Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52001DC0154

Communicatie van de Commissie aan de Raad - Een intensivering van de transatlantische betrekkingen met het accent op strategie en resultaat

/* COM/2001/0154 def. */

52001DC0154

Communicatie van de Commissie aan de Raad - Een intensivering van de transatlantische betrekkingen met het accent op strategie en resultaat /* COM/2001/0154 def. */


COMMUNICATIE VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD - Een intensivering van de transatlantische betrekkingen met het accent op strategie en resultaat

TOELICHTING

Met de nieuwe transatlantische agenda (NTA) werd in 1995 de EU-VS-samenwerking uitgebreid: vanaf dat moment had de samenwerking niet alleen betrekking op kwesties die onder de basisbevoegdheden van de EG vallen, maar op het volledige scala van politieke en economische kwesties. Hiermee werd de steeds belangrijker rol van de Unie als internationale speler erkend. Het moment is gekomen, zeker nu de nieuwe Amerikaanse regering is aangetreden, om dit partnerschap te evalueren, en na te denken over de principes en thema's die als uitgangspunt dienen voor de toekomstige ontwikkeling ervan.

De NTA heeft als kader gediend voor een meer gestructureerde en bredere samenwerking tussen de EU en de VS. Veel van de doelstellingen van 1995 zijn verwezenlijkt, maar er zijn problemen gerezen bij het vaststellen van de prioriteiten die moeten zorgen voor een meer gerichte en duurzame samenwerking. Het gevolg is dat het volledige potentieel van de halfjaarlijkse EU-VS-topontmoetingen niet altijd is benut.

Strategische planning kan nooit garanderen dat het aantal geschillen afneemt of de samenwerking verbetert. Hoewel de EU-VS handelsbetrekkingen in het algemeen harmonieus zijn, ligt het voor de hand dat er altijd enkele geschillen zijn tussen de twee belangrijkste economieën van de wereld. Deze moeten echter op goede wijze worden beheerd en in perspectief worden gezien. Er zijn vele en frequente contacten op het gebied van buitenlands beleid, maar de groeiende rol van de EU in internationale kwesties vereist een betere coördinatie. Een EU-VS-leiderschap op het gebied van de nieuwe globale uitdagingen is noodzakelijk, wil internationale actie enig effect hebben op bijvoorbeeld de georganiseerde misdaad, de verspreiding van overdraagbare ziekten of de proliferatie van massavernietigingswapens. Het Europees veiligheids- en defensiebeleid en de komst van de euro brengen nieuwe mogelijkheden en uitdagingen met zich mee.

Hoewel er tussen de EU en de VS af en toe problemen rijzen op beleidsgebied of als gevolg van verschillen in institutionele opzet en administratieve procedures, blijft het een feit dat de relatie tussen Europa en de Verenigde Staten de belangrijkste strategische relatie ter wereld is.

Er is geen toverformule voor versterking van de EU-VS betrekkingen. Om de samenwerking echter meer actiegericht te maken, moeten de topontmoetingen tussen de EU en de VS duidelijker afgebakende thema's behandelen en moeten er duidelijker prioriteiten worden gesteld. Men moet zich concentreren op de belangrijkste uitdagingen - strategische thema's - waarvoor de EU en de VS zich vandaag geplaatst zien. Binnen deze thema's kunnen dan specifieke kwesties worden geselecteerd. Mogelijke thema's zijn nieuwe veiligheidskwesties, globalisering en het multilaterale handelsstelsel, bestrijding van de georganiseerde misdaad, energiekwesties, consumentenbescherming, macro-economische kwesties, armoedebestrijding in ontwikkelingslanden, en de digitale economie.

De halfjaarlijkse EU-VS ontmoetingen moeten worden afgeslankt door middel van een terugkeer naar de oorspronkelijke opzet: een vergadering met een beperkt aantal leiders, eventueel gevolgd door een plenaire sessie met de ministers van buitenlandse zaken en van handel. De huidige frequentie van de topontmoetingen wordt door sommigen bekritiseerd, waarbij wordt aangevoerd dat een interval van zes maanden te weinig tijd biedt voor efficiënte voorbereiding en follow-up. Op de ministeriële EU-VS-top van 6 maart 2001 werd van Amerikaanse zijde formeel gesteld dat de opzet en de frequentie van de transatlantische topontmoetingen en ministeriële bijeenkomsten opnieuw moeten worden bekeken. Een vermindering van het aantal EU-VS-tops zou repercussies kunnen hebben voor andere bijeenkomsten op hoog niveau met derde landen. Dergelijke bijeenkomsten zijn de laatste jaren sterk in aantal gestegen. Minder frequente en beter voorbereide bijeenkomsten zouden wel eens productiever kunnen blijken. De Conclusies van de Raad op het gebied van externe verbintenissen van 29 juni 2000 (doc 966000) wijzen ook in deze richting.

Deze beperkte herziening van de NTA moet er voor zorgen dat het politieke leiderschap een stevige greep heeft op een proces dat te bureaucratisch en te omslachtig dreigt te worden. Een krachtig politiek leiderschap is nodig om een samenwerkingsagenda op te stellen en het ware potentieel van de transatlantische betrekkingen te verwezenlijken. Het moment is gekomen om dit met de lidstaten en met de nieuwe regering van de VS te bespreken. Deze mededeling wil een bijdrage aan dit debat leveren.

INHOUDSOPGAVE

I. Politieke context

II. de reikwijdte van de betrekkingen tussen de EU en de VS

III. Evaluatie van nieuwe transatlantische agenda (NTA)

IV. Het hart van de agenda: Nadruk op strategische thema's

V. Het selecteren van de strategische thema's

VI. het boeken van resultaten: Het vaststellen van de prioriteiten binnen de thema's

VII. Effectieve topontmoetingen: Beperkte omvang

VIII. Het smeden van parlementaire banden

IX. De Betrokkenheid van de civiele maatschappij

Regie van de top

Het verbeteren van de structuren van het NTA-proces

I. Politieke context

1. Met de transatlantische Verklaring van 1990, in de periode Bush, haalden de Europese Unie en de Verenigde Staten hun politieke banden van na de koude oorlog aan. In 1995, onder Clinton, lancveerden zij de Nieuwe transatlantische Agenda (NTA), als nieuwe basis voor hun partnerschap in het licht van de significante veranderingen waarmee het tot stand komen van een volwassen Unie gepaard ging: de interne markt, de val van de Berlijnse Muur, het Verdrag van Maastricht en het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB). Het streven was over te stappen van een op de basisbevoegdheden van de EG gerichte agenda op een globaal en gelijkwaardig partnerschap dat alle kwesties bestrijkt waarvoor de EU bevoegd is.

2. Sinds de instelling van de NTA zijn vijf jaar verlopen. Aan het begin van dit jaar trad een nieuwe Amerikaanse regering aan. Tegelijkertijd is het geheel politieke milieu veranderd en hebben zich nieuwe globale uitdagingen aangediend. De institutionele en politieke agenda van de Unie is verder uitgebreid met het oog op de invoering van de euro, het vooruitzicht van verdere uitbreiding, grotere bevoegdheden op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, en niet in het minst een sterker GBVB en het creëren van een Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB). Het vooruitzicht van verdere uitbreiding is de allergrootste uitdaging voor de Unie, en biedt tegelijkertijd nieuwe kansen aan onze partners. Wij werken aan de totstandkoming van een ruimte van vrede, welvaart en stabiliteit voor 500 miljoen burgers die dezelfde waarden delen.

3. Het moment is gekomen, zeker met het aantreden van de nieuwe Amerikaanse regering, om te bezien hoe dergelijke nieuwe dimensies in de NTA kunnen worden geïntegreerd, en niet in de laatste plaats, hoe gezorgd kan worden voor een efficiënte EU-VS-samenwerking. De nieuwe Amerikaanse regering, het Europees Parlement en de Europese Commissie zitten tot 2004, hetgeen bijdraagt aan de continuïteit bij het nastreven van onze gemeenschappelijke politieke en economische belangen.

4. Het Transatlantisch verband is een van de belangrijkste en ingewikkeldste relaties in de wereld. Door samen te werken kunnen de EU en de VS de doorslag geven bij de aanpak van internationale handelskwesties, en in het buitenlands beleid, zoals blijkt uit onze samenwerking op de Westelijke Balkan en bij de nieuwe globale uitdagingen die uiteenlopen van de georganiseerde misdaad en de verspreiding van overdraagbare ziekten tot het benutten van de mogelijkheden van nieuwe technologieën. Indien de EU en de VS niet een bepaalde mate van overeenstemming bereiken, zijn de vooruitzichten voor vooruitgang in de internationale arena beperkt. Met het consolideren van de brede basis van onze relatie willen wij streven naar een echt, evenwichtig en efficiënt partnerschap. Om dit te bereiken moeten de topontmoetingen tussen de EU en de VS efficiënter worden gebruikt om een hoge graad van politiek engagement te bereiken.

5. Deze mededeling wil een bijdrage leveren aan een breder debat over de transatlantische betrekkingen. Het doel is verder te gaan dan de overlegfase, een meer op actie gerichte relatie tot stand te brengen en wezenlijke resultaten te behalen. Onderstaande ideeën zijn bedoeld als een bijdrage aan het benutten van het volledige potentieel van de betrekkingen tussen de EU en de VS door de aandacht te concentreren op een aantal strategische thema's. Gelet op de belangen van de Unie en op de noodzaak de EU-VS-samenwerking efficiënter en relevanter voor onze gemeenschappelijke belangen te maken, stelt de Commissie voor de EU-VS-betrekkingen in de komende jaren te richten op enkele van de volgende thema's (naast de dagelijkse agenda):

- opkomende uitdagingen op het gebied van veiligheid

- globalisering en het multilaterale handelssysteem

- bestrijding van de misdaad en vooral van de georganiseerde misdaad

- energiekwesties

- consumentenbescherming, in het bijzonder voedselveiligheid

- macro-economische kwesties

- armoedebestrijding in ontwikkelingslanden

- de digitale economie.

II. de reikwijdte van de betrekkingen tussen de EU en de VS

* Handelsrelaties

6. De twee transatlantische economieën kennen een economisch integratie zonder precedent. De EU en de VS zijn de belangrijkste deelnemers aan het internationale handelsverkeer, en zijn goed voor meer dan 40 % van de wereldhandel en goederen en diensten. Onze bilaterale handels- en investeringsrelatie doet alle andere verbleken, en wij zijn elkaars grootste handels- en investeringspartner (jaarlijks bijna duizend miljard EUR in handels- en investeringsstromen). De EU en de VS zijn echter niet alleen handelspartners, maar ook concurrenten, zowel op de thuismarkten als op de markten van derde landen.

7. De hoeksteen van de bilaterale en multilaterale samenwerking op het gebied van handel en investeringen blijft het transatlantisch economisch partnerschap (TEP). Vorig jaar heeft de Commissie samen met de lidstaten het TEP geëvalueerd. Ondanks enkele vertragingen bij de tenuitvoerlegging van het TEP-actieplan, was de conclusie dat het TEP een nuttig instrument was gebleken voor het ontwikkelen van een agenda voor samenwerking op het gebied van handel en investeringen, en dat het TEP zou moeten worden versterkt en een nieuw elan zou moeten krijgen. De besprekingen met de VS over de manier om dit te bereiken zouden bij het aantreden van de nieuwe regering kunnen aanvangen.

8. Op bilateraal niveau voeren de EU en de VS een dialoog over de meeste zaken die door het TEP-actieplan worden bestreken. Ondanks enkele problemen is het werk bevredigend geweest en is er vooruitgang geboekt, vooral op terreinen als technische handelsbelemmeringen, regelgeving, productveiligheid voor consumenten, voedselveiligheid, biotechnologie en mededinging. Op het gebied van de dienstverlening zijn de resultaten wisselend.

9. Wat multilaterale kwesties die onder het TEP vallen betreft, hebben beide partijen gedeelde belangen bij het ontwikkelen van het internationale op regels gebaseerde handelsstelsel. De belangrijkste doelstelling is een nieuwe WTO-Ronde. Hoewel nog geen algemene EU-VS-consensus is bereikt, is er sprake van een constructieve dialoog en wordt waar mogelijk gestreefd naar een gemeenschappelijk standpunt. Andere kwesties zoals de toetreding van China tot de WTO hebben de potentiële voordelen van samenwerking voor beide partijen aangetoond. Samenwerking is essentieel, met name voor het ontwikkelen van het multilaterale handelssysteem en het vermijden van excessieve nadruk op bilaterale/regionale onderhandelingen.

10. Voor zover de handelsgeschillen betreft, zullen er altijd twistpunten blijven bestaan gezien de diepe interpenetratie van de twee grootste handelsblokken ter wereld. In de praktijk is het aantal geschillen op een bepaald moment dan ook beperkt. Het gaat erom deze geschillen goed te beheren en ze in perspectief te zien: het gaat om ten hoogste 1 tot 2 % van de handels- en investeringsstromen. Dergelijke kwesties krijgen echter een aandacht van de media die ver uitgaat boven hun economisch belang. Daarom wordt soms verondersteld dat handelsirritaties een schaduw werpen op andere aspecten van de relatie tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. In de praktijk is er weinig gevaar voor een negatief effect van individuele geschillen op de algemene politieke relatie die breder en dieper dan ooit tevoren is. Beide partijen doen hun uiterste best om de geschillen te beheersen en escalatie te vermijden.

11. Het voorkomen van handelsgeschillen blijft een belangrijke doelstelling waarbij het eerbiedigen van de internationaal afgesproken regels van cruciaal belang is voor het oplossen van potentiële conflicten. Hiertoe moeten meer inspanningen gedaan worden om in een vroegtijdig stadium oplossingen te vinden. In dit opzicht functioneert het mechanisme van vroegtijdige waarschuwing voor handels- en investeringskwesties bevredigend binnen het TEP-kader, en worden potentiële geschillen opgespoord. Verbetering van het systeem, zoals een meer gestructureerde follow-up, wordt bestudeerd. Uiteindelijk zal een mechanisme van vroegtijdige waarschuwing nooit in alle gevallen een oplossing bieden; ook de coördinatie en het collectieve leiderschap behoeven verbetering.

* Bredere relaties EU-VS

12. Hoewel de handelsirritaties meestal de voorpagina's halen zijn er vele andere aspecten aan de EU-VS-betrekkingen. Deze aspecten worden steeds belangrijker en hun belang zal alleen nog maar toenemen. Vele successen kunnen worden aangehaald, met als prominentste voorbeeld de effectieve coördinatie van beleid en actie op de Westelijke Balkan. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat een "partnerschap van gelijken" niet is bereikt. Verschillen in institutionele structuren en administratieve praktijken belemmeren de coördinatie, en gebrek aan politieke samenhang heeft de Europese impact in Washington wel eens verzwakt. De Amerikaanse neiging om de betrekkingen met Europa vanuit NAVO-/veiligheidsperspectief te bekijken, in plaats van in EU-VS-termen, zou bovendien de toekomstige ontwikkelingen kunnen beïnvloeden.

13. In bepaalde opzichten hebben de Verenigde Staten de neiging de Unie hoofdzakelijk te zien als een regionale partner, die zich concentreert op de bredere Europese kwesties. Een van de belangrijkste doelen van de Unie is natuurlijk een efficiënter beheer van de relaties met onze naaste buren. Wij zijn betrokken bij de Westelijke Balkan, Rusland, Oekraïne, de Kaukasus, Centraal-Azië, en het Middellandse-Zeegebied/Midden-Oosten. Tegelijkertijd is de EU verwikkeld in een ambitieus uitbreidingsproces in Midden-Europa. Daar komt nog bij dat de Unie 's mondiaal de grootste verstrekker van ontwikkelingshulp is, en een grote rol speelt bij het bevorderen van de integratie van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie.

14. Om geografische redenen kan Europa niet in dezelfde mate als de VS op militaire en technologische oplossingen steunen om de veiligheid te garanderen; wij hebben constructieve betrekkingen met onze buren nodig. Op een continent waar minder dan 60 jaar geleden miljoenen het leven lieten, heeft de Europese Unie een significante bijdrage aan de stabiliteit geleverd De Unie zal dit blijven doen door het bevorderen van de integratie van de landen van de voormalige Sovjetunie in het internationale systeem, en door een belangrijke rol te spelen bij het tot stand brengen van vrede en verzoening op de Westelijke Balkan. Het is belangrijk dat deze bredere bijdrage van de EU aan de stabiliteit en de veiligheid wordt benadrukt in transatlantische discussies over lastenverdeling.

15. In vele delen van de wereld werken de Europese Unie en de Verenigde Staten samen aan een coherenter en beter gecoördineerd buitenlands beleid. Overal ter wereld zijn vele politieke, economische en veiligheidskwesties van gemeenschappelijk belang die het best gezamenlijk kunnen worden aangepakt. Maar zelfs wanneer er sprake is van gemeenschappelijke belangen, volgen de EU en de VS dikwijls een verschillende aanpak om gelijksoortige doelstellingen te bereiken.

16. Buiten het Europese continent zijn voorbeelden van samenwerking te vinden in gebieden als het Midden-Oosten, Afrika en het Koreaanse Schiereiland. Toch is het niet waarschijnlijk dat de EU zich op dezelfde manier als de Verenigde Staten op mondiaal niveau inzet. Wij hebben ons echter duidelijk gebonden aan het multilateralisme en blijven de inzet van de VS in het internationale proces ondersteunen, zowel in de VN, de WTO, als de internationale financiële instellingen.

17. Er zullen altijd enkele verschillen zijn met onze Amerikaanse partners. Terwijl de Europese Unie een voorstander is van een dialoog met de betrokken landen, hebben de Verenigde Staten in bepaalde gevallen (Iran, Cuba) de neiging over te gaan tot isolatie of economische sancties om politieke doeleinden te bereiken. Er zijn ook andere terreinen waar wij van mening verschillen met de VS, bijvoorbeeld over het belang van handhaving van de bestaande regelingen voor wapenbeheersing, zoals het Verdrag inzake een algemeen verbod op kernproeven (CTBT), het beleid ten aanzien van "probleemlanden", klimaatverandering, de houding ten opzichte van de VN en jegens multilateralisme, het internationale gerechtshof, de doodstraf, of het aanwenden van extraterritoriale bevoegdheden bij het nastreven van doelstellingen op het gebied van buitenlands beleid.

* Nieuwe internationale uitdagingen

18. Het concept van samenwerking op het gebied van buitenlands beleid wordt steeds breder en omvat nieuwe mondiale uitdagingen, die variëren van georganiseerde misdaad, witwaspraktijken, computercriminaliteit en ander illegaal gebruik van het internet, migratie-kwesties, non-proliferatie, en niet-militaire bedreigingen van de veiligheid, zoals de verspreiding van overdraagbare ziekten, de achteruitgang van het milieu en de opwarming van de aarde. Het is in ons gemeenschappelijk belang een aanpak te ontwikkelen voor deze groeiende reeks problemen die niet door individuele landen kunnen worden opgelost. Dit nieuwe terrein van grensoverschrijdende activiteiten zal een steeds nauwere coördinatie met de Verenigde Staten vereisen.

19. Zonder een EU-VS-leiderschap of -samenwerking op deze terreinen bestaat het risico van inertie of van een patstelling, waarbij de twee machtigste economische en politieke blokken ter wereld elkaar eerder zouden hinderen dan helpen. Het is duidelijk dat Europa en Amerika hun bestaande betrekkingen moeten intensiveren, en onze belangen zijn het best gediend bij een nauwe samenwerking op basis van gemeenschappelijke waarden als democratie, rechtsstaat en markteconomie. Het gevaar schuilt niet in Amerikaans isolationisme, maar in unilateralisme. Een Unie met een grotere cohesie, een Unie die met een stem spreekt, kan deze tendens effectiever een halt toeroepen.

* De agenda voor samenwerking

20. Ook kan de langdurige samenwerking in een aantal andere sectoren worden genoemd. Ambtenaren van beide partijen werken voortdurend samen op terreinen als douane, wetenschap en technologie, uitwisselingen in het onderwijs, mededinging, de informatiemaatschappij en maritieme veiligheid, om slechts enkele te noemen.

De vervoerssector, die zo belangrijk is voor de transatlantische handelsbetrekkingen, verdient een afzonderlijke vermelding. De dialoog over zowel de probleemanalyse als het regelgevend kader moet worden verstrekt, ter voorbereding van een grotere liberalisatie van de markt voor luchtvervoer.

III. Evaluatie van nieuwe transatlantische agenda (NTA)

21. De nieuwe transatlantische agenda (NTA) ontstond uit de overtuiging, aan weerszijden van de Atlantische Oceaan, halverwege de jaren negentig, dat het noodzakelijk was de betrekkingen een bredere basis te geven dan de transatlantische Verklaring van november 1990.

22. Beleidsmakers op hoog niveau in de EU en de VS zagen in het versterken van de EU-VS-dimensie een manier om de bredere transatlantische betrekkingen te consolideren, toen na het einde van de koude oorlog de overkoepelende veiligheidsrelatie een minder dominante factor was geworden. Daarnaast betekenden de initiatieven van de VS op het terrein van buitenlands beleid - versterking van de economische banden met de buurlanden (NAFTA), de landen langs de Stille Oceaan (APEC) en het Westelijk halfrond (Free Trade Area of the Americas) - dat de transatlantische dimensie eveneens moest worden versterkt.

23. Uiteindelijk leidde dit in december 1995 tijdens de EU-VS-Top in Madrid tot de ondertekening van een ambitieuze politieke agenda (de Nieuwe transatlantische Agenda), dat vergezeld ging van een gedetailleerd Actieplan ("Gezamenlijk EU-VS-Actieplan") waarbij de samenwerking werd uitgebreid tot de drie pijlers van het nieuwe Verdrag van Maastricht.

24. De NTA was zowel op politiek als ambtelijk niveau hoofdzakelijk gebaseerd op de structuren die waren voortgekomen uit de transatlantische Verklaring van 1990. De belangrijkste uitzondering was de instelling van een horizontaal toezichthoudend orgaan, de Groep Hoge Ambtenaren (GHO), die aan de EG-zijde bestaat uit hoge ambtenaren van het voorzitterschap (bijgestaan door het secretariaat van de Raad) en van de Commissie. Deze groep houdt toezicht op het uitvoeringsproces van de NTA en stelt voor de halfjaarlijkse EU-VS-Top een rapport op over de resultaten en de nieuwe prioriteiten voor het toekomstige voorzitterschap (het GHO-rapport). De GHO wordt gesteund door een voorbereidende groep, de zogenaamde "NTA Task Force".

25. De tenuitvoerlegging van de NTA en het bijbehorende Actieplan heeft geleid tot de ontwikkeling van andere, meer gedetailleerde instrumenten ter bevordering van de bilaterale samenwerking op terreinen als douane, onderwijs, wetenschap en technologie. Een ander prominent onderdeel was het Transatlantisch Economisch Partnerschap (TEP) dat in 1998 werd gelanceerd om de multilaterale en bilaterale samenwerking en de gezamenlijke maatregelen op het gebied van handel en investeringen uit te breiden en te versterken. Dit leidde tot de instelling van een Stuurgroep voor het TEP op het niveau van ambtenaren en een aantal gespecialiseerde TEP-werkgroepen binnen de NTA-structuur.

26. Het NTA-proces heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de totstandkoming van een meer gestructureerde relatie op een bredere basis. Veel van de doelstellingen van 1995 zijn of zullen worden verwezenlijkt. Er is een aantal concrete resultaten behaald. Deze resultaten kunnen echter niet in alle gevallen aan de NTA worden toegeschreven.

27. Het was altijd al duidelijk dat de NTA en de eruit voortgekomen organen niet in staat waren bepaalde problemen op te lossen, problemen die de oorzaak vormen van veel van de moeilijkheden in de bilaterale betrekkingen, zoals:

- de beperkingen voor de uitvoerende macht in de VS, die worden opgelegd door het hoofdzakelijk door binnenlandse factoren gestuurde wetgevingsproces van het Amerikaanse Congres,

- de institutionele beperkingen die aan de EU worden gesteld door de Verdragen en de structurele beperkingen van het besluitvormingsproces van de EU,

- het verschil in de bereidheid om economische offers te brengen ter bevordering van de mondiale milieunormen,

- het verschil in tolerantie bij de consument waar het kwesties als het gebruik van genetische gemodificeerde organismen betreft,

- het constitutionele onvermogen van de Amerikaanse federale regering om regelgevende instanties en federale staten te binden in haar betrekkingen met de EU,

- de problemen die beide partijen ondervinden bij een prompte en volledige tenuitvoerlegging van de WTO-uitspraken.

28. Hoewel institutionele en politieke beperkingen een belangrijke rol spelen, kunnen politiek leiderschap en inzet op hoog niveau aan beide kanten deze problemen overwinnen en ervoor zorgen dat de EU-VS-samenwerking een succes is en dat conflicten in een vroeg stadium worden aangepakt.

Hoe dan ook, de NTA moet een levende en geen statische agenda zijn. Er moet ontwikkeling zijn. Met de positieve veranderingen die nu binnen de EU plaatsvinden, de groeiende mogelijkheden van de EU als externe speler, en het aantreden van de nieuwe regering in de VS, is dit het beste moment om de transatlantische agenda te herzien.

IV. Het hart van de agenda: Nadruk op strategische thema's

29. Het belangrijkste resultaat van de NTA is de verbreding van de dialoog en de samenwerking. Nu moet de volgende stap het NTA-proces gerichter maken en duidelijkere prioriteiten geven. Ondanks de NTA-nadruk op actie-gerichte samenwerking, worden de formele structuren voor de EU-VS-dialoog voornamelijk gedomineerd door ad hoc uitwisseling van informatie en zijn er weinig resultaten geboekt in termen van concrete samenwerkingsactiviteiten.

30. Partners hebben de neiging om zich met korte-termijnprioriteiten bezig te houden, en de follow-up van eerdere initiatieven schiet er wel eens bij in. De agenda wordt dikwijls bepaald door de jongste crisis, een verandering in het EU-voorzitterschap, of nieuwe, onverhoeds opdoemende VS-kwesties. Veel initiatieven leiden dan ook een kwijnend bestaan zodra ze hun functie als agendapunt voor de topontmoeting hebben vervuld. Het grote aantal initiatieven en agendapunten ondermijnt elke poging om prioriteiten te definiëren en een resultaatgerichte agenda op te stellen.

31. Om te beginnen zouden beide zijden vier of vijf gemeenschappelijk uitdagingen kunnen selecteren (strategische thema's). Met deze selectie zouden de leiders van de topontmoetingen een politieke richting voor de lange termijn aangeven, waaruit de samenwerkingsprioriteiten kunnen worden afgeleid. Door het vaststellen van een reeks strategische thema's kan de EU beter haar eigen lange-termijnagenda voor de EU-VS-betrekkingen opstellen.

32. Naast de door de leiders op topontmoetingen besproken strategische thema's, die de algemene richting van de transatlantische betrekkingen aangeven, moeten de topagenda's flexibel genoeg zijn om de belangrijkste actuele kwesties te kunnen incorporeren. Door de concentratie op strategische thema's zal het opstellen van de de agenda gedisciplineerder verlopen. Hete hangijzers als de Westelijke Balkan of het Midden-Oosten zullen de leiders altijd van gespreksstof voorzien, maar er is geen reden om al te verstrikt te raken in kwesties die weinig uitzicht bieden op vooruitgang.

V. Het selecteren van de strategische thema's

33. Onderstaande lijst geeft een voorbeeld van strategische thema's, die natuurlijk met de VS moeten worden afgesproken. Deze thema's weerspiegelen de groeiende internationale rol van de EU, en definiëren de mondiale uitdagingen en de nieuwe vormen van internationale actie die het best met een gemeenschappelijke agenda kunnen worden aangepakt. Bovendien lopen zij parallel aan de interne prioriteiten van de Commissie voor de EU. Binnen elk strategisch thema zouden de leiders een of twee prioriteiten moeten aanwijzen voor follow-up op het niveau van ambtenaren (zie punt IV).

* Nieuwe uitdagingen op het gebied van veiligheid: Veiligheid speelt reeds een prominente rol in de betrekkingen tussen de EU en de VS, zoals blijkt uit recente topontmoetingen. Veiligheid, per definitie een strategisch thema, zal een integraal onderdeel van de transatlantische dialoog blijven. Kwesties als NAVO-EVDB-samenwerking en een voorgenomen raketschild in het kader van een algehele strategische herziening van het defensiebeleid zullen onvermijdelijk tot de kernpunten van het debat behoren, evenals conflictpreventie en -beheer in politiek instabiele ergio's, de proliferatie van massavernietigingswapens, en regionale crises met bredere veiligheidsimplicaties.

* Globalisering en het multilaterale handelsstelsel: Belangrijkste doelstelling op korte termijn is nog steeds een nieuwe WTO-Ronde. Zowel de EU als de VS streven ernaar de WTO te versterken als het fundament van het multilaterale handelssysteem en een te grote afhankelijkheid van bilaterale of regionale handelsovereenkomsten te voorkomen. Het gaat hier om de geloofwaardigheid van de WTO en het vermogen zich aan te passen aan de nieuwe uitdagingen van het multilaterale handelssysteem. Hoe spelen wij in op de behoeften van ontwikkelingslanden- Hoe gebruiken wij de handelspolitiek om armoede, honger en ziekte aan te pakken- Hoe reageren wij op de maatschappelijke bezorgdheid op sociaal- en milieugebied en wat betreft consumentenbescherming-

* Bestrijding van de misdaad en vooral van de georganiseerde misdaad: De misdaad wordt steeds internationaler en nieuwe informatie- en communicatietechnologieën stellen criminele groeperingen in staat gemakkelijker grensoverschrijdend te opereren. Deze ontwikkeling heeft bijgedragen aan de toename van witwaspraktijken, kinderporno op het internet en computercriminaliteit in het algemeen, terrorisme en de handel in wapens, drugs en mensen. Om deze situatie recht te trekken is een hechtere samenwerking op het gebied van de rechtshandhaving vereist. Dit zou kunnen betekenen dat met de Verenigde Staten wordt besproken hoe de politiesamenwerking via Europol kan worden verbeterd - met volledige eerbiediging van de fundamentele individuele rechten, met name het recht op privacy - (o.a. informatie-uitwisseling voor handhavingsdoeleinden), nauwere contacten tussen openbare aanklagers en magistraten in de EU en de VS, nauwere juridische en justitiële samenwerking op terreinen als uitlevering, wederzijdse bijstand en uitzettingsprocedures. De mensenhandel roept een aantal vragen op waarover de EU en de VS met profijt ervaringen zouden kunnen uitwisselen met name in het kader van de onlangs ondertekende VN-conventie over grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en de twee protocollen daarbij.

* Energie - voorbereiding op de toekomst: In het licht van de internationale ontwikkelingen op het energiefront zijn er mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van bepaalde energiekwesties. Wij hebben een gemeenschappelijk belang bij een grotere prijsstabiliteit op de wereldoliemarkt, onder andere via de dialoog tussen producenten en consumenten. Ook het respectieve beleid voor de continuïteit van de voorziening en de diversificatie van de bronnen en de huidige ontwikkelingen op het gebied van de gas- en elektriciteitsmarkten kunnen worden besproken. Diverse milieukwesties die verband houden met energie, zoals energie-efficiëntie, duurzame energie en de onderzoekssamenwerking zullen bovenaan de agenda prijken.

* Consumentenbescherming, in het bijzonder voedselveiligheid: Zowel de EU als de VS streven naar een hoog niveau van consumentenbescherming. Kwesties die verband houden met de kwaliteit van leven, waaronder de garantie van veilig voedsel van hoge kwaliteit, zijn van toenemend belang voor onze burgers. In een gemondialiseerd handelsstelsel is de internationale dimensie van consumentenbescherming van essentieel belang, vooral op het gebied van voedselveiligheid en e-commerce, waar we een hoog niveau van consumentenbescherming moeten garanderen, ongeacht de oorsprong van het product of de wijze van uitvoering van de transacties. Andere mogelijke prioritaire kwesties: verdere samenwerking in het kader van de veterinaire overeenkomst EU-VS, en op het gebied van biotechnologie, en een intensievere dialoog over een juist gebruik van het voorzorgsbeginsel en over etikettering.

* Macro-economische kwesties: Macro-economische kwesties vallen onder de Nieuwe Transatlantische Agenda. Reeds bij de start van de NTA was een gedachtewisseling over macro-economische kwesties gepland, maar deze is slechts langzaam op gang gekomen. Dit aspect moet opnieuw worden bezien in het licht van de ontwikkeling van de Economische en Monetaire Unie sinds 1995. Geschikte gesprekspunten voor een macro-economische dialoog tussen de EU en de VS moeten worden vastgesteld, rekening houdend met het G7/G8-proces en het overleg in andere internationale economische fora. De EU en de VS zouden de rol van de werkgelegenheid en sociaal beleid in het economisch proces verder kunnen onderzoeken, vooral in het licht van de Top van Lissabon in mei 2000.

* Armoedebestrijding in ontwikkelingslanden: De EU en de VS streven naar duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding in de ontwikkelingslanden, ook al zijn wij het niet altijd eens over de meest effectieve manier om dit te bereiken. Onze activiteiten voor het terugdringen van de verspreiding van overdraagbare ziekten in Afrika is een goed voorbeeld van een gezamenlijke aanpak van een mondiale bedreiging, die boven aan de agenda zal blijven staan, rekening houdend met de ontwikkelingstrategieën die in het kader van internationale organisaties worden nagestreefd. We moeten duurzame economische groei en handelsliberalisering voor de ontwikkelingslanden bevorderen, niet in het minst om een hulp-afhankelijke cultuur te vermijden. Andere gespreksonderwerpen zijn de gevolgen van globalisering voor ontwikkelingslanden en de wijze waarop deze landen bij de WTO-Ronde kunnen worden betrokken, de wijze waarop regionale economische partnerschappen kunnen worden gesteund door een stelsel van positieve prikkels en gecoördineerde inspanningen voor de schuldenverlichting in het kader van het HIPC-initiatief. Betere technische bijstand, waaronder de aanstelling van vrouwen bij microprojecten voor armoedebestrijding, en een nog betere coördinatie van de humanitaire hulp en hulp bij rampen zijn andere belangrijke onderwerpen.

* Digitale economie: In de jaren negentig maakte vooral de Amerikaanse economie een ongekende groei door, die is toegeschreven aan een aanzienlijke stijging van multi-factoriële productiviteit, waaronder een toegenomen gebruik van IT-gerelateerde producten en diensten. Het toegenomen gebruik van het internet door bedrijven en consumenten aan weerszijden van de Atlantische oceaan is het zichtbaarste resultaat van deze ontwikkeling. In Europa heeft een soortgelijke groei van de informatie-, communicatie- en computerindustrie sinds 1998 plaatsgevonden, toen de meeste EU-landen hun markten voor communicatiediensten volledig openstelden voor de concurrentie. Het veranderingsproces heeft verstrekkende economische en sociale gevolgen op zowel mondiaal als gezinsniveau, en heeft ook politieke gevolgen, zoals blijkt uit het e-Europa-initiatief. De transatlantische samenwerking zal zich richten op de internationalisering van het internet en het beheer ervan. Een gebrek aan vertrouwen van consumenten en bedrijfsleven kan een snelle start van e-commerce ondermijnen. We moeten de juiste omstandigheden scheppen, ook op het gebied van jurisdictie, on-line procedures voor geschillenbeslechting, en de bestrijding van computercriminaliteit. Een EU-VS-leiderschap kan helpen het vertrouwen in e-commerce te ontwikkelen, en kan een positief signaal geven aan de rest van de wereld. Raakpunten betreffende de herstructurering van de informatie- en communicatie-industrie, waaronder een herziening van het regelgevend kader, staan nog steeds hoog op de agenda voor de EU-VS-dialoog over de informatiemaaatschappij.

34. Het milieu is van groot belang en blijft een prioriteit in de EU-VS-samenwerking. Veel milieuvraagstukken staan echter niet op zichzelf en kunnen beter in het kader van andere strategische thema's worden aangepakt. Zo is het milieu relevant voor thema's als veiligheid (veiligheidsproblemen als gevolg van waterschaarste of klimaatverandering), internationale misdaad (handel in bedreigde soorten of gevaarlijke stoffen), duurzame ontwikkeling en consumentenbescherming. Dan zijn er nog enkele zeer belangrijke mondiale milieukwesties, die een uitdaging op zich vormen, zoals de opwarming van de aarde.

VI. het boeken van resultaten: Het vaststellen van de prioriteiten binnen de thema's

35. Nadat de strategische thema's die door de Top zijn vastgesteld, is het van essentieel belang voor een goed beheer van het proces dat binnen elk thema een of twee specifieke prioriteiten worden vastgesteld. De thema's en de aard van de prioritaire kwesties moeten op politieke niveau worden bepaald. Met het oog op continuïteit en zichtbare resultaten zou het NTA-proces zich tussen topontmoetingen vooral met dit beperkt aantal prioriteiten moeten bezighouden, mogelijk zelfs over een periode van meerdere jaren.

* Een doorlopend werkprogramma

36. Na de selectie van de prioriteiten in overleg met de VS zouden de leiders ambtenaren kunnen opdragen de dialoog te verdiepen en/of ideeën te ontwikkelen voor samenwerking binnen deze parameters, grotendeels op meerjarenbasis. Door het aantal "projecten" te beperken, moet het mogelijk zijn voorbereidingen te treffen voor resultaten en interessante discussies over enkele thema's op de topontmoeting, terwijl er meer tijd overblijft voor de follow-up van elk van de prioriteiten.

37. Wat het tijdschema betreft, zouden de leiders ambtenaren kunnen verzoeken op de volgende top of een latere top verslag uit te brengen, afhankelijk van het onderwerp. Het systeem van een doorlopend werkprogramma moet mogelijk worden gewijzigd als de frequentie van de topontmoetingen verandert. Zoals ook in bijlage II is opgenomen, kunnen de leiders op voorstel van de groep Hoge Ambtenaren de prioriteiten herzien, maar het totaal aantal prioriteiten mag daarbij niet toenemen. Nieuwe prioriteiten kunnen alleen worden opgenomen als de oude zijn verwezenlijkt of van de agenda zijn afgevoerd.

38. Dit doorlopende programma garandeert een resultaat-gerichte top-down-benadering. Zo zouden leiders ambtenaren kunnen opdragen oplossingen aan te dragen voor een probleem, samenwerkingsvoorstellen te doen of voorafgaand aan internationale onderhandelingen met een EU-VS-standpunt te komen, dit alles binnen een specifieke termijn.

VII. Effectieve topontmoetingen: Beperkte omvang

39. De huidige regeling is onpraktisch. Topontmoetingen zouden moeten worden bijgewoond door een beperkt aantal leiders, en eventueel gevolgd kunnen worden door een bredere vergadering met de ministers van Buitenlandse Zaken en van Handel. De drie afzonderlijke ministeriële vergaderingen voorafgaand aan de ontmoeting van de leiders zou echter moeten komen te vervallen (zie bijlage I voor details). Het zou ook nuttig zijn als de EU-zijde enkele basisregels voor deelname aan topontmoetingen overeenkwam.

De huidige frequentie van de topontmoetingen is wel bekritiseerd, waarbij wordt aangevoerd dat een interval van zes maanden te weinig tijd biedt voor efficiënte voorbereiding en follow-up. Op de ministeriële EU-VS-top van 6 maart 2001 werd van Amerikaanse zijde benadrukt dat de opzet en de frequentie van de transatlantische topontmoetingen en ministeriële bijeenkomsten opnieuw moet worden bezien. Een vermindering van het aantal EU-VS-tops zou repercussies kunnen hebben voor andere bijeenkomsten op hoog niveau met derde landen. Het aantal van dergelijke bijeenkomsten is de laatste jaren sterk gestegen. Minder frequente en beter voorbereide bijeenkomsten konden wel eens productiever zijn.

VIII. Het smeden van parlementaire banden

40. In een bespreking van transatlantische betrekkingen mag een verwijzing naar de parlementaire banden niet ontbreken. Er moet rekening worden gehouden met de rol van het Congres betreffende kwesties die van belang zijn voor de EU, op het gebied van buitenlands beleid, regelgeving en handel. Het Congres heeft dikwijls een eigen agenda, zoals blijkt uit unilaterale sancties voor doeleinden van buitenlands beleid of de financiering voor de Westelijke Balkan. Een versterking van de EU-VS-banden vereist een significante inspanning door de EU om zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden (waar kennis over EU-kwesties nog steeds beperkt is) erbij te betrekken.

41. Het Europees Parlement heeft banden met de Amerikaanse wetgever via de EP/VS Interparlementaire vergadering. Deze banden zijn onlangs versterkt door de instelling van een transatlantische dialoog voor wetgevers. Een verdieping van de contacten tussen het Europees Parlement en de beide Kamers van het Congres moet worden aangemoedigd om een bepaalde mate van overeenstemming te verkrijgen en de verschillen en misverstanden op het gebied van regelgeving te overwinnen die zo dikwijls de oorzaak zijn van bilaterale problemen.

42. De EU-lobby in Washington zou verbeterd moeten worden door middel van een gecoördineerde aanpak, waarbij zowel de lidstaten als de Commissie worden betrokken. Beide kunnen een belangrijke rol spelen bij het smeden van banden met het Congres ter bevordering van de Europese Agenda. Deze aanpak is vooral van belang voor ons optreden ten aanzien van de nieuwe regering en het Congres, en zou er niet in het minst voor moeten zorgen dat waar mogelijk de lidstaten en de Commissie in Washington gezamenlijk handelen en met één stem spreken.

IX. De Betrokkenheid van de civiele maatschappij

43. Naast diplomatie is er ook behoefte aan bevordering van transatlantische dialogen tussen belanghebbenden, teneinde een bredere erkenning van de Europese standpunten te verkrijgen. De vele contacten tussen gevestigde lobby's en belangengroepen zijn bijzonder nuttig gebleken wanneer EU-standpunten significant verschilden van die van de Verenigde Staten. Gelet op hun bijdrage aan het politieke proces kunnen de bestaande mens-tot-mens-dialogen in het kader van de NTA (zakenleven, milieu, consumenten, werknemers) verder worden versterkt, afhankelijk van de beoordeling van hun functioneren - met als doel aan weerszijden van de Atlantische Oceaan het bewustzijn van de diepgewortelde verschillen in regelgeving en "cultuur" te vergroten. Het leggen en uitbreiden van persoonlijke contacten, zoals bijvoorbeeld via samenwerking in het onderwijs, brengt de transatlantische betrekkingen dichterbij de burger.

BIJLAGE I

Regie van de top

EU-VS-topontmoetingen: het creëren van een strategisch proces

* In de eerste jaren van de NTA waren topontmoetingen relatief eenvoudige ontmoetingen van een beperkt aantal leiders, gevolgd door een plenaire top, die werd bijgewoond door ministers van handel en van buitenlandse zaken. De uitbreiding met een hele reeks voorbereidende bijeenkomsten op ministerieel niveau (afzonderlijke vergaderingen van de handelsministers en de ministers van buitenlandse zaken, een gemeenschappelijke vergadering van ministers) is een recent fenomeen, dat dateert van de top van mei 1998 in Londen.

* Afgaande op de recente ervaringen zouden we terug moeten keren naar de oorspronkelijke opzet, met of zonder de deelname van de ministers van handel en van buitenlandse zaken, deels om de top te kunnen concentreren op de strategische thema's zonder al te veel afleidingen, en deels om te snijden in wat inmiddels een omvangrijk bureaucratisch gebeuren zonder veel meerwaarde is geworden. Topontmoetingen moeten op zich zelf staan. In de vergaderingen van ministers gebeurt weinig dat niet via andere ministeriële contacten of door de groep hogere ambtenaren zou kunnen worden behandeld.

Politieke betrekkingen

* Bijeenkomsten in het kader van de NTA (topontmoetingen/vergaderingen van ministers, groep hoge ambtenaren, task force) hebben betrekking op de drie pilaren en dus ook op buitenlands beleid. Dit leidt frequent tot een zekere duplicatie op het gebied van buitenlands beleid met de trojka van de politieke directeuren EU-VS en de trojka van de EU-VS ministers van buitenlandse zaken, die elke zes maanden plaatsvinden. Dit afzonderlijke GBVB-aspect dat parallel aan het NTA-proces bestaat, is een overblijfsel van de transatlantische verklaring van 1990.

* Aangezien de task force en de groep hogere ambtenaren zich zou moeten richten op het beheren van de strategische thema's/prioritaire kwesties, kunnen de GBVB-bijeenkomsten aangewend worden voor diepgaande discussies over actuele kwesties op het gebied van buitenlands beleid. Deze benadering zou de afzonderlijke waarde van het GBVB-aspect herstellen, vooral als de vergadering van ministers van Buitenlandse Zaken, die direct voor de top wordt gehouden, wordt afgeschaft.

* Parallel daaraan moeten de werkgroepen van de EU-VS-Trojka operationeler worden. Enerzijds kunnen zij een bijdrage leveren aan de bijeenkomsten van de politieke directeuren en de ministers, terwijl zij zich anderzijds zouden moeten bezighouden met de prioritaire kwesties van de strategische thema's.

Handelsbetrekkingen

* Wat de handel betreft, lenen de betrekkingen zich minder eenvoudig voor ontmoetingen op vaste tijdstippen. De regelmatige en ad hoc contacten tussen de EU-commissaris voor de handel en de VS-handelsgezant en/of hun respectieve ambtenaren, moeten worden voortgezet.

* Daarnaast zouden de ministers van buitenlandse zaken en van handel af en toe videoconferenties moeten beleggen om de vooruitgang op het gebied van de prioritaire kwesties te evalueren en in het algemeen toezicht uit te oefenen op het opstellen van de agenda voorafgaand aan de topontmoetingen.

BIJLAGE II

Het verbeteren van de structuren van het NTA-proces

De vaststelling van de strategische thema's en de daarbij behorende prioritaire kwesties op het niveau van de topontmoetingen zou directe gevolgen hebben voor de gehele organisatie van de EU-VS-groep van hoge ambtenaren en de task force. De modernisering van de topontmoetingen zou gepaard moeten gaan met een herziening van hun werkmethoden. Hieronder volgen elke ideeën voor een mogelijke verwezenlijking hiervan.

Zonder in details te treden kan gesteld worden dat de groep hoge ambtenaren (niveau directeur-generaal/politiek directeur) en de task force (niveau directeur) nuttige bewakers zijn geweest van het NTA-proces, maar dat slechts zelden de doelstelling van het bijdragen aan een meer op actie en resultaat georiënteerde samenwerking is verwezenlijkt. Een van de belangrijkste punten van kritiek op de twee organen is de onduidelijke werkverdeling, die tot aanzienlijke overlapping en soms tot repetitieve vergaderingen heeft geleid.

Hoe kunnen de NTA-structuren beter functioneren-

Het uitgangspunt is de noodzaak zowel de groep hoge ambtenaren en de task force als de TEP-structuur te handhaven. Niet alleen zijn de EU-VS-betrekkingen complex, het beheer en de tenuitvoerlegging van de bij de strategische thema's horende prioritaire kwesties zal nauw toezicht van ambtenaren vereisen. De groep hoge ambtenaren en de task force moeten meer verantwoordelijkheid op zich nemen bij het beheren van de vooruitgang van de EU-VS-samenwerking.

Groep hoge ambtenaren (algemeen beheer)

Volgens de nieuwe transatlantische agenda is het mandaat van de groep hoge ambtenaren "toezicht te houden op deze agenda en in het bijzonder op de door ons vastgestelde prioritaire maatregelen." Met betrekking tot de prioritaire kwesties zou de groep hoge ambtenaren moeten zorgen voor overzicht en elan, terwijl de task force verantwoordelijk is voor het toezicht en de operationele follow-up.

Om een effectieve begeleiding te kunnen bieden dient de groep hoge ambtenaren:

* de leiders bij te staan bij de voorbereiding van de selectie van de prioritaire kwesties die zullen worden besproken op de top, en de vooruitgang te evalueren.

* een aantal weken voor de top bijeen te komen om de vooruitgang te evalueren, er voor te zorgen dat de doelstellingen worden gehaald en dat de leiders over voldoende elementen beschikken om de geselecteerde onderwerpen met de nodige diepgang te bespreken.

* in het licht van de resultaten, korte tijd na de top bijeenkomen om de gevolgen voor verdere werkzaamheden te evalueren en de instructies aan de task force en de TEP-stuurgroep bij te stellen.

Daarnaast zouden ambtenaren van de groep hoge ambtenaren kunnen overwegen losstaande vergaderingen te beleggen over een thematisch onderwerp waarover diepgaand gediscussieerd kan worden. Ook andere ideeën zijn naar voren gebracht, zoals opheffing van de groep of vervanging ervan door een sherpa-model. In beide gevallen zou dit echter een politiek gat in het netwerk van contacten opleveren en zorgen voor een moeizaam beheer, zowel institutioneel als praktisch aan de EU-zijde.

Task force (operationele verantwoordelijkheid)

De task force moet de operationele motor zijn van het NTA-proces, door te zorgen voor het dagelijks beheer, zowel wat betreft organisatie als inhoud.

* De task force zou toezicht moeten houden op de implementatie van de prioritaire kwesties, in het licht van de oriëntaties die de leiders en de groep hoge ambtenaren vaststellen; de task force zou verantwoordelijk zijn voor het boeken van resultaten in verband met de diverse prioriteiten, volgens het tijdschema dat door de leiders is opgesteld. Aangezien de task force het werk organiseert, zou de task force deskundigen van beide kanten kunnen vragen vooruitgang te boeken met betrekking tot een bepaalde kwestie (deze methode heeft goede resultaten opgeleverd bij overdraagbare ziekten en de nieuwe economie) om vervolgens regelmatig de vooruitgang te toetsen.

* Tegelijkertijd zou de task force de rol als centraal informatiepunt voor alle NTA-kwesties kunnen behouden door te zorgen voor een algemene coördinatie. Aangezien de NTA een veel breder terrein bestrijkt dan de strategische thema's moet het toezicht ook dit bredere terrein blijven bestrijken (met inbegrip van de andere sectoren die onder het mandaat van de task force vallen). Om overbelasting te voorkomen kan dit geschieden op roterende basis van rotatie van behandelde onderwerpen, of door schriftelijke antwoorden mogelijk te maken. Op vele terreinen werken de diensten van de Commissie via hun eigen kanalen efficiënt samen met de Amerikaanse overheid, en de bedoeling is niet dit proces te dupliceren, maar juist de samenhang te bewaren.

TEP-stuurgroep

De TEP-stuurgroep en daaraan gerelateerde werkgroepen dienen volgens hun bestaande taakomschrijving, zoals opgenomen in het TEP-actieplan, te blijven werken. Hiertoe behoort ook het toezicht op de implementatie van het TEP-actieplan, en het bieden van een horizontaal forum voor bilateraal overleg, vroegtijdige waarschuwing, en andere zaken. De TEP-stuurgroep brengt verslag uit aan de groep hoge ambtenaren.

Herstructurering

Tenslotte moet vermeld worden dat in het laatste jaar op het niveau van ambtenaren reeds een aantal aanpassingen is gedaan, met als doel het NTA-proces te stroomlijnen door de procedures te vereenvoudigen en het geheel minder bureaucratisch te maken. Hiertoe behoren:

- minder vergaderingen van de task force en de groep hoge ambtenaren (kwaliteit in plaats van kwantiteit);

- kortere en gerichtere agenda's voor deze vergaderingen;

- meer videoconferenties;

- het rapport van de groep hoge ambtenaren aan de top moet worden ingekort en een andere opzet krijgen;

- het aantal verklaringen van de top en het aantal na te streven doelen moeten worden verminderd, zodat de potentiële resultaten van de top niet worden overschat.

Top