Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52001PC0584

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Europees Jaar van opvoeding door sport 2004

/* COM/2001/0584 def. - COD 2001/0244 */

PB C 25E van 29.1.2002, pp. 531–535 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52001PC0584

Voorstel voor een Besluit van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Europees Jaar van opvoeding door sport 2004 /* COM/2001/0584 def. - COD 2001/0244 */

Publicatieblad Nr. 025 E van 29/01/2002 blz. 0531 - 0535


Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot instelling van het Europees Jaar van opvoeding door sport 2004

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. het sociale belang van sport

Eén op drie Europeanen doet geregeld aan lichaamsbeweging. In de 20e eeuw is sport in Europa een van de markantste sociale verschijnselen geworden. Sport vertegenwoordigt ook het best gestructureerde sociale weefsel van de Europese civiele maatschappij. Meer dan 600 000 sportclubs in Europa getuigen van het sociale belang van sport.

Deze ontwikkeling komt tot uiting in het aantal sportbeoefenaars, in de belangstelling van de burgers voor sport, in het feit dat het overheidsbeleid rekening houdt met sport, maar ook in het economisch effect ervan. Sport is niet meer alleen een vrijetijdsbesteding van de meerderheid van de Europese burgers, het is een belangrijk economisch en sociaal verschijnsel geworden. De lidstaten van de Europese Unie behoren tot de belangrijkste sportmogendheden ter wereld en op het grondgebied van de Unie worden steeds meer sportevenementen georganiseerd. Sport is een maatschappelijk verschijnsel geworden.

In die context is sport een uitstekend instrument voor elk onderwijsbeleid en elk onderwijsinitiatief. Sportactiviteiten maken onlosmakelijk deel uit van de onderwijsprogramma's. Bovendien draagt sport ook essentiële educatieve waarden in zich: sport maakt vertrouwd met de regels van het leven in een gemeenschap, bevordert de integratie in een groep en helpt waarden eigen maken zoals respect voor de anderen (partners en tegenstanders), het naleven van regels, solidariteit, zin voor inspanning, gemeenschappelijke discipline en het leven in de groep.

Deze educatieve waarden van sport en de noodzaak die te vrijwaren zijn in decembe 2000 door de Europese Raad van Nice erkend in de Verklaring over de specifieke kenmerken van de sport en de maatschappelijke functie daarvan in Europa, waarmee bij de uitvoering van het gemeenschappelijk beleid rekening moet worden gehouden. De Raad memoreert: "Ook al beschikt de Gemeenschap niet over rechtstreekse bevoegdheden op dit gebied, toch moet zij bij haar optreden uit hoofde van de verschillende Verdragsbepalingen rekening houden met de maatschappelijke, educatieve en culturele functie van de sport".

2. sport als opvoedingsfactor

De sterke maatschappelijke penetratie maakt sport tot een factor die bijdraagt tot de ontplooiing van de mens. De UNESCO heeft in haar documenten herhaaldelijk onderstreept dat sportactiviteiten met de onderwijsprogramma's moeten worden geassocieerd, aangezien sport bijdraagt tot de algemene vorming van de burger, of het nu om de lichamelijke ontwikkeling gaat of om de ontwikkeling van sociale gewoonten.

In haar verslag "De concrete doelstellingen van de onderwijsstelsels" [1] heeft de Commissie een aantal onderwijsdoelstellingen vastgesteld waarvoor de combinatie met lichamelijke activiteiten, met sport, bijzonder nuttig lijkt. Het is in de eerste plaats de bedoeling de scholing van de leerkrachten en opleiders te verbeteren. Op het gebied van de sport heeft een studie van de Commissie [2] evenwel aangetoond dat de leraren lichamelijke opvoeding beter moeten worden voorbereid en dat de inhoud van dat vak beter moet worden gedefinieerd. Sport kan bovendien een niet te verwaarlozen bron van werkgelegenheid worden, op voorwaarde dat de deskundigheid in de sector wordt bevorderd en de verhouding opleiding/werk en de arbeidsmogelijkheden in de sportsector worden verbeterd.

[1] COM(2001) 59 def. van 31.01.2001.

[2] Verslag "Sport en werkgelegenheid", voor de Europese Commissie opgesteld door het Europees netwerk van instituten voor sportwetenschappen, september 1999.

Het "Verslag van Helsinki" [3] over sport bevat eveneens vrij precieze verwijzingen naar de educatieve mogelijkheden die de sport biedt. Het verslag wijst er namelijk op dat kennis in het witboek over onderwijs en opleiding [4] van de Commissie wordt gedefinieerd als "een geheel van basis- en technische kennis en sociale vaardigheden". Onder sociale vaardigheden vallen "relationele vaardigheden, het vermogen om in een groep of samen te werken, creativiteit en het streven naar kwaliteit", waarden die ook in de sportwereld tot uiting komen.

[3] COM(1999) 644 van 01.12.1999.

[4] «Onderwijzen en leren - Naar een cognitieve samenleving», witboek van de Commissie over onderwijs en opleiding, OPOCE, Luxemburg, 1995.

Een andere doelstelling waar de Commissie de aandacht op vestigt, is de toegang tot levenslang leren [5]. Deze doelstelling vereist een democratisering van de onderwijsstelsels, zodat die voor iedereen toegankelijk worden. Leren via de sport is evenwel een bijzonder geschikte manier om die doelstellingen te bereiken, aangezien sport zo'n hoge sociale penetratiegraad heeft.

[5] Memorandum over levenslang leren (SEC(2000) 1832 du 30.10.2000).

Een andere uitdaging is de actualisering van de definitie van de basisvaardigheden in de kennismaatschappij. Tot die vaardigheden behoren volgens de Commissie [6] "de vaardigheden op sociaal of persoonlijk vlak die mensen in staat stellen samen te werken en een gelukkig en productief bestaan te leiden". Op dit vlak is voor de sport nog een belangrijke rol weggelegd. Door de nieuwe technologieën leiden mensen veel meer een zittend leven, waardoor de lichamelijke capaciteiten dreigen weg te kwijnen. Het werk met computers bevordert het contact met mensen veraf, maar werkt het isolement in de hand, leidt zelfs tot een verlies van de vaardigheden om in teamverband te werken en tast de bereidheid aan om de regels van het leven in een samenleving te aanvaarden.

[6] "De concrete doelstellingen van de onderwijsstelsels" (COM(2001) 59 van 31.01.2001).

Sportactiviteiten zijn een onmisbaar instrument om het onderwijs open te stellen voor de lokale omgeving, voor Europa en voor de rest van de wereld. Door een openstelling voor de lokale omgeving kan bijvoorbeeld beter gebruik worden gemaakt van de sportuitrusting van de plaatselijke teams, wat bijdraagt tot de totstandbrenging van een partnerschap tussen onderwijs en sportclubs. Hetzelfde geldt voor de maatregelen ter bevordering van de mobiliteit en uitwisselingen. De rijke traditie van en de ruime ervaringen met uitwisselingen in de sport kunnen het aantal uitwisselingen tussen scholieren helpen opdrijven.

Tot slot is sport een waardevol instrument om bij te dragen tot de doelstellingen die het programma Comenius nastreeft: de bevordering van onderwijs in een multicultureel kader, steunverlening aan achtergestelde groepen, de bestrijding van het falen op school en de preventie van sociale uitsluiting.

Sportactiviteiten zijn bijzonder geschikt om discriminatie in al haar vormen (op grond van geslacht, van een handicap enz.) tegen te gaan en om racisme te bestrijden. Sport heeft dus een horizontale dimensie die in overeenstemming is met de communautaire doelstellingen op het gebied van de bestrijding van de uitsluiting zoals die zijn vastgesteld in artikel 13 van het Verdrag. Zoals de Raad van Europa reeds onderstreepte, vormt sport op die manier een uitstekende tribune voor de maatschappelijke democratie.

3. de buitenschoolse vorming van jongeren aanmoedigen en het vrijwilligerswerk ondersteunen

In zijn resolutie [7] van 17 december 1999 merkt de Raad op dat de Europese jeugdprogramma's er onder meer toe strekken de buitenschoolse vorming te bevorderen. In verband daarmee erkent de Raad het belang van de sportbeoefening vanuit pedagogisch oogpunt en als element dat een actief burgerschap, betrokkenheid, solidariteit en verdraagzaamheid kan bevorderen.

[7] PB C 8 van 12.01.2000.

De Raad verzoekt de Commissie om in samenwerking met de lidstaten maatregelen te ontwerpen teneinde het buitenschoolse vormingspotentieel van sportactiviteiten optimaal te benutten. Dat verzoek stemt overeen met het resultaat van een studie [8] van de Commissie die wijst op de lage participatiegraad van jongeren aan het verenigingsleven. Uit de studie kan worden afgeleid dat de sportorganisaties de hoogste participatiegraad noteren. De participatie aan sportorganisaties ligt trouwens veel hoger dan die aan religieuze, politieke of vakorganisaties of aan jeugdgroeperingen.

[8] "Studie over de situatie van jongeren en over het jongerenbeleid in Europa", voor de Europese Commissie uitgevoerd door het IARD, Milaan, januari 2001.

De verklaring van Nice over de specifieke kenmerken van de sport spoort de lidstaten ertoe aan om, eventueel met de steun van de Gemeenschap in het kader van haar bevoegdheden, de bescherming van het vrijwilligerswerk te bevorderen.

De sportevenementen en de normale activiteiten van de sportorganisaties kunnen op een meer specifieke manier bijdragen tot acties met een Europese dimensie op het gebied van het vrijwilligerswerk. Aangezien in Europa het grootste aantal transnationale competities wordt gehouden, kan die ervaring worden benut en kan een stabiel partnerschap tot stand worden gebracht tussen de sportorganisaties en de onderwijswereld om op het gebied van het vrijwilligerswerk gemeenschappelijke ervaringen te bevorderen als factor van buitenschoolse vorming.

4. doelstelling van het europees jaar van opvoeding door sport

De Europese Raad heeft de Europese instellingen verzocht het Gemeenschapsbeleid in het licht van de verklaring te onderzoeken. Sport werd in de Gemeenschap traditioneel vanuit strikt economisch oogpunt gezien. In het kader van het Gemeenschapsbeleid zijn slechts weinig acties ondernomen. Op het gebied van het onderwijs kan evenwel een duidelijk verband worden vastgesteld tussen de sportactiviteit en de doelstellingen van de communautaire maatregelen met betrekking tot het onderwijs.

Daarom is het van belang het partnerschap tussen de onderwijsinstellingen en de sportorganisaties aan te moedigen, zodat meer profijt kan worden getrokken uit de educatieve waarden van de sport en beter gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheden die de Gemeenschapsprogramma's en -acties bieden. In het kader van de onderwijsprogramma's lopen nu reeds specifieke proefprojecten in samenwerking met sportorganisaties. Dit zijn een paar voorbeelden:

- Proefproject sport/school in samenwerking met drie Europese Olympische comités, met de bedoeling bij de schoolactiviteiten de Olympische waarden toe te passen;

- De organisatie van sportactiviteiten in tweedekansscholen, gelet op het integrerend effect van sport;

- Maatregelen in het kader van het Socrates-programma om de mobiliteit te verhogen door middel van uitwisselingen tussen scholen.

Nu komt het erop aan de mogelijkheden die inzake samenwerking sport/school worden geboden, meer vorm te geven en zichtbaarder te maken. De formule van het Europees Jaar - een grootschalige maar in de tijd beperkt actie - is het best geschikt om de doelstellingen te bereiken die in een eerste fase worden nagestreefd. Op grond van de ervaringen die tijdens het jaar worden opgedaan, kan de Commissie een voorstel voor een gemeenschapsactie uitwerken en zodoende gevolg geven aan de resolutie [9] van de Raad.

[9] Ibid. 7.

Bovendien vinden de Olympische Spelen in 2004 plaats in Athene, de bakermat van de Olympische geest. Deze spelen bieden een uitstekende gelegenheid om te praten over sport en over de noodzaak om de sportieve waarden te herstellen. De sport heeft namelijk te lijden onder de corruptie- en dopingschandalen en de dreiging van een overmatige commercialisering van de sportevenementen, waardoor de ware sociale en educatieve functie van de sport verloren dreigt te gaan.

Het Europees Jaar van opvoeding door sport streeft dus de volgende doelstellingen na:

(1) de onderwijsinstellingen en de sportorganisaties ontvankelijk maken voor samenwerking, gezien het educatieve belang van sport als maatschappelijk verschijnsel met een hoge penetratiegraad in alle lagen van de samenleving, en meer bepaald bij de jongeren;

(2) overwegen hoe de waarden van de sport kunnen worden toegepast bij het ontwikkelen van de zogenaamde educatieve basisvaardigheden, waardoor vooral jongeren niet alleen hun lichamelijk kunnen, maar ook hun sociale vaardigheden zoals teamwerk, solidariteit, verdraagzaamheid en fair play kunnen ontwikkelen;

(3) de positieve bijdrage van het vrijwilligerswerk aan de buitenschoolse vorming van meer bepaald jongeren, alsook aan de ontwikkeling van de sportbeweging onderstrepen;

(4) de mobiliteit en de uitwisselingen van scholieren bevorderen, met name in een multiculturele omgeving en via de organisatie van sportieve en culturele ontmoetingen in het kader van de schoolactiviteiten;

(5) de bezinning en het debat aanmoedigen over de maatregelen die moeten worden genomen om de maatschappelijke integratie van de achtergestelde groepen door middel van sportactiviteiten in de onderwijsstelsels te bevorderen;

(6) de opname van sportactiviteiten in het schoolwerkplan aanmoedigen om het zittend leven van de schoolbevolking te compenseren en zodoende bij te dragen tot een verbetering van de lichamelijke conditie van de leerlingen;

(7) aandacht besteden aan de onderwijsproblemen van jonge sporters, voor wie de sportloopbaan steeds vroeger aanvangt.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken, kunnen de volgende acties worden opgezet:

- de organisatie van ontmoetingen en manifestaties, alsook van openings- en slotconferenties;

- de organisatie van vrijwilligerswerk naar aanleiding van de Olympische Spelen en de Paralympics in Athene;

- de lancering van voorlichtings- en promotiecampagnes om de educatieve waarden van de sport te verspreiden;

- samenwerking met de media;

- de uitvoering van enquêtes en verslagen;

- de organisatie van manifestaties die tot doel hebben informatie te verstrekken en in het bijzonder voorbeelden van goede praktijken te geven;

- de toekenning van financiële steun aan initiatieven op transnationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau om de doelstellingen van het Europees Jaar van opvoeding door sport te bevorderen.

Deze maatregelen zijn in de bijlage gedetailleerd beschreven.

Het budget dat voor het Europees Jaar van opvoeding door sport is voorgesteld, is beperkt. Onder voorbehoud van de definitieve beslissing van de begrotingsautoriteit wordt voor deze maatregelen voor heel Europa voor de jaren 2003 en 2004 een bedrag van 11,500 miljoen euro uitgetrokken. Dat budget wordt aangewend om een grote verscheidenheid aan activiteiten en de deelname van tal van actoren te stimuleren en wordt aangevuld met andere initiatieven van de Commissie en van de lidstaten. Het welslagen van het Europees Jaar hangt bijgevolg hoofdzakelijk af van de bereidheid en de mogelijkheden van de actoren op lokaal, regionaal en nationaal niveau om actief deel te nemen aan de mobilisering van de bevolking en van de organisaties van de Europese Unie.

Met de hulp van gespecialiseerde communicatieorganisaties financiert en beheert de Commissie een coherente promotiecampagne die zich tot alle bestaande media richt.

Zonder afbreuk te doen aan het regelgevingskader zet de Commissie zich ervoor in om op een gestructureerde manier geregelde gedachtewisselingen over de tenuitvoerlegging van het Europees Jaar te organiseren met de sportorganisaties, de onderwijsinstellingen en de ngo's die hen vertegenwoordigen.

In 2005 zal een evaluatie worden uitgevoerd om de werkelijke impact van het Europees Jaar vast te stellen en er lessen uit te trekken voor de toekomst.

Het Europees Jaar sluit aan op de andere communautaire acties en vormt met name een aanvulling op het anti-discriminatieprogramma en op andere acties op het gebied van de bestrijding van discriminatie en sociale uitsluiting en de bevordering van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen. De Commissie legt er zich ook op toe om opvoeding door sport te integreren in de Europese manifestaties die in 2003 zijn gepland. In het kader van andere communautaire acties die met dit themajaar verband houden, beijvert de Commissie zich bovendien om bij te dragen tot de doelstellingen van het Europees Jaar, niet alleen via de activiteiten die in de context van haar programma's reeds lopen, maar ook door initiatieven die speciaal voor het Europees Jaar worden genomen.

Tot slot zorgt de Commissie bij de tenuitvoerlegging van het Europees Jaar voor een nauwe coördinatie van haar activiteiten met die van andere internationale instellingen zoals de Raad van Europa en de UNESCO.

5. werken in een partnerschap, de sleutel tot succes

Om doeltreffend te zijn en tastbare en duurzame resultaten op te leveren, moet het Europees Jaar van opvoeding door sport kunnen rekenen op de inzet en de actieve steun van alle betrokken partijen. De Europese Unie kan weliswaar een actiekader bieden om de bevolking open te stellen voor opvoeding door sport, maar alleen met een ruime deelname van de lidstaten en de sportorganisaties op nationaal niveau kan tastbare vooruitgang worden geboekt.

De goede praktijken die in de lidstaten worden toegepast, zijn tal van voorbeelden die in het kader van het Europees Jaar kunnen worden overgenomen of nagevolgd. Daarbij moet worden toegezien op de deelname van alle betrokken actoren, en meer bepaald van de sportorganisaties en de onderwijsinstellingen. Die goede praktijken betreffen met name:

- de oprichting van een task force op communautaire schaal met vertegenwoordigers van de regeringen, van de sportorganisaties en onderwijsinstellingen en van andere belangrijke segmenten van de civiele maatschappij;

- de organisatie van een breed nationaal forum in elke lidstaat om de openstelling en de mobilisering van de bevolking te verbeteren en bijdragen en verbintenissen op lange termijn in het kader van het Europees Jaar tot stand te brengen. Op dat forum kan de situatie van opvoeding door sport op nationaal niveau worden besproken, kan een beleidsverklaring voor de lange termijn worden geformuleerd en kunnen strategische doelstellingen worden goedgekeurd. Aan het forum nemen vertegenwoordigers deel van de aangewezen ministeries, het nationaal coördinatiecomité, de sportorganisaties en de onderwijsinstellingen, de vakverenigingen op het gebied van onderwijs en sport, het verenigingsleven, burgerverenigingen en de gezinnen. Ook wetgevers en vertegenwoordigers van de bedrijven en van de Europese agentschappen of organen kunnen aan het forum deelnemen;

- het formuleren of bijwerken van een beleidsverklaring voor de lange termijn, met daarin algemene doelstellingen en wezenlijke principes, als conceptueel kader voor het Europees Jaar op nationaal niveau;

- het vormen van brede partnerschappen, met deelname van niet-traditionele partners, zoals de media, jongerenorganisaties en vrijwilligersgroeperingen;

- het decentraliseren van de organisatie van activiteiten om ervoor te zorgen dat de acties op de doelgroep zijn afgestemd en gebaseerd zijn op een duurzame lokale knowhow.

Het kan nuttig zijn de kandidaat-lidstaten en de EVA/EER-landen uit te nodigen om dezelfde verbintenis aan te gaan en het Europees Jaar actief te steunen.

6. conclusie

In 2004 zal de publieke opinie in Europa bijzonder gevoelig zijn voor al wat sport aanbelangt. Het Europees voetbalkampioenschap en in het bijzonder de Olympische Spelen en de Paralympics in Athene zullen de topsport op de voorgrond stellen.

Op die manier beschikt de Gemeenschap, die steeds belang heeft gehecht aan de educatieve waarden die de sport kan overbrengen, over een buitengewone kans om de regeringen van de lidstaten, de onderwijsinstellingen en de sportorganisaties gevoelig te maken voor het belang van een breed partnerschap om de sportactiviteiten beter aan te wenden voor onderwijsdoeleinden.

Aangezien de overmatige commercialisering de beroepssport bedreigt en de sport bij de burgers in een kwaad daglicht stelt, is het van belang de echte Olympische idealen te herstellen, zodat ze weer kunnen bijdragen tot volledige persoonlijke ontplooiing. Op die manier zal het Europees Jaar bijdragen tot de herwaardering van het imago van de sport in de Europese samenleving en het gevaar van een sedentair leven en sociaal isolement ingevolge het toenemende gebruik van nieuwe technologieën helpen tegengaan.

2001/0244 (COD)

Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot instelling van het Europees Jaar van opvoeding door sport 2004

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 149,

Gezien het voorstel van de Commissie [10],

[10] PB C ...

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [11],

[11] PB C ...

Gezien het advies van het Comité van de Regio's [12],

[12] PB C ...

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [13],

[13] PB C ...

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De bevordering van onderwijs van hoog gehalte is één van de doelstellingen van de Europese Unie.

(2) De educatieve waarden van de sport zijn erkend door de Europese Raad van Nice op 7, 8 en 9 december 2000, die daarmee vorige verklaringen heeft bevestigd, met name Verklaring 29 gehecht aan het Verdrag van Amsterdam, waarin staat dat sport een rol vervult bij het smeden van de identiteit van de volkeren.

(3) De Europese Raad van Nice heeft de communautaire instellingen verzocht bij hun optreden uit hoofde van de verschillende Verdragsbepalingen rekening te houden met de educatieve waarden van de sport, en heeft er met name op gewezen dat het van belang is dat de lidstaten, met de steun van de Gemeenschap, het vrijwilligerswerk aanmoedigen.

(4) De resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad van 17 december 1999 bijeen, betreffende de educatieve dimensie van sportactiviteiten is van oordeel dat sportactiviteiten een pedagogische waarde kunnen hebben en zodoende kunnen bijdragen tot het verstevigen van de civiele samenleving en verzoekt de Europese Commissie om, in samenwerking met de lidstaten, een samenhangende aanpak te ontwerpen teneinde het vormingspotentieel van sportactiviteiten optimaal te benutten.

(5) Het Europees Parlement heeft conclusies [14] goedgekeurd waarin het de mening van de Europese Commissie over de educatieve functie van sport bevestigt en het belang benadrukt van sportactiviteiten voor het aanleren van maatschappelijke waarden zoals een teamgeest.

[14] PB C 135 van 07.05.2001, blz. 274.

(6) Het Europees Parlement heeft de Europese Commissie eveneens verzocht de organisatie van een Europees Jaar van de sport voor te stellen. [15]

[15] PB C 200 van 30.06.1997, blz. 252.

(7) In zijn advies [16] over het consultatiedocument van de Commissie "Het Europese sportmodel" heeft het Comité van de Regio's het belang van de sport voor de persoonlijke ontplooiing onderstreept.

[16] CdR 37/99 fin van 15 en 16 september 1999.

(8) De Commissie heeft in haar "Verslag van Helsinki" [17] over sport reeds overwogen sportactiviteiten aan te wenden op het gebied van onderwijs en jeugd, gezien de waarden die de sport in zich draagt.

[17] Ibid. 3.

(9) De documenten van de Commissie over levenslang leren [18] en over de concrete doelstellingen van de onderwijsstelsels [19] bevatten duidelijke verwijzingen naar de toegevoegde waarde die de acties door sport kunnen krijgen om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

[18] Ibid. 5.

[19] Ibid. 6.

(10) Individuele lichaamsbeweging en teamsport vormen een geschikt tegenwicht voor het leren omgaan met nieuwe technologieën, dat gekenmerkt wordt door sedentair en individueel werk.

(11) De sportieve loopbaan begint steeds vroeger, waardoor de studie van de jongeren wordt verstoord.

(12) Sport bevordert de mobiliteit van personen en stimuleert multiculturele uitwisselingen, maar de onderwijs- en academische instellingen benutten de mogelijkheden die op dit gebied worden geboden nog niet ten volle.

(13) De Olympische Spelen vinden in 2004 in Athene plaats en zullen een grote symbolische waarde hebben en veel aandacht krijgen in de media. Die moet worden benut om sport voor allen, democratische sport die voor iedereen toegankelijk is en die kan bijdragen tot de versterking van het onderwijsbeleid, te bevorderen. Ook dankzij andere grote sportevenementen, zoals het EURO 2004-voetbaltoernooi in Portugal, kan het aspect communicatie van het Europees Jaar worden versterkt.

(14) De bewustmaking van de educatieve waarde van de sport berust hoofdzakelijk op een doeltreffende actie op het niveau van de lidstaten, die moet worden aangevuld door inspanningen die op Europees niveau zijn overeengekomen. Het Europees Jaar kan als katalysator dienen voor de bewustmaking van het publiek en kan deze actie aanzwengelen.

(15) De samenhang en de complementariteit met andere communautaire maatregelen zijn noodzakelijk, met name op het gebied van de bestrijding van discriminatie en sociale uitsluiting en van de bevordering van onderwijs, opleiding, mensenrechten en gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

(16) De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (de EER-Overeenkomst) voorziet in een ruimere samenwerking op het gebied van onderwijs en jeugd tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds en de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (de EVA/EER-landen) anderzijds.

(17) Dit Europees Jaar dient te worden opengesteld voor de deelname van de kandidaat-lidstaten uit Midden- en Oost-Europa, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de Europaovereenkomsten, in de aanvullende protocollen daarbij en in de besluiten van de respectieve associatieraden. De deelname van Cyprus wordt met aanvullende kredieten volgens nog vast te stellen procedures gefinancierd, die van Malta en Turkije met aanvullende kredieten overeenkomstig het Verdrag.

(18) Bij dit besluit wordt voor de gehele duur van het programma een financieel kader vastgesteld dat het voornaamste referentiepunt vormt in de zin van punt 33 van het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie [20] over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure.

[20] PB C 172 van 18.06.1999, blz. 1.

(19) Overeenkomstig het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag, kunnen de doelstellingen van de voorgestelde actie niet voldoende door de lidstaten zelf worden verwezenlijkt vanwege onder andere de behoefte aan multilaterale partnerschappen, de transnationale uitwisseling van informatie en de verspreiding van goede praktijken op het niveau van de Gemeenschap. Dit besluit reikt niet verder dan hetgeen nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

BESLUITEN:

Artikel 1 Instelling van het Europees Jaar van opvoeding door sport

Het jaar 2004 wordt uitgeroepen tot "Europees Jaar van opvoeding door sport".

Artikel 2 Doelstellingen

De doelstellingen van het Europees Jaar van opvoeding door sport zijn:

1. de onderwijsinstellingen en de sportorganisaties ontvankelijk maken voor samenwerking, gezien het educatieve belang van sport als maatschappelijk verschijnsel ingevolge de hoge penetratiegraad in alle lagen van de samenleving, en meer bepaald bij de jongeren;

2. overwegen hoe de waarden van de sport kunnen worden toegepast bij het ontwikkelen van de zogenaamde educatieve basisvaardigheden, waardoor vooral jongeren niet alleen hun lichamelijk kunnen, maar ook hun sociale vaardigheden zoals teamwerk, solidariteit, verdraagzaamheid en fair play kunnen ontwikkelen;

3. gebruik maken van de positieve bijdrage van het vrijwilligerswerk aan de buitenschoolse vorming van meer bepaald jongeren, alsook aan de ontwikkeling van de sportbeweging;

4. de educatieve waarde van de mobiliteit en de uitwisselingen van scholieren bevorderen, met name in een multiculturele omgeving, door de organisatie van sportieve en culturele ontmoetingen in het kader van de schoolactiviteiten;

5. de bezinning en het debat aanmoedigen over de maatregelen die moeten worden genomen om de maatschappelijke integratie van de achtergestelde groepen door middel van sportactiviteiten in de onderwijsstelsels te bevorderen;

6. de opname van sportactiviteiten in het schoolwerkplan aanmoedigen om het zittend leven van de schoolbevolking te compenseren en zodoende bij te dragen tot een verbetering van de lichamelijke conditie van de leerlingen;

7. aandacht besteden aan de onderwijsproblemen van jonge sporters, voor wie de sportloopbaan steeds vroeger aanvangt.

Artikel 3 Inhoud van de maatregelen

1. De maatregelen die worden genomen om de in artikel 2 beschreven doelstellingen te bereiken, omvatten de organisatie van de volgende activiteiten of de toekenning van steun in het kader van die activiteiten:

a) de organisatie van ontmoetingen en manifestaties, alsook van openings- en slotconferenties;

b) de organisatie van vrijwilligerswerk naar aanleiding van de Olympische Spelen en de Paralympics in Athene en van andere grote sportevenementen;

c) de lancering van voorlichtings- en promotiecampagnes om de educatieve waarden van de sport te verspreiden;

d) samenwerking met de media;

e) de uitvoering van enquêtes en studies;

f) de organisatie van manifestaties die tot doel hebben informatie te verstrekken en in het bijzonder voorbeelden van goede praktijken te geven;

g) de toekenning van financiële steun aan initiatieven op transnationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau om de doelstellingen van het Europees Jaar van opvoeding door sport te bevorderen.

2. De in lid 1 bedoelde maatregelen zijn in de bijlage gedetailleerd omschreven.

Artikel 4 Tenuitvoerlegging van het besluit en samenwerking met de lidstaten

1. De Commissie zorgt voor de uitvoering van de communautaire acties die onder dit besluit vallen.

2. Elke lidstaat wijst een of meer geëigende organen aan die verantwoordelijk zijn voor de deelname aan het Europees Jaar en voor de coördinatie van de op nationaal niveau geplande acties, door middel van steun bij de in artikel 7 beschreven selectieprocedure.

Artikel 5 Financiële bepalingen

1. Acties op het niveau van de Gemeenschap, zoals beschreven in deel A van de bijlage, kunnen tot ten hoogste 80% van de totale kosten subsidie ontvangen die uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschap wordt gefinancierd.

2. Acties op lokaal, regionaal, nationaal of transnationaal niveau, zoals beschreven in deel B van de bijlage, kunnen subsidie uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen ontvangen tot ten hoogste 50% van de totale kosten.

Artikel 6 Aanvragen en selectieprocedure

1. Aanvragen voor de medefinanciering van acties met middelen van de communautaire begroting uit hoofde van artikel 5, lid 2, dienen bij de Commissie te worden ingediend via het (de) krachtens artikel 4, lid 2, aangewezen orgaan (organen). Zij moeten informatie bevatten die het mogelijk maakt de uiteindelijke resultaten volgens objectieve criteria te beoordelen. De Commissie houdt in hoge mate rekening met de door de betreffende organen gegeven beoordeling.

2. Besluiten betreffende de financiering en medefinanciering van acties uit hoofde van artikel 5 worden genomen door de Commissie na raadpleging van een team van deskundigen. De Commissie draagt zorg voor een evenwichtige verdeling tussen de lidstaten en tussen de diverse relevante activiteitengebieden.

3. De Commissie zorgt ervoor (met name via haar nationale en regionale vertegenwoordigingen), in samenwerking met de in artikel 4, lid 2, bedoelde organen, dat de oproepen tot het indien van voorstellen tijdig genoeg worden gepubliceerd en een zo ruim mogelijke verspreiding vinden.

Artikel 7 Samenhang en complementariteit

1. In samenwerking met de lidstaten zorgt de Commissie voor de samenhang tussen de in dit besluit opgenomen maatregelen en de andere communautaire acties en initiatieven.

2. Zij draagt ook zorg voor de optimale complementariteit tussen het Europees Jaar van opvoeding door sport en de andere, reeds bestaande initiatieven en hulpbronnen op regionaal, nationaal en communautair niveau, daar waar deze een bijdrage aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Europees Jaar van opvoeding door sport kunnen leveren.

Artikel 8 Deelname van de EVA/EER-landen, de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, Cyprus, Malta en Turkije.

Het Europees Jaar van opvoeding door sport staat open voor deelname van:

- de EVA/EER-landen, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de EER-overeenkomst,

- de kandidaat-lidstaten uit Midden- en Oost-Europa (LMOE), overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de Europaovereenkomsten, in de aanvullende protocollen daarbij en in de besluiten van de respectieve associatieraden,

- Cyprus, op basis van aanvullende kredieten overeenkomstig de met dat land overeen te komen procedures,

- Malta en Turkije, op basis van aanvullende kredieten overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag.

Artikel 9 Begroting

1. De financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van dit besluit bedragen 11,5 miljoen euro (waarvan 8 miljoen euro voor 2004 en 3,5 miljoen euro voor 2003 om de voorbereiding van het jaar reeds op 1 januari 2003 te kunnen starten).

2. De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegewezen binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.

3. Op initiatief van de Commissie is in 2004 ook financiering mogelijk voor de uitgaven voor technische en administratieve bijstand, die zowel de Commissie als de begunstigden van de actie ten goede komen, en die niet bestemd zijn voor de permanente overheidstaken, in verband met de identificatie, de voorbereiding, het beheer, de follow-up, de audit en de controle van de maatregelen.

Artikel 10 Internationale samenwerking

In het kader van het Europees Jaar van opvoeding door sport kan de Commissie samenwerken met relevante internationale organisaties.

Artikel 11 Toezicht en evaluatie

De Commissie dient uiterlijk op 31 december 2005 een verslag in bij het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de tenuitvoerlegging, de resultaten en de algehele beoordeling van de in dit besluit bedoelde maatregelen.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag volgend op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Gedaan te Brussel, op

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitster De Voorzitter

BIJLAGE

Aard van de in artikel 3 bedoelde maatregelen

(A) Acties op communautair niveau

1. Bijeenkomsten en manifestaties:

(a) organisatie van bijeenkomsten op communautair niveau;

(b) organisatie van manifestaties die de bevolking openstellen voor opvoeding door sport, met inbegrip van de openings- en de slotconferentie van het Europees Jaar van opvoeding door sport;

(c) organisatie van vrijwilligerswerk naar aanleiding van de Olympische Spelen en de Paralympics van 2004 in Athene en van andere grote sportmanifestaties op het grondgebied van de Gemeenschap.

2. Voorlichtings- en promotiecampagnes, onder meer bestaande uit:

(a) de ontwikkeling van een logo en van slogans voor het Europees Jaar van opvoeding door sport, om te gebruiken in het kader van alle activiteiten die met het Europees Jaar verband houden;

(b) een voorlichtingscampagne op communautaire schaal;

(c) de productie van instrumenten en hulpmiddelen in de hele Gemeenschap;

(d) passende initiatieven van Europese organisaties die werkzaam zijn in de onderwijs- en de sportsector, gericht op het verspreiden van informatie over het Europees Jaar van opvoeding door sport;

(e) de organisatie van Europese wedstrijden die de resultaten van en de ervaringen met de thema's van het Europees Jaar van opvoeding door sport onder de aandacht brengen.

3. Overige acties:

(a) Samenwerking met de media als partners voor de verspreiding van informatie over het Europees Jaar van opvoeding door sport, voor de gebruikmaking van nieuwe instrumenten die deze informatie gemakkelijker toegankelijk maken (zoals ondertiteling voor gehoorgestoorden en beeldbeschrijving voor blinden en slechtzienden), eventueel in andere programma's, en met de bedoeling de communicatie over opvoeding door sport te verbeteren;

(b) Enquêtes en studies op communautaire schaal over een aantal onderwerpen en met de bedoeling

(c) bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 2 vermelde doelstellingen;

(d) de invloed van het Europees Jaar van opvoeding door sport te beoordelen en deze gegevens op te nemen in een Eurobarometer-enquête en in een evaluatieverslag over de doeltreffendheid en de invloed van het Europees Jaar.

4. Deze financiering kan bestaan uit:

(a) de rechtstreekse aanschaf van goederen en diensten, in het bijzonder op het gebied van communicatie, enquêtes en studies via openbare aanbestedingen en/of aanbestedingen met voorafgaande selectie;

(b) subsidies voor uitgaven in verband met speciale manifestaties op Europees niveau, gericht op het onder de aandacht brengen van het Europees Jaar van opvoeding door sport en de bewustmaking van het publiek; deze financiering betreft ten hoogste 80% van de totale kosten.

(B) Acties op nationaal niveau

Acties op lokaal, regionaal, nationaal of transnationaal niveau kunnen in aanmerking komen voor financiering uit de communautaire begroting tot ten hoogste 50 % van de totale kosten, overeenkomstig de aard en de inhoud van hetgeen wordt voorgesteld. Deze acties kunnen omvatten:

1. manifestaties die verband houden met de doelstellingen van het Europees Jaar van opvoeding door sport, inclusief een openingsmanifestatie;

2. voorlichtingscampagnes en acties gericht op het verspreiden van goede praktijken, andere dan die vermeld in deel A hierboven;

3. de toekenning van prijzen of de organisatie van wedstrijden;

4. enquêtes en studies, andere dan genoemd in deel A hierboven.

(C) Acties die geen financiële steun uit de communautaire begroting kunnen ontvangen

De Gemeenschap biedt morele ondersteuning, met inbegrip van de toestemming tot het gebruik van het logo en ander materiaal dat verband houdt met het Europees Jaar van opvoeding door sport, aan initiatieven van overheids- of particuliere organisaties, wanneer die organisaties de Commissie ervan kunnen overtuigen dat deze initiatieven in 2004 plaatsvinden of zullen plaatsvinden en naar verwachting een bijdrage leveren aan de verwezenlijking van één of meer doelstellingen van het Europees Jaar van opvoeding door sport.

FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT

Beleidsgebied: Onderwijs en cultuur

Activiteit: Audiovisueel beleid en sport

Benaming van de actie: Europees Jaar van opvoeding door sport 2004

1. BEGROTINGSPLAATS + OMSCHRIJVING

- Nieuwe begrotingslijn B3-1004

- Europees Jaar van opvoeding door sport

- Bij deze begrotingslijn moet een begrotingslijn B3-1004A worden gevoegd voor de uitgaven voor administratieve ondersteuning.

2. ALGEMENE CIJFERS

2.1 Totale toewijzing voor de actie (deel B):

11,5 miljoen euro aan vastleggingskredieten (3,5 miljoen euro en 8 miljoen euro in 2004)

2.2 Duur:

Van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004 (2003 is een voorbereidend jaar).

2.3 Meerjarenraming van de uitgaven:

a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financiering uit de begroting) (cf. punt 6.1.1)

in miljoen euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

b) Technische en administratieve bijstand en ondersteuningsuitgaven (cf. punt 6.1.2)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven (cf. punten 7.2 en 7.3)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4 Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten

|X| Voorstel verenigbaar met de bestaande financiële programmering

2.5 Financiële gevolgen voor de ontvangsten

|X| Geen enkele financiële implicatie (betreft technische aspecten in verband met de tenuitvoerlegging van een maatregel)

3. BEGROTINGSKENMERKEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. RECHTSGRONDSLAG

Artikel 149 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap

Besluit nr. .../.../EG van het Europees Parlement en de Raad van ... betreffende het Europees Jaar van opvoeding door sport

5. BESCHRIJVING EN MOTIVERING

5.1 Doel van het communautaire optreden

5.1.1 Doelstellingen

Sport is een uitstekend opvoedingsinstrument, waardoor het opdoen van technische kennis en het verwerven van sociale vaardigheden beter in evenwicht kunnen worden gebracht. Voor de onderwijsstelsels dreigt namelijk een onevenwicht door onderwijs dat te zeer op de nieuwe technologieën is gericht en de algehele vorming van de persoon verwaarloost. Zoals de Commissie in haar Verslag van Helsinki [21] onderstreept, wordt het imago van de sport aangetast door problemen inzake overmatige commercialisering, doping en geweld.

[21] COM(1999) 644 van 01.12.1999.

Deskundigen presenteren sportactiviteiten steeds vaker als een uitstekend instrument om de buitenschoolse vorming te ontwikkelen en zodoende bij te dragen tot de ontwikkeling van de bevolking. Dankzij hun sterke maatschappelijke penetratie kunnen sportactiviteiten een aantal educatieve waarden overdragen. De Europese Raad, de Raad en het Europees Parlement hebben daarop gewezen en hebben de Commissie verzocht rekening te houden met het educatieve aspect van sport in het kader van de communautaire bevoegdheden inzake onderwijs en jeugd. Het is dan ook van belang partnerschappen tussen scholen en de sportwereld te stimuleren en daarom moeten sportactiviteiten hun geloofwaardigheid als educatief instrument terugwinnen.

De doelstelling van de maatregel kan als volgt worden omschreven:

- de Europese burgers laten zien dat sport niet alleen spektakel, maar ook nog steeds een zeer belangrijk educatief instrument is, niet alleen op lichamelijk vlak, maar ook wegens de maatschappelijke waarden die de sport overdraagt;

- de Europese samenleving en de onderwijsmilieus bewust maken van de noodzaak om de lichamelijke conditie en de sociale gewoonten van de Europese leerlingen te verbeteren en zodoende compensatie te bieden voor een al te technisch onderwijs en een sedentaire levensstijl;

- de onderwijsinstellingen en de sportorganisaties in de Gemeenschap ertoe aanzetten versterkte partnerschappen tot stand te brengen met de bedoeling lichaamsbeweging en de door de sport overgedragen waarden beter in het onderwijs integreren;

- de Europese samenleving het bewijs leveren dat de Gemeenschap belang stelt in het sociale en educatieve aspect van de sport, en niet alleen in het economische aspect.

Aangezien het in de eerste plaats de bedoeling is de burgers bewust te maken van het belang van sport in de opvoeding, lijkt de organisatie van een Europees Jaar, dat een grote weerklank kan hebben, de meest aangewezen oplossing. Doordat in 2004 ook de Olympische Spelen en de Paralympics in Athene plaatsvinden, kan van de mediabelangstelling voor de spelen gebruik worden gemaakt om de Europese burgers te wijzen op het sociale aspect van de sport en op de toegevoegde waarde ervan als factor die bijdraagt tot de verbetering van de opvoeding.

De organisatie van een Europees Jaar - een grootschalige maar in de tijd beperkte actie - is als communautaire maatregel bijzonder geschikt, in die zin dat het Europees Jaar vooral tot doel heeft de educatieve waarden van de sport beter aan te wenden om de onderwijsprogramma's en met name de buitenschoolse vorming te verbeteren door tussen de onderwijsinstellingen en de sportorganisaties een versterkt partnerschap tot stand te brengen.

De geplande maatregelen hebben tot doel:

- partnerschappen tussen scholen en sportorganisaties te bevorderen;

- jongerenvrijwilligerswerk in te zetten als instrument om de opvoeding te verbeteren;

- aan te zetten tot de voorbereiding van latere communautaire maatregelen op het gebied van de sport;

- het effect op de bevolking te meten van de maatregelen die in het kader van het Europees Jaar werden uitgevoerd, met de bedoeling de maatregel te analyseren wat het aspect communicatie en met name de koppeling van bepaalde boodschappen aan grote sportmanifestaties betreft.

5.1.2 Genomen maatregelen die onder de evaluatie ex ante vallen

De evaluatie ex ante werd verricht door de Commissie tussen februari 2001 en juni 2001. Zodra de keuze voor een Europees Jaar was gemaakt, is informatie verzameld bij de diensten van de Commissie (evaluaties van de programma's Socrates en Jeugd van de Europese Jaren tegen racisme en voor levenslang leren). Bij de evaluatie is rekening gehouden met de ervaringen die zijn opgedaan door de dienst belast met het beheer van het Europees Jaar van de talen.

Wat de aspecten communicatie en betrekkingen met de sportorganisaties betreft, is bij de evaluatie ook rekening gehouden met het verslag van de Commissie van 1992 over de ervaringen met de aanwezigheid van de Gemeenschap op de Olympische spelen van Albertville en Barcelona.

Wat de vraag betreft of een actie op communautaire schaal gerechtvaardigd is, moet worden vastgesteld dat sport zonder enige twijfel de maatschappelijke sector is die op die schaal het best georganiseerd is. Er bestaat namelijk geen enkel ander cultureel of educatief netwerk dat zich van permanente Europese structuren heeft voorzien. Deze activiteiten zijn bovendien op een Europese dimensie gericht die de mobiliteit van de beoefenaars mogelijk maakt. Gezien de organisatie van de verschillende partners houdt een actie op het gebied van opvoeding door sport bijna automatisch een actie op communautaire schaal in.

Deze evaluatie stelt ook de noodzaak op de voorgrond om in een partnerschap samen te werken:

- in de eerste plaats een partnerschap tussen de onderwijsinstellingen en de sportorganisaties op nationaal en Europees niveau,

- vervolgens een partnerschap tussen de instellingen, de landen en de media om de publieke opinie gevoelig te maken voor de educatieve waarden van de sport,

- en tot slot een partnerschap tussen de verschillende niveaus van de overheidsdiensten, wat een noodzakelijke voorwaarde is voor het totale welslagen van het Europees Jaar.

Op het vlak van de organisatie zijn de volgende conclusies getrokken:

- in 2002 dient voor de belangrijkste communicatie-acties het bestek te worden voorbereid, zodat die reeds op 1 januari 2003 operationeel zijn en de communicatie- en beeldvormingsacties reeds op 1 januari 2004 kunnen worden gelanceerd;

- in 2002 dienen de teksten voor de oproepen tot het indienen van voorstellen te worden opgesteld, teneinde te garanderen dat reeds tijdens de eerste maanden van 2004 acties kunnen worden georganiseerd;

- er moet worden vermeden dat de voorwaarden waaronder de financiering van de geplande acties mogelijk is, een overlast aan administratief werk veroorzaakt, die de verantwoordelijke dienst onmogelijk kan verwerken en die het verloop van het Europees Jaar verlamt;

- er moet voorrang worden verleend aan de acties die werkelijk het aspect communicatie betreffen, waarmee zeer grote lagen van de bevolking kunnen worden bereikt en waarmee met het oog op latere voorstellen meteen de doeltreffendheid van de wijze van uitvoering kan worden getest.

5.1.3 Naar aanleiding van de evaluatie ex post genomen maatregelen

Overeenkomstig artikel 12 van het besluit legt de Commissie uiterlijk op 31 december 2005 een verslag voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de tenuitvoerlegging, de resultaten en de algehele beoordeling van het Europees Jaar van opvoeding door sport.

5.2 Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting

5.2.1 Doelgroep

Het Europees Jaar van opvoeding door sport beoogt in de eerste plaats de directe bewustmaking van het grote publiek van de voordelen van de aanwending van sportactiviteiten om de onderwijsstelsels te verbeteren. Dit project richt zich tot alle inwoners van de Europese Unie, ongeacht hun leeftijd of sociale achtergrond. In het kader van deze doelstelling zullen de informatiecampagnes en het informatiemateriaal variëren naar gelang van de subgroep die moet worden bereikt. Zulke subgroepen kunnen bijvoorbeeld zijn:

- scholieren;

- ouders van scholieren;

- onderwijzend personeel;

- directies van onderwijsinstellingen;

- directies van sportorganisaties;

- onderwijsinstellingen en sportorganisaties in grensgebieden.

5.2.2 Specifieke doelstellingen

Dit zijn de specifieke doelstellingen met resultaatindicatoren:

- de totstandbrenging van een stabiel partnerschapsnetwerk tussen de onderwijsinstellingen en de sportorganisaties op communautaire en nationale schaal, met de bedoeling de organisatie van sportactiviteiten in de scholen te bevorderen; het doel is minstens één partnerschapsnetwerk per land, alsook een Europees netwerk tot stand te brengen;

- de organisatie van opvoedingsacties door middel van vrijwilligerswerk naar aanleiding van de Olympische Spelen en de Paralympics in Athene in 2004 en van andere grote sportmanifestaties op het grondgebied van de Gemeenschap; het doel is zo veel mogelijk jongeren te mobiliseren en hen een aangepaste opleiding te geven;

- de organisatie van opvoedingsacties door middel van vrijwilligerswerk op grensoverschrijdende en/of nationale schaal, zodat de mogelijkheden van dit soort activiteit kunnen worden getest;

- de bevordering van educatieve uitwisselingsprogramma's waarbij lichaamsbeweging een belangrijker aanzet is tot de uitwisseling, maar die tegelijkertijd met andere activiteiten, zoals culturele activiteiten, kunnen worden gecombineerd; het aantal uitwisselingen per lidstaat zal als indicator fungeren;

- de voorbereiding van acties ter ondersteuning van jonge sportlui die in de topsport actief zijn, om hen een goed onderwijsniveau te garanderen dat verenigbaar is met de ontwikkeling van hun sportieve loopbaan; de doeltreffendheid van deze maatregel kan worden getest aan de hand van het aantal acties dat in elke lidstaat wordt georganiseerd.

5.2.3 Wijze van uitvoering

Dit zijn de wijzen van uitvoering:

1. Bijeenkomsten en manifestaties:

(a) organisatie van bijeenkomsten;

(b) organisatie van manifestaties die de bevolking openstellen voor opvoeding door sport, met inbegrip van de openings- en de slotconferentie van het Europees Jaar.

2. Voorlichtings- en promotiecampagnes, onder meer bestaande uit de ontwikkeling van een website en de productie van informatiemateriaal.

3. Samenwerking met de media als partners voor de verspreiding van informatie over het Europees Jaar, voor de gebruikmaking van nieuwe instrumenten die deze informatie gemakkelijker toegankelijk maken (zoals ondertiteling voor gehoorgestoorden en beeldbeschrijving voor blinden en slechtzienden), eventueel in andere programma's, en met de bedoeling de communicatie over opvoeding door sport te verbeteren;

4. Enquêtes en studies op communautaire schaal over een aantal onderwerpen met de bedoeling:

(a) bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van het besluit vermelde doelstellingen;

(b) de invloed van het Europees Jaar van opvoeding door sport te beoordelen en deze gegevens op te nemen in een Eurobarometer-enquête en in een evaluatieverslag over de doeltreffendheid en de invloed van het Europees Jaar.

5. De organisatie van de aanwezigheid van vrijwilligers op de Olympische Spelen en de Paralympics in Athene in 2004 en op andere communautaire, nationale of grensoverschrijdende manifestaties.

Deze financiering kan bestaan uit:

- de rechtstreekse aanschaf van goederen en diensten, in het bijzonder op het gebied van communicatie, via aanbestedingen;

- subsidies voor uitgaven in verband met speciale manifestaties op Europees niveau, gericht op het onder de aandacht brengen van het Europees Jaar en de bewustmaking van het publiek; deze financiering betreft ten hoogste 80% van de totale kosten.

6. Acties op lokaal, regionaal, nationaal of transnationaal niveau kunnen in aanmerking komen voor financiering uit de communautaire begroting tot ten hoogste 50% van de totale kosten, overeenkomstig de aard en de inhoud van hetgeen wordt voorgesteld.

7. De Gemeenschap biedt morele ondersteuning, met inbegrip van de toestemming tot het gebruik van het logo en ander materiaal dat verband houdt met het Europees Jaar, aan initiatieven van overheids- of particuliere organisaties, wanneer die organisaties de Commissie ervan kunnen overtuigen dat deze initiatieven in 2004 plaatsvinden of zullen plaatsvinden en naar verwachting een bijdrage leveren aan de verwezenlijking van één of meer doelstellingen van het Europees Jaar.

5.3 Tenuitvoerlegging

Het Europees Jaar zal rechtstreeks door de Commissie worden beheerd. De Commissie houdt geregeld gedachtewisselingen met de gouvernementele en de niet-gouvernementele organisaties die de onderwijs- en de sportsector vertegenwoordigen.

6. FINANCIËLE GEVOLGEN

6.1 Totale financiële gevolgen voor deel B (voor de gehele programmeringsperiode)

6.1.1 Financiering

Vastleggingskredieten in miljoen euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6.1.2 Technische en administratieve bijstand, ondersteuningsuitgaven en IT-uitgaven (vastleggingskredieten)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De ondersteuningsuitgaven omvatten hoofdzakelijk de bijdrage van het Europees Jaar in de financiering van de uitvoerende instantie, die moet worden opgericht om technische bijstand te leveren bij de tenuitvoerlegging van de programma's op het gebied van onderwijs en cultuur. Voorts is voorzien in een bedrag voor de financiering van audits van projecten die in het kader van het jaar worden gefinancierd.

6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de gehele programmeringsperiode)

Vastleggingskredieten in miljoen euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6.2.1 Maatregelen op communautair niveau

Deze maatregelen worden in de regel gelanceerd door de Commissie, na raadpleging van een team van deskundigen. De meeste maatregelen worden via aanbestedingen uitbesteed en voor 100% uit de communautaire begroting gefinancierd. Andere maatregelen worden tot 80% van de totale kosten uit de communautaire begroting ondersteund, op voorwaarde dat ze een significante bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Europees Jaar.

- Bijeenkomsten en manifestaties

Om de onderwerpen van het Europees Jaar bij een meerderheid van de Europese burgers onder de aandacht te brengen en te laten beklijven, zijn in het kader van het Europees Jaar naar verwachting ten minste vier grootschalige manifestaties op communautaire schaal nodig, op verschillende plaatsen in de Gemeenschap: aan het begin en het eind van het Europees Jaar telkens één en daartussen twee thematische manifestaties evenredig over het jaar verdeeld.

Elke manifestatie kost naar verwachting minstens 0,2 miljoen euro, rekening houdend met de organisatiekosten en de onkostenvergoeding voor een groot aantal door de Commissie uitgenodigde deelnemers (ongeveer 200). Totaal voor vier manifestaties: 0,9 miljoen euro.

- Voorlichtings- en promotiecampagne in de hele Gemeenschap: 3,0 miljoen euro, verdeeld als volgt:

- ontwikkeling van promotiemateriaal: 0,4 miljoen euro

- strategisch advies, contacten met de media, ontwerp en productie van papieren, audiovisueel en elektronisch informatiemateriaal, installatie van een infolijn, ontwerp en beheer van een internetsite: 0,8 miljoen euro

- gebruikmaking van andere middelen, bijvoorbeeld om contacten te leggen met de betrokken actoren door middel van intercollegiale adviesprogramma's, inclusief ondersteuning bij de organisatie van wedstrijden en manifestaties, bij de bevordering van het Europees Jaar van opvoeding door sport op grote Europese en internationale beurzen en sportevenementen, en bij het verkrijgen van een beschermheerschap en morele steun: 0,3 miljoen euro

- subsidies toegekend aan Europese organisaties ter dekking van de kosten voor gespecialiseerde manifestaties die op Europees niveau worden georganiseerd om het Europees Jaar onder de aandacht te brengen en het publiek voor het thema open te stellen; die financiering bedraagt maximaal 80% van de totale kosten (1,5 miljoen euro)

- Samenwerking met de media: 0,080 miljoen euro, te financieren uit de begroting voor het voorbereidingsjaar 2003.

- Enquêtes en studies: 0,520 miljoen euro, waarvan 0,370 miljoen euro uit de begroting voor het voorbereidingsjaar

Een studie van een panel van personen op hoog niveau over «De vooruitzichten van het beleid inzake opvoeding door sport»: 0,120 miljoen euro.

Een studie over «Onderwijs en beroepsinpassing van topsporters»: 0,250 miljoen euro.

Er zal een evaluatieverslag worden opgesteld over de doeltreffendheid en de impact van het Europees Jaar (0,1 miljoen euro). Teneinde de invloed van het Europees Jaar op het grote publiek te meten, zullen in een Eurobarometer-enquête specifieke vragen worden opgenomen om bijvoorbeeld vast te stellen hoeveel mensen van het Europees Jaar hebben gehoord, hoeveel mensen vinden dat dit Europees Jaar hun mening heeft helpen veranderen, enz.: 0,05 miljoen euro.

- Actie onderwijs door vrijwilligerswerk naar aanleiding van de Olympische Spelen en de Paralympics in Athene in 2004.

Rekening houdend met de ervaringen tijdens het wereldkampioenschap voetbal in Frankrijk, moet voor de organisatie van een dergelijke actie een bedrag van 0,75 miljoen euro worden uitgetrokken.

6.2.2 Maatregelen op nationaal niveau

Hoewel de Europese Unie een kader kan bieden voor actie ter vergroting van het bewustzijn van het belang van opvoeding door sport, moet ook worden erkend dat veel afhangt van de inzet van de lidstaten zelf.

Dergelijke acties kunnen tot 50% worden gefinancierd uit de communautaire begroting. Er dient synergie tot stand te worden gebracht tussen deze acties en de hierboven beschreven acties op communautair niveau, om te komen tot een structuur waarin de maatregelen op communautair niveau en de kleinschaliger maatregelen dezelfde doelstellingen beogen en een bijdrage leveren aan elkaars succes.

Om voldoende bekendheid te geven aan het Europees Jaar, zullen in alle lidstaten, met uitzondering van de lidstaat waar de openingsmanifestatie voor de gehele Gemeenschap wordt gehouden (zie onder "Maatregelen op communautair niveau"), door de Commissie te financieren openingsmanifestaties moeten worden georganiseerd. De gemiddelde bijdrage van de Commissie in de organisatiekosten van deze manifestaties wordt geraamd op 35 000 euro per lidstaat. Het totale bedrag van deze financiering zal afkomstig moeten zijn van de begroting voor het voorbereidingsjaar, aangezien medio 2003 begonnen moet worden met de voorbereiding van de nationale openingsmanifestaties en die manifestaties zelf zeer vroeg in 2004 moeten plaatsvinden. De bijdrage van de Gemeenschap aan de financiering van deze manifestaties zal grotendeels vooruit worden betaald. Voor de andere nationale maatregelen houden de voorgestelde cijfers rekening met de ervaring van vorige Europese Jaren.

6.2.3 Acties waaraan geen financiering uit de communautaire begroting kan worden toegekend (zie deel 1(C) van de bijlage bij het ontwerp-besluit)

De doelstellingen van het Europees Jaar kunnen ook goedkoper en zelfs helemaal kostenloos worden bevorderd door organisaties die deelnemen aan initiatieven die stroken met de doelstellingen toestemming te verlenen het logo en ander materiaal te gebruiken dat met het Europees Jaar verband houdt.

7. GEVOLGEN VOOR HET PERSONEELSBESTAND EN DE ADMINISTRATIEVE UITGAVEN

7.1 Gevolgen voor de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.2 Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Voor 2004 is niet voorzien in "ander personeel" (3 hulpfunctionarissen), aangezien dat jaar onder de wettelijke basis valt en onder begrotingslijn B3-1004A, waardoor de administratieve ondersteuning verzorgd kan worden door de uitvoerende instantie die technische bijstand moet leveren bij de tenuitvoerlegging van de programma's op het gebied van onderwijs en cultuur; bijgevolg moet slechts 1,5 jaar (2003 en zes maanden in 2005) worden gefinancierd uit de algemene toewijzing van administratieve kredieten. Indien er geen uitvoerende instantie beschikbaar is, moet de nodige ondersteuning ook in 2004 worden verzorgd door 3 hulpfunctionarissen.

De behoeften aan personeel en administratieve ondersteuning worden gedekt door de kredieten die worden toegekend aan het DG dat het programma beheert in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure.

7.3 Andere huishoudelijke uitgaven die uit de actie voortvloeien

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven voor de maatregel voor de twee jaren: 2003 en 2004.

I. Jaartotaal (7.2 + 7.3)

II. Duur van de actie

III. Totale kosten van de actie (I x II) // 0,761 euro

2,5 jaar

1,903 euro

8. TOEZICHT EN EVALUATIE

8.1 Follow-upsysteem

Aangezien het Europees Jaar tot doel heeft het partnerschap van onderwijsinstellingen en sportorganisaties open te stellen voor opvoeding door sport, maken follow-up en evaluatie vanzelfsprekend deel uit van de activiteiten, zodat deze optimaal effect kunnen sorteren.

Tijdens het hele Europese Jaar wordt voor follow-up gezorgd. De acties op nationaal niveau worden op basis van een door de Commissie goed te keuren werkprogramma uitgevoerd onder auspiciën van een nationaal coördinatieorgaan.

8.2 Procedure en periodiciteit van de voorgeschreven evaluatie

Het Europees Jaar wordt onderworpen aan een eindevaluatie, die uiterlijk op 31 december 2005 moet worden ingediend. Die evaluatie wordt door externe evaluatoren verricht en begint bij de start van het Europees Jaar. De evaluatie betreft met name de doeltreffendheid, efficiëntie en relevantie van het Europees Jaar, inclusief de invloed op attitudes. De resultaten van het Europees Jaar worden daarnaast ook gemeten door een in 2005 te houden Eurobarometer-enquête die speciaal is bedoeld om te peilen naar de bekendheid van het Europees Jaar bij het publiek.

9. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

Alle tussen de Commissie en de begunstigden gesloten contracten, overeenkomsten en juridische verbintenissen voorzien in de mogelijkheid van controles ter plaatse en anti-fraudecontroles door de Commissie en de Rekenkamer bij de begunstigden van een communautaire subsidie, alsmede in de mogelijkheid om gedurende vijf jaar na het einde van de contractperiode bewijsstukken te verlangen van alle uitgaven in het kader van deze contracten, overeenkomsten en juridische verbintenissen. De begunstigden moeten een verklaring en een financieel verslag overleggen, die op inhoud en subsidiabiliteit zullen worden getoetst aan het doel van de communautaire financiering, rekening houdende met de contractuele verplichtingen en de beginselen van zuinigheid en goed financieel beheer.

Bij de financiële overeenkomsten wordt informatie van administratieve en financiële aard gevoegd. Deze informatie is met name bedoeld om de voor steun in aanmerking komende uitgaven uit hoofde van deze overeenkomsten nader te omschrijven. In voorkomend geval wordt de communautaire bijdrage aan de financiering beperkt tot bepaalde reële, herkenbare en in de boekhouding van de begunstigde controleerbare kosten om de controle en de audit (alsmede de evaluatie tijdens de selectie) van de gesubsidieerde projecten te vergemakkelijken.

Top