This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52001PC0717
Opinion of the Commission pursuant to Article 251 (2), third subparagraph, point (c) of the EC Treaty, on the European Parliament's amendments to the Council's common position regarding the proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on the minimum health and safety requirements regarding the exposure of workers to the risks arising from physical agents (vibrations) (nth individual Directive within the meaning of Article 16(1) of Directive 89/391/EEC) - amending the proposal of the Commission pursuant to Article 250 (2) of the EC Treaty
Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen) (n-de bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG van de Raad) - houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag
Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen) (n-de bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG van de Raad) - houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag
/* COM/2001/0717 def. - COD 1992/0449 */
Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen) (n-de bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) - Houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag /* COM/2001/0717 def. - COD 1992/0449 */
ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen) (n-de bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) - HOUDENDE WIJZIGING VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag 1. Procedureverloop De Commissie heeft bovengenoemd richtlijnvoorstel, dat gebaseerd was op artikel 118 A van het Verdrag (nu artikel 137) op 8 februari 1993 aan het Parlement en de Raad gestuurd. Het Economisch en Sociaal Comité heeft op 30 juni 1993 advies uitgebracht. Het Comité van de Regio's heeft in een brief van 13 januari 2000 verklaard geen advies te zullen uitbrengen. Het Europees Parlement heeft op 20 april 1994 zijn advies in eerste lezing uitgebracht. De Commissie heeft 31 amendementen van het Parlement overgenomen, waarvan 4 gedeeltelijk. Op 8 juli 1994 heeft de Commissie een gewijzigd voorstel ingediend. De Raad keurde op 25 juni 2001 unaniem zijn gemeenschappelijk standpunt goed. De Commissie steunde dit gemeenschappelijk standpunt. Op 23 oktober 2001 heeft het Parlement in tweede lezing 7 amendementen op het gemeenschappelijk standpunt goedgekeurd plus 1 amendement dat alleen op bepaalde taalversies betrekking had. Overeenkomstig artikel 251, lid 2, onder c), van het Verdrag brengt de Commissie hierbij advies uit over de amendementen van het Parlement. 2. Doel van het voorstel van de commissie Het oorspronkelijke voorstel was gebaseerd op artikel 118 A van het Verdrag (nu artikel 137) en heeft de vorm van een bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van kaderrichtlijn 89/391/EEG. Het voorstel is gericht op de bescherming van werknemers tegen risico's voor hun gezondheid en veiligheid als gevolg van blootstelling aan fysische agentia. Het voorstel bestrijkt vier fysische agentia: lawaai (risico's voor het gehoor), trillingen (risico's voor de hand, de arm en het gehele lichaam), elektromagnetische velden en optische straling (risico's voor de gezondheid door inductiestroom in het lichaam, schokken en verbrandingen en het absorberen van thermische energie). De algemene benadering van de Raad was zich te concentreren op één element, namelijk trillingen. Alle delegaties en de Commissie aanvaardden dit idee om het voorstel in onderdelen te behandelen; de overige onderdelen blijven bij de Raad op tafel liggen voor toekomstige discussies. Een verklaring van de Raad in de notulen van de Raad bevestigt dat het voorstel op tafel blijft en dat de Raad voornemens is om in een later stadium de andere fysische agentia te bespreken. 3. Advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement 3.1. Samenvatting van het standpunt van de Commissie De Commissie kan drie amendementen (3, 4, en 7) in hun geheel en één (1) gedeeltelijk aanvaarden. Vier amendementen (2, 5, 6 en 11) kan de Commissie niet aanvaarden; twee daarvan (5 en 6) zouden in een andere formulering gedeeltelijk aanvaard kunnen worden. 3.2. Amendementen van het Parlement in tweede lezing 3.2.1. Aanvaarde amendementen 3.2.1.1. Amendement 3 ("trillingdempende handvatten") (artikel 5, lid 2, onder c) De toevoeging met betrekking tot trillingdempende handvatten is een nuttige verbetering. 3.2.1.2. Amendement 4 (informatie van de werkgever) (artikel 8, lid 3, onder b), nieuwe) Dit amendement maakt de tekst duidelijker: de werkgever moet feedback krijgen over het gezondheidstoezicht. 3.2.1.3. Amendement 7 (bijlage, deel A, punt 2, onder b) Dit amendement maakt de betekenis van deze alinea duidelijker (geldt slechts voor enkele taalversies). 3.2.2. Gedeeltelijk aanvaarde amendementen 3.2.2.1. Amendement 1 (andere fysische agentia) (overweging 3) Aangezien het voorstel gesplitst is, is in het gemeenschappelijk standpunt een overweging toegevoegd, zodat de onderhandelingen over andere fysische agentia dan trillingen kunnen worden voortgezet. Dit amendement stelt voor het woord "wenselijk" te vervangen door "noodzakelijk", waardoor de tekst krachtiger wordt. Met dit deel kan de Commissie dus instemmen. Een politiek bindende toezegging zoals voorgesteld in de laatste zin van overweging 3 mag echter niet in een overweging worden gedaan; dat is namelijk in strijd met het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de gemeenschappelijke richtsnoeren voor de redactionele kwaliteit van de communautaire wetgeving, waarin staat dat overwegingen geen regelgevende bepalingen of politieke wensen mogen bevatten. 3.2.3. In principe aanvaarde delen van amendementen 3.2.3.1. Amendement 5 (overgangsperiodes - raadpleging van de sociale partners) (artikel 9) Het laatste deel van dit amendement beoogt dat de sociale partners overeenkomstig de nationale wetgeving of praktijk worden geraadpleegd. De Commissie kan dit deel overnemen als de eerste zin van artikel 9 als volgt wordt geformuleerd: "Voor de uitvoering van de in artikel 5, lid 3, bedoelde verplichtingen kunnen de lidstaten, na raadpleging van de sociale partners overeenkomstig de nationale wetgeving of praktijk, gebruikmaken van een overgangsperiode van ten hoogste zes jaar vanaf ... *, wanneer arbeidsmiddelen worden gebruikt die vóór .... ** ter beschikking van de werknemers zijn gesteld en waarbij de grenswaarden voor blootstelling gezien de laatste technische ontwikkelingen en/of ondanks de uitvoering van organisatorische maatregelen niet in acht genomen kunnen worden. Voor arbeidsmiddelen die gebruikt worden in de land- en bosbouw, kunnen de lidstaten deze overgangsperiode voor lichaamstrillingen verlengen met ten hoogste drie jaar.". 3.2.3.2. Amendement 6 (verslagen) (artikel 13) Het eerste deel van dit amendement, luidende dat de lidstaten door hen vastgestelde overgangsvoorschriften moeten motiveren, kan worden aanvaard als het in een andere formulering aan het eind van artikel 14, lid 1, wordt gezet. Artikel 14, lid 1, komt dan als volgt te luiden: "1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op * aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. De lidstaten verstrekken daarbij ook een uitvoerig gemotiveerd overzicht van de overgangsvoorschriften die zij overeenkomstig artikel 9 hebben vastgesteld. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.". 3.2.4. Niet-aanvaarde amendementen 3.2.4.1. Amendement 2 (grenswaarden) (artikel 3, lid 2) Dit amendement wil de grenswaarden voor blootstelling voor lichaamstrillingen een stuk lager stellen dan in het gemeenschappelijk standpunt. De Commissie had ook liever lagere grenswaarden gehad, maar kan het gemeenschappelijk standpunt van de Raad accepteren om tot een compromis te komen. Om consequent te blijven kan de Commissie dit amendement dan ook niet aanvaarden. 3.2.4.2. Amendement 5 (wat de overgangsperiodes betreft) (artikel 9) De Commissie wijst dit deel van het amendement, dat kortere overgangsperiodes wil, van de hand omdat voor de praktische uitvoering in kleine en middelgrote ondernemingen bewustmaking en doelgerichte voorlichtingscampagnes nodig zullen zijn, alsmede de ontwikkeling van opleidingsmodules en het organiseren van cursussen, en de aanschaf van nieuwe uitrusting en/of onderdelen. 3.2.4.3. Amendement 6 (motivering van uitzonderingen, optimale aanpak en evaluatie) (artikel 13) De passages van het amendement die willen dat de lidstaten uitvoerige informatie verstrekken over de tenuitvoerlegging van de richtlijn en de motivering van uitzonderingen komen elders aan bod (bv. aanpassing aan de technische vooruitgang of in artikel 10, lid 4). 3.2.4.4. Amendement 11 (land- en bosbouw) (artikel 10, lid 1 en lid 1 bis) De Commissie wijst dit amendement af aangezien hiermee de werknemers in de twee sectoren waar de risico's het grootst zijn, namelijk de landbouw en de bosbouw, geen baat bij de richtlijn zouden hebben. Bovendien zou deze uitzondering in combinatie met de vaststelling van een afwijkende blootstellingsgrenswaarde op een later tijdstip tot een gebrek aan samenhang kunnen leiden. 3.3. Gewijzigd voorstel Overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel zoals hierboven aangegeven.