Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51999PC0662

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende een verbod op vluchten en een bevriezing van middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan

/* COM/99/0662 def. */

51999PC0662

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende een verbod op vluchten en een bevriezing van middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan /* COM/99/0662 def. */


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende een verbod op vluchten en een bevriezing van middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

(1) De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besloot op 15 oktober 1999 dat vanaf 14 november 1999 economische en financiële sancties moeten worden toegepast op de Taliban (van Afghanistan), indien zij weigeren om Usama bin Laden zonder verder uitstel uit te leveren aan de bevoegde autoriteiten van een land waar een aanklacht tegen hem loopt of aan de bevoegde autoriteiten van een land waarnaar hij zal worden teruggezonden of aan de bevoegde autoriteiten van een land waar hij zal worden aangehouden en daadwerkelijk voor het gerecht zal worden gebracht. (Zie Resolutie 1267 (1999) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties).

(2) De specifieke sancties waarin de resolutie voorziet, zijn een verbod op vluchten en een bevriezing van middelen. Beide soorten maatregelen vallen onder het toepassingsgebied van de Europese Gemeenschap en de Raad zal bijgevolg een uitvoeringsverordening op basis van een voorstel van de Commissie moeten goedkeuren.

(3) In het onderhavige voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad wordt het bepaalde in de resolutie van de Veiligheidsraad van de VN nauw aangehouden. Gezien de rechtstreekse toepasbaarheid van de verordening van de Raad moeten de formuleringen en omschrijvingen echter noodzakelijkerwijs preciezer zijn dan in de resolutie. Om de verordening onmiddellijk van kracht te doen zijn, moet zij eveneens bepalingen omvatten die tot gevolg hebben dat de door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toe te passen straffen/sancties wegens overtredingen van de verordening onmiddellijk kunnen worden toegepast.

(4) De resolutie van de Veiligheidsraad van de VN voorziet in zeer weinig uitzonderingen. Machtigingen tot uitzonderingen zullen slechts worden verleend door het sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de VN. Zulks laat geen vrijheid voor het verlenen van machtigingen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of de Commissie.

(5) De Europese Gemeenschap verstrekt humanitaire hulp, voedselhulp en steun aan ontheemden in Afghanistan. Deze activiteiten worden uitgevoerd door non-gouvernementele organisaties en internationale organisaties en komen niet ten goede aan de Taliban op een wijze die krachtens de voorgestelde verordening zou worden verboden. De lidstaten bevinden zich in een soortgelijke situatie. Niettemin zal de Commissie, ten einde vanaf het begin voor rechtszekerheid te zorgen, met de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Naties bezien in hoeverre dergelijke en soortgelijke activiteiten een machtiging van bedoeld sanctiecomité behoeven.

(6) Wanneer machtigingen vereist zijn voor onder de voorgestelde verordening vallende activiteiten verricht door natuurlijke of rechtspersonen wordt het het meest efficiënt geacht om het aantal autoriteiten dat bij het verkrijgen van machtigingen van het sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de VN betrokken is tot een minimum te beperken. Derhalve moeten verzoeken om machtigingen bij voorkeur via de diensten van de Commissie aan het sanctiecomité worden doorgegeven, met name wanneer het gaat om activiteiten van de EG als zodanig. Slechts in urgente gevallen en gevallen waarbij slechts één lidstaat betrokken is, moeten verzoeken om machtigingen via de bevoegde autoriteit van die lidstaat worden ingediend. De voorgestelde communautaire procedure zal in hoge mate bijdragen aan de nodige doorzichtigheid van de tenuitvoerlegging van de sanctieregeling. Anderzijds moet het sanctiecomité zo spoedig mogelijk procedures en mechanismen voor het verlenen van machtigingen, inclusief een gestandaardiseerd document, totstandbrengen. Deze procedures, mechanismen en modellen voor documenten dienen bij voorkeur deel uit te maken van deze verordening en de Commissie zal daartoe derhalve de nodige stappen nemen.

(7) Wat de timing van dit voorstel betreft, verwacht de Commissie dat de Raad doordrongen is van het feit dat de Taliban op 14 november 1999 Usama bin Laden nog niet hadden uitgeleverd. De tijdsspanne tussen die datum en de vankrachtwording van de voorgestelde verordening dient derhalve zo kort mogelijk te worden gehouden. Voor zover de Veiligheidsraad van de VN of het sanctiecomité niet zelf alle stappen heeft genomen die nodig zijn om de resolutie van kracht te doen worden, moet de verordening voorzien in procedures ter integratie van eventuele aanvullende besluiten van de Veiligheidsraad van de VN of het sanctiecomité.

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende een verbod op vluchten en een bevriezing van middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 60 en 301,

Gelet op het op basis van artikel 15 van het Verdrag betreffende de Europese Unie door de Raad vastgestelde gemeenschappelijk standpunt 1999/727/GBVB van 15 november 1999 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Taliban [1],

[1] PB L 294 van 16.11.1999, blz. 1

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende :

(1) dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op 15 oktober 1999 resolutie 1267 (1999) heeft aangenomen. In alinea 2 van deze resolutie verzoekt de Veiligheidsraad de Taliban om Usama bin Laden onverwijld aan de in diezelfde alinea vermelde autoriteiten uit te leveren;

(2) dat de Veiligheidsraad in alinea 3 van bedoelde resolutie heeft besloten dat er op 14 november 1999 een verbod op vluchten en een bevriezing van middelen, zoals in alinea 4 uiteengezet, moeten worden opgelegd, tenzij de Veiligheidsraad besluit dat de Taliban volledig aan de in voornoemde alinea 2 vermelde verplichting hebben voldaan;

(3) dat de in alinea 4 van Resolutie 1267 (1999) uiteengezette maatregelen onder het toepassingsgebied van het Verdrag vallen en dat er derhalve, met name met het oog op voorkoming van concurrentiedistorsie, uitvoeringswetgeving van de Gemeenschap nodig is om de betrokken besluiten van de Veiligheidsraad uit te voeren overeenkomstig de in het Verdrag vastgestelde voorwaarden, voor zover er sprake is van het grondgebied van de Gemeenschap - dit grondgebied wordt met het oog op de toepassing van deze verordening geacht mede de grondgebieden van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is te omvatten -;

(4) dat de Veiligheidsraad heeft opgeroepen tot toepassing van deze maatregelen ondanks het bestaan van rechten of verplichtingen voortvloeiende uit eventueel vóór 14 november 1999 ondertekende internationale overeenkomsten, gesloten contracten of verleende vergunningen;

(5) dat, om maximale rechtszekerheid binnen de Gemeenschap te scheppen, namen en andere relevante gegevens over personen en organisaties en luchtvaartuigen die onder het toepassingsgebied van de resolutie vallen, bekend moeten worden gemaakt. Te dien aanzien dienen binnen de Gemeenschap passende procedures tot stand te worden gebracht;

(6) dat machtigingen tot vrijstellingen van de bevriezing van middelen en van het verbod op vluchten slechts zullen worden verleend door het in het kader van Resolutie 1267 (1999) opgerichte comité en dat er voorzieningen moeten worden getroffen om dergelijke machtigingen van dat comité te verkrijgen;

(7) Aangezien de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening beheermaatregelen zijn in de zin van artikel 2 van besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [2], moeten zij worden vastgesteld met gebruikmaking van de beheerprocedure waarin artikel 4 van dit besluit voorziet;

[2] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23

(8) dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, zo nodig, in staat moeten worden gesteld om relevante informatie te verkrijgen teneinde ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd;

(9) dat het, gezien het verzoek van de Veiligheidsraad om gerechtelijke stappen te nemen tegen personen en entiteiten die de voorgeschreven maatregelen schenden en het verzoek om het opleggen van passende straffen, wenselijk is dat er vanaf de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening sancties wegens overtredingen van het bepaalde in de verordening kunnen worden opgelegd;

(10) dat de Veiligheidsraad verzoekt om de toepassing van de maatregelen ondanks het bestaan van rechten of verplichtingen voortvloeiende uit eventueel vóór de vankrachtwording van de relevante alinea's van haar Resolutie 1267 (1999) ondertekende internationale overeenkomsten of gesloten contracten of verleende vergunningen. Bijgevolg dient een dienovereenkomstige bepaling in de onderhavige verordening te worden opgenomen.

(11) dat de Commissie en de lidstaten elkaar op de hoogte dienen te stellen van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en van verdere relevante informatie die met betrekking tot deze verordening tot hun beschikking staat en dat zij met bedoeld comité dienen samen te werken, inclusief door het van informatie te voorzien,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

In het kader van deze verordening wordt verstaan onder :

1. Taliban : de Taliban van Afghanistan op ieder niveau, (zowel de leden van de factie als de Taliban-organisaties, -lichamen of -organen) en de vennootschappen, ondernemingen, instellingen, inclusief financiële instellingen, en entiteiten in eigendom of onder zeggenschap van de Taliban, en alle opvolgers van dergelijke vennootschappen, ondernemingen, instellingen en hun respectieve dochterondernemingen en filialen, ongeacht hun plaats van vestiging, en alle personen die voor of namens voornoemden optreden of beweren op te treden of onder hun bescherming staan;

2. middelen : financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, inclusief, maar niet noodzakelijkerwijs beperkt tot contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betalingswijzen; deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldo's op rekeningen, schulden en schuldbewijzen, in het openbaar en ondershands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen, derivatencontracten; interesten, dividenden of andere inkomsten over of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa; krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen; kredietbrieven, connossementen, koopbrieven; bewijsstukken van een belang in fondsen of financiële middelen en ieder ander export-financieringsbewijs.

3. bevriezing van middelen : het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken of omgaan met middelen met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming, of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde middelen, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

4. het in eigendom hebben van een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit : het in bezit hebben van 50 % of meer van de eigendomsrechten van een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit of het daarin hebben van een meerderheidsbelang;

5. het hebben van zeggenschap over een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit :

(a) het het recht hebben om de meerderheid van de leden van het administratieve, beheer- of toezichthoudend orgaan van een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit aan te stellen of te ontslaan;

(b) het aangesteld hebben, enkel als gevolg van de uitoefening van zijn stemrechten, van de meerderheid van de leden van de administratieve, beheer- of toezichthoudende organen van een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit die gedurende het lopende en voorgaande begrotingsjaar in functie waren;

(c) het, ingevolge een overeenkomst met andere aandeelhouders in of leden van een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit, alléén zeggenschap hebben over de meerderheid van de aandeelhouders- of ledenstemrechten in die vennootschap, onderneming, instelling of entiteit;

(d) het bezit van het recht tot het uitoefenen van een overheersende invloed op een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit ingevolge een met die vennootschap, onderneming, instelling of entiteit aangegane overeenkomst of een bepaling in het memorandum of de akte van oprichting, wanneer de wet die die vennootschap, onderneming, instelling of entiteit regelt, een dergelijke overeenkomst of bepaling toestaat;

(e) het hebben van de bevoegdheid tot het uitoefenen van het recht om de overheersende invloed als bedoeld in (d) uit te oefenen zonder de houder van dat recht te zijn;

(f) het hebben van het recht om alle of een deel van de activa van een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit te gebruiken;

(g) het op geconsolideerde basis beheren van een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit gepaard gaande met het publiceren van geconsolideerde jaarrekeningen;

(h) het gezamenlijk en hoofdelijk delen van de financiële verplichtingen van een vennootschap, onderneming, instelling of entiteit of het garanderen van deze verplichtingen.

6. het sanctiecomité Taliban : het door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bij Resolutie 1267 (1999) opgerichte comité.

Artikel 2

1. Alle in bijlage I bij deze verordening opgenomen personen of organisaties worden geacht onder de in artikel 1, lid 1, vervatte definitie van Taliban te vallen.

2. Alle personen, vennootschappen, ondernemingen, instellingen, lichamen of entiteiten gevestigd op het grondgebied van Afghanistan en opgenomen in bijlage II bij deze verordening worden geacht niet onder de in artikel 1, lid 1, vervatte definitie van Taliban te vallen.

3. Wanneer een natuurlijke of rechtspersoon een gefundeerd bewijs in handen heeft of krijgt dat een persoon, vennootschap, onderneming, instelling of entiteit onder de definitie van Taliban valt, maar niet voorkomt op de lijsten van bijlage I, legt hij, alvorens een commerciële transactie of activiteit in de zin van artikel 3 of 5 aan te gaan met een dergelijke persoon, vennootschap, onderneming, instelling of entiteit, dit bewijs voor aan de in bijlage V vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten. Deze onderzoeken alle overgelegde bewijsstukken. Indien de bevoegde autoriteiten het overgelegde bewijs onvoldoende achten en binnen vijf werkdagen na het overleggen ervan niet schriftelijk kunnen bevestigen dat de voorgenomen transactie of activiteit krachtens deze verordening verboden is, is de transactie of activiteit niet in strijd met deze verordening tot er een definitieve uitspraak op basis van nieuwe of aanvullende bewijsstukken is gedaan en deze uitspraak in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen is bekendgemaakt.

Artikel 3

1. Alle middelen die eigendom zijn van de Taliban of waarover de Taliban rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap hebben, worden bevroren.

2. Er worden noch rechtstreeks noch onrechtstreeks middelen aan of ten behoeve van de Taliban ter beschikking gesteld.

Artikel 4

Onverminderd de voorschriften van de Gemeenschap inzake vertrouwelijkheid en het bepaalde in artikel 284 van het Verdrag hebben de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de bevoegdheid banken, andere financiële instellingen, verzekeringsmaatschappijen en andere organisaties en personen te verzoeken om alle voor het toezicht op de naleving van deze verordening relevante informatie te verstrekken.

Artikel 5

Het is elk luchtvaartuig in eigendom van, geleased en/of geëxploiteerd door of ten behoeve van de Taliban verboden op te stijgen van of te landen op het grondgebied van de Gemeenschap.

Alle in bijlage II bij deze verordening opgenomen luchtvaartuigen worden geacht luchtvaartuigen in eigendom van, geleased of geëxploiteerd door of ten behoeve van de Taliban te zijn.

Artikel 6

1. Artikel 3 is niet van toepassing op middelen welke uitsluitend worden gebruikt voor de door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties goedgekeurde doeleinden en waarvoor het sanctiecomité Taliban overeenkomstig de in bijlage IV vermelde procedures machtiging heeft verleend.

2. Artikel 5 is niet van toepassing op vluchten waarvoor het sanctiecomité Taliban overeenkomstig de in bijlage IV vermelde procedures machtiging heeft verleend.

3. Er worden geen verdere uitzonderingen op de artikelen 3 en 5 toegestaan.

4. Verzoeken om machtigingen aan het sanctiecomité Taliban worden via de in bijlage V vermelde bevoegde diensten van de Commissie aan dit comité toegezonden. In urgente gevallen en gevallen waarbij geen bevoegde autoriteiten van andere lidstaten behoeven te worden betrokken, wordt een verzoek door de in bijlage V vermelde bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat aan het comité toegezonden. De diensten van de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten stellen elkaar onmiddellijk in kennis van ieder ingediend verzoek en van het door het sanctiecomité Taliban te dien aanzien genomen besluit.

5. Iedere machtiging van de zijde van het sanctiecomité Taliban tot vrijstelling is in de gehele Gemeenschap geldig.

Artikel 7

1. De doelbewuste en opzettelijke deelneming aan aanverwante activiteiten met het doel of het effect het bepaalde in de artikelen 3, 5 en 6 rechtstreeks of onrechtstreeks te ontduiken, is verboden.

2. De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten en/of de Commissie, zoals in bijlage V vermeld, worden in kennis gesteld van iedere informatie die doet vermoeden dat het bepaalde in deze verordening wordt of is ontdoken.

Artikel 8

1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, lid 2, wordt de Commissie gemachtigd om :

(a) de bijlagen I en II te wijzigen, indien zij afdoende bewijs bezit dat de wijzigingen in overeenstemming met het bepaalde in de artikelen 1 en 2 zijn.

(b) bijlage III te wijzigen, indien zij afdoende bewijs bezit dat de wijziging in overeenstemming met het bepaalde in artikel 5 is.

2. De Commissie wordt eveneens gemachtigd tot :

(a) verstrekking aan en ontvangst van het sanctiecomité Taliban van alle relevante informatie over de tenuitvoerlegging van deze verordening;

(b) wijziging van de bijlagen I, III en IV op basis van door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of het sanctiecomité Taliban genomen besluiten;

(c) wijziging van bijlage V op basis van informatie verstrekt door de bevoegde autoriteiten binnen de Gemeenschap.

Artikel 9

1. De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad [3] ingestelde comité.

[3] PB L 309 van 29.11.1996, blz. 1

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de in artikel 4 van besluit 1999/468/EG vastgestelde beheerproceduree overeenkomstig artikel 7, lid 3 , van hetzelfde besluit van toepassing.

3. De periode als bedoeld in artikel 4, lid 3, van besluit 1999/468/EG is een maand.

Artikel 10

Het in artikel 9 vermelde comité kan ieder vraagstuk betreffende de toepassing van deze verordening dat hetzij door de voorzitter hetzij door een vertegenwoordiger van een lidstaat ter sprake wordt gebracht, behandelen.

Artikel 11

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 en 7 stellen de Commissie en de lidstaten elkaar in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en van de relevante informatie die tot hun beschikking staat met betrekking tot deze verordening, zoals informatie die overeenkomstig artikel 2, lid 3, en artikel 4 is ontvangen alsmede informatie over schendingen en toepassingsproblemen of door nationale rechters gedane uitspraken.

Artikel 12

Deze verordening is van toepassing ondanks de rechten of verplichtingen voortvloeiende uit eventueel vóór haar vankrachtwording ondertekende internationale overeenkomsten of gesloten contracten of verleende vergunninegn.

Artikel 13

Elke lidstaat bepaalt welke sancties van toepassing zijn, indien de bepalingen van deze verordening worden overtreden. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Indien daarvoor wetgeving vereist is, zijn, in afwachting van de goedkeuring daarvan, de toe te passen sancties die welke door de lidstaten werden vastgesteld overeenkomstig

(a) artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1294/1999 [4], in het geval van overtredingen van de artikelen 3 en 4 en, indien van toepassing, artikel 7 van deze verordening en

[4] PB L 153 van 19.6.1999, blz. 66

(b) artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2151/1999 [5], in het geval van overtredingen van artikel 5 en, indien van toepassing, artikel 7 van deze verordening.

[5] PB L 264 van 12.10.1999, blz. 3

Artikel 14

Deze verordening is van toepassing op :

- het grondgebied van de Gemeenschap, met inbegrip van haar luchtruim,

- de vlieg- en vaartuigen die onder de jurisdictie van een lidstaat vallen,

- alle zich elders bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn,

- alle volgens het recht van een lidstaat geregistreerde of opgerichte rechtspersonen of al dergelijke rechtspersonen die binnen de Gemeenschap zaken doen.

Artikel 15

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE I

Lijst van de in artikel 2, lid 1, bedoelde personen of organisaties

1. TALIBAN, Afghanistan

2. TALEBAN, Afghanistan

3. ISLAMIC EMIRATE OF AFGHANISTAN, Afghanistan

4. ISLAMIC MOVEMENT OF TALIBAN, Afghanistan

5. TAHRIKE ISLAMI'A TALIBAN, Afghanistan

6. TALIBAN ISLAMIC MOVEMENT, Afghanistan

7. TALIBANO ISLAMI TAHRIK, Afghanistan

8. ARIANA AFGHAN AIRLINES, Afghan Authority Building, P.O. Box 76, Ansari Watt, Kabul, Afghanistan

9. BAKHTAR AFGHAN AIRLINES, Afghan Authority Building, P.O. Box 76, Ansari Watt, Kabul, Afghanistan

10. AFGHAN NATIONAL BANK, Jade Ibn Sina, Kabul, Afghanistan

11. BANK E. MILLIE AFGHAN, Jade Ibn Sina, Kabul, Afghanistan

12. BANK OF AFGHANISTAN, Jade Ibn Sina, Kabul, Afghanistan

13. BANKE MILLIE AFGHAN, Jade Ibn Sina, Kabul, Afghanistan

14. CENTRAL BANK OF AFGHANISTAN, Jade Ibn Sina, Kabul, Afghanistan

15. DA AFGHANISTAN BANK, Jade Ibn Sina, Kabul, Afghanistan

16. THE AFGHAN STATE BANK, Jade Ibn Sina, Kabul, Afghanistan

17. OMAR, Mohammed, Commandant van de Gelovigen ("Amir al-Munineed"), Kandahar, Afghanistan; geboren in 1950 in Ho Tak, Provincie Kandahar, Afghanistan.

BIJLAGE II

Lijst van op het grondgebied van Afghanisatan gevestigde personen of organisaties die niet onder de in artikel 2, lid 2, opgenomen definitie van Taliban vallen.

BIJLAGE III

Lijst als bedoeld in artikel 5 van luchtvaartuigen in eigendom van, geleased of geëxploiteerd door of ten behoeve van de Taliban.

BIJLAGE IV

Door het in de artikelen 6 en 8 vermelde sanctiecomité Taliban vastgestelde procedures en voorschriften.

BIJLAGE V

Lijst van de in de artikelen 2, lid 3, 6 en 7 bedoelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie.

Top