Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0523

Gewijzigd voorstel voor een aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese samenwerking inzake kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag ingediend)

/* COM/2000/0523 def. - COD 2000/0022 */

52000PC0523

Gewijzigd voorstel voor een aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese samenwerking inzake kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag ingediend) /* COM/2000/0523 def. - COD 2000/0022 */


Gewijzigd voorstel voor een AANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende Europese samenwerking inzake kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

TOELICHTING

Op 24 januari 2000 heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese samenwerking inzake kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs [COM(1999) 709 definitief van 24 januari 2000].

Hierin wordt de lidstaten verzocht doorzichtige kwaliteitssystemen in te voeren en de zelfevaluatie en externe evaluatie van scholen te stimuleren. De Commissie wordt verzocht samenwerking tussen de scholen en de nationale instanties die betrokken zijn bij de evaluatie van het onderwijs aan te moedigen en de vorming van een netwerk op Europees niveau tussen hen te bevorderen.

Naar aanleiding van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing van 6 juli 2000 dient de Commissie krachtens artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag een gewijzigd voorstel voor een aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad in, waarin de 42 ingediende amendementen geheel, grotendeels of gedeeltelijk zijn overgenomen.

De amendementen van het Parlement beogen met name:

- de door de Commissie voorgestelde follow-up-maatregelen te versterken;

- uitdrukkelijk te wijzen op de essentiële rol van prestatie-indicatoren en benchmarks;

- de politieke draagwijdte van de aanbeveling te verruimen en te verduidelijken;

- nieuwe overwegingen toe te voegen die het voorstel duidelijker maken en de nadruk leggen op de verschillende doelstellingen die met kwaliteitsevaluatie van het schoolonderwijs worden nagestreefd.

De wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie zijn in de tekst als volgt aangegeven: wat vervalt is doorgestreept en de nieuwe of gewijzigde tekstgedeelten zijn vetgedrukt en onderstreept.

2000/0022 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een

AANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende Europese samenwerking inzake kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 149, lid 4, en artikel 150, lid 4,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] COM(1999) 709 definitief van 24 januari 2000.

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [2],

[2] CES 476/2000.

Gezien het advies van het Comité van de Regio's [3],

[3] CdR 21/2000.

Overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europese dimensie van het onderwijs moet worden bevorderd, aangezien dit een essentiële doelstelling is bij de opbouw van een Europa van de burgers.

(2) Kwalitatief hoogwaardig onderwijs is een van de voornaamste doelstellingen van het lager en middelbaar onderwijs, alsook van de beroepsopleiding in alle lidstaten in het kader van de cognitieve samenleving.

(3) De kwaliteit van het schoolonderwijs moet worden gegarandeerd op alle niveaus en in alle sectoren van het onderwijs, ongeacht de verschillen op het gebied van doelstellingen, methoden en onderwijsbehoeften, waarbij voorkomen moet worden dat er een classificatie van onderwijsinstellingen ontstaat.

(4) De afgelopen decennia zijn in alle geïndustrialiseerde landen de aan onderwijs bestede middelen toegenomen; onderwijs wordt niet alleen gezien als een persoonlijke verrijking maar ook als een element dat bijdraagt tot sociale samenhang, maatschappelijke integratie en de oplossing voor vraagstukken op het gebied van de werkgelegenheid; onderwijs en scholing gedurende het gehele leven is een belangrijk instrument om iemand invloed op zijn of haar eigen toekomst te geven, zowel op beroeps- als op persoonlijk gebied; kwaliteitsonderwijs is van fundamenteel belang voor het arbeidsmarktbeleid, het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Unie en de erkenning van diploma's en kwalificaties voor leerkrachten.

(5) De lidstaten dienen ernaar te streven dat de handboeken van de scholen afgestemd zijn op de ontwikkeling van de samenleving.

(6) De lidstaten dienen te trachten de onderwijsinstellingen te helpen om te beantwoorden aan de onderwijs- en sociale behoeften van het nieuwe millennium en aan de ontwikkelingen die daaruit voortvloeien. Daarom dienen de lidstaten de onderwijsinstellingen te steunen bij de verbetering van de kwaliteit van de door hen geleverde diensten door hen te helpen nieuwe initiatieven te ontwikkelen die erop gericht zijn de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen en hen te helpen de mobiliteit van personen van een land naar een ander alsook de overdracht van kennis te stimuleren.

(7) In het kader van het arbeidsmarktbeleid neemt de Raad elk jaar een aantal werkgelegenheidsrichtsnoeren aan, die gebaseerd zijn op kwantitatieve doelstellingen en indicatoren. Volgens richtsnoer 7 van de werkgelegenheidsrichtsnoeren voor 1999 [4] zullen de lidstaten "de kwaliteit van hun schoolsysteem verbeteren, zodat het aantal jongeren dat het onderwijssysteem voortijdig verlaat, aanzienlijk wordt verminderd. Er dient bijzondere aandacht te worden besteed aan jongeren met leermoeilijkheden". In richtsnoer 8 van de voorgestelde werkgelegenheidsrichtsnoeren voor 2000 [5] stelt de Commissie voor, specifiek te verwijzen naar de ontwikkeling van computervaardigheden, de uitrusting van scholen met computerapparatuur en de vergemakkelijking van de toegang van scholieren tot internet vóór het einde van 2002, hetgeen een gunstige invloed moet hebben op de kwaliteit van het onderwijs en jongeren op het digitale tijdperk moet voorbereiden.

[4] Resolutie van de Raad van 22 februari 1999 betreffende de werkgelegenheidsrichtsnoeren voor 1999, PB C 69 van 12.3.1999, blz. 2.

[5] COM(1999) 441 def.

(8) Kwalitatief hoogwaardig onderwijs zal de mobiliteit die in de artikelen 149 en 150 van het Verdrag als een doelstelling van de Gemeenschap wordt genoemd, stimuleren.

(9) Europese samenwerking en grensoverschrijdende uitwisseling van ervaringen zullen bijdragen tot het vinden en verspreiden van doeltreffende en aanvaardbare methoden voor kwaliteitsevaluatie.

(10) De systemen voor kwaliteitswaarborging dienen soepel te blijven en te kunnen worden aangepast aan de nieuwe situatie die is ontstaan door de veranderingen in de structuur en de doelstellingen van de onderwijsinstellingen, met inachtneming van de culturele dimensie van het onderwijs.

(11) De systemen voor kwaliteitswaarborging verschillen naar gelang van de lidstaten en de onderwijsinstellingen, gezien de diversiteit van de omvang, de structuren, de financiële situatie, de institutionele kenmerken en de pedagogische aanpak van de instellingen.

(12) Kwaliteitsevaluatie en zelfevaluatie van scholen in het bijzonder zijn uiterst geschikte instrumenten om het voortijdig verlaten van scholen door jongeren en sociale uitsluiting in het algemeen terug te dringen.

(13) Om de doelstellingen van een kwalitatief hoogwaardig onderwijs te bereiken, is een hele reeks middelen beschikbaar. Kwaliteitsevaluatie is één ervan en vormt een waardevolle bijdrage tot het garanderen en ontwikkelen van de kwaliteit van het onderwijs op de scholen, en in voorkomend geval ook in de beroepsopleiding. De evaluatie van de kwaliteit van het onderwijs moet uitgaan van het vermogen van de onderwijsinstellingen om rekening te houden met het steeds algemenere gebruik van nieuwe informatietechnologieën. (14) Netwerken op Europees niveau van organen die betrokken zijn bij de kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs zijn van fundamenteel belang. Bestaande netwerken, zoals het Europese netwerk van beleidsvormers voor de evaluatie van onderwijssystemen, dat in 1995 door de lidstaten is opgezet, kunnen een waardevolle bijdrage aan de uitvoering van deze aanbeveling leveren.

(15) De Commissie heeft in 1994 en 1995 een proefproject voor kwaliteitsevaluatie in het hoger onderwijs uitgevoerd. Aanbeveling 98/561/EG van de Raad van 24 september 1998 betreffende Europese samenwerking ter waarborging van de kwaliteit in het hoger onderwijs [6] beklemtoont het belang van uitwisseling van informatie en ervaringen en samenwerking met andere lidstaten op het gebied van kwaliteitswaarborging.

[6] PB L 270 van 7.10.1998, blz. 56.

(16) In het Socrates-programma, in het bijzonder in actie III.3.1, wordt de Commissie verzocht de uitwisseling van informatie en ervaringen met betrekking tot vraagstukken van gemeenschappelijk belang te stimuleren. De kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs is een van de prioritaire thema's van deze actie.

(17) De Commissie heeft sinds maart 1996 de aanzet gegeven tot diverse studies en operationele activiteiten om het thema evaluatie van het onderwijs vanuit verschillende invalshoeken te onderzoeken teneinde de grote verscheidenheid en veelvuldigheid aan benaderingen en beoordelingsmethoden te beschrijven die op verschillende niveaus kunnen worden toegepast.

(18) De Commissie heeft in het academische jaar 1997/1998 een proefproject uitgevoerd in 101 hogere en lagere middelbare scholen in de landen die aan het Socrates-programma deelnemen; dit project heeft het belang van kwaliteitskwesties onder de aandacht gebracht en heeft bijgedragen tot een betere kwaliteit van het onderwijs op deze scholen [7].

[7] Op de slotconferentie van het proefproject in Wenen op 20 en 21 november 1998 hebben de deelnemers een verklaring aangenomen over de resultaten van het proefproject.

(19) In het Europese eindverslag [8] ligt de klemtoon op een aantal methodologische elementen die van belang zijn voor een geslaagde zelfevaluatie, waaronder de oprichting van nationale en internationale netwerken en steun en aanmoediging op nationaal vlak.

[8] Kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs: Een Europees proefproject, Eindverslag juni 1999.

(20) In zijn conclusies van 16 december 1997 [9] heeft de Raad verklaard dat evaluatie ook een belangrijk element is om de kwaliteit te waarborgen en zo nodig te verbeteren.

[9] PB C 1 van 3.1.1998, blz. 4.

(21) Het voorzitterschap van de Raad heeft op de buitengewone Europese Top van Lissabon op 23 en 24 maart in zijn conclusies verklaard dat de Europese onderwijs- en opleidingsstelsels moeten worden aangepast aan de behoeften van de informatiemaatschappij en de noodzaak van meer en betere werkgelegenheid.

(22) Tegen de achtergrond van de uitbreiding van de Europese Unie moeten de kandidaat-landen bij de Europese samenwerking op het gebied van kwaliteitsevaluatie worden betrokken.

(23) Rekening dient te worden gehouden met het subsidiariteitsbeginsel en met het feit dat de lidstaten zelf voor de opzet en structuur van hun onderwijsstelsel verantwoordelijk zijn , en wel zodanig dat de bijzondere culturele kenmerken en de onderwijstradities van elk land tot ontplooiing kunnen komen,

I. BEVELEN DE LIDSTATEN AAN OM BINNEN HUN SPECIFIEKE ECONOMISCHE, SOCIALE EN CULTURELE CONTEXT EN VOLDOENDE REKENING HOUDEND MET HET EUROPESE ASPECT DE KWALITEITSEVALUATIE VAN HET SCHOOLONDERWIJS TE ONDERSTEUNEN DOOR:

1. De ondersteuning en zo nodig de ontwikkeling van doorzichtige kwaliteitsevaluatie met de volgende doelstellingen:

a) Het bereiken van onderwijs van hoge kwaliteit en de verbetering ervan, onder gelijktijdige bevordering van de maatschappelijke integratie.

b) Waarborging van de kwaliteit van het schoolonderwijs als basis voor onderwijs en scholing tijdens het gehele leven.c) Stimulering van zelfevaluatie door scholen als methode om het onderwijs te bevorderen en scholen te verbeteren, waarbij moet worden gestreefd naar evenwicht tussen de zelfevaluatie van scholen en eventuele externe evaluaties.

d) Het gebruik van kwaliteitsverbeteringstechnieken als middel voor een betere aanpassing aan de eisen van een wereld die snel en voortdurend verandert.

e) Verduidelijking van het doel en de voorwaarden van de evaluatie en het verzekeren dat de benadering van zelfevaluatie met andere vormen van regulering in overeenstemming is.

f) Het ontwikkelen van externe evaluatie voor het geven van methodologische steun voor de zelfevaluatie van scholen en het geven van een objectieve blik op de school, ervoor wakend dat dit niet beperkt blijft tot administratief toezicht alleen, om tot een proces van voortdurende verbetering te komen.

2. De aanmoediging en zo nodig de ondersteuning van de betrokkenheid van belanghebbenden van de school (namelijk de docenten, leerlingen, directie, ouders en deskundigen) bij het proces van externe evaluatie en zelfevaluatie op scholen ter bevordering van de deling van verantwoordelijkheid voor de schoolverbetering.

3. De ondersteuning van opleidingen voor het aansturen en toepassen van zelfevaluatie-instrumenten, met de volgende doelstellingen:

a) De doelmatige functionering van de zelfevaluatie van scholen als een middel om scholen beter in staat te stellen zelf veranderingen door te voeren.

b) Het verzekeren dat er op doeltreffende wijze bekendheid wordt gegeven aan voorbeelden van goede procedures en nieuwe middelen voor zelfevaluatie.

. Het stimuleren van scholen om in nationaal en Europees verband van elkaar te leren, met de volgende doelstellingen:

a) Vaststelling en verspreiding van goede procedures en efficiënte hulpmiddelen zoals indicatoren en benchmarks op het terrein van kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs.

b) Vorming van netwerken tussen scholen, ook op lokaal en regionaal niveau, om elkaar te steunen en het evaluatieproces een prikkel van buitenaf te geven.

5. De stimulering van samenwerking tussen alle instanties die betrokken zijn bij de evaluatie van de kwaliteit in het schoolonderwijs en de bevordering van de vorming van netwerken op Europees niveau tussen deze instanties.

Een dergelijke samenwerking kan de volgende terreinen bestrijken:

a) De uitwisseling van informatie en ervaringen, met name met betrekking tot methodologische ontwikkelingen en voorbeelden van goede procedures, vooral door toepassing van moderne informatie- en communicatietechnologie en zo nodig door het organiseren van Europese conferenties, seminars en werkgroepen.

b) Het verzamelen van gegevens en het ontwikkelen van instrumenten als indicatoren en benchmarks die van bijzonder belang zijn voor de kwaliteitsevaluatie op scholen. c) Gebruikmaking van de resultaten van nationaal en internationaal onderzoek ter ontwikkeling van kwaliteitsevaluatie in onderwijsstelsels.

d) De publicatie van de resultaten van de schoolevaluatie, al naar gelang van de mogelijkheden van iedere lidstaat en zijn onderwijsinstellingen, en beschikbaarstelling daarvan aan de instanties in de lidstaten.

e) De bevordering van contacten tussen deskundigen om Europese expertise op dit terrein te verwerven.

II. VERZOEKEN DE COMMISSIE:

1. in nauwe samenwerking met de lidstaten, op grond van bestaande communautaire programma's en met inachtneming van de doelstellingen daarvan en volgens de gebruikelijke open en doorzichtige procedures, de in de punten 4 en 5 genoemde samenwerking tussen de instanties die verantwoordelijk zijn voor kwaliteit in het schoolonderwijs te bevorderen, waarbij ook relevante organisaties en verenigingen van onderwijsinstellingen met de nodige deskundigheid op dit gebied moeten worden betrokken .

Daarbij dient de Commissie ervoor te zorgen dat de expertise van het Eurydice-netwerk volledig wordt benut.

2. Op basis van de bestaande communautaire programma's een gegevensbank voor de verspreiding van doeltreffende hulpmiddelen en instrumenten voor de kwaliteitsevaluatie van scholen op te richten. Deze gegevensbank dient tevens voorbeelden van goede procedures voor schoolevaluatie te bevatten en moet toegankelijk zijn via internet, waarbij interactief gebruik gewaarborgd moet worden.

3. De middelen in het kader van de bestaande communautaire programma's te exploiteren, de al in het kader van deze programma's opgedane ervaringen te integreren en de bestaande netwerken verder te ontwikkelen.

4. Als eerste stap, uitgaande van de bijdragen van de lidstaten een inventaris op te stellen van de instrumenten en strategieën die al in de verschillende lidstaten voor de kwaliteitsevaluatie in het lager en middelbaar onderwijs worden gebruikt. Aan de hand van de resultaten van deze inventaris moet in nauwe samenwerking met de lidstaten een periodieke follow-up van de activiteiten worden gepland. Het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's worden volledig van deze planning op de hoogte gehouden.

5. Om de drie jaar op basis van de bijdragen van de lidstaten een uitvoerig verslag in te dienen bij het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de uitvoering van deze aanbeveling. 6. Op basis van deze verslagen conclusies te formuleren en voorstellen voor verdere actie te doen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitster De Voorzitter

Top