This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52001DC0435
Report from the Commission to the Council and the European Parliament on the borrowing and lending activities of the Community in 2000
Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de leningsactiviteiten van de Gemeenschap in 2000
Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de leningsactiviteiten van de Gemeenschap in 2000
/* COM/2001/0435 def. */
Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de leningsactiviteiten van de Gemeenschap in 2000 /* COM/2001/0435 def. */
Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de leningsactiviteiten van de Gemeenschap in 2000 INHOUD INLEIDING 1. OPGENOMEN LENINGEN 1.1. Communautaire emissies 1.2. Ontwikkeling van de opgenomen leningen 2. BUITEN DE GEMEENSCHAP VERSTREKTE LENINGEN 2.1. Overzicht 2.2. Macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap 2.3. Leningen van de EIB in het kader van de Besluiten 97/256/EG en 2000/24/EG van de Raad (met de desbetreffende wijzigingen) 2.3.1. Doelstellingen en prioriteiten van de EIB 2.3.2. Leningsactiviteiten van de EIB in 2000 2.3.3. Risicodeling 2.3.4. Samenwerking met andere instellingen 2.4. Overeenkomst van Lomé 2.4.1. Leningsactiviteit 3. GEVOLGEN VAN DE LENINGSACTIVITEITEN VOOR DE BEGROTING 3.1. Begrotingsgaranties 3.2. Rentesubsidies 3.3. Risicokapitaal 4. STATISTISCHE BIJLAGE INLEIDING 1. De besluiten van de Raad tot instelling van de communautaire leningsinstrumenten bepalen dat de Commissie de Raad en het Europees Parlement ieder jaar op de hoogte moet brengen van de toepassing van deze instrumenten. Gezien de opschorting van de bouw van kerncentrales binnen de EU, de volledige besteding van de door de Raad ten behoeve van het nieuw communautair instrument (NCI) uitgetrokken kredieten en de stopzetting van de EGKS-leningen wegens het aflopen van het Verdrag in 2002, is er volgens de Commissie geen aanleiding meer om de Raad en het Parlement te informeren over de leningsactiviteiten waarbij instrumenten binnen het grondgebied van de Gemeenschap worden ingezet. In dit verslag zal bijgevolg voortaan enkel melding worden gemaakt van de gegevens aan de hand waarvan de terugbetaling van de verstrekte leningen kan worden gevolgd. Deze informatie zal worden opgenomen in het hoofdstuk dat op de stand van de leningen betrekking heeft. 2. Wat de leningsactiviteiten buiten de Gemeenschap betreft, is de Commissie bij een besluit van 1997 en een van 2000 [1] verplicht de Raad en het Europees Parlement jaarlijks op de hoogte te brengen van de leningen die de EIB met begrotingsgarantie heeft verstrekt in Midden- en Oost-Europa, het Middellandse-Zeegebied, Latijns-Amerika en Azië en de Republiek Zuid-Afrika. Deze verplichting werd in 1998 uitgebreid tot de leningen van de EIB ten behoeve van de Joegoslavische Republiek Macedonië (Besluit 98/348/EG), Bosnië en Herzegovina (Besluit 98/729/EG) en Kroatië (Besluit 2000/688/EG). [1] Besluit 97/256/EG voor het eerste algemeen mandaat en Besluit 2000/24/EG voor het tweede algemeen mandaat. Om aan deze verplichting te voldoen, worden in het voorliggende verslag de leningsactiviteiten per zone beschreven. Teneinde een algemeen beeld van de leningsactiviteiten te krijgen, wordt ook een korte samenvatting van de macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap aan de landen van Midden- en Oost-Europa en van de rentesubsidies en garanties op de communautaire leningen gegeven. 1. OPGENOMEN LENINGEN 1.1. Communautaire emissies Om de leningsactiviteiten te financieren waartoe door de Raad wordt besloten, is de Commissie gemachtigd leningen uit te geven op de kapitaalmarkt. Gezien het volledige gebruik van de toegestane maxima in het kader van het NCI, de opschorting van de Euratom-activiteiten binnen de EU en het aflopen van het EGKS-Verdrag in 2002, werden in 2000 uit hoofde van deze instrumenten evenwel geen financiële middelen gemobiliseerd. De enige emissies van leningen die vorig jaar hebben plaatsgevonden, waren bedoeld voor de financiering van macrofinanciële bijstand ten behoeve van landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE), leningen aan landen uit Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), maatregelen in het kader van de Middellandse-Zeeprotocollen (MEDA) en leningen van de EIB zowel binnen als buiten de Unie. 1.2. Ontwikkeling van de opgenomen leningen Ondanks hetgeen hierboven werd opgemerkt, zijn de door de Europese Instellingen uitgegeven leningen in 2000 iets toegenomen (+2,6%) tot 29,2 miljard EUR, tegen 28,5 miljard EUR in 1999 (zie tabel 4-1 in bijlage). Rekening houdend met de aflossingen, annuleringen en wisselkoersvariaties beliep het netto uitstaande bedrag van de opgenomen leningen op 31 december 2000 163,6 miljard EUR of 7% meer dan in 1999 (zie tabel 4-2 van de bijlage). Na de invoering van de gemeenschappelijke munt op 1 januari 1999 werden vooral leningen in euro uitgegeven (bijna 43% van het totaal), terwijl de emissies in andere Europese valuta's stegen van 25% tot 39% van het totaal. Dit betekent dat de Europese emissies een snelle vooruitgang vertonen ten nadele van de extracommunautaire valuta's, waarvan het aandeel is afgenomen van 30 tot 18%. De emissies in US-dollar zijn met 50% teruggelopen. In verband met de economische en financiële onzekerheden hebben de leningnemers nog meer dan vorig jaar de voorkeur gegeven aan leningen tegen variabele rente. Deze zijn opgelopen van 77% van de emissies in 1999 tot ruim 82% in 2000. Wat meer bepaald het NCI betreft, zijn thans vrijwel alle verstrekte leningen terugbetaald. In tabel 4-4 van de statistische bijlage wordt een overzicht gegeven van de stand van de opgenomen leningen per valuta. 2. BUITEN DE GEMEENSCHAP VERSTREKTE LENINGEN 2.1. Overzicht De financiële steun aan derde landen die samenwerkingsovereenkomsten met de Gemeenschap hebben gesloten, wordt in verschillende vormen verstrekt naar gelang van geografisch gebied of nagestreefd doel. Het gaat over het algemeen om bilaterale leningen (macrofinanciële bijstand of ondersteuning van de betalingsbalans) wanneer de Unie bijdraagt aan het herstel van het macro-economisch evenwicht in een bepaald land. In andere gevallen kan het gaan om gewone leningen in de vorm van, hetzij, rechtstreekse financiering van individuele projecten, hetzij globale leningen aan bankinstellingen die ze verdelen ten behoeve van plaatselijke projecten van beperkte omvang. In het eerste geval beheert de Commissie de financieringsverrichtingen overeenkomstig de richtlijnen van de Raad. In het tweede geval is het vooral de EIB die de leningen beheert, tegen haar gebruikelijke voorwaarden, meestal met de begrotingsgarantie van de Gemeenschap. De gebieden waar de Gemeenschap deze activiteiten ontplooit worden opgesomd in tabel 2-1. Tabel 2-1 Financieringen buiten de Gemeenschap in 2000 - Overzicht (in miljoen euro) >RUIMTE VOOR DE TABEL> 2.2. Macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap De macrofinanciële bijstand in de vorm van leningen is per definitie uitzonderlijk en past in het kader van het streven van de internationale gemeenschap om, in samenwerking met de instellingen van Bretton Woods, betalingsbalanssteun te verlenen aan landen die tijdelijk met moeilijkheden te kampen hebben. De steun van de Gemeenschap is geconcentreerd op nabijgelegen regio's, namelijk Midden- en Oost-Europa, de westelijke Balkan, de Europese landen van de voormalige Sovjet-Unie en de landen in het zuiden van het Middellandse-Zeegebied. De uitkering van de bijstand is gekoppeld aan de verwezenlijking door de begunstigde landen van bepaalde doelstellingen op het gebied van macro-economische stabilisatie en structurele hervorming. Daardoor is het aantal operaties elk jaar beperkt en kunnen moeilijk zinvolle vergelijkingen worden gemaakt met betrekking tot de ontwikkeling die de verleende steun van jaar tot jaar te zien geeft. De macrofinanciële bijstand zal echter minder noodzakelijk worden naarmate de kandidaat-lidstaten vorderingen maken met hun macro-economisch aanpassingsproces. De regio van de Balkan ontvangt momenteel een groot bedrag aan macrofinanciële bijstand, waarvan een belangrijk deel uit schenkingen bestaat. Tabel 2-2 Uitbetalingen van leningen uit hoofde van de macrofinanciële bijstand aan derde landen - Overzicht van de periode 1996-2000 (in miljoen euro) >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> In 2000 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan twee macrofinanciële bijstandspakketten: het ene in de vorm van leningen ten behoeve van Moldavië (maximaal 15 miljoen EUR) en het andere in de vorm van leningen en schenkingen ten behoeve van Tadzjikistan (maximaal 75 miljoen EUR aan leningen en 35 miljoen EUR aan schenkingen). In 2000 werden ook twee budgettaire bijstandsverrichtingen in de vorm van schenkingen goedgekeurd: de ene ten behoeve van Kosovo (maximaal 35 miljoen EUR) en de andere ten behoeve van Montenegro (maximaal 20 miljoen EUR). De uitbetalingen van de in de vorm van leningen verstrekte bijstand beliepen in 2000 160 miljoen EUR. Zij waren als volgt verdeeld: 100 miljoen ten behoeve van Roemenië en 60 miljoen ten behoeve van Bulgarije uit hoofde van de door de Raad in november 1999 goedgekeurde operaties. In 2000 werd ook 62 miljoen EUR aan schenkingen uitbetaald, waarvan 20 miljoen aan de VJRM (besluit van de Raad van november 1999), 35 miljoen aan Kosovo (besluit van de Raad van februari 2000) en 7 miljoen aan Montenegro (besluit van de Raad van mei 2000). 2.3. Leningen van de EIB in het kader van de Besluiten 97/256/EG en 2000/24/EG van de Raad (met de desbetreffende wijzigingen [2]) [2] Zie Besluiten 98/348/EG, 98/729/EG, 99/786/EG en 2000/688/EG. Dit deel vormt het verslag dat bij het Europees Parlement en de Raad moet worden ingediend overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van Besluit 97/256/EG van de Raad en artikel 2 van Besluit 2000/24/EG van de Raad. Het omvat het zesmaandelijks verslag over de tweede helft van 2000 en het jaarverslag 2000 over de leningen op grond van de bovengenoemde besluiten. De betrokken landen zijn: Midden- en Oost-Europa, het Middellandse-Zeegebied, Latijns-Amerika en Azië, de Republiek Zuid-Afrika, de VJRM, Bosnië en Herzegovina, Kroatië en Turkije. 2.3.1. Doelstellingen en prioriteiten van de EIB In Midden- en Oost-Europa verstrekt de Bank steun aan landen die het lidmaatschap van de EU hebben aangevraagd door hen te helpen bij de totstandbrenging van het economisch kader dat hen in staat moet stellen tot de EU toe te treden (de Bank kent ook steun toe aan Cyprus, Malta en Turkije die eveneens kandidaat-lidstaten zijn). [3] De Bank verleent tevens bijstand aan Albanië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Bosnië en Herzegovina en (sinds 2000) Kroatië. [3] Afgezien van haar activiteiten in het kader van de Raadsbesluiten, heeft de Bank onlangs haar pretoetredingsfaciliteit hernieuwd, in het kader waarvan zij uit eigen middelen en zonder begrotingsgarantie leningen verstrekt ter ondersteuning van de landen die het lidmaatschap van de EU hebben aangevraagd. De EIB verleent voorrang aan de verbetering, modernisering en ontwikkeling van de communicatie- en de energiesector. Zij hecht daarbij bijzonder belang aan de trans-Europese netwerken (TEN) en concentreert zich op de weg- en spoorwegverbindingen die door de pan-Europese conferentie van ministers van Vervoer als ontwikkelingsprioriteiten voor de middellange termijn zijn aangemerkt. Met EIB-projecten verband houdende milieuvraagstukken worden eveneens als prioriteiten beschouwd in het kader van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de betrokken landen aan die van de EU. De EIB verstrekt ook direct of via globale leningen steun aan het MKB en ten gunste van andere initiatieven van het bedrijfsleven, in het bijzonder wanneer er partners uit de Europese Unie bij zijn betrokken. In het Middellandse-Zeegebied worden de leningen van de Bank hoofdzakelijk verstrekt in het kader van het Euromediterrane partnerschap ter ondersteuning van de economische ontwikkeling van de landen. Met de EIB-leningen worden individuele investeringsprojecten gesteund alsook, via het mechanisme van de globale leningen, kleinere projecten en het MKB, terwijl tegelijkertijd de financiële sector in de verschillende landen wordt versterkt. De Bank verstrekt ook leningen in het kader van het TERRA-programma (Turkey Earthquake Reconstruction and Rehabilitation Action). In het kader van het Euromediterrane partnerschap worden de door de EIB uit eigen middelen verstrekte leningen aangevuld met rentesubsidies (voor leningen in de milieusector) en met risicokapitaal uit de EU-begroting, beheerd door de Bank. Naast haar leningen op grond van een mandaat en op verzoek van de Raad zal de Bank, na machtiging door haar Raad van Gouverneurs, een leningsprogramma uit eigen middelen zonder begrotingsgarantie uitvoeren in het kader van de aangekondigde mediterrane partnerschapsfaciliteit. In Azië en Latijns-Amerika financiert de Bank projecten die van wederzijds belang zijn voor die landen en de Europese Unie - medefinanciering met Europese projectontwikkelaars, overdracht van technologie, samenwerking op het gebied van energie en milieubescherming. Tabel 2.11 bevat nadere informatie over het wederzijdse belang van deze projecten. In de Republiek Zuid-Afrika wil de Bank bijdragen tot het welslagen van het programma voor de wederopbouw en de ontwikkeling van het land. De activiteiten van de EIB in dit kader vanaf 1996 zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 2-3 Leningen uit eigen middelen in niet-EU-landen (exclusief contracten uit de pretoetredingsfaciliteiten) >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> 2.3.2. Leningsactiviteiten van de EIB in 2000 In 2000 heeft de Bank in het kader van de besluiten van de Raad 20 leningsovereenkomsten voor in totaal 1 484 miljoen EUR ondertekend met betrekking tot projecten in Midden- en Oost-Europa. De leningen voor projecten in Bulgarije, Roemenië en de Slowaakse Republiek vertegenwoordigden 85% van dit totaal. De Bank heeft in zeven landen leningsovereenkomsten ondertekend uit hoofde van besluiten van de Raad. * Met deze leningen blijft de Bank de economische ontwikkeling in de betrokken landen ondersteunen, vooral door de financiering van strategische infrastructuurvoorzieningen. 52% van de totale financiering (766 miljoen EUR) ging naar de communicatiesector: aanleg van twee snelwegvakken in Bulgarije op de pan-Europese Transportcorridor VII, bouw van een gecombineerde weg-spoorwegbrug op de pan-Europese Transportcorridor IV tussen Bulgarije en Roemenië, modernisering van het wegen- en spoorwegennet in Roemenië en Bosnië en Herzegovina, modernisering van de haveninfrastructuur in Litouwen en uitbreiding en modernisering van het vaste telecommunicatienetwerk in Slowakije en Slovenië. * Een lening ten gunste van de industrie en de dienstensector voor de bouw van een autofabriek in de Slowaakse Republiek vertegenwoordigde 11% van de totale financiering (160 miljoen EUR). * In de energiesector werd 11% van de totale financiering (156 miljoen EUR) toegewezen voor stroomvoorzienings- en andere installaties in Roemenië en het herstel van de elektriciteitsnetten in Bosnië en Herzegovina. * Voor waterbeheer en diverse projecten werd 360 miljoen EUR (25%) toegewezen voor wederopbouw en preventieve maatregelen in verband met de overstromingen in Roemenië en voor het herstel van de stedelijke infrastructuur, en 12 miljoen EUR ging naar een afvalverbrandingsproject in de Slowaakse Republiek. * Ten slotte werd in totaal 30 miljoen EUR (2%) aan globale leningen toegekend ten behoeve van het MKB in Bulgarije en in de Slowaakse Republiek. Tabel 2-4 Uitsplitsing naar land en sector van de EIB-leningen in Midden- en Oost- Europa in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> In het Middellandse-Zeegebied heeft de Bank in 2000 19 leningsovereenkomsten voor projecten in acht landen ondertekend. Met een lening in Algerije werden de van het derde en het vierde financiële protocol overblijvende bedragen toegewezen, en een eerste lening werd toegekend op grond van het derde financiële protocol met Syrië. De leningen voor projecten in Turkije waren goed voor ongeveer 48% van de totale leningen, terwijl Algerije en Tunesië 24% van de leningen ontvingen. * 38% van de totale financiering (455 miljoen EUR) is naar de sector waterbeheer en diverse projecten gegaan. De gefinancierde projecten omvatten het herstel en de wederopbouw van de door aardbevingen beschadigde stedelijke infrastructuur in Turkije, drainering voor de landbouw in Egypte en het regionale afvalbeheer in Tunesië. * In de communicatiesector werden wegenprojecten in Algerije en Marokko en spoorwegprojecten in Tunesië gefinancierd (248 miljoen EUR of 21% van de totale financiering in de regio). * Jordanië, Marokko en Turkije ontvingen leningen voor de industrie en de dienstensector ten belope van 160 miljoen EUR of 13% van de totale financiering. De leningen waren bestemd voor een fosfaatmijn en een fabriek van broom en broomderivaten in Jordanië, de ontwikkeling van een goudmijn in Marokko en investeringen in milieumaatregelen in Turkije. * In de energiesector ging 120 miljoen EUR of 10% van de totale financiering naar de verbetering van de elektriciteitsnetten in Syrië en Tunesië. * De globale leningen in Egypte, Gaza/West Bank, Tunesië en Turkije maakten 18% van de totale financiering uit (210 miljoen EUR*). Tabel 2-5 Uitsplitsing naar land en sector van de EIB-leningen in het Middellandse-Zeegebied in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> *waarvan 75 miljoen op grond van TERRA voor het herstel van de industrie in het aardbevingsgebied De Bank heeft 11 leningsovereenkomsten voor projecten in zes landen van Azië en Latijns-Amerika gesloten voor in totaal 532 miljoen EUR. * De leningen ten behoeve van de industrie en de dienstensector in Argentinië, Bangladesh en Brazilië vertegenwoordigden 27% van de totale financiering (144 miljoen EUR). * Naar de energiesector ging 43% van de totale financiering (227 miljoen EUR), voor gasleidingen en elektriciteitscentrales in Argentinië, Mexico en Indonesië. * Communicatieprojecten - waarin telecommunicatie in Brazilië en een luchtverkeergeleidingscomplex in Thailand - waren goed voor 139 miljoen EUR of 26%. * Voor een watervoorzienings- en -behandelingsproject in Argentinië werd 20 miljoen EUR (4%) toegekend. Tabel 2-6 Uitsplitsing naar land en sector van de EIB-leningen in Azië en Latijns-Amerika in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> In 2000 sloot de Bank 4 leningscontracten in de Republiek Zuid-Afrika voor in totaal 140 miljoen EUR. Hiervan ging 50 miljoen (36%) naar een telecommunicatieproject, 25 miljoen (18%) naar een industrieel project en 65 miljoen (46%) naar globale leningen voor projecten van beperkte omvang. 2.3.3. Risicodeling [4] [4] Besluit 97/256/EG van de Raad verzoekt de Bank "ernaar te streven om over 25% van haar totale kredietverlening in het kader van haar leningen uit hoofde van dit besluit het commerciële risico te dekken met andere dan staatsgaranties, welk percentage, waar mogelijk en voorzover de marktomstandigheden dat toelaten, moet worden opgevoerd in het kader van individuele mandaten". In de besluiten van de Raad is bepaald dat voor 65% van het totale bedrag van de leningen een communautaire garantie kan worden gegeven. Volgens de risicodelingsregelingen worden EIB-leningen met andere dan staatsgaranties alleen voor het politieke risico door de communautaire garantie gedekt, terwijl leningen met staatsgarantie voor alle risico's door de communautaire garantie worden gedekt. De Bank kan de communautaire garantie voor een bepaalde lening alleen aanvragen als de borg voor die lening de Bank niet heeft terugbetaald, ofwel om politieke redenen in geval van een niet-staatsgarantie, ofwel om andere redenen in geval van staatsgarantie. >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> In 2000 heeft de Bank verder gewerkt aan het risicodelingsproject. Daar het bedrag van de overeenkomsten op grond van de nieuwe mandaten [5] nog vrij klein is, worden de risicodelingspercentages voor de mandaten tot 31 januari 2000 en die welke sedert die datum van kracht zijn, afzonderlijk gegeven. [5] Besluit 2000/24/EG van de Raad waarbij het risicodelingsdoel werd verhoogd tot 30%. 1ste mandaten: (Besluiten van de Raad voor de periode 31.01.1997-31.01.2000) Het totale bedrag voor risicodelingsprojecten sedert het begin van de leningsactiviteit in het kader van de besluiten van de Raad voor de periode tot 31 januari 2000 bedroeg eind 2000 1.697 miljoen EUR of 23% van het totale leningsmaximum en 24% van de leningen tot die dag. * In Midden- en Oost-Europa vertegenwoordigde de risicodeling in totaal 896 miljoen EUR of 25,4% van het leningsmaximum voor deze landen en 26% van de verstrekte leningen. In deze landen zijn alle leningen uit hoofde van de pretoetredingsfaciliteit voor risico van de Bank. * In het Middellandse-Zeegebied was het volledige bedrag van het eerste mandaat al toegewezen aan het einde van 1999 en bleef de risicodeling voor de EIB-leningen dus 71 miljoen EUR of 3,1% van het leningsmaximum voor deze landen. * In Azië en Latijns-Amerika bedroeg de risicodeling 730 miljoen EUR of 81% van het leningsmaximum [6] voor deze landen (volledig toegewezen). [6] Een bedrag van in totaal 122 miljoen EUR aan leningen in Azië en Latijns-Amerika in het kader van het vorige interimmandaat valt ook onder de garantieregelingen die zijn neergelegd in de besluiten van de Raad. * In de Republiek Zuid-Afrika zijn geen overeenkomsten ondertekend voor risicodelingsleningen. * De risicodeling is niet van toepassing op leningen in Bosnië en Herzegovina. 2de mandaten: (Besluit van de Raad voor de periode 1.02.2000-31.01.2007) Het totale bedrag voor risicodelingsprojecten sedert de leningsactiviteit in het kader van de besluiten van de Raad een aanvang heeft genomen voor de periode beginnend op 1 februari 2000 bedroeg eind 2000 560 miljoen EUR of 22% van de leningen tot op die dag. * In Midden- en Oost-Europa (LMOE) vertegenwoordigde de risicodeling voor de EIB-leningen in totaal 230 miljoen EUR of 17% van de verstrekte leningen. * In het Middellandse-Zeegebied werd een risicodelingsregeling getroffen voor één project dat 4% vertegenwoordigt van de ondertekende leningen. Zoals reeds werd verklaard, moet eraan worden herinnerd dat de projecten, overeenkomstig de programmeringsprocedures die verbonden zijn met het Euro-Mediterrane Partnerschap, vaak met regeringen of overheidsinstanties worden overeengekomen. Derhalve wordt verwacht dat de risicodeling voor de Middellandse-Zeelanden relatief gering zal blijven. * In Azië en Latijns-Amerika bedroeg de risicodeling voor de EIB-leningen in totaal 300 miljoen EUR of 76% van de verstrekte leningen. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risicodeling op 31 december 2000 voor elk mandaat. Tabel 2-7 Risicodeling op 31.12.2000 - Eerste mandaat (in miljoen EUR) >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 2-8 Risicodeling op 31.12.2000 - Tweede mandaat (in miljoen EUR) >RUIMTE VOOR DE TABEL> In de regionale tabellen aan het einde van punt 4 (tabellen 4-5 tot 4-8) worden de leningen met risicodeling aangegeven. 2.3.4. Samenwerking met andere instellingen In de kandidaat-lidstaten van de EU is de Bank werkzaam in het kader van een programma van de Europese Unie waarmee wordt beoogd de kandidaat-lidstaten te helpen bij de voorbereiding van de toetreding, met name door middel van de financiering van investeringen die erop gericht zijn de infrastructuur van deze landen in die van de EU te integreren en door de verlening van bijstand aan het MKB. Waar mogelijk worden de projecten medegefinancierd met andere instellingen. De activiteiten van de Bank maken aldus deel uit van een gezamenlijke aanpak in nauwe samenwerking met de Commissie en, in voorkomend geval, met de internationale financiële instellingen die in de landen in kwestie werkzaam zijn. De Bank werkt nauw samen met het PHARE/ISPA-programma, waarmee zij vruchtbare betrekkingen heeft ontwikkeld die door de begunstigde landen zeer op prijs worden gesteld. Naast de veelvuldige steun aan PHARE in de pre-investeringsfase om erop toe te zien dat de vereiste studies worden uitgevoerd en de nodige technische bijstand wordt verleend voor de EIB-projecten, werkt de Bank ook met PHARE samen bij de medefinanciering van infrastructuurprojecten. De bijdragen van PHARE/ISPA en de internationale financiële instellingen aan de door de EIB in 2000 gefinancierde projecten zijn vermeld in de onderstaande tabel. Er werden nog andere projecten medegefinancierd in het kader van de pretoetredingsfaciliteit van de Bank, maar deze vallen buiten het bestek van dit verslag. Voor Zuidoost-Europa heeft de Bank een speciale task force voor de Balkan in het leven geroepen om na te gaan welke infrastructuurprojecten in het kader van het stabiliteitspact voor de regio in aanmerking komen voor prioritaire financiering in samenwerking met andere internationale financiële instellingen. Tabel 2-9 Medefinancieringen in Midden- en Oost-Europa in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> In het Middellandse-Zeegebied worden de activiteiten van de Bank uitgevoerd in het kader van het EU-beleid en maken zij deel uit van een gezamenlijke aanpak in nauwe samenwerking met de Commissie en, in voorkomend geval, met andere internationale financiële instellingen, onder meer door middel van medefinancieringsoperaties. De bijdragen van deze instellingen aan de door de EIB gefinancierde projecten zijn vermeld in de onderstaande tabel. Tabel 2-10 Medefinancieringen in het Middellandse-Zeegebied in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> In Azië en Latijns-Amerika zet de Bank de financiering voort van projecten die van belang zijn voor zowel het betrokken land als de Europese Unie. Het wederzijds belang van de in 2000 ondertekende leningsovereenkomsten is samengevat in de onderstaande tabel. Tabel 2-11 Wederzijds belang van de projecten in Azië en Latijns-Amerika >RUIMTE VOOR DE TABEL> Waar mogelijk werkt de Bank in Azië en Latijns-Amerika samen met andere internationale financiële instellingen. In de onderstaande tabel worden de bedragen van de medefinanciering vermeld. Tabel 2-12 Medefinancieringen in Azië en Latijns-Amerika in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> In de Republiek Zuid-Afrika waren er verschillende gevallen van samenwerking met de IFI's. Voor het project "uitbreiding van de installaties voor de productie van fosfor- en zwavelzuur te Richard's Bay" is er 20 miljoen EUR aan bilaterale samenwerking naast de lening van 30 miljoen EUR van de Bank voor het project dat naar raming 206,5 miljoen EUR zal kosten. Er is ook samenwerking met bilaterale instellingen door leningen via tussenpersonen ter ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf. 2.4. Overeenkomst van Lomé 2.4.1. Leningsactiviteit De leningen van de EIB in de ACS/LGO bedroegen 401 miljoen EUR, waarvan 186 miljoen uit de eigen middelen van de Bank, 207 miljoen aan risicokapitaal en 8 miljoen uit het EOF-SYSMIN. Deze leningen zijn regionaal en sectoraal als volgt verdeeld: Tabel 2-13 Verdeling van de EIB-leningen in 2000 in de ACS/LGO per regio en sector >RUIMTE VOOR DE TABEL> * Volledig gesubsidieerd, behalve twee projecten voor in totaal 12,5 miljoen EUR. ** Omvat 8 miljoen EUR uit de middelen van het EOF-SYSMIN. 3. GEVOLGEN VAN DE LENINGSACTIVITEITEN VOOR DE BEGROTING De leningsactiviteiten hebben gevolgen voor de algemene begroting van de Gemeenschap als er communautaire garanties, rentesubsidies of bijzondere voorwaarden (voor de leningnemer gelijk te stellen met risico-operaties) aan verbonden zijn. 3.1. Begrotingsgaranties Op 22 december 1999 besloot de Raad de garantie van de Gemeenschap voor EIB-leningen buiten de EU met 7 jaar te verlengen (Besluit 2000/24/EG van de Raad, PB L 9 van 13.01.2000). De nieuwe maxima per geografisch gebied bedragen: * Midden- en Oost-Europa: 8 680 miljoen EUR; * Middellandse-Zeegebied: 6 425 miljoen EUR; * Latijns-Amerika en Azië: 2 480 miljoen EUR; en * Republiek Zuid-Afrika: 823 miljoen EUR. De garantie heeft betrekking op het aldus vastgestelde maximum van 18 410 miljoen EUR en verbindt de begroting van de Commissie voor 65% van dit bedrag (tegen 70% bij het vorige mandaat). In de nieuwe richtlijn wordt de EIB verzocht bij haar financiële tussenpersonen om andere garanties (commerciële) te verzoeken wanneer dat mogelijk is; streefcijfer is 30% van het maximum (tegen 25% bij het oude mandaat). Dit garantieprogramma loopt ten einde op 31 januari 2007. Het kan echter automatisch met zes maanden worden verlengd als het leningsmaximum niet bereikt is. Op 7 november 2000 besloot de Raad deze regeling uit te breiden tot de leningen van de EIB in Kroatië, waardoor dit land werd opgenomen in de groep van de landen van Midden- en Oost-Europa (Besluit 2000/688/EG van de Raad, PB L 285 van 10.11.2000). Daardoor is het gegarandeerde maximum voor deze groep landen op 8 930 miljoen EUR (een verhoging met 250 miljoen) gebracht en stijgt het totale maximum tot 18 660 miljoen. Zoals reeds werd vermeld onder punt 2.3.3, is het vorige mandaat van de EIB vrijwel voltooid en heeft de risicodeling tussen staats- en niet-staatsgaranties plaatsgevonden volgens de overeengekomen verbintenissen (24%), waardoor de budgettaire reserve voor de dekking van deze risico's in verhouding is verlaagd. Wat het tweede mandaat betreft zijn tijdens het eerste jaar van toepassing leningscontracten gesloten voor 13,5% van het maximum, met reeds een risicodeling ten belope van 21% van de ondertekende leningsovereenkomsten. De stand van de garanties wordt beschreven in het halfjaarlijks verslag van de Commissie over de stand van de garanties die door de algemene begroting worden gedekt. 3.2. Rentesubsidies Rentesubsidies zijn toegekend voor verschillende communautaire programma's, zowel binnen als buiten de Unie. De Commissie heeft op verzoek van de Raad een algemeen evaluatieverslag terzake opgesteld (COM (2000) 524 van 6.09.2000). De meeste van deze programma's zijn voltooid en hebben geen invloed meer op de begrotingsuitgaven. In de volgende tabel worden de programma's opgesomd die nog lopen, met het bedrag van de tijdens het betrokken jaar uitgekeerde subsidies. Tabel 3-1 In de periode 1995-2000 op grond van de verschillende communautaire mechanismen uitbetaalde rentesubsidies (in miljoen ecu/euro) >RUIMTE VOOR DE TABEL> 3.3. Risicokapitaal In het kader van de akkoorden met de landen aan de Middellandse Zee en de Overeenkomst van Lomé worden door de EIB leningen tegen gunstvoorwaarden verstrekt met bijzondere voorwaarden inzake looptijd of consolidatie van de schuld, waardoor zij kunnen worden gelijkgesteld met investeringen. De operaties in het Middellandse-Zeegebied worden gefinancierd door de algemene begroting en die in de ACS door de begroting van het EOF. In tabel 2-13 worden bijzonderheden gegeven. 4. STATISTISCHE BIJLAGE Tabel 4-1 Jaarlijkse ontwikkeling van de in de Gemeenschap opgenomen en verstrekte leningen in miljoen euro >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 4-2 Door de Gemeenschap opgenomen leningen Netto uitstaand bedrag aan het einde van elke periode (1) (in miljoen euro) >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 4-3 In 2000 door de Gemeenschap opgenomen leningen, naar leningsvaluta (in miljoen euro) >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 4-4 Opgenomen NCI-leningen per valuta: uitstaand bedrag van de schuld per 31.12.2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 4-5 EIB-leningsovereenkomsten in Midden- en Oost-Europa en de Balkan in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 4-6 EIB-leningsovereenkomsten in het Middellandse-Zeegebied in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 4-7 EIB-leningsovereenkomsten in Azië en Latijns-Amerika in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL> Tabel 4-8 EIB-leningsovereenkomsten in de Republiek Zuid-Afrika in 2000 >RUIMTE VOOR DE TABEL>