Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0753

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende statistische enquêtes voor de vaststelling van het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen

/* COM/2000/0753 def. - COD 2000/0291 */

PB C 96E van 27.3.2001, pp. 212–214 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52000PC0753

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende statistische enquêtes voor de vaststelling van het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen /* COM/2000/0753 def. - COD 2000/0291 */

Publicatieblad Nr. 096 E van 27/03/2001 blz. 0212 - 0214


Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende statistische enquêtes voor de vaststelling van het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De in 1976 goedgekeurde Richtlijn 76/625/EEG van de Raad betreffende statistische enquêtes voor de vaststelling van het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen [1], heeft de lidstaten de mogelijkheid geboden om op dit gebied vijf vijfjaarlijkse enquêtes uit te voeren.

[1] PB L 218 van 11.8.1976, blz. 10.

Deze richtlijn werd een tiental keer gewijzigd om rekening te houden met de diverse gebeurtenissen die zich gedurende de twintig jaar dat de richtlijn werd toegepast hebben voorgedaan (met name de achtereenvolgende uitbreidingen van de Europese Unie).

De met de toepassing van de richtlijn opgedane ervaring heeft uitgewezen dat de praktische aspecten van de uitvoering van de enquête dringend moesten worden versoepeld.

Gezien deze noodzaak zijn de diensten van de Commissie tot de conclusie gekomen dat het raadzaam was een nieuwe richtlijn op te stellen die qua tekst en toepassing veel eenvoudiger en duidelijker is dan de oude herhaaldelijk gewijzigde tekst.

De elementen die in de voorgestelde tekst zijn opgenomen met het oog op een grotere flexibiliteit hebben vooral betrekking op de volgende punten:

a) enquêtemethoden: vervanging van de precieze drempel door een doelstelling die is bepaald uit het oogpunt van representativiteit van de steekproef (artikel 3 van de voorgestelde tekst);

b) uitvoeringsperiode van de enquête: de vroegere strikte periode (voorjaar) is geschrapt. De enige beperking is de termijn voor indiening van de resultaten bij de Commissie (artikel 4 van de voorgestelde tekst). Dankzij deze flexibiliteit kunnen de lidstaten bij de uitvoering van de enquête de geschiktste datum kiezen.

2000/0291 (COD)

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende statistische enquêtes voor de vaststelling van het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285,

Gezien het voorstel van de Commissie [2],

[2] PB C van , blz. .

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [3],

[3] PB C van , blz. .

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Commissie moet voor het vervullen van de taken, haar opgedragen bij het Verdrag, alsmede bij de communautaire voorschriften betreffende de gemeenschappelijke ordening van de markten in de sector groenten en fruit, kunnen beschikken over nauwkeurige informatie over het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen in de Gemeenschap, alsmede over prognoses op middellange termijn van de productie en van het marktaanbod. Deze taken worden momenteel vervuld krachtens Richtlijn 76/625/EEG van de Raad [4] betreffende de door de lidstaten te houden statistische enquêtes, teneinde het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen vast te stellen, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/87/EG van het Europees Parlement en de Raad [5]. Daar de eerstgenoemde richtlijn herhaaldelijk is gewijzigd, is het raadzaam deze in te trekken en ter gelegenheid van de huidige wijzigingen door de onderhavige richtlijn te vervangen.

[4] PB L 218 van 11.8.1976, blz. 10.

[5] PB L 16 van 21.1.2000, blz. 72.

(2) In alle lidstaten moeten tegelijkertijd, volgens dezelfde criteria en met een vergelijkbare nauwkeurigheid, enquêtes naar het met fruitbomen van dezelfde soort beplante areaal worden gehouden. Nieuwe aanplantingen zijn pas na enkele jaren volledig productief. Deze enquêtes moeten derhalve om de vijf jaar worden gehouden zodat betrouwbare gegevens worden verkregen over het productiepotentieel met inachtneming van de fruitbomen die nog niet productief zijn.

(3) In iedere lidstaat moeten voor elke fruitsoort op uniforme wijze gegevens worden verzameld over de belangrijkste variëteiten, waarbij gestreefd moet worden naar een zo volledige onderverdeling naar variëteiten als noodzakelijk is.

(4) Gezien de opgedane ervaring met de voorgaande enquêtes naar het fruitbomenareaal, moet een zekere soepelheid worden betracht wat de door de lidstaten gebruikte enquêtemethoden betreft, waarbij de vergelijkbaarheid van de gegevens tussen de lidstaten evenwel gewaarborgd moet blijven.

(5) Overeenkomstig het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel zoals bepaald in artikel 5 van het Verdrag kunnen de doelstellingen om over betrouwbare en volledige statistieken over het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen in de Gemeenschap en over en over prognoses op middellange termijn van de productie en van het marktaanbod in de Gemeenschap te beschikken, om voor de hand liggende redenen door de lidstaten afzonderlijk niet voldoende worden verwezenlijkt en kunnen zij bijgevolg beter op communautair niveau worden verwezenlijkt, waarbij deze richtlijn beperkt is tot het vereiste minimum om deze doelstellingen te bereiken en niet verder gaat dan daartoe noodzakelijk is.

(6) Bijgevolg dient Richtlijn 76/625/EEG te worden ingetrokken.

(7) Daar de nodige maatregelen voor de uitvoering van deze richtlijn beheersmaatregelen zijn overeenkomstig artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [6], moeten deze maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 4 van het genoemde besluit omschreven beheersprocedure,

[6] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De lidstaten houden vanaf 1 januari 2002 en vervolgens om de vijf jaar enquêtes naar het met bepaalde soorten fruitbomen beplante areaal op hun grondgebied.

2. De enquête heeft betrekking op de volgende soorten:

a) tafelappelen;

b) tafelperen;

c) perziken;

d) abrikozen;

e) sinaasappelen;

f) citroenen;

g) kleine citrusvruchten (mandarijnen, met inbegrip van tangerines en satsuma's; clementines, wilkings en andere soortgelijke kruisingen van citrusvruchten).

De soorten waarnaar de enquête in de diverse lidstaten moet worden gehouden, zijn opgenomen in de tabel die als bijlage is bijgevoegd.

De vaststelling van het areaal fruitbomen met uitsluitend andere variëteiten appelen en peren dan tafelappelen en tafelperen, is facultatief.

3. De enquête heeft betrekking op alle bedrijven met een fruitbomenareaal, voorzover de productie daarvan volledig of in hoofdzaak voor de verkoop bestemd is.

De enquête heeft betrekking op zuivere teelten en gemengde teelten, dat wil zeggen teelten van fruitbomen van meerdere van de in lid 2 bedoelde soorten of van een of meer van deze soorten gemengd met andere soorten.

4. De enquête kan worden gehouden in de vorm van een volledige telling dan wel als aselecte steekproef, afhankelijk van de in artikel 3 genoemde criteria.

Artikel 2

1. De in artikel 1 bedoelde enquêtes worden zo opgezet dat de resultaten volgens verschillende combinaties van de volgende kenmerken kunnen worden weergegeven:

A. Fruitvariëteiten:

Per fruitsoort worden, in volgorde van belangrijkheid, zoveel variëteiten vermeld, dat per lidstaat ten minste 80% van het gehele met de desbetreffende soort beplante areaal, onderverdeeld naar variëteiten, wordt vastgesteld en worden in elk geval alle variëteiten vermeld die ten minste 3% van het gehele met de desbetreffende fruitbomen beplante areaal beslaan.

B. Leeftijd van de bomen:

De leeftijd van de bomen moet worden vastgesteld op grond van de periode van aanplanting op het terrein. Het plantseizoen van het najaar tot het voorjaar geldt als één periode. In geval van omenting is het tijdstip waarop deze werd verricht bepalend.

C. Netto beplant areaal, aantal bomen en plantdichtheid:

De plantdichtheid kan rechtstreeks worden vastgesteld dan wel aan de hand van een berekening op grond van het netto beplante areaal.

2. De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld volgens in artikel 8 bedoelde procedure.

Artikel 3

1. In geval van een steekproefenquête bestrijkt de steekproef ten minste 95% van het fruitbomenareaal. Voor de niet door de steekproeven bestreken arealen kan een schatting gemaakt worden.

2. Ten aanzien van de resultaten van steekproefenquêtes nemen de lidstaten alle maatregelen om te bewerkstelligen dat de steekproeffout voor het gehele nationale areaal fruitbomen van elke soort bij een betrouwbaarheidsgraad van 68% maximaal 3% bedraagt.

3. De lidstaten nemen passende maatregelen om de waarnemingsfouten voor het gehele met fruitbomen beplante areaal van elke soort te beperken en zo nodig te schatten.

Artikel 4

1. De lidstaten dienen de enquêteresultaten zo spoedig mogelijk bij de Commissie in en in ieder geval uiterlijk op 1 oktober van het volgende jaar.

2. De in lid 1 bedoelde resultaten worden voor ieder productiegebied afzonderlijk verstrekt. De grenzen van de voor de lidstaten op te nemen productiegebieden worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 8.

3. De geconstateerde waarnemingsfouten en de steekproeffouten, als bedoeld in artikel 3, moeten vóór 1 oktober van het jaar volgende op het jaar waarin de enquête werd gehouden, worden gemeld.

4. De lidstaten dienen bij de Commissie uiterlijk op 1 oktober van het volgende jaar een methodologisch verslag in over de uitvoering van de enquête.

Artikel 5

De lidstaten die beschikken over jaarlijkse gegevens:

a) over het areaal van op hun grondgebied gerooide fruitbomen;

b) over de nieuwe aanplantingen van fruitbomen op hun grondgebied;

dienen deze gegevens uiterlijk op 31 oktober van het volgende jaar in bij de Commissie.

Artikel 6

De Commissie bestudeert, in overleg en in voortdurende samenwerking met de lidstaten:

a) de ingediende resultaten,

b) de technische problemen die zich hebben voorgedaan, met name bij de voorbereiding en de uitvoering van de enquêtes en van de mededelingen,

c) de betekenis van de enquêteresultaten en van de mededelingen.

Artikel 7

De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad binnen één jaar na mededeling van de resultaten door de lidstaten een verslag in over de met de enquête opgedane ervaring.

Artikel 8

1. De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek, ingesteld bij Besluit 72/279/EEG [7] van de Raad.

[7] PB L 179 van 7.8.1972, blz.1.

2. Indien naar dit lid wordt verwezen, is de in artikel 4 van Besluit 1999/468/EG genoemde beheersprocedure van toepassing, onder naleving van de bepalingen van artikel 8 van het genoemde besluit.

3. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn, is vastgesteld op drie maanden.

Artikel 9

Richtlijn 76/625/EEG wordt ingetrokken.

Artikel 10

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op aan deze richtlijn te voldoen op zijn laatste [...]. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Artikel 11

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 12

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, op [...]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitster De Voorzitter

[...] [...]

BIJLAGE

SOORTEN WAARNAAR IN DE DIVERSE LIDSTATEN EEN ENQUÊTE MOET WORDEN GEHOUDEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top