This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52001PC0528
Proposal for a Council Decision on the conclusion of the Agreement in the form of an Exchange of Letters concerning the provisional application of the Protocol establishing the fishing opportunities and the compensation provided for in the Agreement between the European Economic Community and the Government of the Republic of Guinea-Bissau on fishing off the coast of Guinea-Bissau for the period 16 June 2001 to 15 June 2006
Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 16 juni 2001 tot en met 15 juni 2006 geldende vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau
Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 16 juni 2001 tot en met 15 juni 2006 geldende vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau
/* COM/2001/0528 def. */
Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 16 juni 2001 tot en met 15 juni 2006 geldende vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau /* COM/2001/0528 def. */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 16 juni 2001 tot en met 15 juni 2006 geldende vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau (door de Commissie ingediend) TOELICHTING De geldigheidsduur van het aan de Visserijovereenkomst tussen de EG en de regering van de Republiek Guinee-Bissau gehechte Protocol is op 15.06.2001 afgelopen. Op 30.05.2001 hebben de twee partijen een nieuw protocol geparafeerd tot vaststelling van de technische en financiële voorwaarden waaronder vissersvaartuigen van de EG de visserij mogen uitoefenen in de wateren van Guinee-Bissau in de periode van 16.06.2001 tot en met 15.06.2006. De Commissie stelt bijgevolg voor dat de Raad bij besluit zijn goedkeuring hecht aan de ontwerp-overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van het nieuwe protocol in afwachting van de definitieve inwerkingtreding ervan. Een voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de sluiting van een nieuw protocol is het voorwerp van een afzonderlijke procedure. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 16 juni 2001 tot en met 15 juni 2006 geldende vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 300, lid 2, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] PB ... Overwegende hetgeen volgt: (1) Overeenkomstig de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau [2] hebben de Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau onderhandeld om te bepalen welke wijzigingen of aanvullingen aan het einde van de toepassingsperiode van het Protocol in voornoemde overeenkomst dienen te worden aangebracht. [2] PB L 226 van 29.8.1980, blz. 33. (2) Na deze onderhandeling is op 30 mei 2001 een nieuw protocol geparafeerd. (3) Op grond van dit protocol krijgen de vissers uit de Gemeenschap voor de periode van 16 juni 2001 tot en met 15 juni 2006 vangstmogelijkheden toegewezen in de wateren die onder soevereiniteit of jurisdictie van Guinee-Bissau vallen. (4) Teneinde een onderbreking in de uitoefening van de visserij door vaartuigen uit de Gemeenschap te vermijden, dient het nieuwe protocol zo spoedig mogelijk van toepassing te worden; daarom hebben de twee partijen een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling geparafeerd die voorziet in de voorlopige toepassing van het geparafeerde protocol met ingang van 16 juni 2000. (5) Deze overeenkomst in de vorm van een briefwisseling dient te worden goedgekeurd onder voorbehoud van een definitief besluit op grond van artikel 37 van het Verdrag. (6) Er dient te worden bepaald hoe de vangstmogelijkheden over de lidstaten moeten worden verdeeld, uitgaande van de traditionele verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van de visserijovereenkomst, BESLUIT: Artikel 1 De Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 16 juni 2001 tot en met 15 juni 2006 geldende vangstmogelijkheden en de financiële compensatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau, wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd. De tekst van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling en die van het Protocol zijn aan dit besluit gehecht. Artikel 2 De bij het Protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden als volgt onder de lidstaten verdeeld: a) garnaalvisserij: >RUIMTE VOOR DE TABEL> b) visserij op koppotigen (Cephalopoda)/vis: >RUIMTE VOOR DE TABEL> c) vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen: >RUIMTE VOOR DE TABEL> d) vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug: >RUIMTE VOOR DE TABEL> Indien de vergunningaanvragen van de bovengenoemde lidstaten betrekking hebben op een kleinere hoeveelheid dan er volgens het Protocol mag worden gevangen, kan de Commissie aanvragen van andere lidstaten in overweging nemen. Artikel 3 De lidstaten waarvan vissersvaartuigen in het kader van het hierbij bedoelde protocol vissen, dienen de in de visserijzone van Guinee-Bissau van elk bestand gevangen hoeveelheden aan de Commissie te melden overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 500/2001 van de Commissie van 14 maart 2001 [3]. [3] PB L 73 van 15.3.2001, blz. 8. Artikel 4 De Voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn om het Protocol te ondertekenen teneinde daardoor de Gemeenschap te binden. Gedaan te Brussel, Voor de Raad de Voorzitter PROTOCOL tot vaststelling van de voor de periode van 16 juni 2001 tot en met 15 juni 2006 geldende vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau Artikel 1 De uit hoofde van artikel 4 van de Overeenkomst toegekende vangstmogelijkheden worden voor een periode van vijf jaar ingaande op 16 juni 2001 vastgesteld op: 1. a) vriestrawlers voor de garnaalvisserij: 9 600 brt per jaar; b) vriestrawlers voor de visvangst en voor de vangst van koppotigen (Cephalopoda): 2 800 brt per jaar; 2. vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen: 40 vaartuigen; 3. vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug: 36 vaartuigen. Artikel 2 1) Voor de eerste drie jaren waarin het protocol van toepassing is, wordt de tegenprestatie als bedoeld in artikel 9 van de Overeenkomst vastgesteld op 10 000 000 euro per jaar (waarvan 9 000 000 euro als financiële compensatie, betaalbaar uiterlijk 15 januari 2002 voor het eerste jaar en na de datum waarop het protocol verjaart voor de volgende jaren, en 1 000 000 euro voor de in artikel 4 van dit protocol bedoelde acties). 2) Voor de laatste twee jaren waarin het protocol van toepassing is, wordt de tegenprestatie als bedoeld in artikel 9 van de Overeenkomst vastgesteld op 10 500 000 euro per jaar (waarvan 9 500 000 euro als financiële compensatie en 1 000 000 euro voor de in artikel 4 van dit protocol bedoelde acties). 3) De besteding van deze financiële compensatie valt uitsluitend onder de bevoegdheid van de regering van Guinee-Bissau. 4) De compensatie wordt gestort op een door de regering van Guinee-Bissau aangewezen rekening ten gunste van de Schatkist. Artikel 3 De partijen verbinden zich ertoe verantwoorde visserij in de wateren van Guinee-Bissau aan te moedigen, met inachtneming van het beginsel van non-discriminatie tussen de verschillende in die wateren aanwezige vloten. De Gemeenschap en de autoriteiten van Guinee-Bissau doen het nodige om gedurende de looptijd van dit protocol de toestand van de visbestanden in de visserijzone van Guinee-Bissau te volgen; in het kader hiervan zal jaarlijks te Brussel of te Bissau een gemeenschappelijke wetenschappelijke vergadering worden gehouden. Op basis van de conclusies van de jaarlijkse wetenschappelijke vergadering en van de best beschikbare wetenschappelijke adviezen plegen de partijen in de bij artikel 11 van de Overeenkomst ingestelde gemengde commissie overleg over eventuele gezamenlijke maatregelen voor een op duurzaamheid gericht beheer van de visbestanden. Als de hierboven bedoelde maatregelen een vermindering van de bij dit protocol toegekende vangstmogelijkheden tot gevolg hebben, zal de financiële tegenprestatie worden aangepast. Als zulks op grond van de situatie van de bestanden verantwoord is, kunnen de bij dit protocol toegekende vangstmogelijkheden op verzoek van de Gemeenschap worden verhoogd met tranches van telkens 1000 brt per jaar. In dat geval wordt de in artikel 2 bedoelde financiële compensatie evenredig verhoogd pro rata temporis. Artikel 4 Uit de tegenprestatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, worden overeenkomstig de hierna opgegeven verdeling de volgende acties gefinancierd: a) wetenschappelijk of technisch programma van Guinee-Bissau ter verbetering van de kennis van de visbestanden in de exclusieve economische zone van Guinee-Bissau en van het volgen van hun ontwikkeling, alsmede ter verbetering van de werking van het laboratorium voor toegepast visserijonderzoek, in het bijzonder met oog op een betere hygiëne in de visserijsector: 200 000 euro per jaar; b) beurzen voor studie en praktijkonderwijs in de verschillende takken van wetenschap, techniek en economie op het gebied van de visserij. Deze beurzen mogen eveneens worden gebruikt in staten waarmee de Gemeenschap een samenwerkingsovereenkomst heeft. Het totale bedrag voor dergelijke beurzen bedraagt maximaal 150 000 euro per jaar. Een gedeelte van het bedrag kan op verzoek van de autoriteiten van Guinee-Bissau worden aangewend om de kosten van deelneming aan internationale bijeenkomsten of stages op het gebied van de visserij te financieren, of voor de organisatie van studiebijeenkomsten over de visserij in Guinee-Bissau. Dit bedrag wordt gestort op een rekening aangewezen door de bevoegde nationale autoriteiten, die alle beurzen en andere gefinancierde acties beheren; c) steun voor investeringen in de ambachtelijke visserij: 250 000 euro per jaar; d) toezicht op zee, onder andere installatie van een satellietvolgsysteem (VMS) voor vissersvaartuigen: 300 000 euro per jaar; e) institutionele ondersteuning van het voor visserij bevoegde ministerie: 60 000 euro per jaar; f) technische bijstand voor het opzetten en het volgen van de uitvoering van de vorengenoemde acties, waarvan de inhoud en de voorwaarden in samenspraak tussen de twee partijen worden vastgesteld: 40 000 euro per jaar. De acties worden door de bevoegde nationale autoriteiten uitgevoerd op basis van een werkprogramma, dat vóór de eerste betaling ter informatie aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt meegedeeld. Artikel 5 De in artikel 4, onder a), c), d), e) en f) bedoelde bedragen worden ter beschikking van de bevoegde autoriteiten en instanties van Guinee-Bissau gesteld uiterlijk 15 januari 2002 voor het eerste jaar en na de datum waarop het protocol verjaart voor de volgende jaren, en op de rekeningen van de bevoegde autoriteiten van Guinee-Bissau gestort overeenkomstig de voor de besteding ervan vastgestelde programmering. De in artikel 4, onder b), bedoelde bedragen worden betaald naarmate er uitgaven worden gedaan. De bevoegde nationale autoriteiten doen de delegatie van de Europese Commissie in Guinee-Bissau uiterlijk drie maanden na de datum waarop het protocol verjaart, een jaarverslag toekomen over de uitvoering van de geprogrammeerde en gefinancierde acties, over de bereikte resultaten en over de eventueel ondervonden moeilijkheden. In dit verslag zal ook aandacht worden geschonken aan de uitvoering van de opleidingsactiviteiten die uit de in punt 5.3 van de technische bijlage bedoelde redersbijdragen worden gefinancierd. De Europese Gemeenschap behoudt zich het recht voor de bevoegde nationale autoriteiten te vragen aanvullende inlichtingen te verstrekken over deze resultaten en de betrokken bedragen te herzien in het licht van de effectieve uitvoering van deze acties. Artikel 6 Indien de Gemeenschap de in de artikel 2 en 4 bedoelde betalingen niet verricht, kan Guinee-Bissau de toepassing van dit Protocol schorsen. Artikel 7 Indien de uitoefening van de visserijactiviteiten in de EEZ van Guinee-Bissau als gevolg van ernstige omstandigheden, natuurverschijnselen daaronder niet begrepen, onmogelijk is, kan de Europese Gemeenschap de betaling van de financiële tegenprestatie voor de betrokken periode opschorten nadat, voor zover zulks mogelijk is, overleg met de andere partij is gepleegd. De betaling van de financiële tegenprestatie wordt hervat zodra de toestand opnieuw normaal is en na overleg tussen de twee partijen, die bevestigen dat de toestand zodanig is dat visserijactiviteit opnieuw mogelijk is. Artikel 8 De bijlage bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau wordt ingetrokken en vervangen door de bijlage bij dit Protocol. Artikel 9 Dit Protocol en de bijlagen treden in werking op de dag waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de daartoe vereiste procedures zijn voltooid. Het is van toepassing met ingang van 16 juni 2001. BIJLAGE Voorwaarden voor de uitoefening van de visserij door vaartuigen van de gemeenschap in de visserijzone van guinee-bissau 1. Formaliteiten voor het aanvragen en de afgifte van vergunningen 1.1. De bevoegde autoriteiten van de Europese Gemeenschap dienen via de delegatie van de Commissie in Guinee-Bissau uiterlijk twintig dagen vóór de aanvang van de gevraagde geldigheidsduur bij het voor de visserij bevoegde ministerie van de Republiek Guinee-Bissau een aanvraag in voor elk vaartuig waarmee men in het kader van de Overeenkomst de visserij wenst uit te oefenen. De aanvragen worden ingediend op de daartoe door de regering van de Republiek Guinee-Bissau verstrekte formulieren, waarvan een model hierbij is gevoegd (aanhangsel 1). 1.2. Elke aanvraag voor een vergunning dient vergezeld te gaan van het bewijs dat de voor de geldigheidstermijn van de vergunning verschuldigde visrechten en het in punt 6.2 hierna bedoelde bedrag zijn betaald en, voor vriestrawlers, van een afschrift van een door de lidstaat afgegeven attest waarbij de tonnage van het vaartuig in brt wordt vastgesteld. Voor de betaling van de visrechten moet gebruik worden gemaakt van de door de autoriteiten van Guinee-Bissau opgegeven rekening. Het origineel van de vergunning wordt afgegeven aan de kapitein van het vaartuig of aan zijn vertegenwoordiger. Indien een nieuwe vergunning wordt aangevraagd voor een vaartuig waaraan reeds een vergunning in het kader van dit Protocol is verleend en dat geen technische wijzigingen heeft ondergaan, behoeft de via de delegatie van de Commissie in Bissau bij het voor visserij bevoegde ministerie in te dienen aanvraag slechts vergezeld te gaan van het bewijs dat de visrechten voor de gevraagde periodes zijn betaald. Op de nieuwe vergunning wordt door het voor de visserij bevoegde ministerie vermeld dat in het kader van het Protocol eerder al een vergunning is aangevraagd en afgegeven. 1.3. De delegatie van de Europese Commissie in Bissau wordt van de afgifte van elke vergunning in kennis gesteld. 1.4. De visrechten omvatten alle nationale en plaatselijke heffingen, met uitzondering van de havenrechten. 1.5. Voor de geldigheidsduur van de vergunningen worden de volgende perioden in aanmerking genomen: >RUIMTE VOOR DE TABEL> De geldigheidsduur van een vergunning mag niet beginnen in een periode en eindigen in de volgende. 1.6. De vergunning wordt afgegeven op naam van een bepaald vaartuig en is niet overdraagbaar. Op verzoek van de Europese Gemeenschap en in bewezen gevallen van overmacht kan de vergunning echter worden vervangen door een nieuwe vergunning die wordt afgegeven op naam van een ander vaartuig met soortgelijke kenmerken als het te vervangen vaartuig. Indien de tonnage (in brt) van het vervangende vaartuig groter is dan die van het te vervangen vaartuig, moet het verschil in visrechten pro rata temporis worden betaald. De nieuwe vergunning begint te lopen op de datum waarop de reder de geannuleerde vergunning teruggeeft aan het voor de visserij bevoegde ministerie van de Republiek Guinee-Bissau. De delegatie van de Europese Commissie in Bissau wordt van de vervanging in kennis gesteld. 1.7. Voorschriften voor vriestrawlers 1.7.1. De vergunning moet steeds aan boord zijn. 1.7.2. Elk vaartuig dient zich tijdens elke periode, alvorens de vergunning wordt afgegeven, in de haven van Bissau aan te melden om de voorgeschreven inspectie te ondergaan. Deze inspectie wordt uitsluitend verricht door bevoegde personen en moet plaatsvinden binnen 48 werkuren na aankomst van het vaartuig in de haven, voor zover de aankomst minstens 72 uren van tevoren is gemeld. Indien de vergunning om redenen waarvoor het voor de visserij bevoegde ministerie verantwoordelijk is, niet binnen 48 uren wordt afgegeven, zijn de eventuele kosten ten laste van het ministerie. Indien het vaartuig langer in de haven blijft nadat de vergunning is afgegeven, zijn de kosten en belastingen voor rekening van de reder. Indien tijdens een lopende periode een nieuwe vergunning wordt afgegeven, behoeft het vaartuig niet opnieuw te worden geïnspecteerd en hoeft het zich niet in de haven te melden. De kosten voor het overhandigen van de vergunning zijn evenwel voor rekening van de reders. 1.7.3. In afwijking van het bepaalde in artikel 4, lid 3, van de Overeenkomst worden de vergunningen afgegeven voor een periode van drie, zes of twaalf maanden en kunnen zij worden verlengd. Bij de berekening van de benutting van de in artikel 1 van het Protocol vastgestelde vangstmogelijkheden wordt rekening gehouden met de geldigheidsduur van de vergunningen. Voor de eerste en voor de laatste periode worden de voor de vergunningen verschuldigde bedragen berekend naar rata van de geldigheidstermijn. 1.7.4. De door de reders verschuldigde visrechten, in EUR per brt, zijn vastgesteld op: - voor de vergunningen met een geldigheidstermijn van een jaar: 197 voor vaartuigen voor de visvangst, 219 voor vaartuigen voor de vangst van koppotigen, 279 voor vaartuigen voor de vangst van garnalen. - voor de vergunningen met een geldigheidstermijn van zes maanden: 102 voor vaartuigen voor de visvangst, 113 voor vaartuigen voor de vangst van koppotigen, 144 voor vaartuigen voor de vangst van garnalen. - voor de vergunningen met een geldigheidstermijn van drie maanden: 52 voor vaartuigen voor de visvangst, 58 voor vaartuigen voor de vangst van koppotigen, 73 voor vaartuigen voor de vangst van garnalen. Deze visrechten worden vanaf de vierde periode van toepassing van het Protocol elk jaar met 5% verhoogd. 1.7.5 De extra visrechten die door de reders verschuldigd zijn wanneer zij de vis niet, zoals volgens punt 4 is voorgeschreven, tegen marktprijzen aanvoeren, zijn als volgt vastgesteld: 7 EUR/brt voor de vergunningen met een geldigheidstermijn van drie maanden, 14 EUR/brt voor de vergunningen met een geldigheidstermijn van zes maanden, 23 EUR/brt voor de vergunningen met een geldigheidstermijn van een jaar. 1.8. Voorschriften voor vaartuigen voor de tonijnvisserij en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug 1.8.1. De vergunning moet steeds aan boord zijn; vanaf de ontvangst van de kennisgeving van de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan de autoriteiten van Guinee-Bissau dat het voorschot is betaald, nemen deze laatsten het vaartuig evenwel op in de lijst van visgerechtigde vaartuigen die aan de met de visserijcontrole belaste autoriteiten van Guinee-Bissau wordt medegedeeld. Bovendien kan, in afwachting van de ontvangst van het origineel van de vergunning, een kopie van de reeds opgestelde vergunning per fax worden medegedeeld om aan boord te worden bewaard. 1.8.2. De vergunningen hebben een geldigheidsduur van een jaar. De visrechten zijn vastgesteld op 25 EUR per in de visserijzone van Guinee-Bissau gevangen ton. 1.8.3. De vergunningen worden afgegeven nadat aan de bevoegde nationale autoriteiten een forfaitair bedrag is betaald van 2250 EUR per jaar per vaartuig voor de tonijnvisserij met de zegen, 375 EUR per jaar per vaartuig voor de tonijnvisserij met de hengel en 625 EUR per jaar per vaartuig voor de visserij met de drijvende beug; dit komt overeen met de rechten voor: - 90 ton tonijn per jaar voor vaartuigen die de zegenvisserij beoefenen, - 15 ton tonijn per jaar voor vaartuigen die de tonijnvisserij met de hengel beoefenen, - 25 ton per jaar voor vaartuigen die met de drijvende beug vissen. 1.8.4. De eindafrekening van de rechten die voor een bepaald visseizoen verschuldigd zijn, wordt aan het eind van elk kalenderjaar door de Commissie van de Europese Gemeenschappen opgemaakt aan de hand van de door de reders opgestelde vangstaangiften die zijn bevestigd door de voor de verificatie van de vangstgegevens bevoegde wetenschappelijke instellingen [ORSTOM en IEO (Spaans Instituut voor Oceanografie)]. Deze afrekening wordt terzelfder tijd aan het voor de visserij bevoegde ministerie en aan de reders toegezonden. Eventuele aanvullende rechten dienen uiterlijk op 31 mei van het daaropvolgende jaar door de reders aan de bevoegde nationale autoriteiten van Guinee-Bissau te worden overgemaakt op de in punt 1.2 hierboven bedoelde rekening. Indien het bedrag van de eindafrekening kleiner is dan het hierboven bedoelde voorschot, kan het verschil echter niet door de reder worden teruggevorderd. 2. Vangstaangiften Voor alle vaartuigen van de Europese Gemeenschap die in het kader van de Overeenkomst mogen vissen in de visserijzone van Guinee-Bissau, moeten een vangstaangifte aan het voor de visserij bevoegde ministerie en een kopie van deze aangifte aan de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Guinee-Bissau worden toegezonden; daarbij moeten de volgende regels in acht worden genomen: - voor trawlers wordt gebruikgemaakt van een vangstaangifte volgens het hierbij gevoegde model (aanhangsel 2); deze vangstaangiften zijn maandelijks en moeten ten minste eenmaal per kwartaal worden ingediend; - voor vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen, vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug dient, voor de perioden waarin in de visserijzone van Guinee-Bissau wordt gevist, een visserijlogboek te worden ingevuld volgens het formulier in aanhangsel 3. Dit formulier moet om de zes maanden, via de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Guinee-Bissau, aan het voor de visserij bevoegde ministerie worden toegezonden. Reders die geen visserijactiviteit in de visserijzone van Guinee-Bissau hebben uitgeoefend, moeten niettemin op de hiervoren beschreven wijze een verklaring indienen dat ze niets hebben gevangen; - deze formulieren moeten leesbaar zijn ingevuld, waarbij met name de totale vangst van elke maand, per soort, moet worden opgegeven, en moeten door de kapitein van het vaartuig worden ondertekend. De regering van Guinee-Bissau behoudt zich het recht voor om bij niet-naleving van deze bepalingen de vergunning voor het betrokken vaartuig te schorsen, en, bij recidive, de vergunning niet te vernieuwen totdat deze formaliteit is vervuld. 3. Bijvangsten 3.1. Voor vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van vis mag de totale, in de visserijzone van Guinee-Bissau gerealiseerde vangst voor niet meer dan 9 % uit schaaldieren en niet meer dan 9 % uit koppotigen bestaan. Voor vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van koppotigen mag de totale in de visserijzone van Guinee-Bissau gerealiseerde vangst voor niet meer dan 9 % uit schaaldieren bestaan. Voor vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van garnalen mag de totale, in de visserijzone van Guinee-Bissau gerealiseerde vangst voor niet meer dan 50% uit koppotigen en vis bestaan. 3.2. Vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel mogen bovendien het voor het uitoefenen van hun activiteiten in de visserijzone van Guinee-Bissau nodige levend aas vangen. 4. Aanvoer van vis Om de voorziening van de lokale markt met vis te garanderen, verbinden de trawlvisserijvaartuigen zich ertoe vis tegen de marktprijs aan te voeren. De reders uit de Gemeenschap kunnen kiezen tussen aanvoer van de vangst of betaling van een forfaitaire extra vergoeding. 4.1. Indien de reder voor aanvoer kiest, dient hij de volgende hoeveelheden tegen marktprijs aan te landen: - voor vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van vis: 50 kg vis per brt en per kwartaal, - voor vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van koppotigen: 30 kg koppotigen per brt en per kwartaal, - voor vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van garnalen: 10 kg garnalen per brt en per kwartaal. De vangsten mogen afzonderlijk of collectief worden aangevoerd. De reder stelt het voor de visserij bevoegde ministerie van Guinee-Bissau zo spoedig mogelijk, en ten minste 48 uur vóór het voorziene tijdstip van aankomst in de haven, in kennis van de aanvoer en geeft daarbij een raming op van de totale hoeveelheid die zal worden aangevoerd. Binnen 24 uur nadat het vaartuig in de haven is aangekomen, moet het gelost kunnen zijn. In het andere geval mag het vaartuig de haven verlaten en wordt aangenomen dat voor de door de reder opgegeven hoeveelheid aan de aanvoerverplichting is voldaan. Wordt er gelost na het overschrijden van deze termijn van 24 uur, dan wordt een visdagenkrediet voor de extra lostijd verrekend op de volgende vergunning voor het betrokken vaartuigen of voor elk ander door de reder aangewezen vaartuig met dezelfde technische kenmerken. Bovendien zijn alle heffingen en havenkosten voor rekening van Guinee-Bissau. Voor de bovenbedoelde termijnen wordt geen rekening gehouden met zaterdagen, zondagen en feestdagen. Na afloop van het lossen ontvangt de kapitein van het vaartuig een gecertificeerde verklaring waarin de geloste hoeveelheid en de waarde ervan worden vermeld. Niet-nakoming van de aanvoerverplichting wordt bestraft met een geldboete van 1000 EUR per ton. 4.2. Wanneer de reder voor forfaitaire betaling kiest, geldt het bepaalde in punt 1.7.5 hierboven. 5. Aanmonstering van zeelieden De reders aan wie visserijvergunningen in het kader van de Overeenkomst worden verleend, dragen bij tot de praktische beroepsopleiding van onderdanen van Guinee-Bissau en tot de verbetering van de arbeidsmarkt onder de hierna vastgestelde voorwaarden en binnen de volgende grenzen: 5.1. Iedere reder van een trawler verbindt zich ertoe het volgende aantal zeevissers in dienst te nemen: - drie zeevissers op vaartuigen met een tonnage van minder dan 250 brt, - vier zeevissers op vaartuigen met een tonnage van 250 brt of meer, doch niet meer dan 400 brt, - vijf zeevissers op vaartuigen met een tonnage tussen 400 brt en 650 brt, - zes zeevissers op vaartuigen met een tonnage van meer dan 650 brt. De reders uit de Gemeenschap zullen er evenwel naar streven het aantal aangemonsterde zeelieden uit Guinee-Bissau te verhogen tot 33% van het niet-gegradueerde personeel dat met de besturing van het vaartuig of met de visserijactiviteiten is belast. Deze zeelieden zullen door de reders worden gekozen. Rekening houdende met de behoeften inzake opleiding en werkgelegenheid, mag Guinee-Bissau evenwel per trawler één bemanningslid zelf aanwijzen. 5.2. De reders van vaartuigen voor de tonijnvisserij en van vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug nemen onderdanen van Guinee-Bissau in dienst onder de hierna vastgestelde voorwaarden en binnen de volgende grenzen: - voor de vloot voor de tonijnvisserij met de zegen: zeven Guinese zeelieden voor de duur van de activiteiten in de visserijzone van Guinee-Bissau; - voor de vloot voor de tonijnvisserij met de hengel en voor de visserij met de drijvende beug: 17 Guinese zeelieden tijdens het visseizoen voor de tonijnvisserij in de visserijzone van Guinee-Bissau, met evenwel een maximum van 1 persoon per vaartuig. 5.3. Het loon van zeevissers wordt, vóór de afgifte van de visserijvergunning, door de reders of hun vertegenwoordigers en het voor de visserij bevoegde ministerie in onderling overleg vastgesteld; in het loon, dat voor rekening van de reders komt, moeten de kosten van de socialezekerheidsregeling zijn begrepen waaronder de zeevisser valt (o.a. levens-, ziekte- en ongevallenverzekering). Bij niet-nakoming van deze verplichting tot aanmonstering, moeten de reders van de vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen, van de vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel en van de vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug zo spoedig mogelijk voor het visseizoen een forfaitaire som betalen die overeenkomt met het loon van deze zeelieden. Dit bedrag zal worden besteed aan de opleiding van zeevissers van Guinee-Bissau en wordt gestort op een door de autoriteiten van Guinee-Bissau opgegeven rekening. 6. Waarnemers aan boord 6.1. Elke trawler moet een door het voor de visserij bevoegde ministerie aangewezen waarnemer aan boord nemen. Normaliter mag deze waarnemer niet langer dan twee opeenvolgende visreizen aan boord blijven. Het aan boord komen en van boord gaan van de waarnemer mag geen onderbreking van de visreis of van de visserijactiviteiten teweegbrengen. 6.2. De waarnemer wordt behandeld als een officier. Hij: - observeert de visserijactiviteiten van de vaartuigen, - verricht bemonsteringsactiviteiten voor biologische doeleinden in het kader van wetenschappelijke programma's, - noteert welk vistuig wordt gebruikt, - verifieert de in het logboek opgenomen gegevens over de vangsten in de visserijzone van Guinee-Bissau, - deelt eens per week via de radio de visserijgegevens mee. Tijdens zijn verblijf aan boord: - zorgt de waarnemer ervoor dat zijn inscheping en zijn verblijf aan boord de visserijactiviteiten niet onderbreken of hinderen, en - gaat hij zorgvuldig om met de inventaris en de installaties van het vaartuig, en bewaart hij geheimhouding over alle aan het vaartuig toebehorende documenten, - stelt hij een activiteitenverslag op voor de bevoegde autoriteiten van Guinee-Bissau. Deze autoriteiten verwerken het verslag en doen een afschrift ervan binnen een week toekomen aan de delegatie van de Europese Commissie in Bissau. De voorwaarden van het verblijf aan boord worden in onderling overleg vastgesteld door de reder of zijn gemachtigde en de autoriteiten van Guinee-Bissau. Het loon en de sociale premies voor deze waarnemer zijn voor rekening van het voor visserij bevoegde ministerie. Als bijdrage in de kosten voor het aan boord nemen van deze waarnemer maakt de reder aan de autoriteiten van Guinee-Bissau samen met de betaling van de visrechten een bedrag over van 10 EUR per brt per jaar, pro rata temporis, voor elk vaartuig dat in de wateren van Guinee-Bissau vist. Indien de waarnemer in een buitenlandse haven aan boord wordt genomen, komen de reiskosten van de waarnemer ten laste van de reder. Indien een vaartuig met een waarnemer van Guinee-Bissau aan boord de visserijzone van Guinee-Bissau verlaat, moet alles in het werk worden gesteld opdat de waarnemer zo spoedig mogelijk en op kosten van de reder naar Guinee-Bissau kan terugkeren. Indien de waarnemer zich binnen twaalf uur na het afgesproken tijdstip nog niet op de afgesproken plaats heeft gemeld, is de reder automatisch ontheven van de verplichting hem aan boord te nemen. 6.3. Op verzoek van het voor de visserij bevoegde ministerie nemen de vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen en de vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug een waarnemer aan boord. In dat geval wordt door het voor de visserij bevoegde ministerie en de reders of hun vertegenwoordigers in onderling overleg vastgesteld in welke haven de betrokken waarnemer aan boord zal gaan. 7. Inspectie en toezicht De vaartuigen uit de Gemeenschap die vissen in de visserijzone van Guinee-Bissau laten de ambtenaren van Guinee-Bissau aan wie de inspectie en de controle op de visserijactiviteiten is opgedragen aan boord komen. Deze ambtenaren mogen niet langer aan boord blijven dan nodig is om de vangsten steekproefsgewijs te controleren en om hun andere inspectietaken met betrekking tot de visserij te vervullen. 8. Visserijzones De in artikel 1 van het Protocol bedoelde vriestrawlers mogen de visserij beoefenen in de wateren buiten 12 zeemijl gemeten vanaf de basislijnen. 9. Toegestane maaswijdte De maaswijdte in de kuil (gestrekte mazen) moet minimaal bedragen: - a) 70 mm voor vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van vis, - b) 70 mm voor vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van koppotigen, - c) 40 mm voor vaartuigen die hun activiteit richten op de vangst van garnalen, - d) 16 mm voor de visserij op levend aas. Er mag met de boomkor worden gevist. 10. Binnenvaren en verlaten van de zone Alle vaartuigen uit de Europese Gemeenschap die in de visserijzone van Guinee-Bissau vissen in het kader van de Overeenkomst, dienen, telkens zij de zone binnenvaren en verlaten, datum en uur en hun positie mede te delen aan het radiostation van het voor de visserij bevoegde ministerie. De roepletters, radiofrequentie en oproeptijden zullen bij de afgifte van de visserijvergunning aan de reders worden medegedeeld door het voor de visserij bevoegde ministerie. Indien onmogelijk gebruik kan worden gemaakt van de radio, mogen de vaartuigen de bedoelde gegevens via andere communicatiemiddelen mededelen zoals via telex, telefax (nr. 20.11.57, nr. 20.19.57, nr. 20.16.84) of via een telegram. 11. Procedure bij aanhouding en bij de toepassing van sancties 11.1. Telkens wanneer vissersvaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat van de Gemeenschap en de visserij uitoefenen in het kader van de Overeenkomst in de visserijzone van Guinee-Bissau worden aangehouden of het voorwerp uitmaken van een sanctie, wordt de delegatie van de Europese Commissie in Guinee-Bissau daarvan binnen een termijn van 48 uur in kennis gesteld en ontvangt zij tegelijk een kort verslag over de omstandigheden van en de redenen voor deze aanhouding of sanctie. Bij aanhouding wordt er in eerste instantie naar gestreefd de overtreding via een administratieve procedure af te doen. Deze procedure moet uiterlijk binnen drie dagen na de aanhouding zijn afgewikkeld. 11.2. Indien zulks onmogelijk blijkt en de zaak aan een bevoegde rechterlijke instantie wordt voorgelegd, wordt, in afwachting dat deze een uitspraak doet, binnen 48 uur na de beëindiging van de administratieve procedure een bankgarantie vastgesteld door de bevoegde autoriteiten. Het bedrag hiervan mag niet hoger zijn dan de hoogste boete waarin de nationale wetgeving voorziet voor de betreffende vermoedelijke overtreding. De bankgarantie wordt door de bevoegde instantie vrijgegeven zodra de kapitein van het betrokken vaartuig is vrijgesproken. Het vaartuig wordt vrijgegeven en de bemanning in vrijheid gesteld: - ofwel, zodra aan de uit de administratieve procedure voortvloeiende verplichtingen is voldaan, - ofwel, zodra de bankgarantie is gevestigd. 12. Bevoorradingszones Vaartuigen uit de Gemeenschap die zich binnen de 12-mijlszone vanaf de kust wensen te bevoorraden met brandstof, dienen hierbij de geldende wettelijke voorschriften in acht te nemen. Aanhangsel 1 AANVRAAG VOOR EEN VISSERIJVERGUNNING >RUIMTE VOOR DE TABEL> AANVRAGER Firmanaam: Nummer handelsregister: Naam en voornaam van de verantwoordelijke persoon: Geboortedatum en -plaats: Beroep: Adres: Aantal werknemers: Naam en adres van de gemachtigde: VAARTUIG Vaartuigtype: Registratienummer: Nieuwe naam: Vroegere naam: Bouwplaats en datum: Oorspronkelijke nationaliteit: Lengte: Breedte: Hoogte: Brutotonnage: Nettotonnage: Aard constructiemateriaal: Merk hoofdmotor: Type Vermogen in pk: Schroef: Vast: ( Verstelbaar: ( Met straalbuis: ( Kruissnelheid: Roepletters: Oproepfrequentie: Lijst van de beschikbare opsporings-, navigatie- en communicatiemiddelen: Radar ( Sonar ( Sonde bovenpees ( VHF ( BLU ( Satellietnavigatie ( Andere: Aantal bemanningsleden: CONSERVERINGSMETHODE IJs ( IJs + koeling ( Invriezen: in pekel ( droog ( in gekoeld zeewater ( Totaal koelvermogen: Invriescapaciteit/24 uur (in ton): Inhoud visruimen: TYPE VISSERIJ A. Demersale visserij Demersale visserij in kustwateren ( Demersale visserij in volle zee ( Trawltype: voor koppotigen ( voor garnalen ( voor vis ( Lengte van de trawl: Lengte van de bovenpees: Maaswijdte bij de kuil: Maaswijdte bij de vleugels: Trawlsnelheid: B. Visserij op grote pelagische soorten (tonijnvisserij) Met de hengel ( Aantal hengels ( Met de zegen ( Lengte van het net: Hoogte: Aantal tanks: Capaciteit (in ton): C. Visserij met de drijvende beug en met grondkubben Met de drijvende beug ( Met de grondkubbe ( Lengte van de beug: Aantal haken: Aantal beuglijnen: Aantal grondkubben: INSTALLATIES AAN WAL Adres en nummer van de vergunning: Firmanaam: Activiteiten: Voor binnenlandse handel ( Voor export ( Bedrijfstype en nummer groothandelaar: Beschrijving van de behandelings- en conserveringsinstallaties: Aantal werknemers: NB : Het desbetreffende hokje aankruisen. Opmerkingen van technische aard Goedkeuring ministerie Aanhangsel 2 MINISTERIE VAN VISSERIJ STATISTISCHE GEGEVENS BETREFFENDE DE VANGSTEN EN DE VISSERIJACTIVITEIT Maand: Jaar: >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> OVEREENKOMST in de vorm van een briefwisselinginzake de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 16 juni 2001 tot en met 15 juni 2006 geldende vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Guinee-Bissau inzake de visserij voor de kust van Guinee-Bissau A. Brief van de Regering van de Republiek Guinee-Bissau Mijnheer, Onder verwijzing naar het op 30 mei 2001 geparafeerde Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie voor de periode van 16 jun 2001 tot en met 15 juni 2006 heb ik de eer U mede te delen dat de Regering van de Republiek Guinee-Bissau bereid is dit Protocol met ingang van 16 juni 2001 voorlopig toe te passen in afwachting van de inwerkingtreding overeenkomstig artikel 9 van genoemd Protocol, op voorwaarde dat de Gemeenschap bereid is hetzelfde te doen. In dit laatste geval dient de eerste jaarlijkse tranche van de financiële compensatie die is vastgesteld in artikel 2 van het Protocol, te worden betaald vóór 15 januari 2002. Ik moge U verzoeken mij te bevestigen dat de Gemeenschap instemt met een dergelijke voorlopige toepassing. Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden. Voor de Regering van de Republiek Guinee-Bissau B. Brief van de Gemeenschap Mijnheer, Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt: "Onder verwijzing naar het op 30 mei 2001 geparafeerde Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie voor de periode van 16 jun 2001 tot en met 15 juni 2006 heb ik de eer U mede te delen dat de Regering van de Republiek Guinee-Bissau bereid is dit Protocol met ingang van 16 juni 2001 voorlopig toe te passen in afwachting van de inwerkingtreding overeenkomstig artikel 9 van genoemd Protocol, op voorwaarde dat de Gemeenschap bereid is hetzelfde te doen. In dit laatste geval dient de eerste jaarlijkse tranche van de financiële compensatie die is vastgesteld in artikel 2 van het Protocol, te worden betaald vóór 15 januari 2002. Ik moge U verzoeken mij te bevestigen dat de Gemeenschap instemt met een dergelijke voorlopige toepassing." Ik heb de eer U te bevestigen dat de Gemeenschap instemt met een dergelijke voorlopige toepassing. Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden. Namens de Raad van de Europese Unie