This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51998DC0691
Report to the Council on the application of Council Regulation (EEC) No 2990/82 concerning the sale of butter at reduced prices to persons receiving social assistance
Verslag aan de Raad over de toepassing van Verordening (EEG) nr. 2990/82 van de Raad betreffende de verkoop van boter tegen verlaagde prijs aan personen die sociale bijstand genieten
Verslag aan de Raad over de toepassing van Verordening (EEG) nr. 2990/82 van de Raad betreffende de verkoop van boter tegen verlaagde prijs aan personen die sociale bijstand genieten
/* COM/98/0691 def. */
Verslag aan de Raad over de toepassing van Verordening (EEG) nr. 2990/82 van de Raad betreffende de verkoop van boter tegen verlaagde prijs aan personen die sociale bijstand genieten /* COM/98/0691 def. */
VERSLAG AAN DE RAAD over de toepassing van Verordening (EEG) nr. 2990/82 van de Raad betreffende de verkoop van boter tegen verlaagde prijs aan personen die sociale bijstand genieten (door de Commissie ingediend) VERSLAG AAN DE RAAD over de toepassing van Verordening (EEG) nr. 2990/82 van de Raad betreffende de verkoop van boter tegen verlaagde prijs aan personen die bijstand genieten 1. Achtergrond Gezien de marktsituatie voor melk in het algemeen en voor boter in het bijzonder zijn in het verleden, met name voor boter, tal van afzetmaatregelen genomen om de verkoop in en buiten de Gemeenschap te stimuleren en zo de aankopen door interventiebureaus te verminderen. De regeling betreffende de verkoop van boter aan personen die sociale bijstand genieten is in 1978 in werking getreden en in artikel 3 bis van Verordening (EEG) nr. 2990/82 van de Raad, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2442/96, is bepaald dat de Raad vóór 31 december 1998 aan de hand van een verslag van de Commissie moet onderzoeken of de gesubsidieerde verkoop in het kader van de genoemde verordening moet worden voortgezet. Op basis van bij de Raad ingediende verslagen is de regeling reeds vijfmaal voor twee opeenvolgende jaren verlengd, tot uiteindelijk 31 december 1998. Tot dusver is de verordening alleen in Ierland toegepast en het onderstaande heeft dan ook alleen betrekking op die lidstaat. 2. Criteria om te bepalen wie boter tegen verlaagde prijs kan kopen De regeling is bedoeld voor personen die sociale bijstand genieten als vermeld in deel III, sectie 118, van de "Social Consolidation Act" van 1993. Het gaat hier om personen die uitkeringen ontvangen in het kader van de volgende regelingen, die worden beheerd door het Ierse ministerie van Sociale Zaken en Gezinszaken: - werklozensteun, - uitkering bij vervroegde uittreding, - ouderdomspensioen (waarvoor geen premies zijn betaald), - blindenpensioen, - weduwen- en wezenpensioen (waarvoor geen premies zijn betaald), - uitkering voor door hun man verlaten vrouwen, - uitkering voor vrouwen van gevangenen, - uitkering voor alleenstaande ouders, - uitkering voor thuisverzorgers, - sociale bijstandsuitkering (aanvullende bijstand), - uitkering voor herintreding in het arbeidscircuit, - uitkering voor eenoudergezinnen, - arbeidsongeschiktheidsuitkering, - uitkering (levensonderhoud) voor wie een besmettelijke ziekte heeft opgelopen (personen die in aanmerking komen voor regelingen van het ministerie van Volksgezondheid). Deze personen blijven voor de regeling inzake verkoop van boter in aanmerking komen, ook al nemen zij deel aan het programma voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid van de Gemeenschap (CEDP - Community Employment Development Programme). 3. Toepassing van de regeling en controle Personen die voldoen aan de in punt 2 vermelde criteria en dus voor de regeling in aanmerking komen, krijgen reductiebonnen waarmee zij een halve kilo boter per maand kunnen kopen tegen de normale kleinhandelsprijs, verminderd met het subsidiebedrag. Deze reductiebonnen worden ook gegeven aan wie officieel ten laste is van personen die sociale bijstand genieten. Wie langdurig sociale bijstand geniet, ontvangt een bonnenboekje voor een periode van twaalf maanden. Personen die gedurende een korte periode voor bijstand in aanmerking komen, bijv. werklozen, ontvangen losse bonnen. De reductiebonnen zijn drie maanden geldig. De controleregeling voorziet in een controle op de bonnen, die zijn gedrukt in veiligheidsdruk en van een watermerk zijn voorzien, de nummers, de bedragen en de hoeveelheden, en dat wordt nagegaan of de criteria voor de toekenning van de genummerde bonnen in acht zijn genomen. Deze controles garanderen, samen met de aangiften van de kleinhandelaars die de boter verkopen en de door de bevoegde autoriteiten ter plaatse uitgevoerde controles, dat geen misbruik van de regeling wordt gemaakt. 4. Ontwikkelingen op de markt voor boter en gele vetten in Ierland De door de Ierse autoriteiten verstrekte gegevens over de markt voor boter en gele vetten en over de marktaandelen van boter, boter met verlaagd vetgehalte, margarine en vetmengsels laten tussen 1987 en 1997 de volgende ontwikkeling zien: >RUIMTE VOOR DE TABEL> * Voorlopige ramingen De totale markt voor gele vetten is tussen 1987 en 1997 met 2 100 ton of 4,3 % gekrompen, terwijl het aandeel van de mengsels voortdurend is gestegen ten nadele van dat van boter. De mengsels bevatten meestal boter of room en plantaardige vetten, en worden vooral verkocht omdat ze beter smeerbaar zijn dan boter. De introductie van boter met een verlaagd vetgehalte en zuivelpasta's heeft, hoewel de hoeveelheden afnemen, ook tot een inkrimping van het marktaandeel van volvette boter bijgedragen. Daar staat tegenover dat de sterke daling van jaar tot jaar in de consumptie van volvette boter, die zich in de jaren 1980 voordeed, sinds 1990 is verdwenen en dat het marktaandeel van dit product zich op 25 % heeft gestabiliseerd. 5. Ontwikkelingen in de verkoop, de kosten en de aantallen begunstigden Ierland heeft de steunregeling waarin de genoemde verordening voorziet, sinds 1978 toegepast en een groot deel van de boter die in Ierland is verbruikt, is in het kader van de regeling aangekocht. Tussen 1992 en 1996 bedroeg de gesubsidieerde consumptie meer dan 7 000 ton, wat meer dan 60 % was van de totale Ierse boterconsumptie, maar minder dan 6 % van de productie. In 1997 is de maximumhoeveelheid gesubsidieerde boter per maand per begunstigde verminderd van 1 kg tot 0,5 kg en is de jaarlijkse hoeveelheid die in het kader van de regeling is verbruikt, bij een ongewijzigd steunbedrag, gedaald tot 4 500 ton, wat ongeveer 40 % van het totale verbruik en minder dan 3 % van de productie is. In 1998 zal de gesubsidieerde verkoop naar verwachting dalen tot ongeveer 3 500 ton. De totale kosten, die worden berekend door de gesubsidieerde hoeveelheden te vermenigvuldigen met het steunbedrag, worden geraamd op 6,25 miljoen ECU voor 1997 en op 4,9 miljoen ECU voor 1998. De onderstaande tabel laat de ontwikkeling zien van de boterverkoop, de kosten en de aantallen begunstigden sinds 1987: >RUIMTE VOOR DE TABEL> * Voorlopige cijfers, na toepassing van de switchover-coëfficiënt. ** Berekend op basis van het aantal afgegeven bonnen. De gesubsidieerde boterconsumptie is sinds 1995 gedaald, terwijl de ongesubsidieerde consumptie is toegenomen. 6. Conclusies en aanbevelingen De toepassing van Verordening (EEG) nr. 2990/82 van de Raad in Ierland is ook nu weer een doeltreffend middel geweest om de verkoop van boter aan de in punt 2 genoemde categorieën personen die sociale bijstand ontvangen en die in normale omstandigheden, om economische redenen de eersten zouden zijn om op goedkopere vervangingsproducten over te schakelen, op peil te houden. Er zij evenwel opgemerkt dat de daling van de gesubsidieerde verkoop als gevolg van de vermindering van de maximumhoeveelheid per maand per begunstigde tot 0,5 kg, niet volledig terug te vinden is in de ontwikkeling van het totale boterverbruik in Ierland, aangezien de ongesubsidieerde consumptie sinds 1995 is toegenomen. In 1997 en 1998 is heel weinig boter door de interventiebureaus aangekocht en de regeling is, wat de markt betreft, minder belangrijk geworden dan in het verleden. Aangezien de regeling het risico van verkoop voor interventie zal beperken, en door de minder welvarenden in de maatschappij, zoals werklozen, gepensioneerden, enz., op prijs wordt gesteld, wordt, in afwachting van de resultaten van de besprekingen voor de melksector in het kader van Agenda 2000, voorgesteld de geldigheidsduur van de regeling met 12 maanden te verlengen, tot en met 31 december 1999. Met de voorgestelde verlenging wordt niet vooruitgelopen op besluiten die later voor de melksector kunnen worden genomen en evenmin op het standpunt van de Raad inzake het programma van de Commissie om Verordening (EEG) nr. 2990/82 in te trekken in het kader van de codificatie van Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad. Voorts wordt voorgesteld het steunbedrag aan te passen aan de andere maatregelen die in de melksector zijn genomen om de afzet in de Gemeenschap te bevorderen. De Ierse autoriteiten moeten voor de toepassing van de regeling blijven uitgaan van een maximumverbruik van 0,5 kg per begunstigde. De Commissie stelt daarom voor, de geldigheidsduur van de regeling met 12 maanden te verlengen, tot en met 31 december 1999, en het steunbedrag te verminderen tot 100 ECU per 100 kg.