Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51999PC0491

Voorstel voor een Beschikking van de Raad inzake de afsluiting van het overeenkomstig artikel 366 bis van de Vierde ACS-EG-Overeenkomst met de Republiek Guinee- Bissau gevoerde overleg

/* COM/99/0491 def. */

51999PC0491

Voorstel voor een Beschikking van de Raad inzake de afsluiting van het overeenkomstig artikel 366 bis van de Vierde ACS-EG-Overeenkomst met de Republiek Guinee- Bissau gevoerde overleg /* COM/99/0491 def. */


Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD inzake de afsluiting van het overeenkomstig artikel 366 bis van de Vierde ACS-EG-Overeenkomst met de Republiek Guinee-Bissau gevoerde overleg

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Naar aanleiding van de gebeurtenissen die zich op 6 en 7 mei 1999 in Guinee-Bissau voordeden heeft de Europese Unie een verklaring openbaar gemaakt waarin het gebruik van geweld, de afzetting van de democratisch verkozen president - een schending van de Overeenkomst van Abuja - en de aanvallen op diplomatieke missies worden veroordeeld.

In artikel 5 van de Overeenkomst van Lomé is bepaald dat eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat aan de betrekkingen tussen de ACS-Staten en de Gemeenschap ten grondslag moeten liggen.

De Europese Unie heeft de verschillende actoren van het politieke bestel in Guinee-Bissau bijgevolg verzocht om:

zich voor nationale verzoening, wederopbouw en ontwikkeling in te zetten;

op basis van de nationale grondwet de democratisering weer op gang te brengen;

de nodige maatregelen te treffen om in november 1999 vrije, volgens de regels verlopende presidents- en parlementsverkiezingen te organiseren.

Overeenkomstig artikel 366 bis van de Overeenkomst van Lomé, zoals uitgevoerd bij Besluit 1999/214/EG van de Raad van 11 maart 1999, heeft de Raad op 19 juli 1999 op voorstel van de Commissie besloten Guinee-Bissau uit te nodigen voor overleg om de situatie diepgaand te bespreken en het belang te onderstrepen dat de Europese Unie aan de inachtneming van de in artikel 5 van de Overeenkomst genoemde essentiële bestanddelen hecht en om van Guinee-Bissau de voornemens dienaangaande te vernemen.

Het overleg werd te Brussel op 26 juli 1999 in een open, constructieve sfeer gevoerd.

Namens de Europese Unie legde de voorzitter van het COREPER een verklaring af, waarin werd opgeroepen om:

de rechtsstaat weer in ere te herstellen: vrijlating van de politieke gevangenen, vrijheid van meningsuiting, goede werking en onafhankelijkheid van het gerechtelijk apparaat;

de instellingen weer naar behoren te doen functioneren;

zich aan het tijdschema voor de verkiezingen te houden;

het burgerlijke en het militaire gezag daadwerkelijk van elkaar te scheiden.

Als reactie op deze oproep heeft de delegatie van Guinee-Bissau, geleid door de Eerste Minister van dat land, de heer Fadul, over de toestand aldaar informatie verstrekt. Naar aanleiding daarvan heeft het voorzitterschap van de Unie ervan nota genomen dat:

de grondwet en de mensenrechten daar worden geëerbiedigd;

de naar aanleiding van de gebeurtenissen van 6 en 7 mei 1999 gearresteerde militairen officieel voor het gerecht waren gedaagd of waren vrijgelaten;

de staatsinstellingen functioneren en de sleutelposten zijn bezet;

de politieke partijen en de media hun activiteiten zonder enige beperking uitoefenen;

de Nationale Vergadering bijeenkwam en het centrum voor het politieke debat vormt;

de militaire Junta voornemens is een strategie te volgen, waarbij de militairen naar hun kazernes terugkeren en niet in het economische en politieke bestel ingrijpen;

de voorbereiding van de parlements- en presidentsverkiezingen met het oog de daarvoor gestelde datum, d.w.z. 28 november 1999, naar behoren verloopt.

Aan het slot van dit overleg heeft het voorzitterschap van de Unie met voldoening de inspanningen van de regering van Guinee-Bissau geconstateerd voor de wederinstelling van de rechtsstaat, een daadwerkelijke scheiding van de machten, het weer naar behoren doen functioneren van de instellingen en de inachtneming van het tijdschema voor de verkiezingen.

Ook nam het voorzitterschap akte van de verbintenis die de overheid van Guinee-Bissau is aangegaan om het op gang gebrachte streven onverminderd voort te zetten en van de bereidheid van die overheid om de Europese Unie van de resultaten van deze inspanningen op de hoogte te houden, waarbij het voorzitterschap erop wees dat het de ontwikkeling van de toestand in Guinee-Bissau nauwlettend zal volgen en ervoor zal zorg dragen dat de overgangsautoriteiten zich aan hun verbintenissen houden, als eerste voorwaarde voor de normalisering van de samenwerkingsbetrekkingen tussen de Europese Unie en dit land.

Overeenkomstig de artikelen 5 en 366 bis van de Overeenkomst van Lomé en artikel 2 van Besluit 1999/214/EEG van de Raad stelt de Commissie de Raad voor:

het overleg met de Republiek Guinee-Bissau af te sluiten en de aan de overheid van Guinee-Bissau toe te zenden brief, waarvan de tekst als bijlage aan het hiernavolgende voorstel voor een van de Raad is gehecht, als een integrerend bestanddeel van deze beschikking te beschouwen.

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN DE RAAD

inzake de afsluiting van het overeenkomstig artikel 366 bis van de Vierde ACS-EG-Overeenkomst met de Republiek Guinee-Bissau gevoerde overleg

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Vierde ACS-EG-Overeenkomst [1], gewijzigd bij de op 4 november 1995 op Mauritius ondertekende Overeenkomst [2],

[1] PB L 229 van 17.8.1991, blz. 3.

[2] PB L 156 van 29.5.1998, blz. 3.

Gelet op Besluit 1999/214/EG van de Raad van 11 maart 1999 betreffende de procedure voor de tenuitvoerlegging van artikel 366bis van de Vierde ACS-EG-Overeenkomst [3], en met name op artikel 2,

[3] PB L 75 van 20.3.1999, blz. 32.

Gezien het voorstel van de Commissie [4],

[4] PB C &

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Naar aanleiding van de gebeurtenissen op 6 en 7 mei 1999 te Guinee-Bissau heeft de Europese Unie in een verklaring van 18 mei 1999 het gebruik van geweld, de afzetting van de democratisch gekozen president, hetgeen een schending van de Overeenkomst van Abuja vormt, en de aanvallen op diplomatieke missies veroordeeld;

(2) Op 19 juli 1999 heeft de Raad krachtens artikel 1 van zijn Besluit 1999/214/EG tot het voeren van overleg met Guinee-Bissau besloten in toepassing van artikel 366 bis van de Vierde ACS-EG-Overeenkomst.

(3) Op 26 juli 1999 werd een open en constructief overleg gevoerd, waarbij de regering van Guinee-Bissau melding heeft gemaakt van de maatregelen die zij reeds had getroffen of die zij voornemens was te treffen om te voldoen aan de verwachtingen, die de Europese Unie in haar verklaring van 18 mei 1999 had uitgesproken,

(4) De regering van Guinee-Bissau levert inspanningen voor de wederinstelling van de rechtsstaat, de daadwerkelijke scheiding van de machten, het weer naar behoren doen functioneren van de instellingen en de inachtneming van het tijdschema voor de parlements- en presidentsverkiezingen;

(5) De regering van Guinee-Bissau heeft zich ertoe verbonden de op gang gebrachte inspanningen onverminderd voort te zetten en zich bereid verklaard om de Europese Unie van de resultaten van deze inspanningen op te hoogte te houden,

(6) Bijgevolg dient het overleg te worden afgesloten,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het uit hoofde van artikel 366 bis, lid 2, van de Vierde ACS-EG-Overeenkomst met de Republiek Guinee-Bissau gevoerde overleg wordt hierbij afgesloten.

Artikel 2

De in die bijlage bij deze beschikking genomen brief die een integrerend bestanddeel van deze beschikking vormt, wordt aan de regering van Guinee-Bissau gericht.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE

Aan de regering van Guinee-Bissau te richten brief

Getrouw aan de beginselen die aan artikel 5 van de Vierde ACS-EG-Overeenkomst (Overeenkomst van Lomé IV) ten grondslag liggen, heeft de Europese Unie het op 6 en 7 mei jongstleden in Guinee-Bissau gebruikte geweld publiekelijk veroordeeld.

Gezien de aard van deze gebeurtenissen heeft de Raad van de Europese Unie op 19 juli 1999 besloten om op grond van artikel 366 bis van de Overeenkomst overleg met Guinee-Bissau te plegen om de situatie diepgaand te bespreken en het belang te onderstrepen dat de Europese Unie aan de inachtneming van de in artikel 5 van de Overeenkomst bedoelde essentiële bestanddelen hecht en om van Guinee-Bissau de voornemens dienaangaande te vernemen.

De aanvang van dit overleg viel samen met de wens van de autoriteiten van Guinee-Bissau een dialoog op te gang te brengen, die de mogelijkheid biedt om zo spoedig mogelijk tot een normalisatie van de betrekkingen met de Europese Unie te komen.

Tijdens dit op 26 juli 1999 gevoerde overleg heeft de Europese Unie met voldoening nota genomen van de door de regering van nationale eenheid met het oog op de wederinstelling van de rechtsstaat, de daadwerkelijke scheiding van de machten, het weer in goede staat brengen van de instellingen en de inachtneming van het tijdschema voor de verkiezingen geleverde inspanningen.

Ook heeft de Europese Unie ervan akte genomen dat de autoriteiten van Guinee-Bissau zich ertoe hebben verbonden de op gang gebrachte inspanningen onverminderd voort te zetten en van hun bereidheid haar van de resultaten van die inspanningen op de hoogte te houden.

Gezien het voorgaande, heeft de Raad van de Europese Unie besloten het overleg krachtens artikel 366 bis van de Overeenkomst van Lomé af te sluiten.

De Europese Unie zal de ontwikkeling van de toestand in Guinee-Bissau nauwlettend volgen en ervoor zorg dragen dat de door de overgangsregering aangegane verbintenissen worden nageleefd.

Voor de Raad Voor de Commissie

Top