This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52003AR0019
Opinion of the Committee of the Regions on the "Follow-up to the White Paper on European governance"
Advies van het Comité van de Regio's over "De follow-up van het Witboek over Europese governance"
Advies van het Comité van de Regio's over "De follow-up van het Witboek over Europese governance"
PB C 256 van 24.10.2003, pp. 24–29
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Advies van het Comité van de Regio's over "De follow-up van het Witboek over Europese governance"
Publicatieblad Nr. C 256 van 24/10/2003 blz. 0024 - 0029
Advies van het Comité van de Regio's over "De follow-up van het Witboek over Europese governance" (2003/C 256/04) HET COMITÉ VAN DE REGIO'S, gezien de verschillende mededelingen van de Europese Commissie over de follow-up van het Witboek over Europese governance, en met name de mededelingen (COM(2002) 704 def.) - (COM(2002) 705 def.) - (COM(2002) 709 def.) - (COM(2002) 713 def.) - (COM(2002) 718 def.) - (COM(2002) 719 def.) - (COM(2002) 725 def./2) en het werkdocument van de Europese Commissie over Een voortdurende en stelselmatige dialoog met de verenigingen van territoriale overheden over de beleidsvorming; gezien het besluit van de Europese Commissie van 11 december 2002 om het Comité, overeenkomstig artikel 265, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, over dit onderwerp te raadplegen; gezien het besluit van de voorzitter van het Comité van 23 september 2002 om een advies over de follow-up van het Witboek over Europese governance op te stellen en de commissie "Constitutionele aangelegenheden en Europese governance" met de voorbereidende werkzaamheden terzake te belasten; gezien het "Protocol betreffende de wijze van samenwerking tussen de Europese Commissie en het Comité van de Regio's" dat door hun respectieve voorzitters op 20 september 2001 is ondertekend (DI CDR 81/2001 rev.); gezien het Witboek over "Europese governance" van 25 juli 2001 (COM(2001) 428 def.); gezien de mededeling van de Europese Commissie over "Een nieuw kader voor samenwerking op het gebied van het voorlichtings- en communicatiebeleid van de Europese Unie" van 27 juni 2001 (COM(2001) 354 def.); gezien zijn advies van 11 maart 1999 "Naar een echte subsidiariteitscultuur - Een appel van het Comité van de Regio's" (CDR 302/1998 fin)(1); gezien zijn advies van 14 december 2000 over "Nieuwe bestuursvormen: Europa, een kader voor burgerinitiatief" (CDR 182/2000 fin)(2); gezien zijn verslag van 20 september 2001 over "Burgerbetrokkenheid" (CDR 436/2000 fin) en de Verklaring van Salamanca van 22 juni 2001 (CDR 107/2001 fin); gezien zijn advies van 13 maart 2002 inzake het "Witboek over Europese governance" en de "Mededeling van de Commissie betreffende een nieuw kader voor praktische samenwerking in verband met het voorlichtings- en communicatiebeleid van de Europese Unie" (CDR 103/2001 fin); gezien de resolutie van het Europees Parlement over het Witboek van de Commissie over "Europese governance" (A5-0399/2001); gezien zijn op 16 mei 2003 goedgekeurde ontwerpadvies (CDR 19/2003 rev.) dat door de commissie "Constitutionele aangelegenheden en Europese governance" is opgesteld (rapporteur: de heer Delebarre (F-PSE)); gezien de verschillende bijdragen aan het debat over de nieuwe vormen van governance, alsmede de resultaten van de verscheidene door het Comité van de Regio's georganiseerde seminars en met name het seminar van Ilioupolis van 31 maart 2003, heeft tijdens zijn 50e zitting van 2 en 3 juli 2003 (vergadering van 2 juli) het volgende advies met vrijwel algemene stemmen (1 onthouding) goedgekeurd. 1. Standpunt van het Comité van de Regio's Ontwikkelingen m.b.t. de follow-up van het Witboek Het Comité van de Regio's 1.1. herinnert eraan dat het steeds belang heeft gehecht aan een vereenvoudiging van het functioneren van de instellingen, aan een beter beheer van de besluitvormingsprocessen en aan de inzichten die de Europese Commissie in 2001 in haar Witboek over Europese governance heeft geformuleerd, 1.2. stelt vast dat de Europese Commissie de opmerkingen die door het CvdR en tal van andere partners werden geformuleerd in haar in december 2002 gepubliceerde "mededelingen" heeft meegenomen, 1.3. onderstreept dat in die mededelingen rekening wordt gehouden met de behoeften aan informatie, overleg en partnerschap tussen actoren op verschillende niveaus, alsmede met de door hen geformuleerde eis om meer bij de voorbereiding en tenuitvoerlegging van het Europese beleid te worden betrokken, 1.4. verheugt zich erover dat de Europese Commissie haar beraad over deze aangelegenheden heeft voortgezet en heeft voorgesteld om "zonder Verdragswijzigingen" in het hele beleidsvormingsproces verbeteringen aan te brengen, alsmede dat zij met name heeft onderstreept dat de regionale en lokale overheden nauwer bij de besluitvorming van de Unie moeten worden betrokken, 1.5. is van mening dat de samenhang en de leesbaarheid van de "mededelingen", waar het gaat om de verschillende fasen van het besluitvormingsproces, erop zijn vooruitgegaan, daar de voor iedere fase eigen beginselen en besluitvormingsinstrumenten apart zijn benaderd, 1.6. wenst te worden betrokken bij het lopende beraad over de diverse stappen die rond de besluitvorming worden genomen, met name: - de procedure vóór de besluitname, die bijvoorbeeld gepaard gaat met een openbare raadpleging, een deskundig onderzoek of een comitologie-procedure, of - de procedure na de besluitname, die bijvoorbeeld gepaard gaan met medeverantwoordelijkheid van de partners, het delegeren van verantwoordelijkheid aan regelgevende agentschappen, het in overleg benutten van knowhow inzake tenuitvoerlegging, monitoring, follow-up, evaluatie van resultaten, ... Versterking van raadpleging en dialoog Het Comité van de Regio's 1.7. stelt vast dat de Europese Commissie: - enerzijds een mededeling(3) heeft gepubliceerd waarin zij de "algemene beginselen en minimumnormen voor raadpleging van de betrokken partijen door de Commissie" vastlegt, teneinde "de betrokken partijen de mogelijkheid te bieden hun mening te uiten zonder daarmee iets af te doen aan het besluitvormingsproces", - anderzijds haar voornemen heeft bevestigd om "in een vroeg stadium van de beleidsvorming een meer stelselmatige dialoog aan te gaan met Europese en nationale verenigingen van regionale en lagere overheden" en eind maart 2003 een werkdocument(4) inzake de voorwaarden voor het voeren van een dergelijke dialoog heeft gepresenteerd, 1.8. waardeert de door de Europese Commissie geleverde inspanningen om gestandaardiseerde procedures voor te stellen voor overleg met de "maatschappelijke organisaties" en hun aldus in het kader van interactieve beleidsvorming "een gestructureerd kanaal te bieden voor feedback, kritiek en protest"; tevens herinnert het eraan dat het overleg pluriform moet zijn en dat alle geledingen van de Europese samenleving vertegenwoordigd moeten zijn, 1.9. erkent het belang van het door de Europese Commissie voorgestelde kader om de "beginselen" van participatie, openheid, verantwoordelijkheid, doeltreffendheid en samenhang te koppelen aan de "normen" betreffende de duidelijkheid van het onderwerp van raadpleging, de identificatie van de betrokken doelgroepen, de voorwaarde van toegankelijkheid van informatie, de termijnen voor participatie, de feedback, 1.10. zou graag zien dat de geleidelijke toepassing van dergelijke raadplegingsregelingen door de diensten van de Europese Commissie effectief bijdraagt tot een grotere "transparantie" van de besluitvormingsprocessen. Totstandbrenging van een permanente dialoog met de lokale en regionale overheden Het Comité van des Regio's 1.11. is van mening dat wat de besluitvorming en de tenuitvoerlegging van het beleid betreft, werk moet worden gemaakt van een verdeling van bevoegdheden onder lokale, regionale, nationale en Europese overheden, 1.12. verheugt zich over het lopende overleg dat tot doel heeft de beginselen en praktische aspecten vast te leggen van deze "territoriale dialoog", die een tegenhanger is van de "sociale dialoog" voor regionale en lokale overheden, 1.13. is ermee ingenomen dat de Europese Commissie ook van mening is dat het Comité van de Regio's, dat de constitutionele vertegenwoordiger van de Europese lokale en regionale overheden is, over de bevoegdheid beschikt - waarin reeds via het door de twee voorzitters op 21 september 2001 ondertekende samenwerkingsprotocol is voorzien - met de verenigingen van territoriale overheden in dialoog te treden, 1.14. steunt het voorstel van de Commissie om het Comité van de Regio's jaarlijks een bijeenkomst te laten organiseren waarop de Commissie de nationale of Europese verenigingen van regionale en lokale overheden haar werkprogramma voorlegt. Bovendien moet aan de vertegenwoordigers van de regionale en lokale overheden de kans worden geboden zich niet alleen uit te spreken over het werkprogramma en andere voornemens van de Commissie, maar ook over concrete wetgevingsvoorstellen, 1.15. is van mening dat het Comité van de Regio's zelf moet vastleggen op welke wijze het met representatieve verenigingen van regionale en lokale overheden wil samenwerken om tot een hoogwaardige dialoog te komen. In nauwe samenwerking met de betrokken organisaties moeten duidelijke regels worden uitgestippeld om te zorgen voor een behoorlijke representativiteit van de organisaties die door het CvdR worden uitgenodigd om aan de dialoog met de Commissie deel te nemen, 1.16. beklemtoont dat deze betrokkenheid van de territoriale overheden tweeledig moet zijn: enerzijds, systematische en geregelde raadpleging van lokale en regionale overheden in de pre-legislatieve fase en, anderzijds, een grotere rol voor het Comité van de Regio's in de politieke besluitvormingsfase, 1.17. vindt dat de samenwerking via netwerken tussen territoriale overheden en hun nationale of Europese verenigingen moet vertaald worden in hechte partnerschappen die zich niet beperken tot reacties in het kader van een aan de besluitvorming voorafgaande raadpleging, maar tevens een meerwaarde creëren. Een soepele regeling voor het sluiten van overeenkomsten op basis van streefdoelen Het Comité van de Regio's 1.18. herinnert eraan dat het sluiten van doelstellingsovereenkomsten kan zorgen voor een grotere territoriale samenhang en een grotere flexibiliteit van maatregelen met een sterke territoriale impact, waarbij tegelijk ook de Europese en nationale wetgevingsprocedures worden vereenvoudigd, 1.19. stemt in met de voorstellen van de Europese Commissie om de regionale overheden in echt partnerschap met hun steden en lokale gemeenschappen rechtstreeks te betrekken bij de vaststelling van doelstellingen, het beheer van de communautaire fondsen en de follow-up van resultaten, en daarvoor ook gebruik te maken van tussen de Europese, nationale en regionale niveaus gesloten "tripartiete contracten". Het is immers zaak de tekortkomingen van het huidige systeem te verhelpen door toepassing van het partnerschapsbeginsel en het sluiten van algemene overeenkomsten tussen regio's, steden en lokale gemeenschappen, 1.20. is van mening dat het sluiten van overeenkomsten en van contracten het inderdaad mogelijk maakt om, dankzij de totstandbrenging van soepele en doeltreffende partnerschappen, een reële meerwaarde te creëren met het oog op de snelle verwezenlijking van duidelijk vastgestelde gemeenschappelijke doelstellingen, zonder daarbij aan de institutionele bevoegdheden van de partners te raken, 1.21. is ermee ingenomen dat de Europese Commissie besloten heeft om een aantal proeven met contracten te lanceren op gebieden als duurzame ontwikkeling, milieu, vervoer, onderzoek en ontwikkeling, teneinde aan te tonen welke voordelen worden geboden door een werkmethode waardoor niet langer stelselmatig een beroep hoeft te worden gedaan op bepaalde thans toegepaste wetgevingsregels en waardoor bijgevolg ook de algemene kosten van de werking van de Europese Unie kunnen worden gereduceerd, 1.22. wijst erop dat het Comité zich als een spreekbuis van de regio's en gemeenten in de Europese besluitvorming beschouwt. In het raadplegingsdocument van de Commissie moet dan ook worden vermeden dat de rol van het CvdR tot die van "interface" of verstrekker van lijsten en adressen van Europese en nationale verenigingen van lokale en regionale overheden wordt gereduceerd. Inachtneming van de beginselen van subsidiariteit, burgerbetrokkenheid, evenredigheid, enz. Het Comité van de Regio's 1.23. benadrukt dat de beginselen van subsidiariteit, burgerbetrokkenheid en evenredigheid expliciet moeten worden opgenomen in de nieuwe Grondwet van de EU en dat deze in de verschillende fasen van het communautaire wetgevingsproces geëvalueerd en in aanmerking moeten worden genomen, 1.24. is van mening dat de Europese werkingssfeer van de beginselen subsidiariteit, burgerbetrokkenheid en evenredigheid niet moet worden beperkt tot de gebieden waarover de Unie en haar lidstaten een dialoog voeren, maar ook moet gelden voor alle beleidsterreinen die onder de verantwoordelijkheid van lokale en regionale overheden vallen, 1.25. verwacht dat de inachtneming van deze beginselen en de invoering van nieuwe vormen van governance zullen leiden tot een dynamische versterking van de samenwerkingspartnerschappen tussen de verschillende bestuurslagen, teneinde een doeltreffender aanpak te bieden om de doelstellingen van economische, sociale en territoriale cohesie te verwezenlijken. In dit verband is ook het zaak naar een evenwichtige, polycentrische ontwikkeling toe te werken, het beleid voor stedelijke en landelijke gebieden beter op elkaar af te stemmen en het regionale beleid beter te coördineren met de maatregelen op specifieke terreinen, met name het mededingingsbeleid en het beleid inzake diensten van algemeen belang, 1.26. zou graag zien dat de taken en verantwoordelijkheden in het Constitutioneel Verdrag beter worden verdeeld tussen de verschillende bestuursniveaus, overeenkomstig de concrete toepassing van de beginselen van subsidiariteit, burgerbetrokkenheid en evenredigheid. Instrumenten voor regelgeving, informatie en communicatie Het Comité van des Regio's 1.27. erkent dat het van belang is Europese regelgevende agentschappen in te schakelen ter ondersteuning en verlichting van de uitvoerende taak van de Unie, op voorwaarde dit op duidelijk afgebakende gebieden gebeurt, 1.28. onderschrijft dan ook het voorstel van de Europese Commissie om te voorzien in begeleidende maatregelen die op de uiteenlopende situatie van de agentschappen zijn afgestemd, 1.29. pleit ervoor dat deze agentschappen "met het oog op het openbaar belang" niet alleen op technisch en administratief maar ook op politiek gebied "aan een doeltreffend controlesysteem worden onderworpen", 1.30. bevestigt zijn steun aan de Europese Commissie en met name de door haar gegeven impuls aan de ontwikkeling van een voorlichtingsbeleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van "informatietechnologieën" en het regelmatig verstrekken van gegegens "on line", 1.31. herinnert eraan dat het de verantwoordelijkheid wil nemen voor het voeren van een krachtig communicatiebeleid dat sterk gedecentraliseerd is en, in samenwerking met de lokale en regionale overheden, op ruime schaal informatie verspreidt die voor alle burgers toegankelijk is. 2. Aanbevelingen van het Comité van de Regio's Het Comité van de Regio's 2.1. zou graag zien dat het de status van een volwaardige instelling krijgt, dat zijn bevoegdheden in de nieuwe Europese structuur worden uitgebreid, zodat het op een nog constructievere manier kan deelnemen aan de discussies over de voorbereiding en tenuitvoerlegging van het Europese beleid en aldus ook in staat is om: - het in 2001 met de Commissie ondertekende samenwerkingsprotocol in praktijk te brengen, - naar behoren zijn functie als vertegenwoordiger van regionale en lokale overheden te vervullen, - ten volle aan een betere toepassing van de Europese governance deel te nemen. Ontwikkeling van de rol van het Comité van de Regio's op het gebied van raadpleging van en dialoog met de territoriale overheden Het Comité van de Regio's 2.2. onderstreept dat het beleid inzake territoriale samenhang in de ogen van de burgers een belangrijke plaats inneemt binnen het optreden van de Europese Unie, 2.3. herinnert eraan dat het graag zou zien dat het beleid inzake territoriale samenhang wordt beschouwd als een bevoegdheid die moet worden gedeeld door de Europese Unie, de lidstaten en de regionale en lokale overheden, 2.4. wenst een actieve en complementaire rol te spelen in de ontwikkeling van governance op regionaal en lokaal niveau, door met name deel te nemen aan: - het overleg met lokale actoren en het leiden van discussieplatforms tussen de overheden en het maatschappelijk middenveld, - het organiseren van en leiding geven aan uitwisselingsnetwerken die de samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus moeten structureren, met name wat de decentralisering van het beleid van de Europese Unie betreft, - het stimuleren van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking, op basis van op elk specifiek gebied afgestemde regelingen en van nieuwe instrumenten voor samenwerking tussen verschillende gebieden in de lidstaten, 2.5. is voornemens partnerschappen met representatieve organisaties van territoriale overheden tot stand te brengen om maximaal gebruik te maken van de specifieke knowhow waarover regionale en lokale overheden beschikken op verschillende voor hen relevante gebieden, om aan de andere Europese instellingen lokale en regionale voorstellen te presenteren met het oog op de uitstippeling van communautair beleid, en om aldus bij te dragen aan een evenwichtigere ontwikkeling van het communautaire grondgebied en een grotere betrokkenheid van de regio's bij de tenuitvoerlegging van de politieke agenda van de Unie, 2.6. herhaalt zijn voorstel om in de Verdragen een bepaling op te nemen waarbij het CvdR de mogelijkheid krijgt een grotere rol te spelen in de raadpleging door de Europese Commissie van de regionale en lokale overheden en hun Europese verenigingen; het CvdR zou in deze context met name als efficiënte spreekbuis kunnen fungeren voor lokale en regionale overheden die bij het Hof van Justitie een beroep willen instellen als een communautaire maatregel naar hun mening een inbreuk op hun eigen bevoegdheden betekent en derhalve ook het subsidiariteitsbeginsel schendt. Los daarvan zouden de regio's waarin zij vertegenwoordigd zijn, het recht moeten hebben om zich in zaken m.b.t. het subsidiariteitsbeginsel tot het Europees Hof van Justitie te wenden, 2.7. herinnert voorts aan zijn verzoek lokale en regionale overheden het recht toe te kennen zich tot het Europees Hof van Justitie te wenden wanneer zij van mening zijn dat hun bevoegdheden door communautaire instellingen niet worden gerespecteerd. Ontwikkeling inzake verkennende werkzaamheden, inbreng van knowhow en impactverslagen Het Comité van de Regio's 2.8. onderschrijft de idee "een regelgevingsklimaat te scheppen" dat er moet voor zorgen dat de kennis die door wetenschappelijk en technisch onderzoek is vergaard, via dynamische, open, pluralistische en goed gecontroleerde processen kan worden ingebracht en aangewend, 2.9. is bereid de ervaring en knowhow van zijn leden en van de territoriale overheden die zij vertegenwoordigen, ten dienste van het publiek te stellen, alsmede de op regionaal en lokaal niveau gehanteerde goede praktijken uit te wisselen en deel te nemen aan de vaststelling van maatregelen met een territoriale impact, en dit zowel in de fase van de uitstippeling van die maatregelen als van de evaluatie van de resultaten daarvan, 2.10. wenst met het oog daarop over de nodige middelen te beschikken om een "proactievere rol te kunnen spelen bij de evaluatie van het communautaire optreden", teneinde: - beter in staat te zijn zo gericht mogelijke adviezen uit te brengen, - de deskundigheid van zijn leden aan de andere instellingen ter beschikking te stellen, - de impact van het Europese beleid voor de lokale en regionale overheden in te schatten en beter zicht te krijgen op de kosten van de tenuitvoerlegging van dat beleid en de financiële lasten daarvan voor de begrotingen van de lokale en regionale overheden, - de voorbereiding van verkennende adviezen te verzekeren en te coördineren, met het oog op de integratie van de territoriale dimensie en van duurzame ontwikkeling in het communautaire beleid, - naar gelang van de doelstelling, het gebruik van overeenkomsten en tripartiete contracten te bevorderen. Ontwikkeling inzake de inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel Het Comité van de Regio's 2.11. herhaalt zijn aan de Conventie over de toekomst van Europa geformuleerde voorstel om in de Verdragen te voorzien in: - een duidelijke definitie van het subsidiariteitsbeginsel die moet garanderen dat de - naar gelang van het land uiteenlopende - bevoegdheden van regionale en lokale overheden onverlet worden gelaten, - de instelling van een controlesysteem, zowel vooraf als achteraf, om toe te zien op de naleving van het subsidiariteitsbeginsel en waarbij het Comité van de Regio's volledig zijn rol kan spelen, 2.12. wenst te kunnen toezien op de naleving van de beginselen van subsidiariteit en burgerbetrokkenheid, en derhalve ook over de nodige middelen te beschikken om: - zijn recht van enquête uit te oefenen t.a.v. de naleving van het subsidiariteitsbeginsel door de actoren en besluitvormers op verschillende niveaus in Europa, - doeltreffende controle te kunnen uitoefenen op de toepassing van het subsidiariteits- en het burgerbetrokkenheidsbeginsel, met name in het kader van wetgevingsvoorstellen met territoriale impact, - bij het Hof van Justitie in beroep te kunnen gaan in geval van schending van deze beginselen. Ontwikkeling ten aanzien van de verwezenlijking van een echt Europees burgerschap Het Comité van de Regio's 2.13. wijst nogmaals op zijn vaste overtuiging dat de doeltreffende integratie van de verschillende vormen van territoriale organisatie van de EU-lidstaten afhangt van de consolidatie van de lokale democratie en de versterking van de burgerbetrokkenheid van overheidsmaatregelen, 2.14. is van plan ten volle zijn rol te spelen als bemiddelaar en spreekbuis voor de regionale en lokale overheden teneinde op de eerbiediging van de tradities en specificiteiten van hun grondgebied toe te zien en het huidige "democratische deficit" te helpen wegwerken, 2.15. is van mening dat het moet kunnen bijdragen tot de totstandkoming van een echt Europees burgerschap, door met name - een rol te spelen bij de voorlichting, - de participatie van de burgers aan de besluitvorming te vergemakkelijken, - de participatieve democratie te ontwikkelen, 2.16. verzoekt de volgende intergouvernementele conferentie deze taken te erkennen en hem daartoe de nodige bevoegdheden te verlenen en verklaart bereid te zijn deze bevoegdheden uit te oefenen teneinde bij te dragen tot een betere Europese governance. Brussel, 2 juli 2003. De voorzitter van het Comité van de Regio's Albert Bore (1) PB C 198 van 14.7.1999, blz. 68. (2) PB C 144 van 16.5.2001, blz. 1. (3) COM(2002) 704 def. (4) Cf. werkdocument van de Europese Commissie met als titel "Een voortdurende en stelselmatige dialoog met de verenigingen van territoriale overheden over de beleidsvorming" (sinds 28 maart 2003 ook op de website van de Commissie te vinden).