Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0012

Voorstel voor een Beschikking van de Raad waarbij Duitsland wordt gemachtigd in overeenstemming met de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG, een verlaagd accijnstarief toe te passen op bepaalde minerale oliën die gebruikt worden voor bijzondere doeleinden

/* COM/2000/0012 def. */

52000PC0012

Voorstel voor een Beschikking van de Raad waarbij Duitsland wordt gemachtigd in overeenstemming met de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG, een verlaagd accijnstarief toe te passen op bepaalde minerale oliën die gebruikt worden voor bijzondere doeleinden /* COM/2000/0012 def. */


Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij Duitsland wordt gemachtigd in overeenstemming met de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG, een verlaagd accijnstarief toe te passen op bepaalde minerale oliën die gebruikt worden voor bijzondere doeleinden

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Uit hoofde van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG van de Raad betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën [1], kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen besluiten dat een lidstaat uit specifieke beleidsoverwegingen verdere vrijstellingen of verlagingen mag invoeren.

[1] PB L 316 van 31.10.92, blz. 12, Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/74/EG (PB L 365 van 31.12.94, blz. 46).

De Duitse autoriteiten hebben de Commissie in kennis gesteld van hun voornemen met ingang van 1 januari 2000 een nieuwe wet in werking te laten treden inzake de voortzetting van hervormingen in de milieubelasting, die gedifferentieerde accijnstarieven inhoudt voor minerale oliën afhankelijk van hun zwavelgehalte. De ontwerpwet omvat onder meer voorschriften inzake gedifferentieerde accijnstarieven afhankelijk van het zwavelgehalte van de brandstof. Doel van deze preferentiële fiscale handeling is de invoering van zwavelvrije brandstoffen te versnellen.

De nieuwe wet bepaalt dat de accijns op minerale oliën (benzine en diesel) met een zwavelgehalte van meer dan 50 ppm (deel per miljoen) met ingang van 1 november 2001 wordt verhoogd met 3 Pfennigs per liter. De wet bepaalt verder dat deze hogere belasting met ingang van 1 januari 2003 van toepassing is op brandstof met een zwavelgehalte van meer dan 10 ppm.

Duitsland verzoekt derhalve toestemming om van 1 november 2001 tot 31 december 2002 een accijns op minerale oliën van 3 Pfennig per liter minder te mogen toepassen op brandstof met een zwavelgehalte van ten hoogste 50 ppm dan de accijns op brandstof met een hoger zwavelgehalte en met ingang van 1 januari 2003 op brandstof met een zwavelgehalte van ten hoogste 10 ppm een accijns op minerale oliën van 3 Pfennig per liter minder dan de accijns op brandstof met een hoger zwavelgehalte.

Dit verzoek is overeenkomstig Richtlijn 92/81/EEG aan de overige lidstaten medegedeeld.

De Commissie heeft het verzoek van Duitsland zorgvuldig onderzocht en een voorstel uitgewerkt voor een beschikking van de Raad waarbij Duitsland wordt gemachtigd van 1 november 2001 tot 31 december 2002 een gedifferentieerd accijnstarief toe te passen op brandstof met een zwavelgehalte van ten hoogste 50 ppm.

De Commissie is echter ook van oordeel dat meer tijd nodig is om bepaalde aspecten van het verzoek om een gedifferentieerd accijnstarief te mogen toepassen op brandstof met een zwavelgehalte van ten hoogste 10 ppm nader te onderzoeken. Dit geldt met name voor technologische vraagstukken en milieuaspecten en er dient verder onderzoek te worden verricht naar de vraag hoe brandstofvraagstukken van invloed kunnen zijn op concurrentie en handel op de interne markt.

De Commissie heeft derhalve een mededeling aan de Raad voorbereid om haar standpunt toe te lichten en uiteen te zetten waarom nog geen voorstel werd uitgewerkt voor brandstof met een zwavelgehalte van ten hoogste 10 ppm.

Richtlijn 92/81/EEG voorziet erin dat de Commissie op gezette tijden deze vrijstellingen en verlagingen onderzoekt. Indien de Commissie van oordeel is dat deze niet langer aanvaardbaar zijn, met name vanuit een oogpunt van oneerlijke mededinging, distortie van de interne markt of het communautair milieubeleid, dient zij bij de Raad passende voorstellen in.

Deze afwijking moet in ieder geval en uiterlijk op 31 december 2002, de datum waarop de bij deze beschikking verleende toestemming verloopt, onderzocht worden. De Raad zal de situatie opnieuw onderzoeken op basis van een voorstel van de Commissie om na te gaan of de uit hoofde van artikel 1 van deze beschikking verleende toestemming moet worden ingetrokken, gewijzigd of bevestigd.

Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij Duitsland wordt gemachtigd in overeenstemming met de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG, een verlaagd accijnstarief toe te passen op bepaalde minerale oliën die gebruikt worden voor bijzondere doeleinden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 92/81/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën [2], inzonderheid op artikel 8, lid 4,

[2] PB L 316 van 31.10.92, blz. 12, Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/74/EG (PB L 365 van 31.12.94, blz. 46).

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Raad kan uit hoofde van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen besluiten dat een lidstaat uit specifieke beleidsoverwegingen vrijstellingen of verlagingen van de accijnstarieven op minerale oliën mag invoeren.

(2) De Duitse autoriteiten hebben de Commissie in kennis gesteld van hun voornemen om met ingang van 1 januari 2000 een nieuwe wet in te voeren inzake voortzetting van de wet op de milieubelasting die gedifferentieerde accijnstarieven inhoudt op minerale oliën afhankelijk van hun zwavelgehalte.

(3) Dit verzoek is meegedeeld aan de overige lidstaten.

(4) De Duitse autoriteiten hebben de Commissie overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag in kennis gesteld van de ontwerp-wet inzake voortzetting van de wet op de milieubelasting; deze beschikking loopt niet vooruit op het resultaat van de relevante staatssteunprocedures uit hoofde van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag.

(5) De Commissie onderzoekt deze verlagingen en vrijstellingen op gezette tijden om na te gaan of zij verenigbaar zijn met de werking van de interne markt over het communautair milieubeschermingsbeleid.

(6) Duitsland heeft toestemming gevraagd om met ingang van 1 november 2001 tot 31 december 2002 een accijnstarief te mogen toepassen op brandstof met een zwavelgehalte van ten hoogste 50 ppm dat 3 Pfennigs per liter lager ligt dan het tarief op brandstof met een hoger zwavelgehalte; de Raad zal op voorstel van de Commissie deze toepassing opnieuw onderzoeken vóór 31 december 2002, de datum waarop de uit hoofde van deze beschikking verleende toestemming verstrijkt,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG, wordt Duitsland gemachtigd van 1 november 2001 tot 31 december 2002 een gedifferentieerd accijnstarief toe te passen op brandstof met een zwavelgehalte van ten hoogste 50 ppm mits deze gedifferentieerde tarieven voldoen aan de eisen van Richtlijn 92/82/EEG van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën [3], inzonderheid de in de artikelen 4 en 5 vastgestelde minimumtarieven.

[3] PB L 316 van 31.10.92, blz. 19, Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/74/EG (PB L 365 van 31.12.94, blz. 46).

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot Duitsland.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

Top