestreefd naar maximale efficiëntie en een optimaal gebruik van begrotingsmiddelen. Er is reeds in financiering voorzien in het kader van de APS 2004, welke de Commissie op 5 maart 2003 heeft goedgekeurd [5]. Deze activiteiten zouden worden ontplooid in coördinatie met het mechanisme voor civiele bescherming van de Commissie. [5] COM(2003)83 van 05.03.2003 over de jaarlijkse beleidsstrategie voor 2004 Nog te doen : een hoofdkantoor voor het Agentschap vinden en diens activiteiten intensiveren. Verantwoordelijk : Raad. De bevoegdheden van het Agentschap beter definiëren en vergroten. Verantwoordelijk: Commissie (indiening van een voorstel). 2.2.1.2. Zwarte lijst van schepen die niet aan de normen voldoen De Commissie heeft een begin gemaakt met de opstelling van een eerste zwarte lijst van schepen die in december 2002 niet aan de normen voldoen. Het betreft een indicatieve lijst van schepen die uit de vaart zouden zijn genomen, indien de bepalingen van het pakket ERIKA I van kracht waren geweest. 2.2.1.3. Toevluchtshavens De Commissie heeft op 31 januari 2003 een eerste vergadering met de lidstaten belegd om spoed te kunnen zetten achter de aanwijzing van toevluchtshavens voor in nood verkerende schepen in onder de jurisdictie van de lidstaat in kwestie vallende wateren, als voorgeschreven in de nieuwe richtlijn over het volgen van het zeeverkeer. Bij deze vergadering heeft men kunnen bepalen welke inhoud aan de desbetreffende nationale plannen zou moeten worden gegeven en welke toevluchtshavens in nood verkerende schepen zouden kunnen binnenlopen. Nog te doen : verstrekking van de desbetreffende documentatie die noodzakelijk is voor de opstelling van de nationale plannen ter zake van toevluchtshavens en de aanwijzing van deze havens voor 1 juli 2003. Verantwoordelijk : lidstaten. 2.2.1.4. Ongelijke omzetting van de pakketten ERIKA I en II door de lidstaten Het ongeluk met de Prestige bevestigt nog eens hoe goed gefundeerd de maatregelen van de wetgevingspakketten ERIKA I (maart 2000) en ERIKA II (december 2000) zijn. Indien de door de Europese Unie genomen maatregelen van kracht waren geweest, was de Prestige al twee maanden voor de schipbreuk uit de vaart genomen. Er zij aan herinnerd dat de lidstaten, uit hoofde van deze wetsvoorstellen, de richtlijnen over het toezicht door de havenstaat en over classificatiemaatschappijen voor 22 juli 2003, en de richtlijn over het volgen van het zeeverkeer voor 5 februari 2004 in bepalingen van nationaal recht moeten omzetten. De verordening betreffende het uit de vaart nemen van de eerste enkelwandige tankschepen is sedert 1 januari 2003 van toepassing. Voor zover de Commissie bekend, is dit omzettingsproces in de meeste lidstaten nog lang niet voltooid. De lidstaten hadden tijdens de Europese Raden van Nice en Kopenhagen toegezegd vaart achter deze maatregelen te zullen zetten, maar tot nog toe hebben slechts drie lidstaten - Duitsland, Denemarken en Spanje - de Commissie medegedeeld welke nationale omzettingsmaatregelen er zijn genomen. Nog te doen : bereiken dat de richtlijnen overal worden omgezet. Verantwoordelijk : lidstaten. 2.2.1.5. Staatssteun bij het zeevervoer Overheidssteun bij het zeevervoer kan onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan [6], met name ter verbetering van de veiligheid aan boord van schepen en om schepen beter uit te rusten dan op grond van de ter zake van milieu en veiligheid geldende normen vereist is [7]. Staatssteun bij de scheepsbouw is meer beperkt, omdat deze normaal gesproken strijdig met het Verdrag is. [6] Communautaire richtsnoeren betreffende overheidssteun voor het zeevervoer (PBEG C 205/1997) en Mededeling COM(1993) 66 van 24.02.1993 [7] Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PBEG C 37/2001) Voor zover recht wordt gedaan aan het door de eigenaar geleden economische verlies, kan overheidssteun voor de vervroegde sloop van schepen eveneens worden toegestaan. Wat dit betreft, is er een precedent, Italië, dat met succes een systeem heeft ontwikkeld voor het vrijwillig uit de vaart nemen van - met name de oudste - enkelwandige schepen, dat in 2002 is goedgekeurd. Voor geïnteresseerde lidstaten zou dit een mogelijk te bewandelen weg kunnen zijn. In elk geval moet de Commissie verzoeken op basis van een kennisgeving van de lidstaten per geval onderzoeken, en het bijzonder wanneer het een zeer vèrgaande evaluatie van de gevolgen voor de concurrente betreft. Nog te doen : onderzoek van eventuele verzoeken van de lidstaten. Verantwoordelijk : Commissie. 2.2.1.6. Vrijwillig convenant met de oliemaatschappijen De Raad "Vervoer" van 6 december heeft de lidstaten gevraagd convenanten te sluiten met hun eigen bedrijfsleven om een vervoer van goede kwaliteit te verzekeren en te bereiken dat er voor het transport van zware stookolie geen oude enkelwandige tankschepen meer worden gebruikt. De Raad heeft de Commissie verder gevraagd een typeovereenkomst te ontwerpen. Hiertoe heeft de Europese Commissie sedert december 2002 met Europese aardoliebedrijven gesprekken gevoerd over de vaststelling van een « gedragscode ». Met een dergelijk convenant zou de toepassing van maatregelen om paal en perk te stellen aan het transport van zware stookolie door enkelwandige tankschepen worden bespoedigd, zonder dat men moet wachten totdat het desbetreffende wetgevingsproces eindelijk is afgesloten. In het bijzonder zou aldus worden gegarandeerd dat ook schepen die de exclusieve economische zone van een lidstaat doorvaren, d.w.z. die welke niet door Europese oliemaatschappijen zijn bevracht, onder de regeling vallen, daar de communautaire wetgeving, op grond van internationale beperkingen, alleen toepasbaar is op schepen die havens van de Unie aandoen. Vooralsnog hebben de Europese oliemaatschappijen blijk gegeven van hun grote reserves ten aanzien van vrijwillige convenanten en gaat hun voorkeur uit naar een oplossing in de vorm van regelgeving, waardoor zij en hun concurrenten in derde landen op gelijke voet zouden worden behandeld. 2.2.2. De nieuwe voorstellen van de Commissie 2.2.2.1. Vervoer van zware stookolie en het versneld uit de vaart nemen van enkelwandige schepen De Commissie heeft op 20 december 2002 het Europees Parlement en de Raad een ontwerp-verordening voorgelegd waarin met name het volgende wordt voorgesteld: - Een in de havens, terminals en ankergebieden van de Europese Unie geldend toegangsverbod voor enkelwandige tankschepen met zware aardolieproducten aan boord, ongeacht de vlag waaronder zij varen; - een versneld tijdschema voor het uit de vaart nemen van enkelwandige tankschepen. Nog te doen : tot een verbod komen op het transport van zware stookolie door enkelwandige tankschepen en een versneld uit de vaart nemen van deze schepen. Verantwoordelijk: Europees Parlement en Raad (slotakkoord aan het einde van het Griekse voorzitterschap). 2.2.2.2. Opleiding en kwalificaties van zeevarenden De Commissie heeft op 13 januari 2003 het Europees Parlement en de Raad een ontwerp-richtlijn voorgelegd inzake de erkenning van bevoegdheidscertificaten van zeevarenden, ten einde een minimaal opleidingsniveau te verzekeren, waarover de Raad "Vervoer" van maart 2003 een politiek akkoord zou moeten bereiken. Dit voorstel voorziet in een communautair systeem voor de erkenning van vaardigheidscertificaten om ook bij niet-communautaire opvarenden van schepen die onder vlaggen van lidstaten varen, een behoorlijk opleidingsniveau te garanderen. Nog te doen : goedkeuring van het voorstel voor een richtlijn inzake de erkenning van bevoegdheidscertificaten van zeevarenden. Verantwoordelijk : Europees Parlement en Raad. 2.2.2.3. Strafrechtelijke maatregelen Ingevolge het hiertoe strekkende verzoek van de Europese Raad van Kopenhagen en zonder eventuele andere wetgevingsinitiatieven te willen uitsluiten, staat de Commissie op het punt een voorstel voor een richtlijn aan het Europees Parlement en de Raad voor te leggen over de verontreiniging door schepen en de invoering van sancties, waaronder strafrechtelijke maatregelen. Het voorstel heeft betrekking op clandestiene lozingen van en grootschalige verontreiniging door koolwaterstoffen. Dit voorstel zal betrekking hebben op de gehele verantwoordelijkheidsketen (reder, bevrachter, classificatiemaatschappij, enz.) en zal de leemtes vullen die er in het communautair recht bestaan op het stuk van opzettelijke of accidentele verontreiniging door schepen. De veroorzakers van een dergelijke verontreiniging zullen zich niet langer aan hun verantwoordelijkheden kunnen onttrekken. Nog te doen : follow-up van de goedkeuring door de Commissie van het voorstel voor een richtlijn tot invoering van een stelsel van strafrechtelijke sancties tegen veroorzakers van zeeverontreiniging, tot een akkoord geraken. Verantwoordelijk: Europees Parlement en Raad (politiek akkoord aan het einde van het Griekse voorzitterschap). 2.2.3. Europese initiatieven op internationaal vlak Slechts 34% van de wereldvloot wordt gecontroleerd door Europese rederijen, waarvan een groot deel onder de vlag van een derde land vaart en daarmee onder de jurisdictie van dat land valt. In zijn schrijven aan de heer Simitis, wees voorzitter Prodi erop hoe belangrijk het voor de Europese Unie is haar beleid ingrijpend te kunnen wijzigen ten aanzien van landen die politiek verantwoordelijk zijn voor economische en milieurampen als gevolg van olievlekken, en met name die welke, door goedkope vlaggen aan te bieden of door een gebrek aan controle, toelaten dat gevaarlijke en niet op hun taak berekende schepen de internationale wateren straffeloos onveilig maken. Hij suggereerde in het bijzonder dat de Commissie de Raad voorstelt onmiddellijk op te treden tegen deze landen, waarvan het merendeel nauwe betrekkingen met de Unie onderhoudt. 2.2.3.1. Actieve steun voor de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) De Commissie heeft op 9 april 2002 een aanbeveling tot de Raad gericht met het oog op de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de IMO om zo te bereiken dat de Europese Unie de gelegenheid krijgt al haar gewicht in de schaal te leggen wanneer het op de uitwerking en goedkeuring van stringentere internationale regels op het gebied van de maritieme veiligheid aankomt. De Europese Raad van Kopenhagen heeft er nog eens op gewezen dat er voor de Unie een beslissende rol is weggelegd bij de inspanningen die men zich op internationaal niveau, en vooral bij de IMO, getroost om de doelstellingen van het maritieme-veiligheidsbeleid te kunnen verwezenlijken. Nog te doen : snelle behandeling van dit voorstel. Verantwoordelijk : Raad. 2.2.3.2. Verzoek om toepassing van de communautaire wetgeving inzake de maritieme veiligheid op het internationale vlak De Commissie heeft de aangrenzende landen, en met name Rusland en de mediterrane partners, in het kader van de overeenkomsten die hen aan de Europese Unie binden, gevraagd regels inzake het verbod op het vervoer van zware stookolie en het versneld uit de vaart nemen van enkelwandige tankschepen goed te keuren die gelijkwaardig zijn met die welke in de Europese Unie worden gehanteerd. Nog te doen : stappen ondernemen bij derde landen en met Rusland onderhandelen over de voorwaarden die van toepassing zijn op het varen van tankschepen in ijsgebieden. Verantwoordelijk : Commissie en lidstaten. 2.2.3.3. Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee De Europese Unie moet het initiatief nemen om een herziening voor te stellen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, om te bereiken dat kuststaten zich - ook in de exclusieve economische 200-mijlszone - beter kunnen beschermen tegen risico's in verband met het langsvaren van schepen die gevaren voor het milieu opleveren en de veiligheidsnormen niet in acht nemen. Nog te doen : met het oog op een herziening van het Verdrag een onderhandelingsmandaat van de Raad verkrijgen. Verantwoordelijk : Commissie. In de tussentijd zal een gecoördineerd optreden van de Europese Unie noodzakelijk zijn ter ondersteuning van de met name door Frankrijk geformuleerde verzoeken om een spoedige raadpleging van de IMO met het oog op de aanwijzing en bescherming van gebieden die, gezien hun natuurlijke hulpbronnen en het bijzondere karakter van het verkeer aldaar, extra kwetsbaar zijn . Verantwoordelijk : lidstaten. 2.2.3.4. Een betere schadeloosstelling van de slachtoffers van de vervuiling Van 12 t/m 16 mei 2003 wordt er bij de IMO een diplomatieke conferentie gehouden voor de vaststelling van een derde niveau van schadevergoeding ten behoeve van de slachtoffers van de olieramp. De Commissie heeft deze organisatie, tezamen met Frankrijk en Spanje, een document doen toekomen waarmee de grens waarbeneden de reder het recht verliest zijn aansprakelijkheid te beperken van 185 miljoen euro moet worden opgetrokken tot 1 miljard euro. Nog te doen : de steun van alle lidstaten verkrijgen wanneer deze kwestie bij de IMO wordt aangekaart . Verantwoordelijk: lidstaten. Anders onmiddellijke goedkeuring van het voorstel voor een verordening tot oprichting van een specifiek Europees fonds van 1 miljard euro, overeenkomstig de toezegging van de Raad van 6 december 2002 en instelling van dit fonds voor eind 2003. Verantwoordelijk: Raad. 2.2.3.5. Wettelijke aansprakelijkheid De Commissie heeft voorgesteld de internationale regeling voor schadeloosstelling en aansprakelijkheid, in het kader van het internationaal verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid, te wijzigen ten einde degenen die voor de verontreiniging verantwoordelijk zijn financieel te kunnen aanspreken. Tijdens de vergadering van 3 en 7 februari 2003 is een gunstig advies uitgebracht over de behoefte aan een herziening van het stelsel van wettelijke aansprakelijkheid, zonder dat er evenwel beleidslijnen of een tijdschema zijn vastgesteld. Nog te doen : actieve steun van de lidstaten inzake deze kwestie bij de IMO. Verantwoordelijk: lidstaten. Anders zal de Commissie een systeem van schadevergoeding en aansprakelijkheid voor de uitgebreide Europese Unie voorstellen. 3. Mobilisering van financieringsbronnen en technische middelen van de Gemeenschap voor een onmiddellijk herstel van de aangerichte schade en de heropbouw van het economisch potentieel 3.1. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling Wat betreft de maatregelen tot herstel van de schade die in de getroffen regio's door de olievervuiling is aangericht, kunnen de autoriteiten in kwestie terugvallen op cofinanciering door het EFRO, voorzover de voor de periode 2000-2006 toegewezen bedragen niet worden overschreden, een en ander met inachtneming van de economische ontwikkelingsprioriteiten en met uitzondering van de door de verzekeringsmaatschappijen gedekte kosten. Doelstelling 1: De voor het operationeel programma Galicië (2000-2006) verantwoordelijke autoriteiten hanteren een bestaande maatregel van het programma voor de medefinanciering van de reiniging van bepaalde stranden. Gebruikmaking van andere maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van de ramp - die niet alleen van ecologische aard zijn - is eveneens mogelijk, aangezien de beheersautoriteit het programmacomplement kan wijzigen om meer middelen te wijden aan dit type maatregelen, voorzover de in het programma per grote categorie toegewezen bedragen niet worden overschreden. De Commissie is bereid Spanje te helpen met een zeer snelle herprogrammering van de structuurfondsen. Deze beslissing zou pas kunnen worden genomen wanneer technische oplossingen voor zowel het wrak als de reiniging van bepaalde zeer moeilijk bereikbare kusten, en de respectieve kosten beter bekend zijn. Doelstelling 2: Bij de bestrijding van de gevolgen van de olieramp voor de kuststrook, zou inschakeling van het EFRO kunnen worden overwogen voor de reiniging van de stranden, voor zover deze zones in aanmerking komen voor de programma's van "doelstelling 2" voor deze regio. Wat de regio Aquitaine aangaat, geldt dit voor de Baskische kuststrook, met uitzondering van de stranden van Biarritz. De kuststrook van de regio Poitou Charente komt voor een groot deel in aanmerking voor deze doelstelling 2. Voorts kan het programma van doelstelling 2 nu al worden ingezet voor de financiering van de campagnes ter ondersteuning van het toerisme in de regio als geheel. Nog te doen: eventuele aanpassing van de operationele programma's. Verantwoordelijk: lidstaten/betrokken bevoegde instanties (verzoek) - Commissie (akkoord). 3.2. Cohesiefonds Inschakeling van het Cohesiefonds zou kunnen worden overwogen indien de Spaanse autoriteiten dat wensen, zulks overeenkomstig de gebruikelijke procedures van het Fonds, voor de werkzaamheden die moeten worden verricht op en rond het wrak, dat zich in de Spaanse exclusieve economische zone bevindt. Hoewel de Spaanse milieuprioriteiten voor het tijdvak 2000-2006 beperkt blijven tot de sectoren afval, sanering en bevoorrading zijn er in dit land reeds eerder tal van projecten voor de regeneratie van kustgebieden gecofinancierd. Zo gezien, zou de Commissie, na de zaak te hebben onderzocht, akkoord kunnen gaan met een wijziging van het programma en de corresponderende projecten kunnen goedkeuren indien de Spaanse autoriteiten dit zouden vragen. Het uit hoofde van dit Fonds aan Spanje toegewezen bedrag voor de periode 2000-2006, dat nog niet is vastgelegd, beloopt circa 6 200 miljoen euro. Nog te doen: Eventuele aanpassing van het programma door de Commissie, op verzoek van de betrokken lidstaat. Verantwoordelijk: lidstaat in kwestie (verzoek) - Commissie (goedkeuring). 3.3. Communautair initiatief INTERREG III (transnationaal gedeelte) De Commissie heeft de betrokken oever-lidstaten van de Atlantische Oceaan erop gewezen dat de preventie-, bestrijdings- en saneringsmaatregelen, bijvoorbeeld voor het dichten en leegpompen van de tanks van de Prestige, in aanmerking kunnen komen in het kader van (door het EFRO gefinancierde) transnationale INTERREG-programma's, daar deze activiteiten een duidelijk transnationaal karakter hebben. Deze programma's, die reeds een financiering van dergelijke activiteiten ten bedrage van 23 miljoen euro mogelijk maken, kunnen zonodig worden herzien. Nog te doen: mogelijkheid om gebruik te maken van bestaande maatregelen ten bedrage van 23 miljoen euro. Verantwoordelijk: betrokken lidstaten. Daarna eventuele aanpassing van de programma's. Verantwoordelijk: betrokken lidstaten (verzoek) - Commissie (goedkeuring). 3.4. FIOV/steun aan schelpdierencultuur, aquacultuur en visserij De Raad heeft op 20 december 2002 een verordening aangenomen tot instelling van specifieke maatregelen om de schade veroorzaakt door olie uit de Prestige te vergoeden voor de visserijsector, de schelpdierensector en de aquacultuursector in Spanje. Daardoor kan met name aan de schelpdieren cultuur en de aquacultuur steun voor de tijdelijke stillegging van de activiteiten worden verleend die tot dusver uitsluitend voor de visserij gold. Vistuig en aquacultuurinstallaties die schade hebben geleden, kunnen eveneens worden hersteld of wederopgebouwd, dankzij een herverdeling van de toewijzingen uit het Structuurfonds voor de visserij (FIOV). De Gemeenschap heeft Spanje tevens toestemming verleend om een gedeelte van de financiële middelen (30 miljoen euro) die beschikbaar zijn wegens het ontbreken van een visserijovereenkomst met Marokko, als aanvullende kredieten te gebruiken. Nog te doen: indien de omvang van de schade wordt bevestigd, is de Commissie bereid bij de Raad een voorstel voor de getroffen gebieden in Frankrijk in te dienen zoals dat voor Galicië, teneinde het toepassingsgebied van de bestaande bepalingen in het kader van de bestaande toewijzingen van het FIOV uit te breiden. Verantwoordelijk: betrokken lidstaat. 3.5. Solidariteitsfonds van de Europese Unie Het solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) werd in 2002 opgericht om snel hulp te kunnen verlenen aan bevolkingsgroepen en gebieden die het slachtoffer zijn van natuurrampen. Nu moet nog worden nagegaan of de ramp met de Prestige in aanmerking komt voor steun uit dit fonds [8]. [8] Verordening (EG) nr. 2012/2002 van 11.11.2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie. Om het gevraagde subsidiebedrag te kunnen verlenen, dient de rechtsgrondslag te worden gewijzigd en de Commissie is bereid een daartoe strekkend voorstel bij de Raad in te dienen. Deze wijziging zou de lijn volgen van het oorspronkelijke voorstel dat de Commissie in september 2002 had ingediend en kan met name voorzien in dekking door het solidariteitsfonds van calamiteiten van technologische of ecologische aard, verlaging van de interventiedrempel (momenteel 3 miljard euro of 0,6% van het BNI van de betrokken staat) en uitbreiding van de in aanmerking komende noodacties, zoals omschreven in artikel 3 van de verordening, tot preventieve maatregelen om de schade van een dreigende of aan de gang zijnde ramp te beperken. Nog te doen: onderzoek van de ontvankelijkheid van het door de Spaanse autoriteiten ingediende verzoek en voorstel tot wijziging van de SFEU-verordening of anders voorstel tot instelling van een specifiek instrument. Verantwoordelijk: betrokken lidstaat (aanvullende informatie) en Commissie (onderzoek en voorstel). 3.6. Onderzoek naar nieuwe technologieën In het zesde kaderprogramma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie zijn de onderzoekactiviteiten betreffende de studie van het milieueffect reeds opgenomen in de prioriteit "veranderingen in het aardsysteem en ecosystemen". Vanaf 2003 heeft het werkprogramma eveneens betrekking op de verbanden tussen samenleving, economie, biodiversiteit en habitats alsmede op de strategieën voor vermindering en herstel van milieueffecten. In 2004 zullen modellen kunnen worden ontwikkeld om het effect van milieu verontreiniging op water en mariene ecosystemen te meten. Nog te doen: voorstel om in het werkprogramma voor 2004 nieuwe onderzoekactiviteiten op te nemen met betrekking tot scheepswrakken die verontreinigende producten bevatten (prioriteit "duurzaam vervoer over land en zee") en het begrip levenscyclus van voertuigen uit te breiden tot het interventiestadium voor wrakken bij ongevallen (dit gebied omvat momenteel slechts het onderhoud en de inspectie van voertuigen voor vervoer over land). Verantwoordelijk: Commissie [9]. [9] Of de voorgestelde gebieden worden opgenomen is evenwel afhankelijk van de goedkeuring door de programmacomités en voor financiering worden de projecten aan een selectieprocedure onderworpen in het kader van de beoordelingen die naar aanleiding van de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen worden georganiseerd. 3.7. Proefprojecten en andere acties Voorzitter Prodi heeft in zijn brief van 17 januari 2003 de mogelijkheid geopperd op korte en middellange termijn andere communautaire acties te ondernemen ter ondersteuning van de inspanningen van de betrokken lidstaten, zoals bijvoorbeeld proefprojecten of specifieke acties. Voor proef projecten behoeft niet eerst een rechtsgrondslag te worden vastgesteld. Zij kunnen echter slechts gedurende maximaal twee begrotingsjaren in de begroting worden opgenomen en het totaalbedrag mag niet hoger zijn dan 32 miljoen euro per jaar voor alle rubrieken en alle gebieden samen. De Commissie zal tevens initiatieven [10] stimuleren ter verbetering van de innovatie en het onderzoek op het gebied van scheepsbouw en -herstelling en ter bevordering van hogere normen inzake milieu en veiligheid. [10] Zoals bijvoorbeeld "Leadership 2015". Nog te doen: mogelijkheid voor een Europese instelling (Commissie, Europees Parlement, Raad) om proefprojecten op dit gebied voor te stellen. 3.8. Bestrijding van verontreiniging en sanering van het milieu 3.8.1. Evaluatie van de milieueffecten In het kader van de daartoe ingestelde samenwerking, waarvoor op de begroting zeer bescheiden middelen zijn uitgetrokken, overweegt de Commissie een bijdrage van 300.000 euro aan de financiering van de evaluatie en de follow-up van de milieueffecten van deze olievlek. Nog te doen: indiening van een voorstel en een verzoek om medefinanciering. Verantwoordelijk: betrokken lidstaat. 3.8.2. Herstel en vergoeding van schade aan het milieu Voor juni 2003 zal de Commissie overgaan tot beoordeling van de huidige politieke en juridische instrumenten, met name op milieugebied, maar ook op het gebied van gezondheid, onderzoek, visserij en regionale ontwikkeling, teneinde na te gaan of zij moeten worden aangepast om het risico dat dergelijke ongevallen zich nog voordoen en de schade die zij veroorzaken (onmiddellijk of op langere termijn) tot een minimum te beperken. Aangezien de huidige internationale regelingen niet in een toereikende vergoeding voor milieuschade voorzien, kunnen andere maatregelen in verband met milieuschade noodzakelijk blijken. De Commissie heeft op 23 januari 2002 een voorstel aangenomen voor een richtlijn betreffende de vergoeding van milieuschade, wanneer een ongeval niet wordt gedekt door een internationale overeenkomst die in de betrokken lidstaten van kracht is [11]. [11] COM (2002) 17 van 23.01.2002. Nog te doen: beoordeling van de politieke en juridische instrumenten in het kader van de strategie voor bescherming en behoud van het mariene milieu [12]. [12] COM (2002) 539 van 02.10.2002. Verantwoordelijk: Commissie. Goedkeuring van het voorstel voor een richtlijn betreffende de vergoeding van milieuschade, wanneer een ongeval niet wordt gedekt door een internationale overeenkomst die in de betrokken lidstaten van kracht is. Verantwoordelijk: Europees Parlement en Raad. 3.8.3. Bundeling van de middelen voor de bestrijding van verontreiniging en uitwisseling van ervaringen Overeenkomstig de conclusies van de Raad "Milieu" van 9 december ll. heeft de Commissie een begin gemaakt met de totstandbrenging van een netwerk voor uitwisseling van ervaringen op het gebied van verontreiniging door koolwaterstoffen. Dit in oprichting zijnde netwerk zal het mogelijk maken nationale deskundigen ter beschikking van andere lidstaten te stellen om hun deskundigheid te vergroten, de verschillende toegepaste technieken voor bestrijding van verontreiniging te vergelijken en de door hulpdiensten of andere bevoegde instanties gekozen methoden te bestuderen. Nog te doen: goedkeuring van een besluit inzake de financiering van dit netwerk voor uitwisseling van ervaringen (maart-april 2003). Verantwoordelijk: Commissie (maart-april 2003). 4. Conclusie Dit verslag maakt duidelijk dat de Europese Commissie vastbesloten is om in samenwerking met de lidstaten alle financiële en technische middelen te mobiliseren om de slachtoffers van de ramp met de Prestige te hulp te komen. Zij wil de Europese Unie ook voorzien van de noodzakelijke hulpmiddelen om zich voortaan te wapenen tegen dergelijke ongevallen door middel van adequate regelgeving en internationale waakzaamheid. Zij zal met de toekomstige wettelijke en bestuursrechtelijke voorstellen streven naar een algemene strategie inzake preventie, herstel en bestraffing waarbij alle partijen worden betrokken.