Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52002SC1202

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opleiding van beroepschauffeurs voor goederen- en personenvervoer over de weg

/* SEC/2002/1202 def. - COD 2001/0033 */

52002SC1202

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opleiding van beroepschauffeurs voor goederen- en personenvervoer over de weg /* SEC/2002/1202 def. - COD 2001/0033 */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opleiding van beroepschauffeurs voor goederen- en personenvervoer over de weg

2001/0033 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opleiding van beroepschauffeurs voor goederen- en personenvervoer over de weg

1- CHRONOLOGISCH OVERZICHT

Indiening van het voorstel bij het EP en de Raad (document COM(2001) 56 definitief - 2001/0033(COD)): // 2.2.2001

Advies van het Economisch en Sociaal Comité: // 11.7.2001

Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: // 17.1.2002

Vaststelling van de gemeenschappelijke beleidslijn binnen de Raad: // 7.12.2001

Vaststelling van het gemeenschappelijk standpunt met gekwalificeerde meerderheid: // 5.12.2002

2- DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Aansluitend op haar mededeling van juni 2000, getiteld « Op weg naar veiliger, concurrerender, hoogwaardig wegvervoer in de Gemeenschap », heeft de Commissie een voorstel gedaan voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoering van een basisopleiding en bijscholing voor beroepschauffeurs .

3- COMMENTAAR OP HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT

3.1 Algemene opmerkingen

De Commissie merkt op dat het unaniem door de Raad aangenomen gemeenschappelijk standpunt het oorspronkelijke voorstel van de Commissie intact laat in die zin dat het voorziet in een basisopleiding en bijscholing, maar dat het ruimere bepalingen bevat die de totstandbrenging van die opleidingen mogelijk moeten maken. Het gemeenschappelijk standpunt kan dus worden gekenschetst als het resultaat van een billijk en evenwichtig compromis.

3.2 Door het Europees Parlement in eerste lezing aangenomen amendementen

In totaal zijn door het Europees Parlement in eerste lezing 25 amendementen aangenomen.

Deze amendementen hebben betrekking op:

- het toepassingsgebied (amendement 1) : deze nieuwe formulering van artikel 1 is nauwkeuriger en breidt met name het toepassingsgebied uit tot chauffeurs die onderdanen zijn van een derde land en in dienst zijn van een in een lidstaat gevestigde onderneming; dit amendement is in het gewijzigd voorstel opgenomen en komt ook voor in het gemeenschappelijk standpunt, met dit verschil dat daar in de eerste regel sprake is van « het besturen van voertuigen » in plaats van het beroep van chauffeur om elke dubbelzinnigheid te vermijden;

- een bijkomende uitzondering op het toepassingsgebied in artikel 2 (amendement 2) die noch in het gewijzigd voorstel noch in het gemeenschappelijk standpunt is overgenomen; dit amendement is overbodig nu het eerste amendement in het voorstel is overgenomen;

- het schrappen van de algemene vermelding van de limiet van 50 kilometer in artikel 2, onder e): amendement 3 houdt in dat aan de lidstaten de mogelijkheid wordt geboden af te wijken van de limiet van 50 kilometer; dit amendement is gedeeltelijk overgenomen in het gewijzigd voorstel en in het gemeenschappelijk standpunt;

- de mogelijkheid het beroep van chauffeur uit te oefenen voordat de in het voorstel voor een richtlijn voorgeschreven opleiding is afgerond (amendement 4): in het gewijzigd voorstel en het gemeenschappelijk standpunt wordt deze mogelijkheid in principe overgenomen, maar worden daaraan voorwaarden verbonden wat betreft de duur van deze ontheffing en het grondgebied waarvoor deze geldt;

- de erkenning van verworven rechten van beroepschauffeurs met vijf jaar ervaring: dit amendement (5) is noch in het gewijzigd voorstel noch in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen; het oorspronkelijke voorstel is in dit opzicht ruimhartiger: een ieder die vóór de inwerkingtreding van de voorgestelde richtlijn als chauffeur werkzaam was kan aan het werk blijven zonder eerst een basisopleiding te hoeven volgen; dit amendement zou zware gevolgen kunnen hebben voor een sector die reeds met personeelsgebrek te kampen heeft;

- de relatie met de opleiding voor het verkrijgen van een rijbewijs (amendement 6) : de eerste alinea van dit amendement is opgenomen in het gewijzigd voorstel en de tweede alinea is inhoudelijk daarin verwerkt; in het gemeenschappelijk standpunt zijn beide alinea 's inhoudelijk verwerkt; de derde alinea van amendement 6 is noch in het gewijzigd voorstel noch in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen;

- de mogelijkheid vanaf de leeftijd van 21 jaar een voertuig van de categorieën D en D+E te besturen na het doorlopen van een minimumbasisopleiding mits het gaat om lijndiensten voor personenvervoer over een traject van ten hoogste 50 kilometer (amendement 7): dit amendement vult op adequate wijze een leemte op in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie en is verwerkt in het gewijzigd voorstel alsook in het gemeenschappelijk standpunt, zij het met redactionele wijzigingen;

- het halen van examens: deze amendementen (8 en 9), die sporen met het door de Commissie gedane voorstel, zijn opgenomen in het gewijzigd voorstel; zij zijn inhoudelijk verwerkt in het gemeenschappelijk standpunt;

- bijscholing onder arbeidstijd: dit amendement (10) is noch in het gewijzigd voorstel noch in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt: dit aspect valt namelijk onder de bevoegdheid van de lidstaten en soms zelfs onder die van de sociale partners; bovendien bestaan er al opleidingsformules, zoals het opleidingsverlof, die zo van de toepassing van de richtlijn zouden kunnen worden uitgesloten;

- periodieke bijscholing met een duur van 35 uur, bestaande uit leseenheden van minstens zeven uur: dit amendement (11) is in het gewijzigd voorstel en in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt; zo wordt een grotere flexibiliteit mogelijk gemaakt bij het aanbieden van deze bijscholing, maar wordt wel een minimumduur van één opleidingsdag gehandhaafd zodat opleidingen van een te korte duur, met een beperkt pedagogisch effect, worden vermeden;

- de inhoud van de bijscholing (amendement 12): de voorgestelde wijzigingen in artikel 8, lid 2), zijn inhoudelijk overgenomen in het gewijzigd voorstel; zij zijn voor een deel overgenomen in het gemeenschappelijk standpunt;

- de vrije keuze van de plaats waar de opleiding wordt gegeven: dit amendement (13) is noch in het gewijzigd voorstel noch in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen;

- de plaats waar beroepschauffeurs uit derde landen hun opleiding krijgen: gezien de uitbreiding van het toepassingsgebied (amendement 1), is het logisch artikel 9, dat betrekking heeft op de plaats van de opleiding, aan te passen (amendement 14); het gewijzigd voorstel en het gemeenschappelijk standpunt zijn in de zin van dit amendement gewijzigd;

- het meetellen van reeds gevolgde bijscholing (amendement 15): deze leemte in het oorspronkelijke voorstel is opgevuld in het gewijzigd voorstel en in het gemeenschappelijk standpunt; het is logisch dat een beroepschauffeur die reeds bij een bedrijf of in een bepaalde lidstaat opleidingsdagen heeft gevolgd en vervolgens van woonplaats verandert deze dagen niet hoeft over te doen;

- de opbouw van de bijlage, deel 1 : de amendementen 16, 17 en 18 voorzien in een helderder structuur voor het opleidingsprogramma; er wordt onderscheid gemaakt tussen het goederen-en het personenvervoer en voor elk punt van dit deel van de bijlage zijn doelstellingen geformuleerd; deze structuur is overgenomen in het gewijzigd voorstel en in het gemeenschappelijk standpunt; tevens is deel 1 herschreven in het licht van amendement 6 om overlappingen met de opleiding voor het verkrijgen van het rijbewijs te voorkomen;

- de introductie van een keuzemogelijkheid « internationaal vervoer » bij de opleiding: deze specifieke optie is met name voorgesteld om de talenkennis van de chauffeurs te verbeteren; dit amendement (19) is noch in het gewijzigd voorstel noch in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen; het staat namelijk te ver af van de bedoeling van het oorspronkelijke voorstel;

- en onafhankelijke instantie voor het afnemen van examens (amendementen 20 en 21): deze precisering spoort met het voorstel van de Commissie en is inhoudelijk overgenomen in het gewijzigd voorstel en in het gemeenschappelijk standpunt;

- externe controle op de examens (amendementen 22 en 23): het betreft twee preciseringen die zijn voorgesteld met betrekking tot deel 5 van de bijlage, dat betrekking heeft op de goedkeuring van de opleiding; deze voorstellen, die overigens te gedetailleerd zijn, kunnen dus niet in dit deel worden opgenomen; deze amendementen zijn bijgevolg noch in het gewijzigd voorstel noch in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt;

- de kwalificaties en eerdere ervaring van de instructeurs: amendement 24 laat het oorspronkelijke voorstel van de Commissie intact, maar voorziet in een iets grotere flexibiliteit om te garanderen dat voldoende instructeurs kunnen worden aangeworven; dit amendement is inhoudelijk zowel in het gewijzigd voorstel als in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen;

- beoordeling: amendement 43 voorziet in een beoordeling 3 jaar na de inwerkingtreding van de door de Commissie voorgestelde richtlijn; de Commissie kan in principe akkoord gaan met deze beoordeling aangezien het amendement geen bepalingen bevat die het initiatiefrecht van de Commissie uithollen; het lijkt inderdaad nuttig de tenuitvoerlegging van deze richtlijn te beoordelen om na te gaan of de bereikte harmonisatie op communautair niveau het mogelijk heeft gemaakt de door de Commissie gestelde doeleinden te bereiken; dit amendement is inhoudelijk verwerkt in het gewijzigd voorstel en in het gemeenschappelijk standpunt, maar de geplande beoordeling is naar een later tijdstip verschoven;

Samenvattend kan de situatie als volgt worden weergegeven: van de 25 door het Parlement aangenomen amendementen heeft de Commissie er 5 goedgekeurd (amendementen 1, 7, 11, 15 en 24), soms met een aantal formele en redactionele aanpassingen; zij heeft er 8 in principe goedgekeurd (amendementen 4, 8, 9, 12, 14, 20, 21 en 43) en 5 gedeeltelijk (amendementen 3, 6, 16, 17 en 18), en heeft er 7 afgewezen (amendementen 2, 5, 10, 13, 19, 22 en 23).

In het gemeenschappelijk standpunt zijn op vergelijkbare wijze dezelfde amendementen opgenomen als in het gewijzigd voorstel van de Commissie.

3.3 Nieuwe door de Raad aangebrachte wijzigingen

Het gemeenschappelijke standpunt bevat de volgende aanpassingen in het gewijzigd voorstel van de Commissie:

- verruiming van de opleidingsvoorschriften: het gemeenschappelijk standpunt voorziet in de extra mogelijkheid de eisen inzake volledige basisopleiding te vervullen via een variant die uitsluitend examens omvat maar niet voorziet in een verplichte lesperiode; daartoe zijn met name de artikelen 3 en 6 van het gemeenschappelijk standpunt ingrijpend gewijzigd vergeleken met de artikelen 4 en 7 van het gewijzigd voorstel, alsook de delen 2, 3 en 4 van de bijlage; het gemeenschappelijk standpunt voorziet dus in twee mogelijkheden (artikel 3) om aan de eisen inzake volledige basisopleiding te voldoen, namelijk het volgen van lessen gevolgd door een examen, zoals bepaald in het oorspronkelijke en het gewijzigde voorstel van de Commissie, respectievelijk alleen een examen; de Commissie is van mening dat deze verruiming van de opleidingsvoorschriften in geen enkel opzicht in strijd is met de geest van haar voorstel; de mogelijkheid alleen examens af te leggen is gedetailleerd beschreven in de bijlage (deel 2.2), en biedt voldoende garanties voor gelijkwaardigheid met de formule die het volgen van lessen en het afleggen van een examen omvat (deel 2.1)

- gebruikte terminologie: als gevolg van bovenvermelde wijzigingen in de voorschriften is in het gemeenschappelijk standpunt niet langer sprake van volledige basisopleiding, maar van « basiskwalificatie »; de minimum basisopleiding, die nog steeds het volgen van lessen omvat, is « versnelde basiskwalificatie » geworden; wat bijscholing betreft is de terminologie niet veranderd; de Commissie kan deze wijziging, die meer stilistisch dan inhoudelijk is, accepteren;

- communautair model van de kwalificatiekaart bestuurder: ingevolge de uitbreiding van het toepassingsgebied van het voorstel van de Commissie (amendement 1), is in het gemeenschappelijk standpunt een nieuwe bijlage II toegevoegd waarin een communautair model van de kwalificatiekaart is opgenomen; de lidstaten kunnen de communautaire code (artikel 10) hetzij op het rijbewijs van de beroepschauffeur, hetzij op de kwalificatiekaart bestuurder aanbrengen; door dit alternatief te bieden kan de regeling ook worden toegepast op bestuurders uit derde landen die personenvervoer over de weg verzorgen en wordt enige speelruimte gegeven doordat nu het rijbewijs en de kwalificatiekaart bestuurder een verschillende geldigheidsduur mogen hebben; de Commissie kan akkoord gaan met deze toevoeging gezien de goede fraudebescherming en bescherming van persoonsgegevens die zo wordt geboden en het feit dat door een communautair model wederzijdse erkenning wordt vergemakkelijkt;

- definities: in het gemeenschappelijk standpunt is artikel 2 van het gewijzigd voorstel geschrapt aangezien dit artikel grotendeels overlapt met artikel 1, afgezien van de definitie van gewone verblijfplaats, die in het gemeenschappelijk standpunt in artikel 9 is opgenomen; aangezien deze wijziging een logisch gevolg is van de invoeging van amendement 1 van het Europees Parlement, is zij acceptabel voor de Commissie;

- uitzonderingen: het gemeenschappelijk standpunt voorziet in twee extra uitzonderingen vergeleken met het gewijzigd voorstel, één voor voertuigen die worden gebruikt in noodsituaties of worden ingezet voor reddingsoperaties, en één voor voertuigen die worden gebruikt tijdens autorijlessen met het oog op het behalen van een rijbewijs of in het kader van het onderhavige voorstel; de Commissie is van mening dat deze twee nieuwe uitzonderingen nuttig zijn en de doelstellingen van het voorstel niet schaden; voorts is in het gemeenschappelijk standpunt de formulering van de uitzonderingen onder d) en e) van het gewijzigd voorstel aangepast; in het gemeenschappelijk standpunt is het niet-commercieel vervoer van personen toegevoegd en is de mogelijkheid geschrapt een systeem van individuele vergunningen te hanteren; deze wijzigingen sporen met het voorstel en zijn dus aanvaardbaar voor de Commissie;

- datum van omzetting en uitvoering en verworven rechten: het gemeenschappelijk standpunt voorziet voor de omzetting in nationaal recht in een termijn van drie jaar die ingaat op de datum van inwerkingtreding van de voorgestelde richtlijn; nog eens twee jaar later moet de richtlijn worden toegepast ten aanzien van de bestuurders van touringcars en bussen en nog eens drie jaar later ten aanzien van de bestuurders van vrachtwagens (artikel 14) ; wat bijscholing betreft gelden dezelfde termijnen ten aanzien van bestaande bestuurders (artikelen 4 en 8) ; het gemeenschappelijk standpunt is zodanig opgesteld dat de richtlijn geleidelijk ten uitvoer kan worden gelegd; de Commissie gaat akkoord met deze wijzigingen gezien het grote aantal bestuurders van vrachtwagens en autobussen dat daarmee te maken krijgt, het aantal opleidingen dat moet worden verzorgd en de omvang van de opleidingsvoorzieningen die thans in de lidstaten worden aangeboden;

- intrekking: in het gemeenschappelijk standpunt worden in artikel 15 de data van intrekking van Richtlijn 76/914/EEG en van de leden 1, 2 en 4 van artikel 5 van Verordening (EEG) 3820/85 gelijkgetrokken met de in artikel 4 en artikel 14 vastgestelde omzettings- en uitvoeringsdata; om bovenvermelde redenen gaat de Commissie akkoord met deze wijzigingen;

- minimumleeftijd voor het besturen van een voertuig voor personenvervoer: in artikel 6, lid 3, van het gemeenschappelijk standpunt wordt de minimumleeftijd voor de chauffeur van een touringcar of autobus met een versnelde basiskwalificatie vastgesteld op 23 jaar, tegen 24 jaar in het oorspronkelijke en het gewijzigde voorstel; voorts is in het gemeenschappelijk standpunt bepaald dat een lidstaat voor deze voertuigen de minimumleeftijd voor chauffeurs met een basiskwalificatie van 21 op 20 kan brengen voor ritten op zijn grondgebied en zelfs op 18 jaar wanneer zonder passagiers wordt gereden; daarentegen is het gemeenschappelijk standpunt strikter wat betreft de minimumleeftijd voor het besturen van minibussen of autobussen in het kader van geregelde diensten waarvan het traject ten hoogste vijftig kilometer bedraagt: voor chauffeurs met een versnelde basiskwalificatie wordt deze leeftijd op 21 jaar vastgesteld; deze leeftijd kan voor chauffeurs met een basiskwalificatie tot 18 jaar worden teruggebracht, mits alleen wordt gereden op het grondgebied van de lidstaat die van deze mogelijkheid gebruikmaakt; de Commissie is van mening dat het resultaat van deze wijzigingen evenwichtig kan worden genoemd en aanvaardbaar is tegen de achtergrond van het voorstel als geheel;

- hervatting van de beroepsactiviteit na een onderbreking: in het gemeenschappelijk standpunt is bepaald dat een chauffeur die zijn beroep niet langer uitoefent en die niet langer voldoet aan de eisen van deze richtlijn een bijscholing moet volgen voordat hij zijn beroep weer kan opnemen (artikel 8, lid 4); de Commissie beschouwt dit als een nuttige toevoeging en gaat ermee akkoord;

- voorwaarden voor vrijstelling van bijscholing: in het gemeenschappelijk standpunt is bepaald dat een chauffeur die reeds een bijscholing heeft gevolgd voor het goederenvervoer kan worden vrijgesteld van bijscholing indien hij ook personenvervoer verzorgt of vice versa; de Commissie is van mening dat door deze toevoeging de tekst beter wordt afgestemd op de richtlijn als geheel;

- in het gemeenschappelijk standpunt zijn in de overwegingen de nodige aanpassingen aangebracht om deze in overeenstemming te brengen met bovenvermelde wijzigingen; de Commissie accepteert deze nieuwe overwegingen aangezien zij grotendeels identiek zijn met de overwegingen van het gewijzigd voorstel en inhoudelijk sporen met het oorspronkelijke en het gewijzigde voorstel van de Commissie.

3.4 Juridische grondslag

Slechts één delegatie heeft bij de aanneming van het gemeenschappelijk standpunt bezwaar gemaakt tegen de keuze van de juridische grondslag. Volgens deze delegatie moest artikel 150 in plaats van artikel 71 als grondslag voor de richtlijn worden genomen. Deze zienswijze werd betwist door de Juridische Dienst van de Raad, de vertegenwoordiger van de Commissie, alsook door de overige delegaties.

4- CONCLUSIE

De Commissie hecht haar goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, dat een belangrijke stap vooruit betekent op het gebied van de kwalificatie en opleiding van beroepschauffeurs, de verkeersveiligheid en het realiseren van billijke concurrentievoorwaarden binnen de EU.

Top