This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51996PC0257
Proposal for a COUNCIL DECISION to approve the text of a ninth EC-UNRWA Convention covering the years 1996-98 prior to signature of the Convention by the Commission and the United Nations Relief and Works Agency for Palestine refugees
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot goedkeuring van de tekst van de negende EG-UNRWA-Overeenkomst voor de periode 1996-98, voorafgaande aan de ondertekening van de Overeenkomst door de Commissie en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA)
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot goedkeuring van de tekst van de negende EG-UNRWA-Overeenkomst voor de periode 1996-98, voorafgaande aan de ondertekening van de Overeenkomst door de Commissie en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA)
/* COM/96/0257 def. - CNS 96/0154 */
PB C 218 van 27.7.1996, p. 19–19
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot goedkeuring van de tekst van de negende EG-UNRWA-Overeenkomst voor de periode 1996-98, voorafgaande aan de ondertekening van de Overeenkomst door de Commissie en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) /* COM/96/0257 DEF - CNS 96/0154 */
Publicatieblad Nr. C 218 van 27/07/1996 blz. 0019
Voorstel voor een besluit van de Raad tot goedkeuring van de tekst van de negende EG-UNRWA-Overeenkomst voor de periode 1996-1998, voorafgaande aan de ondertekening van de Overeenkomst door de Commissie en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) (96/C 218/06) COM(96) 257 def. - 96/0154(CNS) (Door de Commissie ingediend op 12 juni 1996) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 Y, in samenhang met artikel 228, lid 3, eerste alinea, en artikel 228, lid 4, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement, Overwegende dat de Overeenkomst betreffende de hulpverlening aan vluchtelingen in de landen van het Nabije Oosten, die is gesloten met de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) en die op 16 december 1993, werd goedgekeurd (1), op 31 december 1995 is verstreken; Overwegende dat de bijstand van de Gemeenschap aan de UNRWA deel uitmaakt van de maatregelen ter bestrijding van de armoede in de ontwikkelingslanden en derhalve bijdraagt tot de duurzame economische en sociale ontwikkeling van de bevolking en de landen waarin deze bevolking leeft; Overwegende dat een nieuwe Overeenkomst moet worden gesloten met de UNRWA, teneinde ervoor te zorgen dat de hulp van de Gemeenschap kan worden verleend als onderdeel van een omvangrijk programma dat een zekere mate van continuïteit biedt; Overwegende dat de voortzetting van de steun voor de UNRWA-activiteiten zal bijdragen tot het bereiken van de in de bovenstaande alinea genoemde doelstellingen van de Gemeenschap; Overwegende dat de nieuwe Overeenkomst voorziet in eenvoudigere procedures voor, al naar gelang van het geval, de intrekking van de bijdrage van de Gemeenschap aan bepaalde UNRWA-programma's of, in overleg met de UNRWA, de aanpassing van de bijdrage van de Gemeenschap; Overwegende dat de Commissie derhalve dient te worden gemachtigd deze wijzigingen onder bepaalde specifieke omstandigheden goed te keuren, BESLUIT: Artikel 1 De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) betreffende de hulpverlening aan vluchtelingen in de landen van het Nabije Oosten wordt hierbij namens de Gemeenschap goedgekeurd. De tekst van de Overeenkomst is in de bijlage bij dit besluit opgenomen. Artikel 2 Op de uitvoering van het programma van de Gemeenschap voor de verlening van voedselhulp aan de UNRWA zijn de bepalingen van toepassing van Verordening (EEG) nr. 3972/86 (2) of, voor zover van toepassing, enige andere verordening tot intrekking en vervanging van bovengenoemde verordening. Artikel 3 De Commissie stelt de UNRWA, na raadpleging van het daartoe door de Raad ingestelde comité, in kennis van de intrekking van de bijdrage van de Gemeenschap, overeenkomstig artikel 2, lid 4, van de Overeenkomst. Overeenkomstig dezelfde procedure maakt de Commissie, voor zover noodzakelijk, afspraken met de UNRWA over eventuele aanpassingen, zoals als bedoeld in artikel 5 van de Overeenkomst. Artikel 4 De Voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd de personen aan te wijzen die de bevoegdheid hebben de Overeenkomst namens de Gemeenschap te ondertekenen. (1) PB nr. L 9 van 13. 1. 1994, blz. 16. (2) PB nr. L 370 van 30. 12. 1986, blz. 1. OVEREENKOMST tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) betreffende de hulpverlening aan vluchtelingen in de landen van het Nabije Oosten Artikel 1 De Europese Gemeenschap, hierna "de Gemeenschap" te noemen, sluit hierbij deze Overeenkomst met de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen, hierna "de UNRWA" te noemen, teneinde haar bereidheid te bevestigen een programma voor hulpverlening aan de UNRWA te steunen. Deze hulpverlening zal bestaan uit bijdragen in natura of in geld over een periode van drie jaar en door de UNRWA worden gebruikt voor programma's op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en voeding. Artikel 2 1. De Gemeenschap betaalt de UNRWA jaarlijks een bijdrage in geld voor de dekking van de kosten van de onderwijs- en gezondheidszorgprogramma's. De omvang van de bijdrage bedraagt respectievelijk 28 miljoen ecu in 1996, 29,4 miljoen ecu in 1997 en 30,9 miljoen ecu in 1998 voor het onderwijsprogramma, 3,4 miljoen ecu in 1996, 3,6 miljoen ecu in 1997 en 3,8 miljoen ecu in 1998 voor het programma voor algemene gezondheidszorg, en 2,7 miljoen ecu in 1996, 2,3 miljoen ecu in 1997 en 1,8 miljoen ecu in 1998 voor verschillende specifieke onderdelen van het gezondheidszorgprogramma (waaronder het programma voor gezinsplanning en uitbreiding van dit programma, alsmede de bijbehorende personeelskosten). De verdeling van deze bedragen over de drie programma's kan jaarlijks door de UNRWA worden aangepast aan de behoeften, op voorwaarde dat de Commissie daarvan in kennis wordt gesteld. 2. De UNRWA brengt jaarlijks verslag uit aan de Gemeenschap over het gebruik van de bijdrage van de Gemeenschap. Zij doet de Gemeenschap tevens alle ter zake dienende documentatie toekomen betreffende de uitvoering van het onderwijs- en gezondheidszorgprogramma en het bijvoedingsprogramma, alsmede alle documenten waarin rekenschap wordt gegeven van de uitgaven en begrotingen van toekomstige uitgaven en de jaarlijkse statistieken van de UNRWA-afdelingen voor onderwijs en gezondheidszorg. 3. De UNRWA stelt de Gemeenschap in kennis van geplande ingrijpende veranderingen in de door haar op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg aangeboden diensten. 4. Indien zich gedurende de looptijd van deze Overeenkomst ingrijpende veranderingen voordoen in de door de UNRWA op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg aangeboden diensten, behoudt de Gemeenschap zich het recht voor om haar toestemming in te trekken voor het gebruik van de daarvoor in het kader van deze Overeenkomst aan de UNRWA verstrekte middelen. In dergelijke gevallen dient de Gemeenschap de UNRWA daarvan in kennis te stellen. Artikel 3 Steun voor de voedselhulpprogramma's van de UNRWA 1. Andere middelen van de Gemeenschap kunnen eveneens worden ingezet om aan de specifieke behoeften van kwetsbare groepen te voldoen. 2. Ten aanzien van de bedragen en de kenmerken van de geleverde goederen en diensten zullen afzonderlijk overeengekomen financieringsvoorwaarden worden vastgesteld die gebaseerd zijn op jaarlijkse verzoeken van de UNRWA. 3. De UNRWA zal de Gemeenschap jaarlijks een verslag toezenden over de werking van de voedselprogramma's, waarbij in het bijzonder het aantal, de categorie en de lokatie van de ontvangers en de geleverde diensten, de kosten van de programma's en het gebruik dat van de bijdragen van de Gemeenschap in natura en in geld is gemaakt, dienen te worden aangegeven. Artikel 4 Evaluatie Eind 1997 worden de politieke ontwikkelingen met betrekking tot de vluchtelingen door de betrokken partijen bestudeerd, waarna de door de UNRWA opgestelde en/of reeds ten uitvoer gelegde plannen met betrekking tot de overdracht van haar taken aan de Palestijnse Raad en/of enige andere organisatie worden geëvalueerd. Artikel 5 Aanpassingen Indien gedurende de looptijd van de Overeenkomst bepaalde dan wel alle taken van de UNRWA worden overgedragen aan de Palestijnse Raad en/of enige andere organisatie, dienen die gedeelten van de bijdrage van de Gemeenschap aan de UNRWA in het kader van deze Overeenkomst die overeenkomstig artikel 2, lid 1, anders worden vastgesteld, te worden aangepast door middel van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en de UNRWA. Artikel 6 Financiële controle en bezoeken 1. De UNRWA wordt geacht: i) financiële en boekhoudkundige documenten bij te houden met betrekking tot de door de Gemeenschap gefinancierde activiteiten en ii) ervoor te zorgen dat de bevoegde diensten van de Gemeenschap, op verzoek, inzage krijgen in alle ter zake dienende financiële gegevens, inclusief bankafschriften in verband met programma's/projecten, ongeacht of deze door de UNRWA of door een onderaannemer worden uitgevoerd. Overeenkomstig het Financieel Reglement van de Gemeenschap kunnen de Commissie en de Rekenkamer ter plekke controles uitvoeren met betrekking tot de door de Gemeenschap gefinancierde activiteiten. 2. De UNRWA stelt alles in het werk om de bezoeken van de vertegenwoordigers van de Gemeenschap aan de plaatsen waar de UNRWA-activiteiten gesitueerd zijn, te vergemakkelijken. Artikel 7 Geschillen als gevolg van deze Overeenkomst dienen, op verzoek van een der partijen, door beide partijen in onderling overleg te worden geregeld. Artikel 8 Looptijd van de Overeenkomst Deze Overeenkomst heeft een looptijd van drie kalenderjaren (1996, 1997 en 1998). Artikel 9 Deze Overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.