This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51997PC0129
Proposal for a Council Decision concerning exceptional assistance for the heavily indebted ACP countries
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende uitzonderlijke bijstand aan zwaar verschuldigde ACS- landen
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende uitzonderlijke bijstand aan zwaar verschuldigde ACS- landen
/* COM/97/0129 def. */
PB C 141 van 6.5.1998, p. 21
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende uitzonderlijke bijstand aan zwaar verschuldigde ACS- landen /* COM/97/0129 def. */
Publicatieblad Nr. C 141 van 06/05/1998 blz. 0021
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende uitzonderlijke bijstand aan zwaar verschuldigde ACS-landen (98/C 141/09) COM(97) 129 def. (Door de Commissie ingediend op 25 maart 1997) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het intern akkoord over de financiering en het beheer van de Gemeenschapssteun in het kader van de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst dat op 16 juli 1990 is ondertekend, hierna "het Intern Akkoord" genoemd, inzonderheid op artikel 9, lid 1, Gelet op het voorstel van de Commissie, Overwegende dat het Intern Akkoord in artikel 9, lid 1, bepaalt dat aan de Bank betaalde bedragen voor speciale leningen samen met de opbrengsten en inkomsten uit operaties met risicodragend kapitaal evenredig met de bijdragen van de lidstaten aan deze moeten worden gecrediteerd, tenzij de Raad, naar aanleiding van een voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen besluit deze bedragen in reserve te houden of voor andere verrichtingen toe te wijzen, en overwegende dat het past van deze mogelijkheid gebruik te maken om deze bedragen toe te wijzen als steun voor structurele aanpassing en schuldverlichting in ACS-staten met hoge schulden, Overwegende dat het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank op hun vergaderingen van april 1996 een schuldeninitiatief voor zwaar verschuldigde arme landen, hierna het HIPC-initiatief genoemd, hebben voorgesteld dat vervolgens op de jaarlijkse vergaderingen van het Internationale Monetair Fonds en de Wereldbank van najaar 1996 door het Interimcomité en het Ontwikkelingscomité is bevestigd, Overwegende dat de Raad het belang van het HIPC-initiatief erkent als middel om te verzekeren dat de schuldenlast van de HIPC's die economische hervormingsprogramma's uitvoeren, door middel van gecoördineerde en omvattende maatregelen van alle schuldeisers, tot een draaglijk peil wordt gereduceerd, Overwegende dat de Raad de noodzaak erkent om de buitenlandse steun aan de HIPC's op een behoorlijk peil voort te zetten, en de rol van de Europese Gemeenschap als vooraanstaande ontwikkelingspartner van de betrokken landen erkent, BESLUIT: Artikel 1 De Europese Gemeenschap zal aan het HIPC-initiatief deelnemen door uitzonderlijke steun te verstrekken met het oog op het reduceren van de contante waarde van de Gemeenschapsvorderingen op de ACS-landen waarvan is vastgesteld dat zij voor dit initiatief in aanmerking komen. Te dien einde zal de Gemeenschap subsidies ter beschikking stellen die moeten worden gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen in verband met de schuldendienst voor uitstaande Gemeenschapsvorderingen. Deze subsidies moeten door de ontvangende landen in de eerste plaats worden gebruikt voor de schuldendienst voor de speciale leningen en mogelijk ook voor de voortijdige aflossing daarvan op basis van de contante waarde. Mochten deze maatregelen niet voldoende zijn om het overeengekomen peil van schuldverlichting te bereiken dan moet het begunstigde land de verstrekte subsidies gebruiken om te voldoen aan zijn verplichtingen jegens de Gemeenschap in verband met risicodragend kapitaal. Artikel 2 De Commissie zal per geval voor elk in aanmerking komend ACS-land specifieke beslissingen nemen inzake het steunbedrag, overeenkomstig de in hoofdstuk 4 van het Intern Akkoord vermelde regels en procedures. Zij zal haar beslissingen over het bedrag van de steun die in elk afzonderlijk geval zal worden verstrekt afstemmen op de hoeveelheid middelen die vereist zijn om de contante waarde van de schuld van dat land aan de Gemeenschap te kunnen reduceren. Deze steun zal, samen met de door alle multilaterale schuldeisers verstrekte middelen, het in aanmerking komende land in staat stellen de streefcijfers voor een draaglijke schuldenlast te halen, rekening houdende met de schuldverlichting die de schuldeisers van de Club van Parijs zullen toekennen en met de op zijn minst vergelijkbare maatregelen die andere openbare, bilaterale en commerciële schuldeisers in het kader van het initiatief zullen nemen. De beslissingen per land moeten tevens rekening houden met de structuur van de schuld van dat land aan de Gemeenschap, het streven naar administratieve eenvoud in de voorstellen voor elk afzonderlijk land, het doel om volledige terugbetaling van de uitstaande speciale leningen te verzekeren en de noodzaak te zorgen voor een rechtvaardige en eerlijke behandeling van alle landen. Het Monetair Comité zal geregeld op de hoogte worden gehouden van de tenuitvoerlegging van deze steun. Artikel 3 De ACS-landen die voor deze uitzonderlijke steun in aanmerking komen zullen de landen zijn die overeenkomstig de in hoofdstuk 4 van het Intern Akkoord vermelde procedures zijn aangewezen. De in artikel 1 genoemde subsidies zullen worden verstrekt uit een rentedragende rekening, hierna de "schuldverlichtingsrekening" genoemd, die voor dit doel bij de Europese Investeringsbank zal worden geopend. Artikel 4 Uit de in artikel 9, lid 1, van het Intern Akkoord bedoelde betalingen, opbrengsten en inkomsten zal in elk van de jaren 1997, 1998, 1999 en 2000 25 miljoen ECU worden toegewezen voor het financieren van de in artikel 1 genoemde subsidies. Deze bedragen zullen worden overgemaakt naar de in artikel 3 genoemde "schuldverlichtingsrekening". Artikel 5 1. De Commissie brengt de Raad geregeld verslag uit over de uitvoering van dit besluit in het kader van het HIPC-initiatief, en stelt het Parlement daarvan in kennis. 2. Aan het eind van de in artikel 4 genoemde periode van vier jaren, of eerder indien de Commissie dat wenselijk acht, legt de Commissie de Raad een verslag voor met een overzicht van de mogelijke behoeften aan bijkomende financiering. 3. Indien aan het eind van de in artikel 4 genoemde periode van vier jaren geen beslissing is genomen om de in dit besluit bedoelde financiering voor een verdere periode voort te zetten kan de Commissie besluiten de in artikel 4 genoemde rekening op te heffen. Op de rekening resterende gelden moeten aan de lidstaten worden terugbetaald.