Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52001PC0701

Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de Raadpleging van de werknemers in de Europese gemeenschap - houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag

/* COM/2001/0701 def. - COD 1998/0315 */

52001PC0701

Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese gemeenschap - Houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag /* COM/2001/0701 def. - COD 1998/0315 */


ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD TOT INSTELLING VAN EEN ALGEMEEN KADER BETREFFENDE DE INFORMATIE EN DE RAADPLEGING VAN DE WERKNEMERS IN DE EUROPESE GEMEENSCHAP - HOUDENDE WIJZIGING VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag

1. Voorgeschiedenis

De Commissie heeft op 17 november 1998 het bovengenoemd voorstel voor een richtlijn, gebaseerd op artikel 137, lid 2, aan het Parlement en de Raad toegezonden.

Het Economisch en Sociaal Comité heeft op 7 juli 1999 advies uitgebracht.

Het Europees Parlement heeft op 14 april 1999 een advies in eerste lezing uitgebracht.

De Commissie heeft een deel van de amendementen van het Parlement aanvaard. Zij heeft op 23 mei 2001 een gewijzigd voorstel ingediend waarin deze amendementen en een aantal andere wijzigingen zijn opgenomen.

De Raad heeft op 23 juli 2001 unaniem zijn gemeenschappelijke standpunt vastgesteld.

Op 23 oktober 2001 heeft het Europees Parlement in tweede lezing 13 amendementen op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad goedgekeurd.

Bij dit advies wordt het standpunt van de Commissie inzake deze amendementen meegedeeld.

2. Doel van het voorstel van de commissie

Aanvulling van de geldende bepalingen op nationaal en communautair niveau inzake de informatie en raadpleging van de werknemers.

3. Advies van de commissie over de door het parlement voorgestelde amendementen

3.1. Samenvatting van het standpunt van de Commissie

De Commissie kan twee amendementen volledig en drie andere in beginsel aanvaarden.

Zij kan acht van de door het Parlement goedgekeurde amendementen niet aanvaarden.

3.2. Amendementen van het Parlement in tweede lezing

3.2.1. Aanvaarde amendementen

3.2.1.1. Amendement 3 (definitie van "sociale partners") (artikel 2, letter e bis) (nieuw))

Het amendement beoogt het begrip "sociale partners" in de zin van de richtlijn te definiëren. Aangezien dit begrip in verschillende bepalingen van de voorgestelde richtlijn wordt gebruikt, met name in de artikelen 5 en 11, lijkt de door het Parlement voorgestelde definitie aanvaardbaar.

3.2.1.2. Amendement 8 (inhoud van de raadpleging) (artikel 4, lid 4, letter c))

Dit amendement beoogt de verduidelijking van de tekst door de bepaling dat de gegevens waarop de raadpleging gebaseerd is overeenkomstig artikel 2, letter f) verstrekt moeten worden.

3.2.2. In beginsel aanvaarde amendementen

3.2.2.1. Amendement 2 (overweging inzake sancties) (overweging 26 bis (nieuw))

De Commissie gaat ermee akkoord om door middel van een specifieke overweging het belang te onderstrepen van versterkte en ontmoedigende sancties, alsmede van specifieke gerechtelijke procedures die van toepassing zijn wanneer de uit de voorgestelde richtlijn voortvloeiende rechten geschonden worden.

3.2.2.2. Amendement 6 (bevordering van de sociale dialoog in het midden- en kleinbedrijf) (artikel 3, lid 3 bis (nieuw))

Dit amendement is bedoeld om het belang te beklemtonen van de bevordering van de sociale dialoog in kleine en middelgrote ondernemingen, die vanwege hun geringe aantal werknemers buiten het toepassingsgebied van de voorgestelde richtlijn vallen. De Commissie stemt in met het aan dit amendement ten grondslag liggende beginsel; zij is evenwel van oordeel dat dit beginsel in een overweging vastgelegd dient te worden.

3.2.2.3. Amendement 13 (toepassing van de in de richtlijn neergelegde beginselen op overheidsinstanties) (artikel 9 bis (nieuw))

Op basis van dit amendement dienen de lidstaten zich in samenwerking met de sociale partners te beraden op de mogelijkheden om de in de voorgestelde richtlijn neergelegde beginselen op overheidsinstanties toe te passen. De Commissie stemt in met het aan dit amendement ten grondslag liggende beginsel; zij is evenwel van oordeel dat dit beginsel in een overweging vastgelegd dient te worden.

3.2.3. Afgewezen amendementen

3.2.3.1. Amendement 1 (werknemersvertegenwoordigers) (overweging 22 bis (nieuw))

De Commissie is van oordeel dat het voor de overweging voorgestelde amendement in de context van dit voorstel niet in aanmerking komt, met name in het licht van artikel 2, letter e).

3.2.3.2. Amendement 4 (definitie van informatie) (artikel 2, letter f))

De Commissie acht de in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad opgenomen definitie van informatie juist en toereikend, onder andere gezien het bij artikel 1 van de voorgestelde richtlijn bepaalde.

3.2.3.3. Amendement 5 (definitie van raadpleging) (artikel 2, letter g))

De Commissie acht de in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad opgenomen definitie van raadpleging juist en toereikend, onder andere gezien het bij artikel 1 van de voorgestelde richtlijn bepaalde.

3.2.3.4. Amendement 7 (inhoud van de informatie) (artikel 4, lid 2, letter a))

Vanwege de algemene aard van de voorgestelde richtlijn acht de Commissie de door het Parlement voorgelegde redactie te gedetailleerd voor deze bepaling.

3.2.3.5. Amendement 9 (inhoud van de raadpleging) (artikel 4, lid 4 bis en ter (nieuw))

De Commissie acht de in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad neergelegde regelingen inzake raadpleging juist en toereikend, onder andere gezien het bij artikel 1 van de voorgestelde richtlijn bepaalde.

3.2.3.6. Amendement 10 (inhoud van de akkoorden tussen de sociale partners) (artikel 5)

De Commissie is van oordeel, dat artikel 5, zoals neergelegd in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad, een juist evenwicht waarborgt tussen de autonomie van de sociale partners en de behoefte aan bescherming van de werknemers.

3.2.3.7. Amendement 11 (werknemersvertegenwoordigers) (artikel 7)

Vanwege de algemene aard van de voorgestelde richtlijn acht de Commissie de door het Parlement voorgelegde redactie te gedetailleerd voor deze bepaling.

3.2.3.8. Amendement 15 (overgangsbepalingen) (artikel 10)

De Commissie is van oordeel dat het in het geval van deze richtlijn bij uitzondering aanvaardbaar is een langere periode vast te leggen voor de volledige toepassing van de bepalingen van deze richtlijn in de lidstaten die als gevolg van het feit dat algemene voorschriften op dit terrein ontbreken zich hiertoe bijzonder moeten inspannen.

3.3. Gewijzigd voorstel

Overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel in bovengenoemde zin.

Top