This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52003DC0090
Report from the Commission to the Council, the European Parliament, the European Court of Auditors, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions - Tempus - Annual Report 2001
Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, de Europese Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Tempus - Jaarverslag 2001
Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, de Europese Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Tempus - Jaarverslag 2001
/* COM/2003/0090 def. */
Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, de Europese rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Tempus - Jaarverslag 2001 /* COM/2003/0090 def. */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE REKENKAMER, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S - TEMPUS - JAARVERSLAG 2001 Inhoud 1. Inleiding 2. De uitvoering van Tempus III 3. De ontwikkeling van een regionaal samenwerking 4. Hervorming 5. Uitbreiding Bijlagen: Tabel 1: selectieresultaten van CARDS-projecten Tabel 2: selectieresultaten van Tacis-projecten Tabel 3: begroting Tempus 2001 voor CARDS en Tacis 1. Inleiding Het Tempus-programma is een project dat het proces van de hervorming van het hoger onderwijs in de partnerlanden steunt en dat voor het eerst op 7 mei 1990 door de Raad van Ministers van de Europese Unie is goedgekeurd. Een tweede fase, Tempus II, voor de periode 1994-1998 is op 29 april 1993 goedgekeurd en een verdere uitbreiding is op 21 november 1996 goedgekeurd om de activiteiten in het kader van Tempus II tot 2000 voort te zetten. De meest recente fase van het programma Tempus III is op 29 april 1999 goedgekeurd voor een periode van zes jaar met ingang van 1 juli 2000. Zij betreft de in aanmerking komende landen van de Nieuwe Onafhankelijke Staten van de voormalige Sovjet-Unie en Mongolië en de niet-geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa. De CARDS-verordening van 5 december 2000 heeft het Tempus III-besluit gewijzigd om daarin de deelname van Kroatië en de Federale Republiek Joegoslavië op te nemen en zij stelt het kader voor de communautaire bijstand aan de westelijke Balkanlanden vast. Het Tempus-programma wordt beheerd door de Europese Commissie (Directoraat-generaal Onderwijs en cultuur). De technische bijstand wordt aan de Europese Commissie verleend door de Europese Stichting voor Opleiding. De Europese Commissie werkt met een netwerk van kantoren en medewerkers in de lidstaten en de partnerlanden. De Europese Commissie wordt bij het vaststellen van de algemene politieke richtsnoeren bijgestaan door het Tempus-comité, samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten. De financiering van het Tempus-programma is afkomstig van de twee algemene bijstandsprogramma's voor de betrokken regio's, zoals goedgekeurd door de twee instanties van de begrotingsautoriteit van de Europese Gemeenschap - het Europees Parlement en de Raad. Ten aanzien van de specifieke prioriteiten voor elk land namen de autoriteiten in de partnerlanden actief deel aan de identificatie van de prioriteiten die het best tegemoet komen aan hun nationale behoeften. De oproep tot het indienen van aanvragen wordt gelanceerd via de leidraad voor aanvragers. De leidraad voor aanvragers stelt de termijnen en de selectiecriteria vast. Eerst wordt gekeken of de aanvragen aan de formele eisen voldoen. Alle in aanmerking komende aanvragen worden daarna beoordeeld door een panel van onafhankelijke deskundigen en de technische haalbaarheid daarvan wordt vervolgens door de Europese Stichting voor Opleiding geëvalueerd. De Europese Commissie neemt de definitieve selectiebeslissing. Nadere informatie is te vinden op de specifieke website van het Directoraat-generaal Onderwijs en cultuur: http://www.europa.eu.int/comm/education/ tempus/home.html 2. De uitvoering van Tempus III De uitvoering van de laatste fase van het programma, 'Tempus III', is in 2001 voortgezet met de tweede oproep tot het indienen van voorstellen. De basisstatistieken over de selectieprocedure 2001 staan in de bijlage vermeld. Meer gedetailleerde statistieken zijn te vinden op het volgende webadres: http://www.etf.eu.int/tempus/ . In het kader van deze laatste fase is Tempus blijven bijdragen aan de hervorming van de structuren, de instellingen en het beheer van het hoger onderwijs via doelgerichte projecten op duidelijk afgebakende gebieden, waaronder universitair beheer, ontwikkeling van curricula, opbouw van instellingen, netwerking en mobiliteitsprojecten. Bovendien zijn aan individuele personen uit alle in aanmerking komende landen individuele mobiliteitsbeurzen toegekend. Vanaf 2001 komt de Federale Republiek Joegoslavië formeel in aanmerking voor deelname aan het programma. Kroatië komt sinds eind 2000 in aanmerking, zodat momenteel alle voor de programma's CARDS en Tacis in aanmerking komende landen ook in aanmerking komen voor deelname aan Tempus. Bijgevolg kan nu worden gesteld dat het programma regionaal is gebaseerd. 3. De ontwikkeling van een regionaal samenwerking Deze ontwikkeling viel samen met de nieuwe uitdrukkelijke nadruk die in het besluit van de Raad inzake Tempus op de regionale samenwerking wordt gelegd. In het besluit van de Raad wordt ook opgeroepen om het Tempus-programma in lijn te brengen met andere beleidsmaatregelen en programma's van de EU en naar synergieën te zoeken. Op die manier is in de westelijke Balkanlanden in lijn met de algemene prioriteiten, als vastgesteld in de CARDS-verordening, het stabilisatie- en associatieproces, het stabiliteitpact en het Graz-proces, sterke nadruk blijven liggen op de bevordering van de regionale samenwerking. Deze nadruk heeft geleid tot een aanzienlijke en welkome toename van het aantal aanvragen waarbij meer dan één CARDS-partnerland betrokken was. De regionale samenwerking in de westelijke Balkanlanden is ook bevorderd door de organisatie van een Tempus-seminar over 'Regionale samenwerking en netwerking' in Tirana. Dit was het derde en laatste in een reeks van dergelijke, door de Europese Commissie georganiseerde regionale seminars. Tegen de achtergrond van de werkzaamheden van het stabiliteitspact en het Graz-proces was het algemene doel van de seminars bij te dragen aan de beleidsdiscussie over de behoeften op het gebied van de ontwikkeling van het regionaal hoger onderwijs en de prioriteiten en selectiecriteria van het Tempus-programma te bekijken met het oog op de opstelling van de nieuwe leidraad voor aanvragers. Aan het seminar in Tirana hebben in totaal negentig deelnemers deelgenomen als vertegenwoordiger van een groot aantal hogeronderwijsinstellingen in de regio en de Europese Unie, tezamen met verschillende internationale organisaties. De nieuwe leidraad voor aanvragers, die naar behoren rekening houdt met de besprekingen tijdens het seminar, is sindsdien gepubliceerd. Een verslag met een samenvatting van de werkzaamheden van de drie regionale seminars wordt volgens plan in 2002 gepubliceerd. 4. Hervorming De Commissie is doorgegaan met het in 2000 gestarte proces van een diepgaande hervorming van het beheer en de procedures van het programma. Het lopende hervormingsproces bestaat uit een gedetailleerde herziening van de basisdocumenten (leidraad voor aanvragers, overeenkomsten, informatiedocumentatie, enz.) en de procedures (met name de selectieprocedures). 5. Uitbreiding In het najaar van 2001 is begonnen met de voorbereidende werkzaamheden in verband met een mogelijke uitbreiding van het Tempus-programma tot acht mogelijke nieuwe partners in de MEDA-regio (Algerije, Egypte, Jordanië, Libanon, Marokko, Palestijnse Autoriteit, Syrië en Tunesië). De voorbereidende werkzaamheden omvatten haalbaarheidsstudies en schattingen van de benodigde middelen. Een dergelijke uitbreiding zou een nieuwe start voor het programma zijn, niet alleen in termen van geografische spreiding maar ook in termen van de daaraan ten grondslag liggende logica, met een nieuwe nadruk op dialoog en partnerschap. BIJLAGE Tabel 1: selectieresultaten van CARDS-projecten De onderstaande tabel geeft een overzicht van de selectieresultaten van CARDS (gezamenlijke Europese projecten (GEP's)/netwerkingprojecten (NP's)) 2001. De volgende partnerlanden kwamen voor deelname in aanmerking: Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Federale Republiek Joegoslavië (bestaande uit de Republiek Servië, de Republiek Montenegro en Kosovo) en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. TEMPUS CARDS 2001 Aantal ontvangen voorstellen voor nieuwe GEP's en NP's // 161 Aantal gesubsidieerde nieuwe GEP's en NP's // 46 Percentage gesubsidieerde aanvragen // 28% Gemiddelde subsidie per GEP/NP // 304.000 euro 46 van de 161 ingediende projectvoorstellen zijn gesubsidieerd. De onderstaande tabel toont de verdeling per partnerland en projecttype: >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 2: selectieresultaten van Tacis-projecten De onderstaande tabel geeft een overzicht van de selectieresultaten van Tacis (gezamenlijke Europese projecten (GEP's)/netwerkingprojecten (NP's)) 2001. De voor deelname in aanmerking komende partnerlanden waren: Kazachstan, Kirgizië, Moldavië, de Russische Federatie, Turkmenistan, Oekraïne en Oezbekistan. TEMPUS TACIS 2001 Aantal ontvangen voorstellen voor nieuwe GEP's en NP's // 267 Aantal gesubsidieerde nieuwe GEP's en NP's // 43 Percentage gesubsidieerde aanvragen // 16% Gemiddelde subsidie per GEP/NP // 352.000 euro 43 van de 267 ingediende projectvoorstellen zijn gesubsidieerd. De onderstaande tabel toont de verdeling per partnerland en projecttype: >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 3: Begroting Tempus 2001 voor CARDS en Tacis >RUIMTE VOOR DE TABEL>