Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52001PC0210

Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van het standpunt van de Gemeenschap in de ACS-EG-Raad van ministers betreffende de vereffening van alle aan de minst ontwikkelde ACS-landen met een zware schuldenlast verstrekte speciale leningen die resteren na volledige toepassing van de HIPC-mechanismen voor schuldenlastverlichting

/* COM/2001/0210 def. */

52001PC0210

Voorstel voor een Besluit van de Raad tot vaststelling van het standpunt van de Gemeenschap in de ACS-EG-Raad van Ministers betreffende de vereffening van alle aan de minst ontwikkelde ACS-landen met een zware schuldenlast verstrekte speciale leningen die resteren na volledige toepassing van de HIPC-mechanismen voor schuldenlastverlichting /* COM/2001/0210 def. */


Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van het standpunt van de Gemeenschap in de ACS-EG-Raad van Ministers betreffende de vereffening van alle aan de minst ontwikkelde ACS-landen met een zware schuldenlast verstrekte speciale leningen die resteren na volledige toepassing van de HIPC-mechanismen voor schuldenlastverlichting

(ingediend door de Commissie)

TOELICHTING

Op de G7-top van Keulen in juni 1999 werd besloten het in 1996 ingestelde initiatief voor arme landen met een zware schuldenlast (het HIPC-initiatief) uit te breiden, om snellere, diepgaandere en ruimere schuldenlastverlichting mogelijk te maken. In verband hiermee besloten de Gemeenschap en de ACS-landen in december 1999 tot een bijdrage uit de EOF-middelen in de orde van 1 miljard euro ten gunste van dit uitgebreide HIPC-initiatief. Het besluit betrof zowel een bijdrage van de Gemeenschap als kredietgever voor de eerste ACS-landen die voor het initiatief in aanmerking kwamen (naar schatting 320 tot 360 miljoen euro) als een bijdrage als donor voor het door de Wereldbank beheerde HIPC Trust Fund (maximaal 680 miljoen euro, waarvan 670 miljoen euro bestemd voor de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en 10 miljoen euro voor Guyana). Deze bijdragen zijn toereikend en in overeenstemming met een eerlijke lastenverdeling onder de donoren. Voorts besloot de Raad tot een bijdrage van 54 miljoen euro aan het HIPC Trust Fund ten gunste van landen in Latijns-Amerika en Azië die voor HIPC-schuldenlastverlichting in aanmerking komen.

De Gemeenschap besloot tot zo'n omvangrijke bijdrage aan het HIPC Trust Fund om een aantal multilaterale ontwikkelingsbanken, en vooral de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, in staat te stellen de door de uitbreiding van het HIPC-initiatief aanzienlijk gestegen kosten te dragen. Het besluit van de Gemeenschap stelde de Afrikaanse Ontwikkelingsbank bovendien in staat om in het kader van het HIPC-initiatief tussentijdse schuldenlastverlichting te bieden. Omdat de donorbijdragen aan het Trust Fund over het algemeen onvoldoende waren en nog steeds zijn, was het besluit van de Gemeenschap een doorslaggevende factor om snelle en effectieve schuldenlastverlichting mogelijk te maken, en zo nieuwe middelen vrij te maken voor armoedebestrijding en andere sociale doeleinden. Dit is voor de minst ontwikkelde landen, de meest kwetsbare HIPC-landen, uiteraard van bijzonder belang. De EG-bijdrage vertegenwoordigt overigens circa eenderde van alle tot dusver in het HIPC Trust Fund gestorte bijdragen.

Naast haar doorslaggevende bijdrage aan het Initiatief als kredietgever en donor, speelt de Gemeenschap een vooraanstaande rol wat meer conceptuele vraagstukken betreft, in het bijzonder door nadruk te leggen op de noodzaak om schuldenlastverlichting te koppelen aan vooruitgang wat de bestrijding van armoede betreft. Zij verhoogde bijvoorbeeld ver vóór de top van Keulen haar bijdragen aan de structurele aanpassingsfaciliteit voor HIPC's, en was daarmee een van de eerste donoren die de noodzakelijke koppeling van schuldenlastverlichting aan verhoging van de sociale uitgaven benadrukten.

Sinds het uitgebreide HIPC-initiatief door Wereldbank en IMF werd opgezet, zijn met de tenuitvoerlegging grote vorderingen gemaakt. Eind 2000 kwamen niet minder dan 22 landen voor schuldenlastverlichting in aanmerking: zij hadden hun ,decision point" bereikt en konden daarom rechtstreeks een beroep doen op verlichting van de schuldendienst. Verdere vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van het uitgebreide HIPC-initiatief en aanverwante schuldenlastverlichtingsmaatregelen voor de begunstigde arme landen zullen echter hoog op de agenda van de G7 blijven staan. De meeste geïndustrialiseerde landen (Australië, Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan, Nederland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten) hebben bijvoorbeeld reeds aangekondigd dat zij voor de betrokken HIPC's streven naar 100% kwijtschelding van alle bilaterale claims.

De minst ontwikkelde landen vormen de meerderheid van de arme landen met een zware schuldenlast. Deze groep vertegenwoordigt 48 van de armste landen ter wereld, met een gezamenlijke bevolking van 610,5 miljoen. In het bijzonder wat handel en investeringen betreft, neemt de groep in de wereldeconomie echter slechts een marginale positie in. Deze landen beschikken bovendien over slechts beperkte binnenlandse middelen en een zwakke institutionele capaciteit. Zij zijn in hoge mate afhankelijk van buitenlandse hulp. Hun economieën zijn dus bijzonder kwetsbaar. De Commissie heeft onlangs een aantal concrete voorstellen gedaan om deze landen te helpen duurzame ontwikkeling tot stand te brengen en vooruitgang te boeken bij het bestrijden van de armoede. Onlangs heeft de Gemeenschap besloten haar inspanningen op te voeren op het gebied van de bestrijding van overdraagbare ziekten als aids en malaria, die voor het merendeel van de minst ontwikkelde landen een groot probleem vormen. Een ander voorstel van de Commissie, het ,alles behalve wapens"-voorstel dat momenteel in bespreking is, biedt eveneens specifieke voordelen voor de minst ontwikkelde landen, omdat het hun vrijwel geheel vrije markttoegang verleent.

De Gemeenschap wil nu een stap verder gaan in de context van de zich ontwikkelende internationale consensus inzake schuldenlastverlichting, en een antwoord geven op de toenemende bezorgdheid in de internationale gemeenschap over de steeds marginalere positie van de minst ontwikkelde landen in de wereldeconomie. Zij is daarom bereid een voorstel te doen tot volledige kwijtschelding van alle speciale leningen die in het kader van de eerste, tweede en derde overeenkomst van Lomé aan minst ontwikkelde ACS-landen zijn verstrekt, na toepassing van de overeengekomen schuldenlastverlichting in het kader van het uitgebreide HIPC-initiatief. De Gemeenschap ziet dit als een passende stap in het licht van de op 14-20 mei 2001 in Brussel te houden derde VN-conferentie over de minst ontwikkelde landen. Het schuldenprobleem in de allerarmste landen kan op deze wijze effectief worden aangepakt, ook als aanvulling op andere maatregelen ten gunste van de MOL's. Het besluit moet ook worden bezien in connectie met de geleidelijke afschaffing van speciale leningen, een instrument dat al sinds Lomé IV niet meer wordt gebruikt. Deze stap van de EG gaat verder dan het bestaande uitgebreide HIPC-kader, maar neemt de vastgestelde parameters in acht. Gezien het bovenstaande stelt de Commissie de Raad voor dat deze zijn goedkeuring hecht aan bijgaand voorstel voor een besluit tot vaststelling van het standpunt van de Gemeenschap in de ACS-EG-Raad van Ministers betreffende de vereffening van alle aan de minst ontwikkelde landen met een zware schuldenlast verstrekte speciale leningen die resteren na volledige toepassing van de HIPC-mechanismen voor schuldenlastverlichting.

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van het standpunt van de Gemeenschap in de ACS-EG-Raad van Ministers betreffende de vereffening van alle aan de minst ontwikkelde ACS-landen met een zware schuldenlast verstrekte speciale leningen die resteren na volledige toepassing van de HIPC-mechanismen voor schuldenlastverlichting

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 310, in samenhang met artikel 300, lid 2, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De vierde ACS-EG-Overeenkomst, zoals gewijzigd bij de overeenkomst ondertekend te Mauritius op 4 november 1995, bepaalt in artikel 282, lid 5, dat ,alle niet-toegewezen middelen die nog van de programmeerbare middelen resteren, [worden] gebruikt voor de financiering van activiteiten die vallen onder het toepassingsgebied van de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering, met name activiteiten die betrekking hebben op programmeerbare steun, behalve indien door de Raad van Ministers anders wordt besloten".

(2) Deze bepaling blijft van toepassing overeenkomstig Besluit nr. 1/2000 van de ACS-EG-Raad van Ministers van 27 juli 2000 betreffende overgangsmaatregelen die geldig zijn van 2 augustus 2000 tot de inwerkingtreding van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst.

(3) Het standpunt van de Gemeenschap in de ACS-EG-Raad van Ministers betreffende de vereffening van alle aan de minst ontwikkelde ACS-landen met een zware schuldenlast verstrekte speciale leningen die resteren na volledige toepassing van de HIPC-mechanismen voor schuldenlastverlichting, moet worden vastgesteld,

BESLUIT:

Enig artikel

Het standpunt van de Gemeenschap in de ACS-EG-Raad van Ministers wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de ACS-EG-Raad van Ministers.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad van de Europese Unie

De voorzitter

BIJLAGE

Ontwerp

BESLUIT VAN DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS

inzake de vereffening van alle aan de minst ontwikkelde ACS-landen met een zware schuldenlast verstrekte speciale leningen die resteren na volledige toepassing van de HIPC-mechanismen voor schuldenlastverlichting

DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS,

Gelet op de Overeenkomst van Cotonou, zoals deze vervroegd wordt toegepast overeenkomstig Besluit 1/2000 van de ACS-EG-Raad van Ministers,

Gelet op de vierde ACS-EG-Overeenkomst, zoals gewijzigd bij de overeenkomst ondertekend te Mauritius op 4 november 1995, inzonderheid op artikel 282, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De ACS-landen hebben bij herhaling consequent aangedrongen op meer ambitieuze initiatieven ter verlichting van hun buitenlandse schuldenlast, meer specifiek op volledige kwijtschelding van hun openbare schuld.

(2) Op de G7-top die in juni 1999 in Keulen plaatsvond, hechtten de ministers hun goedkeuring aan een uitgebreid initiatief om snellere, diepgaandere en ruimere schuldenlastverlichting mogelijk te maken. Naar aanleiding van de voorgestelde verbeteringen besloot de Gemeenschap tot een belangrijke bijdrage tot het initiatief voor arme landen met een zware schuldenlast (het HIPC-initiatief), in haar hoedanigheid van zowel kredietgever (320 miljoen euro, vermeerderd met het restant van het eerder vastgestelde bedrag van 40 miljoen euro) als donor (680 miljoen euro uit het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en 54 miljoen euro uit de begroting van de Gemeenschap).

(3) Hoewel in het kader van het HIPC-initiatief reeds aanzienlijke middelen zijn uitgetrokken om de schuldenlast te verlichten en zo voor de betrokken landen draaglijk te maken, zouden aanvullende middelen voor de minst ontwikkelde ACS-landen met een hoge schuldenlast bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling en voor de bestrijding van de armoede.

(4) Speciale leningen, dat wil zeggen langlopende concessionele leningen die in het kader van de eerste, tweede en derde Overeenkomst van Lomé aan ACS-staten werden verstrekt, worden sinds de vierde Overeenkomst van Lomé niet meer gebruikt.

(5) De huidige bijdrage van de Gemeenschap tot het uitgebreide HIPC-initiatief houdt rekening met zowel uitstaande speciale leningen als risicodragend kapitaal, maar vereist dat de HIPC-landen de middelen die de Gemeenschap in het kader van het initiatief verstrekt eerst aanwenden voor de aflossing van hun schulden op uitstaande speciale leningen, voor zij een begin maken met de aflossingen op risicodragend kapitaal.

(6) Voor vele van de minst ontwikkelde ACS-landen is deze standaardprocedure voor schuldenlastverlichting voldoende om alle speciale leningen af te lossen, maar voor landen als Guyana, Zambia, Benin, Tsjaad, Madagaskar, Niger, de Democratische Republiek Congo en Togo is dit niet het geval.

(7) De vereffening van alle na toepassing van het normale HIPC-mechanisme nog resterende schulden op speciale leningen van de minst ontwikkelde ACS-landen met een zware schuldenlast zou ongeveer 55 tot 60 miljoen euro kosten, boven de geraamde 530 miljoen euro voor de bijdrage van de EG als kredietgever waartoe reeds is besloten (waarvan 320 + 40 miljoen euro reeds is gereserveerd). Mochten de totale kosten van deze aanvullende vereffening meer bedragen dan 60 miljoen euro, dan dienen passende maatregelen te worden genomen inzake financiering uit EOF-middelen.

(8) Een dergelijk besluit zou alle minst ontwikkelde ACS-landen die hun ,decision point" hebben bereikt, onmiddellijk in aanmerking laten komen voor totale vereffening van de schuldendienst op speciale leningen, tenzij de artikelen 96 en 97 van de Overeenkomst van Cotonou op hen van toepassing zijn.

(9) Voor de financiering van een dergelijk aanvullend initiatief dient gebruik te worden gemaakt van de mechanismen voor de bijdrage aan het HIPC-initiatief van de Gemeenschap als kredietgever,

BESLUIT:

Artikel 1

Alle minst ontwikkelde ACS-landen die in het kader van het HIPC-initiatief hun ,decision point" hebben bereikt, komen in aanmerking voor een communautaire regeling voor tussentijdse schuldenlastverlichting, die ten minste de gehele schuldendienst op speciale leningen dekt. Wanneer het ,completion point" is bereikt, vereffent de Gemeenschap voor de minst ontwikkelde ACS-landen die voor het HIPC-initiatief in aanmerking komen, alle speciale leningen die nog resteren nadat de bestaande uitgebreide HIPC-mechanismen volledig zijn toegepast.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde aanvullende schuldenlastverlichting wordt in één tranche van 60 miljoen euro uit de middelen van het achtste EOF of eerdere EOF's, dan wel het negende EOF, zodra dat in werking is getreden, ter beschikking gesteld van het Trust Fund van de EIB voor de voor de financiering van de bijdrage van de Gemeenschap als kredietgever aan het HIPC-initiatief. Dit bedrag is uitsluitend bestemd voor de aanvullende vereffening van speciale leningen aan minst ontwikkelde ACS-landen, en wordt daarom in het kader van het Trust Fund van de EIB aan een specifieke behandeling onderworpen.

Artikel 3

De uitvoering van deze aanvullende schuldenlastverlichting wordt derhalve geïntegreerd in het mechanisme voor de bestaande bijdrage van de Gemeenschap als kredietgever aan het HIPC-initiatief, zoals vastgesteld in de Financieringsovereenkomst tussen de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de ACS-staten. Voor de minst ontwikkelde ACS-landen met een zware schuldenlast gelden de gebruikelijke HIPC-procedures, met een gemeenschappelijke reductiefactor die ten minste volledige vereffening van alle speciale leningen mogelijk maakt: indien de gemeenschappelijke reductiefactor van het HIPC-initiatief voldoende is, verandert er niets; in het andere geval verstrekt de Commissie eenzijdig aanvullende schuldenlastverlichting tot de speciale leningen geheel zijn vereffend.

Artikel 4

Mocht het bedrag van 60 miljoen euro niet volledig worden benut, dan worden de resterende middelen aangewend voor de financiering van de ,normale" schuldenlastverlichting in het kader van het HIPC-initiatief.

Artikel 5

De Commissie wordt verzocht de nodige maatregelen te treffen voor de tenuitvoerlegging van dit besluit, dat in werking treedt op de dag dat het wordt goedgekeurd.

Gedaan te

Voor de ACS-EG-Raad van Ministers

De voorzitter

Top