Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0255

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende vergeldingsmaatregelen in verband met het invoerverbod van de Russische Federatie voor verse eieren voor menselijke consumptie van oorsprong uit de Europese Gemeenschap

/* COM/2000/0255 def. - ACC 2000/0105 */

52000PC0255

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende vergeldingsmaatregelen in verband met het invoerverbod van de Russische Federatie voor verse eieren voor menselijke consumptie van oorsprong uit de Europese Gemeenschap /* COM/2000/0255 def. - ACC 2000/0105 */


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende vergeldingsmaatregelen in verband met het invoerverbod van de Russische Federatie voor verse eieren voor menselijke consumptie van oorsprong uit de Europese Gemeenschap

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. In mei 1996 hebben de Russische autoriteiten Finland zonder verdere uitleg gemeld dat de invoer van verse eieren voor menselijke consumptie (CN 0407 00 30) in Rusland voortaan verboden was.

2. Later werd verklaard dat dit verbod voor alle derde landen (erga omnes) gold en dat het te maken had met de bescherming van de volksgezondheid. Sinds de invoering van het verbod is de Russische invoer van verse eieren van oorsprong uit de Verenigde Staten evenwel aanzienlijk gestegen.

3. Op grond van artikel 102 van de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking is herhaaldelijk, doch zonder enig concreet resultaat, overleg gepleegd over het Russische invoerverbod voor eieren van oorsprong uit de Gemeenschap (o.a. tijdens de eerste vergadering van de Samenwerkingsraad op 27 januari 1998, de eerste vergadering van het Samenwerkingscomité op 22 april 1998, technische raadplegingen op 15 september 1998, de tweede vergadering van het Samenwerkingscomité op 16 december 1998, de eerste vergadering van het Subcomité Landbouw 8-9 februari 1999, de derde vergadering van het Samenwerkingscomité op 8 oktober 1999). De Commissie heeft de Russische autoriteiten ook Aide-Mémoires ter zake doen toekomen, waarop zij geen passend antwoord heeft ontvangen.

4. Ondanks de overeenkomst in het kader van de onderhandelingen over het "Memorandum of Understanding" inzake kosteloze levering van levensmiddelen uit de Gemeenschap aan Rusland, ter bespoediging van het formeel overleg over het Russische invoerverbod voor eieren met het oog op een snelle oplossing voor het probleem, is tot dusver geen oplossing gevonden.

5. Aangezien er geen bewijs is inzake problemen op het gebied van de volksgezondheid in de zin van artikel 19 van de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking is het Russische invoerverbod voor eieren een verkapte beperking van de handel tussen de partijen. Derhalve is het in strijd met het bepaalde in artikel 15, lid 2, van vorengenoemde overeenkomst, op grond waarvan bij de invoer in Rusland van producten van oorsprong uit de Gemeenschap geen kwantitatieve beperkingen gelden.

6. Door de inwerkingtreding van het Russische invoerverbod voor eieren lijden de marktdeelnemers in de Gemeenschap aanzienlijke economische verliezen doordat ze niet langer verse eieren naar Rusland kunnen uitvoeren. Om de belangen van de Gemeenschap te beschermen, stelt de Commissie voor vergeldingsmaatregelen te nemen als reactie op het Russische invoerverbod voor eieren. Deze verordening voorziet derhalve in de invoering van invoerrechten voor zonnebloempitten en kool- en raapzaad van oorsprong uit de Russische Federatie. Momenteel worden deze producten zonder rechten uit derde landen in de Gemeenschap ingevoerd. De maatregel zal worden toegepast totdat het invoerverbod wordt afgeschaft of totdat aan de Commissie het wetenschappelijke bewijs wordt voorgelegd dat het door de Russische Federatie opgelegde invoerverbod voor eieren van oorsprong uit de Gemeenschap gerechtvaardigd is op grond van gezondheidsoverwegingen.

7. De Raad wordt verzocht de voorgestelde verordening goed te keuren.

2000/0105 (ACC)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende vergeldingsmaatregelen in verband met het invoerverbod van de Russische Federatie voor verse eieren voor menselijke consumptie van oorsprong uit de Europese Gemeenschap

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C..., ..., blz. .

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Een van de hoofddoelstellingen van de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en de Russische Federatie anderzijds [2] is de bevordering van handel en investeringen en harmonieuze economische betrekkingen tussen de partijen.

[2] PB L 327, 28.11.1997, blz. 1.

(2) Deze doelstelling komt door het in mei 1996 ingestelde Russische invoerverbod voor eieren van oorsprong uit de Gemeenschap ernstig in gevaar.

(3) In artikel 19 van de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking is bepaald dat de overeenkomst geen beletsel vormt voor invoerverboden of -beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten. Dergelijke verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

(4) De Russische autoriteiten hebben niet kunnen aantonen dat in verband met de invoer van eieren van oorsprong uit de Gemeenschap in Rusland maatregelen moeten worden genomen om de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten te beschermen. Het Russische invoerverbod voor eieren kan derhalve worden beschouwd als een verkapte beperking van de handel tussen de partijen. Derhalve is het in strijd met het bepaalde in artikel 15, lid 2, van vorengenoemde overeenkomst, op grond waarvan bij de invoer in Rusland van producten van oorsprong uit de Gemeenschap geen kwantitatieve beperkingen worden toegepast.

(5) Op verzoek van de Gemeenschap hebben de partijen op grond van artikel 102 van de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking herhaaldelijk overleg gepleegd over de uitlegging en de tenuitvoerlegging van de overeenkomst, en met name van artikel 15, lid 2, en artikel 19. Dit overleg heeft geen adequate oplossing opgeleverd.

(6) De maatregel van de Russische Federatie heeft geleid tot een sterke daling van de communautaire uitvoer van verse eieren, met aanzienlijke gevolgen voor de marktdeelnemers in de Gemeenschap.

(7) Op grond van de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking met Rusland geeft deze situatie aanleiding tot toepassing van artikel 107, lid 2, waarin is bepaald dat een partij, indien zij van mening is dat de andere partij een verplichting krachtens de overeenkomst niet is nagekomen, passende maatregelen kan nemen. De Gemeenschap is van mening dat de Russische Federatie haar verplichtingen krachtens de overeenkomst niet is nagekomen ten aanzien van de handel in eieren.

(8) De Gemeenschap acht de bescherming van de handelsbelangen door een verhoging van de invoerrechten voor zonnebloempitten en kool- en raapzaad van oorsprong uit de Russische Federatie met 7% een passende reactie op het niet-nakomen door Rusland van de verplichtingen krachtens de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking. Overeenkomstig artikel 107, lid 2, van de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking met Rusland moet prioriteit worden verleend aan die maatregelen die de goede werking van de overeenkomst het minst verstoren. De bestrijdingsmaatregelen staan in verhouding tot de negatieve gevolgen van het Russische invoerverbod voor de communautaire handel in verse eieren.

(9) Alvorens maatregelen te nemen, heeft de Commissie de Samenwerkingsraad alle gegevens verstrekt die nodig zijn voor een grondig onderzoek van de situatie met het oog op een voor beide partijen aanvaardbare oplossing.

(10) Aangezien de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening beheersmaatregelen zijn in de zin van artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [3], dienen zij te worden vastgesteld volgens de beheersprocedure als bedoeld in artikel 4 van dat besluit.

[3] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op de invoer in de Gemeenschap van onderstaande producten van oorsprong uit de Russische Federatie moet een douanerecht zoals hieronder aangegeven worden toegepast:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Artikel 2

De Commissie trekt, overeenkomstig de in artikel 3, lid 2, van deze verordening vastgestelde procedure, de in artikel 1 bedoelde maatregelen in wanneer het invoerverbod is afgeschaft of wanneer aan de Commissie het wetenschappelijke bewijs wordt voorgelegd dat het door de Russische Federatie opgelegde invoerverbod voor eieren van oorsprong uit de Gemeenschap gerechtvaardigd is op grond van gezondheidsoverwegingen.

Artikel 3

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/1992 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ingestelde Comité van beheer voor granen [4].

[4] PB L 181 van 1.7.1992, blz. 21.

2. Wanneer wordt verwezen naar dit lid, is de in artikel 4 van Besluit 1999/468/EG vastgestelde beheersprocedure van toepassing, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, lid 3, van dat besluit.

3. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt één maand.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is niet van toepassing voor invoervergunningen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn afgegeven.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE

EU-uitvoer van verse eieren (CN 0407 00 30) naar Rusland (000 EUR)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

EU-invoer van zonnebloempitten en kool- en raapzaad van oorsprong uit Rusland (000 EUR)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Handelswaarde van het Russische invoerverbod voor eieren (000 EUR), 1996-2000 [5]

[5] De handelswaarde is becijferd aan de hand van een verondersteld constant uitvoervolume sinds 1995.

Jaar // Waarde

1996 // 3 225

1997 // 3 225

1998 // 3 225

1999 // 3 225

Totaal // 12 900

Waarde van de geïnde rechten in het kader van de aan Rusland opgelegde maatregel (000 EUR)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top