Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52002DC0066

Verslag van de Commissie - 24e Jaarverslag van het raadgevend comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de Arbeidsplaats 1999

/* COM/2002/0066 def. */

52002DC0066

Verslag van de Commissie - 24e Jaarverslag van het raadgevend comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de Arbeidsplaats 1999 /* COM/2002/0066 def. */


VERSLAG VAN DE COMMISSIE 24E JAARVERSLAG VAN HET RAADGEVEND COMITÉ VOOR DE VEILIGHEID, DE HYGIËNE EN DE GEZONDHEIDSBESCHERMING OP DE ARBEIDSPLAATS 1999

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING

1. KENMERKEN VAN HET COMITÉ

1.1. Ontstaan, bevoegdheid, mandaat

1.2. Structuur, werking

2. ACTIVITEITEN IN 1999

2.1. 23e jaarverslag van de werkzaamheden van het Raadgevend Comité

2.2. Goedgekeurde adviezen

2.2.1. Advies van het Comité over het voorstel (document III/4101/97 rev.3 van 05/10/98) voor een herziening van de richtlijn «machines» 98/37/EG (document nr. 0128/2/99).

2.2.2. Advies over een procedure en een methodologie om het Comité in staat te stellen de door de Commissie gevraagde adviezen uit te brengen over de verslagen van de lidstaten betreffende de praktische tenuitvoerlegging van de richtlijnen die aan het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité worden overgelegd (document 0637/1/99).

2.2.3. Advies over de "ontwikkeling van gezondheids- en veiligheidsbeheerssystemen op het werk" (document 510/1/99) en ontwerp van Europese richtsnoeren voor het organiseren van veiligheid en gezondheid op het werk (document 0135/2/99).

2.2.4. Advies over de aan de Europese normalisatie-organisaties gerichte en in de documenten 24/99, 37/99, 40/99, 41/99, 42/99, 43/99 en 44/99 beschreven ontwerpen voor normalisatiemandaten (document nr. 0641/99).

2.2.5. Advies over de op verzoek van de Europese Commissie uitgevoerde studie van CEN naar de "haalbaarheid van richtsnoeren voor de keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen". (Document nr. 6224/1/98)

2.2.6. Advies over een eerste lijst van grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (Document nr. 6037/1/98)

2.2.7. Advies over de bescherming van de gezondheid en veiligheid van zelfstandigen. (Document nr. 6227/2/9).

2.2.8. Advies van het Comité over het ontwerp-werkprogramma van het Agentschap van Bilbao voor 2000

3. ACTIVITEITEN VAN DE GROEPEN/STRUCTUUR AAN HET EINDE VAN HET JAAR

3.1. In 1999 actieve werkgroepen die hun werkzaamheden in 2000 voortzetten

3.1.1. Programmering

3.1.2. Normalisatie

3.1.3. Vaststelling van blootstellingsniveaus

3.1.4. Multidisciplinaire beschermings- en preventiediensten/medische bewaking van de werknemers

3.1.5. Preventie van geweld op het werk

3.1.6. Herstructurering van de comités (groep "programmering")

3.1.7. Verslag over de werking van het Agentschap van Bilbao

3.1.8. Spier-en skeletaandoeningen

3.2. Oprichting van werkgroepen in 1999

3.3. Ontbinding van werkgroepen

3.3.1. Tenuitvoerlegging van de richtlijnen

3.3.2. Zelfstandigen

3.3.3. Machines

4. SAMENWERKING MET ANDERE ORGANEN

4.1. Permanent orgaan

4.2. Comité van hoge functionarissen van de arbeidsinspectie

4.3. Wetenschappelijk comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia

4.4. Sociale partners

4.5. Technisch vakbondsbureau

4.6. Internationaal Arbeidsbureau

4.7. Europese Stichting

4.8. Europees Agentschap van Bilbao

BIJLAGE A

BIJLAGE B

BIJLAGE C

BIJLAGE D

SAMENVATTING

24E JAARVERSLAG VAN HET RAADGEVEND COMITÉ VOOR DE VEILIGHEID, DE HYGIËNE EN DE GEZONDHEIDSBESCHERMING OP DE ARBEIDSPLAATS 1999 ( Doc. 135/1/00 NL)

Aangezien de oprichting van een permanent orgaan noodzakelijk was om de Commissie bij te staan bij de voorbereiding en de tenuitvoerlegging van de activiteiten op het gebied van de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats en om de samenwerking tussen de nationale overheidsdiensten en de werknemers- en werkgeversorganisaties te vergemakkelijken, heeft de Raad van de Europese Gemeenschappen bij Besluit 74/325/EEG van 27 juni 1974 een Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats opgericht.

Het Comité is een tripartiete instantie, samengesteld uit gewone leden, en wel voor elke lidstaat: twee regeringsvertegenwoordigers, twee vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties en twee vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties. Voor elk der gewone leden van het Comité wordt een plaatsvervangend lid benoemd. De gewone leden en de plaatsvervangende leden van het Comité worden benoemd door de Raad die de lijst daarvan ter informatie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen publiceert. Het Comité wordt voorgezeten door een lid van de Commissie of, indien deze verhinderd is, door een door hem aan te wijzen ambtenaar van de Commissie.

Het Comité stelt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden op, dat de Commissie toezendt aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Raadgevend Comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.

In 1999 is het Comité, voorgezeten door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Werkgelegenheid en sociale zaken (DG EMPL), twee keer te Luxemburg bijeengekomen. Tijdens elke vergadering heeft de Commissie het Comité geïnformeerd over de stand van zaken in verband met alle dossiers betreffende de gezondheid, de veiligheid en de hygiëne op het werk.

De activiteiten van het Comité hebben geleid tot de goedkeuring van het jaarverslag over de werkzaamheden in 1998, de goedkeuring van acht adviezen waarvan een overzicht staat vermeld in punt 2.2 van dit verslag en een studie naar de onderwerpen die deel kunnen uitmaken van het werkprogramma voor 2000.

1. KENMERKEN VAN HET COMITÉ

1.1. Ontstaan, bevoegdheid, mandaat

Aangezien de oprichting van een permanent orgaan noodzakelijk was om de Commissie bij te staan bij de voorbereiding en de tenuitvoerlegging van de activiteiten op het gebied van de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats en om de samenwerking tussen de nationale overheidsdiensten en de werknemers- en werkgeversorganisaties te vergemakkelijken, heeft de Raad van de Europese Gemeenschappen bij Besluit 74/325/EEG van 27 juni 1974 een Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats opgericht.

Het comité heeft met name tot taak (artikel 2, punt 2, van het besluit):

(1) op basis van de te zijner beschikking gestelde gegevens denkbeelden en ervaringen uit te wisselen over de bestaande of beoogde voorschriften;

(2) bij te dragen tot de totstandbrenging van een gemeenschappelijke aanpak van de problemen die zich op het gebied van de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats voordoen, alsmede met betrekking tot de keuze van de communautaire prioriteiten en de ter verwezenlijking daarvan noodzakelijke maatregelen;

(3) de aandacht van de Commissie te vestigen op de gebieden waar het verwerven van nieuwe kennis en de tenuitvoerlegging van passende acties inzake opleiding en onderzoek noodzakelijk blijken;

(4) in het kader van de communautaire actieprogramma's en in samenwerking met het Permanent Orgaan voor de veiligheid en de gezondheidsvoorwaarden in de steenkolenmijnen vast te leggen:

- de criteria en de doelstellingen van de strijd tegen de arbeidsongevallenrisico's en de gevaren voor de gezondheid in de onderneming

- de methoden waarmee de ondernemingen en hun personeel het niveau van de bescherming kunnen evalueren en verbeteren

(5) bij te dragen tot de voorlichting van de nationale overheidsinstanties en van de organisaties van werknemers en werkgevers over de communautaire acties, teneinde hun onderlinge samenwerking te bevorderen en hun initiatieven te stimuleren met het oog op de uitwisseling van opgedane ervaringen en de opstelling van gedragscodes.

1.2. Structuur, werking

Het Comité is een tripartiete instantie, samengesteld uit gewone leden, en wel voor elke lidstaat: twee regeringsvertegenwoordigers, twee vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties en twee vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties. Voor elk der gewone leden van het Comité wordt een plaatsvervangend lid benoemd. De gewone leden en de plaatsvervangende leden van het Comité worden benoemd door de Raad die de lijst daarvan ter informatie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen publiceert.

Het Comité wordt voorgezeten door een lid van de Commissie of, indien deze verhinderd is, door een door hem aan te wijzen ambtenaar van de Commissie.

Het Comité kan werkgroepen oprichten, voorgezeten door een lid van het Comité. Deze groepen leggen de resultaten van hun werkzaamheden voor in de vorm van verslagen tijdens een vergadering van het Comité.

Het Comité stelt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden op, dat de Commissie toezendt aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Raadgevend Comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.

De adviezen van het Comité worden bij absolute meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vastgesteld. Uitspraken van het Comité zijn slechts geldig, wanneer twee derde van het aantal leden aanwezig is.

Het Comité heeft zijn reglement van orde vastgesteld dat op 30 april 1976 van kracht is geworden na op advies van de Commissie door de Raad te zijn goedgekeurd.

De vertegenwoordigers van de regeringen, de werknemersorganisaties en de werkgeversorganisaties hebben zich georganiseerd in drie afzonderlijke belangengroepen die elk een woordvoerder aanwijzen. Elke woordvoerder neemt deel aan de vergaderingen van de belangengroep die hem heeft aangewezen en aan de vergaderingen van het Comité waar zij het standpunt van de groepen vertolken.

De contacten tussen de leden van de belangengroep van de regeringsvertegenwoordigers worden verzorgd door een lid van het Comité dat de regering vertegenwoordigt waarvan het land het voorzitterschap van de Raad bekleedt. De contacten tussen de leden van het Comité die de werkgevers vertegenwoordigen worden verzorgd door de Unie van Industriefederaties van de Europese Gemeenschap (UNICE) en het Europees Verbond van Vakverenigingen, de vakbondsorganisatie van de werknemers op communautair niveau, is belast met de coördinatie van de standpunten van de werknemersvertegenwoordigers.

De diensten van de Commissie voeren het secretariaat van het Comité en de werkgroepen. Het secretariaat ressorteert onder Directoraat-generaal EMPL (eenheid D/6).

2. ACTIVITEITEN IN 1999

Op 7 juli 1997 heeft de Raad op voorstel van de lidstaten de gewone en plaatsvervangende leden van het Comité benoemd voor de periode 7 juli 1997 - 6 juli 2000, omdat de vorige mandaten, die geldig waren voor de periode 4 maart 1994 - 3 maart 1997, waren verlopen. De ledenlijst voor 1999 staat vermeld in bijlage B.

In 1999 is het Comité twee keer te Luxemburg bijeengekomen, en wel in mei en oktober. Tijdens elke vergadering heeft de Commissie het Comité geïnformeerd over de stand van zaken in verband met alle dossiers betreffende de gezondheid, de veiligheid en de hygiëne op het werk.

De vergaderingen van het Comité zijn de dag tevoren voorafgegaan door een vergadering van de leden van het Comité die de regeringen, de werkgevers en de werknemers vertegenwoordigen, die in belangengroepen zijn verenigd. De belangengroepen hebben tijdens het jaar twee extra vergaderingen gehouden.

De werkzaamheden van het Comité tijdens het jaar 1999 hebben gelijke tred gehouden met de voortgang van de werkzaamheden van de Commissie, zoals vastgelegd in het communautaire programma 1996-2000.

De werkzaamheden en de prioriteiten zijn aan het Comité voorgesteld door de werkgroep "programmering" die vier keer is bijeengekomen.

De werkzaamheden van de acht werkgroepen die zijn belast met de bestudering van de specialistische gebieden waarover het Comité een advies wenste uit te brengen, hebben de organisatie van vijftien vergaderingen noodzakelijk gemaakt.

Het Comité heeft de drie groepen ontbonden waarvan de werkzaamheden waren voltooid :

- Tenuitvoerlegging van de richtlijnen

- Zelfstandigen

- Machines

Het Comité heeft vijf groepen opgericht waarvan het het mandaat heeft goedgekeurd:

- Asbest (document nr. 0306/1/99)

- Tenuitvoerlegging van de richtlijnen (document nr. 0136/1/99)

- Richtsnoeren voor de richtlijn chemische agentia (document nr. 0307/2/99)

- Spier- en skeletaandoeningen (document nr. 0303/99)

- Verslag over de werking van het Agentschap (document nr. 0305/99).

Het Comité heeft ook het mandaat over de Herstructurering van de comités toegekend aan de groep Programmering (document nr. 0304/99). Het Comité heeft verder het mandaat van de groep Vaststelling van blootstellingsniveaus (document nr. 0314/1/99) herzien.

Een samenvatting van de werkzaamheden van de groepen staat vermeld in punt 3 van dit verslag.

De activiteiten van het Comité hebben geleid tot de goedkeuring van het jaarverslag over de werkzaamheden in 1998, de goedkeuring van acht adviezen waarvan een overzicht staat vermeld in punt 2.2 van dit verslag en een studie naar de onderwerpen die deel kunnen uitmaken van het werkprogramma voor 2000.

2.1. 23e jaarverslag van de werkzaamheden van het Raadgevend Comité

document 0649/99

Het Comité heeft zijn 23e jaarverslag over zijn werkzaamheden in 1998 tijdens zijn 59e vergadering op 27 oktober 1999 goedgekeurd.

2.2. Goedgekeurde adviezen

2.2.1. Advies van het Comité over het voorstel (document III/4101/97 rev.3 van 05/10/98) voor een herziening van de richtlijn «machines» 98/37/EG (document nr. 0128/2/99).

Het Comité heeft de groep "machines" op 29 oktober 1997 opgericht voor de opstelling van een advies van het Raadgevend Comité over de ontwerp-richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake machines met het oog op de herziening van Richtlijn 98/37/EEG (gecodificeerde versie van Richtlijn 89/392/EEG).

In zijn advies wijst het Comité op de complexiteit van de tekst van het voorstel voor een richtlijn en merkt op dat, als de tekst niet wordt gewijzigd, flankerende maatregelen nodig zijn om het begrip en de praktische en gelijke toepassing ervan door alle lidstaten van de Unie te vergemakkelijken.

Naar zijn mening moet de herziening van de richtlijn het gehele productieproces bestrijken tot aan de inbedrijfstelling, met andere woorden tot aan het eerste gebruik, zodat er geen enkele juridische leemte overblijft tussen de bepalingen van de machinerichtlijn en die van de gewijzigde Richtlijn 89/655.

De herziening moet ook het begrip "quasi-machines" verduidelijken en vaststellen op welke wijze deze in juridisch opzicht moeten worden behandeld, waarbij de eventuele verantwoordelijkheden van de verschillende betrokkenen moeten worden gespecificeerd.

Het Comité heeft het ontwerp-advies op 27 oktober 1999 met meerderheid van stemmen goedgekeurd.

2.2.2. Advies over een procedure en een methodologie om het Comité in staat te stellen de door de Commissie gevraagde adviezen uit te brengen over de verslagen van de lidstaten betreffende de praktische tenuitvoerlegging van de richtlijnen die aan het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité worden overgelegd (document 0637/1/99).

Het Comité heeft op 29 oktober 1997 de werkgroep "verslagen" opgericht, die tot taak heeft een procedure en een methodologie op te stellen om het in staat te stellen de adviezen uit te brengen die worden gevraagd door de Commissie die, in het kader van haar verplichtingen, verslagen aan het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité moet overleggen.

Overeenkomstig het mandaat bestaat uit het advies uit twee delen:

- Het eerste deel is gewijd aan de opmerkingen van het Comité over het modelplan dat door de nationale autoriteiten wordt gebruikt voor de opstelling van hun verslag. Overeenkomstig de op artikel 118A van het Verdrag gebaseerde richtlijnen moeten de lidstaten immers aan de Commissie verslag uitbrengen over de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de richtlijnen, onder vermelding van de standpunten van de sociale partners.

- Het tweede deel betreft met name de procedures voor de opstelling van het advies van het Comité over de verslagen van de Commissie en de aanbevelingen in verband met de hoofdlijnen van de inhoud van deze verslagen.

Het Comité heeft het ontwerp-advies op 27 oktober 1999 met meerderheid van stemmen goedgekeurd.

2.2.3. Advies over de "ontwikkeling van gezondheids- en veiligheidsbeheerssystemen op het werk" (document 510/1/99) en ontwerp van Europese richtsnoeren voor het organiseren van veiligheid en gezondheid op het werk (document 0135/2/99).

De groep is op 29 oktober 1997 opgericht om in de context van de geleidelijke mondialisering van de markten en in het kader van artikel 137 van het EG-Verdrag aanbevelingen op te stellen voor de uitwerking van richtsnoeren voor het tot stand brengen van gezondheids- en veiligheidsbeheerssystemen .

Er zijn vier vergaderingen gehouden om het door het mandaat vastgestelde doel te verwezenlijken.

Document 0510/1/99, advies :

Het Comité erkent dat een systematische benadering van de gezondheids- en veiligheidssystemen op het werk noodzakelijk is om de gezondheid en veiligheid op het werk op het hoge niveau te brengen waarin in de kaderrichtlijn is voorzien. Het Comité is van mening dat geen universeel systeem voor het beheer van de bescherming van de de werknemers op het werk bestaat dat bruikbaar is voor alle organisaties, ongeacht omvang, sector of specifieke risico's. Het comité acht het echter mogelijk de basisvoorwaarden vast te stellen die als richtsnoeren kunnen worden voorgesteld om een gemeenschappelijke aanpak bij de invoering van een dergelijk systeem aan te moedigen.

Document 0135/2/99, richtsnoeren :

Dit document rechtvaardigt in het eerste deel de opstelling van richtsnoeren in het kader van de totstandbrenging van een hoog niveau van gezondheid en veiligheid op het werk. Daarna worden richtsnoeren ontwikkeld op grond van de volgende elementen en procédés:

- beleid en strategie inzake veiligheid en gezondheid ;

- verantwoordelijkheden, functies en bevoegdheden ;

- structuur van het gezondheids- en veiligheidsbeheerssysteem op het werk;

- interne en externe verspreiding van informatie en samenwerking;

- integratie van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk ;

- documentatie en beheer van documenten;

- identificatie en beheer van de resultaten -verbetering van het gezondheids- en veiligheidsbeheerssysteem op het werk.

Het Comité heeft het ontwerp-advies op 27 oktober 1999 unaniem goedgekeurd.

2.2.4. Advies over de aan de Europese normalisatie-organisaties gerichte en in de documenten 24/99, 37/99, 40/99, 41/99, 42/99, 43/99 en 44/99 beschreven ontwerpen voor normalisatiemandaten (document nr. 0641/99).

Het Comité merkt op dat, hoewel de mandaten reeds door het comité "normalisatie" zijn onderzocht, het zijn taak is om de Commissie zijn advies te geven over deze ontwerp-mandaten, voordat de Europese normalisatie-organisaties deze officieel krijgen, zodat ook een evaluatie van de aspecten van de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats kan worden gemaakt.

- Doc. 24/99 - Ontwerp-mandaat voor CEN, CENELEC en ETSI op het gebied van de elektromagnetische compatibiliteit

- Het Comité keurt het document ongewijzigd goed.

- Doc. 37/99 - Ontwerp-mandaat voor CEN voor het vaststellen van gestandaardiseerde meetmethoden voor de concentraties van PM 2,5 in de lucht

- Het Raadgevend Comité adviseert de Commissie te beoordelen of het nodig is om aparte meetmethoden voor de arbeidsplaats te ontwikkelen, of dat de huidige formulering van het mandaat alle situaties moet omvatten.

- Doc. 40/99 - Mandaat voor CEN in het kader van Richtlijn 89/686/EEG inzake persoonlijke beschermingsmiddelen met het oog op de norm EN 1384 voor ruiterhelmen

- Het Comité beveelt de Commissie aan om in het mandaat ook aandacht te besteden aan beroepswerkzaamheden in verband met ruitersport en paardrijden als vrijetijdsbesteding.

- Doc. 41/99 - Ontwerp-mandaat voor CEN-CENELEC-ETSI betreffende een norm inzake kwaliteitsborging

- Het Comité neemt het mandaat zonder opmerkingen aan.

- Doc. 42/99 - Ontwerp-mandaat voor CEN-CENELEC-ETSI op het gebied van de informatica- en telecommunicatietechnologie

- Het Comité neemt het mandaat zonder opmerkingen aan.

- Doc. 43/99 - Ontwerp-mandaat voor de Europese normalisatie-organisaties betreffende de veiligheid van kinderen en consumenten

- Het Comité adviseert de Commissie de procedure voor de verlening van dit mandaat te onderbreken om een grondiger beraad mogelijk te maken over de te bereiken doelstellingen en de inhoud die men aan de norm wil geven. De voorgestelde tekst bevat lacunes en tegenstrijdigheden waar absoluut iets aan moet worden gedaan. Bovendien moet op aanvaardbare wijze duidelijk worden gemaakt hoe de ladders, die nu in het mandaat zijn opgenomen, van het gebruik bij alle soorten werkzaamheden kunnen worden uitgesloten. Het Comité verklaart zich bereid de Commissie in voorkomend geval bij te staan bij de redactie van het ontwerp-mandaat.

Het Comité heeft het ontwerp-advies op 27 oktober 1999 unaniem goedgekeurd.

2.2.5. Advies over de op verzoek van de Europese Commissie uitgevoerde studie van CEN naar de "haalbaarheid van richtsnoeren voor de keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen". (Document nr. 6224/1/98)

Het Comité betwijfelt het nut van aanvullende algemene richtsnoeren, met name voor het midden- en kleinbedrijf, maar erkent dat deze gemakkelijk toegankelijk en begrijpbaar moeten zijn.

De opstelling van richtsnoeren per beroepssector of per type arbeid zou kunnen geschieden op grond van een proefproject in twee of drie sectoren, gekozen op grond van het probleem van de keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Het Comité steunt ten volle de aanbeveling van de werkgroep om bij toekomstige herzieningen het nuttige aantal beschermingscategorieën op grond van de verschillende mogelijke risiconiveaus onder de te verwachten gebruiksomstandigheden van de persoonlijke beschermingsmiddelen zorgvuldig te bestuderen.

Het Comité heeft het ontwerp-advies op 6 mei 1999 goedgekeurd.

2.2.6. Advies over een eerste lijst van grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (Document nr. 6037/1/98)

Het ontwerp-advies betreft de opstelling van een indicatieve lijst van grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling voor 63 chemische stoffen.

Het Comité heeft het ontwerp-advies op 6 mei 1999 goedgekeurd.

2.2.7. Advies over de bescherming van de gezondheid en veiligheid van zelfstandigen. (Document nr. 6227/2/9).

Het advies wordt gemotiveerd door de constatering dat de groei van de door zelfstandigen verrichte arbeid in veel Europese landen deel uitmaakt van een grotere verandering in de structuur van de werkgelegenheid, waarbij de omvang van de ondernemingen wordt teruggeschroefd door het uitbesteden van veel taken aan zeer kleine bedrijven en zelfstandigen, wat nieuwe veiligheidsproblemen schept. Hoewel zij vaak niet zijn onderworpen aan de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid, worden deze werkenden bovendien geconfronteerd met dezelfde risico's als de werknemers die hetzelfde werk verrichten. Het Comité is bijgevolg van mening dat een communautair initiatief op het gebied van de bescherming van de gezondheid en veiligheid van zelfstandigen noodzakelijk is.

Het Comité heeft het ontwerp-advies op 6 mei 1999 goedgekeurd.

2.2.8. Advies van het Comité over het ontwerp-werkprogramma van het Agentschap van Bilbao voor 2000

Zoals bepaald in de verordening tot oprichting van het Agentschap van Bilbao is het door de directeur opgestelde ontwerp-programma van het Agentschap voor 2000 aan het Comité voorgelegd voordat het bij de raad van bestuur van het Agentschap is ingediend. De in aanwezigheid van de directeur van het Agentschap door de belangengroepen ingenomen standpunten kunnen als volgt worden samengevat:

Bij lezing van het programma voor 2000 constateren de groepen van werknemers en werkgevers dat, hoewel er enige verbetering te bespeuren valt, het ingediende programma ook dit jaar zeer ambitieus is, terwijl het vastgestelde en geaccepteerde doel volgens hen eigenlijk de beperking van nieuwe en de afronding van lopende projecten was.

Deze twee groepen spreken zich uit tegen de toekenning van prijzen door het Agentschap, met name naar aanleiding van de organisatie van de Europese Week. Zij zijn het er met elkaar over eens dat het ontwerp inzake "vrijwillige overeenkomsten" te vaag en te wazig is en zij spreken de wens uit dat tijdens de raad van bestuur meer naar hun wensen en opmerkingen wordt geluisterd; de werking van het Agentschap zou meer moeten steunen op een goede samenwerking tussen de sociale partners.

Bovendien blijken er geen goede contacten tussen het Agentschap en het Comité te bestaan; het zou wenselijk zijn als de communicatie zou worden verbeterd.

De werkgeversgroep wenst zeer duidelijk dat het Agentschap zijn netwerk en de verzameling van gegevens uitbreidt tot de landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Europese Unie.

De delegatie van de regeringsvertegenwoordigers maakt zich tenslotte zorgen over de overdracht van taken van de Commissie naar het Agentschap en van het Agentschap naar de overheidsdiensten van de lidstaten. De laatste zijn door de verzoeken van het Agentschap overbelast en de delegatie van de regeringsvertegenwoordigers zou graag zien dat deze overdracht lichter en transparanter werd.

3. ACTIVITEITEN VAN DE GROEPEN/STRUCTUUR AAN HET EINDE VAN HET JAAR

3.1. In 1999 actieve werkgroepen die hun werkzaamheden in 2000 voortzetten

3.1.1. Programmering

De groep "programmering" heeft in 1999 vier vergaderingen gehouden voor de opstelling van de nieuwe mandaten en de organisatie en de follow-up van de werkzaamheden van de groepen.

3.1.2. Normalisatie

De werkzaamheden van deze groep gaan onverminderd door. Het Comité heeft deze groep gemachtigd om de normalisatiemandaten te bestuderen naarmate zij aan de Commissie worden voorgelegd. De groep behandelt ook problemen van algemene aard die betrekking hebben op de gezondheid en veiligheid op het werk in het kader van de normalisatie.

De groep is in 1999 twee keer bijeengeweest en heeft negen ontwerpmandaten besproken. De groep "normalisatie" zou graag zien dat de Commissie in de toekomst haar verzoeken om het uitbrengen van adviezen tijdig indient en in elk geval voordat de mandaten aan de normalisatieorganen worden verstrekt.

3.1.3. Vaststelling van blootstellingsniveaus

De groep is in 1999 drie keer bijeengekomen en heeft een ontwerp-advies opgesteld over een ontwerp-voorstel voor een richtlijn van de Commissie tot vaststelling van een eerste lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling met het oog op de tenuitvoerlegging van Richtlijn 98/24/EG van de Raad betreffende de bescherming van de gezondheid en veiligheid van werknemers tegen risico's van chemische agentia op het werk. De bijlage bij dit voorstel bevat met name de lijst van de chemische stoffen van Richtlijn 96/94/EG van de Commissie alsook een aantal stoffen waarvoor het Wetenschappelijk Comité (SCOEL) een indicatieve grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling heeft aanbevolen.

Het ontwerp-advies is voorgelegd aan het Raadgevend Comité dat het op 6 mei 1999 heeft goedgekeurd. De richtlijn zal volgens plan in 2000 worden aangenomen.

De groep is ook begonnen met de opstelling van een tweede lijst van indicatieve grenswaarden.

De werkzaamheden van de groep zullen in 2000 worden voortgezet.

3.1.4. Multidisciplinaire beschermings- en preventiediensten/medische bewaking van de werknemers

Deze groep, voortgekomen uit de samenvoeging van twee eerder bestaande groepen, heeft haar mandaat in november 1996 bevestigd gezien:

Het doel van deze groep is de bestudering van de geconstateerde problemen en de verzamelde informatie bij het opzetten van multidisciplinaire beschermings- en preventiediensten voor de werknemers van alle sectoren, alle bedrijfstakken en alle bedrijven, publiek of particulier.

Deze groep heeft ook tot taak te analyseren hoe de bewaking van de gezondheid van de werknemers in de verschillende lidstaten plaatsvindt.

De groep is in 1999 twee keer bijeengeweest. De werkzaamheden zijn goed gevorderd en verwacht wordt dat zij in 2000 zullen kunnen worden afgerond.

3.1.5. Preventie van geweld op het werk

Deze groep, die op 29/10/97 is opgericht, is in 1999 één keer bijeengekomen. Zij heeft tot taak een advies van het Comité op te stellen over de door de Commissie gedane voorstellen voor aanbevelingen en alle acties die op Europees niveau noodzakelijk kunnen blijken te zijn. Geweld lijkt een probleem te zijn dat steeds ernstiger wordt maar waarover nog weinig bekend is en dat vaak wordt onderschat. Betrouwbare statistieken zijn zeldzaam. De leden van de groep verzamelen studies en goede praktijken over dit onderwerp met het oog op de opstelling van een ontwerp-advies.

3.1.6. Herstructurering van de comités (groep "programmering")

Deze groep is over dit onderwerp in 1999 niet bijeengekomen.

3.1.7. Verslag over de werking van het Agentschap van Bilbao

De groep is in 1999 niet bijeengeweest.

3.1.8. Spier-en skeletaandoeningen

Deze groep is in 1999 één keer bijeengeweest. Zij is belast met de opstelling van een advies over mogelijke communautaire acties ter preventie van spier- en skeletaandoeningen op het werk ; deze aandoeningen waarvan de frequentie toeneemt, leiden vaak tot ziekteverzuim en hebben zware economische gevolgen.

3.2. Oprichting van werkgroepen in 1999

Het Comité heeft vijf werkgroepen opgericht waarvan het het mandaat heeft goedgekeurd.

Op 6 mei 1999 opgerichte groepen:

- Asbest (document nr. 0306/1/99)

- Deze groep heeft tot taak een advies van het Raadgevend Comité over een voorstel voor een richtlijn van de Raad tot tweede wijziging van Richtlijn 83/477/EEG op te stellen met als doel de beschermende maatregelen te richten op de werknemers die momenteel het grootste risico lopen, voor een passende risico-evaluatie te zorgen, blootstellingen te voorkomen en te beperken en de blootstellingsgrenswaarden te herzien.

- Tenuitvoerlegging van de richtlijnen (document nr. 0136/1/99)

- Deze groep heeft tot taak een methodologie op te stellen om het Comité in staat te stellen de adviezen uit te brengen die worden gevraagd door de Commissie in het kader van haar verplichting om verslagen aan het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité over te leggen.

- Richtsnoeren voor de richtlijn Chemische agentia (document nr. 0307/2/99)

- Deze groep heeft tot taak een ontwerp-advies op te stellen over een richtsnoerdocument met betrekking tot de zaken die worden genoemd in de artikelen 3, 4, 5 en 6 en bijlage II, punt 1, van Richtlijn 98/24/EG van de Raad.

- Spier-en skeletaandoeningen (document nr. 0303/99)

- Deze groep heeft tot taak een advies van het Comité op te stellen over mogelijke communautaire acties ter preventie van spier-en skeletaandoeningen op het werk.

- Verslag over de werking van het Agentschap (document nr. 0305/99).

- Deze groep heeft tot taak een advies van het Comité op te stellen over het door de Europese Commissie op te stellen verslag, zo nodig vergezeld van een voorstel, over de herziening van de verordening tot oprichting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk.

3.3. Ontbinding van werkgroepen

Het Comité heeft besloten om drie werkgroepen te ontbinden waarvan de werkzaamheden waren voltooid.

3.3.1. Tenuitvoerlegging van de richtlijnen

Deze groep, opgericht op 6 mei, is in 1999 één keer bijeengeweest (zie punt 3.2 hierboven).

Op 27/10/99 is het ontwerp-advies goedgekeurd en de groep ontbonden.

3.3.2. Zelfstandigen

Deze groep is tijdens de 57e vergadering van het Comité (5/11/98) gereactiveerd. Zij heeft tot taak de bestudering van het "ontwerp-voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende de toepassing van de wetgeving inzake de gezondheid en de veiligheid op het werk op de zelfstandigen" (document 0522/96).

Op 6/5/99 is het ontwerp-advies goedgekeurd en de groep ontbonden.

3.3.3. Machines

Deze groep, opgericht op 29/10/97, had tot taak de opstelling van een advies van het Raadgevend Comité over de ontwerp-richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines. Om de opstelling van dit advies te vergemakkelijken hebben de sociale partners met één vertegenwoordiger per groep deelgenomen aan de door DG III geïnitieerde werkzaamheden. Deze groep is in 1999 drie keer bijeengeweest.

Het ontwerp-advies is goedgekeurd en de groep ontbonden tijdens de vergadering van 27 oktober 1999.

4. SAMENWERKING MET ANDERE ORGANEN

4.1. Permanent orgaan

De voornaamste taak van het Permanent Orgaan voor de veiligheid en de gezondheidsvoorwaarden in de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën bestaat erin de ontwikkeling van de veiligheid en de gezondheid in de winningsindustrieën te volgen, aan de regeringen van de lidstaten praktische voorstellen voor de verbetering van de werkplek te doen en de uitwisseling van nuttige informatie te bevorderen.

Sinds 1994 nemen vertegenwoordigers van het Permanent Orgaan als waarnemer deel aan de vergaderingen van het Comité. Vertegenwoordigers van het Comité worden ook uitgenodigd voor de plenaire vergaderingen van het Permanent Orgaan, en wel naar rata van twee waarnemers per belangengroep. Dit procédé garandeert een betere verspreiding van de informatie tussen beide organen. Uit de tot nu toe opgedane ervaring blijkt dat beide organen gemeenschappelijke punten van belang hebben maar de indruk neemt toe dat het om twee verschillende instanties gaat. Het Permanent Orgaan is in hoofdzaak een technisch orgaan dat zich bezighoudt met de specifieke veiligheidsproblemen in de winningsindustrieën. De concrete technische aspecten vormen het belangrijkste element van zijn werkzaamheden, terwijl het Raadgevend Comité ook bevoegd is om van gedachten te wisselen over fundamentele kwesties in verband met de veiligheid en de bescherming van de gezondheid op het werk.

4.2. Comité van hoge functionarissen van de arbeidsinspectie

Het Comité van hoge functionarissen van de arbeidsinspectie, door de Commissie opgericht bij Besluit 95/319/EG van 12 juli 1995, is samengesteld uit twee leden die de diensten voor arbeidsinspectie van elke lidstaat vertegenwoordigen en wordt door een vertegenwoordiger van de Commissie voorgezeten.

Het Comité legt aan de Commissie een jaarverslag over zijn werkzaamheden voor, met name over alle problemen die verband houden met de toepassing of het toezicht op de toepassing van het afgeleid gemeenschapsrecht op het gebied van de gezondheid en de veiligheid op het werk. De Commissie zendt dit verslag toe aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats.

4.3. Wetenschappelijk comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia

Dit wetenschappelijk comité, opgericht op verzoek van de Raad bij Besluit 95/320/EG van de Commissie van 12 juli 1995, is belast met de bestudering van de effecten van chemische agentia op de gezondheid van de werknemers op het werk. Zijn werkzaamheden worden door het Raadgevend Comité gevolgd, met name door de werkgroep Vaststelling van blootstellingsniveaus in de context van de voorbereiding van zijn adviezen over de ontwerp-voorstellen voor richtlijnen van de Commissie tot vaststelling van grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling uit hoofde van Richtlijn 98/24/EG van de Raad.

4.4. Sociale partners

Een vertegenwoordiger van het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) en een lid van de Unie van Industriefederaties van de Europese Gemeenschap (UNICE) worden voor de vergaderingen van het Comité uitgenodigd.

4.5. Technisch vakbondsbureau

Het technisch vakbondsbureau voor de veiligheid en de gezondheid (BTS) is in 1989 door het EVV opgericht om de afwikkeling van de technische werkzaamheden van de normalisatieorganisaties op de voet te kunnen volgen. Opgericht met steun van het Europees Parlement dat daarvoor in 1989 een speciale begrotingslijn heeft gecreëerd, heeft het BTS in hetzelfde jaar een meerjarenovereenkomst met de Commissie ondertekend. Het voert studies uit en verstrekt informatie in nauwe samenhang met de Europese harmonisatie- en normalisatiewerkzaamheden op het gebied van de veiligheid en de gezondheid op het werk en in samenwerking met de werkgroep Normalisatie van het Comité. Een vertegenwoordiger van het BTS wordt voor de vergaderingen van het Comité uitgenodigd.

4.6. Internationaal Arbeidsbureau

Een vertegenwoordiger van het IAB wordt voor de vergaderingen van het Comité uitgenodigd.

4.7. Europese Stichting

Een vertegenwoordiger van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van het Comité, tijdens welke hij onder meer het werkprogramma van de Stichting presenteert.

4.8. Europees Agentschap van Bilbao

Ingevolge het besluit tot oprichting van het Agentschap moeten aan het Comité het werkprogramma en de jaarverslagen worden voorgelegd.

BIJLAGE A

BESLUIT VAN DE RAAD

JURIDISCHE GRONDSLAGEN

(Uittreksel)

Besluit van de Raad van 27 juni 1974 betreffende de oprichting van een Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats (uittreksels) :

De Raad van de Europese Gemeenschappen (...) overwegende dat een permanente instantie moet worden ingesteld, die tot taak heeft de Commissie bij te staan bij de voorbereiding en de tenuitvoerlegging van activiteiten op het terrein van de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats, alsook de samenwerking te bevorderen tussen de nationale overheidsinstanties en de vakorganisaties van werknemers en werkgevers ...

BESLUIT

Artikel 1 :

Opgericht wordt een Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats, hierna te noemen het "het Comité".

Artikel 2:

Het Comité heeft tot taak de Commissie bij te staan bij de voorbereiding en de tenuitvoerlegging van de activiteiten op het terrein van de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats

Artikel 3:

(1) Het Comité stelt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden op;

(2) De Commissie zendt dit verslag toe aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Raadgevend Comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.

Artikel 4:

(1) Het Comité bestaat uit (.) gewone leden, en wel voor ieder der lidstaten: twee vertegenwoordigers van de Regering, twee vertegenwoordigers van de organisaties van werknemers en twee vertegenwoordigers van de organisaties van werkgevers.

(2) Voor elk der gewone leden van het Comité wordt een plaatsvervangend lid benoemd. (....)

(3) De gewone leden en de plaatsvervangende leden van het Comité worden benoemd door de Raad, die ernaar streeft om bij de benoeming van de vertegenwoordigers van de organisaties van werknemers en van werkgevers een billijke vertegenwoordiging van de verschillende economische sectoren in het Comité tot stand te brengen.

(4) De lijst van gewone leden en plaatsvervangende leden wordt door de Raad ter informatie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

Artikel 5:

Het mandaat van de gewone leden en de plaatsvervangende leden duurt drie jaar en kan worden verlengd.

Artikel 6:

(1) Het Comité wordt voorgezeten door een lid van de Commissie of indien deze verhinderd is en bij wijze van uitzondering, door een door hem aan te wijzen ambtenaar van de Commissie. De voorzitter neemt niet aan de stemmingen deel.

(2) Het Comité komt op uitnodiging van zijn voorzitter bijeen, hetzij op diens initiatief of op verzoek van ten minste een derde van zijn leden.

(3) Het Comité kan werkgroepen oprichten, voorgezeten door een lid van het Comité. Zij leggen de resultaten van hun werkzaamheden voor in de vorm van verslagen op een vergadering van het Comité.

(4) De vertegenwoordigers van de betrokken diensten van de Commissie nemen deel aan de vergaderingen van het Comité en van de werkgroepen. De diensten van de Commissie voeren het secretariaat van het Comité en van de werkgroepen.

Artikel 7:

Uitspraken van het Comité zijn slechts geldig, wanneer twee derde van het aantal leden aanwezig is.

Artikel 8:

Het Comité stelt zijn reglement van orde vast dat van kracht wordt, na op advies van de Commissie door de Raad te zijn goedgekeurd.

BIJLAGE B

B2 - SAMENSTELLING VAN HET COMITÉ in 1999

I. REGERINGSVERTEGENWOORDIGERS

a) Gewone leden

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

b) Plaatsvervangende leden

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

II. VERTEGENWOORDIGERS VAN DE ORGANISATIES VAN DE WERKNEMERS

a) Gewone leden

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

b) Plaatsvervangende leden

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

a) Gewone leden

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

b) Plaatsvervangende leden

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE C

WERKGROEPEN 1999

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaren : E. ROTHER - Tel. 32268 - E.DELAVAL - Tel: 32781

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaren : E. ROTHER - Tel. 32268 - A. LOMMEL - Tel. 33871

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaar: A. Fuente - Tel. 32739

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaar : A. Angelidis - Tel. 33747

GEWELD OP HET WERK :

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaar : Dr ALVAREZ Tel:34547

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaar : Dr. ALVAREZ - Tel. 34547

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaren :Mevr. T. MOITINHO - Tel. 34831 - De heer R. JUNGHANNS - Tel. 32967

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaar : M. A. ANGELIDIS- Tel. 33747

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaar : A. LOMMEL - Tel. 33871

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaren :Dr. ALVAREZ - Tel. 34547 - Dr ARESINI - Tel 32260

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaren : Hilde Van Loon - Tel. 32034 , E.ROTHER- Tel: 32278

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaar : Dr. ARESINI - Tel. 32260

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bevoegde ambtenaar : E. ROTHER - Tel. 32268

BIJLAGE D

VERGADERROOSTER 1999

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(*waarnemers van het Permanent Orgaan, het IAB, het Agentschap van Bilbao en de Stichting van Dublin worden voor de plenaire vergaderingen uitgenodigd)

Top